zaterdag 15 juni 2024

50 jaar MOTO73: Egbert Braakman, een leven lang motorsport

Wil je iets weten over de TT van vroeger of nu, ga dan naar Egbert Braakman. Hij werkte 36 jaar op het kantoor van de Stichting Circuit van Drenthe. Maar ook na zijn pensionering weet hij nog precies wat er speelt in Assen.

Fotografie: Jan Boer

Egbert Braakman (79) groeide op in Nijverdal, waar hij betrokken raakte bij de MCNH, de Motorclub Nijverdal-Hellendoorn. Daarvoor was hij lid van de JAC, de Jongeren Automobiel Club, een vereniging waarvan je vanaf je veertiende lid mocht zijn. Het lidmaatschap duurde maximaal zeven jaar. Het was een actieve club, die dankzij sponsoring door Shell voor een bescheiden contributie (vier gulden per jaar – € 1,80) toch veel dingen kon organiseren. Braakman: ‘In de voor- en najaarsvakantie hadden we excursies naar bijvoorbeeld DKW in Düsseldorf en General Motors in Antwerpen. In de zomervakantie gingen we een week weg. Zo ben ik in veel Europese autofabrieken geweest en ook enkele motorfabrieken, zoals BMW en Glas in Duitsland, Jawa en CZ in Tsjecho-slowakije, Triumph in Engeland, Volvo, Saab en Scania in Zweden, Citroën en Renault in Frankrijk en Fiat en Moto Guzzi in Italië. Ik heb toen wel het nodige gezien.’

50 jaar MOTO73: fantastische voorjaarstrips naar de Daytona Speedweek in Florida

Niet solliciteren

Met de TT maakte Braakman al kennis op z’n twaalfde. ‘Ik stapte vrijdag op de fiets, 80 km van Nijverdal naar het circuit. Ik sliep bij een boer en ging na de races weer terug naar Nijverdal.’ Op dat moment kon hij nog niet bevroeden dat zijn werkzame leven zich voor een heel groot deel rond het circuit zou afspelen.

Op z’n achttiende haalde hij zijn motor- en autorijbewijs. Z’n eerste motor was een NSU Max. Het bezit van een motor bood de mogelijkheid ook buitenlandse races te bezoeken. Op de motor was hij meerdere keren bij de TT op Man. Maar ook in de winter zag hij er niet tegenop om met de motor op pad te gaan, zoals een bezoek aan het Elefantentreffen op de Nürburgring en daar in een tentje slapen. Er staat nog steeds een 250-BMW uit 1956 in de garage. ‘Een paar dagen geleden wilde ik erop gaan rijden, maar de accu is kapot. Ik moet eerst een nieuwe kopen.’

In het voorjaar van 1970 verscheen in enkele kranten, ook in het Nijverdal verschijnende Dagblad van het Oosten een advertentie waarin iemand werd gevraagd voor het kantoor van de Stichting Circuit van Drenthe. Braakman maakte Bennie Pinners (de man die later furore maakte als statisticus) erop attent, maar ‘Bennie was met geen stok uit Tubbergen weg te krijgen’. Braakman had er niet direct aan gedacht om zelf te solliciteren, want hij had het uitstekend naar de zin bij Nijverdal Ten Cate in Almelo, waar hij veel calculaties deed. Daar had hij de vrijheid om op vrijdagmiddag en maandagmorgen vrij te nemen om buitenlandse races te bezoeken. ‘Maar als er snel een calculatie moest komen, deed ik dat ’s avonds. Het moet van twee kanten komen’, herinnert hij zich.

TT met Kunstijsbaan

In het najaar verscheen dezelfde advertentie nogmaals. ‘Toen dacht ik, er kunnen twee dingen zijn gebeurd. Ze hebben er één aangenomen en die is er na de TT direct weer uitgeschopt, of ze hebben nog steeds niemand. Toen heb ik wel gesolliciteerd. Er waren zo’n dertig sollicitanten, vijf werden er opgeroepen. Omdat ik het verst wegkwam, was ik de laatste. Het was op een zaterdagmorgen bij Hotel de Moriaan, waar de TT permanent een kamer huurde waarin toen het TT-bureau was gevestigd. Daar zat het hele bestuur, met burgemeester Grolleman als voorzitter van het stichtingsbestuur. Ik kwam binnen, stelde me voor en gaf iedereen een hand. Dag meneer Grolleman, dag meneer Timmer, dag meneer Wagenaar, ik noemde ze allemaal bij naam. Daar keken ze vanop. Na een uurtje weer naar huis. Halverwege de middag een telefoontje van Jan Weggemans, de TT-administrateur van wie de sollicitant de nieuwe collega zou worden. Of ik aanstaande dinsdagavond bij de bestuursvergadering van de Kunstijsbaan aanwezig wilde zijn. Ik vroeg hem of het al rond was, waarop hij antwoordde “Niet zo voorbarig jongeman.” Dat was typisch Weggemans.’

Braakman werd gevraagd voor een vergadering van de Kunstijsbaan, omdat werd ingeschat dat er in de wintermaanden niet voldoende werk voor hem zou zijn. Twee bestuursleden van de TT zaten ook in het bestuur van de ijsbaan. De link tussen TT en ijsbaan was dus snel gelegd. Het was de bedoeling dat hij in de winter de boekhouding van de ijsbaan zou doen. Braakman stemde toe, maar wel op voorwaarde dat hij één werkgever zou hebben. Zodoende werd hij in de winter uitgeleend aan de ijsbaan.

Overleg

Er is altijd een sterke band geweest tussen de Motor Club Assen en Omstreken en de TT, die voortgekomen is uit die motorclub. Toen Braakman in november 1970 in Assen begon werd hij ook gelijk secretaris van de motorclub, als opvolger van Weggemans. Omdat Braakman goed thuis was in de motorsport werd hij ook meteen betrokken bij de selectie van de rijders voor de internationale cross in Norg, een organisatie van de MC Assen. En daarna volgde de selectie van de rijders voor de TT. Nu hebben de GP’s vaste deelnemers, maar dat was een halve eeuw geleden nog niet zo. De toppers waren verzekerd van een start, maar alle andere coureurs moesten onderhandelen over een start. Om het betaalbaar te houden, overlegde Assen altijd met de organisatoren van de GP’s in Duitsland, België en Oostenrijk over de toppers; iets dat de toppers in de wintermaanden ook deden. Doordat Braakman veel races bezocht leerde hij veel coureurs kennen, maar ook mensen van de nationale bonden. Met name deed hij contacten in Engeland op, omdat hij twee weken naar Man ging. Ook in Duitsland kende hij veel rijders. Al snel werd het contracteren van de coureurs volledig aan Braakman overgelaten. Al moest uiteraard het bestuur wel haar fiat daaraan geven.

Naar de internationale races in Raalte ging Braakman al snel niet meer. ‘Ik werd daar belaagd door iedereen die afgewezen was voor de TT. Of ze alsnog een TT-start konden krijgen als ze in Raalte goed reden. Dat kon natuurlijk niet, want de sluiting van de inschrijving voor de TT was vier weken van tevoren. De races in Raalte waren meestal twee weken voor de TT.’

Voor de foto even terug naar zijn oude werkplek in het TT-bureau.

Bier in plantenbak

Braakman werkte nog maar een paar maanden in Assen toen hij in Duitsland was voor overleg met Kurt Bosch, een belangrijke man bij de ADAC Nordrhein en organisator van de GP op de Nürburgring. Hij was in Assen kind aan huis, omdat hij vrijwel altijd deel uitmaakte van de jury bij de TT. ‘We overnachtten in zijn woonplaats Düsseldorf, we moesten met hem mee naar zijn stamcafé. Hij wilde testen of ik wel uit het goede hout was gesneden. Dat betekende dus bier drinken. Ik was geen echte bierdrinker. Achter me stond een hele grote plantenbak. Als hij even omkeek, kiepte ik het bier in de plantenbak. Aan het eind van de avond zei hij “Egbert is wel OK”.’

Braakman kwam ook in Oost-Duitsland. Eerst met de MC Nijverdal-Hellendoorn voor betrouwbaarheidsritten (nu enduro) en later als bezoeker van de GP op de Sachsenring. Zo leerde hij ook Alfred Hartmann van de ADMV, de Oost-Duitse bond, kennen. ‘En die kwam ik weer tegen als jurylid bij de TT, waarop Weggemans zich verbaasd afvroeg hoe ik die ook al kende.’ De juryleden overnachtten lange tijd in het nu niet meer bestaande hotel Overcingel, tegenover het NS-station in Assen. Braakman: ‘Mike Hailwood verbleef daar ook. Hij speelde daar ’s avonds op de piano.’ In die tijd was er veel meer contact tussen de rijders en de organisatoren. ‘De rijders trokken met hun echtgenotes van race naar race met hun bestelauto en caravan. Voor de dames hadden we hier zelfs een wasmachine en een centrifuge in het rennerskwartier. En een speeltuintje voor de kinderen.’

Voordat Dorna en Ecclestone in beeld kwamen bij de GP’s was er de Road Race Organizers and Promoters Association. Daarvan was Jaap Timmer voorzitter, Vernon Cooper van de Britse bond ACU penningmeester en Egbert Braakman secretaris. Braakman: ‘Vanaf die tijd ken ik Carmelo Ezpeleta van Dorna al, want die was toen directeur van het circuit van Jarama, waar de Spaanse GP werd verreden.’

Vier ton in een koffer

Toen de rijders nog betaald werden en naast het prijzengeld ook nog startgeld kregen, moest er zaterdagavond na de wedstrijd (voordat de rijders naar Bellevue gingen voor de prijsuitreiking) worden afgerekend. De contracten werden in guldens afgesloten en er werd ook in guldens uitbetaald. Het prijzengeld was weliswaar in Zwitserse franken vastgesteld, maar mocht ook in lokale valuta worden betaald, mits bij de omwisseling bij de bank dat minimaal het bedrag in Zwitsers geld opleverde. Later mocht het prijzengeld uitsluitend in Zwitserse franken worden betaald. Braakman: ‘Penningmeester Johan Wagenaar, een geslaagd zakenman, zocht uit wat het voordeligst was, de franken in Nederland kopen of in Zwitserland. Hij onderhandelde een zo gunstig mogelijke prijs, belde met een Nederlandse bank en een Zwitserse bank. En dan bleek soms dat het in Zwitserland wel 20 tot 25.000 gulden goedkoper kon zijn. Het ging om een bedrag van 400.000 frank of misschien nog wel meer. Dan boekte ik een vliegticket voor hem, kostte zo’n duizend gulden en vloog hij op en neer naar Zürich om het geld te halen.’ Dat geld werd bij Braakman thuis door zijn vrouw Gonnie in envelopjes gedaan en daarna verdween het bij Wagenaar op kantoor in de kluis.

De uitbetaling was na de race, zowel bij de TT als bij de Formule 750. ‘Yvon Duhamel won een keer en Jack Findlay werd tweede. Hij kwam z’n prijzengeld halen, scheurde de envelop open en stak het geld, ik geloof dat het zo’n 7.500 gulden (€ 3.200,-)was, zo los in z’n kontzak.’

50 Jaar MOTO73: stress op afsluitmaandag

Braakman is een tijdje actief geweest met een eigen team in de TT-week. Dat was het EB Classic Racing Team, dat van start ging in de Historic TT, die van 1987 tot en met 1999 op de donderdagavond werd verreden. Braakman was zelf één van de initiatiefnemers van de Historic TT. Aanvankelijk was niet eens duidelijk dat hij achter de inschrijving van Theo Bult zat (ook het TT-bestuur wist dat niet), maar later maakten anderen daarvan gewag. ‘Achter mijn rug om werd er in het TT-programma over geschreven. Daarna werd het groots aangepakt met teamkleding, parapludames en eigen briefpapier. We kregen zelfs sponsoring tot uit Australië.’

Rondleiding

Na zijn pensionering in 2006 is Braakman bij de motorsport betrokken gebleven. Hij volgt nog alles wat er op het circuit gebeurt. Recent verzorgde hij voor de Ducati Club Nederland rondleidingen voor VIP-gasten van de Ducati Club Race. Braakman was tot de districten werden opgeheven jarenlang secretaris/penningmeester van het district Drenthe van de KNMV. Hij voelt zich nog altijd verbonden met de motorsport en de motorwereld. En wil je iets weten over de geschiedenis van de TT, dan ben je bij hem aan het juiste adres met je vragen.

Een rondleiding verzorgend tijdens de Ducati Club Race.
Jan Boer
Jan Boer
Jan Boer werkte jarenlang voor de redactie van MOTO73 en doet dat inmiddels als gepensioneerde liefhebber nog altijd met dezelfde passie en kennis.

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen