caféracer. Toch was het precies wat eigenaar Louis Berndsen voor ogen had! Hij viel voor het karakter van het Guzzi-blok, maar had weinig op met de cruiseruitstraling en nog minder met de cardanaandrijving. Aan Maarten Poodt, alias Yellowrider, de opdracht om van deze klassieker een sportieve ketting-Guzzi te maken.
Dat de ‘Cavaliere Giallo’ (ofwel ‘Yellowrider’ in het Italiaans) daadwerkelijk werd gebouwd, kwam door toeval, al gelooft de bouwer, Maarten, daar niet zo in.
TOEVALLIG
Eigenaar Louis vertelt: “Ik droomde al lang van een unieke Guzzi caféracer. Het blok is prachtig, zo gedraaid in het buizenframe… Ik was er altijd al van gecharmeerd, mede door de Guzzi customs uit de Vanguard-reclames. Maar die cardan? Makkelijk, ja. Maar er rijdt geen racemotor met cardan; Veel te lomp en te zwaar. Ik wilde een Guzzi met ketting.” Tijdens een bezoek aan een lokale motorzaak raakte Louis aan de praat met Maarten, die daar toevallig ook was. “Maarten kwam aanrijden op een Aprilia”, vertelt Louis. “Zo kwamen we in gesprek en bleken we de interesse in Italiaanse motoren te delen. Als vanzelf kwam mijn droommotor ter sprake.” Maarten lacht: “Of ik zoiets kon bouwen? Ik zei vrij snel ‘ja’, maar hoeveel werk het zou zijn, wist ik toen nog niet.”
1 van 10
BOUWFILOSOFIE
Maarten Poodt, beter bekend als Yellowrider, bouwt al jaren custombikes. Zijn naam dook daarom al veel vaker op in Bigtwin. Waar anderen het liefst customs bouwen met zichtbare eigenbouwstempel, kiest Maarten juist voor de af-fabriek stijl! “Ik wil dat het lijkt alsof het zó bij de fabrikant vandaan komt. Dat betekent o.a. dat ik me verdiep in de bouwwijze van het merk, tot op het niveau van de lasnaden!” Zijn motoren zijn technisch hoogstaand en visueel subtiel. Vaak zijn ze veel mooier dan de originele modellen. Hij begint bij de techniek en esthetiek komt pas daarna. Zijn subtiele bouwkunst wordt niet altijd gezien. “In sommige projecten zit honderden uren werk… Maar niemand die het opmerkt omdat het een fabrieksmotor lijkt. Dat is de keerzijde van mijn stijl.”
DE HOEK OM
Louis vond een geschikte donormotor in Den Haag. “De verkopers hadden duidelijke emotionele banden met de motor. Ze lieten zelfs een fotoboek van motorvakanties zien waarin de Guzzi een hoofdrol speelde. Toen ze vroegen wat ik ermee ging doen, zei ik: ‘Ik zet ‘m neer bij iemand die het verdient.’ Geen woord van gelogen.” Eenmaal bij Maarten werd de motor volledig gestript. De cardan eruit halen was stap één, maar dan begint het pas! Door de haakse plaatsing van het Guzzi-blok moest de aandrijving letterlijk de hoek om. Maarten vond inspiratie bij het fameuze Swallower raceteam, dat eerder een vergelijkbaar project had uitgevoerd. “Echte Willie Wortels”, aldus Louis. Maar hun oplossing was race-only. Daarom bouwde Maarten een duurzamere straatversie, met een ‘bevel gear’ (kegelwiel) overbrenging uit een Honda VT1100 die betrouwbaar en repareerbaar is.
De Honda-overbrenging heeft een 1:1 ratio, wat betekent dat de Guzzi te weinig koppel en een te hoge topsnelheid zou hebben met een standaard tandwiel. Daarom monteerde Maarten een extra groot achtertandwiel voor de juiste eindoverbrenging. “Dat vond ik optisch juist mooi. Het tandwiel valt extra op, zodat je ziet dat het geen standaard Guzzi is.” Het frame werd verbreed en de achterbrug is op maat gemaakt om het brede Aprilia Oz (magnesium!) achterwiel passend te krijgen. Door de grote achterwieldiameter kwam de achterkant hoger te staan, wat het oorspronkelijke choppermodel definitief de nek omdraaide en de zitpositie sportiever maakt. HK Suspension in Tiel paste de vering aan, met een set op maat gemaakte Öhlins-dempers. Louis wilde een GP-stijl uitlaat in de kont en een tweede langs de zijkant. De polyester racetank komt uit Spanje. Het kontje is eigenbouw, inclusief geïntegreerde uitlaat en thermische schilden van aluminium die voorkomen dat de kont te heet wordt. De doorvoer van de uitlaat door het frame bleek een hele technische puzzel!
UP TO DATE
Zoals bij al Maartens projecten is de techniek volledig naar deze tijd gebracht. Voor betere respons werd het vliegwiel verlicht, de koppeling vervangen en omgebouwd naar hydraulische bediening met een custom cilinder. De motor kreeg een radiale rempomp, moderne remklauwen en stalen remleidingen; misschien wat overdreven, maar ‘better safe than sorry’. De kabelboom is op maat gemaakt door een specialist, met moderne ECU en programmeerbare interface. De injectie is opnieuw ingeregeld. Een groot K&N-luchtfilter zorgt voor een enorme hap lucht en de dikkere uitlaatbocht (van 30 naar 51 mm diameter) zorgt voor meer ademruimte. Het digitale dashboard kreeg een leren omhulsel, handgemaakt door Maarten.
700 UUR
Het ergonomische zadel is door Maarten zelf gemaakt en bekleed, met stiknaden in kleur van de velgen. Het zitje is afneembaar met het originele sleuteltje; eronder bevindt zich zelfs wat bagageruimte. Zoals vaker bij Yellowrider: Wat er uit ziet als fabrieksspul, is vaak volledig maatwerk. De kleurstelling – goud, rood en zwart – verwijst subtiel naar de originele California-lijn. Het spuitwerk in Apple Candy rood werd verzorgd door Kim Derksen en bestaat uit maar liefst zeven lagen. Alle bouten zijn goudgeel gegalvaniseerd, afgestemd op de afwerking van de wielen, cilinderkoppen, voorvork en achtervering. In een tijd waarin de caféracer-hype wegebt, blijven de echte liefhebbers over. Mensen zoals Louis, die iets echt unieks willen! De ruim 700 uur handenarbeid blijft gelukkig bij dit project niet onder de radar. Maarten vertelt: “De Cavaliere Giallo kreeg binnen enkele uren duizenden likes op Facebook. Sommigen geloofden zelfs niet dat het een Guzzi California is geweest!”
Fotografie: Floris Velthuis
SPECIFICATIES CAVALIERE GIALLO 1100
ALGEMEEN
Eigenaar
Louis Berndsen
Bouwer
Maarten ‘Yellowrider’ Poodt
MOTORBLOK
Bouwjaar
1995
Merk
Moto Guzzi
Type
California
Cilinderinhoud
1064 cc
Versnellingsbak
originele 5-versnellingsbak
Ontsteking
elektronische ontsteking
Brandstofsysteem
injectie
Luchtfilter
K&N race
Uitlaat
eigenbouw ‘GP style’
Bijzonderheden
cardan omgebouwd naar ketting, custom vliegwiel, ombouw naar hydraulische koppeling
In 2015 werd Romain Febvre in zijn debuutjaar in de MXGP wereldkampioen. In de jaren daarna kwam hij eenmaal dicht bij een tweede titel, maar door blessures heeft hij tot dit jaar geduld moeten uitoefenen om voor de tweede maal titelhouder in de belangrijkste crossklasse te worden.
Het wereldkampioenschap motorcross werd in 1957 ingesteld voor de 500cc-klasse. Later kwamen daar de 250cc en de 125cc bij. De aanduidingen van de klassen veranderden een enkele keer en momenteel wordt er om de wereldtitels gestreden in de MXGP en MX2, en sinds 20 jaar is er ook nog de damesklasse WMX. Gedurende een lange reeks van jaren gingen de meeste wereldtitels naar rijders uit Zweden, Engeland en België. Pas in 1986 werd voor het eerst een Fransman wereldkampioen. Dat was Jacky Vimond bij de kwartliters. Daarna gingen de titels met grote regelmaat naar Frankrijk. Met inbegrip van de beide titels van Livia Lancelot was de MXGP-wereldtitel van Romain Febvre van dit jaar al de 25e keer dat er in Frankrijk iets te vieren viel.
Kawasaki is al lang actief in de Grands Prix. Met de Amerikaan Brad Lackey reikte het groene merk in 1980 tot de tweede plaats in de 500cc-klasse. De eerste wereldtitel kwam pas toen Kawasaki in zee was gegaan met Jan de Groot. Die samenwerking leverde veel succes op met Stefan Everts in 1995 als eerste kampioen in de 250cc. Later volgden meer titels. Pas dit jaar kon eindelijk het kampioenschap in de MXGP worden behaald. De teller staat op twaalf titels, waarvan de helft voor rekening van de WMX komt.
Romain Febvre stond dit jaar zestien keer op het podium: vijf keer als winnaar, acht keer als tweede en driemaal als derde
Gefocust blijven
Tot aan dit jaar zijn er slechts twee crossers geweest die hun titels over een periode van meer dan tien seizoenen hebben behaald. Dat zijn Stefan Everts (1991-2006) en Tony Cairoli (2005-2017). Bij dit duo heeft zich nu Romain Febvre gevoegd (2015-2025). Een groot verschil tussen Everts en Cairoli destijds en Febvre nu is dat de eerste twee in de tussenliggende jaren ook veel titels behaalden en Febvre geen enkele.
Na de voorlaatste GP, verreden in Shanghai, was de op 31 december 1991 geboren Febvre al vrijwel zeker van de titel, want zijn enig overgebleven rivaal Lucas Coenen liet het in China afweten. Daardoor groeide de voorsprong van de Fransman uit naar 47 punten, met nog 60 punten te verdelen een slechts te overbruggen achterstand indien Febvre niet of nauwelijks zou scoren. Febvre na afloop van de Chinese GP: ‘Dit was een geweldige dag met het oog op het kampioenschap. Hoewel ik niet op het podium stond, voelde het resultaat toch als een overwinning.’
Na de kwalificatierace van de slot-GP, waarin Febvre tweede werd achter Coenen, had hij voldoende aan eenmaal een zestiende plaats om kampioen te worden. Febvre op zaterdagavond: ‘En nu moet ik ervoor zorgen dat ik morgen gefocust blijf.’ De vierde plaats achter Coenen, Jeffrey Herlings en Tim Gajser was meer dan toereikend om de titel binnen te halen. Febvre’s eerste reactie: ‘Ik weet niet wat te zeggen. Dit is wel zo’n emotioneel moment. Het was mijn ultieme doel gedurende tien seizoenen om nogmaals kampioen te worden. Dat doel heb ik nu gerealiseerd.’
Veel jongeren komen via hun ouders in aanraking met een bepaalde sport. Was dat bij jou ook zo? ‘Nee, in het geheel niet. Niemand in mijn familie heeft iets met motorcross. Zelfs niet met sport in het algemeen. Ik weet niet eens precies meer hoe mijn interesse is ontstaan. Misschien dat ik een keer iets op televisie heb gezien. Voor mijn derde verjaardag vroeg ik om een motortje. Dat kreeg ik en zo ben ik beginnen rijden. Dat was hoofdzakelijk in het weekend, want mijn ouders werkten beiden.’
Werden jouw ouders meteen enthousiast? ‘Ja, dat was het geval toen ze mij zagen rijden. Vanaf m’n zesde heb ik aan wedstrijden deelgenomen, eerst 65cc en daarna 85cc. Ik reed hoofdzakelijk in de buurt, in de omgeving van Epinal, waar ik geboren ben. Toen ik een jaar of veertien, vijftien was gingen we naar wedstrijden iets verder van huis, maar niet echt ver. Het ging wel aardig, maar niet echt geweldig. Ik liep een knieblessure op en ben toen gestopt. Vier jaar heb ik niet gecrosst. De plaatselijke Suzuki-dealer had een eigen team dat meedeed aan SuperMoto. Hij vroeg of ik zin had dat ook eens te proberen en zei dat het leuk was om te doen omdat het lichamelijk minder belastend was. Ik dacht “waarom niet?” en ben begonnen met SuperMoto, zo’n zes maanden nadat ik was gestopt met motorcross. Ik bleek behoorlijk goed te zijn in de SuperMoto en heb dat een jaar of vier gedaan.’ Behoorlijk goed is een understatement, want in 2006 werd Febvre tweede in het Frans kampioenschap 85cc en een jaar later pakte hij de Franse titel in de 125cc.
Toch ging je niet verder in die tak van motorsport. ‘Ik begon de motorcross erg te missen. Geen moment heb ik eraan gedacht dat ik professioneel crosser zou kunnen worden. Ik wilde gewoon gaan crossen en aan een paar wedstrijden deelnemen. Het ging steeds beter en al heel snel kwam ik in het Frans kampioenschap terecht.’
Dat leverde een derde plaats op achter Steven Frossard en Valentin Teillet. Toen was het tijd om internationaal te gaan rijden. ‘En dat leverde mij meteen in het eerste jaar, in 2011, de Europese titel in de 250cc-klasse op. Toen wist ik dat ik iets zou kunnen bereiken in de motorcross. Het jaar daarna ben ik naar de MX2 gegaan en werd dertiende. Aan de GP’s van Mexico en Brazilië heb ik niet deelgenomen, want daarvoor ontbrak het budget. In 2013 begon ik uitstekend in Qatar en Thailand. Daarna raakte ik na Valkenswaard geblesseerd en moest ik vier GP’s laten schieten en werd twaalfde dat jaar.’
Fabrieksteam
Een volledig seizoen 2014 leverde de derde plaats in de MX2 op. Febvre scoorde in alle manches en won in Brazilië zijn eerste Grand Prix. Hij wilde daarna graag de overstap maken naar een fabrieksteam in de MXGP. ‘Als je een fabrieksmotor in de MXGP hebt, weet je dat je een motor met veel mogelijkheden hebt. Met een team achter je weet je dat ze je willen helpen.’
Eind van dat jaar werd bekend dat Febvre door Yamaha was aangetrokken voor de MXGP. Meteen in het eerste seizoen streed hij, tegen de verwachting van zichzelf en alle insiders in, mee om de wereldtitel en behaalde die met ruime voorsprong op zijn landgenoot Gautier Paulin. ‘Het aanbod van Yamaha kwam vrij laat. Ik stond al op het punt om te tekenen bij een privéteam. Maar gelukkig kwam Yamaha nog precies op tijd. Ik heb meteen toegehapt. Het team heeft me geweldig geholpen bij het afstellen van de motor. Ik ben erin gestapt met het idee er het beste van te maken. Rijden voor een fabrieksteam betekent dat je druk ervaart, omdat er resultaten van je worden verwacht. Maar ik voelde die druk niet zo sterk omdat het jaar ervoor mijn teamgenoot Jeremy van Horebeek tweede was geworden in de MXGP. De meeste druk rustte dus op hem en niet op mij. Ook het team rekende op hem. Er werd gedacht een jonge rijder erbij te nemen als tweede rijder, hem alles te leren, zonder dat er druk op hem staat. Het team van Rinaldi had veel ervaring en wist wat ze met me moesten doen. Dat voelde goed, want er werd niet speciaal iets van mij verwacht. Ze hebben geen moment druk op mij uitgeoefend. Ik kon rustig ervaring opdoen, maar won wel de titel.’
De jaren erna kwam je niet in de buurt van een tweede wereldtitel. ‘Het ging goed in 2016 tot ik door een blessure opgelopen in Matterley Basin twee GP’s moest missen. En toen was het over. 2017 was geen goed jaar voor mij. Ik was weliswaar niet geblesseerd, maar het was een moeilijk seizoen. We reden met een nieuwe motor en het kostte veel moeite om de motor echt goed te krijgen. In 2018 ging het wel weer beter, maar ik raakte geblesseerd en kon niet starten in de laatste drie GP’s. In 2019 raakte ik twee keer geblesseerd, waardoor ik aan het begin van het seizoen vier races miste en aan het eind de laatste twee GP’s. Ik brak toen mijn dijbeen.’
1 van 5
Romain Febvre (461) in zijn eerste jaar in de MX2 tijdens de GP in Lierop. Net iets sneller bij de start zijn Jeffrey Herlings (84), Glenn Coldenhoff (25), Tommy Searle (100) en Max Anstie (6).
Op Yamaha werd Romain Febvre in 2015 wereldkampioen MXGP.
Romain Febvre behaalde zijn eerste wereldtitel op het TT Circuit Assen.
Een selfie op het podium in Arnhem met Jorge Prado en Jeremy Seewer.
Vier keer zegevierde Febvre met het Franse team in de MXoN. Hier op het podium in Ernée 2023 met zijn teamgenoten Maxime Renaux en Tom Vialle.
Herstel dankzij pandemie
Wat zo goed begon met Yamaha kreeg in de jaren na je wereldtitel geen vervolg. En daarom stapte je over naar Kawasaki? ‘Ik had het gevoel dat ik toe was aan verandering. Ik werd benaderd door Kawasaki om hun motor te testen. Dat voelde meteen goed. Ik ben naar Kawasaki gegaan en daar ben ik nog steeds.’
Febvre kampte nog steeds met de naweeën van z’n beenblessure, waardoor hij er bij de start van het seizoen nog niet bij kon zijn. ‘Ik had nog wat complicaties met mijn been en mijn knie. Dat was niet fijn. Het was onmogelijk om bij de eerste twee GP’s te rijden, ik voelde erg veel pijn. Een beetje trainen ging wel, maar een wedstrijd rijden was niet mogelijk.’
Na die beide gemiste GP’s brak de pandemie los. ‘Er werd lange tijd niet gereden. Het seizoen werd pas veel later herstart. Dat gaf mij de tijd en de gelegenheid om volledig te herstellen. De pandemie was een gelukje voor mij. Mijn herstelperiode duurde best lang. Toen het seizoen werd vervolgd, was ik hersteld.’
Je eerste jaar op Kawasaki in dat vreemde coronajaar, met al die wedstrijden op het eind van het seizoen, leverde je de vierde plaats op. En vervolgens kwam 2021. ‘Ik streed tot de laatste Grand Prix met Jeffrey. En verloor in Mantova de titel op vijf punten. Erger dan dat is er niet. Je kunt beter met een grotere marge verliezen. Ik wil er liever niet meer aan denken.’
Heb je achteraf geanalyseerd waar het mis is gegaan? ‘Met zo’n klein verschil ga je elke race na, waar had ik het wellicht beter kunnen doen, maar het is zoals het is.’
Het seizoen 2022 is er een om snel te vergeten, want Febvre kon pas aan de GP’s deelnemen vanaf de elfde GP. Hij ondervond heel lang de naweeën van een bij de Supercross van Parijs opgelopen beenbreuk. 2023 verliep goed, maar Jorge Prado was dat jaar een stuk sterker. Door met pech uit te vallen in de eerste manche van de voorlaatste GP haakte Febvre definitief af in de strijd om de wereldtitel. Dat jaar won hij wel de GP van Arnhem voor Jorge Prado en Jeremy Seewer.
Vanwege het missen van vier GP’s door een duimblessure was er in 2024 ook geen zicht op een ereplaats.
Een wereldtitel behaal je niet in je eentje, er staat een heel team achter.
Intens gevecht
En dan dit jaar. Eindelijk de wereldtitel waar hij zo lang naar had uitgekeken. ‘Het is geweldig gegaan. Ik scoorde in elke race, op de kwalificatierace op Sardinië na. Daar kreeg ik motorpech. Dat kan gebeuren in een sport als de motorcross.’
Jeffrey Herlings telde dit jaar niet mee na het missen van de eerste drie GP’s. Tim Gajser viel af na zijn in de Zwitserse GP opgelopen schouderblessure. Daarna was het een tweestrijd tussen jou en Lucas Coenen. Slechts bij de tweede GP stonden jullie geen van beiden op het podium. In twaalf van de twintig GP’s stonden jullie samen op het podium. Een hoogtepunt voor jou was de Zweedse GP. ‘Daar won ik de kwalificatie, de eerste en de tweede manche. Dat was echt iets speciaals, iets dat ik graag een keer wilde presteren, alle drie races winnen. Het gevoel werd nog beter vanwege de resultaten van Lucas, die dat weekend een slechte GP kende. Daardoor kon ik een flink aantal punten op hem uitlopen.’
Het verschil liep op tot 41 punten, maar verminderde in Arnhem tot 31 en slonk in Turkije naar 26 punten. In China, waar Jeffrey Herlings drie keer zegevierde, kenden beiden geen al te beste GP, maar Febvre deed het wel aanzienlijk beter dan Coenen, waardoor de Fransman met een voordelige marge van 47 punten naar de slot-GP in Australië kon afreizen. Daar kostte het hem geen enkele moeite om na de eerste manche de titel te behalen. Dat was tien jaar en negen dagen na zijn eerste wereldtitel. Daarmee werd Febvre de rijder met de langste periode tussen twee titels. Het “record” stond op naam van Sandro Puzar, die in 1990 (125cc) en 1995 (250cc) wereldkampioen werd met een tussenpoos van vijf jaar en dertig dagen.
Febvre in een terugblik op het seizoen: ‘Het hele jaar heb ik gestreden om kampioen te worden. Het was een heel intens gevecht. Na China werd het wel een stuk gemakkelijker. Het seizoen met de titel afsluiten is iets heel speciaals. Elke rijder wil dat. Na Australië was ik een paar dagen thuis, hebben we de titel een beetje gevierd en daarna vloog ik naar Amerika voor de MXoN. Als ik weer thuis ben, volgt het kampioensfeest. Ik ga er nu echt van genieten, meer dan in 2015 toen alles heel snel is gegaan en ik veel te weinig rust heb genomen.’
Febvre heeft in de loop der jaren behoorlijk wat wedstrijden moeten missen vanwege blessures. Wat heeft dat met zijn motivatie gedaan? ‘Ik ben telkens weer teruggekomen, omdat ik ervan overtuigd was mee te kunnen strijden om de wereldtitel. Als ik die overtuiging niet had gehad, zou ik waarschijnlijk niet door zijn gegaan. Dat ik nog steeds doorga, komt misschien ook wel omdat ik veel later aan mijn carrière ben begonnen dan veel van de andere rijders.’
De MXoN is een wedstrijd waarin Febvre al veel succes heeft gekend. Tot dit jaar maakte hij vier keer deel uit van het winnende team: 2015, 2016, 2017 en 2023. In het Amerikaanse Crawfordsville voelde hij zich onmiddellijk thuis. ‘De grond is van een soort waaraan ik gewend ben. Het is een normale baan, waardoor ik geen aanpassingsproblemen had.’ Een vijfde zege zat er niet in, want het Franse team werd derde.
Romain Febvre heeft al een tijdje geleden Frankrijk verlaten en vestigde zich in navolging van tal van andere crossers in België. ‘Het team zit in België. Het is beter om dicht bij het team te zitten. Ook heb ik nog een woning in Luxemburg. Mijn vriendin Megan is Belgische, haar ouders komen uit Maastricht. We voeden ons dochtertje Nina tweetalig op, Frans en Nederlands. En op school gaat ze later wel Engels leren. Zelf kan ik best aardig wat Nederlands verstaan. Een echte noodzaak om Nederlands te leren is er niet, want iedereen spreekt Engels. Dat is toch wel fijn in landen als Nederland en België en voor mij wel zo gemakkelijk.’
Nederlands kampioen
Febvre is een graag geziene gast in Nederland door zijn deelname aan de Dutch Masters. Waarom doet hij mee aan dit kampioenschap? ‘Het is een mooie manier om me voor te bereiden op het rijden in het zand. Vanuit België is het niet ver naar de Nederlandse wedstrijden. Training en wedstrijden zijn op één dag. Dat spreekt mij aan. De banen zitten vol knipgaten, de wedstrijden zijn daarom heel goede trainingen.’
Febvre presteerde dit jaar zo goed in Harfsen, Oldebroek en Markelo dat hij Nederlands kampioen werd. Een opmerkelijke titel, want nationaal kampioen motorcross werd hij in eigen land nog nooit. Zijn enige Franse titel behaalde hij, zoals eerder gememoreerd, in de Supermoto.
Febvre kijkt nu al uit naar het seizoen 2026 als hij na het uit de MXGP verdwijnen van Glenn Coldenhoff de oudste deelnemer is. ‘De oudjes hebben het dit jaar goed gedaan. Volgend jaar gaan enkele toprijders, zoals het nu lijkt, van merk veranderen (Tim Gajser van Honda naar Yamaha en Jeffrey Herlings van KTM naar Honda; J.B.). Dat is goed voor de sport, want het is voor het publiek iets om naar uit te kijken. Ik heb mijn contract dit jaar met twee jaar verlengd, het loopt door in 2026 en ik ga komend jaar rijden met nummer 1 op mijn Kawasaki.’
Alvorens hij zijn blik richt op 2026 gaat hij eerst nog naar Japan. ‘Ik ga deelnemen aan de laatste Japanse kampioenscross in Sugo. En ik ga de fabriek bezoeken. Ik ben er trots op Kawasaki de eerste titel in de koningsklasse te hebben bezorgd. Dat betekent veel voor het merk en ook voor mij.’
Het einde van de carrière van Romain Febvre is in zicht. Wat daarna? ‘Misschien ga ik wel iets buiten de cross doen. Maar misschien doet zich ook wel de mogelijkheid voor ergens testrijder te worden.’
Foto’s: Kawasaki, Infront, Jan Boer
1 van 4
Romain Febvre doet zijn verhaal voor de camera van MXGP.TV.
Met Franse fans tijdens de MXoN in Crawfordsville.
Romain Febvre, hier in actie in Oldebroek, werd dit jaar Nederlands kampioen.
Jeffrey Herlings (84), Romain Febvre (3) en Lucas Coenen (96) waren dit jaar hoofdrolspelers in de MXGP.
In tegenstelling tot andere Chinese merken steekt Morbidelli niet onder stoelen of banken dat de productie in China gebeurt en het design uit Italië komt. Sterker nog, ze zijn fier dat gloednieuwe Chinese fabrieken op volle toeren beginnen draaien voor de productie van talrijke nieuwe modellen die in de loop der tijd uitgerold worden. We konden eerder al rijden met de T1002VX, en nu mochten we proeven van een andere trail uit het gamma: de T502X. In thuisland China!
Trailer
Vermits de rijtijd zeer beperkt was, ongeveer 15 minuten, is dit geen volwaardige eerste test. We kunnen echter wel een eerste indruk, een eerste gevoel met jullie delen. Later, als de Morbidelli T502X landt in ons land, zullen we hem bij de Benelux-importeur ophalen voor een échte eerste test. Voor nu was het rijden helaas gelimiteerd tot drie rondjes op het Chengdu Tianfu International Circuit achter een gids die helaas niet sneller mocht dan 120 km/u, en twee rondjes op een klein offroadparcours, wat geen drie minuten duurde. Oh ja, de motoren waren nog gloednieuw, met letterlijk zes km op de teller, en waren duidelijk nog niet ingereden.
We hadden wél voldoende tijd om de nieuwe 502X in detail te bekijken. Het eerste waar wij aan dachten: dit lijkt wel een kleine Yamaha Tracer 7, met zijn kenmerkende koplampen. Het design van de Morbidelli ziet er zeker niet verkeerd uit. De typisch lichtblauwe kleur springt eruit, hij ziet er modern uit en lijkt klaar te zijn voor avontuur. Het smoeltje smoelt goed, de DRL’s zijn strak, de spaakvelgen zijn knap, net als de uitlaat die sportief naar boven is gericht, en de 19/17-inch Pirelli adventure-banden maken hem stoer. Een knappe machine, jazeker.
Typische Chinees
In het zadel zijn er ook geen gekke dingen die opvallen. De zitpositie is zoals je het verwacht van een lichte adventure bike, met een mooie rechte rug, aangenaam geplooide benen en een breed stuur. Het 7-inch TFT-scherm is rechtopstaand, want zo hoort dat op een adventure, en biedt veel duidelijke info. Je kunt het gebruiken voor navigatie, met Morbidelli Connect, en zoals vrijwel elke moderne Chinese motor kunnen een bandenspanningsmeter én USB-C en USB-A niet ontbreken. Verder kun je kiezen uit twee rijmodi, Standard en Offroad, waar bij die laatste het ABS achteraan uitgeschakeld wordt.
Frustraties op circuit
We beginnen op het grote Chengdu Tianfu International Circuit, met FIA Grade 2 keuring. 3,265 km lang en hét perfecte testterrein voor deze adventure bike. Oh, wacht… De ervaring is er echter niet minder op, ware het niet dat het verboden is om voorbij te steken. Als je wat snelle rijders voor je hebt hangen, is dat allemaal niet erg, maar als er een Morbidelli-medewerker plots voor je verschijnt die aan maximaal 50 km/u rijdt en een duidelijk gebrek aan rijervaring heeft, is het verbod om in te halen behoorlijk frustrerend. Onze circuitgids durft het gelukkig wel na anderhalve (van de drie) rondjes en we kunnen onze minisessie verderzetten. Toch krijgen we alsnog geen kans om even door te rijden en te voelen wat deze Morbidelli kan.
Bijzonder normaal
Wat voelden we dan wel? De 486cc-paralleltwin levert 47 pk en dat maakt hem bijzonder… normaal. Het blokje loopt mooi en levert zijn kracht, maar spannend is het niet. We moesten onze mechanische sympathie even aan de kant schuiven, want anders konden we helemaal niets voelen. Ook de versnellingsbak schakelt zoals je kunt verwachten van dit type motor: licht en trefzeker, ondanks de maagdelijke kilometerstand. De remmen waren duidelijk nog niet ingeremd, want er was nauwelijks stopkracht. Dat maakte het bij momenten best gevaarlijk, al helemaal op gloednieuw rubber. Over het stuurgedrag kunnen we nog minder feedback geven. Dat voelde, rekening houdende met al het vorige, normaal en licht. Inderdaad, zoals je van dit type motor mag verwachten.
Uitdagend offroadparcours
Verhuizen naar het offroadparcours, dan maar. Dat ziet er best leuk uit, opgedeeld in verschillende secties: een strook dikke stenen, diepe sporen, een banking, boomstammen, schuingeplaatste boomstammen, modder en op het einde een sprong. Zoals je al hebt kunnen lezen, was de rijtijd hier beperkt tot twee rondjes. Je moet geen expert zijn om te weten dat je op zo’n korte tijd nog niet eens opgewarmd bent.
Smaakt naar meer
Wat kunnen we met jullie delen? De 210 kg zware T502X komt hier goed uit de voeten. Hij voelt trefzeker aan, stuurt makkelijk en het motorblok levert soepele kracht. Ook de rechtopstaande rijpositie is aangenaam en natuurlijk. Bij een lichte slipper op de schuine boomstammen konden we eenvoudig corrigeren zonder neer te gaan in de Chinese modder. Over de dikke stenen deed de vering goed haar best om zoveel mogelijk te filteren. Met succes. De Morbidelli voelde niet verkeerd aan op dit offroadparcours en smaakt absoluut naar meer.
Conclusie Morbidelli T502X
Deze ‘test’ van de Morbidelli T502X is als uitgenodigd worden voor een film in de bioscoop, om enkel maar naar de trailer te kijken. Toch houden we zeker geen slecht gevoel over aan de motor zelf. Hij ziet er knap uit, zit comfortabel, is voorzien van moderne tech, is gunstig geprijsd en verraste offroad met zijn makkelijke beheersbaarheid. Zo snel de T502X in de Benelux arriveert, snellen we naar de importeur voor een fatsoenlijke test. Deze trailer heeft ons in ieder geval voldoende warm gemaakt om de hele film binnenkort uit te kijken.
In de winter van 2025 zoeken Ad en zijn motormaten een doel voor een motorritje. Dan ontdekt een van hen, Klaas, op Facebook de aankondiging van de Tatransky Oldtimer Rally in Slowakije, waarbij een Tsjechisch-Slowaakse BSA Club zou worden opgericht. De vrienden zien hierin meteen de perfecte aanleiding voor een rit door Oost-Europa. Na hun bezoek aan het perfect georganiseerde evenement in Slowakije zetten de mannen koers naar Hongarije, voor elk van hen onbekend gebied. Vanuit het zadel van zijn trouwe BSA doet Ad wederom verslag in dit deel 2 van hun Oost-Europese avontuur…
Twee BSA’s en een Norton rollen richting de grens met Hongarije. ’s Morgens was het droog maar bewolkt, de perfecte omstandigheden voor een mooie rit en dat werd het!
We passeerden de grens bij Balassagyarmat en vierden de binnenkomst in dit nieuwe land met broodje döner bij het eerste winkelcentrum. Vervolgens naar Vac en we namen daar de pont over de Donau. Daarna was het niet ver naar Szentendre waar we neerstreken op camping Pap Island, 10 km ten noorden van Boedapest. Mijn motor schakelde die dag slecht en het schakelpookje hing er bij als een lamme vlerk. Ik nam aan dat de schakelveer was gebroken. Ik had ‘natuurlijk’ zo’n veer bij me. Het vervangen zou niet veel om het lijf hebben, dus we doken eerst het zwembad in. Toen ik het buitendeksel van de versnellingsbak had verwijderd, bleek de schakelveer nog in goede staat te zijn maar het plaatje daarachter was gebroken. Klaas kwam al snel met het idee om het plaatje, de ‘gear change stop plate’, te lassen maar waar doe je dat op zondagmiddag? De volgende ochtend was de technische dienst van de camping aanwezig en die bleek over een goed ingerichte (maar wel rommelige) werkplaats te beschikken waar wij gebruik van mochten maken. Klaas laste de twee delen van het plaatje vast aan het asje en minder dan een uur later was de motor weer rijklaar. Hij schakelde perfect en heeft geen problemen meer gegeven. De route naar het Balatonmeer liep via Zsámbék en Székesfehérvar. Daar vonden we een geschikt lunchadres. We hadden onze maaltijd nauwelijks naar binnen gewerkt of er brak een wolkbreuk los. In het restaurant hebben we deze hoosbui dus maar even afgewacht. Gelukkig duurde dit niet lang en via Várpalota en Vezprém reden we verder naar het meer. Bij Badacsony-Tomaj vonden we een mooie camping aan het water. Deze dag reden we maar een kort ritje van 200 km. Dat kwam goed uit omdat we later dan gewoonlijk van de camping waren vertrokken in verband met de reparatie.
DORPSGEK
Het weer was duidelijk omgeslagen, het was fris en het regende regelmatig. Dit werd Klaas noodlottig want 10 km na ons vertrek ging hij in een bocht onderuit. Hij reed voor me en plotseling zag ik hem slingeren. Hij deed zijn best om de motor onder controle te krijgen maar toen hij het stoeprandje van de middenberm raakte was er geen houden meer aan ging hij tegen de vlakte. Gelukkig viel de schade, zowel aan Klaas als aan de motor, erg mee. Het gebeurde in een normale bocht naar rechts, maar het wegdek bleek spiegelglad te zijn. Via Tapolca reden we naar Sümeg waar we op een bergtop een indrukwekkend kasteel zagen liggen. We vervolgden onze rit naar Vasvár en Körmend en passeerden bij Rábafüzes de grens met Oostenrijk. Het was inmiddels opgehouden met zachtjes regenen en nu kwam het water werkelijk met bakken uit de lucht. Het eerste gebouw na de grensovergang had een grote overkapping. Toen we de motoren daar parkeerden nodigde de eigenaar ons uit te komen schuilen. Het was geen weer om te kamperen dus toen we in de buurt van Graz waren probeerden we een hotelletje te vinden. Dat was nog niet zo eenvoudig want de eerste drie hotels waren gesloten. Uiteindelijk vonden we een plekje in Semriacher Hof, een hotel in de bergen in het afgelegen dorp Semriach. Bijna alle kamers werden bezet door een buslading bejaarde Duitse toeristen die ’s avonds werden vermaakt door de plaatselijke dorpsgek op een accordeon, samen met zijn maatje op gitaar. Hij had een hoge krijsende stem maar zijn Duitse publiek vond het leuk (wij niet!). Toen we die avond naar de weersverwachting keken bleek het in heel Oostenrijk en in de Alpen slecht weer te worden. Ons plan om een aantal bergpassen in de Dolomieten, inclusief de Stelvio, te rijden hebben we daarop afgeblazen. In de regen, op een pas met haarspeldbochten, leek ons geen goed idee en bovendien had Klaas nog de bibbers van zijn recente valpartij. We besloten om richting Salzburg te rijden en daarna Duitsland in om zodoende onze reis in te korten.
1 van 7
REGENGAT
Het was fijn om onze spullen te kunnen drogen en lekker te slapen, dus de volgende dag gingen we vol goede moed verder. ’s Morgens was het droog maar erg fris (koud is het alleen op de Noordpool). We reden een stukje snelweg naar Bruck an der Mur en hoopten dat we niet werden gesnapt, want we hadden geen (digitale) tol betaald. Daarna via de Bundestrasse naar Leoben en Trieben waar we in een konditorei koffie dronken. De weg naar Liessen en Bad Aussee was prachtig en rustig en het schoot lekker op. We kenden deze omgeving van drie jaar geleden toen we hier ook waren tijdens onze Maudes Memorial Run. We wilden net vóór Salzburg kamperen en vonden een plekje op een boerencamping aan de Wolfgangsee. Er stond weliswaar een bordje ‘Besetzt’, maar voor drie kleine tentjes was nog wel een plekje. Er waren verder geen voorzieningen op de camping. Voor Klaas was dat geen probleem want hij kookte zijn eigen potje, maar Rob en ik hadden geen voedselvoorraad bij ons. Wij reden 5 km terug naar Strobl, haalden in de supermarkt een ontbijt voor de volgende ochtend en vielen een pizzeria binnen. Toen ik mijn motor parkeerde kwam er een man naar me toe die vroeg of het een NSU was. Ik heb al een hoop domme vragen over mijn BSA gehoord, maar deze… Terug op de camping bleek Klaas gezelschap te hebben gekregen van twee fietsdames met wie hij het heel gezellig had. Salzburg staat bekend als een regengat en de stad deed haar reputatie eer aan. Na circa 10 km op de Duitse snelweg stopte de motor van Klaas ermee. De weg had geen vluchtstrook, maar er was gelukkig wel een pechplek waar ik rechtstreeks naar toe reed. Rob bleef met knipperende richtingaanwijzers achter Klaas rijden en ik heb geholpen de motor heuvel op te duwen naar de vluchthaven. Na een tijdje prutsen startte de A1065 weer. Hij had dit kwaaltje al eerder vertoond; het was te wijten aan vocht in de ontsteking. We namen de eerste afslag, waar een benzinestation was. Tijdens de koffie kregen we een telefoontje van Piet. Hij was naar ons onderweg en stond nog steeds bij zijn hotelletje in de buurt van Frankfurt. Hij probeerde al drie uur lang zijn motor te starten maar dat lukte niet. Klaas gaf hem diverse tips. Uiteindelijk bleek dat de grondplaat met de contactpuntjes los zat. Toen Piet die had vastgezet werd hij weer een blije rijder. We hadden die avond afgesproken op een camping aan de Wörthsee, ten westen van München. Het was inmiddels droog geworden en de binnendoor-route ernaar toe, via Bad Tölz, was prachtig. De camping bleek de mooiste van onze reis te zijn. We stonden aan het water, het was heel rustig en er was een prettig restaurant bij. Een uur of twee na onze aankomst daverde Piet het terrein op en was de ploeg eindelijk compleet
LINKS AFGESLAGEN
De volgende dag, het was inmiddels vrijdag, raakten we elkaar na een kwartier al kwijt. Bij een wegopbreking konden we niet verder en moesten we keren. Klaas en Rob keerden als eersten en reden weg. Piet en ik wilden volgen, maar toen verloor Piet het houten blokje dat hij altijd onder zijn standaard legt. Ik stapte af om het op te rapen. Op het eerste kruispunt waren Klaas en Rob in geen velden of wegen te bekennen. Wij namen aan dat zij linksaf waren geslagen en deden dat ook. We gaven flink gas, maar na tien minuten hadden we ze nog steeds niet in het zicht. Toen besloten we onze eigen route te rijden naar Sigmaringen, met het idee dat we ze misschien onderweg, of anders bij de camping wel tegen zouden komen. We reden wederom een leuke landelijke route met een stop in Babenhausen. In Sigmaringen aangekomen zaten Klaas en Rob prinsheerlijk aan het bier op een terrasje op 200 meter voor de camping. Zij vertelden dat zij bij de wegopbreking rechts waren afgeslagen en toen zij ons niet zagen, zijn terug gereden. Wij waren toen al links afgeslagen.
De camping lag aan de Donau, met een grasveld voor tentkampeerders naast het restaurant en het sanitair. Mijn reisgenoten gaven zich over aan de genoegens die de horeca kan bieden, maar ik vond het hoog tijd voor een beetje cultuur en ben het stadje ingelopen. Ik werd beloond met veel schilderachtige gevels en een prachtig kasteel aan de rivier. Het wordt bewoond door Karl Friedrich van Hohenzollern. Bij terugkomst bleek ons grasveldje te zijn volgebouwd met tentjes van fietsers. Een klein stukje terug, richting de ingang van de camping, stonden hutten die werden bevolkt door schoolkinderen die tot ver in de nacht over de camping en bij het sanitairgebouw hebben rondgespookt. Waarschijnlijk waren ze voor het eerst zonder pappa en mamma op vakantie en dan valt er heel wat te beleven.
Achterband vervangen in Lauterbourg.
GUTE NACHBARSCHAFT
Het restaurant op de camping was tot 12 uur gesloten, daarom hebben bij een konditorei aan het begin van het stadje ontbeten. De volgende stop was Freudenstadt waar we koffie dronken op de Marktplatz. Dit is met zijn afmetingen van 219 x 216 meter het grootste marktplein van Duitsland. Ondanks zijn grootte is het bijzonder sfeervol met rondom een arcadengalerij waarin circa 200 winkels en restaurants zijn gevestigd. Hier ontmoetten we een Zwitserse Ducati-rijder die vertelde dat in de Alpen de sneeuwgrens was gedaald van 3000 naar 2000 meter waardoor alle hogere bergpassen waren gesloten. Bovendien voorspelde de weersverwachting voor Bad Aussee de hele week regen. Het is dus een verstandig beluit geweest om de Stelviopas letterlijk links te laten liggen en het voorwiel naar Duitsland te wenden. We lieten de stad achter ons en volgden de borden Baden-Baden, door het Zwarte Woud. Een paar kilometer ten noorden van Baden-Baden vaart een pontje over de Rijn naar Frankrijk. Het was een heel bijzonder pontje: de stuurhut en machinekamer stonden midden op de pont en de auto’s moesten hier omheen parkeren. Er konden maar weinig auto’s op en aanhangers werden niet toegelaten. Wij hadden gelukkig geen moeite om een plekje te vinden.
Na de pont sloegen we rechtsaf een weg in die na korte tijd veranderde in een fietspad. Een paar verbouwereerde fietsers vroegen zich ongetwijfeld af: ‘Wat doen die halve zolen hier met die motoren?’ Via een bruggetje over de Sauer reden we Munchhausen in en moesten we natuurlijk meteen aan de baron denken. Vervolgens over de D248 langs het trainingscomplex van een motorcrossclub en daarna langs een terrein met veel zonnepanelen waartussen honderden nieuwe auto’s stonden geparkeerd. Die waren hoogst waarschijnlijk aangevoerd via de grote rijnhaven van Lauterbourg en misschien wel verscheept vanuit Rotterdam. Toen we bij de ‘camping municipal’ parkeerden, viel Klaas om, zo de bosjes in. De zijstandaard van zijn motor was afgebroken.
Het was een drukke camping en het leek wel een concentratiekamp. Er stonden hekken omheen en je kon alleen binnen komen met behulp van een digitale sleutel. Dat ben ik niet gewend in Frankrijk en zeker niet bij een camping municipal! Toen de tenten waren opgebouwd en we naar het restaurant liepen voor een verfrissing, zagen we dat de achterband van Robs Norton plat was; de oorzaak was een parker in het loopvlak. Rob liet hierdoor zijn stemming niet bederven want hij had een reserve binnenband en een compressor bij zich. De reparatie ging voorspoedig maar de compressor bleek niet voldoende vermogen te hebben. Een sympathieke Duitse achterbuurman, die met aanhanger en Husqvarna was, bood zijn compressor aan. Die blies de band moeiteloos op. Een licht rinkelend geluid bleek te worden veroorzaakt door een gebroken spaak. Rob kon hem wel uit de nippel draaien maar vervangen wordt een winterklusje. Later die avond kregen we van de buren twee glazen met een lekker drankje wegens de “gute Nachbarschaft.”
ZYLINDERHAUS
Het ‘concentratiekamp’ lag op loopafstand van de grens, dus we waren zondagochtend snel terug in Duitsland. We reden een mooie route door Saarland naar Bernkastel-Kues aan de Moezel waar Klaas een interessant museum wist. Het ‘Zylinderhaus’ lijkt een oude fabriek of pakhuis, maar is dat niet. Het is helemaal nieuw ontworpen en gebouwd met een staalconstructie. Een beetje nep is het wel want de ‘bakstenen’ gevel bestaat uit steenstrips en de detaillering laat hier en daar te wensen over. Dat neemt niet weg dat het er imposant uitziet. Het museum huisvest een collectie van meer dan 150 voertuigen, waaronder auto’s, motorfietsen en fietsen. De tentoongestelde stukken variëren van klassiekers uit het begin van de 20e eeuw tot moderne modellen. Zij zijn wel allemaal van Duits fabricaat en de verzameling motorfietsen bestaat slechts uit lichte motortjes uit de jaren ’50. De tentoonstellingszalen zijn aangekleed met veel oude posters en er zijn diverse oude winkeltjes ingericht. De ouderen onder ons zullen zich veel van de tentoongestelde auto’s nog herinneren. (Check meer info over het museum hier) Na deze interessante onderbreking vervolgden we onze rit naar Kyllburg. Rechtstreeks zou het niet meer dan 50 km zijn, maar via allerlei geitenpaadjes met een slecht wegdek en haarspeldbochten maakten we aanzienlijk meer kilometers. Via een super steil weggetje naar beneden kwamen we op de camping die aan een riviertje lag. Wat een verademing vergeleken bij onze vorige pleisterplaats! Hier geen hekken, slagbomen of digitale sleutels, maar een gemoedelijke sfeer en ook geen sleutel of code om naar de WC te gaan zoals tegenwoordig bij veel Duitse campings het geval is. Aan het einde van de middag kwam onze voorzitter het terrein oprijden. Henk fungeerde als ontvangstcomité (daar heb je een voorzitter voor) en zou de volgende dag met ons mee terug rijden. Nu we met ons vijven waren werd het ’s avonds extra gezellig. Hoewel je in grote delen van Duitsland prachtig kunt rijden heeft dit land één groot nadeel: op kleine weggetjes die vaak geen wegnummer hebben, staat alleen het eerstvolgende dorp aangegeven en niet een grotere plaats waar je je op kunt richten. Het is dan wel eens lastig om de juiste route te vinden. Je bent dan bijna afhankelijk van navigatie, de zon of een kompas.
PRACHTIG
Op onze laatste reisdag regende het ’s morgens tijdens het ontbijt, dus rijden op de zon werkte niet en mijn kompas had ik thuis gelaten. Piet nam het voortouw en leidde de groep van vijf richting Bitburg. Toen we na 10 km een bord ‘Prüm’ zagen was het simpel; Van hier naar Schleiden en Aken en had je geen kaart of navigatie meer nodig. Het was rustig op de weg die prachtig door de Eifel slingerde. Groot was daarom onze verbazing toen Piet plotseling linksaf sloeg en ons de Belgische rimboe instuurde. Ik dacht aanvankelijk dat we een klein stukje zouden afsnijden en bij Monschau op de B258 zouden uitkomen, maar we reden via Sourbrodt, Barraque Michel (het hoogste punt van België) en Eupen richting Aken. In kilometers was dit de kortste route, maar het was zeker niet de snelste of de makkelijkste. Vlak vóór de oude keizerstad (Karel de Grote ligt hier begraven) namen we de snelweg naar huis. Thuis bleek dat we bijna 4.000 km hadden gereden in de 16 dagen van ons prachtige Oost-Europa avontuur.
In deze rubriek beantwoorden we wekelijks vragen over motorverzekeringen. Deze week het antwoord op de vraag:
Wat gebeurt er als ik achteraf een bestaande schade op mijn tweedehands motor wil claimen?
Motor.NL-verzekeringsexpert Maurits van Buren: “Je kunt geen schade claimen die al aanwezig was bij de aankoop van een voertuig. Schade moet tijdens de looptijd van de polis ontstaan zijn. Een claim voor bestaande schade wordt niet vergoed door de verzekeraar en kan zelfs als fraude worden gezien, wat kan leiden tot royement uit de verzekering.”
Hoe goed ben jij verzekerd? Doe hier je polischeck
Voordelig een door jou zelf samengestelde motorverzekering afsluiten. Dat kan! Bij de Motor.NL Verzekering bepaal jij welke risico’s je wel of niet wilt verzekeren. En dit kun je helemaal zelf online regelen via www.motornl-verzekering.nl/premie-berekenen/. Wacht niet langer en bekijk wat Motor.NL Verzekering voor jou kan betekenen!
Voor meer informatie zijn wij van maandag tot en met vrijdag van 09.00 tot 17.00 te bereiken via 0172-427298. Je kunt natuurlijk ook altijd een mailtje sturen naar info@motornl-verzekering.nl.
We zijn nog amper bekomen (en opgewarmd) van de eerste test met de Z1100 en daar is het volgende Kawasaki-nieuws alweer. Ditmaal de Z650 S. Kawasaki heeft er overduidelijk zin in en wij ook dus kom maar op met die details.
Eerst het motorblok. De compacte 180 graden paralleltwin van 649 cc levert volgens het persbericht de bulk van zijn koppel in lage en middelhoge toeren. Op precieze cijfers is het nog even wachten, want die meldt Kawasaki (nog) niet. De soepele gasrespons en Assist & Slipper Clutch moeten zorgen voor gecontroleerde kilometers terwijl de drievoudig instelbare Traction Control en nieuwe (optionele) Quick Shifter je verder ondersteunen. De korte wielbasis, scherpe balhoofdhoek en een lichtgewicht trellis frame van 15 kg dragen volgens Kawasaki verder bij aan de wendbare handling.
De nieuwe Z650 S is uitgerust met een vernieuwd, breder fat-bar-stuur. Dit stuur is 10 mm hoger en 30 mm breder en 40 mm naar voren geplaatst. Om het comfort verder te optimaliseren is er een nieuw zadel, 15 mm hoger en vlakker voor een meer ontspannen kniehoek.
Afremmen gaat via de 300 mm remschijven met dubbelzuiger remklauwen voor en een 220 mm grote remschijf met een enkelzuiger remklauw achter. Het ABS wordt gestuurd met signalen uit een nieuwe Continental ABS-unit.
Een nieuw design met breder kuipwerk zorgt ervoor dat de Z650 S duidelijk een gespierdere indruk maakt dan zijn voorganger. De scherpe voorovergebogen topkuip sluit aan op de brandstoftank en de hoge staart, typische kenmerken van de Sugomi-designfilosofie van Kawasaki. De zijpanelen hebben een gelaagd ontwerp, waarbij het ene paneel over het onderliggende lijkt te liggen. Ditzelfde is terug te zien in de compacte staart waar de kleurdelen halverwege omhooglopen. Details als een honingraatmotief op de zijkappen, zwarte schetsplaten en volledige LED-verlichting maken het uiterlijk af.
Twee lay-outs
Aansluitend bij het design is er een nieuw 4.3 inch TFT-kleurendisplay. Dit nieuwe display toont alle essentiële informatie met uitstekende afleesbaarheid en past de helderheid automatisch aan. Rijders kunnen kiezen tussen twee lay-outs. De eerste optie met een balkvormige toerenteller en de tweede met een analoge toerenteller. Via Rideology the App kan de rijder de motor verbinden met zijn smartphone voor het uitlezen van voertuiginformatie, rittenlogboeken of om de spraakbesturingsfunctie te gebruiken.
Vanaf medio februari is de nieuwe Z650 S beschikbaar in de volgende kleuren: – Metallic Matte Graphenesteel Gray/Metallic Flat Spark Black – Candy Lime Green/Metallic Carbon Gray – Ebony/Metallic Carbon Gray
Voor rijders met een A2-rijbewijs is er een 35kW kit beschikbaar.
Yamaha Motor Company viert zijn 70-jarig jubileum tijdens de finale van het 2025 FIM Superbike World Championship in Jerez. Dit weekend zullen de Yamaha-teams speciale 70th anniversary-kleuren dragen tijdens de races op zondag.
Het Pata Maxus Yamaha WorldSBK Official Team, GYTR GRT Yamaha WorldSBK Team en Pata Yamaha Ten Kate Racing WorldSSP team racen in feestelijk rood en wit, geïnspireerd op de iconische livery van de 1999 YZF-R7. Deze kleuren worden weergegeven op de R1 in WorldSBK en de R9 in WorldSSP, compleet met bijpassende leren suits voor de rijders.
De speciale livery werd onthuld tijdens een fotoshoot op donderdag in Jerez. Andrea Dosoli, Division Manager bij Yamaha Motor Europe, sprak trots over de betekenis van deze kleuren en hun historische waarde in de Superbike-wereld.
Het moet niet altijd een zonovergoten zuidelijke vakantiebestemming zijn, moeten ze bij Kawasaki hebben gedacht. Voor de herfstige persintroductie van de gloednieuwe Z1100 werd een select gezelschap motorjournalisten immers uitgenodigd naar… Dinant! Na drie rondjes lootjetrek – en een reeks ter plekke verzonnen spelregels – mocht onze testrijder Jelle z’n spullen bijeenrapen voor die eerste kennismaking. Wij krijgen ‘m meteen na de test al aan de lijn.
Motor.NL: Geen zonnesteek opgedaan, Verstaen?
Jelle Verstaen: “Haha, lach maar man. Lach de lach der dwazen! Niveau nihil, jong!” (lacht) “Neen, ’t was er bijzonder – eh – herfstig vandaag. Inclusief natte wegen – na een plensbui vannacht, gevaarlijk glad asfalt door alle neergedwarreld loof, en een laaghangend, waterig zonnetje. De raad om de tractiecontrole vooral niet uit te schakelen en ‘misschien voor de Road-modus te kiezen’ was dan ook overbodig, vanochtend.”
Lijken me geen optimale omstandigheden – zeker gezien de testmotor van vandaag…
“Inderdaad! Al was ’t meteen een goede graadmeter voor de elektronica, de banden en de souplesse van het blok, uiteraard. De nieuwe Z1100 blijkt gelukkig uitstekend te scoren op alle drie die vlakken. Misschien eerst even kaderen: de Z1100 is geen vervanger voor de Z900 of Z H2, maar past er mooi tussenin in de Kawa-catalogus. Het blok was voorhanden – dat wordt nagenoeg onveranderd overgenomen uit de Ninja 1100 SX (op een subtiele remapping na) – en presteert 136 pk en 113 Nm. Maar ook het rijwielgedeelte hadden de Japanners nog op voorraad: dat wordt immers ongewijzigd overgenomen van de Z1000 die in 2020 uit de rangen verdween. Dat model voldeed immers niet aan Euro5 en werd destijds niet meteen vervangen of aangepast. Maar zie, een herrijzenis!”
Een mirakel, zowaar. Werkt dat huwelijk van heden en verleden ook goed in de praktijk?
“Ja hoor, ’t is een geweldig fijn pakket – zeker in de SE-versie (aangepaste ophanging, kleur, remmen) die we vandaag mochten rijden. Kawasaki heeft de Z1000 van weleer niet enkel opgekrikt naar 1.099cc, uiteraard. Ook het 5-inch TFT-dashboard en het volledige elektronicapakket van de nieuwe 1100’s maken de overstap: ride-by-wire, hellingshoekgevoelig ABS en tractiecontrole en zelfs een up/down-quickshifter. Het resultaat is toch een flinke stap voorwaarts ten opzichte van de Z900. Met een stuk meer presence, volwassenheid ook, zo voelt het wel – ondanks de relatief beperkte verschillen qua vermogen en koppel (+11 pk en + 15 Nm) met z’n kleinere broer. Stuurt geweldig, met dank aan de nog stabieler aanvoelende voorzijde, de remmen zijn krachtig en met veel gevoel te bedienen. ’t Is echt een mooi homogeen pakket geworden.”
Wat zijn de sterke en minder sterke punten, naar jouw mening?
“Het sterkste verkoopargument is zonder twijfel het geweldige blok. Een echte allemansvriend – erg zachtaardig en soepel onderin, een heel mooie en koppelrijke opbouw in het middengebied, tot die geweldige rauwheid en onversneden power als je ‘m helemaal opentrekt. Vanaf 6.000 toeren zwelt het in- en uitlaatgeluid exponentieel aan, en kan het feest helemaal beginnen. De quickshifter schakelt al even soepel en zonder haperen. Top!”
“Om iets negatief te bedenken moet ik echt al serieus nadenken. Misschien is de ophanging – vooral achteraan dan – een tikkeltje stugger dan je zou wensen voor rustige ommetjes of stadsverkeer. Maar als je iets sneller gaat rijden, wordt dat dan net weer een troef – dus een echt minpunt kan je ’t niet noemen. Ach ja, het USB-C-laadpunt op de linker stuurhelft is nog steeds niet van de subtielste of mooiste op de markt. Maar dat is dan ook alles.”
Voor een Z900 tel je tegenwoordig 11.199 euro neer, wat moet z’n grote broer kosten?
“In Nederland betaal je voor de Z1100 exact 13.199 euro – in België is dat 1.000 euro minder om de bekende redenen. Wil je de SE-versie met ’t afwijkende kleurtje, de goudkleurige vorkpoten en groene wielen, Brembo-remmen, stalen remleidingen en Öhlins-schokdemper achteraan? Dan hoest je 14.999 euro op in Nederland, of 13.999 bij onze Zuiderburen. 1.800 euro extra dus voor het SE-pakket. Absoluut ’t overwegen waard, wat mij betreft.”
Wat zijn de plannen nog, daar?
“Doorgaans wordt er geklonken op de goede afloop, na zo’n testdag. Maar ik ga dit keer wijselijk voor een kom warme soep – de vingers wat ontdooien.”
Zodat je snel het hele testverslag kan uittikken, bedoel je?
Jarenlang wist ik precies wat ik moest adviseren: wilde je serieus navigeren op de motor, dan kocht je een Garmin Zumo of een TomTom Rider. Maar net welk type gebruiker je bent. Klaar. Die dingen zijn gebouwd voor de motor: waterdicht, robuust, goed afleesbaar in de zon en met een voeding die niet opgeeft halverwege een dagtocht. Smartphones? Ach, daar schreef ik al die jaren vrij kritisch over. Te kwetsbaar, te weinig praktisch, kortom: geen volwaardig alternatief.
Dat standpunt staat nog steeds overeind. Een smartphone ís in basis geen motornavigatie-apparaat. Maar er is iets veranderd, en niet omdat smartphones de laatste twee jaar plotseling magisch beter zijn geworden. Het verschil zit ’m in ons gebruik. Kijk maar om je heen: de meeste mensen kopen om de twee à drie jaar een nieuwe telefoon. Vaak uit gewoonte, omdat het abonnement weer verlengd wordt. Het oude toestel verdwijnt in de la. En dat oude toestel – denk aan een iPhone van drie jaar oud of een stevige Android – heeft meestal nog prima specificaties: een snelle processor, een helder scherm dat vaak ook nog waterdicht is.
Voor de motor is dat ideaal. Want je zet niet je gloednieuwe smartphone van duizend euro in een trillende houder in de regen. Nee, je pakt dat ‘oude’ toestel dat eigenlijk nog veel te goed is om weg te gooien. Combineer dat met de juiste houder en een degelijke voeding vanaf de accu, en je hebt opeens een verrassend bruikbaar navigatieplatform. En dan laat ik de ontwikkelingen rond Android Auto en Apple CarPlay nog even buiten beschouwing, want ook dát doet momenteel z’n intro in de motormarkt.
Daar komt nog iets bij: de apps zelf. Waar ik tien jaar geleden nog mopperde dat smartphone-navigatie te beperkt was, moet ik eerlijk zijn: het aanbod is enorm verbeterd. Google Maps is sneller en vollediger dan ooit, Waze geeft realtime verkeersinformatie, Calimoto en Kurviger maken prachtige bochtenroutes, MyRoute-app is volwassen geworden als planningstool en TomTom GO Navigation biedt de bekende ‘spannende routes’ nu ook op de telefoon.
Kortom: de hardware is er, de software ook. Tijd dus om de balans opnieuw op te maken.
Ik ga de komende edities zeven apps stuk voor stuk onder de loep nemen. Niet op de motor – maar in mijn 21 jaar oude Mercedes SL500 cabrio. Een heerlijke V8, en vooral handig om ook in de winter door te kunnen werken. Bovendien kan ik zo onderweg makkelijk even stilstaan om te kijken hoe de apps zich gedragen. Want of je nu op twee wielen of met acht cilinders rijdt, dezelfde vragen gelden: zie je de juiste afslag, hoe soepel wordt er herberekend, hoe duidelijk zijn de aanwijzingen, hoe makkelijk is het om een GPX-bestand in te laden, word je een zand- of fietspad ingestuurd? Ik doe mijn testen met een Samsung S22 van drie jaar oud. Android dus. Tijdens het rijden laat ik het toestel draadloos opladen in de autosteun. Zien of dat voldoende is en of hij niet te warm wordt.
Enfin, de zeven kanshebbers zijn: Google Maps, Waze, Sygic, Kurviger, Calimoto, MyRoute-app en TomTom GO Ride. Hier alvast een voorproefje.
1 van 2
Google Maps en Waze – efficiënt en sociaal, maar niet avontuurlijk
Google Maps kent iedereen. Het is razendsnel, gratis en met verkeersinformatie waar geen enkele app tegenop kan. Perfect voor wie gewoon van A naar B moet. Maar vraag je Google Maps om een mooie route naar de Eifel, dan sta je binnen de kortste keren in de file op de A61.
Waze is de sociale variant, vol meldingen van flitsers en files dankzij de community. Handig in de spits, maar als toervriend zo inspirerend als een zak aardappelen. Geen bochtenplezier te vinden.
Sygic – degelijk, maar zonder ziel
Sygic is vooral handig in het buitenland. Je downloadt de kaarten en kunt zonder databundel rijden. In Oostenrijk zet Sygic je keurig door de Brenner-tunnel, terwijl je eigenlijk de oude pas had willen rijden. Degelijk, maar niet inspirerend. Maar het lijkt dat ze aan het zoeken zijn naar wat de doelgroep zoekt…
Kurviger – Duitse precisie voor bochtenliefhebbers
Hier begint het leuk te worden. Kurviger is Duits en speciaal gemaakt voor motorrijders. Je kiest ‘bochtig’ of ‘extra bochtig’ en de app serveert een route waar je vanzelf gaat glimlachen. Arnhem naar Limburg? Drie uur later ben je er, maar wel via alle dijkjes en slingerwegen die je anders nooit had gevonden.
Calimoto – de rondritkoning
Ook Calimoto is Duits, en richt zich vooral op de spontane rit. Je start de app, kiest een afstand – zeg 120 km – en hij rekent een prachtige lus voor je uit. Ideaal voor een zaterdagmiddag zonder plan.
MyRoute-app – Neerlands trots
MRA is bij motorclubs bijzonder populair. Op de computer maak je een route, die deel je met je vrienden en iedereen rijdt dezelfde lus. Waar Garmin’s BaseCamp soms als ouderwets en complex werd ervaren, is MRA veel toegankelijker. Internationaal heeft MRA minder gewicht, maar in Nederland en België is het een vaste waarde. En wat gaat de aangekondigde MRA Navigation Next ons brengen?
TomTom GO Navigation – bekende kwaliteit op je telefoon
TomTom Rider is een begrip, en TomTom had korte tijd ook de TomTom Go Ride-app, speciaal voor motorrijders. Nooit van gehoord? Kan kloppen, want was nooit een groot succes. TomTom draaide het al een jaar terug de nek om. Maar er is wel nog TomTom GO Navigation en dat doet er niet voor onder, temeer omdat het de van de Rider bekende ‘spannende route’ kent. Lekker appje wel, ook op de motor.
Conclusie
Is de smartphone nu dé vervanger van de Zumo of Rider? Het antwoord is minder zwart-wit dan vroeger. Een smartphone blijft kwetsbaarder, maar met een ‘oud’ toestel uit de la, een goede houder en de juiste voeding wordt het ineens een serieus alternatief. Zeker nu de apps zelf volwassen zijn geworden.
In de komende edities ga ik de zeven apps stuk voor stuk uitgebreid testen. Ik let dan op de helderheid van aanwijzingen (zowel visueel als via spraak), het gebruiksgemak, het gedrag bij afwijken van de route en de mogelijkheden voor mooie ritten of GPX-import. Kortom: alles wat er écht toe doet voor ons als motorrijders. Want: navigatie moet er niet voor zorgen dat je sneller thuis bent, maar dat je mooier onderweg bent en kunt genieten van je rit.
Garmin en de motor-app die er even was
Garmin is jarenlang met de Zumo-serie dé naam geweest in motornavigatie. Wat veel mensen niet weten: Garmin heeft ook een tijdlang geëxperimenteerd met een smartphone-app voor motorrijders. Het idee was mooi: combineer de kaartkwaliteit en ervaring van Garmin met de flexibiliteit van de smartphone. Maar het liep nooit echt lekker. De app verdween even stilletjes als hij gekomen was.
Komt er ooit een nieuwe poging? Moeilijk te zeggen. Garmin verdient zijn geld vooral met ‘dedicated devices’ en niet met apps. Bovendien is de motormarkt relatief klein, ze zullen geen app ontwikkelen alleen voor die doelgroep. Toch blijft het jammer, want wie ooit met een Zumo gewerkt heeft, weet hoeveel kennis Garmin in huis heeft. Voorlopig is het echter stil, en lijkt het erop dat Garmin de smartphone-strijd laat liggen.
Praktische kanten: houder en voeding
Een smartphone blijft kwetsbaarder dan een Zumo of Rider. Maar met een goede houder – Quad Lock, SP Connect of een waterdichte case – en een betrouwbare voeding kom je ver. Denk aan een USB-aansluiting of directe 12V-aansluiting op de accu. Let op trillingsdempers, want moderne motoren kunnen smartphonecamera’s kapot trillen, vooral de iPhone vormt, zelfs mét dempers, een risico.
Yamaha gooit het over een andere boeg met de Nmax 155 Tech Max voor modeljaar 2026. Het Japanse merk introduceert een elektronisch gestuurd transmissiesysteem dat handmatig schakelen mogelijk maakt – iets wat tot nu toe ondenkbaar was in de wereld van automatische scooters. De vraag is of deze technologische sprong voldoende is om meer kopers over de streep te trekken voor de 155cc-variant, al doet de Nmax-familie het momenteel niet onverdienstelijk met ongeveer een kwart van Yamaha’s totale Europese scooterverkopen.
De Nmax 155 heeft het tot dusver moeilijk gehad om uit de schaduw van zijn populaire 125cc-broertje te stappen. Te zwaar voor sommige toepassingen, maar zonder de sportiviteit die veel rijders zoeken in een grotere cilinderinhoud – de 155 zat in een ongemakkelijke middenpositie. Yamaha hoopt dat probleem nu op te lossen met hun Yamaha Electric Continuously Variable Transmission, kortweg YECVT genoemd.
Technologie die het verschil zou kunnen maken
Het YECVT-systeem werkt op een ingenieuze manier. Waar traditionele scootertransmissies volledig afhankelijk zijn van centrifugaalkracht, voegt Yamaha een elektronisch gestuurde motor toe die de aandrijfpoelie aanstuurt. Het resultaat? Voor het eerst kan de berijder bewust terugschakelen via een drukknop, compleet met echte motorremwerking. Dit opent deuren naar een veel veel dynamischer rijervaring dan wat gewone automaten bieden.
De verschillen worden direct merkbaar in de praktijk. In Town-modus draait de motor op 5.000 toeren bij 60 km/u, terwijl Sport-modus dit opschroeft naar 6.000 toeren bij dezelfde snelheid. Die variatie in toerental bij een constante snelheid illustreert perfect hoe het systeem werkt – iets wat bij een conventionele CVT-transmissie onmogelijk zou zijn. Voor wie gewend is aan de vaak monotone rijervaring van automatische scooters, belooft dit een welkome verandering.
De grap is wel, nu ik dit artikel zit te schrijven bedenk ik me dat dit wel heel vergelijkbaar is met de CVT automaat van mijn Citroën C-Crosser (ofwel Mitsubishi Outlander) CVT uit 2010. Dus – zonder heel diep in het vergelijk te treden – de techniek bewijst zich 15 jaar later in een scooter als ‘baanbrekend’.
Meer dan alleen marketing-gimmick
Sceptici zouden kunnen beweren dat Yamaha een oplossing zoekt voor een probleem dat niet bestond. Maar wie ooit heeft gereden op bergwegen met een traditionele scooter, weet hoe frustrerend het kan zijn om geen controle te hebben over de motorrem. Het YECVT-systeem lost dat probleem fundamenteel op, en biedt tegelijkertijd de mogelijkheid om in verschillende omstandigheden de ideale overbrengingsverhouding te kiezen. Zo gezien ben ik als – occasionele – scooterrijder wel blij dat deze techniek uit het archief wordt getrokken.
De technische specificaties blijven overigens vertrouwd Yamaha-terrein. De 155cc eencilinder levert 15,19 pk bij 8.000 toeren en 14,2 Nm koppel bij 6.500 toeren – cijfers die niet zullen imponeren aan liefhebbers van pure prestaties, maar wel voldoende zijn voor vlot stadsverkeer en comfortabele snelwegritten. Met een gewicht van 135 kg en een zithoogte van 770 mm blijft de scooter toegankelijk, waarbij een A1-rijbewijs voldoende is voor rijders vanaf 16 jaar.
Het 4,2 inch LCD-display met smartphone-connectiviteit en navigatiefuncties draagt bij aan de moderne uitstraling, maar zijn inmiddels standaard in dit segment. Yamaha biedt de Tech Max aan in twee sobere kleuren: Midnight Black en Crystal Graphite – keuzes die de zakelijke insteek van het model onderstrepen, maar misschien niet ieders hart sneller doen kloppen.
1 van 6
Een gok die zou kunnen uitpakken
De NMAX 155 Tech Max vertegenwoordigt een interessante ontwikkeling in een segment dat traditioneel weinig ruimte laat voor innovatie. Of het YECVT-systeem genoeg kopers zal overtuigen om de overstap te maken van een conventionele scooter, blijft afwachten. Yamaha verdient in elk geval krediet voor het durven experimenteren met deze technologie, zelfs als die experimenten niet altijd commercieel succesvol blijken. Het feit dat de Tech Max specificatie bij het 125cc model al succesvol is gebleken, geeft wel reden tot optimisme.
Voor rijders die altijd al hadden gewild dat hun scooter meer aanvoelde als een motorfiets, biedt de Tech Max eindelijk die mogelijkheid. De vraag is alleen of er genoeg van die rijders bestaan om van dit model een succes te maken. De markt zal het uitwijzen wanneer de scooter in het eerste kwartaal van 2026 in de showrooms verschijnt.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.