maandag 6 april 2026
Home Blog Pagina 110

Mooie beelden: Kay de Wolf toont klasse met knappe inhaalactie in Arnhem

0

Kay de Wolf liet afgelopen weekend in Arnhem opnieuw zien dat hij in het zand vrijwel onklopbaar is. Met een knappe inhaalactie op Camden McLellan pakte hij de overwinning in zijn thuis-GP en verkleinde hij het gat naar Simon Längenfelder tot 15 punten, met nog drie wedstrijden te gaan.

MXGP Arnhem 2025: twee keer Wilhelmus in Arnhem

Waar anderen moeite hadden om controle te houden, wist De Wolf de achterkant van zijn motor optimaal te benutten voor extra grip. Daarmee ging hij overtuigend voorbij aan de Zuid-Afrikaan. Bekijk hieronder de beelden.

Beelden: MXGPtv

VoltAero Cassio 330: hybride vliegtuig maakt gebruik van Kawasaki H2 supercharged motor

0

De luchtvaartsector staat aan de vooravond van een ingrijpende transitie naar elektrische en hybride aandrijving. VoltAero speelt een vooraanstaande rol in deze evolutie met de Cassio 330, een innovatief hybride-elektrisch vliegtuig. Dit voor vier personen geschikte toestel, inclusief piloot, maakt gebruik van een verrassende krachtbron: een aangepaste Kawasaki H2 supercharged motor. Het richt zich op verschillende marktsegmenten, van privévliegers tot charter- en vrachtdiensten.

Technische specificaties

De Cassio 330 is uitgerust met een serie-hybride systeem waarbij de gemodificeerde Kawasaki H2 motor functioneert als generator. Deze motor laadt de accu’s op die de elektromotoren aandrijven voor de primaire voortstuwing. Met een combinatie van een 150 kW verbrandingsmotor en een 60 kW elektromotor biedt het toestel indrukwekkende prestaties: een topsnelheid van 332 km/u, een maximaal bereik van 1.200 km, en een operationele vlieghoogte van 3.658 meter.

Kawasaki H2 SX-motor gaat de lucht in: supercharged motorblok in vliegtuigen

De Kawasaki H2 motor: van asfalt naar luchtruim

Het hart van de Cassio 330 is de aangepaste Kawasaki H2 motor, oorspronkelijk ontworpen voor motorfietsen. Met een cilinderinhoud van 998cc levert deze viercilinder motor in standaardvorm 197 pk. VoltAero heeft aanpassingen verricht om de motor geschikt te maken voor de luchtvaart, hoewel de specifieke modificaties niet zijn bekendgemaakt.

Conclusie

De VoltAero Cassio 330 vertegenwoordigt een interessante kruisbestuiving tussen motor- en luchtvaarttechnologie. Door gebruik te maken van de bewezen kracht van Kawasaki’s H2 supercharged motor, opent het de deur naar een nieuwe toekomst voor hybride vliegen.

Komt er dit jaar een Triumph Trident 800?

0

In de motorwereld circuleren steeds meer geruchten over een mogelijke uitbreiding van Triumph’s populaire Trident-lijn. Verschillende bronnen suggereren dat de Britse fabrikant werkt aan een Triumph Trident 800, die mogelijk al in 2025 geïntroduceerd zou worden. Deze nieuwe middenklasser zou strategisch gepositioneerd worden tussen de huidige Trident 660 en de sportievere Street Triple 765, waarmee Triumph een compleet aanbod in het naked bike segment wil creëren.

Hoewel Triumph zelf nog geen officiële bevestiging heeft gegeven, wijzen verschillende bronnen in de industrie op een mogelijk debuut tijdens EICMA 2025, met een marktintroductie in 2026. De ontwikkeling lijkt logisch binnen Triumph’s strategie om hun modellengamma verder te verfijnen en tegemoet te komen aan motorrijders die op zoek zijn naar een krachtigere machine dan de Trident 660, maar niet de meer extreme rijervaring van de Street Triple wensen.

Technische specificaties: wat kunnen we verwachten?

Op basis van Triumph’s bestaande technologieën en motoren kunnen we een aantal beredeneerde voorspellingen doen over de mogelijke specificaties van de Trident 800. Het hart van de machine zou waarschijnlijk een driecilinder motor zijn met een cilinderinhoud van ongeveer 800cc, mogelijk gebaseerd op dezelfde motorarchitectuur als de recentelijk gelanceerde Tiger Sport 800.

De vermogenscijfers zouden naar verwachting rond de 110-115 pk liggen, wat een aanzienlijke verbetering zou betekenen ten opzichte van de 81 pk van de Trident 660. Dit vermogensniveau zou de Trident 800 competitief maken met andere middenzware naked bikes op de markt, terwijl het voldoende onderscheid blijft behouden met de meer op prestaties gerichte Street Triple RS (die 130 pk levert).

Test 2025 Triumph Tiger Sport 800: gele Tijger, blauwe maan

Technologie en rijhulpsystemen

In lijn met moderne motortrends en Triumph’s huidige aanbod, zou de Trident 800 waarschijnlijk uitgerust worden met een uitgebreid pakket aan elektronische rijhulpsystemen. Hiertoe zouden kunnen behoren: cornering ABS, instelbare tractiecontrole, verschillende rijmodi (Rain, Road, Sport) en mogelijk zelfs wheelie-controle.

De verlichting zou volledig LED zijn, met een kenmerkende dagrij-signatuur die past bij Triumph’s moderne designtaal. Elektronische gashendelbediening (ride-by-wire) zou de basis vormen voor de verschillende rijmodi en responsiviteit van de motor.

Marktpositionering

De huidige Trident 660 heeft bewezen succesvol te zijn in het aantrekken van zowel beginnende als terugkerende motorrijders, en de 800 zou deze formule kunnen uitbreiden naar degenen die op zoek zijn naar iets meer vermogen en verfijning zonder over te stappen naar een volwaardige supernaked.

Op de hoofdfbeelding is een Triumph Trident 660 te zien.

Organisator en marketeer Lee van Dam: ‘Anderen proberen het twee keer, ik tien’

0
Lee van Dam

Lee van Dam heeft eigenlijk geen introductie meer nodig. De 76-jarige Assenaar is een autoriteit als het gaat om het organiseren en vermarkten van evenementen én coureurs in de motorsport – of het nu gaat om wegrace, cross of autosport. En niet alleen in Nederland: ook in Brazilië kennen ze Lee van Dam. Zijn aanpak? Gedurfd, volhardend en altijd blijven proberen. Daarmee begon hij al op zijn zestiende – een echte selfmade man dus. Samen met de succesvolle CEO van LDP International zoomen we in op zijn bijzondere carrière. Buiten de gebaande paden denken en doen: dáár is Van Dam nog steeds een kei in.

Hoe is die connectie met de motorsport en het vermarkten daarvan ontstaan?

‘Ik ben geboren in Assen (1949), en in deze stad raak je al snel besmet met de motorsport. Ik woonde aan de Rolderstraat en daar vond tijdens de TT de keuring van de motoren plaats. Toen ik op de HBS in Assen zat – ik was een jaar of 16, 17 – werd ik benaderd door de motorcrosser Wiebe Plötz uit de stad. Hij wilde graag in Frankrijk rijden en ik sprak een beetje Frans. Ik heb toen brieven voor hem geschreven naar Franse organisatoren met de vraag of hij daar kon meedoen. Dat lukte en we kregen contractjes teruggestuurd, waar ik een klein percentage op verdiende. Al snel had ik als jonkie zo’n tien crossers voor wie ik de wedstrijdcontracten regelde. Ik ging ook mee naar crosswedstrijden en leverde daarnaast foto’s en verslagen aan bladen. In 1973 ben ik bijvoorbeeld als enige Europese journalist naar de Amerikaanse cross-Grand Prix gereisd. Daardoor kon ik materiaal leveren aan zo’n 25 tijdschriften. Ik heb zelfs nog een internationale fotoprijs gewonnen met een foto van Roger De Coster.’

Lee van Dam (links) was 13 jaar lang de manager van Egbert Streuer (rechts). Op de foto hebben Streuer en Bernard Schnieders (midden) zojuist de Grand Prix van België in 1985 gewonnen.

Hoe ging dat verder met het managen van de crossers?

‘In de jaren ’70 vroegen een aantal rijders: “Kun je ook helpen met sponsoring?” Dat deed ik en zo ging ik langs bedrijven. Voor crossers is dat best lastig, want na één rondje is door de modder alle reclame al verdwenen. Ton van Heugten – van wie ik persoonlijk manager was – stapte over naar het zijspanracen. Dat ging goed en zo kreeg ik al snel ook allerlei buitenlandse toprijders erbij. Ik heb de zijspanrijders ook verenigd en zo zijn we twee keer op tournee door Amerika gegaan. Alle spannen gingen in een container naar New York. Daar waren ze nog nooit geweest en toen deden we daar ineens zo’n acht races.’

Hoe kreeg je dat op zo’n jonge leeftijd allemaal voor elkaar?

‘Ik ben altijd al avontuurlijk ingesteld geweest. Je moet initiatief nemen en dingen doen die eigenlijk niet kunnen, maar tóch gewoon proberen. En dat doe ik nog steeds. Nadat Ton (van Heugten) Europees kampioen was geworden, ging zijn familie zich ermee bemoeien. Toen was het voor mij wel een beetje klaar. Rond die tijd kwam Egbert Streuer naar me toe en vroeg of ik zijn manager wilde worden. Wegrace leek me heel leuk. Hij had– eind jaren ’70 – zijn zijspan nog helemaal vol met stickers, maar die sponsors betaalden allemaal maar heel weinig. Ik zei: dit gaan we anders doen. We hebben toen het hele span in de kleuren van North State (sigaretten) laten maken, ondanks dat zij maar weinig betaalden. De overige sponsors kwamen in het klein eronder. Eerst presteren en dán kun je geld vragen, zei ik. Streuer werd Nederlands kampioen en toen zijn we naar British American Tobacco – waar North State onder viel – gegaan. Daar kregen we een groot budget. Vervolgens heeft Streuer tot het einde van zijn carrière altijd tabaksmerken van British American Tobacco als hoofdsponsor gehad.’

1984: de eerste van drie wereldtitels voor Streuer en Schnieders

Streuer werd met Bernard Schnieders drie keer wereldkampioen, maar Egbert is niet een man die graag in de schijnwerpers staat. Hoe ging je daarmee om?

‘Egbert is een intelligent en super eerlijk persoon, maar geen makkelijke prater in het openbaar. We hebben dertien jaar samengewerkt en er heeft nooit een letter op papier gestaan. Toen Lucky Strike in 1987 hoofdsponsor werd, ging het ineens hard. In alle tabakszaken en supermarkten verscheen Streuer op banners van Lucky Strike. Andere sponsors wilden daar maar wat graag op meeliften. Dat was bingo voor ons. Levior had bijvoorbeeld een aparte helm die je bij de kin al open kon doen. Egbert wilde die eerst niet dragen, maar toen ik vertelde dat Levior daar honderdduizend gulden voor over had, ging het wel door. Ook Philips was geïnteresseerd. Ik heb toen uitgezocht of het volgens het reglement toegestaan was om een koplamp aan de voorzijde van het span te bevestigen – en er stond niets over in. Dus reed hij in 1990 met een koplamp op zijn span. Philips kreeg er enorm veel aandacht door en wij veel geld. Egbert moest ook regelmatig naar tv-optredens en dan kwam hij bij mij aan in een trui en een vale spijkerbroek. Dat kon echt niet, zei ik dan – en dan luisterde hij ook wel. Egbert is altijd zichzelf gebleven, en dat is heel mooi. Maar het was voor mij soms ook best lastig.’

Heb je daar nog een voorbeeld van?

British American Tobacco kreeg begin jaren ’90 een nieuwe brandmanager. Ze wilden Lucky Strike wat hoger in de markt positioneren en daar paste – volgens hen – een man met een baard niet bij. Ze wilden daarom stoppen met Streuer. Uiteindelijk heb ik via mijn contacten in Brazilië nog een contract kunnen sluiten met Hollywood, een Braziliaanse tak van British American Tobacco. We hebben toen ook met allerlei zijspanteams een tournee naar São Paulo georganiseerd. Egbert zag dat eerst helemaal niet zitten, maar toen hij er eenmaal was, vond hij het geweldig. We hebben op Interlagos een demorace gereden voor veel publiek. Ik had met Webster, Biland en Streuer afgesproken dat ze stuivertje zouden wisselen tijdens de race. Egbert won niet, maar werd – vanwege de hoofdsponsor – wél als winnaar gehuldigd op het podium. Daar was hij later flink boos over.’

In de periode dat je manager was van Streuer, was je ook al betrokken bij de sponsoring rondom de TT Assen.

‘Ik heb alle tabaksbedrijven als hoofdsponsor naar de TT gehaald. Dat is ontstaan via mijn netwerk bij British American Tobacco, in de tijd dat Streuer nog met North State reed. Later heb ik ook allerlei zaken geregeld voor de TT, zoals de persconferentie. Die deden we vaak in het westen, bijvoorbeeld in het Hilton of het Kurhaus, waar we het span van Streuer met een helikopter een keer op het strand lieten landen. Ik vind dat de TT Assen nu te veel gefocust is op Drenthe. Als je het landelijker aanpakt, krijg je ook meer aandacht. In 2000 hebben we Rizla aan de TT Assen gekoppeld. Ik moest daarvoor een presentatie geven in Antwerpen. Ik was net in Brazilië geweest en had foto’s laten maken van een model in een bikini met het Rizla-logo. Ik kreeg volop applaus bij de presentatie en had het contract binnen. De voorbereiding is daarin het allerbelangrijkste. In mijn carrière hebben we veel gewerkt met BN-ers en modellen ter promotie. Wij waren – denk ik – ook de eerste partij in Europa die met (paraplu)dames op de grid werkten.’

De connectie met Brazilië noemde je al. Je hebt daar de eerste Grand Prix in 1987 georganiseerd. Hoe kwam dat zo?

‘Lucky Strike was hoofdsponsor van het evenement en vroeg of ik bereid was om te helpen. Met een goede tolk – want ik sprak geen Portugees – wilde ik dat wel doen. Ik ben naar Goiânia gegaan en heb daar een maand gewerkt om de Grand Prix op te zetten. Lucky Strike gaf iedereen die bij het vliegveld was een kaartje, om zo de populaire rijders – zoals Randy Mamola – te ontvangen en promotie te maken. Uiteindelijk waren er 60.000 mensen aanwezig en we hadden veel exposure. Maar het was ook een enorme uitdaging.’

Kan je daar iets meer over vertellen?

‘Er waren veel veiligheidskwesties en bij de eerste GP in 1987 mochten er geen vliegtuigen landen in Goiânia. Dus moest alles anderhalve dag lang met trucks worden vervoerd vanuit Rio de Janeiro. Maar er kwamen geen motorfietsen aan op het circuit. Toen heb ik auto’s van Rio naar Goiânia en andersom gestuurd om de trucks te zoeken. Bleek dat de chauffeurs allemaal bij een zijweg waren gestopt om naar het bordeel te gaan. Ondertussen hadden kinderen de containers geopend en waren ze aan het spelen met de helmen van Wayne Gardner en Eddie Lawson. Een grote chaos. Een jaar later mochten we wél landen op het militaire vliegveld bij Goiânia en was dat probleem opgelost. Leuk dat Goiânia nu in 2026 weer terugkeert op de MotoGP-kalender.’

En qua organisatie op het circuit zelf?

‘Brazilianen zijn erg geïnteresseerd in snelheidsporten, dat scheelde enorm. We hebben het drie jaar Goiânia gedaan, totdat het circuit aangepast moest worden en het stopte. In 1994 werd ik benaderd door de gouverneur van Rio de Janeiro, want ze wilden via sport iets doen aan het imago van de stad. Ik heb toen diverse voorstellen gedaan, waaronder een wegrace-Grand Prix. De burgemeester van Rio is vervolgens bij de TT in Assen geweest en was helemaal enthousiast. We hebben Hermann Tilke ingevlogen, die het circuit heeft aangepast, en de eerste GP vond plaats in 1995.’

Hoe maakte je promotie voor dat evenement?

‘We hadden voetbalster Romário geregeld en hij zou de bekers uitreiken op het 500cc-podium. Zoals dat wel vaker gebeurt bij Brazilianen, was hij te laat. Maar aan het einde van de ceremonie hebben we gelukkig nog een foto met hem op het podium kunnen maken. Dat zorgde voor mega veel aandacht. Ook organiseerden we daar jaarlijks een missverkiezing. We hadden weleens 20.000 aanmeldingen! Coureurs zaten in de jury en het werd live op tv uitgezonden. Dat deden we trouwens ook al in Goiânia. Veel dingen in Brazilië zijn helaas behoorlijk corrupt. Voor de missverkiezing liet de secretaris van Sport me per helikopter naar zijn kantoor vliegen. De deur ging op slot en daar zat hij met een meisje. “Dit is mijn vriendin en zij moet morgen winnen,” zei hij. Ik heb uitgelegd dat wij zo niet werken. Je moet echt stevig in je schoenen staan om iets in Brazilië te organiseren.’

Lee van Dam (links) organiseerde jarenlang de Grand Prix van Brazilië. Hier had hij net geregeld dat de Braziliaanse voetballegende Romário op het podium poseerde met de top-drie van de 500cc-race in 1997.

En er waren Nederlandse officials bij de Grand Prix in de jaren ’90.

‘De stad Rio betaalde destijds flink om het evenement goed neer te zetten. Ook Dorna was tevreden, want dankzij deze race konden ze grote sponsornamen als Repsol en Telefónica aan zich binden. Ik wilde graag Nederlandse officials erbij, omdat ik wist dat het dan goed geregeld zou zijn langs de baan. Ik had een plan. VARIG – toen de grootste luchtvaartmaatschappij van Brazilië – vloog in 1995 naar bijna alle Europese steden. Ik regelde dat vrijwel alle rijders en teams met VARIG naar de Grand Prix vlogen. In ruil daarvoor kreeg ik gratis vliegtickets voor de Nederlandse officials. Ik heb toen nog oranje overalls laten maken. De NOS is er ook geweest; dat leverde een erg leuk item op. De Nederlanders werkten samen met de Braziliaanse baco’s, die een heel andere mentaliteit hadden. Dan kwam er weer iemand naar me toe met: “Hé Van Dam, er liggen weer wat baco’s in het gras te slapen.” We hebben nog altijd warme contacten in Brazilië en gaan ervoor om daar in 2026 de motorcross Grand Prix te organiseren.’

En nog steeds organiseren jullie met LDP International allerlei evenementen. Wat is jouw kracht en die van het bedrijf?

‘Onze hoofdevenementen zijn tegenwoordig de Racing Day en de Classic Grand Prix in Assen. En in 2027 brengen we het zand weer terug naar Assen, want dan organiseren we de Motorcross of Nations. In het verleden hebben we ook al vier keer de Grand Prix georganiseerd en telkens werden we uitgeroepen tot beste organisator. Je onderscheidt je al snel, want normaal gesproken wordt zo’n cross in een bos gehouden, met relatief weinig faciliteiten. Wij hebben het omgedraaid en organiseren de cross op een locatie waar alles – behalve het zand – al aanwezig is.’

Is het organiseren na al die jaren nog steeds leuk?

‘Zolang het een uitdaging is, vind ik het nog steeds leuk. Vroeger was het makkelijker om sponsorgelden binnen te halen. Als er vertrouwen was, kreeg je het geld en keken ze achteraf wat eruit kwam. Nu moet je vrijwel een garantie geven over wat het gaat opleveren.’

In 2000 is de Rizla Racing Day begonnen in Assen. Dat bleek een schot in de roos.

‘In Zandvoort organiseerden we al sinds de jaren ’90 iets soortgelijks, maar wij woonden in Assen. Toen ik het contract regelde met Rizla en het TT Circuit, heb ik een gratis-weekend Racing Day bedongen. Het werd een gecombineerd auto-, motor- en kartevenement. De kracht zat in het gratis karakter, al moest je wel ergens een kaartje uitknippen. De echte doorbraak kwam toen Gamma hoofdsponsor werd. Zij wilden dat we het evenement aan het einde van de bouwvak zouden organiseren. Het idee was dat mensen gingen klussen en daarna, als beloning, naar de Racing Day konden. De bezoekersaantallen schoten omhoog. Ook met de Racing Day werkten we veel samen met BN-ers en modellen. Later wilde Gamma zich groener profileren. Na tien jaar Racing Day zijn ze overgestapt naar het sponsoren van het schaatsen. Tegenwoordig zijn we heel blij met Jack’s Casino als hoofdsponsor.’

Hoe gaat het nu met het evenement?

‘Helaas haakte de KNMV in 2025 af, omdat er binnen de BeNeLux Trophy te weinig deelnemers waren. Dat hebben we opgelost met klassieke motoren, als een soort opwarmer voor onze TABAC Classic GP. We hebben nog steeds veel autosport en dat kan eigenlijk ook niet anders – zij kunnen de huur van het circuit tenminste nog betalen. Ons uitgangspunt blijft: de deelnemers betalen, niet de toeschouwers. Dat concept klopt gewoon helemaal en het zorgt elk jaar weer voor ontzettend veel publiek. Het is wel belangrijk om aansprekende raceklassen en demonstraties te hebben. En natuurlijk de promotie – die pakken we op met onze partners. Denk aan Scapino, waar in alle winkels gratis kaartjes liggen en aan een bijlage in de Telegraaf. De tv-aandacht groeit nog elk jaar. We zijn zelfs benaderd om een soortgelijk concept in België, Duitsland en Frankrijk op te zetten.’

De TABAC Classic GP is een relatief jong evenement. Waarom zijn jullie daarmee begonnen in 2022, en wat is het potentieel ervan?

‘Onlangs ben ik samen met mijn dochter Hilde naar klassieke evenementen geweest in Duitsland en Frankrijk, waar soms wel 100.000 bezoekers op af komen. Het potentieel is er dus absoluut, maar ons eigen evenement is nog echt in ontwikkeling. De eerste editie hadden we allerlei MV Agusta-motoren, daarna volgden namen als Kevin Schwantz en Randy Mamola. En vorig jaar hadden we zijspaniconen Rolf Biland en Steve Webster, samen met voormalig F1-coureur Emerson Fittipaldi. Dat laatste sloeg enorm aan en daarop bouwen we dit jaar verder. 2025 staat volledig in het teken van Ayrton Senna en Lotus. We verwachten zo’n 1.000 Lotussen naar Assen te krijgen. Daarnaast komen er opnieuw een groot aantal bijzondere klassieke motoren in actie en presenteren we spectaculaire raceklassen.’

Team Lotus en Senna komen naar de TABAC Classic GP Assen

Je hebt de pensioenleeftijd inmiddels al ruim bereikt. Hoe lang wil je nog doorgaan?

‘Zolang ik het nog leuk vind om te doen. Voorlopig komen er nog steeds leuke, nieuwe projecten voorbij. De administratieve afhandeling vind ik minder interessant, maar daar hebben we gelukkig goede mensen voor. Wat ik wél leuk vind, is nadenken over sterke concepten. En als ik er op een gegeven moment mee stop, gaat het bedrijf sowieso door. Mijn dochter Hilde is nu al mijn steun en toeverlaat. LDP International is bij haar in uitstekende handen.’

Foto’s: Henk Keulemans, ANP, Archief Lee van Dam

De grootste projecten van LDP International – van Lee van Dam – op een rij. En dat zijn er nog al wat!

Activiteit Periode
Promotor voor Dutch MotoGP round Assen ’79 – ’06
Promotor voor Dutch F1 GP Zandvoort ’85
Promotor voor Brazilian MotoGP round Goiania ’85 – ’87
Organisator / Promotor Brazilian MotoGP round Rio de Janeiro ’94 – ’99
Promotor voor Lucky Strike World Championship Grand Prix Team ’86 – ’95
Promotor voor Hollywood PacWest Indycar Team ’95 – ’97
Promotor voor Barclay Arrows Formula One Team ’83 – ’86
Promotor voor KENT Aerobatic Stunt Flying Team ’89 – ’92
Promotor voor Gauloises DAKAR Team de Rooy ’01 – ’06
Organisator / Promotor voor Ice Racing World Championship ’84 – ’94
Organisator / Promotor Dutch Champ Car World Series round Assen ’07
Promotor voor Dutch A1GP round Zandvoort ’08
Organisator / Promotor voor Moscow F1 City Race ’09
Organisator / Promotor voor Superleague Formula GP Assen ’10 – ’12
Organisator / Promotor voor GAMMA Racing Day Assen ’00 – ’18
Organisator / Promotor voor MXGP Assen ’15 – ’18
Mis de TABAC Classic GP 2025 niet!
Van 5 t/m 7 september 2025 staat het TT Circuit Assen volledig in het teken van historische racewagens, tijdloze motoren en pure snelheid. Drie dagen lang waan je je in de glorietijd van de auto- en motorsport. Kijk voor tickets, programma en deelnemers op www.classicgp-assen.com.
De TABAC Classic GP is een relatief jong evenement van LDP International, dat sinds 2022 wordt georganiseerd in Assen. Tijdens de tweede editie waren Randy Mamola en Kevin Schwantz te gast.

Nicolo Bulega en Alvaro Bautista testen nieuwe 2026 Ducati Panigale V4R tijdens WorldSBK-test

0
2026 Ducati Panigale V4R

Tijdens de recente test op MotorLand Aragon kregen de fabrieksrijders van Ducati, Nicolo Bulega en Alvaro Bautista, de kans om de nieuwe Ducati Panigale V4R voor 2026 te testen. Dit gebeurde terwijl het WorldSBK-paddock zich voorbereidt op de laatste vier rondes van het seizoen.

De motorfiets, gekleed in een opvallende camouflage-livery in rood en zwart, trok veel aandacht. Bulega en Bautista, die respectievelijk de nummers #11 en #19 dragen, waren enthousiast over de prestaties van de nieuwe machine.

Bron: WorldSBK.com

Video: Marc Márquez op de Ducati Desmo 450 MX

Nieuwe kleuren voor de 2026 Kawasaki Ninja 650

0
2026 Kawasaki Ninja 650

Sinds zijn introductie is de Ninja 650 zeer populair. Momenteel loopt dit model voorop in de opwaartse trend voor sportieve gekuipte motoren. Dit seizoen werden er wéér meer Ninja 650’s verkocht dan het seizoen ervoor. Met name jongere rijders weten hun weg te vinden naar deze unieke combinatie van sportief rijplezier met dagelijkse bruikbaarheid en een zeer scherpe consumentenprijs. Om het succes voort te zetten onthult Kawasaki drie nieuwe kleurstellingen voor modeljaar 2026.

Kawasaki Versys 650: nieuwe kleuren voor 2026

Het koppelrijke 649cc parallel-twin motorblok levert bruikbaar vermogen onder alle omstandigheden. Door het vele koppel in lage en middelhoge toeren is deze Ninja uiterst gebruiksvriendelijk. Om de rijder zo goed mogelijk te ondersteunen is er het instelbare Traction Control Systeem (KTRC) en de Assist & Slipper Clutch. Door het zeer slanke Trellis frame en aluminium swingarm blijft het rijklaargewicht beperkt, dit komt ten goede van het sportieve rijgedrag en de wendbaarheid. De comfortabele rijpositie, geïntegreerd windscherm en laag brandstofverbruik maken deze Ninja perfect inzetbaar voor lange tourritten of dagelijks gebruik.

Achter de scherp vormgegeven topkuip met dubbele LED-koplampen huist een modern TFT-kleurdisplay. Dit display geeft overzichtelijk alle belangrijke voertuiginformatie weer en kan gekoppeld worden aan de Kawasaki Rideology App. Via een smartphone kan een verscheidenheid aan informatie uitgelezen worden zoals een routelogboeken en onderhoudsinformatie.

De 2026 Ninja 650 is medio september beschikbaar bij de officiële Kawasaki dealers in de volgende nieuwe kleuren:

  • Lime Green (KRT-Edition)
  • Metallic Matte Graphenesteel Gray/Metallic Flat Spark Black
  • Metallic Flat Spark Black/Metallic Carbon Gray

Prijzen worden later bekend gemaakt. Voor rijders met een A2 (Code80) rijbewijs is er een 35kW kit beschikbaar. Ga voor meer informatie naar de Kawasaki website.

MotoGP Hongarije 2025: uiteindelijk niets nieuws op een nieuw circuit

0
De start van de eerste MotoGP-race op het Balaton Park Circuit met Marco Bezzecchi (72) en Marc Márquez (1) aan de leiding.

Voor het eerst traden de MotoGP-coureurs aan op het Balaton Park Circuit. Niet iedereen was even gelukkig met de nieuwe baan in Hongarije. De speciale lay-out zorgde in ieder geval wel voor veel spektakel. Maar uiteindelijk leverde de Hongaarse Grand Prix wat de overwinning betrof niets nieuws op. Want ook hier toonde Marc Márquez zich twee keer de sterkste.

Na 33 jaar keerden de GP-motorcoureurs terug naar Hongarije om er om wereldkampioenschapspunten te gaan strijden. Dat was nog niet vaak gebeurd. Precies gezegd slechts twee keer: in 1990 en 1992. Terugkijkend waren het echter wel twee historische Grands Prix in de koningsklasse wat toen nog de 500cc was. In 1990 ging de zege op de nabij Boedapest gelegen Hungaroring naar Michael Doohan voor Eddie Lawson (Yamaha) en Kevin Schwantz (Suzuki). Het was de eerste GP-zege van de toen 25-jarige Australische Honda-coureur, die vervolgens nog 53 overwinningen zou behalen en van 1994 t/m 1998 vijf achtereenvolgende 500cc-wereldtitels op zijn naam schreef. Daarmee is Doohan nog altijd één van de meest succesvolle motorcoureurs aller tijden. In 1992 was de Australiër er in Hongarije niet bij, omdat hij herstellende was van een tijdens de TT van Assen opgelopen gecompliceerde beenbreuk. De tweede aflevering van de Hongaarse Grand Prix kreeg door zeer wisselende weersomstandigheden niet alleen een grillig en spectaculair verloop, de negende wedstrijd van het seizoen 1992 leverde ook een verrassende winnaar en andermaal een primeur op. Terwijl bij de herstart de meeste coureurs voor volle regenbanden kozen, vertrok Eddie Lawson op een Cagiva voorzien van een intermediate voorband en een opgesneden slick achter. Omdat de baan opdroogde bleek dit de winnende keuze te zijn. Zo won deze Amerikaan voor zijn landgenoten Doug Chandler (Suzuki) en Randy Mamola (Yamaha). Als viervoudig 500cc-wereldkampioen bezorgde Lawson op de Hungaroring daarmee ook het Italiaanse motormerk Cagiva (eindelijk) haar eerste GP-zege. Het was tevens de 31e GP-overwinning van ‘Steady Eddie’. Later bleek het ook zijn laatste te zijn geweest, want na het seizoen 1992 zette Lawson op 34-jarige leeftijd een punt achter zijn zeer succesvol verlopen GP-carrière.

MotoGP Nederland 2025: Marc Márquez wint 94e in Assen

Waar dat jaar ook een punt achter werd gezet, was de GP van Hongarije voor motoren, omdat het circuit vanwege de vele hobbels en vangrails door de FIM te gevaarlijk werd bevonden. En dat terwijl de Formule 1 Grand Prix sinds 1986 elk jaar op de Hungaroring plaatsvond en nog steeds vindt. Het was zelfs het eerste F1-evenement dat achter het IJzeren Gordijn werd georganiseerd en er dit jaar dus voor de veertigste achtereenvolgende keer werd verreden. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw, dat was dus in de tijd van het communisme, waren er twee coureurs uit Hongarije die internationaal van zich deden spreken. De meest succesvolle was János Drapál. Op Yamaha-productieracers wist deze Hongaar als privécoureur van 1971 t/m 1973 drie GP’s in de 350cc-klasse en één in de 250cc te winnen. De andere was Lásló Szabó, fabrieksrijder voor het Oost-Duitse merk MZ in de 125cc en 250cc-klasse die wel podiumplaatsen maar geen GP-zege behaalde.
Na een lange periode zonder aansprekende internationale successen kreeg de motorsport in Hongarije in 2007 een enorme impuls door de 125cc-wereldtitel van Gábor Talmácsi (Aprilia). De Hongaar deed dat in het Bancaja Aspar Team van Jorge Martinez. Op dat moment was één van de sponsors van de succesvolle teammanager de Spaanse bouwonderneming Sedesa. Met steun van het Hongaarse bureau van toerisme begonnen genoemde partijen in 2008 bij het Balatonmeer met de bouw van een circuit. Op de ‘Balatonring’ zou een jaar later dan de GP van Hongarije moeten terugkeren. Echter, het 80 miljoen euro kostende project, waar al een begin mee was gemaakt, stierf een heel vroege dood door de kredietcrisis en het niet correct omgaan met publieke gelden. Maar vijftien jaar later werd een nieuw initiatief wel gerealiseerd. Daarbij werd niet de bouw van het bij het plaatsje Sávoly gelegen circuit voltooid. Maar aan de andere kant van het Balatonmeer, honderd kilometer verderop naar het oosten en op slechts negentig kilometer van de hoofdstad Boedapest verwijderd, werd een compleet nieuw racecomplex aangelegd. Het kreeg de naam ‘Balaton Park Circuit’. Een enigszins vreemde gang van investeren zou je zeggen. Ook al omdat in dezelfde periode vanwege de Formule 1 de Hungaroring voor miljoenen euro’s werd gemoderniseerd.

Stop and go-baantje

Naast de testrijders van de vijf deelnemende MotoGP-fabrikanten, die getest hadden voor bandenfabrikant Michelin, maakten ook de zes Ducati MotoGP-coureurs vroegtijdig kennis met het Balaton Park Circuit. Zij deden dat op Panigale straatmachines. De reacties op de nieuwe baan waren verschillend. Maar de algemene conclusie was toch wel dat er door de lay-out van het circuit, waarin later vanwege de veiligheid extra chicanes waren aangelegd, de racelijn erg smal is geworden en er zo snel fouten kunnen worden gemaakt. Ook inhalen is moeilijk en zo risicovol op dit ‘Stop and go-baantje’.  De gemiddelde snelheid en topsnelheid (respectievelijk nog geen 150 en iets meer dan 300 km/u.) zijn er zeker voor een MotoGP-machine erg laag. Zelfs het laagste van alle huidige GP-circuits. Dat de baan erg ‘tricky’ is, was al duidelijk geworden tijdens de WK-Superbike-races die er een maand voor de Grand Prix werden verreden. Want er deden zich veel valpartijen voor. Dat was direct ook het geval tijdens de trainingen en kwalificatie van de MotoGP voor de Grote Prijs van Hongarije. Tot degenen die hierin onderuit gingen was Pedro Acosta. De KTM-coureur, die op vrijdag nog de snelste was geweest, deed dat op het slechts mogelijke moment. Namelijk in Q2. Het gevolg was, dat de jonge Spanjaard pas van de zevende startplaats mocht vertrekken. De pole was voor de achtste keer in dit seizoen voor Marc Márquez voor Marco Bezzecchi (Aprilia). Fabio Di Giannantonio zorgde er verrassend voor, dat er twee Ducati GP25-machines van de eerste startrij mochten vertrekken. De derde GP25, in handen van Pecco Bagnaia, was pas terug te vinden op plaats dertien. De vorm en het zelfvertrouwen van de tweevoudig MotoGP-wereldkampioen leek op deze baan nog verder weg te zakken. Voor het eerst in dit seizoen wist de Italiaan zich zelfs niet eens voor Q2 te kwalificeren.

Het WK Superbike had geleerd, dat het na de start van een race in de eerste bochtencombinatie wel eens tot een chaos kon komen. Prompt gebeurde dat in de Sprint door toedoen van Fabio Quartararo, die komend vanaf de zesde startplaats veel te laat remde en onderuit ging. Wonder boven wonder raakte hij bij zijn val alleen Enea Bastianini, die echter wel op de been wist te blijven. Dat gold ook voor Marco Bezzecchi en Pedro Acosta, die door de ontstane chaos echter wel hun kansen op een hogere klassering teniet zagen gedaan. Niet veel later gingen Bastianini en Acosta ook nog eens onderuit. Eerstgenoemde torpedeerde daarbij ook nog eens Johann Zarco. Door als snelste weg te zijn was Marc Márquez niet in de problemen geraakt. Met als gevolg, dat hij op vrij eenvoudige wijze zijn dertiende Sprint-zege uit veertien races kon boeken. Op het podium werd de Ducati-coureur geflankeerd door zijn merkgenoten van het VR46-team, Fabio Di Giannantonio en Franco Morbidelli.

Bij de huldiging van de Sprint werd winnaar Marc Márquez geflankeerd door de VR46-coureurs Fabio Di Giannantonio (l) en Franco Morbidelli (r).

Tiende ‘dubbel’ een feit

Vervolgens was het natuurlijk de vraag wat er zondags tijdens de GP-race zou gaan gebeuren. En dan met name bij de start. Hoewel Marc Márquez de leidende Marco Bezzecchi even toucheerde, verliep alles verder goed. Alleen was dat helaas niet het geval voor Fabio Di Giannantonio, want na een wisseling van machine (vanwege een elektronisch probleem) moest de Italiaan dit keer uit de pitstraat vertrekken en liep hij zo direct al een grote achterstand op. Nadat Marc Márquez na een fel maar kortstondig duel Marco Bezzecchi van de eerste plaats had weten te verdrijven, was zijn zevende achtereenvolgende ‘dubbel’ (winst in de Sprint en in de GP-race) en in totaal z’n tiende in dit seizoen een feit. Komende van een zevende plaats revancheerde Pedro Acosta (KTM) zich voor zijn slechte optreden op zaterdag door uiteindelijk ook Marco Bezzecchi van de tweede plaats te verdringen. Bij Aprilia was men blij met diens derde plaats. Maar dat gold misschien nog wel meer voor wat Jorge Martin op dit baantje liet zien. De regerend wereldkampioen klom namelijk van startpositie zestien naar de vierde plaats. Luca Marini zorgde voor weer eens lachende gezichten bij Honda door als vijfde de finish te passeren. Maar lang niet iedere coureur ging het zo goed af. Want Enea Bastianini (die heel veel geluk had niet te worden aangereden), Alex Márquez (die een heel zwak weekend kende), Joan Mir (voor de zoveelste keer), Raul Fernandez, Jack Miller (zelfs twee maal), Fermin Aldeguer (was ook hier heel snel) en Johann Zarco (zit de laatste races in de hoek waar de klappen vallen) kwamen allemaal ten val. En Pecco Bagnaia? Die werd uiteindelijk negende. Al met al laten deze feiten zien hoe ‘tricky’ het Balaton Park Circuit wel is. Zeker tijdens een race. Af te wachten valt nu of de nieuwe baan in de toekomst (nog meer) veranderingen ondergaat. In ieder geval was het wel zo dat de verreweg beste coureur van dit moment, Marc Márquez, ook hier de snelste was.
In de WK-stand heeft de Spanjaard nu maar liefst 175 punten voorsprong op de nummer twee. Dat is nog altijd zijn broer Alex. De volgende confrontatie vindt van 5 t/m 7 september plaats op het circuit van Catalonië.

Fotografie: ANP, Thomas Seidenglanz en MotoGP.com

Quotes

MotoGP Hongarije 2025 uitslagen

Evenement: Grand Prix van Hongarije
Circuit: Balaton Park
Lengte: 4.075 meter
Pole position: Marc Márquez (Ducati), 1.36,518 (151,9 km/u)
Snelste raceronde: Marc Márquez (Ducati), 1.37,699 (150,1 km/h)
Sprint
1.Marc Márquez (E), Ducati, 21.13,465;
2. Fabio Di Giannantonio (I), Ducati, +2,095;
3. Franco Morbidelli (I), Ducati, +3,595;
4. Luca Marini (I), Honda, +4,890;
5. Fermin Aldeguer (E), Ducati, +5,692;
6. Joan Mir (E), Honda, +6,147;
7. Marco Bezzecchi (I), Aprilia, +6,266;
8. Alex Márquez (E), Ducati, +7,332;
9. Jorge Martin (E), Aprilia, +10,779.
  • 13 ronden = 52,975 KM
  • Racegemiddelde winnaar: 149,7 km/u
  • Snelste ronde (6e): M. Márquez, 1.37,315 = 150,7 km/u
MotoGP
1. M. Márquez, 42.37,681;
2. Pedro Acosta (E), KTM, +4,314;
3. Bezzecchi, +7,488;
4. Martin, +11,069;
5. Marini, +11,904;
6. Morbidelli, +12,608;
7. Binder, +12,902;
8. Pol Espargaró (E), KTM, +14,015;
9. Francesco Bagnaia (I), Ducati, +14,854;
10. Fabio Quartararo (F), Yamaha, +15,473;
11. Ai Ogura (J), Aprilia, +18,112;
12. Miguel Oliveira (POR), Yamaha, +19,021;
13. Alex Rins (E), Yamaha, +22,861;
14. A. Márquez, +25,938;
15. Di Giannantonio, +26,262.
  • 26 ronden = 105,95 KM
  • Racegemiddeld winnaar: 149,1 km/u
  • Snelste ronde (12e): M. Márquez, 1.37,699 = 150,1 km/u (record)

Stand MotoGP na 28 van 44 races

Positie Rijders, nationaliteit en fabrikant Punten
1 Marc Márquez (E) – Ducati 455
2 Alex Márquez (E) – Ducati 280
3 Francesco Bagnaia (I) – Ducati 228
4 Marco Bezzecchi (I) – Aprilia 197
5 Pedro Acosta (E) – KTM 164
6 Franco Morbidelli () – Ducati 161
7 Fabio Di Giannantonio (I) – Ducati 154
8 Fermin Aldeguer (E) – Ducati 126
9 Johann Zarco (F) – Honda 114
10 Fabio Quatararo (F) – Yamaha 109
11 Brad Binder (SA) – KTM 91
12 Raul Fernandez (E) – Aprilia 73
13 Luca Marini (I) – Honda 72
14 Maverick Viñales (E) – KTM 69
15 Enea Bastianini (I) – KTM 63

Promotor 07 2025

0

Historie MV Agusta: 80 Jaar snelheid, stijl en strijd

0

Dit jaar bestaat MV Agusta tachtig jaar. Dit iconische merk, dat voortkomt uit een luchtvaartimperium, staat bekend om snelheid en stijl, heeft generaties motorrijders geïnspireerd en talloze racetradities neergezet. Van baanbrekende innovaties tot adembenemende ontwerpen, MV Agusta blijft ons verrassen. In dit artikel nemen we je mee op een reis door de geschiedenis, de hoogte- en dieptepunten en wat de toekomst nog in petto heeft.

Giovanni Agusta ontwierp en bouwde in 1907 zijn eerste vliegtuig, de Ag1 dubbeldekker. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak diende hij bij het Italiaanse Primo Battaglione Aviatori, het eerste luchtmachtbataljon van de Italiaanse luchtmacht. Dat was gestationeerd in Malpensa, net zoals nu een vliegveld vlakbij Milaan. Na de oorlog richtte Agusta de Costruzioni Aeronautiche Giovanni Agusta S.A op in Cascina Costa di Verghera, vlakbij Malpensa. Daar ontwierp en ontwikkelde hij vliegtuigen die door zijn bedrijf ook werden geproduceerd. Het bedrijf groeide bijzonder snel. In 1927 overleed Giovanni, hij was pas 48 jaar oud. Zijn vrouw, Gravin Giuseppina Agusta, volgde hem op en leidde samen met haar zonen het familiebedrijf. Domenico Agusta, de oudste zoon, zou uiteindelijk de belangrijkste rol gaan spelen.

Historie Bimota & Kawasaki: verenigde krachten

Na de Tweede Wereldoorlog kwam MV’s rol in de luchtvaartindustrie tot een einde toen deze industrietak door de geallieerden in Italië werd stopgezet, de voormalige vijand mocht geen vliegtuigen meer fabriceren. Terwijl de oorlog in Noord-Europa doorging en nog veel slachtoffers maakte en ellende bracht, begonnen ze in Italië al voorzichtig aan de wederopbouw. Met name goedkope, functionele en individuele transportmiddelen waren hierbij onontbeerlijk en MV speelde hier goed op in. Vliegtuigen waren uit den boze, maar MV had nog wel de beschikking over productiefaciliteiten en vakkundig technisch personeel. In oktober 1945 begon de productie van hun eerste motorfiets, de MV 98. Het was een eenvoudige, maar technisch goed opgebouwde 98cc-tweetakt met twee versnellingen in een heel eenvoudig frame. MV’s 98 woog 70 kilo en had een topsnelheid van 70 km/u en dat was niet slecht voor het motorblokje dat een vermogen leverde van 3,5 pk bij 4.800 tpm. De naam MV prijkte trots op de tank. Hij kreeg aanvankelijk de modelnaam ‘Vespa 98’ mee, maar daar nam Piaggio geen genoegen mee. Zij hadden de naam Vespa al laten registreren voor hun innovatieve scooter. Vanaf dat moment ging hij simpelweg als MV 98 door het leven. Met deze eenvoudige machine boekte MV ook haar eerste racesuccessen zowel op de weg als in het terrein. Het was geen hardloper maar erg betrouwbaar was hij zeker en om een race te winnen zul je hem toch eerst uit moeten zien te rijden. Waar de eerste race met een MV gewonnen werd is niet meer te achterhalen, wel is zeker dat Vicenzo Nincioni hem op zijn naam schreef in 1946. Dat jaar kwamen ook de MV 98 Turismo en de Lusso op de markt, voorzien van plunjer achtervering en de Lusso had daarnaast een telescoopvoorvork. In het kielzog van het vroege sportsucces realiseerde MV zich dat de racerij een uitstekende manier was om publiciteit voor het merk te genereren. Om die reden brachten ze de MV 98 Sport uit. Het motorblok leverde met 5 pk ongeveer 1,5 pk meer dan het standaardmodel. Het frame was korter en aan de voorkant deed in plaats van een parallellogram-vork een telescoopvork dienst. De voetsteunen stonden verder naar achteren en het stuur was erg smal. De berijder ‘sneed door de wind’, aldus MV in die tijd. Het duurde niet lang of MV ging ook racers bouwen in de 125cc-, 175cc- 250cc-klassen en in 1950 volgde het debuut in de 500cc-klasse. Het merk zou prachtige tijden gaan beleven in de Grands Prix van de jaren ‘50 tot en met de jaren ‘70. Uit de racerij kwamen regelmatig nieuwe modellen voort die vooral de sportieve rijders erg waardeerden.

De eerste viertakt

In oktober 1946 debuteerde ook de eerste viertakt van MV. Het was een verticale 250cc-ééncilinder die voor het eerst te zien was tijdens een sportevenement in La Spezia, waar hij werd bereden door Egidio Conficoni. Het model bleef tot 1951 in productie, maar er werden er slechts enkele van gebouwd. Op de Motorshow van Milaan, de voorganger van de huidige EICMA, was in 1947 een nieuwe 125cc-tweecilinder tweetakt van MV te bewonderen. Het was de Zefiro, die de bijnaam ‘Ranetta’ kreeg. Dat betekent ‘kleine kikker’ omdat hij een heel typerend uitlaatgeluid had. De Zefiro was een innovatieve en sportief vormgegeven motorfiets, maar verkocht nauwelijks omdat hij ontzettend duur was. Om die reden bracht MV in 1948 de betaalbare 125 cc Turismo op de markt. Dit was een doorontwikkeling van de 98 en een motor die gericht was op de ‘gewone’ motorrijder die hem gebruikte voor woon-werkverkeer. De Turismo had een tweetakt motorblok van 123,5 cc en leverde een vermogen van 4,8 pk. MV kon het niet laten en bracht ook een heuse raceuitvoering van deze ééncilinder op de markt. Het was de 125 Corsa, goed voor een vermogen van 9 pk. Deze machine was uiterst competitief en schonk MV haar eerste grote overwinning: de 125cc Grand Prix der Naties die verreden werd op het Italiaanse Faenza in 1948. De 125 B was de eerste scooter die MV Agusta in productie nam, in 1949 kwam hij op de markt. Hij werd opgevolgd door de C en de luxere C Super Lusso die niet heel veel van elkaar verschilden. Deze scooter werd goed verkocht in Italië. Eind jaren 40 zocht Graaf Agusta naar nieuwe exportmogelijkheden. In Spanje had het Franco-regime een verbod ingesteld voor de import van motorfietsen en het was ook niet toegestaan voor niet-Spanjaarden om in Spanje een bedrijf te beginnen. Om die reden verleende Graaf Agusta een licentie aan het Spaanse Alpha in Barcelona, waarna vanaf 1948 in Spanje ook MV’s geproduceerd werden onder de naam MV Alpha. De verkopen groeiden snel maar de productiecapaciteit van Alpha kon de vraag bij lange na niet bijbenen. In 1953 werd daarom overgestapt naar Avello, een fabriek met grote capaciteit waar ook Puch’s in licentie gebouwd werden. Aanvankelijk onder de naam MV Avello en vanaf 1955 onder de eigen naam MV Agusta werden daar tot 1972 MV’s gebouwd die varieerden in cilinderinhoud van 49 cc tot 300 cc.

In 1957 won Hailwood voor het eerst op MV

In de jaren ‘50 groeide MV Agusta sterk. Dat had te maken met de successen in de motorsport die een prima publiciteit genereerden in combinatie met een veelzijdig modellenprogramma. MV prikkelde motorrijders met name in 1950 toen ze het viercilinder 500 Turismo viertakt prototype lieten zien op de toonaangevende motorshow van Milaan. Een prachtig uitziende naked die rechtstreeks afgeleid was van de viercilinder wegracer waarmee MV Agusta debuteerde in de 500cc tijdens de Belgische Grand Prix van 1950. Maar begin jaren ‘50 was MV vooral succesvol in de 125cc-GP’s. Met de sportieve 125 Motore Lungo, die tussen 1950 en 1953 in productie was, speelde MV daar op de straat gretig op in. Het was een verticale ééncilinder tweetakt. Zijn naam was afkomstig doordat het carter zich voor de cilinder uitstrekte waardoor het blok nogal lang overkwam. Dat kwam omdat er een speciale twin-spark ontstekingsmagneet gehuisvest was. Vliegwielmagneten waren gebruikelijk op dit soort machines, maar die hadden moeite met toerentallen boven de 7.000 tpm en daar begon de 125 Motore Lungo nu net lekker te lopen. In 1950 werd de 125 CGT geïntroduceerd op de motorshow van Genève. Hij werd aangedreven door een 125cc-tweetakt. Leek de 125 B-scooter nog op een Vespa, de C Gran Turismo had meer weg van een vroege, met minder plaatwerk omgeven Lambretta. Dat was een bewuste keuze van MV, de CGT was eenvoudiger en goedkoper te produceren. De Ovunque-scooter die in 1951 op de markt kwam, was nog eenvoudiger en nog goedkoper. In 1952 kwamen als opvolger van de 125cc-modellen de 150 Turismo en Sport op de markt. MV produceerde ook in heel kleine oplages de 150 Supersport, die bedoeld was voor lange afstandsraces. Op de motorshow van Brussel werd in 1953 de Pullman geïntroduceerd. Hij werd aangedreven door een 123,5cc tweetakt ééncilinder die een vermogen van 5 pk leverde. Dat was goed voor een top van 75 km/u. Het was een slimme mix tussen een motorfiets en een scooter die in ruim drie jaar tijd zo’n 27.000 keer van de band rolde. Het werd een populaire motorfiets voor woon-werkverkeer en utilitaire diensten. De post en energiemaatschappijen maakten er dankbaar gebruik van. In 1953 kwam ook de 175 CS op de markt. Dit was een mijlpaal, want het waren de eerste viertaktmodellen van MV Agusta die, in uitzondering van de vroegere 250, echt in grotere aantallen geproduceerd werden. Daarnaast waren deze machines behoorlijk geavanceerd en leverden relatief veel motorvermogen. Dat kwam omdat de MV-clientèle van destijds vooral sportief van aard was. MV adverteerde in die periode met het feit dat ze een hoger motorvermogen voor hun motorfietsen belangrijker vonden dan betrouwbaarheid. In de vele stratenraces van destijds werd het merk dankzij de 175 CS en zijn opvolgers een synoniem voor sportiviteit en de racesuccessen stapelden zich op. De CS-serie bleef in productie tot 1959 en was tevens de eerste reguliere productie MV’s die een top van 100 km/u konden halen. De CS Turismo was het eenvoudige basismodel met 17” wielen, ideaal voor woon-werkverkeer en toeren. De CS Turismo Lusso zag er wat sportiever uit dankzij zijn grotere 19” wielen en een duozadel. De 175cc-ééncilinder viertakt leverde een vermogen van 8 pk bij 5.600 tpm en was fraai ontworpen. Opvallend was de toepassing van een enkele bovenliggende nokkenas, terwijl MV’s grootste concurrenten nog motorblokken met stoterstangen bouwden. Bijzonder was de 175 CSS, een rasechte supersportuitvoering van de CS, voorzien van schommelarmvoorvork. Hij werd bekend onder de naam ‘Disco Volante’ vanwege de karakteristieke vorm van de brandstoftank die onderaan erg breed uitliep. Motorisch viel vooral de grotere cilinderkop op. De CSS leverde een vermogen van 11 pk bij 6.700 tpm en kon een top halen van 110 km/u. Er was ook een echte productieraceversie leverbaar, de 175 CSS-5V. Hij had een lichter frame net zoals de regulier CSS had hij een schommelarmvoorvork. Hij was specifiek bedoeld voor de 175cc-productieraceklasse en had een vijfversnellingsbak. Deze machine werd ook wel ‘Squalo’ (haai) genoemd en leverde een vermogen van 15 pk bij 8.800 tpm. De Squalo boekte ook veel succes buiten Italië. Mike Hailwood won zelfs zijn eerste race op een tot 196 cc opgeboorde CSS-5V op Oulton Park in 1957. Tussen 1954 en 1957 zijn ongeveer 200 van deze bijzondere machines gebouwd. Er was ook een straatuitvoering leverbaar, met een gedempte uitlaat en verlichting. In 1954 debuteerde de Rapido-serie. Dit waren de opvolgers van de eenvoudige tweetakt wegmodellen die de basis vormden van MV Agusta’s motorfietsgamma. De 125cc Turismo Rapido was de eerste, hij werd aangedreven door een eenvoudig viertakt stoterstangen motorblok met vier versnellingen. Naarmate de tijd vorderde kwamen er Rapido-varianten op de markt, zoals de Turismo Rapido Lusso, de Extra, Extra Lusso en America. Het 125cc-Pullman modellenprogramma kreeg in 1955 uitbreiding met de Super Pullman. Hij leverde met 6 pk iets meer vermogen, maar zag er meer uit als een motorfiets dankzij zijn grotere wielen. Opvallend was de toepassing van een korte schommelarmvoorvork in plaats van een telescoopvork zoals de Pullman had. Maar 1955 had meer te bieden. Ook de 48 ging in productie. Het was MV’s eerste bromfiets die tot 1959 in productie zou blijven. Daarnaast was er de 300 Twin, die in 1955 debuteerde. Het was een sportief model met dubbele bovenliggende nokkenassen dat een vermogen leverde van 20 pk bij 8.000 tpm. In 1956 deed de 250 cc Raid zijn intrede, een allround motorfiets die ook in een heel kleine militaire oplage gebouwd werd. In 1959 werd het ééncilinder viertakt motorblok opgeboord naar 300 cc. Hij zou tot 1962 in productie blijven.

De laatste overwinning in de GP

In 1958 ging de nieuwe Codice Della Strada (wegenverkeerswet) in Italië in werking. Dit had tot gevolg dat motoren van 125 cc en minder niet meer op snelwegen mochten komen. MV reageerde hierop door de Rapido-modellenlijn te vergroten naar 150 cc, met de 10 pk sterke 150 Rapido Sport als meest populaire model. Daarnaast deed ook de goedkope 175 cc A- en B-modellenserie zijn intrede. Die zou niet heel populair worden en ging na een paar jaar stilletjes uit productie. Hij was bedoeld voor degenen die de veel sportievere CS-serie met enkele bovenliggende nokkenas minder waardeerden, maar meer een eenvoudiger woon-werkmachine zochten. De nieuwe wet bracht voor wat betreft het kleinere marktsegment ook de 83 cc Ottantatre Turismo en Ottantatre Sport voort. Tot 1960 bleven die in productie. De verkopen van de 125 cc Super Pullman liepen ook fors terug door de nieuwe wegenverkeerswet. Hij ging in 1958 uit productie nadat er in totaal ongeveer 3.000 exemplaren van gefabriceerd waren. Dat was jammer, want er was uitgebreid getest met brandstofinjectie dat in 1959 zijn intrede had moeten doen op het model. Met de motormarkt ging het steeds slechter in die tijd. De FIAT Topolino en met name de FIAT 500 zorgden ervoor dat een auto voor iedereen bereikbaar werd. Dat ging ten koste van de Italiaanse motorindustrie. Tegenvallende verkopen en torenhoge kosten vanwege de noodzakelijk geachte deelname aan races zorgden ervoor dat veel fabrieken hun koers drastisch omgooiden. In die periode lanceerde MV verschillende modellen zoals de Tevere 235 en de 125 Centomilla. Dit model was voorzien van een centrifugaal oliefilter dat bijzonder effectief was. Om die reden werd het nieuwe model als ‘Centomilla’ gedoopt. Dat betekent 100.000 in het Italiaans, een verwijzing naar het feit dat MV destijds een garantie van 100.000 kilometer op het motorblok gaf! In 1960 kwam de 155 cc Chicco-scooter op de markt die slechts vier jaar in productie bleef. Door de nieuwe wegenverkeerswet was het 150 cc-segment wat populairder geworden. In een dalende motormarkt was dat een belangrijk signaal. Om die reden bracht MV in 1959 de 150-serie uit. Ze waren gebaseerd op de Centomilla en werden in een aantal verschillende uitvoeringen geproduceerd tot 1970. De Checca-modellenlijn verscheen in 1960 en zou tot 1969 in productie blijven. Het waren de opvolgers van de Ottantatre en zouden geleidelijk in diverse uitvoeringen uitgroeien van 83 cc naar 99 cc en tenslotte 124 cc. De meeste fabrieken waren om financiële redenen in 1957 met de GP gestopt om het hoofd boven water te houden. MV Agusta nam aanvankelijk ook dat besluit, maar verscheen in 1958 toch weer op de circuits. Wat volgde was een periode zonder al te veel concurrentie, waardoor vele wereldtitels binnen bereik kwamen en die met topconstructeurs en coureurs uit die tijd netjes geboekt werden. Eind 1964 contracteerde MV Agusta de Italiaanse topcoureur Giacomo Agostini, die privé en later met Moto Morini-fabrieksracers opzienbarende resultaten behaalde met 175 cc- en 250 cc-wegracers. Met Agostini begon een waanzinnig succesvolle periode voor MV. De drie- en viercilinder GP-racers waren bijna ongenaakbaar in de 350 cc- en 500 cc-wereldkampioenschappen. Ago won tussen 1966 en 1972 opeenvolgend het 500 cc-wereldkampioenschap met MV, tussen 1967 en 1972 werden ook de wereldtitels voor constructeurs in deze klasse door MV binnengehaald. De latere driecilinder 500 GP-racer was een technisch kunststukje en de laatste die het nog succesvol op kon nemen tegen de opkomende Japanse tweetakten. Agostini claimde uiteindelijk de laatste MV-overwinning in een wereldkampioenschap wegrace. Dat was tijdens de West-Duitse Grand Prix, die verreden werd op de Nürburgring op 29 augustus 1976. Daarna maakte hij de overstap naar Yamaha, na in 1977 nog een paar races op Suzuki gereden te hebben. Hoewel MV bezig was met de ontwikkeling van een nieuwe generatie vierkleps motoren werd besloten hier verder geen gevolg aan te geven. Het ging eind jaren ’70 slecht met de fabriek, de motorverkopen liepen terug naar een absoluut dieptepunt en de fabriek raakte steeds dieper in de financiële problemen. In 1980 rolden de laatste MV’s van de band. Toen werd het stil rond MV. Tot in juli 1986 groots aangekondigd werd dat alle prototypes, racers, frames en motorblokken van de voormalige raceafdeling in de verkoop gingen. De verontwaardiging in Italië was groot toen zich buitenlandse kopers aandienden. Ondanks een pleidooi aan de Italiaanse regering om dit materieel in Italië te houden werd het toch verkocht. De Italiaans-Amerikaanse Robert Ianucci, eigenaar van een advocatenkantoor en de historische motorrenstal Team Obsolete, kocht alles op. Onder auspiciën van Ianucci komen de historische MV Agusta racers tot op de dag van vandaag af en toe nog steeds in actie.

Historie Indian Motorcycle: Indian Summer

Een 600cc-viercilinder met cardan

In de jaren ‘60 ging het slechter en slechter met de motormarkt. MV reageerde alert en besloot haar modellenprogramma uit te breiden. In een poging om meer jongeren naar een gemotoriseerde tweewieler te lokken werd in 1962 de 50 cc Liberty-modellenserie geïntroduceerd. In 1964 kwam er ook een 70 cc-uitvoering van de Liberty, voor de 50 cc-categorie deed de Germano zijn intrede met een moderner motorblok. De Liberty-modellen zouden tot 1968 in productie blijven. De 166 cc Arno-tweecilinder viertakt was een riskant model in die commercieel uiterst onzekere tijd. Hij was bedoeld voor de financieel welgestelde motorrijder die een technisch lekkernij kon waarderen. De nieuwe 125 cc-serie die in 1965 debuteerde was gebaseerd op de Centomilla, hij werd redelijk verkocht en de verschillende uitvoeringen bleven tot 1973 in productie. MV was al vroeg sinds haar ontstaan ook actief in de terreinsport. In de jaren ‘60 vond er een opleving plaats, de terreinracerij werd steeds populairder. MV’s nieuwe 125 was dan ook leverbaar in een terreinuitvoering, de 125 Scrambler. De terreinsuccessen van MV zouden ook leiden tot de echt serieuze 125 Regolarita, een 125 cc-ééncilinder viertakt met vijf versnellingen die een vermogen leverde van 12,5 pk. Deze terreinfiets werd een succes. Medio jaren ‘60 begon de motormarkt iets aan te trekken. De motorfiets werd meer gezien als hobby en zwaardere machines werden wat populairder. MV veranderde haar modellenpolitiek en draaide de frequentie waarin het bijna jaarlijks nieuwe, lichte modellen onder de 175 cc introduceerde terug en legde de focus op de zwaardere modellen. Wat dat betekende werd tijdens de show van Milaan in 1965 duidelijk toen MV een nieuwe 250 twin en een volledig nieuwe 600 cc-viercilinder introduceerde. De twin zou in verschillende uitvoeringen, inclusief een scrambler, tot 1971 in productie blijven. Zijn opvolger was toen al in productie. Dat was de tot 350 cc opgeboorde 350 Twin, die het tot 1974 vol zou houden en ook in diverse uitvoeringen -inclusief scrambler en politie- leverbaar zou zijn.

De 600-viercilinder vormde het begin van een nieuwe modellenlijn die tot 1980 stand zou houden. De 600 sloeg in als een bom. De motorische gelijkenis met de machtige GP-racers van MV was overduidelijk. Maar er waren wel verschillen, de cilinderinhoud was bewust groter gehouden dan 500 cc en hij was voorzien van cardanaandrijving. Het merk duldde geen concurrentie in de racerij en wilde voorkomen dat hij teruggebouwd werd naar 500 cc. Cardanaandrijving was ook lastig om te bouwen naar de meer voor de racerij geschikte kettingaandrijving, hoewel sommige vroege MV-viercilinder wegracers ook cardanaandrijving hadden. De 600 was vooral bedoeld als toermachine en daarmee was het een lastige MV om in de markt te zetten. Merkliefhebbers wilden liever een sportieveling en voor toerliefhebbers was hij weer te sportief. Veel maakte dit dilemma niet uit, voor beide categorieën was hij nagenoeg onbetaalbaar. Deze machine vormde wel de basis voor de legendarische 750 cc-supersportieve viercilinders. De eerste 750 deed zijn intrede tijdens de show van Milaan eind 1969. Het was de 750 Sport, heel karakteristiek uitgevoerd met vier uitlaatdempers en goed voor een top van ongeveer 220 km/u. Later kwam er nog een GT-uitvoering van de 750 en in 1971 ook een Super Sport inclusief volle kuip en racezitje. De topsnelheid werd met 260 km/u wel wat optimistisch geclaimd. In 1974 kreeg de 750 S schijfremmen en werd hij ook leverbaar met volle kuip. In 1975 kwam de nieuwste versie van MV’s sportieve viercilinder op de markt. Dit was de iconische 750 S America, maar wel met een cilinderinhoud van 790 cc. De laatste viercilinder uit de klassieke MV-periode was de 837 cc 850 SS. In Engeland werd hij de Boxer genoemd, in Duitsland de Super Daytona. Het was in feite een 750 S America die de fabriek op voorraad had, maar waar geen belangstelling meer was. MV besloot het model te upgraden, waarna de laatste toch nog verkocht werden. In 1980 viel het doek voor deze generatie viercilinders definitief toen de productie stilgelegd werd.

Castiglioni en Tamburini

Graaf Domenico Agusta overleed in 1971. Dat was een grote klap voor het merk. Domenico regeerde de fabriek en haar raceactiviteiten met harde en soms scrupuleuze hand. Het management raakte verdeeld. De fabriek leed steeds meer verlies en de racerij vrat kapitaal. Uiteindelijk werd besloten de raceactiviteiten in te perken en het modelprogramma volledig te beperken tot de 350cc-modellen en de zware 750-viercilinders. In een poging meer motorfietsen te verkopen in het kleinere segment transformeerde MV de 350cc tweecilinder. Ze huurden Giorgetto Giugiaro in die een verfrissend nieuw ontwerp introduceerde. In 1973 werd een prototype getoond op de show van Milaan en in 1975 ging de nieuwe 350 Ipotesi tweecilinder viertakt in productie. Opvallend genoeg kwam er in 1975 ook een nieuwe MV 125cc eencilinder viertakt op de markt. Dit zou het laatste nieuwe model van het oorspronkelijke MV blijken te zijn. Het was de fraaie 125 Sport, die dezelfde styling meekreeg als de Ipotesi. Tot 1980 bleven deze machines in productie. Het waren opvallende verschijningen. Het ontwerp was erg sportief en modern, de Ipotesi was de eerste Italiaanse productiemotor met gietwielen en drie schijfremmen. Er was ook een toeruitvoering leverbaar, de GT. Het vermogen van de Ipotesi lag op 34 pk bij 8.500 tpm, dat was maar liefst 7 pk meer dan zijn voorganger.

In 1992 werd de MV Agusta merknaam overgenomen door Cagiva’s Claudio Castiglioni. Castiglioni was vastbesloten MV nieuw leven in te blazen. De Cagiva-fabriek had destijds al een nieuwe viercilinder motorfiets in ontwikkeling. MV Agusta’s nieuwe hoofdkwartier werd ingericht in de Cagiva-fabriek in het Italiaanse Schiranna. Castiglioni maakte veel kapitaal vrij en investeerde volop in de ontwikkeling van een nieuwe MV-straatmotor. Hij contracteerde Massimo Tamburini, bekend van Bimota en modellen zoals de Ducati 916. Het resultaat dat voor het eerst tentoongesteld werd op de show van Milaan in 1997 was in één woord opzienbarend. De MV Agusta F4 was geboren, de voorloper van alle huidige MV Agusta’s. Het ontwerp was hypermodern en voorzien van veel innovatieve details en prachtige ontwerpoplossingen. De F4 was in MV’s traditionele racekleuren rood en zilver uitgevoerd. De overtreffende trap kwam al in 1999 toen de ‘Oro’ zijn intrede deed, met een geclaimde topsnelheid van meer dan 280 km/u.

In 2003 kwam de naakte Brutale op de markt. Het was een poging om meer cashflow te genereren. MV had kapitaal nodig om te overleven, want de peperdure modellen kenden geen hoge productieaantallen. Het was niet genoeg, daarom besloot Claudio Castiglioni in december 2004 een deel van zijn aandelen in MV Agusta te verkopen aan de Maleisische automotive gigant Proton. Dit leverde een bedrag van 70 miljoen euro op. Een jaar later kocht de Italiaanse financiële holding GEVI S.p.A. deze aandelen over voor slechts een euro. De samenwerking tussen GEVI en Castiglioni verliep niet heel erg soepel. Claudio zocht naar wegen om van GEVI af te komen en vond een bijzondere zakenpartner in Harley-Davidson. Dit leidde in juli 2008 tot een deal waarin Harley-Davidson de hele MV Agusta Group overnam voor 109 miljoen dollar. Castiglioni zou aanblijven als directeur. Vervolgens investeerde Harley een bedrag van 40 miljoen euro waarmee schulden afgekocht werden, model upgrades uitgevoerd werden en in razend tempo nieuwe modellen werden ontwikkeld.

Het is bijzonder dat Harley-Davidson in 2009 besloot om de MV Agusta Group toch weer te verkopen. Het was een besluit dat genomen werd om financiële risico’s binnen het Harley-Davidson conglomeraat te beperken vanwege aanhoudende tegenvallende verkopen van hun eigen motoren. Door de enorme kapitaalinjectie van Harley-Davidson was MV Agusta in korte tijd weer een redelijk gezond bedrijf geworden. Opvallend genoeg kocht Castiglioni MV Agusta vervolgens weer terug voor een bedrag van een euro. Een jaar later, tijdens de EICMA in Milaan, werd de nieuwe generatie van de F4 geïntroduceerd met het nieuwe 998 cc Corsa Corta-motorblok dat een vermogen leverde van 201 pk. De Brutale-modellenlijn kreeg ook een update met de 990R en de 1090R.

Op 17 augustus 2011 overleed Claudio Castiglioni op 64-jarige leeftijd aan een langdurige ziekte. Zijn zoon Giovanni volgde hem op en benoemde Massimo Bordi als vice-directeur. Hij maakte de visie van zijn vader waar toen hij in 2012 de nieuwe F3-modellenserie, ontworpen door Ezio Mascheroni, in productie nam. De ‘Supersport’ F3 en de naakte Brutale 675 gaven de MV-verkopen een mooie impuls. Een jaar later werd de F3-modellenlijn uitgebreid met de 798 cc F3 800 en de Rivale 800, die MV bestempelde als een hypermotard. Later zouden ook de Brutale 800 en de Brutale 800 Dragster volgen. Het sportieve toersegment werd bediend met de Turismo Veloce 800, een motor die zich in hetzelfde segment bevond als de Ducati Multistrada, en de Stradale 800. De F3-modellen verkochten goed, in 2012 stegen de verkopen zelfs met 70% vergeleken met het jaar ervoor.

De aanhoudende groei zorgde echter ook voor productieproblemen die alleen opgelost konden worden met een nieuwe kapitaalinjectie. Mercedes-AMG bracht uitkomst en nam MV Agusta voor 25% over. Naar verluidt investeerde Mercedes-AMG een bedrag van 30 miljoen euro in MV en ondersteunde de sales & marketing. Maar dit bleek op termijn niet genoeg te zijn. Toen Mercedes-AMG vervolgens aankondigde haar belang in MV te willen verminderen, ontstonden er problemen met de kredietvoorziening die banken verleenden aan MV. Dit leidde ertoe dat MV bij de rechter aanklopte voor bescherming tegen een faillissement. Dit werd in maart 2016 onder de Italiaanse Concordato di Continuità vastgelegd. Dit is een wettelijke Italiaanse continuïteitsovereenkomst die bedrijven beschermt tegen een faillissement door voorbarige schuldeisers op afstand te houden. De overeenkomst werd toegekend voor de tijdsduur die het zou kosten om een nieuwe investeerder te vinden die bereid was om geld in MV te pompen, maar de overeenkomst kwam wel met pittige voorwaarden. De productieproblemen moesten opgelost worden. De productieaantallen, die zo’n 9.000 stuks per jaar bedroegen, waren hoger dan dat de fabriek redelijkerwijs aankon. Een maximum van 7.000 werd wel acceptabel gevonden. De R&D kosten moesten worden teruggebracht van 15 miljoen euro naar 7 miljoen en het budget voor de raceafdeling ging terug van 4 miljoen euro naar 600.000. Tot slot moest het personeelsbestand met tweehonderd medewerkers inkrimpen.

De zoektocht naar een nieuwe investeerder leverde resultaat op toen in november 2016 Giovanni Castiglioni een deal sloot met het Engels-Russische COMSAR Invest. Zij waren onderdeel van de Black Ocean Group en werden geleid door de familie Sardarov. Maart 2017 werd deze deal samen met een financieel herstelplan voor MV Agusta S.p.A. geaccordeerd door de rechter. Halverwege 2017 had de Black Ocean Group 49% van MV Agusta Holding, de moedermaatschappij waar MV Agusta S.p.A. onder viel, in handen. Dat was inclusief de 25% die Mercedes-AMG daarvoor in handen had. Giovanni Castiglioni behield zelf 51%.

Tijdens de EICMA in Milaan van 2018 debuteerde een nieuwe modellenlijn van 1000cc-viercilinders, waarvan de techniek ontworpen was onder leiding van Brian Gillen en het ontwerp door Adrian Morton. De Brutale 1000 Serie Oro werd geïntroduceerd als ’s werelds snelste naked. Het motorvermogen van 208 pk, 212 pk met een speciaal uitlaatsysteem, en een koppel van 115 Nm moest garant staan voor een topsnelheid van maar liefst 312 km/u. Hij werd gekozen als mooiste motorfiets die tentoongesteld werd op de EICMA van 2018. Ook werden er twee volledig nieuwe modellen geïntroduceerd, de neo-klassieke Superveloce 800 Serie Oro, die gebouwd werd in een gelimiteerde serie van 300 stuks en de F4 Claudio, waarvan er 100 gebouwd werden. Eind 2018 investeerde de Black Ocean Group 40 miljoen euro in MV Agusta en Timur Sardarov werd de nieuwe CEO. Een jaar later werd een vijfjarig businessplan gepresenteerd waarin aangekondigd werd om binnen vijf jaar de productie naar 25.000 motoren op te voeren. Massimo Bordi werd aangesteld als vice-directeur onder Timur Sardarov en Paolo Bettin werd aangesteld als financieel directeur. Giovanni Castiglioni bleef aan als consultant.

De Superveloce was voorheen al in een beperkte oplage van 300 stuks gebouwd, maar dat veranderde in 2020 toen hij in een meer reguliere, maar nog steeds exclusieve serieproductie ging. Hij was gebaseerd op het 800 cc F3-platform. MV noemde het een ‘moderne interpretatie van het iconische MV Agusta-stijlconcept. Het is een fusie tussen het verleden en het heden, één die een toekomst mogelijk maakt met de goede herinneringen uit het verleden daarin verweven.’

In november 2022 kocht de Pierer Mobility A.G. een 25,1% minderheidsaandeel in MV Agusta. Het was de bedoeling dat deze firma, bekend van KTM, Husqvarna en GasGas, MV ook zou gaan ondersteunen met productie knowhow en sales. In maart 2024 steeg het aandeel van Pierer naar 50,1 en daarmee was een meerderheidsbelang zeker gesteld. Maar ook KTM raakte in zwaar weer en in januari 2025 werd Black Ocean weer volledig eigenaar van MV.

Je kunt niet anders dan benieuwd zijn naar hoe het MV Agusta in de toekomst zal vergaan. Eén ding is zeker, het merk heeft zich altijd bewezen als een verrijking van de motorwereld. Het is een merk dat kleur geeft aan de motorhistorie!

Met dank aan Roberto Patrignani (RIP), Sandro Colombo, Museo MV Agusta – Manuela Boschetti, Luca Passerini

De wereldtitels
MV’s laatste wereldtitel werd behaald in de 500cc in 1974 met Phil Read als rijder. MV was gigantisch succesvol in de racerij. Dat had deels te maken omdat de grote Italiaanse motorfabrikanten zich eind 1957 terugtrokken uit de racerij. MV won het 500cc-wereldkampioenschap in 1956 en daarna kwam er een weergaloze onafgebroken reeks tussen 1958 en 1974. In de 350cc scoorde MV wereldtitels in 1958 tot en met 1961 en 1968 tot en met 1973. In de 250cc werd MV wereldkampioen in 1956 en 1958 tot en met 1960. In de 125cc tenslotte werden wereldtitels binnengehaald in 1952, 1955, 1956 en 1958 tot en met 1960.

Giacomo Agostini vierde grote successen met MV Agusta. In 1967 won hij de GP500 van West-Duitsland op Hockenheim. Het werd de één na laatste overwinning van MV.
Motocarri driewielers
Net zoals de meeste Italiaanse motormerken produceerde MV Agusta ook de typische ‘motocarri’-driewielers. De voorkant was motorfiets, de achterkant werd gevormd door een laadbak met twee zijwielen net zoals op een kleine vrachtwagen. Soms zie je ze nog rijden in Italië. Het waren erg goedkope werkpaarden die heel effectief waren. MV bouwde haar eerste motocarri in 1947, aangedreven door het MV 98 tweetaktblok. Er zijn er heel weinig van gebouwd, in 1948 stopte de productie. Deze 98cc-motocarri viel op door zijn afwijkende bouw, het laadgedeelte bevond zich voor het motorfietsgedeelte zoals bij een bakfiets. In 1955 werd een nieuwe poging ondernomen, dit keer met het motorfietsgedeelte aan de voorkant en het laadgedeelte aan de achterkant. Deze kleine motocarri werd aangedreven door een speciale versie van het 175cc-motorblok met enkele bovenliggende nokkenas. Hij bleef tot 1958 in productie. In 1959 kwamen er twee nieuwe MV motocarri op de markt, beiden voorzien van een metalen cabine. Het waren de 150 cc Centuro en de 235 cc Tevere. In 1968 kwam er een voorgoed einde aan de motocarri-productie van MV Agusta.
De MV Agusta 98 Motocarri uit 1947. Vanaf 1959 bouwde MV Agusta motocarri met de besturing vooraan.

Foto’s: Archives A. Herl, Roberto Patrignani (RIP), Sandro Colombo, Museo MV Agusta – Manuela Boschetti

Zesvoudig wereldkampioen Jonathan Rea sluit rijke racecarrière af na 2025-seizoen

0

Jonathan Rea, ongetwijfeld een van de grootste namen in de geschiedenis van het World Superbike Championship, heeft aangekondigd dat hij na het seizoen 2025 zal stoppen met fulltime racen. De Noord-Ierse coureur, die momenteel uitkomt voor het Pata Yamaha Prometeon WorldSBK-team, laat een indrukwekkende erfenis achter met statistieken die voor zich spreken: zes opeenvolgende wereldtitels, 119 overwinningen, 264 podiumplaatsen, 44 pole positions en 104 snelste ronden in 459 races.

Rea’s dominantie in de periode 2015-2020 bij het Kawasaki Racing Team (KRT) is ongekend in de geschiedenis van het kampioenschap. Zijn vermogen om jaar na jaar te presteren op het hoogste niveau, in samenwerking met teamgenoten als Tom Sykes, Leon Haslam en Alex Lowes, heeft nieuwe maatstaven gezet voor excellentie in de motorsport. De combinatie van zijn uitzonderlijke talent, onvermoeibare toewijding en sterke band met zijn Kawasaki Ninja ZX-10R vormde de basis voor deze historische reeks kampioenschappen.

Jonathan Rea rijdt net op Yamaha maar heeft nu al een eigen model

De Yamaha-periode: een nieuwe uitdaging

Na zijn succesvolle jaren bij Kawasaki maakte Rea in 2024 de overstap naar Yamaha, waar hij op de YZF-R1 reed. Deze verandering werd met grote belangstelling gevolgd in de motorsportwereld, maar bleek uiteindelijk niet het succes te brengen waarop was gehoopt. Ondanks enkele hoogtepunten, waaronder een pole position in natte omstandigheden in Assen en een podiumplaats in de Superpole-race op Donington Park in 2024, werd zijn periode bij Yamaha gekenmerkt door uitdagingen.

De technische aanpassing van de Kawasaki naar de Yamaha bleek ingewikkelder dan verwacht. De YZF-R1, uitgerust met een 998cc vloeistofgekoelde viercilinder met crossplane-krukas die ongeveer 200 pk (147 kW) levert, vereiste een andere rijstijl dan Rea gewend was. Het Deltabox aluminium frame en de volledig instelbare KYB-ophanging boden uitstekende prestaties, maar Rea had moeite om de perfecte harmonie te vinden die hij eerder met zijn Kawasaki had bereikt.

In het seizoen 2024 eindigde Rea als 9e in het algemeen klassement, terwijl zijn teamgenoot Andrea Locatelli als 5e eindigde. In 2025, voorafgaand aan zijn aankondiging om te stoppen, stond Rea 12e in het kampioenschap, met Locatelli op de 6e plaats. Deze resultaten weerspiegelen de uitdagingen waarmee hij te maken kreeg tijdens zijn Yamaha-periode.

Geavanceerde technologie onder de kap

De Yamaha YZF-R1 waarmee Rea reed, is uitgerust met een indrukwekkend pakket aan elektronische hulpmiddelen. Het Yamaha Ride Control (YRC)-systeem stelt rijders in staat om motor- en chassisinstellingen aan te passen, terwijl het Traction Control System (TCS) instelbare niveaus van interventie biedt om wielslip te voorkomen. Daarnaast zorgt het Slide Control System (SCS) voor het beheer van zijwaartse bewegingen tijdens het nemen van bochten.

Andere belangrijke technologieën zijn het Launch Control System (LCS), dat de acceleratie vanaf een staande start optimaliseert, het antiblokkeersysteem (ABS) dat wielsblokkering tijdens het remmen voorkomt, en het Quick Shift System (QSS) dat schakelacties zonder koppeling mogelijk maakt. Deze systemen zijn cruciaal voor het beheersen van het vermogen van de YZF-R1 en het verzekeren van optimale prestaties onder diverse racecondities.

De motorfiets staat bekend om zijn precieze handling en wendbaarheid, dankzij het lichtgewicht chassis en geavanceerde veersysteem. De crossplane-krukas levert lineair vermogen, wat de grip en stabiliteit in bochten verbetert. De motor wordt geprezen om zijn inrijsnelheid in bochten en stabiliteit tijdens het midden van de bocht.

Reacties uit de WorldSBK-gemeenschap

Andrea Dosoli, Division Manager van Yamaha Motor Europe, erkende Rea’s talent en toewijding en sprak zijn teleurstelling uit dat hun samenwerking niet aan de verwachtingen heeft voldaan. Teamgenoot Andrea Locatelli noemde het “een eer om Jonathan als teamgenoot te hebben” en gaf aan veel van hem te hebben geleerd. Toprak Razgatlioglu, een van Rea’s grootste rivalen die nu voor BMW rijdt, beschreef hem als “een legende” en wenste hem het beste.

Commentator Steve English merkte op dat “Rea’s pensioen het einde van een tijdperk markeert en een aanzienlijke verschuiving in het WorldSBK-landschap betekent. Zijn vertrek zal in de hele paddock worden gevoeld.” Deze reacties onderstrepen de enorme impact die Rea heeft gehad op de sport en het respect dat hij geniet onder collega’s en experts.

Afbeelding: Facebook Jonathan Rea