Morgen trekt redacteur Jelle Verstaen richting het Belgische Verviers om de gloednieuwe CFMOTO 1000MT-X aan de tand te voelen. Na een rit door de heuvelachtige Ardennen wacht hem een stevige beproeving op het enduroterrein van Bilstain. Perfecte omstandigheden om te ontdekken wat deze motor allemaal kan.
De 1000MT-X positioneert zich duidelijk boven de 800MT, met een 999cc-tweecilinder die 112 pk levert. De nadruk ligt op een sterk middengebied en vloeiende trekkracht, iets waar Jelle vooral tijdens het klimmen en op de vaste Ardense wegen op zal letten. De KYB-vering met volledig instelbare componenten en de draaischijf voor de achterschokdemper moeten zich bewijzen op de onverharde secties van Bilstain.
Ook elektronisch zit de CFMOTO goed in elkaar: BOSCH bochten-ABS en drie tractiecontrolestanden zullen Jelle helpen bij wisselende grip. Verder belooft het Brembo-remsysteem precieze controle, essentieel in het steile terrein.
Of de 1000MT-X werkelijk mee kan in het hogere adventuresegment? Dat is precies wat Jelle morgen gaat uitvinden.
Na het verwijderen van de veer, kun je eenvoudig met het de bijgeleverde magneet de originele kogel verwijderen.
Vroeger was het leven een stuk simpeler. Alle voertuigen lekten olie en daaraan kon je zien dat er nog olie in het motorblok aanwezig was. Als de lekkage extreem was en iemand er iets van zei, had je daar allerlei kreten voor die het vergoelijkten. Algemeen bekend waren de opmerkingen; ‘olie komt uit de grond, dus je kunt het er gewoon weer opnieuw instoppen’ en ‘hij lekt niet, hij markeert alleen zijn plek’.
Tegenwoordig ben je plotseling ‘een milieucrimineel’ en draai je op voor de kosten om de stoep te ontdoen van de door jou gemorste olie. Tijden veranderen…
Er zijn in de loop der tijden verschillende oplossingen op de markt gekomen om de lekkage door het leeglopen van de olietank naar het carter te voorkomen. De bekendste is eenvoudig een kraantje in je olieleiding zetten. Functioneel en simpel! Als de motor wat langer stilstaat, zet je gewoon de benzinekraan en de oliekraan dicht en dan kan er geen lekkage optreden.
KOGEL EN VEERTJE
Harley-Davidson was één van de weinige merken zonder oliekraan. Veel andere merken met de olietank hoger geplaatst dan het motorblok hadden wel een kraan. Is ook eigenlijk best logisch. Als de olietank hoog zit en het motorblok met oliepomp lager, zal door het gewicht van de olie deze naar beneden willen zakken in het motorblok. Dit is niet de bedoeling en moet natuurlijk voorkomen worden. Logisch zou zijn als je in de benzineaanvoer een kraantje zet, er ook één te plaatsen in de olieaanvoer. H-D heeft dit echter niet gedaan en bij alle modellen voor een kogel met een veertje gekozen in de aanvoer oliepomp, om het leeglopen van de olietank te voorkomen. Bij deze constructie mag het veertje niet te sterk zijn, omdat het dan de olieaanvoer beperkt en dat willen we niet. Is het veertje echter te slap, dan sluit de kogel niet goed af en lekt er olie in het motorblok. Daarnaast zorgt een stalen (lager)kogel op een gietijzeren- of aluminium rand zeker niet voor een optimale afdichting. Gedurende enige tijd werd de meeste olie wel in de hoger gemonteerde olietank gehouden, maar als de motor langer stilstaat kun je niet voorkomen dat er flink wat olie in het carter loopt door lekkage. Het zijn allemaal kleine beetjes olie die langs de kogel lekken, maar na langere tijd zijn al die kleine beetjes bij elkaar toch een hele plas. Bij het starten zal deze olie via de carterontluchting op de straat gegooid worden en dat willen we niet meer.
1 van 3
De vlakke dop van de oliepomp die je los moet draaien.
Na het verwijderen van de veer, kun je eenvoudig met het de bijgeleverde magneet de originele kogel verwijderen.
Links de originele kogel met veer. Rechts de nieuwe kit. Het gekleurde staafje is de magneet.
VANAF 1937…
Tegenwoordig hebben we de beschikking over een grotere keus aan materialen dan in de tijd toen bij H-D de oliepomp ontworpen werd. Het gevolg is dat een bedrijf een kitje op de markt brengt dat verder doorontwikkeld is en helpt om de lekkage te voorkomen. Deze kit is o.a. leverbaar via de dealers van de firma Zodiac. De kit bestaat uit een stukje gereedschap waarin een magneetje zit om de oude kogel te verwijderen, een nieuwe veer, een adapter om de kogel op de veer te centreren en een nieuwe kogel van een zachter materiaal dan de originele stalen kogel. De montage is simpel. Je draait gewoon de betreffende dop uit de oliepomp en verwijdert de veer. Nu stop je het plastic stukje gereedschap in het gat en met de magneet kun je nu eenvoudig de oude kogel uit het gat vissen. De oude kogel en de veer vervangen we nu door de onderdelen van de kit. Origineel had H-D ook al zitten tobben met lekkage van de pompen. Vanaf 1937 hadden alle modellen pompen dezelfde veer (H-D nummer 26363-36). Omdat er veel klachten waren over olie lekken, bracht H-D in 1956 een verbeterde veer uit met onderdeelnummer 26363-56. Deze kon ook als upgrade in de oudere modellen pompen vanaf 1937 gemonteerd worden. In 1981 kwam er voor de oliepompen van 1981 t/m 1999 weer een verbeterde veer uit met onderdeelnummer 26262-80. Hierbij werd niet vermeld of het een upgrade was en of hij ook in de oudere modellen van voor 1981 gemonteerd kan worden.
VITON FKM
Bij de nieuwe kitjes zijn de veren voor de diverse pompen verschillend in lengte en vorm. Ook zit aan de onderzijde van de veer een aluminium adapter om de kogel netjes te centreren ten opzichte van de veer. De kogel zelf is ook onder handen genomen en bestaat niet meer uit een stalen lagerkogel van 3/8 inch. Men past bij de kitjes een kunststof kogel toe de gefabriceerd is uit Viton FKM met een hardheid van 70+ Shore. Viton is een hoogwaardig fluorrubber product, bekend om zijn uitzonderlijke bestendigheid tegen hitte en chemische stoffen. Het is met zijn hardheid ideaal voor veeleisende afdichtingen en hoge temperaturen tot 200 graden Celsius. Met deze wat meer elastische kogel is de afdichting natuurlijk veel beter dan met de harde stalen kogel.
De montage is kinderlijk eenvoudig. Aan de bovenzijde van de pomp zie je twee schroefdoppen. De dop die het dichtst bij het carter zit is bolvormig. De buitenste dop heeft een vlakke bovenzijde. Je draait de vlakke dop los die aan de buitenzijde op de oliepomp zit. Als de dop eraf is, kun je het veertje pakken en uit de pomp halen. Met de bij de kit geleverde magneet vis je nu de kogel uit de pomp. Hierna doe je eerst de nieuwe kogel in het gat, gevolgd door de veer met de kogelhouder. Hierna draai je de dop er weer terug op. Vergeet niet een drupje afdichtingmiddel op de schroefdraad van de dop te doen om olie zweten in de toekomst te voorkomen.
SCHONE STOEP
Dit klusje is een fluitje van een cent en door iedereen in een paar minuten te doen. Let wel even op bij de aanschaf van je kitje. Origineel gebruikt H-D maar één model veertje met kogel op alle modellen. Bij deze kitjes heeft men voor de optimale veer voor de verschillende modellen oliepompen gekozen. Onderstaan een overzicht:
Onderdeelnummer 710768 voor Ironhead Sportster 1957-1976. Onderdeelnummer 710769 voor Big Twin kopklepper 1936-1955 en Big Twin 1966-1980. Onderdeelnummer 710770 voor zijkleppers 750, 1200 en 1300 cc 1937-1973 en Panhead 1956-1965. Onderdeelnummer 710771 voor alle Big Twins 1981-1999.
Je ziet, de keuze is reuze! Voor een optimaal resultaat wel even het goede kitje voor jouw motor gebruiken en niet een setje gebruiken voor een ander model. Jij en je buurman houden voortaan een schone stoep en je bent ook nog eens een keer milieuvriendelijk bezig.
We testen de Morbidelli T502X in de omgeving van Utrecht. Daarnaast rijden we samen met enkele RIDERS-leden de C1002V en T1002VX. Wat vinden zij van deze ‘multicruiser’ en adventurebike?
In de Motul Ride-app komen navigeren, routeplanning, livetracking, ritanalyse en nog veel meer samen. Dit systeem is ontworpen door gepassioneerde motorrijders, en wij bekijken het van dichtbij. Hoe werkt de app in de praktijk?
Bart gaat samen met leden van RIDERS naar MotoWings in Hazerswoude-Dorp voor een afschuincursus. MotoWings biedt al jarenlang bochtentrainingen aan, waarbij je op een veilige manier leert hoe je schuin kunt gaan in een bocht zonder om te vallen. Hun zelfontwikkelde Wing-systeem helpt zowel ervaren als beginnende motorrijders om zelfverzekerder op de motor te worden.
In aflevering 3 van RIDERS TV gaat Bart met RIDERS naar MotoWings in Hazerswoude-Dorp voor een afschuincursus. We rijden met drie Morbidelli-motoren: de multicruiser C1002V en de adventurebikes T1002VX en T502X. Daarnaast testen we de Motul Ride-app en gaan we met Pieter van Motorkledingstore kijken naar innovaties in motorhelmen.
In onze nieuwe rubriek Epische Motorfietsen licht Menno Janssen een klassieke motor met een uniek verhaal uit. De Rotterdamse fotograaf richt zich daarbij op Superbikes uit de jaren ‘70, waar hij ook een boek over maakte. Maar wie is de man achter de verhalen en de foto’s? En wat maakt deze periode zo bijzonder? Tijd voor een nadere kennismaking met Menno Janssen.
Waar is het allemaal begonnen?
‘Ik kom uit een gezin waar altijd al aandacht was voor geschiedenis. Die aandacht uitte zich bij mij in oude auto’s en motorfietsen. Dat zit er gewoon in. Ik rijd zelf dagelijks in een Volvo Amazone uit 1968, dan weet je al genoeg. Daarnaast vind ik fotografie geweldig. Ik was vijftien jaar en had honderdtien gulden op mijn spaarbank staan. Op een ochtend besloot ik dat ik fotograaf wilde worden. Diezelfde middag ben ik naar de winkel gegaan en heb ik de enige camera gekocht die ik voor dat geld kon krijgen. Het was een tweedehands Russische spiegelreflex, die ik nu nog steeds in de kast heb staan.’
1 van 2
In de MOTO73-rubriek Epische Motorfietsen komen bijzondere motoren uit het boek Superbikes van de Seventies voorbij.
Menno Janssen is de fotograaf en auteur van Epische Motorfietsen.
En het is je gelukt om beroepsfotograaf te worden.
‘Dat klopt, sinds 1987. Ik heb altijd reportagefotografie gedaan en een beetje studio. Maar in 2008, met de economische crisis, kwam ook de mobiele telefoon op, wat een grote verandering in onze markt teweegbracht. Mensen wilden minder betalen voor foto’s. Ik ben me toen volledig op studio gaan concentreren, omdat dat dingen zijn die je niet met een telefoon kunt doen. Daaruit is de huidige motorfotografie ontstaan, door studio’s op locatie te maken.’
Hoe ben je bij de motorfotografie gekomen?
‘Ik heb eind 2019 een tour door Engeland gemaakt, ook met een oude bus natuurlijk. Ik ging langs allerlei auto- en motorfietsmusea. Bij een van die musea zag ik een boek van hun collectie. Ze hadden een effectieve, maar niet optimale oplossing gebruikt om al die motorfietsen te fotograferen. Toen dacht ik: “Dat kan ik beter.” ’s Avonds lag ik in bed in mijn Mercedes 508-bus te piekeren en bedacht ik dat ik hen zou voorstellen om hun collectie te fotograferen. Dat wilde ik dan kosteloos doen, waarbij we de opbrengsten van de boeken en kaarten zouden delen. Daar was het museum erg enthousiast over. Helaas kwamen kort daarna corona en de Brexit, en is het anders gelopen.’
Maar inmiddels heb je wel een enorm archief aan foto’s van klassieke motoren. Hoe heb je dat gedaan?
‘Ik ben het idee in Nederland gaan uitvoeren. Ik heb een aantal dealers van klassieke motoren benaderd, waarvan ik vond dat de foto’s beter konden. Zo kon ik proef fotograferen en hen helpen om betere foto’s van de motoren te maken. Ik heb op diverse plekken foto’s gemaakt en daarmee een basis gelegd voor een archief dat beschikbaar is voor uitgevers van bladen en boeken, én waarmee ik mij kan presenteren. Van het een kwam het ander. Ik fotografeer nu verzamelingen klassiekers van ongeveer dertig jaar en ouder tegen een onkostenvergoeding en kan ook een boek maken van zo’n collectie. Datzelfde geldt voor musea. Daarnaast kan ik de foto’s ook voor eigen gebruik inzetten. Zo is ook het boek “Superbikes van de Seventies” ontstaan, dat de basis zal vormen voor deze serie Epische Motorfietsen in MOTO73.’
Zes bijzondere Superbikes uit de jaren ’70, elk met een eigen verhaal.
1 van 6
Wat maakt de Superbikes uit de jaren ‘70 zo bijzonder?
‘Er zijn voor mij twee elementen. Het eerste is een algemeen feit: het is een decennium dat echt een omslagpunt is geweest in de motorfietsmarkt. In tien jaar is de markt compleet veranderd en daarom is het voor veel mensen een legendarische periode. Voor mij persoonlijk is het ook de tijd waarin mijn eigen verbeelding tot leven kwam. Dat geldt voor veel mensen tussen hun vijftiende en vijfentwintigste. Voor mij was dat begin jaren ‘70. Ik heb uren doorgebracht met een Honda-foldertje van de fietsenwinkel, waarin al hun motorfietsen van dat jaar stonden. Later had ik ook een boek met alle motoren uit 1972. Dat heb ik tijdens de hele reis, achter in de Renault 4 (met vouwwagen), in mijn handen gehad toen we op zomervakantie gingen. Het was nog de tijd vóór internet, waarin je jezelf kon verliezen in een simpel foldertje.’
Kan je wat meer vertellen over die veranderingen op de markt?
‘De jaren ‘70 zijn de periode van de opkomst van andere fabrikanten en de neergang van de Engelsen. Het schakelmoment is de komst van de Honda CB 750 Four. In de motorgeschiedenis is er een periode vóór en na deze motor. Vanaf 1969 wordt de Honda CB 750 Four in Amerika verkocht en twee jaar later is alles anders. Daarvoor waren de Britten nog dominant op de markt van grote motoren, maar al in 1971 zijn negen van de tien motoren die in de VS verkocht worden — de grootste motorfietsenmarkt ter wereld — Japans. Honda verkocht uiteindelijk van de CB 750 per maand het aantal motoren dat ze per jaar dachten te verkopen. Andere merken moesten reageren en zo werd binnen een paar jaar het ene na het andere fantastische model op de markt gebracht. Eind jaren ‘70 waren veel Engelse fabrikanten — denk aan Norton en Triumph — volledig naar de achtergrond verdwenen.’
Meer weten over het werk van Menno? Neem een kijkje op motoclassiccollection.com. Alle foto’s zijn ook als print te bestellen.
En deze motoren komen terug in de nieuwe rubriek Epische Motorfietsen.
‘Klopt, ik heb deze motoren bij verzamelaars mogen fotograferen, maar enorm veel werk zat ook in het verzamelen van al die verhalen achter de motoren. En wat blijkt: het ene verhaal is nog bijzonderder dan het andere. De Honda CB 750 noemde ik al, maar denk ook aan de Suzuki GT750, de Kawasaki Z900, de waanzinnige Kawasaki Mach III 500 en Mach IV 750, de Norton Commando, de Benelli Sei en de Honda CBX-zescilinders, samen met de Kawasaki Z1300, de Triumph Trident, de exclusieve Münch Mammut en MV Agusta, de Laverda’s en de Ducati’s met hun fantastische wegligging.’
Ben je ook fan van andere periodes van de motorfiets?
‘Absoluut, ook bijvoorbeeld de motoren uit de jaren ‘30 zijn geweldig. Daar zitten echte museumstukken tussen, die je zo in je huiskamer kunt zetten. Maar vergis je niet: er zijn ook veel motorliefhebbers die deze motoren uitstekend onderhouden en er nog steeds mee op de weg rijden. Elke periode heeft bijzondere motoren met verhalen voortgebracht, denk ook aan de periode kort voor en na de Tweede Wereldoorlog. Ik ben daarom ook nog lang niet klaar met het maken van boeken.’
De opzet van een fotostudio op locatie.
Hoe zou jij je stijl van fotograferen omschrijven?
‘Dit concept is mijn specialisme, mijn ambacht en wat ik het liefste doe. Ik denk dat er weinig fotografen zijn die studiofotografie op zo’n hoog niveau op locatie kunnen maken. Daarbij heb ik een prachtig aanbod voor verzamelaars om tegen onkosten hun collectie te fotograferen. En het allerleukste: in de motorfietswereld kom je in aanraking met geweldige mensen. Iedereen is op of met een motor gelijk, en dat maakt het zo mooi. Ik ben nog steeds aan het uitzoeken waarom motorrijders over het algemeen zo prettig zijn in de omgang en zonder kapsones. Ik kan het nog niet helemaal onder woorden brengen, maar ik kan wel zeggen dat ik als Rotterdammer uit Crooswijk enorm waardeer dat mensen zo rechtdoorzee zijn.’
Hoe lang ben je bezig om een verzameling te fotograferen?
‘Dat is serieus werk. Ik kan mensen niet uitleggen hoeveel werk het is, totdat ze het zelf hebben meegemaakt. In de basis ben ik een halve tot een hele dag bezig om de studio op locatie op te bouwen. Daarna fotografeer ik zo’n twintig motoren per dag, omdat je voor elke motorfiets een aparte aanpassing in het licht moet doen. Aan het einde van de dag ben ik dan helemaal op. Vervolgens ben ik per motor nog een uur bezig met de nabewerking. Dat is niet om dingen te veranderen; ik fotografeer met hoog contrast, dus ik moet verschillende belichtingen samenbrengen tot één beeld. Anders zouden bijvoorbeeld de banden te donker en de tank te licht zijn. Het is superinspannend, maar ook prachtig. Als ik het eindresultaat zie, ben ik toch een klein beetje gelukkig. Daar doe je het voor: je voelt dat je leeft. Ik doe dit werk met hart en ziel.’
Foto’s: Menno Janssen
Deze A.J.S. uit 1934 kun je zo als kunst in de huiskamer zetten.
De Shovel van de Britse chopperfanaat Lew Hilsdon kwam zijn leven binnenrollen als een vrijwel fabrieksperfecte Harley. Schoon, gepolijst en beschaafd, met veel te veel chroom. Nu maakt ze een vreselijk lawaai, lekt ze overal olie en probeert ze Lew soms te vermoorden. Maar Lew zal de laatste zijn om haar dat kwalijk te nemen!
Toen ik eenmaal had besloten een bigtwin te kopen, had ik mijn zinnen gezet op een Cone Shovelhead die ik uit de Verenigde Staten wilde importeren. Ik wilde iets betrouwbaars dat de perfecte basis zou vormen voor een gave nieuwe chopper.
INSPIRATIEBRON
Net toen ik op het punt stond er eentje te kopen die ik in Ontario had gezien, stuurde mijn vriend Luke me een advertentie voor een Cone Shovelhead veel dichter in de buurt. De motor, oorspronkelijk een FXE Superglide uit 1976, had het grootste deel van zijn leven in Californië doorgebracht, maar was een jaar eerder naar het Verenigd Koninkrijk geïmporteerd en bevond zich nu in Schotland. Veel beter! Ik sprak met de verkoper en hij had nog meer goed nieuws: Een frame, carters en kentekenbewijs die bij elkaar hoorden en een volledig in Amerika gereviseerd blok met een perfecte bak. Natuurlijk moest ik hem hebben. Ik onderhandelde wat met die man en de Shovel was van mij. Ik had eerlijk gezegd geen idee welke kant ik met de verbouwing op zou gaan. De klassieke chopper-stijl vind ik wel geweldig; ik deel een werkplaats met Luke Townsend, die een prachtige Genny-Shovel uit ’69 heeft. Zoals je kunt zien, was die Genny-Shovel een serieuze inspiratiebron voor me, maar ik had ook stiekem een beetje een oog op de Japanse stijl. Ik hou van de hoge midcontrols, de belachelijke sissybars en de verschillende, onpraktische en oncomfortabel ogende modificaties die zo kenmerkend zijn voor de Japanse Harley-scene.
1 van 11
HARDTAIL
De dag dat ze bij me aankwam, ging ik meteen aan de slag. Mijn andere maat, Gibbo, was langsgekomen om me succes te wensen met mijn chopperavontuur, maar vooral om nog even snel wat onderdelen te scoren. Ik zeg dat met een knipoog; Gibbo is een legende en een fervent verzamelaar van originele spullen. Na een paar koppen thee (we blijven Britten) hadden we een deal en had ik afscheid genomen van mijn originele split-tanks, achterspatbord en koplamp. Alles geruild tegen Gibbo’s Sportster-tank, Triumph-stuur en Bates-koplamp. Ik heb ze er alledrie op gezet, samen met het op maat gemaakte King & Queen-zadel uit de jaren 70 dat ik had gekocht. Ik heb er zo een maand of wat meer rondgereden, maar wist al snel dat ik er een hardtail van wilde maken. Uit betrouwbare bron had ik gehoord dat Craig House in Frome de juiste man daarvoor was. Dus ik bestelde een van zijn hardtail kits en dat brengt me bij de eigenlijke bouw.
Hierbij introduceer ik nog een vriend in dit verhaal. (Er moet hier een diepzinnige boodschap over teamwork in schuilen, of misschien een grapje; ‘hoeveel mafkezen heb je nodig om een chopper te bouwen?’). Chris is een genie in allerlei soorten metaalbewerking en hij heeft een geweldig oog voor wat er niet alleen waanzinnig gaaf uitziet, maar ook echt werkt. Ik wist dat hij de juiste man was voor de meest lastige en unieke onderdelen van de bouw. Samen, (met een paar kratten bier en minstens elf pizza’s) hebben we heel wat late avonden in zijn werkplaats doorgebracht. Geloof het of niet, maar alle ideeën die ik voor de chopper had, hebben we gerealiseerd, inclusief de ideeën die ik eigenlijk zelf al onrealistisch vond. (Ook belangrijk om te weten; de kaas-spekpasta van zijn vrouw Pauline is echt verrukkelijk!)
PIE-CUTS
Het eerste waar we na het frame mee aan de slag gingen, waren de midcontrols. Ik heb een Joe Hunt magneetontsteking aan de zijkant en ik wilde dat mijn voeten daarboven en boven de open primaire aandrijving zouden zitten. Dus gingen we aan de slag met het maken van de voetsteunbevestigingen, de schakelstangen voor de bedieningselementen en het aanpassen en verplaatsen van de hoofdremcilinder en de versnellingspook. Het volgende op mijn lijstje was; ‘de uitlaten’. Iedereen wil coole uitlaten en ik had al vrij vroeg besloten dat ik Chris het ontwerp zou laten bepalen. Ik had niet verwacht dat hij zou zeggen: “Zullen we pie-cuts maken?” Ik dacht: ‘Dat is echt waanzinnig, dat vraagt een krankzinnige hoeveelheid werk.’ Maar ja, als zo’n idee eenmaal in je kop zit, gaat het er niet meer uit natuurlijk, dus pie-cuts moesten het worden. Zo zijn de korte flame-tipped pie cuts ontstaan. Nu waarschijnlijk mijn favoriete onderdeel van de motor. (Voor alle lasliefhebbers onder ons: er zit meer dan 7 meter aan las in!). Eerlijk gezegd zou ik wel een hele dag kunnen praten over alles wat we in Chris’ werkplaats op maat voor die motor hebben gemaakt, maar het belangrijkste zijn het frame, de olietank, de sissybar, de bedieningselementen, de voorvork en de remmen.
GRUNGY
Ik krijg vaak vragen over de afwerking van de motor en wie hem gespoten heeft. Da’s niet zo ingewikkeld; Chris en ik hebben het zelf gedaan met een gasbrander en wat blanke lak. Ik heb nog best lang nagedacht over een eventuele serieuze paintjob, maar besloot uiteindelijk dat het de hele constructie zou verpesten. De motor straalt een bozige, recht-door-zee sfeer uit. Vanuit elke hoek bezien lijkt hij je het liefst een ledemaat af te willen bijten of je naar de eerste hulp te willen sturen. Een mooie, strakke laklaag pas daar niet bij, dus besloot ik dat het iets ‘grungy’ moest zijn. Geblauwd staal, een kitscherige slogan in jaren 70-stijl (een eerbetoon aan mijn vrouw) en wat smerige vintage pinstriping zou prima passen bij de olievlekken.
FLINKE SCHOP
De motor, die ik inmiddels ‘Hot Dessert’ gedoopt heb, rijdt fantastisch. Het is alles wat je van een Shovelhead kunt verwachten: luid, snel (voor een Harley), redelijk comfortabel en hij stuurt geweldig. De remmen zijn echter volkomen waardeloos, maar daar ben ik nog mee bezig. Ik geniet van elke rit. Ik had het genoegen om met een leuke groep naar Dover te rijden voordat we pech kregen. Ik was eigenlijk op weg naar Flanders Chopper Bash, maar mijn vaste remleiding brak in die eeuwige rij voor de ferry! Die heb ik daarna vervangen door een flexibele leiding en ze heeft me vervolgens zonder problemen naar The Hook Up gebracht. De Shovel is geweldig en ik ben dol op haar, ook al geeft ze me bij elk gat in het asfalt en elke te laat opgemerkte putdeksel een flinke schop in mijn ingewanden. Lang leve Hot Dessert!
Tekst: Lew Hilsdon Fotografie: Del Hickey
SPECIFICATIES HOT DESSERT
Categorie
Details
Eigenaar en Bouwer
Lew Hilsdon
Basis
1976 Harley-Davidson FXE Superglide
Motorblok
Type
Harley-Davidson Shovelhead
Carburatie
S&S Super E
Luchtfilter
Prism ‘Bristol Breather’
Koppeling
Gemodificeerd, droog en open
Primair
Gemodificeerd, open ketting
Versnellingsbak
Ratchet vierbak
Ontsteking
Zij-aangedreven Joe Hunt Cone Magneto
Uitlaten
Custom RVS pie-cut
Olieleidingen
RVS
Overig
Standaard Harley-Davidson
Rijwielgedeelte
Frame
Harley-Davidson, gemodificeerd met Graig House Panhead hardtail achterframe
Het voorjaar lokt motorrijders weer de weg op. De zon schijnt, de temperatuur stijgt en de zucht naar vrijheid groeit. Maar wie in de hitte rijdt, weet hoe snel het lichaam overbelast kan raken. Vermoeidheid en concentratieverlies zijn sluipmoordenaars, zeker tijdens lange ritten of avontuurlijke tochten.
Met de koeltechnologie van Inuteq blijft het lichaam in balans. De producten zijn ontworpen om warmte te reguleren, oververhitting te voorkomen en de rijder alert te houden. Zo blijft de focus op wat belangrijk is: de weg, de rit en het plezier van het motorrijden.
Of je nu richting Zuid-Europa rijdt, een rondje door eigen land maakt of over stoffige paden in Marokko stuift – Inuteq zorgt voor comfort en veiligheid. Het lichtgewicht materiaal is geschikt voor elke stijl: toeren, road of offroad.
Voorkomt oververhitting en houdt de lichaamstemperatuur stabiel
Vermindert vermoeidheid, vergroot concentratie
Comfortabel, licht en veelzijdig toepasbaar
Met Inuteq rij je verantwoord, gefocust en koel – elke kilometer opnieuw.
Kunst hoort in een museum, een motor op de weg. Dat is de normale gang van zaken. Maar dat draaien we nu om. Michiel van Dam bezoekt motormusea in Okkenbroek en Raalte en rijdt een route van Kunstwegen langs de Overijsselse Vecht.
Het American Motorcycle Museum Holland (AMMH) is nog gesloten als ik ’s morgens de Triumph start bij de Salland Inn, mijn onderdak in Raalte direct naast het AMMH. Geen probleem, de route eindigt hier ook weer. Goedgeluimd draai ik de gaskraan open, de ruimte van Salland in. Daar hebben gletsjers in een of andere ijstijd wat bulten achtergelaten, waaraan we plaatsnamen danken zoals Luttenberg. Daar wordt elk jaar over de Luttenbergring een veteranenrally gereden, maar vanochtend heb ik het asfalt voor mijzelf alleen.
In Okkenbroek kom ik in klassieke sferen. Hein van der Vegt verwacht mij al, want om zijn collectie antieke motorfietsen te mogen bekijken, moet je vooraf een afspraak maken. Dat gaat nog gewoon per telefoon, want Hein is de tachtig al gepasseerd en schenkt zijn aandacht liever aan zijn troetelmotoren dan aan een beeldscherm. Veel oud Brits motorschoon, maar ook een rits motoren van het Nederlandse motormerk Eijsink steelt de show.
Na Lemelerberg komt Holterberg. Ondanks het gezapige karakter (stopverbod, lage maximumsnelheid) mag de etappe Sallandse Heuvelrug niet in m’n route ontbreken. In het natuurgebied vullen bos en heide elkaar aan, uit de aardtonen rijzen hier en daar de gedaantes van jeneverbesstruiken op. Die befaamde korhoenders zijn een beschermde diersoort, vandaar misschien die snelheidslimiet, maar ik krijg ze onderweg niet te zien.
Na Achterin pikt de route een stukje Duitsland mee en daar wordt een extra aspect aan de natuurbeleving toegevoegd. In Duitsland heet de rivier Vechte, terug in Nederland Overijsselse Vecht. Daarlangs ligt een snoer van kunstwerken, Kunstwegen genaamd. Die combineren natuur met cultuur, kruisbestuiving voor een unieke motortocht.
Voor de brug over de Vechte ligt of staat het kunstwerk Chain Reaction van Bonnie Collura, geïnspireerd door de stellingmolen die hier vroeger stond. De twee molenstenen symboliseren de kringloop van korenzaadjes, van zaaigoed tot rijpe zaden, graag met nieuwe graankorrels. Een gesloten cirkel, zeg maar. Daar wip ik toch even voor uit het zadel, om het beeld van alle kanten te bekijken.
1 van 9
Cultuur mag er zijn
Alleen de overgang van klinkerweg naar asfalt markeert de grensovergang terug Nederland in. De Vilsterborg voert smalletjes langs drassige weilanden, wat is het land hier ruim. Een drietal kloeke metalen ophaalbruggen voert over het Coevorden-Vechtkanaal terug naar de beschaving.
Van Raalte tot Duitsland was al een toffe rit. Dat blijft ook zo als de wielen weer westwaarts draaien. Maar er komt nog een bonus bij: de route pikt verschillende kunstwerken in de openbare ruimte op, met elkaar verbonden door het thema Kunstwegen. In het centrum van Gramsbergen klauter ik weer uit de cockpit, om mij bij het museum-annex-kunstwegeninformatiepunt te informeren over de route die ik wil gaan volgen en een papieren routekaart-met-uitleg te scoren.
Buiten de bebouwde kom staat richting Ane naast de brug over de Vecht een witte pyloon, die op de mast van een schip lijkt. Het kunstwerk heet Hello Sailor!, een wat vreemde benaming zo midden in het land rond de Duits-Nederlandse grens. Maar kunst moet vragen oproepen, zo heb ik geloof ik weleens ergens gelezen. Zeven meter hoog is het kunstwerk van Jeroen Doorenweerd en het geeft ’n mooi uitzicht op het slingerende verloop van de Vecht.
De onverharde Jodenweg bij Hardenberg loopt dood op wat betonnen constructies, waarachter het verkeer over de N34 raast. Het kunstwerk Geo-mMtrie van Paul de Kort uit 2013 is gebaseerd op het oud-Nederlandse bastiontype met een maatvoering die is gebaseerd op de gulden snede-verhouding. En dat ligt hier zomaar in het bos!
Ik volg de Overijsselse Vecht zo goed als het gaat naar het westen, waar hij, ergens achter Zwolle, uitmondt in het Zwarte Water. Onderweg pik ik een aantal objecten van Kunstwegen mee, die ik legaal en zonder veel gedoe met de motor kan bereiken.
Die cultuur mag er zijn, maar vlak de natuur niet uit. Overijssel biedt het beste van twee werelden. Bij Beerze en Junne slingeren paden door het bos, achter akkers en weides verfraaien zwarte houten boerderijen het decor. Woestijn in Nederland? Na de Zandbulten bij Hardenberg duikt nu de Sahara in de route op. Die zandverstuivingen worden sinds 1840 in bedwang gehouden door dennenbossen, aangelegd door landheer baron Van Pallandt van het landgoed Eerde. Buiten zand en dennen bepalen ook heide en jeneverbesstruiken het uitzicht. Maar net als op de Sallandse Heuvelrug laten zich hier geen korhoenders zien.
Zieleschepen
De korhoender kan je onmogelijk over het hoofd zien. Langs de Vecht bij Ommen verbeeldt het kunstwerk De Wulp vanaf 2000 de visie van René van Zuuk. Volgens mij gaat het om het thema verbinding, want de uit staal en hout gemaakte vogel spuugt zo nu en dan een waterstraal naar de andere oever van de Vecht. Ook de lange gebogen vorm van de Wulp suggereert overbrugging. De vorm van de Wulp staat ook symbool voor het landelijke en natuurlijke karakter van Ommen.
De volgende pitstop is Dalfsen. De brug over de Vecht is er verfraaid met het kunstwerk Blauwe Bogen, op de zuidoever steekt bij het station een bovenmaatse stenen paddenstoel omhoog, grijs met grijze stippen. Het kunstwerk Zwevende Kei van Bas Maters bestaat uit een dertig ton wegende zwerfkei die boven een nagebootst zuilelement lijkt te zweven. Ik mag er natuurlijk ook een walvisstaart in zien.
Over smaak moet je niet twisten, maar voor mij persoonlijk staat het kunstwerk Zieleschepen bovenaan de lijst van Kunstwegen. De metalen boten slingeren over een pad dat langs de Kromme Kolk slingert, een dode arm van de Overijsselse Vecht. Een armada van zieleschepen laat kunstenaar Cornelius Rogge over het land varen, daar mag het publiek dragers van sagen, verhalen en fantasieën in zien. De titel is geïnspireerd op de Nederlandse dichter Joost van den Vondel, die in de zeventiende eeuw schreef over zieleschepen die onze zielen naar het hiernamaals vervoeren.
Bij Zwolle zwaai ik Kunstwegen vaarwel. Naast de A28 staat het enorme kunstwerk Feniks van Giny Vos. Die vuurvogel moet Zwollenaren het gevoel geven dat ze weer thuiskomen. Mijn tijdelijke thuis, de Salland Inn in Raalte, is nog een paar kilometer verder verwijderd. In de landelijke omgeving omarmt de route nog het fraaie kasteel Nijenhuis, waarin kunst ook met een hoofdletter wordt geschreven. Na een wandeling door de meer dan honderd objecten tellende beeldentuin roffelt de staande twin weer tot leven.
Diepe indruk
Kunstwegen is een machtig routethema. Ook het slotakkoord ervan mag er zijn. Als ik de Triumph parkeer, staat de museumdeur van het American Motorcycle Museum Holland al gastvrij open. Binnen word ik warm verwelkomd door Max en Ans Middelbosch, de man en zijn vrouw achter het museum. Ook dit museum is uit passie ontstaan. De collectie van ruim honderd motorfietsen brengt zo’n beetje de hele Amerikaanse motorgeschiedenis tot aan de jaren ’80 tot leven, gepresenteerd in wildwestsaloonstijl. Zoals dat hoort in een motormuseum staan er geen beeldschermen, maar échte motorfietsen. En op één mag je zelf plaatsnemen: een Harley-Davidson Hydra-Glide uit 1954, politie-uitvoering met zijspan uit Assen. Deze machine maakte in de jaren ’50 diepe indruk op de jonge Max Middelbosch en vormde het begin van zijn levenslange liefde voor Amerikaanse motoren, die sinds 2003 in Raalte is gevestigd.
Foto’s: Michiel van Dam
Kunstweg langs de Vecht
Het Vechtdal loopt over 225 kilometer van Darfeld in Duitsland tot het Zwarte Water achter Zwolle in Overijssel. De Vechtdalroute presenteert buiten natuurschoon ook tachtig kunstwerken onder de noemer Kunstwegen. Die kunstroute werd in 2000 door koningin Beatrix geopend. www.kunstwegen.nl
Toerinfo
Attracties Motormuseum Okkenbroek, alleen op afspraak. Bel Hein van der Vegt voor een bezoek 0570 551 468; American Motorcycle Museum Holland, www.ammh.nl
Overnachten Hotel en restaurant direct naast het American Motorcycle Museum Holland in Raalte, www.hotelinnsalland.nl
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.