maandag 6 april 2026
Home Blog Pagina 35

40 jaar MOTORbeurs: de evolutie van 40 jaar motoren #4: 2015 – heden

1

De afgelopen tien jaar transformeerden motorfietsen zich van mechanisch georiënteerde voertuigen naar softwaregebaseerde systemen, met integratie van digitale technologieën, connectiviteit en verdere verfijning van veiligheidssystemen. Elektrificering was nog geen hot item, al begonnen een aantal merken er serieus aan te werken.

In 2016 werd ABS verplicht op motorfietsen met een cilinderinhoud boven de 125 cc. Dat betekende niet alleen dat dit veiligheidssysteem ook doordrong tot de lichtere klassen en budgetmotoren, maar ook dat tractiecontrole vaker voorkwam op lichtere modellen. Bochten-ABS werd langzaamaan ook de norm in het middensegment. Een enkele keer zag je het zelfs in het opstapsegment, zoals op de KTM 390 Adventure. In de hogere prijsregionen zagen we vaak complete assistentiepakketten, met ABS, wheeliecontrol, launchcontrol, tractiecontrole en – waar elektronisch instelbare vering aanwezig was – ook passieve en actieve veringafstelling. Motorisch veranderde niet zo veel. De Euro 4 kwam in 2017, Euro 5 in 2020. Je zag dat katalysatoren en lambdasondes soms iets dichter bij de cilinderkop werden geplaatst, zodat ze sneller opwarmden. Ook de verplichting dat benzinestations E10 moesten verkopen, veranderde niet veel; de meeste motoren met bouwjaar na 1990 waren er al geschikt voor. Wel gaf E10 enorm veel problemen met winterstalling, omdat deze brandstof snel achteruitging (en gaat) en veel vuil en afzettingen in het brandstofsysteem creëerde. Je kunt nog steeds beter 98 tanken voor de winterstalling, of een speciale storage fuel als EcoMaxx gebruiken.

Verschuiving

Opvallend is dat Yamaha en Kawasaki hun 1000cc-superbikes uit de reguliere handel haalden en alleen nog voor circuitgebruik verkochten. De verkoopaantallen waren zo laag dat het geen zin had om de Euro 5-homologatie aan te vragen. Honda en BMW bleven ze wel verkopen. Verrassend genoeg bracht Kawasaki de ZX-10R voor 2026 toch weer terug. Maar er was een verschuiving bezig, ook in het domein van de allroads. Lang was de trend naar groter, sneller, zwaarder en duurder. De KTM 990 werd een 1090, een 1190, een 1290 en een 1390, de BMW GS ging van 1200 naar 1250 en 1300, de Honda Africa Twin ging van 1000 naar 1100, datzelfde deed Kawasaki met de Versys. Niet iedereen was daarvan gecharmeerd, zeker niet degenen die nog offroadaspiraties hadden. Dan wil je niet met een 260 kg zware mastodont je evenwicht verliezen. KTM kwam de echte dual-purposefans tegemoet met de 790 Adventure, Honda met een nieuwe Transalp 750, Suzuki met een V-Strom 800. Er ontstond een leuke, handelbare en wendbare 800cc-klasse. En voor wie nog lichter wilde, is er ook een hele opstapklasse gekomen: BMW met de F310GS – inmiddels F450GS – KTM met de 390 Adventure, Suzuki met de DR-4S, Kawasaki met de KLE500, Voge met de 300 Rally, Honda met de CRF300 Rally en de NX500, en Moto Morini met de X-Cape 650. En vergeet vooral de Aprilia Tuareg 660 niet.

Scramblers en retro’s

Een trend die de afgelopen tien jaar duidelijk zijn stempel op de motormarkt drukte, is de toename van het aantal retromodellen. Motoren die helemaal in de stijl van de jaren zeventig – of eerder – zijn vormgegeven, maar die wel voorzien zijn van moderne techniek. Triumph trapte dit min of meer af met de Modern Classics, die nu nog steeds als Bonneville en Speed Twin leverbaar zijn. Honda bracht de GB350S en de CB1000F, BMW de R12 en de R 12 GS en natuurlijk de R18. Kawasaki de Meguro S1, de Z650RS en de Z900RS/SE. Suzuki komt dit jaar met de GSX-8T en TT. Yamaha had een aantal retro ‘Faster Sons’-motoren, nu hebben ze nog de XSR125 en de XSR900/GP in het gamma.

Parallel aan de retrotrend is de scramblertrend. Scramblers waren vroeger naked bikes die waren omgebouwd tot offroadmotoren. Op die stijl liften diverse merken mee. Ducati maakte er een heel eigen merk van met diverse scramblertypes, Triumph heeft een aantal scramblers in het gamma en ook bij Fantic zie je de Caballero-scramblermodellen.

40 jaar MOTORbeurs: de evolutie van 40 jaar motoren #1: 1985 – 1995

Motoren en vermogensafgifte

Hoewel sommige merken de pk-race vaarwel zeiden, bleven anderen tegen beter weten in pk-monsters bouwen. Ducati bracht in 2020 bijvoorbeeld nog een Panigale V4R, die 221 pk leverde dankzij een compacte, lichte V4-configuratie en desmodromische kleppen. Kawasaki kwam met de H2R, een 200 pk sterke hypersportmachine met supercharger, volgens Kawasaki de snelste productiemotor ooit. Ik zou het persoonlijk leuk hebben gevonden als Kawasaki met de superchargertechniek een superzuinige, 100 pk sterke 500cc-twin had gebouwd. Dat zou maatschappelijk relevant zijn geweest, maar wellicht minder imposant. Je moet in de kroeg immers wat hebben om over op te scheppen, of je er nou wat aan hebt of niet. Bij veel merken draait het daarom. Bimota maakte zo met het supercharged Kawasaki-blok een H2 Tera, een allroad, en de Tesi H2, met naafbesturing. Ook maakte Bimota nog de KB998 Rimini, een eveneens 200 pk sterke straatvariant van een superbikeracer. BMW deed vrolijk mee, met een 210 pk sterke S1000RR en een 218 pk sterke M1000RR-superbike, terwijl er ook nog een 210 pk sterke M1000R-powernaked verscheen.

Variabele kleptiming

Bij andere merken lag de nadruk meer op verfijning. Honda had al jaren variabele kleptiming op de VFR, maar langzaam begonnen ook andere merken ermee. Ducati kwam in 2015 met de Multistrada 1200 DVT, waarbij het 1198 Testastretta-blok nokkenasverstellers had op zowel de inlaat- als de uitlaatnokkenassen. Suzuki kwam in 2017 met Racing VVT op de GSX-R1000. Dit systeem maakt gebruik van een nokkenasversteller op de inlaatnokkenas. Deze versteller werkte niet hydraulisch, maar door centrifugaalkracht. BMW pakte de zaken in 2017 heel anders aan met het ShiftCam-systeem op de R1250GS en R1250RT. Hierbij had elke nokkenas twee nokken voor elke inlaatklep: een voor hoge toerentallen en een voor lage toerentallen. Bij hoge toerentallen zorgt een actuator dat de nokkenas verschuift en de snelle nok boven de klep komt te liggen. Zo trekt de motor bij alle toerentallen goed en is hij bovendien zuiniger. KTM bracht hier in 2024 een versie van uit op de 1390 LC8.

Modi en ARAS

Elektronica maakte ook herprogrammeerbare vermogensafgifte mogelijk. BMW’s S1000RR (2020) kon via het TFT-scherm bijvoorbeeld rijmodi selecteren die de gasklep, tractiecontrole, wheeliecontrol en ABS afzonderlijk aanpasten, waardoor dezelfde motor verschillende karakteristieken kon aannemen voor circuit, sportief straatgebruik of regen. Maar ook hier kon je vraagtekens bijzetten. Is het nuttig dat een motor (bijvoorbeeld) zes standen voor ABS, zes voor tractiecontrole, vier voor wheelieneiging, vijf voor motorremwerking, drie voor felheid van de gasreactie, vijf voor driftneigingen en vier voor vermogensafgifte heeft? Voor een ervaren coureur op een circuit heeft dat misschien zin, maar voor gewone motorrijders op straat is één stand voor ABS en één stand voor tractiecontrole toch genoeg? En meer dan sportief, toer en regen heb je voor je vermogenskrommes ook niet nodig? Motorfabrikanten hebben de neiging door te slaan.

Wat dan weer wel handig is, is dat sommige van deze systemen nu ook de vering aanpassen wanneer je een andere motormodus kiest. BMW S1000XR (2020) past de demping bijvoorbeeld automatisch aan bij actieve rijmodi: Sport, Road, Rain en Dynamic. KTM nam deze technologie over op de 1290 Super Adventure (2020), waarbij vering, tractiecontrole en rijmodi geïntegreerd werden, wat vooral belangrijk is bij offroadgebruik of lange toertochten. Dit markeerde een verschuiving van puur mechanische naar softwaregestuurde, dynamische motorafstemming. Verder zie je een toename van veiligheids- en assistentiesystemen. Behalve motorremregeling, wheeliecontrol, cruisecontrol en quickshifters zie je sporadisch ook radargestuurde systemen, zoals adaptive cruisecontrol en emergency braking. BMW bracht ook al een prototype van een zelfrijdende motor…

Connectiviteit en digitale dashboards

Tussen 2015 en 2025 ontstond ook de trend van digitale connectiviteit. Kleuren-TFT-schermen en smartphone-integratie werden gemeengoed. BMW’s S1000RR en R1250GS (2019) introduceerden TFT-schermen met bluetoothconnectiviteit, waarmee navigatie, telefoon en motorstatus geïntegreerd werden. Ducati introduceerde Ducati Multimedia System (DMS), waarmee rijderdata, muziek en telefoons kunnen worden bediend via het dashboard. Kawasaki heeft hiervoor de Rideology-app, Piaggio, Moto Guzzi en Aprilia het Multimedia-systeem.

Deze digitale interfaces maakten het ook mogelijk om de ECU van de motor te updaten via OTA-updates (Over The Air). Ducati en BMW boden bijvoorbeeld firmware-updates aan om tractiecontrole, ABS en vermogensmapping te verfijnen zonder fysieke interventie. Navigatie van je telefoon op het TFT-dashboard projecteren is ook al even mogelijk, bij de Harley Pan America als een van de eerste.

Elektrische motoren

Waar elektrische auto’s – mede door subsidies – een snelle opmars maakten, was dat bij motoren niet het geval. Inmiddels zijn er best veel, maar de verkopen schieten niet bepaald door het dak. Vectrix maakte een leuke EV-scooter, maar is weer van de markt verdwenen. Energica ging failliet, maar maakt een doorstart met geld uit Singapore. Zero is een blijvertje. Ze kwamen al in 2012 met EV-motorfietsen naar Europa en hebben een brede range. Sinds 2022 biedt Zero ook een leuke allroad: de DSR-X. De actieradius klinkt aardig, met 321 km, maar dat is bij 30 km/u in de eco-stand. Bij snelweggebruik is de actieradius 137 km bij 113 km gemiddeld. Leuk voor een rondje rond de kerk, maar niet nuttig als reismotor.

Harley-Davidson introduceerde de LiveWire (2019), een volledig elektrische naked bike, met instant koppel, regen- en sportmodi en geïntegreerde regeneratieve remming. BMW heeft met de CE-04 een elektrische scooter in het gamma, Can-Am heeft een leuke naked en een lichte allroad (Pulse en Origin). Ultraviolette voegt zich erbij met futuristisch uitziende motoren. Kawasaki heeft een leuke hybride op de markt gebracht, de Z7 Hybrid. En nu mengt Honda zich in de strijd met een elektrische naked bike, de WN7.

Maar het grootste nieuws is dat Ducati op de IAA Mobility haar nieuwe elektrische racer voorstelde, voorzien van solid-statebatterijen. Ook het Finse Verge komt met drie motoren, voorzien van een naafloze achterwielmotor en solid-statebatterijen van Donut Lab. Solid-statebatterijen hebben veel meer energie-inhoud. Dat zou weleens een omslagpunt in de acceptatie van elektrische motorfietsen kunnen zijn.

Rijwielgedeelte

De belangrijkste ontwikkeling van het rijwielgedeelte zelf in deze periode is wellicht de nieuwe schommelarmvoorvork op de Gold Wing van 2018. Die bestaat uit een vaste voorvork, die met twee triangels boven aan het frame is bevestigd. Nieuw, maar ook niet echt nieuw, want in het begin van de twintigste eeuw reden er meer motoren mee rond, zoals de Douglas Model 2 van 1913 en de Moto Guzzi 250 Monza van 1934. Wat verder veranderde, is dat er steeds meer carbonfiber werd gebruikt voor kuipdelen en spatborden om het gewicht van high-end sportmotoren te verlagen. Ook zie je steeds meer vleugeltjes en spoilers op sportieve motoren. Deze ‘winglets’ zijn in de racerij ontwikkeld om meer stabiliteit, minder luchtweerstand en meer wieldruk te genereren bij hoge snelheden. En als de GP-racers ze hebben, dan willen de gewone straatrijders ze ook. De vleugels van de Ducati Streetfighter zouden 28 kg downforce genereren bij 270 km/u. Op straat is het effect bij onze stikstofvriendelijke topsnelheid van 100 km/u natuurlijk praktisch nihil. Maar het oog wil ook wat.

Transmissies en koppelbeheersing

Elke scooter heeft een automaat, maar als je een automaat op een motor wilde, kwam je bij de DCT van Honda terecht. Daarin kwam de afgelopen jaren verandering. Honda introduceerde bijvoorbeeld de e-Clutch, dat is een gewone versnellingsbak met een automatisch functionerende koppeling. Je hoeft dus alleen nog maar te schakelen; zelf koppelen kan nog wel als je dat wilt. BMW bracht de Automated Shift Assistant, kortweg ASA. Ook dat is een conventionele versnellingsbak, met dit verschil dat er geen koppelingshendel meer is en dat je ook niet meer hoeft te schakelen. Het kan nog wel, maar dan bedien je alleen nog een sensor; het schakelen zelf doet de mechatronica. Ook de Kawasaki Hybrid heeft zo’n AMT, maar met een afwijkend schakelpatroon: N-1-2-3-4-5-6, waar een conventionele motor 1-N-2-3-4-5-6 heeft. Bij de Yamaha AMT, die onlangs is geïntroduceerd, is ook het schakelpedaal verwijderd. De eveneens conventionele bak wordt nu via actuatoren bediend. Vandaar de term AMT: Automated Manual Transmission.

Chinese dreiging

Motorrijden neemt nog steeds toe in populariteit. Toch is er reden voor de ‘heersende’ motormerken om zich zorgen te maken vanwege de opkomst van de Chinese motorindustrie. China is in staat om leuke en – inmiddels – betrouwbare motoren te bouwen voor veel lagere prijzen. Dat doen ze onder meer met motoren die onder opgekochte Europese merknamen worden verkocht. Denk aan Benelli, SWM (Speedy Working Motorcycles), Moto Morini en Morbidelli. Er zijn ook de nodige Europeanen die merken creëren die door de Chinese fabrikanten worden gebouwd. Denk aan Mash, Fantic en Lambretta. Maar er zijn ook veel echte Chinese merken op de markt gekomen, zoals Benda, CFMoto, QJMotor, Voge, Kove en Zontes. De keuze is enorm. Je ziet ook al enige tijd dat veel motorfabrikanten samenwerken met de Chinezen. KTM werkt bijvoorbeeld samen met CFMoto. De 800cc-modellen van CFMoto maken bijvoorbeeld gebruik van KTM ‘Kiska’-designs en van KTM 790-motorblokken. Lichte Peugeot-bromscooters als de Kisbee komen uit China, in Koreaanse bromscooters van SYM en Kymco kom je het Chinese GY6-motorblok tegen. En dan zijn er nog een aantal fabrikanten die bepaalde modellen in India laten produceren. Ze moeten wel, willen ze de kostprijs laag houden.

De Europese, Japanse en Duitse merken maken technologisch ver doorontwikkelde motoren, maar China is bezig de markt te veroveren en loopt qua technologie snel in. De vraag is of de conventionele merken het komende decennium in staat zijn om deze aanval te pareren.

Meer artikelen lezen over 40 jaar Motorbeurs?

Van Easy Rider tot Sunbeam S8: hoe een eBay-advertentie leidde tot een unieke custombike

0

Eigenlijk begon het voor de Brit Stuart Bruton allemaal al in de eind jaren 60 met Billy’s bike in Easy Rider. Zijn liefde voor custombikes was ontvlamd om nooit meer te doven. In 2022 zag hij een advertentie op eBay waarin een deels gemodificeerde Sunbeam S8 te koop werd aangeboden. Hij nam contact op met de verkoper, een man in Heathrow, en de koop was snel gesloten. Het was tijd voor iets ongebruikelijks…

Eenmaal thuis met mijn nieuwe aanwinst begon ik meteen de motor helemaal uit elkaar te halen; Eerst alle ijzerwaren eraf zoals de gereedschapsdoos, de elektradoos, de accubak en de spatborden. Voor de spatborden en de richtingaanwijzers zocht ik vervangende exemplaren en daarna repareerde ik alle butsen en gaten in de metalen delen.

NACHTMERRIE

Ik had nog niet bedacht hoe ik dat andere achterspatbord zou gaan bevestigen, maar realiseerde me toen dat ik een sissybar kon maken die het spatbord ondersteunt. Wat het materiaal van de sissybar betreft twijfelde ik tussen gewoon staal en dat laten verchromen en rvs en dat polijsten. Het werd rvs dat ik bestelde in 12 mm vierkant. Vervolgens moest ik nog gaan uitvinden hoe ik dat mooi zou kunnen gaan buigen. Het werd uiteindelijk een soort van mal die ik uit twee stalen platen maakte met behulp van mijn goeie-ouwe Atlas draaibank uit 1948. Ik maakte eerst een aantal verschillende sissybars uit hout voordat ik precies wist hoe ik het wilde hebben. Nadat ik de sissybar klaar had was het tijd voor het achterlicht. Daarvoor wilde ik een oude bronzen brandblusser gebruiken, waarin ik een Sparto achterlicht plaatste. Vroeg wel weer een beetje geknutsel op de draaibank, maar het lukte! De elektra vernieuwen en zelf aanleggen was een nachtmerrie. Dat was iets waar ik echt geen enkele ervaring mee had, dus onnodig om te zeggen dat dit allemaal niet vanzelf ging. Informatie opzoeken en lezen is niet echt mijn sterkste punt, vrees ik…

DUBBEL SPUITWERK

Het volgende onderdeel was de tank. De originele tank was gigantisch groot en ik denk dat ik op één tank benzine naar Schotland en terug had kunnen rijden. Met wat kleine modificaties bleek de tank van een Harley Sportster 883 perfect te passen. De tankdop maakte ik ook zelf. Voor het zadel kocht ik een stalen plaat waaruit ik de zadelbodem vormde. Duurde wel even voordat ik door had hoe ik dat het beste kon doen, maar okee… Vervolgens de vulling van schuim en de bekleding uit leer. Het naaiwerk deed ik deels met de hand en deels met mijn oude Singer naaimachine. Daarna pakte ik de voorvork beet, waarvoor ik zelf nieuwe bussen draaide op de draaibank. Ook de koplamp kwam aan de beurt; ik verwijderde de laklaag en polijstte het metaal van de body. Het roostertje voor het glas werd iets aangepast en met een ijzerzaag en mijn draaibank werd de rand van de koplamp veel gladder gemaakt. De dynamo werd door mij gereviseerd, want ik denk niet dat er ooit iets aan gedaan was. Als finishing touch maakte ik er een covertje voor, zodat het er wat beter uit ziet. Heb wel extra plezier beleefd aan het spuitwerk, aangezien ik dat twee keer moest doen… De primer die ik in eerste instantie gebruikte bleek een bijzonder rimpel-effect op de verf te hebben. Niet echt wat ik voor ogen had, dus -na advies van mijn schoonzoon- nog eens proberen, maar dan wel met de juiste primer.

La Trapezia: hoe een Honda CX transformeerde tot een hoekige Chicano-showstopper

KICKBACK SHOW

De deadline die ik mezelf gesteld had voor dit project was de Kickback Show in het Sammy Miller Museum. Die deadline heb ik gehaald en de show was eigenlijk de eerste gelegenheid die ik had om de reacties van anderen op mijn werk te peilen. Die reacties vielen gelukkig niet tegen; De Sunbeam trok veel belangstelling en verreweg de meeste mensen gaven aan het een heel geslaagd project te vinden. Zelf ben ik ook best wel blij met het resultaat en ik ben ook zeker van plan er zoveel mogelijk mee te gaan rijden!

SPECIFICATIES SUNBEAM S8 CUSTOM

Categorie Details
Bouwer en eigenaarStuart Bruton
BasisSunbeam S8, bouwjaar 1957

Motorblok

Merk en typeSunbeam, luchtgekoelde OHC paralleltwin in lengterichting
Boring x slag70,0 x 63,5 mm
Vermogen24 pk (18 kW) bij 6.000 t.p.m.
Cilinderinhoud487 cc
UitlaatsysteemStandaard met ‘Tulip’ demper
OntstekingLost spark systeem
TransmissieStandaard vierbak, cardanaandrijving

Rijwielgedeelte

FrameStalen wiegframe, standaard Sunbeam
VoorwielBorrani velg, 250 x 18
VoorvorkSpringer, herkomst onbekend
AchterwielBorrani, 500 x 16
SchokbrekersSunbeam, covers verwijderd

Diversen

HandvatteneBay
KlokkeneBay
SchakelaarsLucas
BrandstoftankHarley-Davidson Sportster 883, licht aangepast
ZadelCustom
KentekenplaathouderCustom
SissybarCustom
AchterlichtCustom, gemaakt uit een brandblusser
ElektraStandaard, aangepast door Stuart

Spuitwerk

KleurSunbeam Green
SpuiterStuart Bruton (2x)

40 jaar MOTORbeurs: Honda’s drietrapsraket voor Utrecht: CB1000GT, CB1000F en WN7

0

Honda pakt groots uit tijdens de jubileumeditie van MOTORbeurs Utrecht met drie opvallende modellen: de CB1000GT, de CB1000F en de elektrische WN7. De nieuwe CB1000GT bouwt voort op de dynamische CB1000 Hornet, maar is volledig afgestemd op comfort, bescherming en lange afstanden. Onder de tank ligt dezelfde 1.000cc-viercilinder als de 2017 CBR1000RR Fireblade, aangepast voor een soepeler rijgedrag. Met 150 pk bij 11.000 tpm en 102 Nm koppel bij 8.750 tpm biedt deze sporttourer sterke prestaties, terwijl een assist-/slipperkoppeling en een quickshifter met autoblipfunctie standaard zorgen voor moeiteloze schakelmomenten. Het pakket is compleet met zijkoffers (37L links, 28L rechts), cruisecontrol, handvatverwarming, handkappen en een middenbok.

Aanwezige Honda-modellen op MOTORbeurs Utrecht

  • GL1800 Gold Wing
  • CMX1100 Rebel
  • NT1100
  • NC750X
  • CB500 Hornet
  • CB650R E-Clutch
  • CB750 Hornet
  • CB1000GT
  • CB1000F
  • CRF1100L Africa TwinCRF1100L Africa Twin Adventure Sports ES
  • XL750 Transalp
  • X-ADV
  • CBR1000RR-R Fireblade
  • CBR600RR
  • CBR650R
  • CBR500R
  • EM1 e:
  • CUV e:
  • WN7

De tweede primeur is de CB1000F, die inspiratie haalt uit de legendarische CB750F waarop Freddie Spencer in de jaren ’80 triomfen vierde. De CB1000F beschikt over een weer iets anders afgestelde versie van het eerder genoemde Fireblade-blok, goed voor 124 pk bij 9.000 tpm en 103 Nm bij 8.000 tpm. Achter het retro-coole uiterlijk gaat een indrukwekkend elektronisch hart schuil: Throttle By Wire en een zesassige IMU verzekeren een naadloze controle, terwijl sleutelloos starten en connectiviteit via de Honda RoadSync-app het moderne karakter versterken. Hedendaagse retro dus.

CB1000F.

De WN7 markeert een nieuwe mijlpaal in Honda’s elektrische strategie, als eerste in serie geproduceerde elektrische motorfiets van Honda ooit. Deze machine haalt een actieradius van 140 kilometer (WMTC-norm) dankzij de 9,3 kWh lithium-ionbatterij. De vloeistofgekoelde elektromotor levert 50 kW piekvermogen en 100 Nm koppel, waarmee het sportief én duurzaam rijden wordt. Voor jongere rijders of houders van een A1-rijbewijs is er bovendien een 11 kW-versie beschikbaar. Een mooie aanvulling op de reeds bekende elektrische stadsmodellen EM1 e: en CUV e:, en een volgende stap richting Honda’s volledige koolstofneutraliteit in 2040.

WN7.

Meer artikelen lezen over 40 jaar Motorbeurs?

40 jaar MOTORbeurs: toertocht IJsselstein – ontdek de achtertuin van Arie Molenaar Motors

0

MOTORbeurs Utrecht-standhouder van het eerste uur Arie Molenaar Motors uit IJsselstein tikte onlangs de mijlpaal van zestig jaar aan – en dat zegt wat. Een goede reden om ook eens de omgeving rondom IJsselstein te verkennen middels een mooie route. Want wie wel eens bij Arie Molenaar Motors is geweest, weet dat het daar niet alleen om motoren draait, maar ook om de waanzinnige ritten die je vanuit hun locatie kunt maken. Nog nooit binnengestapt bij Arie? Dan is dit hét moment om dat goed te maken.

Deze tocht door Utrecht en Zuid-Holland is puur genieten: dijkwegen vol bochten, groen zover je kijkt en gezellige dorpjes die je onderweg uitnodigen om even te stoppen. Je vertrekt bij het Hajé Restaurant in Nieuwegein en eindigt bij de Foodcourt, eveneens in Nieuwegein – allebei pal naast de A27, dus makkelijk bereikbaar. Je rijdt dwars door het Groene Hart, met zijn open landschappen, meren, veenweiden, rivieren, oude dorpen, forten en boerderijen.

Lust je wel wat extra cultuur onderweg? Dan kun je de route eenvoudig uitbreiden met stops in Woerden, Montfoort of Oudewater – elk met een eigen sfeertje en geschiedenis.

In het kort

Duur8 uur, 44 minuten
Afstand255,33 km
LandenNederland

Een absoluut hoogtepunt is de Meije, een kronkelende dijkweg die geliefd is bij praktisch iedereen met benzine in het bloed. Houd wel je ogen open, want er gelden nog wat beperkingen. Het goede nieuws: de Meije is weer open voor motorrijders, behalve het stukje door Woerden, waar nog steeds een weekendverbod van kracht is. De MAG (Motorrijdersactiegroep) is bezig te kijken of dat verbod juridisch kan worden aangepakt.

Onderweg kom je genoeg dorpen tegen waar je even kunt afstappen voor koffie, lunch of een koud 0% biertje. In de route zelf staan suggesties vermeld. Daarnaast vind je onderweg meer dan voldoende plekken om iets te bekijken – of gewoon een paar stevige foto’s te schieten van jouw dag op de weg.

Download de route

Handige website-adressen

Hajé Restaurant in Nieuwegeinhaje.nu/hotel-restaurant-nieuwegein
Foodcourt in Nieuwegeindunavast.nl/project/foodcourt-a27-nieuwegein
MAGmotorrijdersactiegroep.nl

Meer artikelen lezen over 40 jaar Motorbeurs?

Torrot presenteert vier nieuwe elektrische modellen voor jongere rijders

0
Torrot

Het Spaanse Torrot heeft de line-up voor 2026 van zijn elektrische kindercrossers gepresenteerd. Deze stap markeert een volgende fase waarin design en duurzaamheid samenkomen. De vernieuwde MX1 en MX2 vallen op door hun frisse vormgeving, geïnspireerd op ruige landschappen zoals woestijnen. Groene accenten symboliseren dan weer de  band met de natuur. 

De elektrische crossmotoren zijn ontwikkeld voor kinderen van 3 tot 10 jaar en bieden een echte offroad-ervaring. Veiligheid, moderne technologie en degelijke bouwkwaliteit staan centraal. De motoren worden volledig ontworpen en geproduceerd in Spanje en da’s alleen al best bijzonder!

De kindercrossers voldoen aan strenge kwaliteitsnormen en bieden onder meer:

  • Verwijderbare batterijen die zonder gereedschap kunnen worden verwisseld.
  • Een ouderapp (“KIDS”) waarmee instellingen volledig zijn af te stemmen op het niveau van het kind.
  • Instelbare parameters zoals snelheid, vermogen, gasreactie en motorrem, voor een veilige, geleidelijke leercurve zonder het rijplezier te beperken.

CEO Mark Franklin: “Met de nieuwe modellen tonen we hoe elektrisch avontuur eruitziet: echt, verantwoord en gericht op de volgende generaties. We combineren spanning, controle en technologie vanaf de allereerste rit.”

De nieuwe modellen zijn al snel – vanaf begin februari – verkrijgbaar bij de Torrot-dealers.

80-jarige internetsensatie Klaas laat slipkunsten zien op TT Circuit Assen

0

Eerder deze week schreven we al over de 80-jarige Klaas Sattler, die met zijn scootmobiel juist de weg opging als het glad was. Zijn vrolijke rondjes maakten hem in no time een hit op het internet, met miljoenen views als gevolg. Het verhaal kreeg nog een leuk staartje. De motorsportliefhebber uit Drenthe werd namelijk door het TT Circuit Assen uitgenodigd om daar zijn slipkunsten te laten zien. Dat leverde geweldige beelden op!

Beelden: Facebook | TT Circuit Assen

World Ducati Week 2026: koop nu al je tickets voor jubileumeditie in Misano

0

Ducati heeft de ticketverkoop geopend voor World Ducati Week 2026 (WDW 2026). Het grootste Ducati-event ter wereld vindt plaats op vrijdag 3, zaterdag 4 en zondag 5 juli 2026 op het Misano World Circuit in Italië. Zak jij deze zomer ook af richting Adriatische Zee?

100 jaar Ducati

De editie van 2026 wordt extra bijzonder: WDW 2026 vormt de climax van Ducati’s honderdjarige jubileum. Op zaterdag 4 juli 2026, de exacte verjaardag van de fabrikant uit Borgo Panigale, wil Ducati het evenement naar een nieuw level brengen. Volgens Ducati wordt het een driedaags programma vol beleving, met onder meer:

  • Presentaties van nieuwe modellen en Ducati-nieuws
  • Talks en deep dives met Ducati-ingenieurs, designers en experts
  • Meet & greets met rijders van nu en vroeger
  • Circuitrijden met je eigen motor, plus Test Rides en Riding Experience-sessies
  • De traditionele WDW-parade: een indrukwekkende “slang” van Ducati’s die een ronde over het circuit rijdt
  • Avondprogramma met shows en entertainment in en rond de paddock

Nieuw format voor de Race of Champions

Racen blijft een kernonderdeel dankzij de aanwezigheid van Ducati Corse, actief in MotoGP, WorldSBK en Off-Road. Eén van de publieksfavorieten, de Race of Champions, krijgt in 2026 een nieuw format:

  • Zaterdag: vrije training + kwalificatie
  • Zondag: de officiële race
    Dat betekent twee dagen actie op de baan, met een startgrid dat Ducati neerzet als een echt “world-class” spektakel.

Slechts 293 stuks: Ducati Panigale V4 Márquez 2025 World Champion Replica

Tickets

Tickets voor WDW 2026 zijn er in twee varianten:

  • Biker Pass: toegang als deelnemer met motor
  • Visitor Pass: als passagier of te voet

Beide passen zijn geldig voor 1 dag of alle 3 dagen, geven toegang tot de publieke zones van het circuit en laten je gratis deelnemen aan verschillende activiteiten. Voor de tickets heeft het merk uit Borgo Panigale twee verkoopperiodes uitgedacht. Vanaf vandaag (29 januari) tot en met 25 maart scoor je korting met de ‘Early Advantage’-tickets, vanaf 26 maart betaal je de volle pot (Regular Ticket, prijs nog niet bekend).

Daarnaast krijgen alle tickethouders korting op een bezoek aan de Ducati-fabriek en het Ducati Museum in Borgo Panigale.

MV Agusta onthult Rush Titanio: limited edition hypernaked uit carbon en titanium

0

MV Agusta heeft tijdens The I.C.E. in het ijzige St. Moritz de Rush Titanio onthuld: de meest extreme en tegelijk meest verfijnde interpretatie van de Rush tot nu toe – en een eerste worp nu het merk weer een eigen koers vaart. Dit exclusieve winterevent, waar design, performance en verzamelobjecten samenkomen, is precies het podium dat past bij een motor die MV zelf neerzet als ‘Motorcycle Art’. De Rush Titanio verschijnt later in 2026 en wordt in Varese gebouwd in een gelimiteerde reeks van 300 individueel genummerde exemplaren. De prijs en volledige specs volgen later.

MV Agusta lanceert Sartoria Meccanica: maatwerk op z’n Italiaans

Nazaat van de Rush

De Titanio bouwt voort op de Rush-lijn die in 2019 begon en via de Army (2021) en Mamba (2023) steeds uitgesprokener werd. Voor 2026 kiest MV Agusta voor een nieuwe, superstrakke look met Nero Intenso als basis, aangevuld met Argento Magnum en Blu Titanio accenten. Opvallend is het contrast tussen hoogglans gelakte delen, die de gespierde lijnen extra laten knallen, en matte carbon onderdelen met twill-effect, waardoor de motor tegelijk luxueus en technisch oogt.

Titanium in overvloed

Centraal staat een doorontwikkelde 1.000 cc viercilinder-in-lijn die voldoet aan Euro5+. MV Agusta benadrukt vooral het intensieve gebruik van titanium in het blok, met onder meer 16 radiale titanium kleppen en vier gesmede titanium drijfstangen. Maar titanium is hier niet alleen een gewichts- of performanceverhaal; het is het thema van de hele machine. De Rush Titanio krijgt een uitzonderlijk pakket aan nieuwe titanium onderdelen met een geborstelde afwerking, zodat het materiaal ook visueel de hoofdrol speelt.

Een blikvanger is de nieuwe Arrow titanium slip-on met MV Agusta-logo, speciaal ontwikkeld voor de Titanio. Die combineert een lager gewicht met een verbeterde doorstroming en een verfijnde sound, terwijl de geborstelde finish mooi aansluit op de rest van het Titanio-pakket. MV trekt de lijn door met een titanium uitlaatbeugel, titanium bevestinging voor dashboard en koplamp, en zelfs titanium schroeven op onder andere de titanium delen en het voorspatbord- typisch zo’n detail waar je aan ziet dat dit een collector’s edition is. Op de tank krijgt de Titanio bovendien een eigen signatuur met een “Titanio”-logo en een atom-achtige graphic, een motief dat ook terugkomt op contactpunten zoals het Alcantara zadel en delen rond de tankbescherming.

High-end

Carbon blijft een belangrijk ingrediënt in de identiteit van deze Rush, maar deze editie schakelt over op een premium ’twill weave’-afwerking, wat dieper en chiquer oogt dan de eerdere structuur. Daarbovenop kiest MV Agusta voor zorgvuldig geplaatste geanodiseerde aluminium details in Blu Titanio, waardoor de motor net dat extra “high-end” randje krijgt zonder schreeuwerig te worden. Wie er één wil, doet er goed aan snel te schakelen: 300 stuks wereldwijd is in de praktijk gewoon ‘op = op’…

40 jaar MOTORbeurs: het verhaal achter de Wall of Death – adrenaline in een houten ton

0
Wall of Death - adrenaline in een houten ton

The Lucky Daredevils in de steile wand – ook wel bekend als de Wall of Death – is een spectaculair en nostalgisch onderdeel van MOTORbeurs Utrecht dat je simpelweg gezien móét hebben. Stuntman en mede-eigenaar Marvin Prinssen vertelt over deze klassieke kermisattractie, die niet alleen gevaarlijk is, maar het publiek steevast met open mond achterlaat. Rijdend met een motor of kart tegen een verticale wand van 90 graden voeren de stuntmannen adembenemende trucs uit. Een daverend applaus en luid tromgeroffel van het publiek tegen de houten ton volgen dan ook als vanzelf.

Wat maakt het zo leuk om een steilewandrijder te zijn?

‘Ik had een saaie baan en wilde gewoon iets leukers doen. Ooit dacht ik eraan om in een rockband te spelen. Ik heb het geprobeerd, maar dat bleek toch niks voor mij. Toen kwam de Wall of Death – oftewel de steile wand – op mijn pad. Henny Kroeze reisde toen al zo’n twintig jaar met een steilewandshow door Nederland. Ik zei tegen hem: “Dit wil ik ook!” Ik heb een paar jaar moeten zeuren, maar uiteindelijk mocht ik met mijn eigen brommertje komen om het eens te proberen. En inmiddels doe ik het al zo’n tien jaar. Sinds 2017 ben ik samen met Henri van Woerkum mede-eigenaar. Het rondreizen, het avontuur, het publiek vermaken – dat is voor mij de magie van dit vak. Op de dag dat het publiek het niet meer leuk vindt, zou ik er direct mee stoppen. De sfeer die in die tent ontstaat, dát is waar ik het voor doe. Ik zeg ook regelmatig tegen het team: “It’s not about you, not about me — it’s about the show!”’

“De sfeer die in die tent ontstaat, dát is waar ik het voor doe”, aldus steile wandrijder Marvin Prinssen.

Het is eigenlijk een nostalgische kermisattractie, maar wel een heel spectaculaire en gevaarlijke. Weet jij waar de steile wand vandaan komt?

‘Ik weet dat het begonnen is op Coney Island in Amerika, een plek waar vroeger veel kermissen waren. De steile wand is voortgekomen uit het motorrijden. In het begin van de twintigste eeuw raceten ze op ovale houten banen. Rond 1920 werd dat verboden, omdat het tot veel ongelukken leidde. De rijders uit die tijd wilden echter doorgaan en kwamen toen op het idee van de Wall of Death. Ze gingen daarmee op kermissen staan om er hun brood mee te verdienen – iets spectaculairs dat ze aan het publiek konden laten zien. De geschiedenis gaat dus meer dan honderd jaar terug. Dat is toch best bijzonder.’

Terug naar die allereerste keer op de steile wand. Was het zo gaaf als je had gehoopt?

‘Het was wel even pittig, het vergt echt de nodige training. Vroeger heb ik veel geskateboard, gesnowboard en gekart. Ik heb altijd mijn grenzen opgezocht en daarin zag ik wel een overlap met dit. Ik had mijn adrenaline goed onder controle en een scherp gevoel voor die kleine fouten die je absoluut niet mag maken. Daardoor pakte ik het snel op. Ze zeiden zelfs: “Je zou zomaar eens talent kunnen hebben”, want ik had het in drie dagen geleerd en ben in die tijd niet één keer gevallen. Dat was nog nooit eerder voorgekomen. Ik denk dat mijn achtergrond hier perfect bij aansloot. En het was echt een supergaaf gevoel dat het meteen lukte.’

40 jaar MOTORbeurs: standhouders Arie Molenaar en Gert Brouwer over 40 jaar MOTORbeurs: motoren, gekte en gezelligheid

Wat is de basistechniek?

‘Goed luisteren naar de tips van je leermeester, want je leert dit echt niet in één keer. Ten eerste: je wordt ontzettend duizelig. In het begin heb je dat helemaal niet door, maar na twee of drie rondjes op een helling van zo’n 40 graden begint het al. Dan móet je stoppen, anders val je gewoon. Je leert het stap voor stap: steeds een beetje harder en iets langer rijden. Zo bouw je langzaam weerstand op tegen de duizeligheid. Je moet ook steeds verder gaan hangen en sneller gaan rijden. Uiteindelijk rijd je met zo’n 50 km/u onderin de ton in een stabiele lijn. Dát is het moment waarop je kunt proberen omhoog te gaan. En dan moeten er echt nog wel wat knoppen om in je hoofd – je rijdt immers recht op een muur af. Je gaat dan van 45 naar 90 graden. Veel mensen die onze show voor het eerst zien, zijn verbaasd dat die wanden écht zo recht omhoog zijn.’

Hoe lang duurt het voordat je je comfortabel voelt tijdens het rijden?

‘Bij iemand aan wie ik het heb geleerd, duurde het zo’n 200 kilometer rijden voordat die persoon een beetje om zich heen kon kijken. In het begin zie je echt alleen maar die planken. Je wilt wel kijken waar je naartoe gaat – net als bij motorrijden – maar dat lukt gewoon nog niet. Het duurt echt heel wat rondjes voordat je zó ver bent dat je je op het publiek kunt richten, in plaats van alleen maar bezig te zijn met rechtdoor rijden.’

En dan doen jullie ook nog stunts onderweg. Maar hoe dan?!

‘Het is eigenlijk een vorm van acrobatiek op de motor. Bij mij ging dat vrij soepel. Ik kon al vrij snel staan op de motor en de amazonezit uitvoeren. Later ben ik gaan rijden op de Indian – die motor paste perfect bij mij en voelde meteen goed. Ik was ook niet bang. Het ging lange tijd goed… totdat het een keer misging. Toen realiseerde ik me pas écht hoe gevaarlijk het is. Daarvóór deed ik er vrij luchtig over, maar als je eenmaal van vijf meter hoog naar beneden valt, verandert dat wel.’

Had je toen verwondingen? En hoe vaak ben je gecrasht?

‘Vooral een flinke kras op mijn ego. Ik was even buiten bewustzijn. Nadat ik naar beneden was gevallen, ben ik blijkbaar nog even rechtop gaan zitten om het publiek – want het gebeurde tijdens een show – te laten zien dat het goed met mij ging. Maar daarna ben ik alsnog in elkaar gezakt en backstage weer teruggekomen. Ik ben wel een goede stuntman, want ik had alleen een enorme blauwe plek op mijn heup en de volgende dag trad ik alweer op. Ik had de klap dus goed opgevangen. En ik had vooral heel veel geluk dat de motor niet boven op me is gevallen. Jij ligt namelijk sneller beneden dan je motor. Ik kan het aantal crashes nog wel op twee handen tellen.’

Het is wel serieus gevaarlijk. Wat doen jullie aan veiligheid?

‘Daar zijn we eigenlijk heel traditioneel in: we doen helemaal niets aan veiligheid. Geen helm, geen beschermende kleding. Tijdens het rijden halen we 2 tot 3 G-krachten. Je wilt dan de zwaartekracht zo dicht mogelijk bij het hout van de muur houden. Daarom zijn de Indians en de Mash Dirt Track zo geschikt – motoren met grote wielen en een motorblok dat laag ligt. Als we een helm zouden dragen, zou dat de balans verstoren. En eerlijk gezegd: het ziet er ook gewoon niet uit. Het is een show, en de interactie met het publiek is daarbij ontzettend belangrijk. We worden weleens vergeleken met de Globe of Death, zo’n ijzeren kooi. Maar daarin heb je geen contact met het publiek. Dat is meer freestyle motorcross. Wij zijn meer een motortheater.’

Waar reageert het publiek het meest op?

‘We hebben een vrouwelijke rijder (Evalien), maar door een blessure heeft ze vorig jaar wat minder kunnen rijden. Hopelijk is ze komend seizoen weer van de partij. Ik dacht altijd dat ik zelf het grootste applaus kreeg, maar toen zij eenmaal zo ver was dat ze met de motor de muur in reed, vonden mensen dat echt fantastisch. De trucjes zorgen natuurlijk voor veel reactie en ook als we dicht bij het publiek komen. Mensen zien het niet alleen, ze vóélen het ook. De ton beweegt en je ruikt de geur van nostalgie. Ze ervaren een mix van angst, adrenaline en ongeloof. Er ontstaat dan echt energie in het publiek en die geven ze met plezier terug aan ons. We hoeven nooit twee keer om applaus te vragen.’

Hoe belangrijk is de presentator bij de steile wand?

‘Net zo belangrijk als de rijders. De presentator staat echt in contact met het publiek, verkoopt als het ware onze show en zorgt dat het samenkomt tot een geheel. Wat we wél aan veiligheid doen, is het publiek goed informeren over wat ze wel en niet mogen doen. De presentator houdt dat continu in de gaten en herhaalt de regels waar nodig. Wij nemen het risico, maar het publiek moet veilig zijn.’

Wat is de belangrijkste regel die je aan het publiek meegeeft?

‘Dat ze hun handen niet in de ton steken tijdens het rijden. Daarnaast hebben we een bijzondere manier van applaudisseren: dan steekt juist iedereen wél zijn hand in de ton en slaat met de platte hand op het hout. Dat geeft een prachtig trommelgeluid. En dat mag natuurlijk alleen als er geen rijders in de muur zitten.’

Met z’n tweeën naast elkaar rijden is volgens Marvin een van de lastigste stunts: “Eén klein foutje en je ligt samen beneden.”

Jullie noemen jezelf The Lucky Daredevils. Waar komt die naam vandaan?

‘De naam komt uit Amerika. Ik heb ooit zwart-witfoto’s gezien van een Wall of Death daar, die The Lucky Daredevils heette. Iedereen die dit mag doen mag zich met recht een Lucky Daredevil noemen. We waren ook op zoek naar een naam die niet per se één persoon als boegbeeld neerzet, maar juist geschikt is voor de langere termijn. We komen niet uit een reizende familie, we doen dit puur uit hobby en passie. Wij zijn als gekozen familie op elkaar aangewezen. Het is een magische bubbel die ontstaat rondom de wand. We eten samen, leven samen en werken toe naar de show. Dit heeft een magische dimensie en is bijna onbeschrijflijk. Het is echt een uitstervend beroep. Zonder ons was er geen steile wand meer in de Benelux.’

Kunnen jullie hiervan leven? En hebben jullie een ruimte om te trainen?

‘We hebben allemaal nog ons werk ernaast. The Wall of Death is een stichting voor het behoud van cultureel erfgoed: de steile wand. We hebben flink geïnvesteerd in de ton, de motoren en de vrachtwagen – dat hebben we nog lang niet terugverdiend. We zijn nog altijd op zoek naar leuke evenementen waar we kunnen optreden, zodat het op de lange termijn financieel haalbaar blijft. Daarnaast zoeken we dringend een schuur of grote loods – eentje waar een vrachtwagen in past – die we als vaste uitvalsbasis kunnen gebruiken. Dat missen we nu echt. We zijn een gekozen familie, een hecht team, en samen proberen we de magie van de steile wand tot leven te brengen én levend te houden. Op dit moment moeten we telkens een hal huren om de ton op te bouwen of iets te repareren. Dat opbouwen kost al snel een hele werkdag. Met een eigen plek zouden we ook vaker kunnen trainen. We hopen dat de lezers ons kunnen helpen aan extra evenementen of een gouden tip voor een vaste uitvalsbasis!’

Waar haal je inspiratie voor jullie shows vandaan?

‘Ik heb ontzettend veel geleerd toen ik in 2022 in Amerika was. Ik had toen al contact met verschillende Walls of Death daar. Terwijl we hier nog niks mochten vanwege corona, waren ze daar alweer volop aan het draaien. Dat was voor mij een kans om te gaan kijken. Ik heb daar veel rijuren kunnen maken en – voor het eerst sinds Henny Kroeze – had ik weer echte leermeesters. Zij hebben mij showmanship bijgebracht. Ik moest mijn stunts langer uitvoeren en ze beter aan het publiek “verkopen”. Je hebt namelijk de neiging om alles snel te doen als je in de muur rijdt, maar daar leerden ze me om het juist wat langzamer, langer en sierlijker te maken. De show meer body geven, dáár ging het om.’

Op hoeveel plekken spelen jullie per jaar?

‘Vorig jaar hebben we zo’n acht shows gedaan, maar we hebben zeker de capaciteit voor tien of meer. We zijn nog steeds volop aan het pionieren om extra klussen te vinden. We stonden op MOTORbeurs Utrecht, de Zwarte Cross, maar ook op motorevenementen en festivals in het buitenland – denk aan Duitsland, Frankrijk en Tsjechië. Ik denk dat wij ook goed zouden passen op diverse muziekfestivals in Nederland, zoals Down The Rabbit Hole of Lowlands. Mensen willen iets beleven, iets zien wat ze nog nooit eerder hebben gezien. Nou, dat krijgen ze bij ons.’

De laatste jaren staan jullie al op MOTORbeurs Utrecht – en ook in 2026 weer. Hoe is het voor jullie om daar te staan?

‘In 2020 stonden we voor het eerst op MOTORbeurs Utrecht en we waren echt helemaal overdonderd. Elke keer zit de tent helemaal vol en daar passen toch zo’n 240 mensen in. We kunnen op zo’n dag zoveel shows draaien als we willen. Een show duurt iets meer dan twintig minuten, dus in theorie kunnen we elk half uur spelen. Dat proberen we dan ook zoveel mogelijk te doen. MOTORbeurs Utrecht is voor ons echt een geweldige aftrap van het seizoen.’

Foto’s: Archief, Wall of Death, ANP

Meer artikelen lezen over 40 jaar Motorbeurs?

Michael van der Mark naar WK Endurance

0
Michael van der Mark Michael van der Mark naar WK Endurance

Geen grote verrassing, maar wel fantastisch nieuws: Michael van der Mark zet zijn carrière in 2026 voort in het FIM Endurance World Championship (EWC). Hij sluit zich aan bij het BMW Motorrad World Endurance Team, dat afgelopen seizoen nét naast het wereldkampioenschap greep. Tijdens de Bol d’Or finale in Frankrijk kwam het team op minder dan 30 minuten afstand van de titel, totdat technische problemen hen terugwezen naar de derde plaats in het klassement. 

Sterke line-up voor het seizoen 2026

Michael van der Mark is geen onbekende voor het team, want hij reed vorig jaar al mee tijdens de Suzuka 8 Hours . Nu maakt hij officieel deel uit van het EWC-team. De line-up van de #37 BMW M 1000 RR voor 2026 onder leiding van Team Manager Werner Daemen is sterk, met naast VDM: 

  • Markus Reiterberger (GER): BMW-veteraan, erbij sinds de start van het project in 2019/20.
  • Steven Odendaal (RSA): Titelverdediger in het Spaanse Superbike-kampioenschap.
  • Hannes Soomer (EST): De vierde rijder die ook in actie zal komen bij EuroMoto (voorheen IDM Superbike).

Van der Mark blijft daarnaast druk bezig, want hij wordt ook testcoureur voor het BMW Motorrad WorldSBK Test Team Hij werkt mee aan het testen van onderdelen die uiteindelijk naar de ROKiT BMW Motorrad WorldSBK Team en het Endurance-team gaan.

Druijff Racing kiest voor jong talent: De Boer en Westenbrink naar Dutch Superbike in 2026

Michael van der Mark kijkt vol enthousiasme uit naar het nieuwe avontuur:

“Ik kijk er echt naar uit. Vorig jaar bij Suzuka had ik een geweldige ervaring met het team en genoot ik van het samenwerken met Steven en Markus. We vormen een goed team en het doel is duidelijk: het winnen van het Endurance World Championship. BMW was er zo dichtbij vorig jaar, maar zoals altijd hoort dat bij endurance racen. Ik zal er alles aan doen om te helpen bij het behalen van de wereldtitel. Het is ook geweldig om bij de BMW Motorsport-familie te blijven!”

Team Manager Werner Daemen is optimistisch over het komend seizoen:

“We willen verder gaan waar we eind 2025 ophielden – op die laatste 25 minuten na, want de rest van het seizoen was geweldig. Met een sterke motor en sterke rijders zoals Markus, Steven, Michael en Hannes hebben we één duidelijke doel: het kampioenschap winnen. Met goede voorbereiding en een beetje geluk zijn we klaar om opnieuw voor de titel te gaan!”