Na 45 jaar afwezigheid maakt het stripfiguur Julie Wood haar comeback met een nieuw avontuur en een speciale editie van de BMW R 12.
Julie Wood: tijdloze stripheldin in de motorracewereld
Geboren uit de pen van de beroemde Franse striptekenaar Jean Graton in 1976, heeft Julie Wood het hart veroverd van generaties strip- en motorliefhebbers. Haar avonturen in de wereld van de races hebben vele lezers doen dromen, en nu kunnen ze genieten van haar grote terugkeer.
Jean Graton (Nantes, 10 augustus 1923 – Brussel, 21 januari 2021) was een Franse striptekenaar, vooral bekend als de maker van de stripreeks Michel Vaillant, die sinds 1957 in het weekblad Le Journal de Tintin werd gepubliceerd. In 1976 creëerde Graton het personage Julie Wood, een motorsportkampioen en de hoofdpersoon in haar eigen stripreeks.
1 van 6
Na maar liefst 45 jaar afwezigheid komt Julie Wood terug met haar avonturen in de nieuwe strip Mortel Rodéo. Dit nieuwe avontuur komt tot leven dankzij het talent van Philippe Pelaez en Claudio Stassi, die de artistieke erfenis van Graton voortzetten en zijn stijl vernieuwen.
Een BMW R 12 voor een legendarische heldin
De echte verrassing voor motorliefhebbers is dat Julie Wood in dit nieuwe avontuur rijdt op een BMW R 12, gepresenteerd in een gepersonaliseerde kleurstelling in de stijl van Stars & Stripes. Deze keuze is geen toeval, maar het resultaat van de samenwerking tussen de auteurs en BMW Frankrijk. Ter gelegenheid van de terugkeer van Julie Wood heeft BMW een speciale gelimiteerde editie van de R 12 ontwikkeld, geïnspireerd door het stripfiguur.
Deze exclusieve motor, geproduceerd in slechts 15 exemplaren, is alleen beschikbaar voor de Franse en Belgische markt voor een prijs van 21.400 euro. De ‘R 12 Julie Wood’ heeft een unieke uitstraling met metallic vernis en is uitgerust met tal van accessoires, waaronder een comfortpakket, zwarte spaakwielen Option 719 Classic en een analoge tachometer.
Liefhebbers kunnen de BMW R 12 Julie Wood van dichtbij bewonderen tijdens de preview op de Salon des Deux Roues in Lyon, dat van 13 tot 16 februari 2025 plaatsvindt.
Met Francesco ‘Pecco’ Bagnaia en Marc Márquez als rijdersduo gaat het Lenovo Ducati-team als de grote favoriet voor de MotoGP-wereldtitel van 2025 van start. Nu is echter de vraag wie van deze twee meervoudige kampioenen, die samen goed zijn voor elf wereldtitels (waarvan acht in de MotoGP), zich de sterkste toont en grote kans heeft om zich opnieuw koning van de koningsklasse te mogen gaan noemen. Een blik in de 76-jarige geschiedenis van het WK-wegracen leert, dat er al heel wat wereldkampioenen teamgenoten van elkaar zijn geweest. Of dat ten kosten van de ander voor het eerst werd. We zetten de meest spraakmakende ‘Superteams’ op een rijtje.
Het Gilera-fabrieksteam in 1953 met de hoofdrolspelers Masetti (1) en Duke (4). Verder Milani (2) en Colnago (3).
Na Les Graham werd Umberto Masetti in 1950 de tweede wereldkampioen in de 500cc-klasse. Twee jaar later herhaalde de Italiaanse Gilera-coureur dit succes. Ondanks dat vond de Gilera-leiding het nodig om voor 1953 ook Geoff Duke onder contract te nemen. Dat de Engelsman een groot talent was, had hij in 1951 al bewezen door op een ééncilinder Norton de snellere viercilinder Gilera’s te verslaan en zo zijn eerste 500cc-wereldtitel te pakken. Masetti, die bekend stond als een glamourboy, was helemaal niet blij met de komst van Duke als teamgenoot. Al helemaal niet toen hij door de Engelse gentleman werd verslagen. De Italiaan toonde zijn ongenoegen door tijdens de TT van Assen, die in 1953 als tweede Grand Prix op de kalender stond, vroegtijdig huiswaarts te keren. Duke won niet alleen in Assen, maar werd dat jaar met de Gilera ook wereldkampioen. Daarentegen scoorde dat jaar Masetti geen enkel WK-punt.
1956: Umberto Masetti en John Surtees (MV Agusta)
Geoff Duke, Umberto Masetti en John Surtees (v.l.n.r.) in gezelschap van staatssecretaris Erica Terpstra tijdens de Centennial TT in 1998.
Na in 1953 zijn eerste 500cc-wereldtitel op Gilera te hebben veroverd, herhaalde Geoff Duke deze prestatie in 1954 en 1955. Voor Masetti was de overmacht van de Engelsman aanleiding om voor het seizoen 1955 van Gilera over te stappen naar de grote concurrent: MV Agusta. Na een derde plaats in de titelstrijd van 1955 kreeg Masetti een jaar later binnen het team van de zeer ambitieuze Count Domenico Agusta ene John Surtees als stalgenoot. Na Duke moest Masetti ook tegen deze Engelsman het onderspit delven, want die veroverde in zijn debuutjaar direct de titel in de koningsklasse. Daarbij moet wel op worden gemerkt, dat Duke als kopman van Gilera de eerste zes maanden van 1956 geen GP’s mocht rijden, omdat hij door de FIM was geschorst vanwege een geschil over startgelden. Na zijn eerste wereldkampioenschap won Surtees nog zes titels op MV Agusta (drie in de 350cc en drie in de 500cc) voor hij in 1961 overstapte naar de autoracerij. Dat de Engelsman ook op vier wielen uit de voeten kon, bewees hij in 1964 door met Ferrari F1-wereldkampioen te worden. Tot vandaag de dag is Surtees de enige coureur, die dit heeft gepresteerd.
1961: Gary Hocking en Mike Hailwood (MV Agusta)
De in Wales geboren maar in Rhodesië, het tegenwoordige Zimbabwe, opgegroeide Gary Hocking werd in 1961 na het vertrek van John Surtees de kopman voor MV Agusta in zowel de 350cc- als de 500cc-klasse. Het bleek de juiste keuze van het Italiaanse merk te zijn, want Hocking pakte in beide categorieën direct de titel. In de zevende van tien te verrijden GP’s in dat seizoen had de Rhodesiër bij MV een ander groot talent, Norton-coureur Mike Hailwood, als teamgenoot in de 500cc gekregen. De Engelsman finishte uiteindelijk als tweede in de titelstrijd. Halsreikend werd uitgekeken naar de strijd tussen de twee jonge Engelstalige MV Agusta-coureurs in 1962. Die strijd was helaas maar van korte duur. Want nadat Hocking’s beste vriend Tom Phillis (tevens Honda’s eerste wegracewereldkampioen) tijdens de TT op het eiland Man dodelijk was verongelukt, besloot de regerend dubbelwereldkampioen onmiddellijk met motorracen te stoppen. Hij ging autoracen omdat hij dat veiliger vond. Helaas bleek dat niet het geval te zijn. Want later dat jaar verongelukte Hocking tijdens een autorace evenement in Zuid Afrika dodelijk. Al met al werd Hocking’s teamgenoot Mike Hailwood in 1962 op oppermachtige wijze 500cc-wereldkampioen. De Engelsman zou uitgroeien tot één van de grootste motorcoureurs aller tijden. Maar net zoals de kampioen van 1957, Liberto Liberati (Gilera), zou ook ‘Mike the Bike’ bij een verkeersongeluk om het leven komen. Dat gebeurde in 1981. En in 2017 was het de MotoGP-wereldkampioen van 2006, Nicky Hayden (Honda), die aan de gevolgen van een verkeersongeluk het leven liet.
1973: Giacomo Agostini en Phil Read (MV Agusta)
Teamgenoten en grote rivalen in 1973 bij MV Agusta, Giacomo Agostini (r) en Phil Read, als gast van de TT Assen in 2011.
Nadat de tijdperken Mike Hailwood en Honda in 1967 ten einde waren gekomen, werd de macht overgenomen door Giacomo Agostini en MV Agusta. Naast het winnen van zeven opeenvolgende 500cc-wereldtitels (van 1966 t/m 1972) werd van 1968 t/m 1973 ook zes keer achterelkaar het 350cc-kampioenschap veroverd. Maar de prachtig loeiende Italiaanse viertakten kregen steeds meer concurrentie van de snerpende tweetakten van Japanse makelij. Om zich daar zo goed mogelijk tegen te kunnen verweren besloot Graaf Agusta Phil Read als teamgenoot van Giacomo Agostini te contracteren. Dat laatstgenoemde daar niet blij mee was, mocht duidelijk zijn. De ervaren Engelsman (viervoudig wereldkampioen in de 250cc en één maal in de 125cc) stond namelijk bepaald niet bekend als een ‘gemakkelijk’ persoon. Hij werd ook wel ‘The team-mate from hell’ genoemd. Dit naar aanleiding van het feit dat hij in 1968 binnen het Yamaha-fabrieksteam ten kosten van Bill Ivy naast de 125cc- ook de 250cc-wereldtitel had gepakt. En dat was tegen eerder gemaakte afspraken. Helaas werd de strijd om de 500cc-wereldtitel in 1973 overschaduwd door het dodelijk verongelukken van Jarno Saarinen tijdens de Italiaanse Grand Prix. Op het moment dat dit gebeurde stond ‘The Flying Fin’ met de nieuwe viercilinder tweetakt Yamaha op kop in het kampioenschap. Na deze tragische gebeurtenis besloot Yamaha zich uit de titelstrijd terug te trekken. Zo werd die een aangelegenheid tussen Agostini en Read. Daarbij trok laatstgenoemde aan het langste eind. De hele gang van zaken was voor ‘Ago’ aanleiding om van MV Agusta over te stappen naar Yamaha. In 1974 wist de combinatie Read/MV de 500cc-titel nog te prolongeren. Maar een jaar later kreeg Giacomo Agostini zijn ultieme revanche door nu wel zijn voormalige teamgenoot en werkgever te verslaan. En dat op een tweetaktmachine! Dat was tevens een primeur voor de koningsklasse.
In 1981 teamgenoten bij Yamaha: Kenny Roberts (1) en Barry Sheene (7).
Barry Sheene werd 500cc-wereldkampioen in 1976 en 1977. Kenny Roberts won genoemde titel in 1978, 1979 en 1980. Terwijl Sheene het grote uithangbord van Suzuki was, was Roberts dat van Yamaha. De rivaliteit tussen de Engelsman en de Amerikaan was immens en het duo vocht legendarische duels uit. Dat ze ooit nog eens teamgenoten zouden worden, had niemand voor mogelijk gehouden. Met samen vijf wereldtitels op hun conto gebeurde dat toch in 1981. Na drie achtereenvolgende kampioenschappen op een machine in de fraaie geel, zwart, witte kleurencombinatie van Yamaha Amerika te hebben veroverd, trad ‘King Kenny’ in 1981 met zijn ‘Number 1 plate’ in het rood-wit-blauw van Yamaha Japan aan. Als teamgenoot kreeg Roberts de één jaar oudere Sheene aan zijn zijde. Omdat de prestaties van de Suzuki’s steeds minder werden had ‘Number 7’ er in 1980 voor gekozen om zijn eigen team op poten te zetten. Hiervoor maakte hij gebruik van Yamaha TZ500-produktieracers. Uit sportief oogpunt werd het een mislukking. Maar de Engelsman was en bleef uitermate populair bij de motorfans. Dat was de reden voor Yamaha om hem een plaats naast Roberts in haar fabrieksteam aan te bieden. De Amerikaan zat daar niet mee. Want hij was er van overtuigd, dat hij hem toch wel zou verslaan. Dat gebeurde uiteindelijk ook. Maar verder dan een derde en vierde plaats in de titelstrijd van 1981 kwam het Yamaha-duo niet. Want in de eindafrekening moesten ze de Suzuki-coureurs Marco Lucchinelli en Randy Mamola voor zich dulden. Helaas kregen de fans ook nauwelijks directe duels tussen Roberts en Sheene, die toch als twee hele grote racekarakters te boek stonden, voorgeschoteld. Een jaar later waren de twee nog wel Yamaha-merkgenoten maar geen teamgenoten meer. De Amerikaan bleef volledig fabrieksrijder, terwijl de Engelsman weer voor zijn eigen team uitkwam. Maar alle twee slaagden ze er niet meer in om nogmaals wereldkampioen te worden.
1982: Marco Lucchinelli en Freddie Spencer (Honda)
De GP-comeback van Honda in 1982 met Marco Lucchinelli (1), Freddie Spencer (40) en Takazumi Katayama (24).
Onder de vlag van de dat jaar opgerichte Honda Racing Corporation (HRC) keerde Honda in 1982 op volle sterkte terug in de GP-racerij. Dat gebeurde met een revolutionaire 500cc-driecilinder-tweetaktmachine. Ze werden bemand door de bij Suzuki weggekochte Marco Lucchinelli (op dat moment regerend 500cc-wereldkampioen), het jonge Amerikaanse talent Freddie Spencer en de Japanner Takazumi Katayama. Al snel bleek dat ‘Fast Freddie’ verreweg de snelste van het trio was. Terwijl playboy Lucchinelli meer interesse in zijn riante salaris en daarmee samenhangende wilde leefstijl dan in racen op topniveau bleek te hebben, ging Spencer heel wat serieuzer te werk. En wat nog belangrijker was: ook zeer succesvol. Na in 1982 op het circuit van Spa Francorchamps zijn eerste GP-zege op een Honda te hebben gescoord, werd de Amerikaan vervolgens derde in de eindstand. Van een strijd met zijn teamgenoten was totaal geen sprake. Een jaar later was het verschil zelfs nog groter en veroverde Spencer op pas 21-jarige leeftijd niet alleen zijn eerste 500cc-wereldtitel maar ook Honda’s eerste kampioenschap bij de coureurs. In 1985 was de combinatie Spencer/Honda nog succesvoller door niet alleen de titel in de 500cc-klasse te pakken maar ook in de 250cc. Dat was een ongekende en nooit meer herhaalde prestatie. Inmiddels was de eens zo gelouterde Marco Lucchinelli al van het GP-toneel verdwenen. Door diverse blessures ging ook de carrière van Freddie Spencer als een nachtkaars uit.
1994: Michael Doohan en Alex Crivillé (Honda)
Michel Doohan (1) en Alex Crivillé, hier in 1996 duellerend in Brno, waren vijf jaar lang teamgenoten bij Honda.
In 1994 werden de Michael Doohan en Alex Crivillé stalgenoten bij Honda Team HRC. Een team dat een jaar later werd omgedoopt tot ‘Repsol Honda’. Van 1994 t/m 1998 toonde de Australiër zich veel sterker dan de Spanjaard. In genoemde periode won Doohan niet alleen 44 GP’s tegen zeven voor zijn teamgenoot, hij werd ook vijf keer wereldkampioen. De keren dat Crivillé ‘Quick Mike’ in een rechtstreeks duel versloeg, waren exact op één hand te tellen. Maar als dat gebeurde, dan was de Australiër daar zeker niet blij mee! Toch zou Crivillé’s tijd komen. Helaas gebeurde dat op een manier, die niemand kon bekoren. Bij een val tijdens de training voor de GP van Spanje in 1999 raakte Doohan dusdanig aan zijn rechterbeen gewond, dat hij onmiddellijk een punt achter zijn carrière moest zetten. Zo kwam de weg vrij voor Alex Crivillé om de titel van zijn teamgenoot over te nemen. Daarna ging het bergafwaarts met de resultaten van de Spanjaard en zette hij begin 2002 een punt achter zijn carrière.
2008: Valentino Rossi en Jorge Lorenzo (Yamaha)
Het legendarische lijf-aan-lijf-gevecht tussen de Yamaha-teamgenoten Valentino Rossi (46) en Jorge Lorenzo (99) in Barcelona 2009.
Nadat Valentino Rossi al in 2004 en 2005 met Yamaha wereldkampioen was geworden en zo het Japanse merk weer op de (titel winnende) kaart had gezet, kreeg de Italiaan in 2008 Jorge Lorenzo als teamgenoot. Dat deze pas 20-jarige Spanjaard talent had, mocht duidelijk zijn want hij mocht zich op dat moment al tweevoudig 250cc-wereldkampioen noemen. Dat Lorenzo op de baan weinig ontzag voor de Superster had, bleek al snel. Want bij zijn derde MotoGP-optreden (Portugal 2008) pakte hij al zijn eerste zege. De verschillen tussen de twee Yamaha-teamgenoten werden kleiner en kleiner. En de rivaliteit groter en groter. Vooral van Rossi’s kant. Hun duels ontaardde zelfs in lijf-aan-lijf-gevechten. Legendarisch zijn de duels die het tweetal tijdens de GP’s van Catalonië in 2009 en Japan in 2010 met elkaar leverden. Nadat Rossi zich in 2008 en 2009 nog wereldkampioen had mogen noemen, sloeg Lorenzo toe in 2010. Dat zijn teamgenoot dat seizoen vier races moest missen vanwege een beenbreuk opgelopen tijdens de GP van Italië, maakte zijn missie er duidelijk wat gemakkelijker op. Valentino Rossi was duidelijk niet blij met het feit dat Yamaha er voor had gezorgd dat hij binnenshuis werd verslagen door een coureur op ‘zijn’ Yamaha M1. Daarom verruilde de Italiaan voor 2011 en 2012 het Japanse merk voor Ducati. Dat deed ook zijn trouwe team technici onder leiding van Jerry Burgess.
2011: Nicky Hayden en Valentino Rossi (Ducati)
In 2011 en 2012 vormden Nicky Hayden en Valentino Rossi het Ducati-dreamteam. Het werd echter geen droom maar een nachtmerrie.
Nadat Valentino Rossi en Nicky Hayden in 2003 al teamgenoten bij Repsol Honda waren geweest, werden de Italiaan en de Amerikaan acht jaar later herenigd bij Ducati. Inmiddels had Rossi zeven wereldtitels in de koningsklasse achter zijn naam staan en Hayden eentje. Maar dat deze indrukwekkende cijfers geen garantie voor nog meer wereldtitels waren, bleek helaas na de twee seizoenen (2011 en 2012) dat ze gezamenlijk voor het Italiaanse merk uitkwamen. Er werd zelfs geen enkele GP-zege geboekt. Dat kwam, omdat de Ducati Desmosedici daar op dat moment gewoonweg niet goed genoeg voor was. Wat zeker voor de Italianen een droom had moeten worden, Rossi op een Ducati, dat werd een nachtmerrie. Daar konden zelfs twee wereldkampioenen die samen goed genoeg voor maar liefst acht titels waren geen verandering in brengen.
2013: Jorge Lorenzo en Valentino Rossi (Yamaha)
Van 2013 t/m 2016 bestond het Yamaha-fabrieksteam opnieuw uit Valentino Rossi en Jorge Lorenzo. Uiteindelijk wonnen ze samen zeven wereldtitels met het Japanse merk.
Na zijn twee mislukte seizoenen bij Ducati kon Valentino Rossi als een soort ‘verloren zoon’ terugkeren bij Yamaha. Dat gold ook voor zijn technici. En daar waren niet alleen genoemde drie partijen heel blij mee, maar vooral ook het wereldwijde gele #46 legioen. Wel waren de verhoudingen binnen het Yamaha-fabrieksteam enigszins veranderd. In 2012 had Jorge Lorenzo namelijk zijn tweede MotoGP-wereldtitel met het merk van de drie gekruiste stemvorken weten te winnen en daarmee zijn positie binnen het team versterkt. Maar Valentino Rossi was natuurlijk niet zomaar een coureur. Bij de hereniging van de twee in 2013 bleek de Spanjaard de snellere te zijn. Toch wist Rossi een Grand Prix te winnen. En laat dat nu juist de TT van Assen zijn. Maar het grootste punt voor de Yamaha-coureurs was op dat moment niet alleen hun onderlinge rivaliteit, maar het hebben van een nieuwe gezamenlijke vijand. Zijn naam: Marc Márquez! Als nieuwkomer in het Repsol Honda-team verbrak de pas 20-jarige Spanjaard zo’n beetje alle records, die er te verbreken waren. Het nieuwe fenomeen op twee wielen sloot niet alleen zijn debuutseizoen in de MotoGP als wereldkampioen af, maar won de titel ook nog eens vijf keer in de volgende zes jaar. Alleen in 2015 was Márquez niet opgewassen tegen de Yamaha-coureurs Rossi en Lorenzo. Die maakten uiteindelijk in een onderling duel uit wie zich van de twee wereldkampioen mocht noemen. Mede door de uitkomst van de befaamde clash tussen Rossi en Márquez in Maleisië (daardoor moest de Italiaan tijdens de finale in Valencia voor straf van de laatste startplaats vertrekken) ging de titel met vijf punten verschil naar de Spanjaard. Tot vandaag de dag is dit het laatste grote Yamaha-succes. In totaal vormden Valentino Rossi (uiteindelijk 56 GP-zeges op Yamaha) en Jorge Lorenzo (44 GP-zeges op Yamaha) samen zeven seizoenen het Yamaha-fabrieksteam. Dat was van 2008 t/m 2010 en van 2013 t/m 2016. In die periodes bezorgden ze als duo het Japanse merk vier wereldtitels bij de coureurs en vier bij de constructeurs. Daarmee kan het het beste team uit de wegracehistorie worden genoemd.
2025: Francesco Bagnaia en Marc Márquez (Ducati)
Meervoudige wereldkampioenen Francesco Bagnaia (2x) en Marc Márquez (6x) vormen dit seizoen een uitzonderlijk sterk Ducati-fabrieksteam.
Dit seizoen vormen Francesco Bagnaia en Marc Márquez het Lenovo Ducati-fabrieksteam. Of te wel een team waarvan de coureurs samen maar liefst elf wereldtitels achter hun naam hebben staan. De Italiaan veroverde één Moto2- en twee MotoGP-kampioenschappen, terwijl de Spanjaard dat in de 125cc, Moto2 en zes keer in de koningsklasse deed. Alleen in 2016 verscheen er op papier een nog sterker duo aan de start. Dat was dat van Movistar Yamaha met Valentino Rossi en Jorge Lorenzo. Die waren op dat moment samen goed voor veertien titels waarvan tien in de koningsklasse. Dat Marc Márquez na elf seizoenen bij Honda te hebben gereden bij Ducati belandde, komt in de eerste plaats door zijn initiatieven, doorzettingsvermogen, prestaties en uitstraling. Via Gresini Ducati is hij nu dan lid van het Ducati-fabrieksteam, waar hij gezien zijn status met open armen werd ontvangen. En waar zelfs de huidige wereldkampioen, Jorge Martin, voor moest wijken. Vol belangstelling wordt nu uitgekeken naar in de eerste plaats de duels van MM93 met zijn nieuwe stalgenoot Pecco Bagnaia, de MotoGP-kampioen van 2022 en 2023. Dat die duels spectaculair kunnen verlopen, hebben we in het verleden al gezien. Nu is de vraag hoe die duels in deze nieuwe setting gaan verlopen. Vooral ook omdat de Ducati-teamleiding altijd van het standpunt ‘Als er maar een Ducati wint’ uitgaat. Een pole onder de racefans geeft een duidelijke verwachting aan: 81% denkt namelijk dat Márquez wereldkampioen gaat worden. 19% houdt het op Bagnaia. We zullen het zien!
Wanneer het gaat om veilingen en oldtimermotoren, weten we dat de prijzen hoog kunnen oplopen, maar hier hebben we een echte klapper te pakken. deze Cyclone V-twin uit 1915 is geveild voor het verbazingwekkende bedrag van €1.277.420 ($1.320.000) tijdens een veiling van het gespecialiseerde huis Ecum in Las Vegas, Nevada.
Slechts 14 exemplaren
Het is een motor met pedigree, compleet gerestaureerd door de ervaren restaurateur Stephen Wright, die in dezelfde periode ook een Indian V-twin Board Track Racer uit 1912 heeft gerestaureerd. Een van de bijzonderheden van de Cyclone is dat het de eerste motor met bovenliggende nokkenas is die in de Verenigde Staten werd geproduceerd. Onder liefhebbers heeft het een solide reputatie opgebouwd als de meest geavanceerde en zeldzame motor uit die tijd. Het maakte naam in de competitie, maar er zijn slechts veertien exemplaren geproduceerd, waarvan er nog maar vijf over zijn.
996 cc V-twin
De technische specificaties geven aan dat het wordt aangedreven door een V-twin motor met een 45°-cilinderhoek, 996 cc inhoud en een vermogen van 61 pk, gevoed door een Shebler-carburateur, uitgerust met een Bosch-magneetontsteking, een enkele versnelling, pedaalkoppeling en een kickstarter. Ondanks dat het een van de snelste motoren van zijn tijd was, ontbrak de voorrem, iets dat toen niet gebruikelijk was. Er is wel een achterrem met enkele schijf van 127 mm. Spectaculair in zijn opvallende gele kleur had de Cyclone voor- en achterbanden van 2,5/28” op stalen velgen, een onderliggende uitlaat en een zadel dat waarschijnlijk niet de meest comfortabel was, vooral omdat de voorvering simpelweg een veer was en het frame achteraan stijf was. Maar dat zal de onbekende en welvarende koper waarschijnlijk niet veel uitmaken.
De Vision 110, gelanceerd in 2011 in Europa, biedt betrouwbare en plezierige mobiliteit tegen een aantrekkelijke prijs. Het ontwerp richt zich op duurzaamheid, betrouwbaarheid, veiligheid en gebruiksgemak voor dagelijks gebruik. Met zijn luchtgekoelde, brandstofinjectie eSP-motor, stabiele chassis en Honda’s Combined Braking System (CBS) is de Vision 110 een verstandige keuze in de instapscootermarkt.
1 van 4
25YM Honda Vision 110
25YM Honda Vision 110
25YM Honda Vision 110
25YM Honda Vision 110
Deze scooter bouwt voort op een rijke geschiedenis, beginnend met de Juno K in 1954 en gevolgd door de legendarische Super Cub. De MJ21 introduceerde een vernieuwde Vision 110 met verbeterde functionaliteiten, en voor MJ25 zijn er extra kleurkeuzes en updates die de scooter nog aantrekkelijker maken.
Modeloverzicht
De moderne styling van de Vision 110, met een vlakke voetenruimte, is gebouwd op een lichtgewicht eSAF. De luchtgekoelde eSP-motor levert 6,4 kW en 9,0 Nm met een laag verbruik van 1,8 l/100 km. De motor voldoet aan EURO5+ door verbeteringen aan de O2-sensor, katalysator en ECU.
De MJ25 Vision 110 is beschikbaar in de volgende kleuren:
Pearl Snowflake White
Candy Luster Red
Pearl Jupiter Gray
Matt Galaxy Black Metallic
Deze kleuren zijn vanaf eind februari verkrijgbaar bij Honda-dealers in de Benelux, met prijzen van:
België: 2.649 euro
Nederland: 3.149 euro
Styling & uitrusting
Slimme constructie met praktische vlakke voetenruimte
Smart Key-bediening voor contact en zadel
Analoog/LCD-instrumentarium
Nieuwe USB-C-aansluiting
De Vision 110 is ontworpen voor het eenvoudig vervoeren van personen en goederen, zonder in te boeten op Honda-kwaliteit. De strakke styling is vergelijkbaar met andere Honda-scooters en biedt een comfortabele zithouding met veel opbergruimte.
Motor
Zuinig, luchtgekoelde SOHC eSP-motor met twee kleppen
Idling Stop-technologie
Voldoet aan EURO5+
De 109,5cc eSP-motor weegt 22 kg en levert 6,4 kW bij 7.500 tpm, met 9,0 Nm bij 5.750 tpm. Met een verbruik van 1,8 l/100 km biedt hij een actieradius van meer dan 255 km.
Chassis
Enhanced Smart Architecture Frame (eSAF)
Stabiliteit met 16-inch voorwiel en 14-inch achterwiel
Rijklaargewicht van 100 kg
Het lichte eSAF biedt een goed rijgevoel en stabiliteit, perfect voor dagelijks gebruik. De stabiliteit wordt versterkt door stevige telescopische vorken en een achterschokdemper, met remsystemen die zorgen voor een gelijkmatige remkracht.
Accessoires
Om de gebruiksvriendelijkheid te verbeteren, is er een 35 L topkoffer beschikbaar via de Genuine Honda Accessories catalogus.
Voor motorrijders is het essentieel om te kunnen vertrouwen op hoogwaardige onderdelen en accessoires. Maar wat als je niet alleen een webshop hebt die producten verkoopt, maar ook een team van specialisten met een passie voor motoren? Dat is GeGShop.nl – al 15 jaar meer dan alleen een webshop, vier dit met ons mee met 15% korting op alle producten!
Van droom naar gevestigde naam in de motorwereld
Wat in 2010 begon als een droom, is inmiddels uitgegroeid tot een gerenommeerde naam in de motorbranche. GeGShop.nl is niet zomaar een online winkel; het is een webshop gerund door motorfanaten met uitgebreide vakkennis. Hier kun je niet alleen terecht voor hoogwaardige accessoires, maar ook voor deskundig advies van specialisten die net zo gepassioneerd zijn als jij.
Het assortiment is breed en diep: van high-end carbon onderdelen tot innovatieve accessoires. Of je nu op zoek bent naar een subtiele upgrade of een complete transformatie van je motor, bij GeGShop.nl ben je aan het juiste adres.
15 Jaar expertise, 15 Jaar kwaliteit
In de afgelopen vijftien jaar heeft GeGShop.nl een ijzersterke reputatie opgebouwd als dé specialist in motoraccessoires en -onderdelen. Dankzij jarenlange ervaring en een sterke betrokkenheid bij de motorwereld weten zij precies waar motorrijders naar op zoek zijn. De webshop richt zich op een breed scala aan merken en modellen, zodat iedere motorrijder de perfecte accessoires kan vinden.
Wat maakt GeGShop.nl uniek? Simpel: de combinatie van topkwaliteit, uitgebreide kennis en een service die verder gaat dan alleen verkoop. Hier krijg je geen standaard antwoorden of verkooppraatjes, maar eerlijk en goed onderbouwd advies van echte motorliefhebbers.
Tijd voor een feestje: 15% korting op álle producten!
Een 15-jarig jubileum vraagt om een feestelijke actie! Daarom krijg je de hele maand februari maar liefst 15% korting op het volledige assortiment. Of je nu je motor wilt voorbereiden op het nieuwe seizoen of gewoon een mooie upgrade zoekt, dit is hét moment om toe te slaan!
De actie in het kort:
15% korting op alle producten in de webshop
Geen kortingscodes nodig – de korting wordt automatisch verrekend
Geldig t/m 28 februari 2025
Mis deze unieke kans niet en maak je motor klaar voor het nieuwe seizoen!
CNC Racing is een toonaangevend Italiaans merk dat hoogwaardige motoraccessoires produceert. Als technische partner van Pramac Racing in de MotoGP levert CNC Racing geavanceerde componenten die bijdragen aan de prestaties van het team.
Van rearsets en remhendels tot doorzichtige koppelingsdeksels, elk product wordt met uiterste precisie vervaardigd uit premium materialen zoals aluminium en titanium. Met CNC Racing kies je niet alleen voor stijl en prestatie, maar ook voor een erfgoed van Italiaans vakmanschap en motorsporttechnologie.
Evotech Performance is, net als GeGShop.nl, ontstaan uit een passie voor motorrijden. Toen de oprichters geen hoogwaardige aftermarket accessoires konden vinden, besloten ze deze zelf te ontwikkelen. Bij EP begint elk product met kwaliteit, ontworpen voor zorgeloos gebruik.
Van kentekenplaathouders tot valbescherming, elk product is nauwkeurig ontworpen en vervaardigd uit vliegtuigkwaliteit aluminium met een duurzame poedercoating. Innovatie, kwaliteit en passie staan centraal in elk EP-accessoire.
Nieuw in het GeGShop assortiment is LighTech, onderdeel van CNC Racing. Wat begon in de Italiaanse racerij, groeide uit tot een wereldwijd toonaangevend merk in hoogwaardige aftermarket accessoires. Italiaans design en vakmanschap komen samen in innovatieve oplossingen voor veeleisende motorrijders.
Van verstelbare rem- en koppelingshendels tot rearsets en kettingspanners, elk LighTech-product is met uiterste precisie ontworpen en getest om zowel de prestaties als de uitstraling van jouw motor te verbeteren. Innovatie, kwaliteit en design vormen de kern van elk LighTech-accessoire.
Ilmberger Carbonparts, opgericht in 1990 door Julius Ilmberger, staat wereldwijd bekend om hoogwaardige carbonfiber motorfietsaccessoires. Vanuit zijn passie voor racen ontdekte Ilmberger de voordelen van carbon en begon hij zelf onderdelen te ontwikkelen.
Wat begon als maatwerk groeide uit tot serieproductie, met TÜV-gecertificeerde producten voor zowel race- als straatmotoren. Dankzij de geavanceerde autoclave-productiemethode en strenge tests garandeert Ilmberger Carbonparts een uitzonderlijke kwaliteit, duurzaamheid en prestaties voor motorliefhebbers wereldwijd.
De Suzuki GSX-R750 bracht in 1985 een revolutie tot stand in de wereld van sportmotoren. De Gixxer werd het een icoon van stijl en prestaties. Ter gelegenheid van zijn 40-jarig bestaan, blikken we terug op de geschiedenis van deze legende, van zijn oorsprong tot de meest recente modellen.
De GSX-R750 heeft jarenlang de harten van talloze liefhebbers verwarmd. Het succes van dit model ligt in de perfecte combinatie van prestaties en wendbaarheid, waardoor het voor velen de ideale keuze is voor sportief rijden. Onder de viercilinders waren de 600-modellen wendbaar en snel, maar de beperkte cilinderinhoud zorgde ervoor dat je in lage en midden toeren niet voldoende pk’s en koppel had. De 1000-modellen boden daarentegen veel meer vermogen, maar waren uitdagender en vermoeiender om aan de limiet te rijden. Daarom kwam de Gixxer 750 als dé oplossing voor vele enthousiaste rijders, zowel op het circuit als daarbuiten.
Competities hebben jarenlang de perfecte basis geboden voor de populariteit van deze cilinderinhoud. Hoewel de geschiedenis, regels en opkomende technologie de absolute waarde geleidelijk hebben verminderd, heeft de GSX-R750 een grote schare motorrijders verliefd gemaakt door de geweldige balans die deze motor biedt.
De eerste GSX-R750 (Model Year F) was een innovatieve motor, geïnspireerd op de Endurance-races, met een lucht- en oliegekoelde viercilindermotor, een licht aluminium frame en een aerodynamische carrosserie. De prestaties waren uitzonderlijk voor die tijd, met een vermogen van 106 pk en een topsnelheid van meer dan 240 km/u. De GSX-R750 viel op door zijn ontwerp, met de kenmerkende blauw-witte kleur en het goed zichtbare R-logo.
In de loop der jaren werd de GSX-R750 voortdurend geüpdatet met nieuwe technologieën en verbeteringen. In 1986 kwam de Limited Edition (Model Year G) met geavanceerdere vering en een speciale kleurstelling. In 1988 werd de motor herzien (Model Year J) met nieuwe carburateurs en een beter presterend uitlaatsysteem. In 1990 werd een nieuw, stijver en lichter frame geïntroduceerd (Model Year L), en in 1992 werd vloeistofkoeling (Model Year N) toegevoegd, een primeur voor de R-serie.
De evolutie (1993-2000)
De tweede generatie van de GSX-R750 (Model Year P) bracht een evolutie van het ontwerp en de motor, met de introductie van een nieuw elektronisch injectiesysteem. In 1996 werd de GSX-R750 SRAD (Model Year T) gepresenteerd, een nog extremere en lichtere motor, met een krachtigere motor en een compacter frame. In 1998 kwam de GSX-R750 W (Model Year V), met een nieuw ontwerp en een verder verbeterde motor.
De jaren 2000
In 2000 werd de GSX-R750 K1 gepresenteerd, een compleet nieuwe motor met een krachtiger motor en een lichter frame. In 2004 kwam de GSX-R750 K4, met een moderner ontwerp en een nog beter presterende motor. In 2006 werd de GSX-R750 K6 geïntroduceerd, met een nieuw motormanagementsysteem en een aerodynamischer ontwerp. In 2008 kwam de GSX-R750 K8, met een nieuw frame en een verder verbeterde motor.
De jaren 2010 en 2020
In 2011 werd de GSX-R750 L1 gepresenteerd, een volledig nieuwe motor met een compacter ontwerp en een krachtiger motor. In 2017 kwam de GSX-R750 L7, de laatste evolutie van deze soort, met een nog scherper ontwerp en een verder verbeterde motor. In datzelfde jaar viel officieel het doek voor de GSX-R750 n Europa. Maar omdat de fabrikant nog met voorraden zat, liep het model nog een aantal jaren door. In de USA daarentegen is de GSX-R750 nog steeds te koop, voor de prijs van €12.765 ($13.149).
De GSX-R750 is tot op de dag van vandaag een zeer gewaardeerde motor onder motorrijders over de hele wereld. Dankzij zijn prestaties, ontwerp en legendarische geschiedenis is het onmiskenbaar een motor die de geschiedenis van het motorrijden heeft gevormd en tot een van de meest iconische sportmotoren aller tijden is geworden. De constante evolutie, met de introductie van nieuwe technologieën en verbeteringen, heeft de GSX-R750 in staat gesteld om altijd aan de top van zijn categorie te blijven.
Tot op heden behouden de prijzen van tweedehands modellen respectabele cijfers, wat de waarde van een project bevestigt dat zijn doel heeft bereikt en de markt van supersportmotoren jarenlang heeft beïnvloed.
In 1932 verscheen de Harley-Davidson Model G Servi-Car op de markt. Deze driewieler werd direct een groot succes bij garages, goederenbesteldiensten, posterijen en politie. Het model werd voorzien van een 750 cc zijklepblok wat maar liefst 41 jaar in productie bleef en is daarmee het langst geproduceerde motorblok uit de H-D historie!
Eind 1931 werd de Servi-Car geïntroduceerd en was de derde utilitaire driewieler van Harley. De eerste was de zogenaamde Motorcycle Truck uit 1912. Dit was simpel gezegd een trike met één wiel aan de achterkant en een grote transportbak met twee wielen aan de voorkant. Het laadvermogen was ongeveer 275 kg. Hij werd aangedreven door Harley’s 750 cc V-twin zijklepblok dat een jaar daarvoor de aftrap gegeven had voor H-D’s indrukwekkende V-twin historie. Het blok had een losse 2-versnellingbak met een hoge 5:1 en lage 10:1 overbrenging. De Motorcycle Truck kon op plekken komen waar de auto’s van destijds erg veel moeite mee hadden. Vooral bij de US Postal Service werd hij daarom populair. Desondanks vielen de verkopen erg tegen en in 1915 ging hij daarom al uit productie.
Dat jaar werd hij opgevolgd door de Package Truck. Dit was een zijspancombinatie met een transportbak op het zijspanframe. De bak was ongeveer zo groot als die van de Motorcycle Truck en kon af fabriek voorzien worden van logo’s en andere reclame-uitingen. Hij was veel eenvoudiger te produceren, want de meeste onderdelen waren afkomstig van de reguliere productiemotoren en zijspannen. In tegenstelling tot de Motorcycle Truck werd de Package Truck direct een groot succes.
1 van 4
CYCLE TOW
In de 20-er jaren was aan de westkust van de Verenigde Staten de Cycle Tow erg populair. Garagehouders die auto’s van klanten wilden wegbrengen en ophalen zochten een voertuig waarmee dit gemakkelijk zou kunnen gebeuren door één persoon. De Cycle Tow was een systeem waarbij met twee zijwielen die neergelaten konden worden naast het achterwiel. Op die manier kon de motorfiets met neergelaten Cycle Tow gemakkelijk achter de auto versleept worden. In korte tijd werd de Cycle Tow waanzinnig populair. Het systeem kon gemakkelijk op een Harley of Indian gebouwd worden.
Al snel kwam er een verzoek vanuit de Harley-dealers in Californië of de fabriek ook een dergelijke machine kon ontwikkelen, maar dan als echte driewieler, want het Cycle Tow systeem had een erg negatieve invloed op de wegligging van de solomotor als de wielen opgetrokken waren en was bovendien loodzwaar.
MODEL G
Harley zag het verzoek wel zitten omdat ze een utilitaire trike als een goede uitbreiding op het commerciële leverprogramma zagen. De grote depressie was immers een feit en ieder nieuw marktsegment was welkom. In november 1931 was de nieuwe machine klaar, door Harley gedoopt als Model G Servi-Car. In een nieuwsbrief van 9 november 1931 prees Harley de Servi-Car aan als ‘voornamelijk bedoeld om gebruikt te worden door garages en service-stations om auto’s van klanten op te halen en af te leveren.’ Maar kleine bedrijven gebruikten de Servi-Car volop om bestellingen af te leveren, de transportbak bood ook prima ruimte om reclame te maken. Binnen drie jaar was de politie de grootste afnemer van de Servi-Car. Zij gebruikten hem voor allerhande klussen: foutgeparkeerde auto’s bekeuren, parkeermeters legen en assistentie bij ongelukken. Ook gehandicapten waardeerden de Servi-Car, met name na de Tweede Wereldoorlog toen vele soldaten invalide terugkeerden. Motorclubs zagen in de Servi-Car het ideale clubvoertuig om boodschappen te doen en bier in te slaan. Benzinestations gebruikten de Servi-Car om klanten te bedienen door ter plekke hun auto af te vullen met benzine in jerrycans die in de transportbak vervoerd werden. Met de optionele luchttank konden gelijk de banden op spanning gebracht worden als dat nodig was. Straatventers, koeriers en postdiensten maakten ook volop gebruik van de Servi-Car.
1 van 6
De transportbak was een groot pluspunt vergeleken met de Cycle Tow. Door de voetbediende koppeling en de 3-versnellingsbak met tankschakeling kon de Servi-Car ook gebruikt worden door automobilisten die nog nooit op een motorfiets gereden hadden en dat was belangrijk voor de verkopen. Een ander groot voordeel was dat hij geheel ontworpen was als driewielig voertuig, de ophanging van de twee achterwielen maakte integraal deel uit van het frame en was dus geen verbouwde motorfiets. Op de achteras met differentieel zat een tandwiel dat via een ketting aangedreven werd door de versnellingsbak. Ook was de achteras voorzien van een trommelrem, later zou ieder wiel een eigen rem krijgen. Het frame van de Servi-Car was aan de achterkant niet geveerd en aan de voorkant deed tot 1958 een Springer dienst.
De Servi-Car werd standaard geleverd met de schakelpook aan de linkerkant, maar speciaal voor de politie kon er tevens een schakelpook aan de rechterkant worden geleverd met aan de linkerkant het gashandvat. Dit was makkelijker voor de parkeerpolitie, die dan met de rechterhand de krijtstok kon hanteren om bij geparkeerde auto’s de band en wegdek kon aftekenen. Op deze manier konden ze zien of de auto was verplaatst om een parkeerboete te omzeilen.
VAN STAAL NAAR FIBERGLAS
Het eerste modeljaar van de Model G Servi-Car was 1932. Hij werd aanvankelijk aangedreven door een 45ci/740cc versie van Harley’s Model R zijklepper. De compressie werd verlaagd en hij had 3 versnellingen, maar in 1933 werden dat er 4. Drie vooruit en één achteruit. De standaard kleur was Turquoise Blue en was in 4 uitvoeringen leverbaar: de G was de enige Servi-Car die standaard uitgerust was met een sleepstang. De GA was identiek, maar dan zonder sleepstang. Daarnaast had je de GD met grote transportbak en de GE die standaard ook voorzien was van een luchttank. In 1933 kwam de GDT daar nog bij, de Servi-Car met sleepstang en grote transportbak. De transportbakken waren van staal, maar dat zou eind 1967 veranderen met de komst van de fiberglas transportbak op de Servi-Car. In 1962 had Harley 60% van de aandelen van de Tomahawk Boat Manufacturing Company in de staat Wisconsin gekocht. Deze fabriek maakte erg veel gebruik van fiberglas voor hun producten en dit was precies waar Harley veel interesse in had. H-D maakte immers steeds vaker gebruik van fiberglas op haar motoren en het in eigen beheer fabriceren van die onderdelen bespaarde de fabriek simpelweg geld. In 1963 was de Tomahawk Division van Harley een feit en werden de eerste onderdelen geproduceerd onder het Harley-Davidson logo. Niet alleen werd de transportbakvan de Servi-Car daar gefabriceerd, ook windschermen, koffers, zijspanbakken en een keur aan andere onderdelen. Vanaf 1963 werden er zelfs Harley-Davidson golfkarretjes door de Tomahawk Division geproduceerd.
Het leveringsprogramma van de Servi-Car zou door de jaren heen langzaam versoberen. In plaats daarvan werd er gewerkt met accessoire-pakketten, die voor de specifieke doelgroepen ontwikkeld waren, zoals de politie bijvoorbeeld.
Vanaf 1933 kon de Servi-Car naar keus uitgerust worden met een grote of kleine transportbak. Tijdens de lange periode dat hij in productie was vonden veel modificaties hun weg naar de Servi-Car. Soms waren die behoorlijk ingrijpend, zoals in 1937 bijvoorbeeld. Dat jaar werd de styling helemaal vernieuwd met de Knucklehead als inspiratie. Ook kreeg hij het 45ci/740cc zijklep motorblok van de nieuwe Model W. Dit blok had geen total loss smering meer, maar een recirculerend oliesysteem. Een jaar later werd de koppeling versterkt. Het blok van de Model W zou gebruikt worden tot de Servi-Car uit productie ging.
In 1958 kreeg de Servi-Car de hydraulische voorvork van de Hydra Glide. In 1964 kreeg hij als eerste Harley uit de historie een elektrische starter met 12 Volt elektrisch systeem. Schijfremmen kwamen in 1973, zijn laatste productiejaar. Toen viel het doek voor de Servi-Car.
AMF was sinds 1969 eigenaar van Harley-Davidson en door de langzaam dalende productieaantallen van zo’n 500 stuks per jaar zagen ze geen toekomst meer voor de Servi-Car.
1 van 5
Harley-Davidson TA
Ook het Amerikaanse leger maakte gebruik van de Servi-Car. Prima geschikt voor op de weg, maar minder voor zwaar terrein. Om die reden ontwikkelde Harley-Davidson in 1941 de TA, een speciale militaire versie van de Servi-Car. De standaard Servi-Car was uitgerust met het bekende 750 cc zijklepblok, de TA was echter voorzien van de veel krachtiger Knucklehead kopklepper en daardoor beter geschikt voor gebruik in zwaar terrein. Het Knucklehead-blok was vervolgens gekoppeld aan een 3-versnellingsbak met achteruit. De achterwielen werden niet aangedreven via een ketting, maar via een cardan. De TA had massieve schijfwielen en een springer voorvork. De eerste TA’s werden geplaagd door een aantal problemen, waaronder slechte wegligging, extreme trillingen en olielekkages. De ingenieurs van Harley losten deze problemen op en kregen goedkeuring van het leger om de TA in productie te nemen. Uiteindelijk zijn er slechts 18 TA’s gebouwd, waarvan twee prototypes.
De TA was voorzien van een Knucklehead motorblok.
Nieuwe generatie driewielers
Lange tijd waren er geen trikes meer te vinden in Harley’s modellenprogramma. Dat veranderde in 2009 toen de Tri Glide geïntroduceerd werd. In 2010 kwam de Street Glide trike op de markt, in 2015 de Freewheeler. Vandaag de dag wordt de Freewheeler nog steeds geproduceerd als kaal basismodel. Daarnaast is er de Road Glide 3, met kuip van de reguliere Road Glide, en tenslotte de Tri Glide Ultra. Dit is de meest luxueuze uitvoering en heeft de bekende Batwing kuip van de Electra Glide en een flinke topkoffer. Alle drie worden ze aangedreven door het 114 ci Milwaukee-Eight motorblok en allen hebben een grote bagageruimte tussen de achterwielen. Daardoor doet met name Freewheeler denken aan de Servi-Car van weleer!
1 van 3
Tekst: Ivar de Gier en Gerard van den Akker Illustraties: Archief A. Herl, Harley-Davidson, Yesterdays en onbekend
In de vruchtbare grond van de verbeelding van industriële ontwerpers, waar alles mogelijk lijkt, is Ichiban verschenen: een concept van een elektrische motor die veel meer vertelt dan op het eerste gezicht lijkt. Dit idee komt van Ivan Zhurba, een ontwerper uit Kyiv, en het doet ons extra plezier om Oekraïne te associëren met een project dat naar de toekomst kijkt. Deze virtuele motor lijkt te willen communiceren tussen verschillende tijdperken en ons niet alleen te vertellen wat komen gaat.
Ichiban, iets wat in het Japans zoiets betekent als ‘eerste’ of ‘beste’, weerspiegelt de ambitie van dit project: een vooruitblik op wat mobiliteit op twee wielen in de komende decennia zou kunnen zijn. De rechte en polygonale lijnen zijn esthetisch geïnspireerd door het eind van de jaren zeventig, een tijdperk waarin brutalistisch design het collectieve onbewuste domineerde. Tegelijkertijd verzachten die lijnen en maken ze het geheel aangenamer en moderner.
Designer Ivan Zhurba voor zijn conceptmotoren.
Technisch gezien wil deze Ichiban niet alleen een stijlvoorbeeld zijn; de specificaties, hoewel virtueel, maken haar ook geloofwaardig op de huidige markt: een elektrische motor van 45 kilowatt en een actieradius van 250 kilometer. Dat is iets om te vieren! Sterker nog, de ontwerper heeft een modus voorzien genaamd ‘Godzilla Mode’, die de rijder een plotselinge en krachtige versnelling van tien seconden biedt, vergelijkbaar met de ‘boost modes’ van andere elektrische modellen. Tijdens deze versnelling moet je je echter goed vasthouden, want de vorm van het zadel biedt niet veel houvast. Ook het comfort lijkt, eerlijk gezegd, wat verwaarloosd in deze stijluitvoering.
Maar het doel van dit project is heel anders. Meer dan een technische propositie of een demonstratie van de capaciteiten van de Oekraïense ontwerper, willen we het zien als een filosofische reflectie over vrijheid in het digitale tijdperk. De maker beschrijft het als ‘een ontsnapping, een bevrijdende vrijheid in een overmatig verbonden wereld’. Dit is een fascinerende paradox, gezien het feit dat diezelfde verbonden technologie het mogelijk heeft gemaakt om dit voertuig te bedenken en te ontwerpen, dat een zeer technologische uitstraling heeft.
Het meest significante aspect van Ichiban is niet de potentiële commerciële realisatie, maar de capaciteit om de collectieve verbeelding te prikkelen. Het vertegenwoordigt een uitnodiging om na te denken over hoe mobiliteit zal evolueren en hoe we nostalgie en innovatie, traditie en toekomst kunnen verzoenen. Kortom, hoewel de kans dat deze motor werkelijkheid wordt zoals we die vandaag zien praktisch nihil is, heeft het al zijn waarde bewezen: het provoceert, stimuleert en laat ons dromen. Precies datgene wat een designconcept moet doen en wat grote merken de laatste jaren nauwelijks nog doen, met uitzondering van enkele zeldzame gevallen.
We weten niet hoe jij erover denkt, maar wij genieten er nog steeds van om te dromen over de vormen van een studiemotor die vooruitloopt op wat we in de toekomst misschien zullen zien of die we misschien nooit zullen zien. Want intussen heeft het ons in staat gesteld om een denkwijze op gang te brengen, te fantaseren, te verbeelden, en uit een vonk kunnen veel verschillende vuren ontstaan.
Een supersportmotor rijdt volgas op een freestyle ramp af (zonder de rijder). Dit bizarre idee verspreidt zich snel op het internet, maar er is ook veel kritiek en opmerkingen van degenen die dit als een schokkende daad beschouwen.
De motor was waarschijnlijk ‘opofferbaar’ en voorbereid voor de sloper, maar de video, die in korte tijd viraal ging, heeft veel motorrijders uit verontwaardiging achterover doen slaan. Ze stellen een morele kwestie aan de kaak. In de video zijn niet al te jonge jongeren te zien die een Yamaha R6 richting de ramp rijden.
De Yamaha stijgt zo’n vijftien meter de lucht in voordat hij weer naar beneden valt en volledig in stukken uiteen valt. Vooral hoe de R6 z’n laatste adem uitblaast, is bijna zielig.
Veel motorrijders zien dit dan ook als een kinderachtige daad, die hun ziel raakt. Voor hen is het verkwanselen van een motor een onnodige en gratuite brutaliteit. De passie voor motoren is vaak diepgeworteld; velen doen talloze offers en moeten zweten om een geliefde motor te bezitten en te onderhouden. Het zien van zo’n motor die voor de gein wordt weggegooid, doet letterlijk pijn.
De afbeelding toont een veiligheidsgordel die tussen de twee zadels uitsteekt. Deze veiligheidsvoorziening is niet onbekend voor CFMoto, die eerder al verschillende varianten van het patent hebben aangevraagd.
Eerder deze zomer bespraken we al een patent van CFMoto dat betrekking heeft op het gebruik van een veiligheidsgordel om de rijder te beschermen bij een frontale aanrijding. Nu verschijnt de afbeelding van de toekomstige sportmotor 750 SR, die in 2025 in Europa op de markt moet komen en die de aanwezigheid van een gordel in het zitgedeelte toont. Het is echter onduidelijk of dit inderdaad om de veiligheidsvoorziening gaat, aangezien er geen officiële bevestiging is. Wel is te zien dat de veiligheidsgordel is bevestigd tussen het zadel van de rijder en dat van de passagier. Dit ontwerp zou mogelijk de mogelijkheid bieden om het systeem uit te schakelen bij andere soorten ongevallen dan een frontale botsing, maar dit blijft voorlopig speculatief.
Het patent beschrijft verschillende versies van het concept, met de nadruk op een ontwerp met stangen aan beide zijden van de taille van de rijder. Er is echter ook een eenvoudigere en praktischere variant met een stoffen gordel, zoals te zien is op de afbeeldingen van de 750 SR. Dit systeem zou alleen geactiveerd worden bij directe frontale botsingen, zodat de rijder niet naar voren wordt geslingerd, terwijl het ook eenvoudig te ontgrendelen is bij andere types ongevallen, waarbij het veiliger kan zijn om van de motor af te stappen.
We weten dat de CFMoto 750 SR een viercilinder lijnmotor van 749 cc heeft die 111 pk levert, wat de 213 kg zware motor in staat stelt om een snelheid van 230 km/u te bereiken. Ook de aerodynamica is duidelijk sportief, compleet met aerodynamische vleugels en, net als in een vliegtuig, gordels om je vast te maken!
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.