Ik beschouw mezelf als behoorlijk open-minded als het op motorfietsen aankomt. Een motor moet al behoorlijk hard z’n best doen wil ik er niks aan vinden. Ik probeer mezelf steeds in de plaats te stellen van iemand die een bepaalde motor wél kan appreciëren. Maar er zijn motoren die m’n empathisch vermogen overstijgen. De Ducati Hypermotard is er zo een.
Ik weet nog hoe ik twintig jaar geleden letterlijk zat te wippen op m’n stoel bij de eerste beelden van de Ducati Hypermotard, die pixel na pixel door de inbelmodem op m’n pc-scherm verschenen. Dat mythische beeld van Ruben Xaus met z’n duimpje omhoog, dat elke cover van elk magazine haalde, wakkerde m’n opwinding nog aan. En na één bocht was al dat enthousiasme weg, om nooit meer terug te keren. Te stijf, te nerveus, te bruut en ergonomisch onverklaarbaar qua zithouding.
Test 2026 Kawasaki Z650 S: grootmeester aan Z
Waar ik op concurrenten als de KTM 990 SM of de BMW Megamoto kon lezen en schrijven, letterlijk in de vorm van meterslange rubberstrepen, zat ik op de Hypermotard alsof ik nog met een ‘L’ naast m’n nummerplaat rondreed. De Hypermotard reed met mij in plaats van omgekeerd.
En geen enkele van de daaropvolgende generaties veranderde iets aan m’n oordeel. Laaiend enthousiaste eigenaars evenmin. Ik zit dus behoorlijk defensief in m’n Ducati-branded stoeltje in een opgetuigde pitbox van de Autodromo di Modena naar het promopraatje te luisteren. Want daar staat m’n rood-wit-zwarte beest in z’n vierde belichaming te blinken.

Non-desmo
Met het non-desmo blok dat we ook kennen van de Monster, Streetfighter en Panigale V2 pompt de Hypermotard V2 er 120 pk uit en blijkbaar weegt hij in SP-vorm ook nog eens veertien kilo minder dan z’n voorganger. Geweldig. Maak de meest nerveuze motor die ik ken nog wat nerveuzer, alsjeblieft. Het frame is een aluminium monocoque-niemendalletje, de intussen dubbele achterbrug (lichter en stijver) iel en de in het gesmede voorwiel gemonteerde, krachtige M50-monobloc-Brembo’s intimiderend. De zithoogte is 880 mm. In mijn oren klinkt het allemaal fout.
Dat kan evenwel niet gezegd worden van het V2-blok. Zeker met de optionele Termignoni, die 4 pk extra levert en voor vier kilo gewichtsbesparing zorgt. De eerste groep collega’s raast al voorbij, weinigen daarvan met beide wielen aan de grond, en het klinkt heerlijk. Tot 10.750 tpm draait het blok, waarbij de desmodromische kleppen dus vervangen zijn door variabele kleptiming, althans aan de inlaatzijde. En dat klinkt inspirerend.
Twintig minuten later is het mijn beurt. De zithoogte vergt enige lenigheid die ik intussen niet meer bezit, maar eenmaal in het zadel voelt het eindelijk anatomisch verantwoord. Ik denk er even aan de ‘Rain’-modus van 95 pk te selecteren, of zelfs de 35 kW-A2-variant, maar laat ‘m toch op ‘Sport’ staan. Er is ook nog ‘Race’, maar dat kan later nog. Proest. Ik heb geen tijd om de andere settings van de tractiecontrole, wheeliecontrole, motorrem en ABS in te stellen, want Ducati-testrijder en – gok ik – parttime psychopaat Alessandro Valia stuift reeds de pits uit, ten teken dat we moeten harken en volgen.
Valium
Ik ken Modena niet, dus het is even wat zoeken, waarbij de Hypermotard nog steeds niet de meest meegaande van de klas blijkt en nog steeds aandacht vergt die je liever voor het leren kennen van de baan zou gebruiken. Beginnende circuitrijders nemen daar best even akte van. Vooral de combinatie van agressieve voorrem en nerveus rijwielgedeelte zorgt voor onrust op de banken. Maar een eerste positieve opmerking is de soepelheid van het blok, gecombineerd met een uitstekende quickshifter. Het is niet meer zo dat bij elke beweging van m’n rechterpols de Hypermotard me naar de keel grijpt.
Tweede opmerking: de vering staat behoorlijk soepel afgesteld. Als in: ik voel dat hobbels grotendeels worden geslikt, in plaats van rechtstreeks te worden overgezet op het rijwielgedeelte. Voor ik nog meer dingen kan ontdekken, zit de sessie er alweer op. Tijd om even na te denken over de baan, waar het beter kan. En ik moet toegeven dat deze Hypermotard me positief verrast. Ik hoef geen valium bij de koffie, zeg maar. Tijd om opnieuw aan de slag te gaan.

De mist in
De collega met wie ik de motor deel, heeft intussen alle elektronica op de minimale stand 1 gezet over de hele lijn en voor ik daar wat aan kan veranderen, word ik alweer de baan opgejaagd. Het is dus ik tegen de Hypermotard, zonder noemenswaardig vangnet. Dolletjes. En dat lukt wonderwel. Na een rondje opwarmen gooi ik de Hypermotard met meer overtuiging dan ooit de bochten in. In die mate dat grondspeling al snel een issue wordt. Maar het is vooral het blok dat me aanspreekt. Net als je denkt dat je in de begrenzer loopt, volgt er nog een eindschot. Ik weet niet of het aan de variabele kleptiming ligt, maar het doet een beetje denken aan de Honda VTEC van weleer. Maar dan leuker.
Enkel bij het uitkomen van de laatste bocht durft de Hypermotard te gaan bokken, iets wat een collega recht de zandbak in stuurt. En in de tweede, krappe rechter boezemen een paar monumentale hobbels ook weinig vertrouwen in. M’n collega ervaart hetzelfde en in samenspraak met Ducati wordt de veervoorspanning achteraan stugger gezet, net als de ingaande demping. En het verschil is enorm. Het bokken is weg, het stuurgedrag stabieler, de grondspeling iets minder nijpend en zelfs de hobbels in bocht twee worden beter geslikt.
Ik rem zelfs op hellingshoek bij met de voorrem, omdat het rempedaal op hellingshoek al de grond raakt, in de overtuiging dat het goed komt. Ik vind deze Hypermotard zowaar leuk. En slechts één keer gaat hij bij het aanremmen ongevraagd de mist in. Bij het uitkomen van bochten voel ik de uitstekende Pirelli’s soms wat smeren op zoek naar grip, maar op geen enkele voorgaande Hypermotard heb ik me ooit zo ver gewaagd.
De combinatie van voorrem en strak rijwielgedeelte kan je nog steeds in verlegenheid brengen. Die rem grijpt erg direct aan, maar valt toch mooi te doseren mits wat subtiliteit van wijs- en middenvinger. De positie van het schakelpedaal maakt dat ik de quickshifter een paar keer van de wijs breng en grondspeling blijft teensliders vreten. Maar het sublieme blok en een stabieler rijwielgedeelte maken dat ik voor het eerst enorm schik heb in een Hypermotard. Ik maak zowaar de bedenking dat ik ‘m wel eens op m’n favoriete wegen zou willen proberen, waar ik voorheen steeds vriendelijk voor zou hebben bedankt.

Conclusie test 2026 Ducati Hypermotard V2 SP
Maar dat betekent niet dat ik ‘m in huis zou halen. Want als ik m’n positieve verrassing afzet tegen het prijskaartje, dan schrik ik toch weer even. Maar laten we zeggen dat ik de Hypermotard intussen durf aan te raden aan wie dat prijskaartje weet te behappen, als de meest viscerale pretmachine die misschien z’n gelijke niet kent. Want concurrentie is er niet of nauwelijks, of het moet de 698 Mono uit eigen huis zijn. Of de niet-SP-versie, die drie kilo minder duur spul gebruikt en minder exclusieve KYB- en Sachs-vering heeft. Ik onthou in elk geval dat ik van een zwart beest ben verlost…
Pluspunten 2026 Ducati Hypermotard V2 SP
- Sterk en inspirerend V2-blok
- Uitstekende quickshifter
- Verbeterd en stabieler rijwielgedeelte
Minpunten 2026 Ducati Hypermotard V2 SP
- Nog steeds nerveus en veeleisend rijgedrag
- Erg directe/agressieve voorrem
- Beperkte grondspeling
Foto’s: Ducati
2026 Ducati Hypermotard V2 SP Specificaties
| Categorie | Details |
|---|---|
| Type | Vloeistofgekoelde V2, DOHC |
| Cilinderinhoud | 890 cc |
| Boring x Slag | 96 x 61,5 mm |
| Kleppen/Cilinder | 4 |
| Compressieverhouding | 13:01 |
| Carburatie | Elektronische injectie |
| Koppeling | Natte multiplaat, met slipperfunctie |
| Transmissie | Zesbak |
| Eindoverbrenging | Ketting |
Prestaties
| Maximaal Vermogen | 120,4 pk (88,5 kW) @ 10.750 tpm |
| Maximaal Koppel | 94 Nm @ 8.250 tpm |
Elektronica
| Motor Rijmodi | Power modi, motorremcontrole |
| Rijwielgedeelte | Tractiecontrole, wheeliecontrole, bochten-ABS |
Rijwielgedeelte
| Frame | Aluminium Monocoque |
| Vering Voor | 48 mm UPSD |
| Stelmogelijkheden | Volledig instelbaar |
| Vering Achter | Monoshock |
| Veerweg V/A | 170/160 mm |
| Rem Voor | Twee 320mm-schijven met radiale 4-zuiger remklauwen |
| Rem Achter | Een 245mm-schijf met 2-zuiger remklauw |
| Banden V/A | 120/70-17, 190/70-R17 |
Prijzen
| Nederland | v.a. €23.390 |
| België | v.a. €19.990 |
Algemene Specificaties
| Wielbasis | 1.514 mm |
| Balhoofdhoek | 26° |
| Naloop | 110 mm |
| Zithoogte | 880 mm |
| Gewicht | 177 kg (zonder benzine) |
| Tankinhoud | 12,5 liter |


