dinsdag 7 april 2026
Home Blog Pagina 67

Moto3 2025 eindrapport: Rueda de beste, Quiles maakt meeste indruk

0
Moto3 wereldkampioen José Antonio Rueda won tien van de eerste negentien races, waaronder ook de TT van Assen.

José Antonio Rueda kroonde zich overtuigend tot Moto3-wereldkampioen. Door een zware crash met Noah Dettwiler in Maleisië moest de Spanjaard de laatste races aan zich voorbij laten gaan. De laatste GP’s in Portimão en Valencia werden gewonnen door de indrukwekkende rookie Máximo Quiles en Adrián Fernández, die zijn eerste WK-overwinning boekte. MOTO73 analyseert het eerste Moto3-seizoen na het vertrek van Collin Veijer.

De afgelopen twee jaar zijn Nederlandse motorsportfans flink verwend door Collin Veijer. Hij groeide uit tot een absolute wereldtopper in het Moto3-wereldkampioenschap en trakteerde ons op indrukwekkende resultaten. In 2025 was het dan ook even wennen zonder Nederlandse inbreng in deze klasse. Voorafgaand aan het seizoen was er geen uitgesproken titelfavoriet. De top vier van 2024 – David Alonso, Daniel Holgado, Collin Veijer en Iván Ortolá – waren immers doorgestroomd naar de Moto2. Namen als José Antonio Rueda, Ángel Piqueras en David Muñoz werden genoemd als voornaamste kanshebbers.

Tien zeges voor Rueda

Al snel werd duidelijk dat er in 2025 één rijder met kop en schouders bovenuit stak: Rueda. De Red Bull KTM Ajo-coureur wist meerdere races op indrukwekkende wijze te winnen, door simpelweg bij de concurrentie weg te rijden – iets wat zelden voorkomt in de Moto3. Rueda schreef tien van de eerste negentien races op zijn naam en pakte daarnaast nog vier podiumplaatsen. Piqueras bleek zijn grootste concurrent. Hij won vier races, maar had meer moeite om zich in élke wedstrijd vooraan te melden en uit te blinken zoals zijn Spaanse landgenoot dat wél kon. Muñoz, de vervanger van Veijer bij het Duitse Liqui Moly Husqvarna Intact GP-team, vergooide zijn titelkansen al vroeg in het seizoen. De agressief rijdende Spanjaard maakte meerdere fouten: hij raakte collega-coureurs, kreeg daardoor diverse straffen en crashte zelf ook meerdere keren. Later in het seizoen kwam Muñoz alsnog op stoom met drie overwinningen en meerdere podiumplaatsen, maar dat was niet genoeg om Rueda nog écht te bedreigen. Zijn seizoen eindigde bovendien voortijdig na een valpartij in Indonesië, waar hij zijn dijbeen brak na een aanraking met Adrián Fernández.

Rueda kroonde zich tijdens de achttiende Grand Prix, eveneens in Indonesië, al tot wereldkampioen – met nog vier races te gaan. Als kersvers Moto3-wereldkampioen won hij ook nog op Phillip Island. Achteraf bleek het maar goed dat Rueda het kampioenschap al vroeg veiligstelde. Een week na de Grand Prix van Australië raakte hij namelijk tijdens de sighting lap in Maleisië betrokken bij een ernstig ongeluk met Noah Dettwiler. Rueda reed op volle snelheid achterop Dettwiler, die was stilgevallen vanwege een technisch probleem. De klap was enorm en het zag er aanvankelijk zeer ernstig uit voor beide coureurs. Dettwiler verkeerde zelfs enige tijd in levensgevaar. Rueda brak zijn hand en liep een zware hersenschudding op. Dettwiler moest meerdere operaties ondergaan. Gelukkig is de 20-jarige Zwitser inmiddels aan de beterende hand en terug in zijn thuisland, waar hij na een operatie aan een open beenbreuk verder werkt aan zijn herstel.

Moto2 Australië en Maleisië 2025: Jarno Janssen vertrekt na 13 jaar bij RW Racing GP

Indrukwekkende nieuwkomers

Het Moto3-seizoen was ook het jaar van veel sterke nieuwkomers. Álvaro Carpe (5x), Valentín Perrone (2x) en Guido Pini (1x) behaalden podiumplaatsen tijdens hun eerste seizoen in het Moto3-wereldkampioenschap. Carpe eindigde zelfs als vierde in het eindklassement. Maar de opvallendste rookie was zonder enige twijfel Máximo Quiles. De jonge Spanjaard moest de eerste twee races missen, omdat hij nog zeventien moest worden. Tijdens zijn eerste Grand Prix in Amerika reed hij meteen aan de leiding en werd hij vijfde. Daarna raakte Quiles geblesseerd, waardoor hij opnieuw twee races moest overslaan. In totaal reed de coureur van het CFMoto Valresa Aspar Team achttien GP’s in zijn debuutseizoen. Daarin wist hij drie races te winnen en negen keer op het podium te eindigen. Quiles won onder andere ook de voorlaatste race in Portimão, waardoor hij tijdens de laatste race in Valencia nog kans maakte op de tweede plaats in het eindklassement – ten koste van Piqueras. Dit lukte nét niet, mede omdat Piqueras als zesde eindigde in Valencia. Quiles moest tweede worden en ging als derde, kort achter de twee koplopers, de laatste bocht in. In plaats van Taiyo Furusato te passeren, werd hij echter nog ingehaald door Carpe en Guido Pini, waardoor Quiles vijfde werd en zijn indrukwekkende debuutseizoen als derde in het WK afsloot. De winst in de laatste race ging naar Adrián Fernández, die daarmee zijn eerste Grand Prix-zege behaalde.

Rueda en Piqueras maken de overstap naar de Moto2, net als Furusato en Luca Lunetta. Daardoor zal Quiles met stip genoemd worden als dé grote Moto3-titelfavoriet voor 2026. Op papier zijn de belangrijkste concurrenten Muñoz, Carpe, Perrone, Fernández en Pini, aangevuld met opnieuw sterke nieuwkomers zoals Brian Uriarte – de kersverse kampioen in zowel de JuniorGP als de Red Bull Rookies Cup. Maar ook van Marco Morelli (de nieuwe teamgenoot van Quiles), Hakim Danish, Jesús Ríos, Casey O’Gorman, Rico Salmela en Adrián Cruces zijn rookies die in 2026 absoluut in de gaten gehouden moeten worden.

Uitslagen Moto3 Portugal 2025

Moto3 Portugal
1. Maximo Quiles (E), KTM, 34.05,182;
2. Angel Piqueras (E), KTM, +1,663;
3. Taiyo Furusato (JP), Honda, +2,886;
4. Joel Esteban (E), KTM, +3,243;
5. Alvaro Carpe (E), KTM, +3,537;
6. Casey O’Gorman (IE), KTM, +4,123;
7. Joel Kelso (AU), KTM, +5,345;
8. Scott Ogden (GB), KTM, +5,390;
9. Adrian Fernandez (E), Honda, +5,483;
10. Luca Lunetta (I), Honda, +9,469;
11. Marco Morelli (AR), Honda, +9,556;
12. Hakim Danish (MY), KTM, +24,276;
13. Brian Uriarte (E), KTM, +24,315;
14. Dennis Foggia (I), KTM, +29,897;
15. Nicola Carraro (I), Honda, +29,972. 
  • 19 ronden = 87,248 km
  • Racegemiddelde winnaar: 153,5 km/u
  • Snelste ronde (17e): Angel Piqueras (E), KTM, 1.46,881 = 154,6 km/u (record)

Uitslagen Moto3 Valencia 2025

Moto3 Valencia
1. Fernandez, 32.48,909;
2. Carpe, +0,286;
3. Furusato, +0,109;
4. Guido Pini (I), KTM, +0,397;
5. Quiles, +0,448;
6. Piqueras, +5,844;
7. Lunetta, +5,934;
8. David Almansa (E), Honda, +5,935;
9. Jesus Rios (E), Honda, +14,236;
10. Valentin Perrone (AR), KTM, +14,382;
11. Stefano Nepa (I), Honda, +14,507;
12. Morelli, +15,021;
13. O‘Gorman, +17,079;
14. Danish, +17,166;
15. Adrian Cruces (E), KTM, +17,173.
  • 20 ronden = 80,100 km
  • Racegemiddelde winnaar: 146,4 km/u
  • Snelste ronde (14e): Alvaro Carpe (E), KTM, 1.37,715 = 147,5 km/u (record)

WK-eindstand (na 22 van 22 races)

Plaats Coureur Punten
1José Antonio Rueda (E), KTM365
2Piqueras281
3Quiles274
4Carpe215
5David Muñoz (E), KTM197
6Kelso193
7Fernandez179
8Furusato172
9Ryusei Yamanaka (JP), KTM136
10Perrone, KTM134

Suzuki knalt 60 jaar vol innovatie, kracht en rijplezier tegemoet

0
Suzuki 60 jaar

In 2026 pakt Suzuki Nederland groots uit – het merk blaast dan zestig kaarsjes uit. Sinds het importeurschap in 1966 zijn de wegen, rivieren en meren van Nederland doordrenkt met Suzuki-DNA. Wat begon met de legendarische T20 “Super Six” groeide uit tot zes decennia van slim design, technische innovaties en pure rijvreugde. En dat feestje krijgt een elektrisch staartje met de komst van de e VITARA begin 2026.

Historie: de 2-takt jaren van Suzuki

Twee wielen, één missie: passie

Met de T20 zette Suzuki in 1966 de toon – compact, razendsnel en technisch vooruitstrevend. Daarna ging het hard:

  • GT750 (1971) – de mythische “waterbuffel” met zijn opvallende driecilinder.
  • GSX-R750 (1985) – de supersport die de straat veroverde.
  • Bandit (1995) – pure fun zonder poespas.
  • Hayabusa (1999) – snelheidsicoon pur sang.
  • V-Strom (vanaf 2002) – de belichaming van avontuur.

Met het recente 800cc-platform en een indrukwekkende racegeschiedenis blijft Suzuki z’n focus houden: prestatie en gevoel boven alles.

Auto’s die de tand des tijds doorstaan

Na de Fronte uit 1969 kwam een stortvloed aan klassiekers: de LJ80 bracht betaalbaar 4×4-plezier, de Swift groeide uit tot een icoon, en de Vitara zette zichzelf wereldwijd op de kaart. De jaren daarna stonden bol van vernieuwing met zuinige modellen, slimme hybrides en SUV’s die perfect aansloten bij de tijdgeest. Suzuki’s geheim? Betrouwbaar, slim en altijd een tikje eigenwijs.

Kracht op het water

Suzuki Marine zette in 1967 voet aan wal in Nederland en domineert inmiddels de markt. Van de DF300 – de eerste 300 pk V6 – tot de DF350A met dubbele propellerkracht: efficiëntie, innovatie en respect voor de natuur staan voorop. Zelfs microplastics worden inmiddels uit het water gefilterd, wat het merk nóg groener maakt.

2026 Suzuki SV-7GX: sportiviteit, comfort en veelzijdigheid in één motor

Klaar voor de toekomst

De toekomstvisie van Suzuki is helder: meerdere paden naar duurzame mobiliteit. Met de elektrische e-VanVan bij de motoren, de Vision e-Sky bij de auto’s en de bio-ethanol DF60A FFV bij Marine laat Suzuki zien dat vooruitgang niet één richting kent.

Algemeen directeur Geordy Bloem zegt het zelf vol vuur: “2026 wordt een jaar om trots op te zijn – met nieuwe modellen, duurzame innovaties en een groot feest voor iedereen die Suzuki een warm hart toedraagt.”

Midual Type 1 Série 3: Franse luxe met een duizelingwekkend prijskaartje

2
Midual Type 1 Série 3

Als het Franse luxemerk Midual met een nieuw model komt, kun je erop rekenen dat het speciaal wordt. Dat gebeurt namelijk bijna nooit. Tien jaar na de baanbrekende Type 1 zetten de Fransen opnieuw de motorwereld op scherp met de gloednieuwe Midual Type 1 Série 3. Slechts 20 stuks worden er gebouwd — stuk voor stuk genummerd en met de hand gemaakt. Dit is Franse vakmanschap in z’n puurste vorm: perfectie, topmaterialen en ongelofelijke precisie.

Mechanisch meesterwerk

Bij Midual is elke motorfiets een kunstwerk. Ook de Type 1 Série 3 volgt die filosofie. Het model is compacter, krachtiger van uitstraling en herkenbaar dankzij de iconische monocoque uit gepolijst aluminium. Chassis, tank en body vormen één enkele sculptuur — een technisch kunststuk dat honderden uren handwerk vraagt. Het is vakmanschap dat je normaal alleen ziet in luxe horloges of supercars. Begin 2025 stal Midual al de show op Rétromobile met de Quintessence, een extreme interpretatie van de Type 1. De full-polish afwerking in massief aluminium zorgde voor meteen een hype. Er werden er maar drie gemaakt, die een verbluffende 300.000 euro moesten kosten, en ze waren razendsnel uitverkocht. De Type 1 Série 3, die op 7 november 2025 officieel wordt gelanceerd, is de volgende mijlpaal in het verhaal van Midual.

Brough Superior x Richard Mille RMB01: Exclusieve samenwerking tussen twee luxemerken

Obsessie voor details

Elke curve, elke lijn en elk oppervlak is tot in de puntjes afgewerkt. Het bekende solozitje, uit één stuk gefreesd, is terug van weggeweest. Handgeschilderde biezen, strak gepolijste onderdelen en een perfect afgewerkt frame: Midual laat opnieuw zien dat detail geen bijkomstigheid is, maar een obsessie. Wie liever met z’n tweeën rijdt, kan trouwens optioneel voor een biplace-versie gaan zonder dat de looks eronder lijden. Onder het strakke design zit het unieke 1.036 cc flat-twin-blok, in lengterichting gemonteerd en 25° gekanteld. Een door Midual gepatenteerde opstelling die zorgt voor een soepel en trillingsvrij karakter, rijk aan koppel en verrassend verfijnd. Het motorblok is al meer dan 100.000 km getest — dik in orde dus.

Diepe zakken

Elke Midual wordt gebouwd in Juigné-sur-Loire, vlak onder Angers. Oprichter Olivier Midy en zijn team maken daar alles zelf: van de motor tot de monocoque en de metalen onderdelen. Alles wordt met de hand bewerkt, gepolijst en perfect afgesteld. Voor oplevering wordt elke motor eerst 300 kilometer ingereden en getest, zodat hij honderd procent klaar is voor de eigenaar. Al kan die laatste het best érg diepe zakken hebben: met een vanafprijs van 186.200 euro is Midual er enkel voor steenrijke verzamelaars, kenners en liefhebbers.

Belgian Steel: Captain’s Panhead Chopper

0

Sommige bikers zijn op enig moment in hun leven verliefd geworden op de lifestyle. Anderen zijn ermee geboren en dan is er ook nog Cedric, binnen Belgische bikerkringen beter bekend als ‘Captain’. Zijn hele leven draait om olie, vet, staal en een allsomvattende drang om choppers te bouwen. Zijn meest recente project, een Panhead, laat zien waar decennia van bouwen Cedric gebracht hebben.

Op zijn 15e kocht Cedric een aftandse Honda Dax om die helemaal uit elkaar te halen en weer op te bouwen, alleen maar om te gaan begrijpen hoe het allemaal in elkaar stak en werkte. Die nieuwsgierigheid werd een obsessie en die obsessie werd een lifestyle. Na de Dax volgden een paar Volkswagen Kevers die eveneens volledig gedemonteerd werden om vervolgens als customprojecten weer opgebouwd te worden. Daarna kwamen de motorfietsen met uiteindelijk een totale passie voor choppers.

GP-Suzuka: Thunderbike Harley-Davidson Softail Breakout 117

ZOEKTOCHT

Het verhaal van deze chop begint voor Cedric niet met het blok, maar met het frame. Hij is jaren op zoek geweest naar een origineel Panhead frame, maar die zijn moeilijk te vinden. Zijn droom was zo’n frame te combineren met een originele Big Twin springervork. Mooie droom, maar niet makkelijk te realiseren. Pas in 2022 was het lot hem in zijn zoektocht een keer goed gezind; Cedric vond zijn frame, een ruige èchte ‘survivor’, the real deal. Dit was de kans zijn droombike te bouwen. Het Panhead blok had hij al in zijn bezit, maar een Panhead hebben en weten in welke staat het blok verkeert zijn twee heel verschillende dingen. Nadat hij het blok helemaal uit elkaar gehaald had viel er een last van zijn schouders, want vrijwel alles verkeerde in een bijna-nieuwstaat. De enige werkelijke ingreep die Cedric nodig achtte betrof de koppen. Zijn 1949 Panhead was nog voorzien van de oude ‘Plumber’ inlaten en iedereen die iets met Panheads heeft weet dat het nagenoeg onmogelijk is om die dicht te houden. Vandaar dat hij zijn ombouwde naar een O-ring inlaatsysteem waarmee het blok en stuk betrouwbaarder werd, zonder iets van haar klassieke ziel prijs te hoeven geven.

VRIENDEN

Vanuit Amerika liet Cedric een passende versnellingsbak overkomen, die hij volledig reviseerde zodat hij zeker wist dat hij niet ergens in de Belgische Ardennen met een onwillige bak zou komen stil te vallen. Zoals het eigenlijk ook hoort bij het ontstaan van een chopper werd ook dit exemplaar gebouwd met de hulp van een aantal vrienden. Cedrics maat Kenny, aka ‘Lesco’ deed bijvoorbeeld een deel van het nodige laswerk. De broers Sven, aka ‘Cheapo’ en Hans (‘El Guero’) namen respectievelijk het vlammende spuitwerk en het poedercoaten van het frame voor hun rekening. Nadat de Panhead eindelijk helemaal klaar was werd de aandacht verlegd naar het rijden met deze pure machine.

LEVENSVERHAAL

Vraag Cedric waarom hij zoveel tijd besteedt aan het zoeken naar onderdelen, het eigenhandig creëren van onderdelen en het weerstaan van alle tegenslagen waar je bij projecten als deze onvermijdelijk mee te maken krijgt en hij zal alleen maar even grijnzen. Voor hem bestaat er eenvoudig niets anders. Van de Dax die hij als 15-jarige onder handen nam, tot en met de recente Panhead; het is voor hem zijn vrijheid. Zijn levensverhaal op twee wielen.

Tekst en fotografie: Adila Ben

SPECIFICATIES HARLEY-DAVIDSON PANHEAD CHOPPER

Categorie Details
Eigenaar en BouwerCedric aka Captain
Bouwjaar1949
BasismodelPanhead
Bouwtijd2 maanden

Motorblok

ModelPanhead
OntstekingPuntjes
Cilinderinhoud1200 cc
ZuigersStandaard
CilinderkoppenStandaard
CarburatieS&S super E
NokkenasStandaard
LuchtfilterCustom door Cedric
UitlaatsysteemCustom
VersnellingsbakRatchet top
KoppelingDroge platenkoppeling

Rijwielgedeelte

FrameRaked Panhead
VoorvorkSamwel 40 inch over Big Twin springer
Voorwiel19 inch spoolhub
Achterwiel16 inch standaard
AchterremStandaard mechanische trommelrem

Diversen

StuurCustom
RisersOud, onbekende herkomst, chroom
Foot controlsCustom steuntjes met standaard rempedaal en suïcide clutch
BenzinetankCustom chroom peanut tank
ZadelSelle Guilliarde solozitje en p-pad
SissybarCustom
KoplampBates style
AchterlichtLucas

Spuitwerk

FrameHans aka ‘El Guero’
GraphicsFlames handpainted door Sven aka ‘Cheapo’

BCCB neemt ons mee in nieuw hardtail project: TwinPan Chopper #2

0

René Groot Wassink heeft weer genoten van de Bigtwin Bikeshow en vindt het mooi dat er zoveel belangstelling het ‘Seven Sins TwinPan’ project van BCCB was. Maar er moet nog veel gebeuren! In dit artikel neemt René ons mee in het vervolg van de bouw…

Omdat ik een zo clean mogelijke bike, zonder loshangende draadjes en verborgen bevestigingen, altijd het gaafste vind, ga ik deze keer een ‘blinde’ bevestiging voor de benzinetank maken zodat je straks bijna niks van de bevestiging kunt zien. Hier zijn diverse mogelijkheden voor die de afgelopen decennia al zijn geprobeerd, maar ik kies voor een betrouwbare, stabiele bevestiging. Hiervoor ga ik eerst een paar bussen draaien die ik in de tunnel van de tank kan lassen en in het frame. Eerst maak ik een eenvoudige maatschets, waarna ik uit rond 20 mm asmateriaal een paar bussen draai. Deze bussen vallen perfect in elkaar. Vervolgens buig ik van 2 mm plaatstaal een nieuwe tunnel voor de benzinetank en boor ik hier twee gaten in waar ik twee bussen in las. Ik plaats nu de nieuwe tunnel op de gewenste plek op het frame en teken de gaten af waar de ‘contra’ bussen in het frame moeten komen. Na de gaten geboord en bussen geplaatst te hebben, eerst maar met een klein hechtlasje vast zetten om te passen. Helemaal top! Deze tunnel gaan wij straks in de nieuwe bodem van de tank lassen.

BCCB neemt ons mee in nieuw hardtail project: TwinPan Chopper #1

SCALLOP GASTANK

De benzinetank wil ik gaan uitvoeren met een soort van 3D scallop. Omdat ik echt veel diepte wil in de tank ga ik deze van plaatstaal apart maken met een hoogteverschil van ca. 12 a 14 mm. Dus ‘eenvoudig’ met rondstaal zit er niet in, haha. Eerst de gewenste vorm afgetekend op de Lowbrow gastank die als basis gaat dienen. Sowieso al een gave tank. Van karton knip ik de gewenste vormen uit en teken ik deze over op 1 mm plaatstaal en mag ik ze vervolgens met alle ‘agressie’ in de plaat pompen. Als de gewenste vormen klaar zijn hecht ik deze met de gewenste afstand op de benzinetank. Hetzelfde ‘kunstje’ doe ik ook om het hoogteverschil tussen tank en scallop af te dichten. De nieuwe bodem kan erin en als ik alles in elkaar gehecht heb, ga ik eerst de tank op het frame monteren en even checken met de laser of alles een beetje recht is. Ben best blij met het resultaat, dus kan lekker alles gaan aflassen. Uiteraard moet ook de tankdop verlengd worden en ik besluit om nog een extra laag aan te brengen rondom de tankdop, yoehoe gaaf!! Dan nog even de tank afpersen en… Dicht natuurlijk! En dan mag ik na een week keihard zwoegen eindelijk weer eens naar huis. Het is best veel werk, maar wordt dan ook supergaaf. Ondertussen ‘broest mien van alles deur de kop’ (mijn hoofd loopt over van de ideeën) over het spuitwerk wat Frank (Inca) Stienen tijdens de 7 kerstdagen mag gaan aanbrengen, haha.

SCALLOP OILTANK

Het eerste plan was om een ronde olietank van scallops te gaan voorzien, maar dit wordt nu ten opzichte van de benzinetank wel heul duf. En zoals zo vaak in een project, toch maar een ander plan bedenken, Frank is toevallig ook in de buurt om te kijken hoe hij de ‘kerstdagen’ gaat doorbrengen en zo komen wij al ‘brainstormend’ tot het plan om een scallop olietank te maken in de stijl van de benzinetank. Frank is inmiddels onderweg naar huis om te vertellen dat de ‘kerstdagen’ dit jaar een hele maand gaan duren, zodat ik lekker aan de slag kan gaan met het nieuwe plan. Om het mijzelf makkelijk te maken gebruik ik voor de olietank een tankschaal van een classic Sporty tank. Die slijp ik doormidden om te versmallen, zodat de olietank straks binnen de framebuizen valt. Vind ik mooier en ook lijkt de tank minder fors. Vervolgens teken ik de vormen af en slijp deze eruit, zodat ik gave plaatstalen scallops over heb. Deze twee helften hecht ik in een lichte conusvorm weer aan elkaar en ik zorg ervoor dat het iets aflopend naar het laagste punt in elkaar zit. Daar waar straks de toevoerleiding naar de oliepomp komt. Eerst maar eens passen en ik vind um gaaaafff! Ik besluit dat ik de scallop volledig open laat, zodat je er dwars door heen kunt kijken. Niet volgens plan maar wel gaaf en na een korte inhoudsberekening lijk ik toch voldoende olieinhoud te hebben om het blokje voldoende te kunnen smeren/koelen. Om de olietank helemaal af te kunnen maken moet ik eerst een zadelplaat gaan maken. Dit omdat ik het zadel wil voorzien van een kleine mountainbike-schokbreker voor de vering die dwars door de olietank gaat. Uit 3 mm plaatstaal snij ik het minimalistische zadelpannetje en voorzie deze van de gewenste vorm. Schokbreker eronder en ik kan gaan passen. Teken nu de uitsparing af op de olietank, snij deze uit en kan de olietank gaan afmaken. Voor de aanvoer- en retourleidingen gebruik ik 10 mm rvs-buis die ik in de olietank las. En weer passen, aflassen, afpersen en klaar. BAM!!

ZEVEN DAGEN STIL

Ik hou ervan om mijn motoren een naam te geven. Deze ontstaan vaak als ik ermee bezig ben en zo ook dit keer. Nadat ik de ‘Ricks Seven Sins’ wielen van Zodiac binnengekregen had, ontstond het idee om de hele bike maar om te gaan dopen naar de Seven Sins en dit thema ook door te gaan trekken met gave details op deze bike. In de wielen, het spuitwerk, etc. Maar even terugkomend op de wielen; wat zijn ze GAAAAFFF! Echt Duitse topkwaliteit, gefreesd uit 1 stuk aluminium. Had ze natuurlijk wel in de catalogus van Zodiac gezien en in overleg met Zodiac de juiste maten besteld (21” voor en 18” achter) maar na het uitpakken ben ik er inmiddels al 7 dagen stil van, hahaha wat gaaf.

Techniek: alles wat je wilt weten over motor-winterbanden

TWINPAN

Terwijl ik druk bezig ben met het metaal plooien is mijn maat Dennis Bakker in zijn shop in Ermelo druk bezig om het gave hart van deze bike in elkaar te sleutelen. Dat doet Dennis met precisie, vakmanschap en geweldige performance parts van Zodiac. Zo maakt hij van de Twincam een hele gave TwinPan. Tevens worden de Ricks wielen nog snel even van een rubbertje voorzien, zodat wij een mock-up van de bike kunnen gaan maken. De ‘Slim Bubba’ voorvork zat ook bij de ‘Sinterklaas pakketten’, dus deze kunnen wij ook gaan monteren. De Slim Bubba is een mooi slanke midglide vork van Zodiac, die je in diverse lengtes kunt bestellen. Ik heb voor deze bike gekozen voor 6 graden balhoofdplaten en 4” overstock lengte. Dit past perfect en stuurt fantastisch met dit frame. Ook de gepolijste versie is helemaal top. Je kunt deze vork ook in het zwart verkrijgen maar dat vond ik bij deze bike minder mooi.

SUPERBLIJ

Nu kan alles wat we klaar hebben gemonteerd worden en krijgen we een mooi beeld hoe de ‘7Sins’ eruit gaat zien. Ze mag ook voor het eerst van de hefbrug om goed te kunnen zien hoe ze erbij staat. Ik ben zelf superblij met het resultaat tot nu toe. Maar er blijft nog genoeg werk over; Achterspatbord, struts, uitlaten, accubak, iets met sleeves aan de achterkant van het frame, etc. etc…. Maar daarover de volgende keer meer!

Tot een volgende met de groet’n uut de Achterhoek

Tekst en fotografie: René Groot Wassink, BCCB

Monstertoer Cannonball Bike Run 2025: waarom wij vanaf nu echt verslaafd zijn aan de Cannonball

0
Cannonball Bike Run 2025

Wat?! Alweer een Cannonball-verhaal… Klopt, nog maar in juni reed redacteur Gijs de Cannonball 1000, het kleine broertje van de Cannonball en nog altijd begint hij structureel over zijn driedaagse avontuur – haast tot in den treure – hierover. Alsof het zo moest zijn, belde kort na zijn rit Wilco ons dat hij meeging doen aan de Cannonball Bike Run 2025. Met nog meer enthousiasme dan Gijs. En na het lezen van dit verhaal snap je helemaal waarom wij vanaf nu ons trots Cannonball-verslaafd noemen.

Heb jij voor 2026 een motoravontuur gepland? Laat het ons weten! Misschien verschijnt jouw verhaal dan wel in MOTO73 en op onze website.

Stel je voor: je rijdt al 45 jaar onafgebroken op de motor. Je hebt talloze superbikes gereden en hebt meer gezien op twee wielen dan de meeste mensen in hun leven. Wat blijft er dan nog te wensen over? Iets uitdagends, natuurlijk! Iets dat je niet alleen maar gezapig laat rondtoeren, maar je ook een flinke dosis adrenaline biedt. Bochten en bergen zijn jouw speelveld, en een leuke groep motorliefhebbers om je heen maakt het plaatje compleet. In Europa is er een evenement dat al 15 jaar bestaat, maar in de Benelux amper bekend is: de Cannonball Bike Run.

Cannonball 1000 op een Harley-Davidson CVO Road Glide ST

De Cannonball Bike Run is een epische rit van maar liefst 2.800 kilometer van zeven dagen, met duizenden bochten en 21 hoge bergpassen van Italië naar Spanje. Dit is niet zomaar een rit; het is een evenement dat deelnemers uit 12 landen samenbrengt. Een unieke kans om motorliefhebbers te ontmoeten en samen te rijden door waanzinnige landschappen.

Het geluk zit bovendien ook nog eens aan mijn zijde, want via het goede, oude Facebook heb ik contact met veel motorliefhebbers wereldwijd. Alan is een van de vaste deelnemers en woont in het knusse Limburgse Valkenburg. Hij heeft al meer dan tien keer deelgenomen aan de Cannonball. Na een inspirerend gesprek met hem, en met mijn partner in crime, Andy (Ducati Multistrada V4 Pikes Peak), die niet minder enthousiast is over het avontuur, heb ik me meteen ingeschreven. We behoorden tot de ‘lucky ones’, want er zijn slechts 55 plekken beschikbaar en de wachtlijst staat vol.

De spirit van de Cannonball

Waarschijnlijk denk je bij de naam Cannonball aan de legendarische film met Burt Reynolds, vol met illegale straatraces en sabotage. Maar de Cannonball Bike Run is totaal anders. Dit is een evenement voor motorenthousiastelingen die de liefde voor het motorrijden begrijpen. Natuurlijk wordt er flink doorgereden en de avonden zijn gevuld met gezelligheid en een biertje, maar de uitdaging blijft groot. Gemiddeld rijden we 400 kilometer per dag over kleine B-wegen, wat een goede fysieke conditie en rijvaardigheid vereist. En het mooiste? De dagroute wordt pas de avond ervoor bekendgemaakt, in een rally-roadbook op A5- of A4-formaat.

Een uitdaging als deze ga je natuurlijk niet aan met een brommertje. Gelukkig ziet Kawasaki dat ook in en geeft mij een Ninja 1100SX SE mee. Met zijn 136 pk en koppelrijke motor is het de ideale motor voor deze uitdaging. De sportieve uitstraling en de goede windbescherming maken het wat mij betreft zelfs een echte Cannonball-waardige fiets. Extra leuk: mijn ervaring met Kawasaki gaat maar liefst 37 jaar terug, toen ik mijn nieuwe Z1300 DFI – met injectie – kocht. Een motor die ik ook nog steeds bezit, met inmiddels 180.000 kilometer op de klok.

Het avontuur begint

We verzamelen in Biella, Noord-Italië, in de Alpen, om kennis te maken met organisator Steve en andere deelnemers. Het enige wat we weten is dat we in Lloret de Mar eindigen, met onderweg een circuitdag in Pau-Arnos. De sfeer is vriendschappelijk, want iedereen deelt dezelfde passie voor motorrijden. De band die we creëren is bijzonder; een beetje getikt moet je wel zijn om hieraan deel te nemen. Wat dacht je van een groep Finnen en Noren die alleen al 2.000 kilometer heen naar het event moeten rijden. En na afloop ook weer terug uiteraard. Of een stel Amerikanen die hun motor laten verschepen en hier ook stallen om één keer per jaar zeven dagen te knallen met gelijkgestemden. Ik voel mij thuis tussen die gasten.

Maar hoogste tijd om te rijden! We geven onze bagage af aan de volgauto en sluiten ons aan bij een groep Limburgers. Alan, onze voorman op zijn KTM 1290 Super Duke R, leest het roadbook met gemak en dus is het tempo hoog. De Ninja 1100SX SE geeft geen krimp terwijl we de St. Bernhardpas en Col de l’Iseran overrijden, met als hoogtepunt de Galibier en Izoard, eindigend in Embrun. De gemiddelde dag begint om 8 uur en eindigt rond 18.30 uur, met slechts een paar korte pauzes.

De hotels zijn van hoge kwaliteit, maar de tijd om van de luxe te genieten is beperkt. De adrenaline van het rijden houdt ons in de flow, en zelfs als er – gelukkig vrij onschuldige – incidenten plaatsvinden, blijven we gemotiveerd. De laatste drie dagen rijden we met Jason, een sympathieke Engelsman, en bouwen we een band op met rijders uit verschillende landen met wie we nog altijd volop contact hebben.

Een geweldig slot

Aan het eind van de rit in Lloret de Mar worden prijzen uitgereikt. Dit jaar wordt Ina uit Noorwegen uitgeroepen tot ‘Legend’. Ze is een van de vier vrouwen die deelneemt en is een voorbeeld van de Cannonball spirit. Tristan uit België wint de Spirit of the Event Award, omdat hij, ondanks de pech dat zijn motor werd gestolen in Grenoble, er toch de hele rit bij bleef. Weliswaar in de volgauto, maar zelfs dan heb je een fantastische tijd. Beter kunnen we het gevoel van deelname niet beschrijven. Het is zeker niet goedkoop, maar spektakel en rijsensatie gegarandeerd met in totaal 38 cols! Ja, echt. Echt 38!

Tekst: Wilco Vonk
Foto’s: Wilco en organisatie

Cannonball Run 2026
Inmiddels kun je je verzekeren van een plekje voor de Cannonball Run 2026. De aanbetaling bedraagt € 200. Mocht je om welke reden dan ook niet kunnen meedoen, dan krijg je je euro’s terug. Klik hier voor meer informatie.

Bergpassen en hoogtes

Col Hoogte (m)
Col de Joux1.640
Col St Bernard2.188
Col de l’Iseran2.770
Col de la Madeleine1.746
Col du Telegraphe1.566
Col du Galibier2.642
Col du Lauteret2.058
Col d’Izoard2.360
Col de la Platriere2.215
Col de Vars2.109
Col de la Bonette2.802
Col e Raspaillon2.513
Col de la Couillole1.678
Col de la Cayolle2.326
Col de la Machine1.015
Col de Carri1.215
Col de Proncel1.100
Col de Rousset1.254
Col de L’Escrinet787
Col du Mas de L’Ayre846
Col de la Croix de Berthel1.088
Col de Picotalan1.004
Col de Fanio1.372
Col de Cotefabio1.423
Col du Pourtalet1.794
Col du Tourmalet2.115
Col d’Aspin1.490
Col de Peyresourde1.569
Col de Mente1.349
Col de la Clin1.245
Col de Portet d’Aspet1.069
Col d’Envalira2.408
Col de Montaup1.951
Coll de Ordino1.980
Coll del Pedro1.828
Coll de la Creueta1.888
Coll de Canes1.120
Coll de Condreu1.010

Strandraces: lekker herfsttoetje

0
Elk van de vier klassen in Lemmer kende een vol startveld.

Na een heel jaar crossen op circuits is er aan het eind van het seizoen in Nederland de gelegenheid voor de crossers om zich uit te leven op het strand. Er kon dit najaar worden gereden in Vlissingen en Zoutelande in Zeeland en in Lemmer in Friesland.

De geschiedenis van strandraces gaat al ver terug. Ruim een eeuw geleden was er al een strandrace in Australië. Daar werd toen een baan van één mijl uitgezet op het strand van Sellicks Hill Beach, in het zuiden van het land. De deelnemers reden in paren; de winnaar ging door naar de volgende ronde. Men bleef hier racen tot 1953. Ook in Nieuw-Zeeland werd lang geleden al op het strand geracet.

Vanaf 1937 werd er geracet op het strand van Daytona Beach (Florida). Deze baan voerde deels over het zand van het strand en deels over een verhard stuk. Al eerder werd er met motoren op het strand van Daytona Beach gereden toen het vlakke deel langs de waterkant werd gebruikt voor het vestigen van snelheidsrecords, zowel met motoren als auto’s.

De races groeiden uit tot de Daytona Bike Week. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd er zes jaar niet gereden. Vanaf 1947 keerden de races terug. De belangrijkste race was de Daytona 200, zoals de naam al aangeeft verreden over een afstand van 200 mijl (322 km). In 1948 kwam er een nieuw circuit, iets zuidelijker gelegen, maar nog altijd een combinatie van zand en verhard. De laatste keer dat daar werd gereden was in 1960. Het jaar erna werd de Daytona International Speedway aangelegd en werd er voortaan uitsluitend op asfalt geracet. Op het strand kan nog wel worden gereden, maar uitsluitend met wegmotoren en met een maximumsnelheid van 10 mijl per uur.

De toeschouwers hebben in Lemmer een prachtig zicht op de baan.

Europese wedstrijden

Dichter bij huis is er de sinds 1975 verreden Enduro du Touquet, die nu Enduropale heet. Al binnen een paar jaar werd het een heel groot evenement, waarvoor zowel van de kant van de deelnemers als de kant van de toeschouwers een zeer grote belangstelling bestond. Tot op de dag van vandaag komen er in februari honderden rijders naar Le Touquet, gadegeslagen door naar men zegt 250.000 toeschouwers (er worden soms nog veel hogere aantallen genoemd). Bij ons kreeg deze wedstrijd veel bekendheid door de deelname van Kees van der Ven, die in de periode 1982-1986 vijf jaar achter elkaar winnaar werd. Zijn eerste deelname, in 1981, verliep heel slecht voor hem, want bij een val brak hij een rugwervel. Gedurende lange tijd speelde de wedstrijd zich af op het strand en in de duinen. Door het grote aantal mensen dat in de duinen de wedstrijd volgde, werd er nogal wat milieuschade aangericht. Dat heeft ertoe geleid dat het parcours later werd aangepast en niet meer door de duinen voert. Dit jaar lag er een circuit van 13 km op het strand.

Een grote wedstrijd in Engeland is de Weston Beach Race in Weston-super-Mare, die sinds 1983 wordt verreden. De wedstrijd van begin oktober werd geplaagd door zware winden, waardoor het op zaterdag onverantwoord was het strand op te gaan en iedereen werd opgeroepen binnen te blijven in de camper of het hotel. Het tweedaagse programma werd vervolgens op zondag verreden, met ingekorte wedstrijden.

Fotofinish in de politiek? Dat kennen ze in de MotoGP al járen

Strandrace in Nederland

Nederland maakte in 1981 kennis met een strandrace in Scheveningen, de Veronica Beach Race, georganiseerd door Bob de Jong. Elf keer werd er gereden. Veronica zond de wedstrijd rechtstreeks uit op televisie; ook in het buitenland bestond er belangstelling voor. Na Scheveningen ging men eenmalig naar Hoek van Holland.

Met sponsoring van Red Bull keerde de strandrace terug naar Scheveningen. Zes keer werd de Red Bull Knock Out verreden, met als winnaars o.a. Marc de Reuver en Jeffrey Herlings.

Een wedstrijd met een heel lange geschiedenis is de strandcross van Vlissingen, waarvan dit jaar de 38e editie werd verreden. MSV de Uitlaat organiseerde deze wedstrijd voor de eerste keer in 1987. Vlissingen kreeg in 1994 gezelschap van Bakkum, waar de Bakkum Beach Cross werd verreden. Deze wedstrijd bestaat inmiddels niet meer. Ook wordt er niet meer gereden op het strand bij Dronten. Sinds een aantal jaren is Zoutelande erbij gekomen. Net als Vlissingen ook een wedstrijd in het najaar.

De derde Nederlandse strandcross van dit najaar was half oktober in Lemmer. Het strand daar is niet erg groot, maar toch kan daar een leuk parcours worden uitgezet. Een groot verschil tussen de beide Zeeuwse wedstrijden en Lemmer is dat Lemmer aan het IJsselmeer ligt, waardoor er langs zoet water wordt gereden en dat er geen sprake is van een tijverschil, terwijl langs het Zeeuwse strand het water zout is en er rekening moet worden gehouden met de getijden. Langs de (hogere) kant hebben de toeschouwers in Lemmer een prima zicht op de hele baan. Overigens is kijken gratis, want de kosten worden gedekt door sponsoring en de inschrijfgelden van de deelnemers. Die zijn er in overvloed, want de wedstrijd in Lemmer telde zo’n 450 deelnemers, verdeeld over vier klassen. De grootste categorie was de Hobbyklasse, waarvoor zich 158 crossers hadden aangemeld. De kwartliters telden 124 deelnemers, op de lijst van de gecombineerde 85/125-klasse stonden 102 namen en de geringste belangstelling was er voor de 500cc-klasse.

De baan was zodanig uitgezet dat ook de minder ervaren rijders er goed rond konden komen. Want dat is het leuke van een strandcross, zowel de 100% liefhebber, die niet prestatiegericht op de motor stapt, als de rijders die in kampioenschappen een vooraanstaande rol spelen moeten er goed op kunnen rijden.

In voorgaande jaren kwamen Jeffrey Herlings en Kay de Wolf al eens naar Lemmer. Dat inspireerde nu Liam Everts, de nummer zes van de MX2 van dit jaar. Everts: ‘Ik heb nog nooit een strandcross gereden. Van mijn teamgenoot Kay hoorde ik over Lemmer. Ik had goesting om hier te gaan rijden. Het is mijn laatste wedstrijd van het jaar. Begin november heb ik een tijdje verlof. Als het de komende jaren uitkomt, kom ik hier wellicht wel vaker.’ De Belg zou geen spijt hebben van zijn deelname, want op zijn 450 Husqvarna was hij in beide manches van 20 minuten plus een ronde veruit de sterkste. In beide manches finishte zijn landgenoot Yentel Martens als tweede (op respectievelijk 43 en 58 seconden) en werd Nederlands kampioen Sven van der Mierden derde (op respectievelijk 44 en 71 seconden). Had hij last van de langzamere rijders? Everts: ‘Vanwege het snelheidsverschil moet je goed uitkijken.’ Everts stuurde behendig om de (soms veel) langzamere rijders heen en kwam nimmer in de problemen.

Ivano van Erp was de sterkste bij de kwartliters en liet de Noor Pelle Gundersen en Roan Tolsma achter zich. Timo Heuver was twee keer eerste in de 125cc, Kash van Hamond was in beide manches de sterkste 85cc-rijder. Rick Gootjes won beide manches van de Hobbyklasse.

Kampioenschappen

De internationale motorbond FIM stelde in 2023 de World Cup strandraces in. Na twee jaar werd deze competitie opgewaardeerd tot wereldkampioenschap. Le Touquet en de Argentijnse Enduro del Verano maakten vanaf het begin deel uit van deze serie. De Brit Todd Kellett zegevierde in 2023 en 2024 en leidt ook nu na Le Touquet, de Argentijnse wedstrijd en Bibione Sand Storm in Italië het klassement door elk van deze drie wedstrijden te winnen. Er staan nog wedstrijden in Frankrijk en Portugal op het programma.

In Frankrijk wordt in een serie van zes wedstrijden in de periode september-februari gestreden om het ‘Championnat de France Sable’. Is het met drie vaste wedstrijden ook in Nederland tijd voor een Nederlands kampioenschap? KNMV-directeur Wim Mulder daarover: ‘Een strandcrosscompetitie vind ik een mooi idee.’ Dus, wie weet, staat dat volgend jaar op de Nederlandse kalender.

Foto’s: Jan Boer en Peter van der Sanden

MV Agusta onthult meer specs van hun unieke vijfcilinder motorblok

0

In een tijdperk waarin de motorfietsindustrie flirt met elektrische stilte en de viercilinder als heilige graal wordt aanbeden, heeft MV Agusta op EICMA 2025 een daverend statement gemaakt. De ‘Cinque Cilindri’ – een baanbrekende vijfcilinder motorblok dat nog jaren ontwikkeling zal vergen – is geen gewoon concept. Het is een provocatie, een herbevestiging van de ziel van de verbrandingsmotor en tegelijkertijd een blauwdruk voor de toekomst van het Italiaanse merk in de Supersport-, Naked- en Touring-segmenten.

De cijfers alleen al zijn ronduit ambitieus: meer dan 240 pk bij toerentallen die de 16.000 tpm overschrijden, gekoppeld aan meer dan 130 Nm bij 8.500 tpm. Dit alles moet worden geleverd door een droog motorgewicht van minder dan 60 kilogram – een gewicht dat de grenzen van lichtgewicht engineering oprekt. Het modulaire platform belooft een cilinderinhoud variërend van 850 cc tot een stevige 1150 cc, waarmee het geschikt wordt voor een breed scala aan toepassingen.

MV Agusta’s vijfcilinder Trapezio: Revolutionaire motor of technische gimmick?

Anatomie van de vijfcilinder

De ware genialiteit van dit ontwerp schuilt in de cilinderconfiguratie. MV Agusta spreekt van een ‘U-vormige’ of ’trapeziumvormige’ architectuur waarbij drie cilinders aan de voorkant in lijn zijn geplaatst, met de resterende twee cilinders direct daarachter. Deze unieke geometrie wordt aangedreven door een enkele krukas die alle vijf cilinders bedient – een oplossing die zowel elegant als technisch uitdagend is.

Het merk claimt dat deze motor smaller is dan een viercilinder lijnmotor en korter dan een V4, wat aanzienlijke voordelen biedt voor chassisintegratie en zwaartepuntoptimalisatie. De motor omarmt moderne efficiëntietechnologieën met elektrische waterpompen en oliepompen die parasitaire verliezen minimaliseren. De unieke vijfcilinder ontstekingsvolgorde is ontworpen om een breed koppelbereik te leveren zonder de complexiteit van variabele kleptiming – een bewuste keuze die de focus op mechanische elegantie onderstreept.

Directe uitdaging

Met zijn prestatiedoelen stelt MV Agusta een directe uitdaging aan de gevestigde orde. In het supersportsegment, waar de Ducati Panigale V4 R met 221 pk standaard (234 pk met Ducati Performance Akrapovic uitlaatsysteem) de scepter zwaait, positioneert de ‘Cinque Cilindri’ zich als potentiële nieuwe koning. Zelfs gerenommeerde Japanse supersportmotoren zoals de Honda CBR1000RR-R, Yamaha YZF-R1M en Kawasaki ZX-10RR, die doorgaans tussen de 200 en 220 pk leveren, worden hiermee uitgedaagd.

In het naked-segment zijn concurrenten zoals de Ducati Streetfighter V4 SP2 (208 pk, 123 Nm) en KTM 1390 Super Duke R Evo (190 pk, 145 Nm) vooralsnog de maatstaven. De vijfcilinder van MV Agusta belooft ook hier nieuwe standaarden te zetten, waarbij de compacte afmetingen een extra troef kunnen blijken te zijn voor het rijgedrag en de massa-centralisatie.

Verge Motorcycles vernieuwt zijn TS Pro: lichtere krachtpatser met meer autonomie

0
Verge Motorcycles vernieuwt zijn TS Pro

Verge Motorcycles heeft zijn vlaggenschip TS Pro grondig onder handen genomen. De Finse fabrikant – bekend om zijn gedurfde design en opvallende aandrijving – introduceert een lichtere, krachtigere en technologisch geavanceerdere versie van zijn elektrische motorfiets. Ondanks een uitdagende markt voor jonge e-motormerken blijft Verge investeren in zijn visie op elektrische mobiliteit, en dat werpt zijn vruchten af.

Moeilijke markt

Elektrische motorfietsen winnen dan wel steeds meer terrein, maar voor kleinere producenten blijft het een strijd om elke morzel van de motormarkt. En nu ook grote spelers zoals Honda de markt betreden, zwelt de druk met de dag verder aan. Verge Motorcycles lijkt echter stand te houden. Het merk begon in 2023 met de levering van de originele TS Pro en wist, ondanks beperkte aantallen en weinig fysieke verkooppunten in Europa, overeind te blijven.

Hoewel er in België vooralsnog geen testmogelijkheden zijn – het merk heeft slechts drie officiële winkels, twee in Duitsland en één in het VK – kunnen geïnteresseerden de motor rechtstreeks via de website bestellen en laten leveren.

Mijlpaal voor elektrische mobiliteit: Verge TS Pro breekt afstandsrecord in Londen

Lichter, slimmer en verder

De belangrijkste vernieuwing zit in de iconische, naafloze Donut Motor, het unieke element dat de TS Pro onderscheidt van z’n concurrenten. Het vernieuwde motorontwerp is even krachtig als z’n voorganger (inclusief de indrukwekkende 1000 Nm aan koppel) maar is nu 50% lichter dan de vorige versie. Dankzij deze optimalisatie daalt het totale gewicht van de motor tot 230 kilogram. Een spurtje van 0-100 km/u rondt deze krachtpatser nog steeds in amper 3,5 seconden.

Ook de batterij kreeg een upgrade. De nieuwe 20,2 kWh-accu moet volgens Verge goed zijn voor een indrukwekkende actieradius tot 350 kilometer – een waarde die in de praktijk nog moet worden bevestigd. Daarnaast kan de motor in minder dan 35 minuten weer worden opgeladen, wat de bruikbaarheid in het dagelijks verkeer sterk verbetert.

Verbeterde technologie en meer rijcomfort

Verge heeft ook het digitale gedeelte onder handen genomen. De TS Pro beschikt nu over grotere displays (meervoud, inderdaad), een intuïtievere interface en verbeterde mogelijkheden qua connectiviteit. Daarenboven hebben de Finnen ook de settings van de ophanging herbekeken en een aangepaste zithouding ontwikkeld – met een aangepaste balhoofdhoek van 25 graden voor extra comfort tijdens lange ritten.

De vernieuwde TS Pro is beschikbaar vanaf modeljaar 2026.

FEHAC: maak klassieke motoren vanaf 40 jaar belastingvrij

0
Rocket 3 in klassieke uitvoering.

De Federatie van Historische Automobiel en Motorfiets Clubs (FEHAC) roept de Tweede Kamer op om klassieke motoren en auto’s vanaf 40 jaar belastingvrij te maken. In hun brief aan de fracties wijzen ze op de recente wijzigingen in het belastingplan van Minister Heinen, die een aanpassing van de motorrijtuigenbelasting voor oldtimers met zich meebrengt.

In een brief aan de fracties in de Tweede Kamer en de Commissie Financiën constateert de FEHAC dat in het belastingplan van Minister Heinen, een voorstel zit om de motorrijtuigenbelasting (mrb) voor oldtimers aan te passen. Concreet houdt dit voorstel in dat de overgangsregeling voor voertuigen tot en met registratiejaar 1987 vervroegd afloopt op 1 januari 2027. Dit juicht de FEHAC toe. Tegelijkertijd regelt het belastingplan nog niets voor klassieke voertuigen vanaf registratiejaar 1988.

Wat de FEHAC betreft zouden alle klassiekers die de leeftijd van 40 jaar bereiken, moeten worden vrijgesteld van belasting (artikel 72 Wet op de mrb).

Klassieke voertuigen zijn van cultuur-historische betekenis en dragen bij aan circulaire duurzaamheid. Daarbij is de milieu-impact zeer bescheiden. De Tweede Kamer heeft dit op 25 mei jl. nog met een ruime meerderheid erkend in de motie-Eerdmans.

Belgische motor-APK afgeschaft: geen bewijs dat keuring ongevallen voorkomt

Voorzitter Stefan Hulman: “Wij hebben daarvoor de volgende argumenten:

Mobiel erfgoed is geen mobiliteit. Voertuigen van 40 jaar of ouder rijden gemiddeld niet meer dan 1900 kilometer per jaar (CBS 2023). Het hanteren van een vol tarief aan mrb staat daarom niet in verhouding tot het beperkte gebruik. Daarnaast ontstaat door de vrijstelling vanaf  het registratiejaar 1988 niet langer toe te kennen, een onevenredige belasting voor klassieke voertuigen uit deze periode.”

Hulman wijst er bovendien op dat de eigenaren van het mobiele erfgoed geen subsidie krijgen voor de instandhouding ervan. Dat wordt uit eigen zak betaald.

Stefan Hulman;” Vanaf 2028 zullen per jaar slechts zo’n 12.000 gekentekende voertuigen de leeftijd van 40 jaar bereiken. Daarvan wordt een aanzienlijk deel ’s winters geschorst. De extra belastinginkomsten die dit oplevert, zijn daarom zeer beperkt.
Hulman wijst erop dat het Europees Parlement uit gaat van een leeftijd van 30 jaar om een voertuig als mobiel erfgoed te erkennen. De FEHAC pleit ervoor deze leeftijd over te nemen en klassiekers vanaf 30 jaar fiscaal te ontzien, zoals ook in ons omringende landen gebruikelijk is.