maandag 11 mei 2026
Home Blog Pagina 1354

Getest: Kawasaki Versys-X 300

0

Back to basic
Die kleine X 300 is het laatste familielid van de Versys-familie volgens Kawasaki, na de Versys 1000 en 650 dus. Waar die twee grotere broers duidelijk wat van elkaar weg hebben qua uiterlijk, is dat bij de jongste telg minder het geval. Een iets minder uitgesproken design maar nu ook weer niet basaal als het om onderhuidse handigheidjes gaat. De paralel tweecilinder is namelijk gewoon voorzien van een slipperclutch en –assist. Koppelen doe je dus bijna letterlijk met je pink. Dat doe je dan ook redelijk vaak met zo’n lichte motorfiets. Zijn maximale trekkracht van liefst 25,7 Nm behaal je pas bij 10.000 toeren (maximaal vermogen zelfs bij 11.500). Voor je de straat uit bent zit je dus al haast in zijn vijfde versnelling, al is dat voor op de smalle weggetjes van Texel meer dan voldoende. Daarbij is de Versys door zijn maximale vermogen dat nipt onder de 30 kW blijft steken tevens geschikt voor de A2-rijders onder ons. Toch is hij juist ook voor de iets doorgewinterde rijder interessant. Is het simpelweg niet door zijn aardige prijs van €6.699,-, dan misschien wel door dat speelse karakter wat hij bezit. Misschien dat het de rechte zithouding is, of het gebrek aan een overvloed aan informatie op het dashboard – maar op de Versys-X voel je je weer een paar jaar jonger.

Generatie X
Terugkomende op die crossende brozems. Hoewel de wegen op het waddeneiland er goed bijliggen, wil je met een motor met een X-aanduiding toch wel even weten wat zijn offroadkwaliteiten zijn. Een uitstapje door een veldje geeft vertrouwen. De lange wielbasis van net geen anderhalve meter en grondspeling van 18 cm zijn niet bijzonder ruim voor het extremere offroad-gebruik, maar voor een zandpad hier of daar hoef je niet bang te zijn. Met dieper zand blijkt hij wel moeite te hebben merken we, aangekomen bij de vuurtoren aan de Noordzijde van het eiland. Dat is natuurlijk ook niet gek, want met 175 kilo afgetankt heeft hij nu eenmaal niet al te veel in de schaal te leggen om een beetje grip te krijgen in die mulle ondergrond. Nee, houdt het beter bij vastere ondergrond om jezelf te verplaatsen. Het asfalt in de stad bijvoorbeeld. Want daar is toch waar deze Versys waarschijnlijk helemaal gaat uitblinken. Door zijn lage gewicht en relatief kleine formaat, past hij uiterst goed in het drukke verkeer in de binnenstad. 

Conclusie
De jongste Versys uit de familie kan daarom wel eens een veelgeziene gast worden op de Nederlandse straten. Hoewel A2-motoren nog veelal worden gemeden door meer ervaren rijders, zie ik toch juist bij die rijders een toekomst voor de Versys-X. Zijn lichte sturen en gretige parallel twin zorgen al bij de eerste meters iedere keer voor een glimlach op je gezicht. Hij wil werken, dat merk je aan alles, al is hij daar mischien weer net té licht voor. Maak je een uitstapje over zandwegen dan redt  hij zich met aangereden zand. Zodra het mul wordt krijgt hij het door zijn lage gewicht lastig. Nee, misschien is de X nu eenmaal beter geschikt voor gebruik in drukker verkeer. Daar komt dat lage gewicht namelijk alleen maar beter van pas tusse de auto’s in. Hoog op zijn poten, maar toch nog makkelijk je voet aan de grond kunnen krijgen: wat wil je eigenlijk nog meer van een motor in de stad. De Versys-X 300 valt vooral te roemen om die veelzijdigheid. En met 17 liter benzine in de tank kun je daar en flinke afstand van genieten, al is het zadel aan het eind van die rit wel de reden om even pauze te nemen. Al met al moet de Versys-X vooral bekeken worden vanuit die funfactor die hij bezit. Ieder ritje is leuk. Valt het dan toch een keer tegen, dan sla je gewoon het eerste beste veld in om een beetje te crossen, zoals die brozems in de jaren 50 ook al deden met hun lichte bromfietsen. Of je denkt gewoon even terug aan de aankoopprijs, want daar wordt je natuurlijk helemaal blij van.

Tekst: Tom van Appeldoorn, foto’s: Kawasaki

 

[justified_image_grid ids=25619,25620,25621,25622,25623,25624,25625,25626,25627,25628,25629]

Zweden in het wild: de Wildernisweg

0

In een uithoek van Zweden ligt een wildernis waar de bevolkingsdichtheid minimaal is en de berendichtheid maximaal. Er doorheen loopt een van ‘s lands mooiste wegen. Jan Dirk Onrust gaat op zoek naar beren op de Wildernisweg.

Begin mei trekken zware Volvo-sneeuwschuivers een donkere streep over de witte Stekenjokkfjell. Dan pas is de Wildernisweg echt geopend, al moet het eerste verkeer langs een metershoge sneeuwwal rijden.

De Wildernisweg ligt niet eens zo noordelijk – in Jämtland, halverwege Zweden, bijna 400 km onder de poolcirkel – maar hij heeft wel de hoogste pas (876 m). En daar schieten de temperaturen ’s winters makkelijk onder de -20. Vandaag is het warm. Het is half augustus en ik ben net Strömsund ingereden, waar de Wildernisweg begint. Om er te komen reed ik een paar honderd kilometer over het Zweedse platteland. Eeuwig zingende bossen met weilanden ertussen en daar een groepje roodbruine huizen bij.

Het voorbeeldland

Als ik het zie, moet ik aan Emil denken. De kwajongen uit de kinderserie van Astrid Lindgren woonde ook zo. Op de Joop den Uyl-school te Zaandam moesten we daar elke dinsdagmiddag naar kijken. Vermoedelijk omdat er een sociaaldemocratische boodschap in zat verstopt. Of omdat het uit Zweden kwam. Zweden was toen het voorbeeldland voor onze onderwijzers. Een soort DDR was het bijna, maar dan blij, rijk en vrij. Of wij sociaaldemocraatjes van de serie werden, betwijfel ik. Wel gingen we een beetje van Zweden houden – van het landschap en van de vriendelijke mensen. Ik heb dat nog altijd, maar deze keer hangen er wolken boven het idylle.

De oorzaak is een aanzwellende stroom van verontrustende berichten. Het is nu het land waar popfestivals worden stilgelegd wegens verkrachtingen, waar ouderen niet kunnen rondkomen van hun pensioen, waar vrouwen ‘s avonds de straat niet op durven, waar meer dan zestig no-go zones voor de politie zijn, waar de kranten zwijgen, de politiek blind is en vrijheid van meningsuiting niet meer bestaat. Dat hoor je tenminste van rechts. En die oorlogshitsers moet je natuurlijk niet geloven. Want dat zijn nazi’s en racisten. Dat zegt links tenminste. En die bellenblazers die iedereen willen zwartmaken, moet je natuurlijk nooit geloven. Wat ik wel geloof is dat Zweden zijn beste tijd als voorbeeldstaat heeft gehad.

Nieuw asfalt

Misschien valt het mee in de uithoek van Jämtland/Västerbotten. Er zijn geen steden en alles gebeurt er met een vertraging van een jaar of twintig. Hoop je dan maar.

De Wildernisweg ontsluit in zijn 370 km slechts 22.000 bewoners, minder dan een per vierkante kilometer. Er zitten twee vertakkingen die de Noorse grens oversteken, maar die worden nauwelijks gebruikt. Het is dus stil als ik vanuit Strömsund naar het noordwesten rijd. Toch zijn ze de weg aan het upgraden tot maatje rijksweg. Het asfalt is zo nieuw dat de belijning ontbreekt.

Hard schoppen

Ik moet zeggen: schitterend asfalt, mooi talud ook. De bomen erlangs zijn ook niet onaardig. Soms zie ik er een meer achter liggen. Ik zie ook een huis en later nog een. En hé, kijk nou, een tegenligger, een Toyota. Toch heb ik het gevoel dat er iets ontbreekt.

‘Waar is die wildernis?!?’ kwaak ik in mijn helm. Ik stop, kijk een foldertje na, vergelijk wegennummers. Dit moet goed zijn. In de tekst lees ik nog eens dat dit gebied de grootste berenpopulatie van Zweden heeft. Er staat zelfs bij wat je moet doen als je een beer tegenkomt: “Toon uw vredelievende bedoelingen. Sta stil, praat luid, loop rustig weg, ren niet!” Wolven zitten er ook nog. Die dien je bij een vijandige benadering zo hard mogelijk in elkaar te schoppen, aldus de tekst.

Ik ben blij dat ik buiten het bereik van de Zweedse politieke correctheid ben gekomen, maar serieus: hier een beer of een wolf? De kans dat ik ze in het Haagse Bos tegenkom lijkt me net zo groot. Ik stap weer op en verslindt de kilometers alsof het spruitjes zijn. De mooiste weg van Zweden… ik denk dat ze het puur over de kwaliteit van het asfalt hebben.

Opluchting

Na tachtig kilometer chagrijnigheid kom ik bij het gehucht Bågede. Ineens zijn er rotsen, bochten, een afslag en een meer. In de verte zie ik bergen. Mijn opluchting wordt nog groter als ik een informatiebord bestudeer. Aan de overkant van het meer blijkt een onverharde weg te lopen die kortgeleden is omgedoopt tot Björnvägen. Berenweg! En waarom? Hij loopt door het gebied met de dichtste bruineberenpopulatie ter wereld, wat is bevestigd door een officiële onderzoeksinstantie. Huh? Niet een alleen van Zweden dus, maar van de hele wereld.

Onmiddellijk denk ik aan de weg naar Hardy op Vancouver Island, waar ik moest slalommen om beren te ontwijken. Wat moet er hier dan wel niet gebeuren? Ik rij het weggetje op dat veel smaller en heuvelachtiger is dan het asfalt van de overkant. Hier in het dichte woud met open plekken lijkt een ontmoeting met een beer ineens reëel. Snel omkeren of slalommen gaat hier absoluut niet. En hard gas geven op gravel? Mwoah. Ik voel mijn hartslag omhoog gaan en mijn darmen lijken te zweven. Ik moet oppassen dat ik niet zelf een bruine beer produceer.

Gaandeweg neemt de nuchterheid het over van de angst. Zo’n beer hoort me natuurlijk een kilometer van tevoren aankomen. Misschien wel twee kilometer, want er zit een zware knetter in de uitlaat van de Africa Twin. Dat is ergens wel jammer. Ik rijd hier tenslotte om een beer te zien.

Ik denk mijn kansen te vergroten door heuvel op flink gas te geven en daarna zonder gas af te dalen. Het worden veertig beerloze en toch opwindende kilometers. Dan pak ik een afslag waar ik toch iets bijzonders ga zien. Volledig verstopt in het dichte woud ligt de grootste met water gevulde bergkloof van Europa, Hällingsåfallet. Een waterval van 43 m hoog met een canyon van 800 m lang. Mooie troostprijs.

Wij in Zweden

Aan het eind van de weg ligt Gäddede en dat zo end-of-the-road is als maar het kan. Een paar doodlopende straatjes tussen twee meren, hillbilly’s met baseballcap en starende blik, een hotelletje, een pomp en een buurtsuper. Even iets checken daar.

‘Mevrouw, verkoopt u ook berenspray?’ Dat is pepperspray extra strong, en koop je in Canada en de US in de berengebieden alsof het een pak suiker is.

Ze lacht. ‘Nee, wij in Zweden willen dat niet gebruiken.’

‘Wij in Nederland beginnen nu te denken dat hier helemaal niet zoveel beren zitten,’ zeg ik. ‘Heb je zelf ooit een beer gezien?’

‘Ik zelf niet. Maar… kijk.’ Ze pakt haar mobieltje en laat een schokkerig filmpje zien – in Zweedse platteland-winkels hebben caissières alle tijd van de wereld. Ik zie een man lopen op eenzelfde soort weg als ik heb genomen. Plotseling komt vanuit de struiken een beer op hem af. Man heft armen omhoog, man roept ‘boe’. Beer slaat op de vlucht.

‘Deze man is meer dan honderd keer een beer tegengekomen.’

Oké, wij uit Nederland waren misschien te wantrouwig.

De grote vraag

Mijn hotel ligt aan het Kvarnbergsmeer, vlakbij de Noorse grens. Als ik op een bankje aan de oever zit, en zie hoe de avondzon de nevelflarden boven het water langzaam oplost, krijg ik antwoord op de grote vraag. Waarom zeggen Zweden altijd: ‘Wij in Zweden?’ Naast mij zit Anders, hotelgast én historicus.

‘Wij in Zweden zijn het altijd met elkaar eens. Daarom spreken we namens het hele volk als we een buitenlander tegenkomen.’

‘Wat handig.’

‘Nee, het is griezelige, politieke correctheid. Zweden kunnen geen ruzie maken en sluiten zich daarom aan bij de heersende mening. Er zijn maar heel weinig meningen mogelijk. We lopen er net zolang achteraan tot een opvatting compleet onhoudbaar is geworden. Daarna slaan we massaal om naar de andere kant. Onze geschiedenis zit vol met voorbeelden. We waren één van de laatste Westerse landen die vrijheid van godsdienst kregen. Pas in 1952. Daarna werden we zo ongeveer het meest seculiere land. In de jaren zeventig waren we bijna een socialistische staat. Totdat Astrid Lindgren het waagde een sprookje te schrijven over een schrijfster die 102 procent belasting betaalde. De publieke opinie sloeg volledig om. De sociaaldemocraten vielen voor het eerst in veertig jaar buiten de regering en Zweden kreeg een van de meest liberale belastingwetgevingen.’

‘Wat gebeurt er als je tegen de politieke correctheid ingaat?’

‘Dan sta je al gauw als asociaal te boek. Weet je wat ze vroeger met asocialen en onaangepasten deden?’

‘Goelag Archipel?’

‘Bijna goed! Ze werden naar deze omgeving gestuurd. Naar het bergachtige westen, waar bijna niemand woonde. Ze kregen een stukje grond toegewezen en moesten een bestaan op zien te bouwen. De bewoners van nu zijn daar vaak de nazaten van.’

Het moet niet eenvoudig zijn geweest voor de booswichtenclub om hier een bestaan op te bouwen. Het klimaat is hard en landbouw lijkt nauwelijks mogelijk. Maar ze waren hier wel vrij en kwamen in een prachtig landschap terecht.

Liggende vrouwen

Vlak voor Gäddede waren de bossen al heel aardig, maar als de weg daarna echt omhoog gaat, maken de bomen plaats voor open vlaktes, meren en bergpanorama’s. Ik ben nog ver van de poolcirkel, maar de wilde trekken van Lapland zijn onmiskenbaar, Sterker nog: vijftig kilometer na Gäddede kom ik via een doodlopend zijweggetje bij het eerste, echte Lapse dorpje uit: Ankarede. Het bestaat uit wat eenvoudige huisjes en een kapel, die net zo willekeurig zijn opgesteld als tenten op een camping. Je bent een nomadenvolk of je bent het niet.

De weg stijgt door tot ik bij een hoogvlakte aankom, de Stekenjokk, op bijna 900 meter. Daarmee zit je op deze breedtegraad ruimschoots boven de boomgrens. Er komt een berglandschap tevoorschijn dat de contouren heeft van liggende naakte vrouwen.

Een half jaar lang ligt hier een meter of zes sneeuw, nu is het een mosgroen en granietgrijs eldorado dat ruist van de watervalletjes. Ik spreek een groepje frisse rugzakkers die aan een tocht door de wildernis beginnen. Drie dagen gaan ze lopen. ‘Maar je kunt hiervandaan wekenlang doorlopen zonder ook maar een dorp tegen te komen.’ Wat een aantrekkelijk idee. Dit is Zweden op zijn best en het lijkt precies op Noorwegen, het is alleen nog veel rustiger. Ik kan minutenlang midden op de weg parkeren om een foto te maken.

Na een lange afdaling bezoek ik nog een tweede Lappendorpje, weer aan een doodlopende weg: Fatmomakke, verstopt tussen de bomen aan een meer. In de achttiende eeuw werd het opgezet als plek om de Sami de kerk in te krijgen, want moeilijk doen over culturele identiteit, daar hadden de Zweden vroeger geen last van. De kerk liep zo goed dat er snel een grotere moest komen. Die staat er nu nog. Verder is het vrij lastig om het verschil te zien tussen een oud-Laps en oud-Zweeds dorp. Gelukkig staan er een paar houten tipi’s, dat helpt een beetje.

De wildernis trekt

Fatmomakke is een van de weinige plaatsen die toegang geeft tot de Marsfjället, 860 vierkante kilometer eindeloosheid met nul inwoners en een top van 1.590 meter. En ik zie ze er alweer ingaan: de rugzakkers met hun Fjällraven- en Norrøna-kleding. Ik word een beetje jaloers, de wildernis begint nu echt aan me te trekken. Gelukkig heb ik voor morgen een gids geregeld, zodat ik ook kan.

Borgafjäll ligt in het hart van de hoefijzervormige Wildernisweg en hemelsbreed maar een kilometer of dertig van mijn hotel – een onbegrijpelijk grote kast van vijf verdiepingen in het plaatsje Saxnäs. Maar omdat er zo weinig wegen lopen, kost het me een halve ochtend om er te komen. Als bonus steek ik dan wel de Blaikfjäll over: 30 km onverhard zonder ook maar een auto of een mens te zien. Een beer zie ik overigens ook niet.

Bergziekte

Mijn gids heet Thorbjörn. Met zijn kale kop en lange baard ziet Donderbeer eruit als een blanke jihadist, maar het blijkt een hipster te zijn die de grote stad is ontvlucht: Göteborg. Dat is interessant, want zojuist werd bekend dat een recordaantal Zweedse stedelingen op de loop is. En typisch Zweeds: naar de motieven is geen enkel onderzoek gedaan. Maar dat kan ik nu aan Thorbjörn vragen. ‘Ik heb de bergziekte, ik móet in de bergen zijn,’ zegt hij, ‘Nee, serieus. Alleen dan kom ik tot rust. In Australië is het een erkend verschijnsel. Ik werd soms gek van de drukte van de stad. Vooral als ik de Arla-reclame zag, met die bergen erin.’

Die zag ik niet aankomen: een melkreclame. Anderzijds is de kans dat je een Zweed tegenkomt die politiek incorrecte taal uitslaat waarschijnlijk kleiner dan een ontmoeting met een beer. Bijna twee jaar geleden verhuisde hij naar de bergen met vrouw en baby. Inmiddels zijn ze gescheiden, maar wel gebleven. Thorbjörn verdient de kost met gidsen en klussen. Samen met collega’s is hij bezig oude wandelpaden te herstellen.

Wij doen een trek naar de top van de Lillfjäll. We lopen over een pad dat een leek amper zou herkennen als pad. Onderweg vertelt Thorbjörn over de zaken die hier belangrijk zijn. Over sneeuw, wind, rivieren, beschutte plekken, eetbare bessen, uitrusting en toeristen. Op een luwe plek achter een rots op de top haalt hij zijn Primus uit zijn rugzak om een warme lunch te maken. Een wrap met rendiervlees en spinazieblaadjes. Een biertje erbij en chocoladereep toe.

‘Ben je al een beer tegengekomen?’, vraag ik.

‘Nee, hier niet. Dit is te kaal, denk ik. Tien kilometer verderop moet er wel een zitten. Dat weten we omdat hij elke keer naar het asfalt komt om te kakken. Maar we hebben hem nooit gezien.

We turen naar de valleien en bergen om ons heen, waar voor een geoefend ook altijd iets te ontdekken valt. ‘Kijk, daar onder die top, daar ligt sneeuw. Vorige week nog niet. We noemen dat stuk Klein Alaska.’

Langzaam besef ik dat zijn bergenverhaal geen gezwets is. Ik heb hetzelfde. Vanaf het moment dat ik bij Stekenjokk de magie van dit berglandschap voelde, begon mijn rusteloosheid te verdwijnen. Ik moet hier eens over praten met mijn zorgverzekeraar.

Brussel

Vlak voor het einde van mijn route, dat in Vilhelmina ligt, gebeurt het dan toch nog. Bij het Malgomajmeer steekt een beest over. Een muis. Dat is het enige wilde dier dat ik op de hele Wildernisweg heb gezien. Een mooiere weg in Zweden is misschien niet te vinden, maar voor wilde dieren moet je hier niet zijn.

‘Geen wilde beesten!?’ Sven-Åke en Doris Rissfjell zijn de vriendelijkste mensen, maar van mijn suggestie krijgen ze het een beetje benauwd. Het Sami-echtpaar heeft in Vilhelmina een winkel en webshop (Sameslojd) voor Sami-producten, die ze vaak zelf maken. Ze doen dit zo goed dat ze werden ontvangen door het koningsechtpaar van Zweden, dat overigens graag met minderheden op de foto gaat.

‘We hebben juist een groot probleem met beren, wolven en lynxen,’ vervolgt Sven-Åke.

‘Linksen? Maar die deugen enorm, hoor’, verdedig ik.

‘Het zijn roofdieren, meneer. Ze vallen onze rendieren aan. Omdat de rovers worden beschermd door Brussel zijn er te veel gekomen. Rendierhouders dreigen eraan ten onder te gaan. En als zij stoppen is het afgelopen met onze cultuur. Kijk naar deze winkel, alles is verbonden met rendieren. Ze snappen het niet in Brussel. Het bestaat niet dat je alles kunt beschermen zonder iets anders kapot te maken.’

BMW K1600 B Bagger 2017 Test

0

Na slechts zeven kilometer sturen, we zijn net vertrokken van het hoofdkwartier van BMW, klinkt er luid getoeter op de Utrechtse baan, richting centrum Den Haag. Naast me een dikke Amerikaanse Dodge Ram Van, de bedrijfsauto bij uitstek voor iedere zichzelf serieus nemende glazenwasser. Twee mannen gebaren enthousiast. De duimen gaan omhoog voor de K 1600 B, BMW’s eerste serieuze ‘Bagger’. Rock ’n Roll, maar dan op z’n Duits.

Leuk natuurlijk, maar ook weer niet heel verrassend. Want al parkeer je zo’n diepzwarte K 1600 B onderin een waterput met een deksel erop: overal trekt deze uit de kluiten gewassen Duitser de aandacht naar zich toe. Een tien met een griffel voor het keuzevak Visuele Impact. De broers K 1600 GT en GTL waren al niet bescheiden qua looks, de Bagger overtreft beiden met gemak. En dat is ook een absolute must, gezien het feit dat BMW inmiddels in elk denkbaar segment een behoorlijke vinger in de pap heeft, behalve in de wereld van de dikke customs. En die markt lonkt. Niet zozeer in Europa, waar we tenslotte en-masse opteren voor dikke hoogpoters en retro, maar vooral aan de andere kant van de Atlantische oceaan, waar de cruiser eenzaam bovenaan de voedselketen staat. Pak je daar een paar procent van de markt, dan ben je verzekerd van een fikse boost in de verkoopcijfers.

Yankee-kraftwerk

Gezien worden, dáár draait het om in het cruisersegment. En gezien word je met de K 1600 B. Met de ontwerpstudie ‘Concept 101’ van Roland Sands uit 2015 vers in gedachten, gingen de Duitsers aan de haal met het Amerikaanse gedachtengoed in combinatie met de typisch-Duitse toerwaarden die BMW al sinds jaar en dag tot in de puntjes beheerst. Dus is toptoermodel K 1600 een uitstekend uitgangspunt voor wat Yankee-Kraftwerk. De motor werd een flink stuk verlaagd, waardoor je zo’n 7 centimeter dichterbij het asfalt bivakkeert, de ruit werd ingekort, het blok voorzien van een paar plechtige ‘side boards’ en het complete achterframe werd vervangen door een design op maat. Want een cruiser mag zich tenslotte pas met recht een Bagger noemen als twee vloeiend vormgegeven koffers de achtersteven sieren, het liefst zo dicht mogelijk bij het wegdek. De uitlaten werden daarbij voorzien van een nieuwe chromen omlijsting en speciale eindstukken, die aan de onderzijde perfect de koffers complementeren. De achterlichten tenslotte vormen een extra attractie aan de achterzijde: twee langgerekte ledstrips zijn volledig geïntegreerd in het design van de koffers. Die kunnen er overigens niet af, vandaar dat het achterspatbord uitklapbaar schijnt te zijn om het achterwiel eventueel wat makkelijker te kunnen vervangen. Dat waren we niet van plan, maar wellicht handig voor de onderhoudscrew.

Dus, zo tover je een de über-toerbuffel uit München om tot een geloofwaardige Duitse Amerikaan. Het druppelvormige, langgerekte silhouet en die sterk aflopende achterzijde in combinatie met een overdaad aan glimmend Blackstorm Metallic lakwerk: aandacht gegarandeerd, zéker van de cruiserfans. Er zijn daarbij overigens wel een paar concessies gedaan om een Duitse rijkwaliteit te garanderen. Zo is het Bagger-typische enorme voorwiel weggelaten ten faveure van de gewone 17-inch variant die we kennen van de andere 1600’s, klappen de treeplanken omhoog als de bocht iets te schuin wordt genomen, is er ondanks de verlaging nog een acceptabele grondspeling over en is dat lage ruitje wél gewoon in hoogte verstelbaar als je eens wat rapper wilt cruisen. Overigens heeft de Bagger ook iets níet, wat wat broeders GT en GTL wél bieden: de sportstand is weggelaten in het rijtje instellingen van de ESA electronisch geregelde vering. Om te scheuren koop je maar wat anders uit de BMW-brochure.

America

Het mag duidelijk zijn: de Bagger is er eigenlijk niet voor ons Europeanen. Maar dat laat onverlet dat hij hier wel gewoon op de prijslijst staat (voor een niet misselijke € 25.950) en dat er zelfs in ons drukbevolkte landje een fors aantal Baggerliefhebbers zijn, die tot dusver waren aangewezen op vooral Amerikaans fabrikaat. Maar voor een testrit die deze motor recht doet, dienen we op zoek te gaan naar langgerekte stroken asfalt, eindeloze vergezichten en liefst een aangenaam zonnetje. Dat laatste is diep in de herfst geen garantie, voor de rest gaan we naar America. Vanuit Scheveningen Via Highway A12, A2 en A67 richting het Wilde Zuid-Oosten, Limburg, spits en fileverkeer trotserend, de vrijheid tegemoet van Snackbar Hap en Stap (die helaas gesloten blijkt op maandag) en lokale buurtsuper de dagmarkt. Waar de koffie klaarstaat, zomaar gratis & voor niks, gezet door de dames van de kassa. Vrijheid, da’s heel Amerikaans, in alle comfort, dat dan weer wel. Je achterste verwarmd door een kacheltje, de handen door de handvatwarmers, de BMW-navigatie zo nu en dan subtiel de blazende stereo overstemmend, standje ‘Road’ en ‘Dynamic’ op de ESA en het lage ruitje stiekem op de hoogste stand. Kilometers vreten. En meteen blijkt dat BMW zich alle moeite heeft getroost om geen enkele concessie te doen aan comfort en rijkwaliteit. De GT en GTL mogen dan hoog scoren op de apenrots der toermachines, de Bagger biedt exact hetzelfde kwaliteit. Natuurlijk, het schermpje is lager, dus je helm belandt wat eerder in turbulente lucht. Dat wordt echter pas relevant boven de 140 km/u, een snelheid die doet vermoeden dat je als Bagger-rijder iets te veel haast hebt om recht te doen aan je imago. Des te duidelijker manifesteert het Duitse karakter zich in de bochten, liefst van die lange doordraaiers. Die neem je op snelheden en onder hellingshoeken waarbij het je op een Amerikaanse Bagger wat dun door de broek zou lopen. Snaarstrak, eenvoudig op de lijn te houden en zonder enig drama. Als op een vliegend tapijt. Evenals bij de GT en GTL is dat overigens wel even wennen. De dynamisch-electronische vering is zo geavanceerd, dat je in het begin echt even wat feedback van de wielen mist. Typische eigenschap ook van die Duolever voorvering trouwens, maar wel iets om in de gaten te houden als je er voor het eerst opstapt. Een kwestie van wennen, want als het vertrouwen toeneemt wordt het comfort verslavend. De Bagger doet wat je verlangt en kan nog heel veel meer. Eenmaal over de Americaanse gemeentegrens verlaten we de snelweg en doen ons tegoed aan wat van die heerlijk lege Limburgse provinciewegen. Hier is leeg nog écht leeg en dat betekent hier en daar ouderwets gas erop, slingeren van bocht naar bocht. Amerikaans toeren, maar wel op z’n Duits. Dat betekent Amerikaanse toersnelheid maal twee. De Beamer-Bagger kan dat.

Soevereine Six

En dan die zescilinder. Eindeloos soepel, krachtig, als een turbine, gulzig (ook in dorst als je regelmatig in de hoge toerenregionen losgaat) en vooral enorm verslavend. Kijk, die Amerikanen hebben het heus niet bij het verkeerde eind als het gaat om de montage van zo’n dikke-klappen v-twin. Dat past helemaal bij het Baggergevoel. Maar als Duitsers ermee aan de haal gaan, dan worden ook andere zaken belangrijk. Dat gestamp is emotie, maar volledig trillingsloos en lineair in vermogensopbouw zorgt óók voor een grijns onder je jethelm. En wel dankzij deze cijferlijst.1649 cc, 160 pk bij 7.750 tpm, 175 Nm bij 5.250 tpm. Natuurlijk weegt de Bagger een stevige 336 kilo met volle tank, maar de zespitter hoeft zich werkelijk nooit echt in te spannen, zeker niet als je er als een Amerikaan mee rondtuft en zelfs niet als je hem uitmelkt als een hitsige naked. Daarbij is de zitpositie overigens top, mits je een beetje gemiddeld bent qua lengte. Zelfs de duozit is gewoon een chique zetel, zeker als je deze vergelijkt met concurrerende Baggers. Hij mist alleen een ruggensteuntje, maar dat zou er qua styling niet uitzien. Wel heeft een passagier de luxe van een eigen knopje voor de zetelverwarming, onder handbereik gemonteerd op de rechterkoffer. En nu we daar toch zijn: in die typische koffers kunt je behoorlijk wat kwijt; een integraalhelm van mediumformaat past er zomaar in. Daarbij zijn ze standaard voorzien van binnentassen en een netje, zodat de boel zeker droog blijft en niet gaat zwerven.

Te klein voor de Bagger

Dat is meteen tekenend voor de hele uitrusting én afwerking. Echt helemaal niets op aan te merken. Dat geldt ook voor de ergonomie. Het stuur zit mooi in de buurt en de voeten kun je zowel op de stepjes als op de treeplanken kwijt. Dat laatste ziet er wellicht wat gek uit, maar zit superlekker. Alleen als je wilt schakelen is het even opletten, dan roer je vanaf de treeplanken in het luchtledige. Dit dient dus gewoon bij de stepjes te gebeuren, eventueel zelfs via een optionele quickshifter. En over dat uitmelken, we noemen het nog maar even omdat het zo frappant is. Zelfs met het ontbreken van een standje ‘Sport’, kun je je enorm vermaken in de bochten. Selecteer ‘Road’ en ‘Dynamic’ en de boel wordt lekker stevig. De grens ligt ver weg, zeker in de wetenschap dat ESA, ABS en ESP ten allen tijde een oogje in het zeil houden. Natuurlijk, bij langzaam en kort werk beginnen de kilo’s op te spelen en moet je behoorlijk aan het werk. En in de spits is’ie met een breedte van één meter nogal een uitdaging tussen de files, helemaal als je die glimmende lak op de koffers een beetje respecteert. Maar Nederlands spitsverkeer, stadswerk, daar is deze Bagger dan ook helemaal niet op z’n plaats. Ja, bij de grenzen, waar de wegen leeg zijn en het speelveld groot. Buiten de grenzen, dáár moet je zijn. Aan die Bagger ligt dat niet, maar Nederland is gewoon een maatje te klein. Op naar Amerika. En als je daar maling aan hebt? Dan raden we je zeker America aan.

Prijslijst BMW Motorrad vanaf 1 januari 2018

0

De prijslijst van BMW per 1 januari 2018. Alle genoemde modellen zijn inclusief ABS en de kosten voor het rijklaar maken en de registratie kosten. De kosten voor het rijklaar maken zijn inclusief BTW en omvatten onder andere het schoonmaken, binnenlandse transportkosten, kentekenplaat, nul-beurt en, indien van toepassing, volle tank/accu. De registratiekosten bestaan uit de inschrijving in het kentekenregister en tenaamstelling.

G Serie

 

G 310 R

 €       5.894

G 310 GS

 €       6.894

   

C Serie

 

C 650 Sport

 €     12.494

C 650 GT

 €     12.894

C evolution

 €     14.394

   

F Serie

 

F 800 R

 €     10.644

F 800 GT

 €     12.644

F 750 GS

 €     10.944

F 850 GS

 €     13.894

F 800 GS Adventure

 €     14.544

   

R Serie

 

R 1200 R

 €     15.444

R nineT Pure

 €     14.794

R nineT Scrambler

 €     15.594

R nineT Urban G/S

 €     15.594

R nineT Racer

 €     15.944

R 1200 RS

 €     16.194

R nineT

 €     18.244

R 1200 GS

 €     18.794

R 1200 GS Adventure

 €     20.444

R 1200 RT

 €     20.744

   

S Serie

 

S 1000 R

 €     16.194

S 1000 XR

 €     18.694

S 1000 RR

 €     21.094

HP4 Race

 €     80.395

   

K 1600 B

 €     26.394

K 1600 GT

 €     26.394

K 1600 GTL

 €     28.744

K 1600 Grand America

 €     30.134

Bron: BMW Motorrad

Prijslijst Ducati vanaf 8 november 2017

0

Prijzen zijn inclusief BTW, BPM en afleveringskosten. Onder voorbehoud van wijzigingen. Ten behoeve van uw veiligheid, zijn alle Ducati modellen standaard uitgerust met het ‘Ducati Safety Pack’, bestaande uit ABS en Ducati Traction Control (DTC). Dit met uitzondering van de Scrambler 400 / 800, beide zijn enkel uitgerust met ABS.

Hypermotard

Kleuren

Prijs

Hypermotard 939

Red

 € 14.390

Hypermotard 939

Iceberg White Silk

 € 14.590

Hypermotard 939 SP

SP Livery

 € 18.490

     

Monster

   

Monster 797

Red

 € 10.690

Monster 797

Star White Silk

 € 10.790

Monster 797

Dark Stealth

 € 10.790

Monster 797 Plus

Red

 € 11.190

Monster 797 Plus

Star White Silk

 € 11.290

Monster 797 Plus

Dark Stealth

 € 11.290

Monster 821

Red

 € 13.590

Monster 821

Dark Stealth

 € 13.790

Monster 821

Ducati Yellow

 € 13.790

Monster 1200

Red

 € 16.790

Monster 1200 S

Red

 € 19.690

Monster 1200 S

Liquid Concrete Grey

 € 19.890

Monster 1200 R

Red

 € 21.990

     

Diavel

   

Diavel

Dark Stealth

 € 22.590

Diavel Carbon

Asphalt Grey

 € 26.390

XDiavel

Dark Stealth

 € 24.490

XDiavel S

Thrilling Black

 € 28.090

XDiavel S

White

 € 28.390

     

Multistrada

   

Multistrada 950

Red

 € 16.190

Multistrada 950

Star White Silk

 € 16.390

Multistrada 1260

Red

 € 21.190

Multistrada 1260 S

Red

 € 23.990

Multistrada 1260 S

Iceberg White

 € 24.190

Multistrada 1260 S

Volcano Grey

 € 24.190

Multistrada 1260 S D|air

Red

 € 24.690

Multistrada 1260 Pikes Peak

Pikes Peak Livery

 € 29.490

Multistrada 1200 Enduro

Red

 € 24.890

Multistrada 1200 Enduro

Phantom Grey

 € 25.090

Multistrada 1200 Enduro

Star White Silk

 € 25.090

Multistrada 1200 Enduro Pro

Enduro Pro Livery

 € 26.790

     

SuperSport

   

SuperSport

Red

 € 15.490

SuperSport S

Red

 € 17.190

SuperSport S

Star White Silk

 € 17.390

     

Panigale

   

959 Panigale

Red

 € 19.390

959 Panigale

White

 € 19.590

959 Panigale Corse

Corse Livery

 € 21.990

Panigale V4

Red

 € 26.190

Panigale V4 S

Red

 € 32.390

Panigale V4 Speciale

Speciale Livery

 € 45.190

Panigale R Final Edition

Final Edition Livery

 € 45.190

     

Scrambler

   

Scrambler Sixty2

Black/Orange/Grey

 €   9.190

Scrambler Icon

Red

 € 10.390

Scrambler Icon

Yellow/Silver

 € 10.490

Scrambler Street Classic

Volcano Grey

 € 11.190

Scrambler Full Throttle

Shining Black

 € 11.990

Scrambler Classic

Orange/White

 € 11.990

Scrambler Mach 2.0

RSD Livery

 € 12.090

Scrambler Desert Sled

Red Dusk

 € 12.890

Scrambler Desert Sled

White Mirage/Black

 € 13.090

Scrambler Café Racer

Black Coffee

 € 12.890

Scrambler 1100

Yellow/Black

 € 15.290

Scrambler 1100 Special

Custom Grey

 € 16.790

Scrambler 1100 Sport

Viper Black

 € 17.890

 Bron: Ducati

 

BMW R Nine-T Racer 2017 Test

0

Dé verrassing die de BMW R nineT Racer, die wordt voortgestuwd door de luchtgekoelde boxermotor, in petto heeft, is dat een gedreven fabrikant als BMW zo lang over de introductie deed.

Tekst Roland Brown, foto’s BMW

De luchtgekoelde boxers zijn immers de belangrijkste pijler binnen de BMW caféracer-cultus. Bedrijven zoals het in Devon gevestigde Kevil’s Speed Shop, Fuel uit Barcelona, Blitz uit Parijs, het Berlijnse Berlin’s Urban Moto en Ritmo Sereno uit Tokyo bouwen prachtige retro’s op basis van de oude boxer, voorzien van clip-ons, solo racezadels en andere sportieve accessoires.

BMW sloot hierop aan, zoals je je vast nog wel zult herinneren, met het adembenemende Concept Ninety, waaraan vooral een grootheid als Roland Sands in 2013 een bijdrage leverde. Geïnspireerd door de R90S, een van ’s werelds beste superbikes uit de vroege jaren ’70, popelde het schitterende oranjekleurige prototype om in productie te worden genomen. Waarom het dan toch nog vier jaar moest duren en waarom toch het schitterende oranje werd vervangen door de BMW Rennsport kleuren? Het is gissen naar de antwoorden, maar laten we vooral blij zijn met deze welgevormde R nineT Racer.

Bijzondere rijervaring

Het smetteloze en zwaar gesubsidieerde asfalt van Zuid-Spanje strekt zich begeerlijk voor me uit als ik achter het lage scherm van de BMW R nineT Racer kruip en gas geef. Meteen voel ik dat deze laatste telg uit de fameuze BMW-retro familie me een fantastische ervaring gaat opleveren. De 1.170cc, luchtgekoelde boxer sleurt de Racer met voldoende power over de wegen om al mijn aandacht op te eisen. Wat vooral bijdraagt aan de bijzondere rijervaring is het klassieke rijkarakter en de sonore brom uit de uitlaat. De motor voelt tijdens het draaien en keren behoorlijk strak en stabiel. De tophalf en de voorovergebogen zithouding, die wordt gedicteerd door de lage clip-ons, geven je het gevoel dat je ontiegelijk sportief aan het sturen bent. Vermoeiend is dat niet, integendeel: het is zelfs zeer plezierig.

De Racer behoort samen met de kale Pure tot de derde golf van BMW retro’s. En net als bij de eerdere modellen zijn ook deze motoren uitgerust met de 109 pk sterke DOHC-boxer. En net als de Scrambler van vorig jaar, stammen ze rechtstreeks af van de klassieke, kale R nineT, die een enorm succes werd sinds zijn introductie in 2014.

De Pure houdt de dingen simpel en de Scrambler heeft een off-road uitstraling door een rijwielgedeelte met lange veerwegen. De Racer slaat de tegenovergestelde richting in met zijn halve kuip, clip-ons, solo zadel en de sportieve uitstraling. En dat doet ie bovendien heel overtuigend. De oude lucht-/oliegekoelde boxermotor komt helemaal tot zijn recht in een caféracer, vooral in eentje die zo strak is vormgegeven als de Racer, waarvan de tophalf elegant overloopt in de fraai vormgegeven benzinetank en het ogenschijnlijk ver naar achteren geplaatste solo zadel. En dat alles in de net zo klassieke Rennsport kleuren: wit met streepjes rood en twee tinten blauw.

Gemaakt voor accessoires

Het vakwerkframe sluit al even perfect bij het uiterlijk aan. Net als bij de Scrambler en de Pure zijn de frames samengesteld uit stalen buizen aan de voor- en achterkant. Maar in tegenstelling tot die modellen, waarbij het tweezitszadel aan de achterkant met bouten op het subframe is bevestigd, wordt de Racer standaard met een solo zadel geleverd. Een subframe ontbreekt derhalve, maar dit kun je wel als accessoire bestellen.

Wil je meer accessoires, kun je beter gaan voor de Racer S, maar die zul je niet in alle landen op de modellenlijst aantreffen. De Racer S heeft bijvoorbeeld gespaakte wielen in plaats van de standaard gegoten 17-inch wielen, maar ook handvatverwarming, een verchroomde uitlaat en LED-indicatielampjes. De spaakwielen dragen nog meer bij aan het klassieke imago en de handvatverwarmers zul je in de praktijk op waarde weten te schatten, immers door de clip-ons en de smalle tophalf bevinden je handen zich onbeschermd in de rijwind.

Log op lage snelheid

De tophalf zorgt samen met de smalle clip-ons, die met bouten rechtstreeks aan weerszijden van de gesmede aluminium kroonplaat zijn bevestigd, voor een dramatische verandering van de zithouding en het complete gevoel dat de motor oproept. In plaats van rechtop te zitten, buig je naar voren over de lange benzinetank, waarbij je voeten rusten op voetsteunen die niet hoger zijn gemonteerd, maar juist iets naar achteren.

Dit is van invloed op de handling. De Racer is gebaseerd op de veringsspecificaties van de Pure, met een niet verstelbare 43 mm voorvork en een achterschokker, die je kunt afstellen op veervoorspanning en uitgaande demping. De Racer heeft een iets sportievere stuurgeometrie dan de Pure en is met een gewicht van 220 kg, inclusief een volle tank, slechts een kilo zwaarder ondanks het extra gewicht van de tophalf.

Maar het grootste deel van het gewicht van de tophalf bevindt zich boven het voorwiel, en de smalle clip-ons zorgen voor minder hefboomwerking dan de hoger geplaatste, bredere stuur uit één stuk van de andere R nineT modellen. Hierdoor is de Racer veel minder wendbaar en voelt hij bij lage snelheden zelfs log aan. Het zadel is in elk geval tamelijk smal en laag, wat bijdraagt aan extra wendbaarheid, zoals ik merkte toen we door de stadjes in de buurt van Almeria reden.

Pijntjes

Aan de andere kant: hoe sneller ik rij, des te beter voelt de motor aan. Wellicht is dat ook een bevestiging van de status van deze BMW caféracer. De motor laat zich redelijk makkelijk in de tweede versnelling door het bochtige heuvellandschap leiden, maar er is nogal wat druk op het stuur nodig om hem van richting te doen veranderen. En hoewel de behoorlijk goede vering hobbels in het wegdek goed opvangt, duurt het niet lang voordat de voorovergebogen zithouding zorgt voor pijntjes in de polsen. Maar dat is een gevoel dat elke caféracer er standaard bij doet.

Op een bredere en vooral snellere weg langs de kust heb je er gelukkig minder last van. Bij zo’n 150 km/u zet de tophalf je een beetje uit de rijwind, maar precies onvoldoende waardoor je met je torso op de rijwind kunt leunen. En dat ontlast de druk op de polsen in voldoende mate. Op die snelheid rijdt de Racer ook het meest ontspannen en soepel en heb je nog zo’n 60 km/h achter de hand voor je de topsnelheid bereikt.

De BMW Racer beschikt in elk geval over voldoende vermogen voor flink wat opwinding op het rechte stuk. En hoewel de motor de verfijning van een moderne vloeistofgekoelde boxer mist, kun je met de efficiënte zesversnellingsbak het toerental flink opjagen tot zo’n 8.500 tpm.

Uitstekende grip

De BMW remt ook nog eens behoorlijk hard, hoewel je de standaard vierzuigerremklauwen van Brembo meer druk moet laten opbouwen dan de originele, krachtigere radiaal opgehangen monoblocs op de R nineT. Niet dat ik de gelegenheid had om langdurig hard te remmen, omdat een groot gedeelte van de rit plaatsvond op natte wegen waar ik vooral blij was met de uitstekende grip van de Metzeler Roadtec Z8. Daarnaast kon ik ook vertrouwen op de optionele ASC-tractiecontrole.

Geheel in de traditie van de R nineT serie heeft BMW en hele zwik accessoires laten maken. Eigenlijk is de Racer ontworpen is als gemakkelijk aan te passen basismodel, waarop je makkelijk accessoires als de geborsteld aluminium benzinetank, duozadel of zadeltassen kunt – laten – monteren. Maar ook de basisuitvoering komt op langgerekte autowegen goed voor de dag, waarop de boxermotor zich van zijn behoorlijk zuinige kant laat zien. Een verbruik van 1 op 17 bij een kruissnelheid van 150 km/u is niet verkeerd. En het levert je een tamelijk royale actieradius op van 250 km.

Dit vindt Roland

Nu bestaat het gevaar dat bepaalde nostalgische rijders zich vooral aangetrokken voelen door de ondubbelzinnige naam, uiterlijk en zithouding van deze BMW. Mogelijk hebben ze het idee dat – net als bij de Ducati’s SportClassics van een decennium eerder – hun rijstijl en uithoudingsvermogen beter past bij iets minder agressiefs. Reken daar niet te vast op.

Maar voor degenen die trouw zijn aan de cultus rond caféracers, levert deze versie van de nineT een geheel eigen charisma in een klassieke jasje tegen een concurrerende prijs. De BMW Racer werd in de eerste plaats vooral ontworpen om behoorlijk snel mee te rijden en om uiterst cool mee voor de dag te komen. En daarin slaagt hij in beide opzichten zeer overtuigend.

Winteractie Van Harten BMW Amersfoort

0

Dit is een persbericht. De redactie van MOTOR.nl is dus niet verantwoordelijk voor de inhoud. Heb je zelf een persbericht dat je graag op MOTOR.nl ziet? Dan mail je deze naar redactie@www.motor.nl.

Ook deze winter kunt u weer gebruik maken van onze winteractie. Wat kunt u in deze actie van ons verwachten? 

• Gratis ophalen en brengen van uw motor bij groot onderhoud
• U krijgt uw BMW fris gewassen en winterklaar retour
• Bij aanschaf van nieuwe banden krijgt u een korting van 15%
• Actieperiode: 1 december 2017 tot en met 28 februari 2018

Tevens ontvangt u bij zowel groot als klein onderhoud een leuke gift van Van Harten! 

Neem voor een afspraak contact op met Roelof van Ginkel te bereiken op 033-4615077 of roelof@vanharten.nl.

Van Harten Amersfoort
Bergstraat 17, 3811 NE  Amersfoort
www.vanharten.nl

AGV SPORTMODULAR

0

Dit is een persbericht. De redactie van MOTOR.nl is dus niet verantwoordelijk voor de inhoud. Heb je zelf een persbericht dat je graag op MOTOR.nl ziet? Dan mail je deze naar redactie@www.motor.nl.

EICMA
Op 7 november 2017 heeft AGV op EICMA de helm gepresenteerd die nog niet bestond, een helm met alle prestaties van een integraalhelm plus het comfort van een systeemhelm: AGV SPORTMODULAR.

Veiligheid
AGV SPORTMODULAR is de eerste systeemhelm die volledig van carbon is gemaakt. Het impact vermogen van de SPORTMODULAR is daarmee gelijk aan AGV Pista GP R, de helm waarmee we MotoGP coureurs beschermen. Naast de carbon buitenschaal komt dit door 5 verschillende dichtheden van de binnenschaal. Het vizier zit met metaal vast aan de helm en heeft een ongekend impactvermogen. Er wordt gebruik gemaakt van een titanium dubbel-D sluiting voor optimale veiligheid en de vorm van de schaal zorgt voor kleine kans op gebroken sleutelbenen.

Comfort buiten
De helm komt in 3 buitenschalen voor de kleinst mogelijke helm per maat. Door het gebruik van carbon is het gewicht van de helm 1295 gram (+/- 50 gram). De aerodynamica van de helm is uitgebalanceerd zodat er geen druk is bij 130 km/h. De beluchting zit op kin, voorhoofd en achterkant waarbij de laatste ook als spoiler dienst kan doen. De nek rand is waterdicht en voorzien van reflectie.

Comfort binnen
Het vizier is optisch level 1 en voorzien van een Max Vision 120 Pinlock lens. Het zicht van de helm is ongekend met 85 graden verticaal, en 190 horizontaal. Er is ruimte gemaakt voor brildragers en het interieur is drukvrij tijdens het rijden. De bovenkant van dit interieur kan omgedraaid worden, waar er een warme en koude kant is voor elk seizoen. SPORTMODULAR is voorzien van een drie staps geïntegreerd zonnevizier, en voorbereidt op communicatiesystemen waarvan de aankondiging van een SPORTMODULAR communicatie set van de marktleider op dit gebied aanstaande is.

Informatie
AGV SPORTMODULAR is vanaf december 2017 te vinden bij officiële AGV dealers. De helm is te koop in 7 designs, en verkrijgbaar van maat XXS tot en met XXXL. Prijs varieert van €699,95 tot €799,95.

Website AGV: www.agv.com/row_en/sport-modular/

AGV dealers:

www.agv.com/row_en/store-locator

www.motomind.nl

ZZ Races

0

Dit is een persbericht. De redactie van MOTOR.nl is dus niet verantwoordelijk voor de inhoud. Heb je zelf een persbericht dat je graag op MOTOR.nl ziet? Dan mail je deze naar redactie@www.motor.nl.

Deze show is evenals vorige keren bedoeld als voorbereiding (“opwarmertje”) voor de ZZ Races.

De ZZ-races vinden plaats op zaterdag 16 juni 2018 tussen ’t Zandt en Zeerijp op het “Hoogeland” in Noord-Groningen. Dit circuit, het langste stratencircuit van Nederland, is ook wel bekend als het “Eiland Man in het klein“. De races vinden plaats onder auspiciën van de Historische Motorsport Vereniging (HMV).

Naast de gebruikelijke klasses, zet de Stichting ZZ Races dit jaar op veler verzoek!, als extra klasse, een “Jaren-70 klasse” op de baan. Hiervoor kunnen de rijders zich nog opgeven. Om mee te kunnen doen dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

Bouwjaar van 1970 tot 1980
Cilinderinhoud tussen 250-750 cc
Raceverleden van rijder of motor is een hele grote pré
Alle merken zijn welkom

Op de Race-show zullen rond de 15 racemotoren gepresenteerd worden uit alle klassen die aan de ZZ Races meedoen, dus ook uit de Jaren-70 klasse. Naast de motoren worden foto’s en video’s getoond uit de voorgaande edities.

Daarnaast zal de kampioensmachine van het Nova Electric Racing team van de Technische Universiteit Delft aanwezig zijn. Deze elektrische motor met maar liefst 500 Nm aan het achterwiel, werd dit jaar Europees Kampioen in de MotoE klasse. Tijdens de show zullen er mini-college’s worden gehouden door onder andere het Nova Electric Racing team. Zij zullen vertellen over de motoren en hun recente ervaringen ermee en is er volop de gelegenheid tot het stellen van vragen.

Dus even onthouden:
Raceshow: 20 januari 2018 in het dorpshuis van ’t Zandt aan de Hoofdstraat 111.
Openingstijden: 14.00 uur tot 21.00 uur. De toegang is gratis.
ZZ-races: 16 juni 2018.
Meer informatie is te vinden op: www.zzraces.nl

Foto: Bart Pier

EICMA: de nieuwe kleuren van Suzuki

0

Nadat eerder bekend werd dat de SV650XA vanaf januari leverbaar is, heeft Suzuki ook de nieuwe kleuren gepresenteerd voor 2018. Wij hebben het een en ander voor je verzameld.

ADVENTURE SPORT
De V-Strom 1000A en de XTA krijgen vanaf februari 2018 de mogelijkheid om de kleur metallic grijs te kiezen.

STREET
Bij de GSX-S750A heb je vanaf januari de mogelijkheid om de kleur rood-zwart te kiezen. Zwart-wit-rood met rode wielen is vanaf februari mogelijk voor de GSX-S1000A. Een matzwarte kleur is leverbaar voor de GSX-S1000FA vanaf februari. De SV650A krijgt maar liefst twee nieuwe kleuren: hoogglans zwart met rood frame en rode wielen en blauw-wit. Vanaf december 2017 kun je deze kleuren kiezen en daarnaast is de SV650A voorzien van nieuwe graphics, zwarte hendels, instelbare preload, nieuw type Dunlop-banden en een grotere tank.

SUPERSPORT
De GSX-R1000A krijgt de mogelijkheid voor de kleur matzwart en de GSX-R1000RA krijgt de kleuren zwart en wit. 

Foto’s: Suzuki

[justified_image_grid ids=26505,26506,26507,26508,26509,26510,26511,26512,26513,26514,26515,26516,26517,26518,26519,26520,26521,26522,26523,26524,26525,26526,26527]