maandag 6 april 2026
Home Blog Pagina 82

Vergelijkingstest CFMoto 450SR vs. Aprilia RS 457: snelste van de straat

0
CFMoto 450SR vs. Aprilia RS 457

Middenklasse sportmotoren zijn ‘hot en happening’, zoals dat heet. Nagenoeg elk merk heeft wel een machientje in de rangen, dat doorgroeiers op termijn moet overtuigen om voor het sportieve vlaggenschip van overeenkomstig merk te kiezen. Twee interessante nieuwkomers zijn Aprilia’s RS 457 en CFMoto’s 450SR. Maar zijn die twee nu volbloed circuitmotoren, of toch vooral straatmotoren met een sportieve jas? Wij trokken naar de Ardennen in de zoektocht naar het antwoord.

Even een disclaimer, voor we aftrappen. Ondanks wat de kop zou doen vermoeden, zijn we tijdens deze test niet voor de snelste rondetijd gegaan. Dat hoort immers niet, op de openbare weg. We hebben zelfs amper de wettelijke snelheidslimieten overschreden… op enkele korte spurtjes na, dan. We zijn niet heiliger dan de paus. Maar de opzet van deze test was vooral om te zien welke sportieveling z’n streng trekt in elke mogelijke situatie op de openbare weg. Ze ogen dan wel atletisch, maar de realiteit is dat ze 95% van de tijd op de weg zullen doorbrengen en slechts sporadisch aan de curbs zullen snuffelen. Of hebben ze toch meer in hun mars?

Vergelijkingstest Honda CB1000 Hornet vs. Kawasaki Z900 vs. Yamaha MT-09

Het ‘circuit’

De route zelf start net buiten de dorpskern van het schilderachtige Houffalize, en loodst ons gedurende 19,8 km diep door Belgisch Luxemburg. We trappen af op een spurt onder de E25 van dik 1,8 km rechtdoor – een rechte lijn waar ‘t circuit van Catalunya jaloers op zou zijn. In de buurt van Vellereux wenden we de steven noordwaarts, en slalommen we een eind weg richting Bonnerue. Vervolgens zetten we een onberispelijk geasfalteerde, heerlijk kronkelende afdaling in richting Grande Mormont. Even een brugje over de kolkende rivier en vervolgens meanderen we terug mee met de Ourthe richting Houffalize. Van daaruit rest ons nog de klim naar Mabompré, met de finish onder de brug over de autosnelweg van Arlon naar Visé. Een korte, maar geweldig leuke omloop – voor zowel (welgemanierde) aspirant-laagvliegers als liefhebbers van rustig toeren.

Op de startgrid

Terwijl we de kemphanen oplijnen voor de start, nemen we even de tijd om ze van dichtbij te inspecteren. De Aprilia RS 457 zou je van een afstandje zo kunnen verwarren met z’n grote broer RS 660, met een uiterst verleidelijk lijnenspel en een erg verzorgde afwerking. Van de prachtige lichtsignatuur voor- en achteraan, over de bedachtzaam aangebrachte ‘oversized’ stickers over het hele lijf, tot het alu frame dat vol in beeld is gebracht. Een absoluut pareltje van een motor. Alle kabels en leidingen zijn netjes weggewerkt, en het plastic voelt solide aan. De 457 pakt voorts uit met stelmogelijkheden voor de ophanging, een knap uitgefreesde kroonplaat, ride-by-wire en rijhulpjes, en een strak TFT’tje achter de kopkuip. Om de onvermijdelijke budgettaire shortcuts te spotten, moet je ‘m al van heel dichtbij besnuffelen: het ietwat iele rempompje vooraan bijvoorbeeld, of de Indiase Eurogrip-rubbers om de wielen.

Nooit gedacht dat we deze zin nog zouden neerpennen, maar de Aprilia oogt best subtiel naast z’n uitdager van vandaag. De 450SR pakt immers uit met een set vleugels op de neus waar menig Cessna mee zou wegkomen tijdens de pre-flight check. CFMoto entte z’n nieuwkomer op de opvallende conceptbike SR-C21, die in 2021 op EICMA het licht zag en wereldwijd hoge ogen gooide. Maar ook de hoogglanzende grijszwarte lak is prima aangebracht, stickertjes zitten netjes onder een laag transparante verf, en de rode details zorgen voor een erg geslaagd contrast. De radiaal gemonteerde Brembo-vierzuigers maken ‘t plaatje helemaal af. Het nagebootste carbonpatroontje is minder onze meug. Tot slot zijn beide motoren uitgerust met 5-inch TFT-schermen: Aprilia heeft een soberder, beter leesbaar ontwerp. CFMoto pakt uit met kleurrijke graphics en standaard smartphoneconnectiviteit, terwijl Aprilia dit enkel als optie (MIA-module) aanbiedt. Kiezen is verliezen.

Klaar voor de start…

Met de helm op de tank, ellebogen wijd en de voeten stevig op het asfalt geplant, maken we ons op voor de start. Een por op de respectievelijke startknoppen jaagt geen MotoGP-waardig gebulder door de Ardense bossen, maar beide machines staan hun mannetje – zij het elk op hun manier. Het hart van de RS 457 is een paralleltwin met 270°-ontstekingsinterval. Het kleine Italiaantje kan uitpakken met 47,6 pk bij 9.400 tpm en 43,5 Nm bij 6.700 tpm – netjes binnen de A2-limiet van 35 kW, dus. Volgens Aprilia is dik vier vijfde van het koppel al beschikbaar vanaf 3.000 tpm. Lekker krachtig onderin, zo mogen we het horen! Het motorblok maakt gebruik van RS 660-technologie: offset-cilinders voor lagere wrijving, DLC-gecoate zuigerpennen, naaldgelagerde balansas en compact geïntegreerde koeling en smering. De slipperassistkoppeling voorkomt een stuiterend achterwiel bij te vlot terugschakelen, en het Ride-by-Wire-systeem biedt drie rijmodi (Sport, Rain en Eco), plus instelbare tractiecontrole. Een quickshifter is optioneel – maar zit wel op onze testmotor gemonteerd.

De CFMoto 450SR is een tikkeltje rustiger van inborst: met 46 pk en 39 Nm komt hij op papier een tikkeltje minder krachtig aan de start. Nochtans pronkt de Chinees met een gelijkaardige 270°-paralleltwin, inclusief dubbele balansas, en een FCC-slipperassistkoppeling. Het kabelbediende gas zorgt voor een enkele rijmodus, al heeft deze versie wel tractiecontrole aan boord. Op papier lijkt de Aprilia het meest moderne en potente pakket op de startgrid gezet te hebben. Al moet de praktijk nog uitwijzen of dat ook daadwerkelijk zo is.

… en af!

De blokjes zijn stilaan op kooktemperatuur, het toerental zwelt per seconde verder aan, de koppeling vol ingeknepen. Nog even nu, en… gaan! Heel even glijdt het rubber piepend over het asfalt, tot de tractiecontrole op beide machines ingrijpt. Maar al vanaf de allereerste centimeter laat de Aprilia RS 457 zien waarom de Italianen 54 wereldtitels op hun naam hebben. In de gekozen Sport-modus reageert de RS vlijmscherp op onze gasimpuls. Het blok raast lekker lineair door de toeren en blijft krachtig trekken tot dicht tegen de begrenzer. De vibraties blijven tot een minimum beperkt, de soundtrack is vol en lekker duister, met dat typische ‘V-twinkarakter’ waarvoor zo’n 270°-paralleltwin bekendstaat. De quickshifter (optioneel op ons testexemplaar) schakelt kwiek en trefzeker. De CF komt door z’n iets slomere gasrespons en tragere opbouw onderin opvallend later van de plaats weg, waardoor de Aprilia meteen een mooie voorsprong uitbouwt. Maar… dat maakt de kleine Chinees helemaal iets verderop wel grotendeels goed. Tussen de 8.000 en 10.000 tpm leeft het blok van de CFMoto immers volledig op, waarbij het blok gretig hoge toeren vreet en beide straatracertjes zowaar weer in elkaars buurt komen. De Aprilia haalt het evenwel met enkele lengtes voorsprong – maar heeft dat vooral aan z’n kwieke start en sterke middengebied te danken.

Dorpskern

Met een bebouwde kom in aantocht zakt het tempo, en hebben we tijd om de zithouding door te lichten. Want die verschilt behoorlijk, ondanks een gelijkaardig silhouet en ergonomie. Op de CFMoto 450SR zak je een stuk dieper ‘in’ de motor, met een relatief comfortabele sporthouding, al staan de voetsteunen (gezien het vrij lage zadel, 795 mm) naar aanvoelen vrij hoog en ver naar voren. De windbescherming is prima, en de iets zachtere afstelling van de ophanging zorgt voor een aangename rit. Ondergetekende bolt op de testdag ruwweg 300 km op de SR (heen- en terugrit naar de testlocatie inclusief) en stapt op ‘t eind van de dag met de glimlach af. Klaar voor nog een ritje. Al heeft die iets zachtere standaardafstelling wel enkele consequenties op vlak van precisie qua stuurgedrag in vergelijking met de duidelijk stuggere Italiaan.

De Aprilia RS 457 voelt op zijn beurt een stuk ruimer in het zadel aan. De knieën passen natuurlijk in de uitsparingen van de tank, het stuur staat net iets hoger, en de zithouding is sportief zonder extreem te zijn. Opvallend: als je wilt keren in een straat, bots je heel snel tegen de beperkte stuuruitslag aan. Waarbij je handen tussen tank en stuurhelften gekneld komen te zitten en je amper nog gas- en of koppelingshendel kan bedienen. Tijdens een gewone rit merk je daar weinig van, tijdens een fotoshoot met meerdere passages op eenzelfde punt des te meer.

Sneller bochtenwerk

De tweede sector van het Houffalize-circuit bestaat uit een opeenvolging van bochten over glooiend terrein, met hoogteverschillen en verschillende wegdekken. Een waar festijn voor frame, ophanging en geometrie, waar de RS 457 als eerste aan kan beginnen.

Terwijl we de ene na de andere bocht soldaat maken, komt bovendrijven wat we hadden verwacht: de Aprilia RS 457 voelt zich duidelijk volledig in z’n sas. Het alu frame met het motorblok als dragend element zorgt voor een uiterst strak aanvoelend geheel. De 41mm UPSD-vork, monoshock (beide instelbaar qua veervoorspanning) en stalen swingarm zorgen voor een stugge basis, waardoor de RS zich behoorlijk scherp laat insturen. Je krijgt een pak feedback van het voorwiel, en de motor volgt zonder aarzeling en in alle stabiliteit de gekozen lijn. Geen gehaper in de gasrespons, een stoïcijns rijwielgedeelte… Wat zou je je als jonge rijder meer wensen? De keerzijde: op ruwer asfalt, zoals we er – opgepast, understatement van de dag – wel wat hebben in België, wordt die stugheid ook doorgeseind. Elke scheur of ribbel voel je in polsen, bips en onderrug. Wie snel wil zijn, wordt derhalve beloond op de Aprilia. Wie de RS 457 uit de schuur had geduwd voor een rustig ommetje, moet op de blaren zitten.

Of… voor de CFMoto kiezen. Want het stalen buizenframe van de Chinese inzending zorgt voor voelbaar meer flexibiliteit, wat hem vergevingsgezinder en over het algemeen aangenamer maakt – breder inzetbaar, zo je wilt. In snelle opeenvolgende bochten appreciëren we het lage rijklaargewicht van amper 168 kg (tegenover 175 kg voor de Ap). Ondanks de niet-instelbare voorvork blijft ook de 450SR prima in balans, en over de al bij al comfortabele standaardsetting van de monoshock hebben we al helemaal niet te klagen.

Ook op de rubbers valt vandaag niet veel af te dingen: noch de CST’s van de 450SR, noch de Eurogrip-banden op de Aprilia laten zich op een foutje betrappen. Ondanks de droge en goed opgewarmde stroken asfalt, ligt het er onder het dichte bladerdek tussen Bonnerue en Grande Mormont best vochtig bij. We noteren geen enkele zijstap (mede dankzij het beperkte vermogen én TC bij uitaccelereren, uiteraard). Prima.

Test 2025 Aprilia Tuono 457: Gemis gevuld

In de remmen

Tijdens de afdaling richting de Ourthe-vallei worden het remvermogen en de stabiliteit van beide machines behoorlijk op de proef gesteld. De CFMoto 450SR blijft hier indruk maken. Nadat je de aanvankelijke vrije slag in het remhendel voorbij bent, bijt de radiale Brembo-remklauw krachtig en mooi voorspelbaar in de grote 320mm-schijf. Ook bij herhaaldelijk en langdurig doorremmen, bleef de druk constant. Hulde. Enkel het ABS-systeem mocht wat ons betreft iets later tussenbeide komen. De Aprilia RS 457 remt net zo krachtig, met een heel gelijkaardige, radiale setup van Brembo-dochter ByBre. De remkracht was gedurende onze trip uitstekend, al kon je lichte fading voelen bij veelvuldig gebruik. Geen gekkigheden en er is ruimschoots voldoende remkracht voor straatgebruik, maar of je er een lange circuitdag mee moet ambiëren, is een andere vraag. De duo-modus van het ABS (straat of circuit) is handig, maar in de straatstand grijpt het – net zoals bij z’n concullega vandaag – iets te gretig in.

Net voor we de brug over de Ourthe dwarsen, gaat de Aprilia stevig in de remmen… om vervolgens stevig uitgeremd te worden door de CFMoto, die meteen een halve motor voorsprong neemt. Kan de Aprilia RS 457 in de laatste bochtensectie terugkomen, spurt de CFMoto 450SR er vandoor of krijgen we een fotofinish?

Conclusie / Prijsuitreiking

Terwijl we de finishfoto richting doka sturen, kunnen we alvast onze bevindingen op een rijtje zetten.

De Aprilia RS 457 voelt als een echte sportmotor met race-DNA. Een plaatje van een motor, die de nodige finesse en inzet van de rijder vereist, maar beloont met haarscherpe lijnen, pittige prestaties en het nodige karakter. Het geluid, het stuurgedrag en de bouwkwaliteit doen een legendarisch merk als Aprilia alle eer aan. De RS 457 is minder comfortabel, maar wie rijdt om te rijden, is zonder twijfel om.

De CFMoto 450SR verrast dan weer met een erg volwassen en compleet pakket. Hij voelt robuust aan, is prima afgewerkt, en combineert comfort met sportiviteit op een manier die ideaal is voor A2-rijders. Qua rijcomfort, remmen en waar voor je geld scoort deze telg hoge ogen, het blok is (vooral bovenin) lekker krachtig, maar hij mist wat van het temperament dat de Aprilia zo aantrekkelijk maakt.

Als we uiteindelijk de rekening maken, dan blijkt het spagaat tussen beide modellen amper 650 euro te bedragen, in het voordeel van (uiteraard) de CFMoto. Rest jou enkel één vraag te beantwoorden: ben je sportief, of wil je vooral zo gezien worden? Als je daaraan uit bent, wordt de keuze (iets) makkelijker…

Pluspunten CFMoto 450SR

  • Comfortabel
  • Pak pit in hoge toeren
  • Prima afwerking en remmen

Minpunten CFMoto 450SR

  • Iets slomer onderin
  • Kabelbediend gas sluit deur voor sommige elektronica
  • Minder scherp sturend dan z’n uitdager

Pluspunten Aprilia RS 457

  • Geweldig blok en rijwielgedeelte
  • Uitgebreid elektronicapakket
  • Amper te onderscheiden van grotere broers

Minpunten Aprilia RS 457

  • Lichte fading op de remmen onder aanhoudende druk
  • Iets spartaanser voor lange ritten
  • Duurste van de twee (nu ja, wat heet…)

Triumph kondigt 29 nieuwe modellen aan!

1

Triumph Motorcycles staat op het punt de motorwereld wakker te schudden met een ongekend productoffensief. Het Britse merk kondigt maar liefst 29 nieuwe en geüpdatete motorfietsen aan die wereldwijd zullen worden gelanceerd, waarvan tien modellen al zijn aangekondigd voor 2026. Deze ambitieuze strategie, die volgt op een recordjaar met meer dan 141.000 verkochte motorfietsen – een groei van 136% sinds 2019 – belooft de verhoudingen in de sector drastisch te wijzigen.

Triumph lanceert nieuwe TF 450-X voor 2026

Het is een gewaagde zet die getuigt van zowel zelfvertrouwen als strategisch inzicht. Triumph kiest ervoor om niet alleen zijn gevestigde positie te versterken, maar ook volledig nieuwe markten te betreden. Van elektrische jeugdmodellen tot hardcore motocross-machines: geen segment blijft onberoerd. De vraag is niet of deze aanval effect zal hebben, maar hoe diepgaand de impact op de concurrentie zal zijn.

Elektrische pioniers voor de volgende generatie

De meest opvallende stap in Triumph’s nieuwe richting is de TXP elektrische jeugdlijn, ontwikkeld in samenwerking met OSET. Deze vier modellen – de TXP-12, TXP-16, TXP-20 en TXP-24 – richten zich op rijders vanaf drie jaar oud. Het is een slimme strategische zet: wie de jeugd wint, heeft de toekomst.

De modellen variëren in vermogen van 600W voor de kleinste tot 1600W voor de grootste, met topsnelheden tot ongeveer 40 km/u voor het topmodel TXP-24. Deze machine is ontworpen voor rijders van tien jaar en ouder, inclusief volwassenen, met een draagvermogen tot 90 kilogram.

Deze machines bieden meer dan alleen elektrische aandrijving; ze introduceren schaalbare prestaties, modulaire ergonomie en geavanceerde veiligheidstechnologieën zoals Field-Oriented Control en Active Power Stabilisation. Het is Triumph’s eerste stap in de elektrische toekomst, maar wel een die direct mikpunt op de kern: de volgende generatie motorrijders vormen.

Offroad oorlogsverklaring met de TF-serie

Triumph’s intrede in de motocross- en endurosegmenten met de TF-serie is niets minder dan een frontale aanval op gevestigde merken, met ondersteuning van gerenommeerde namen zoals Ricky Carmichael en Iván Cervantes. De TF 450-X voor motocross en TF 450-E voor enduro vormen het speerpunt, aangevuld met 250cc varianten voor verschillende disciplines.

De cijfers spreken boekdelen: de TF 450-X levert 62,4 pk bij 9.500 toeren uit zijn 450 cc viertaktmotor, gekoppeld aan een ultralicht chassis van slechts 108 kilogram. Deze vermogen-gewichtsverhouding overtreft veel gevestigde concurrenten en wordt ondersteund door bewezen raceprestaties van coureurs als Mikkel Haarup in nationale kampioenschappen.

Dit is geen voorzichtige marktverkenning, maar een volledige commitment aan competitieve offroad prestaties.

Premium roadsters behouden hun glans

Terwijl Triumph nieuwe terreinen verkent, vergeet het merk zijn succesvolle wegmodellen niet. De Speed Triple 1200 RX, gelimiteerd tot slechts 1.200 exemplaren wereldwijd, belichaamt de ultieme roadster-ervaring. Met 180 pk uit de 1160 cc driecilindermotor, Öhlins SmartEC3 semi-actieve elektronische vering en een agressievere rijpositie, richt deze machine zich op de puristen.

Wel vraagt de recente veiligheidsrecall voor de 2022-2024 Speed Triple 1200 RS en RR modellen vanwege mogelijke motoroververhitting om aandacht. Het toont aan dat zelfs bij premium modellen waakzaamheid geboden blijft – een realiteitscheck in een verder rooskleurig verhaal.

Toegankelijkheid zonder compromissen

Triumph’s grootste succesverhaal van de afgelopen jaren ligt in de sub-500cc modellen zoals de Speed 400 en Scrambler 400 X. Deze machines, ontwikkeld in samenwerking met Bajaj Auto voor de Indiase markt, bewijzen dat toegankelijkheid en premium kwaliteit hand in hand kunnen gaan.

Ook de Tiger-reeks krijgt voor 2026 updates, waarbij de Tiger Sport 800 met zijn 798 cc driecilindermotor en 115 pk een betrouwbare reisgenoot blijft. Het onderhoudsinterval van 16.000 kilometer of 12 maanden onderstreept de praktische bruikbaarheid.

Wereldwijde expansie met digitale ondersteuning

Met meer dan 950 dealers in 68 landen en substantiële groei in India, China en Brazilië, toont Triumph dat zijn strategie internationaal draagvlak heeft. Naar verluid wordt er gewerkt aan het ‘Reserve My Triumph’ systeem, waarmee klanten mogelijk online modellen kunnen configureren en reserveren. Het lijkt erop dat dit systeem vanaf het voorjaar van 2026 zou kunnen worden uitgerold in Europa en andere belangrijke markten.

Dit zou een logische stap zijn in een tijd waarin de motorindustrie steeds meer digitalisering omarmt, van configuratie tot verkoop en onderhoud. Of deze digitale vooruitgang daadwerkelijk realiteit wordt, blijft vooralsnog afwachten.

De timing van deze productoffensief is zorgvuldig gekozen: lanceringen begonnen in oktober 2025 en lopen door tot ver in 2026. Veel modellen zijn al beschikbaar voor bestelling, terwijl updates en nieuwe kleurstellingen voor diverse 2026-modellen vanaf juli 2025 bij dealers verschijnen.

Motorrijders gewaarschuwd: digitale tol op A24 levert al duizenden boetes op

0

Ongeveer twintig procent van de weggebruikers die de Blankenburgverbinding (A24) naar de Rotterdamse haven gebruiken, betaalt de tol niet op tijd. Dit meldt de NOS. Er zijn geen slagbomen; de betaling gaat volledig digitaal en moet online vooraf of binnen 72 uur na de rit geregeld zijn.

De e-tolweg opende begin december vorig jaar. Motoren en personenauto’s betalen 1,51 euro per rit, vrachtwagens 9,13 euro. Tot september 2025 zijn er in totaal 9 miljoen ritten geregistreerd, waarvan 1,9 miljoen nog niet betaald zijn.

Boeteregen door mobiele flitspalen: al 500.000 weggebruikers op de bon geslingerd

Wie te laat betaalt, krijgt voorlopig een gratis herinnering. Volgens RDW-directeur Tolheffing Jan Strijk is het systeem even wennen, maar zorgt het ervoor dat het verkeer niet hoeft te stoppen bij poortjes. Toch begrijpt niet iedereen dat de herinnering betekent dat er alsnog betaald moet worden. Blijft betaling uit, dan volgt er een boete van 35 euro. Sinds de opening hebben ongeveer 200.000 weggebruikers zo’n boete ontvangen, goed voor meer dan 7 miljoen euro aan inkomsten.

Vanaf 7 december, een jaar na de opening, verdwijnt de gratis herinnering. Zo valt hier te lezen. Wie niet binnen 72 uur betaalt, krijgt dan een betaalherinnering van 9 euro. Daarna blijft de boete van 35 euro gelden bij verdere nalatigheid.

Strijk zegt dat er voldoende waarschuwingsborden rond de tunnel staan. “Het systeem zorgt ervoor dat het verkeer door blijft stromen, ook al let niet iedereen op de borden,” zegt hij. De RDW plaatst in december extra matrixborden en stuurt brieven naar mensen die vaker een herinnering of boete hebben ontvangen.

Weggebruikers kunnen ook kiezen voor automatische betaling, waarvoor gratis registratie mogelijk is. Inmiddels heeft ongeveer twee derde van de A24-gebruikers deze optie ingesteld.

2026 Kawasaki Z1100 test in de Belgische Ardennen

0

Het moet niet altijd een zonovergoten zuidelijke vakantiebestemming zijn, moeten ze bij Kawasaki hebben gedacht. Voor de herfstige persintroductie van de 2026 Kawasaki Z1100 werd een select gezelschap motorjournalisten immers uitgenodigd naar… Dinant!

Reportage BMW Motorrad M Racing Experience: WSBK-coureur voor 1 dag

0
BMW Motorrad M Racing Experience

BMW Motorrad heeft een zeer exclusief circuitevenement georganiseerd waarvoor wereldwijd slechts twintig rijders zijn uitgenodigd. Laat één van die uitnodigingen nu net op onze redactie zijn beland. Op het programma staan niet alleen de drie M-modellen, maar ook de Alpha Racing M 1000 RR in Superstock- én Superbike-uitvoering, de World Endurance Superbike uit het FIM EWC-kampioenschap en de enige echte superbike van het officiële BMW ROKiT fabrieksteam dat uitkomt in het WorldSBK. En toen brak er een gevecht uit op de redactie…

Het zal je gisteren vast niet ontgaan zijn, Toprak is Wereldkampioen Superbike geworden. Zonder slag of stoot ging dat niet en dat kun je ook zeggen van de test die wij eerder hadden met de motor van de wereldkampioen Superbike. Vanwege het BMW-feest van gisteren plaatsen wij deze test nog een keertje online, gewoon omdat het kan. En omdat het zo verschrikkelijk gaaf was om te rijden met zo’n kanon op wielen.

Op zondagochtend vertrek ik in alle vroegte met het selecte gezelschap richting het Cremona-circuit, waar de Italiaanse ronde van het WorldSBK wordt gereden en waar we te gast zijn bij het ROKiT BMW-team. Met een uitgebreide rondleiding door de pitbox en veel tekst en uitleg over de motoren krijgen we de nodige toegangspasjes zodat we op de grid kunnen voor de start van de superpole race en zo bij Toprak Razgatlıoğlu en Michael van der Mark kunnen kijken. Na de spectaculaire races volgt een meet & greet met het team, gevolgd door een presentatie van de motoren die morgen voor ons klaarstaan en dan is het terug richting hotel voor een grotendeels slapeloze nacht. Lichtjes nerveus om op deze motoren te mogen rijden, maar vooral gespannen omdat de weersvoorspellingen weinig goeds beloven. Elke dag is de kans op regen en onweer toegenomen, en omgekeerd evenredig is mijn humeur gedaald. Als ik ’s ochtends naar buiten kijk, is er wel wat bewolking, maar ook een zonnetje. Alles ligt voorlopig kurkdroog en de verwachting is regen na de middag.

100 Jaar TT: Henk van Kessel wereldkampioen zonder zege in Assen

Opwarmen op de M 1000 RR

Om 09:00 uur vertrek ik voor de eerste circuitsessie en dat doe ik meteen op de M 1000 RR die voor deze gelegenheid op Pirelli-slicks staat. In de derde ronde komt Toprak voorbij – die samen met Van der Mark de hele dag met ons meerijdt – en kletst met zijn linkerhand op zijn billen, als teken om hem te volgen. Hij rijdt twee rondjes voor me om de rijlijnen en instuurpunten duidelijk te maken, wat al snel aan een behoorlijk tempo gaat. Toprak heeft echter nog wat marge, want na die twee rondjes zwaait hij vrolijk en verdwijnt bloedsnel uit mijn beeld op dit relatief kleine circuit. De opwarmsessie zit erop. Nu kan het echte werk beginnen!

Rijden op Topraks échte WSBK-motor

Vier racemotoren staan klaar. Een speciale briefing over elk van de superbikes volgt; welke knopjes je wel moet indrukken en vooral welke niet, het raceschakelpatroon, gebruik van de duimrem… De motor waarop ik mag starten, is Topraks #1 WSBK-superbike. Verdorie, ik had gehoopt een beetje in stappen omhoog te gaan door eerst de Alpha Superstock te rijden, dan de Alpha Superbike, de EWC-machine en dan pas de WSBK-motor. Zo kon ik nog wat extra baankennis vergaren. In Topraks pitbox staat zijn team wat nerveus te kijken en ik krijg nog wat extra uitleg. Het wordt me uitvoerig duidelijk gemaakt dat buiten Toprak en vaste testrijder Markus Reiterberger nog niemand anders op deze 2025 WSBK Superbike heeft mogen rijden. Ze verzoeken me dan ook uitdrukkelijk om het rustig aan te doen. De BMW wordt tot leven gebracht, warmgedraaid en intussen sta ik te zweten met mijn helm op. Reiterberger gaat eerst de nieuwe slicks een rondje inscrubben voor me en zodra hij de pitlane in komt, mag ik de motor van hem overnemen en eraan beginnen. Toprak komt me nog even een schouderklopje geven en roept: ‘You’re a lucky guy, enjoy! If you’re under 1.30 we will sign you immediately.’

Extreme motorrem

Wat als eerste opvalt, is de lage zitpositie die Toprak heeft. Je zit als het ware in de motor en de kniehoek is behoorlijk pittig. Met mijn 1m82 heb ik ongeveer dezelfde lengte, dus verder zit alles prima binnen handbereik. De lichte nervositeit ben ik op het einde van de pitstraat al kwijt. De eerste bochten voelt de motor als op rails. Hij stuurt ongelooflijk stabiel en heeft een zeer directe, maar goed doseerbare gasrespons. Dan volgt de eerste acceleratiezone, waarbij de viercilinder van onderuit soepel en zeer lineair oppakt. Schakelen naar de derde en bijna tegen de begrenzer bij het 150-meterbord vol in de ankers en weer terug naar de tweede; de vertraging is gigantisch. Niet alleen door de remmen, maar zeker ook door de motorrem. Ik heb nog nooit een machine gereden met zoveel motorrem. In de 180 graden linkerbocht ligt mijn elleboog al tegen het asfalt. Dat gaat lekker zo! Onder hellingshoek ga ik al vroeg op het gas en hoor en voel de tractiecontrole snel ingrijpen. Het team heeft die preventief behoorlijk opgeschroefd, dat maakt het rijden alleen nog maar makkelijker. In een volgende bocht kies ik hetzelfde instuurpunt als eerder met de M 1000 RR, maar stuur daarmee duidelijk te krap in. Deze superbike stuurt zoveel directer, korter en met meer gevoel. Dan kan voor het eerst het gas echt open en knal ik het rechte stuk op. Bij een goede tweehonderd meter voor de bocht ga ik vol in de rem. Alsof je een anker uitgooit, waarbij de voorkant amper lijkt te duiken of in te veren.

Onverwacht makkelijk te rijden

Dit is veruit de beste motorfiets die ik ooit heb gereden. Niet alleen het vermogen – strikt geheim, maar vermoedelijk +250 pk – is indrukwekkend, maar vooral de souplesse van het middengebied. Dat in combinatie met het formidabele rijwielgedeelte maakt deze motor zo makkelijk en superstrak te rijden, wat ik allerminst verwacht had. Schakelen met de quickshifter verloopt supersnel en strak, en alleen tegen een muur rijden zorgt voor een snellere en abruptere vertraging dan de remmen op deze BMW. Om nog maar te zwijgen van het geluid. Fenomenaal luid en rauw, ploffen en knallen, je zou er bijna bang van worden. Drie rondjes lang voel ik me de Toprak van de Lage Landen. Ik stuur de pitlane in en overhandig de motor tot zichtbare opluchting weer aan de crew. Er is geen tijd voor een snelle debriefing, want een pitbox verder staat de EWC-motor al voor me klaar.

Alpha Racing is gespecialiseerd in het bouwen van BMW-racemotoren en ze hebben speciaal voor dit evenement deze superbike gebouwd, met een prijskaartje van maar liefst 149.000 euro. Hij wordt gebruikt in diverse nationale kampioenschappen, Moto America, BSB, Isle of Man, Macau GP… Het is de bruutste en luidste motor van het gezelschap en dé verrassing van vandaag. Onverwacht is het de sterkst aanvoelende superbike. Zelfs krachtiger dan Topraks BMW, die ze wellicht uit voorzorg wat hebben geknepen. De Alpha Racing loopt zo hard en stuurt zo direct en met zoveel gevoel, dat dit eigenlijk is wat ik van de WSBK-motor had verwacht. De luide klappen en ploffen uit de uitlaat zijn van MotoGP-niveau. Het is zeker geen motor om een trackday mee te doen, want je wordt de paddock al uitgezwierd als je nog maar staat warm te draaien. De beste componenten zitten op deze superbike, zoals een met de hand gemaakte en ongelakte aluminium tank – want lak is extra gewicht – vol carbon kuipwerk, een eigen subframe en handgemaakte achterbrug zoals ook op Topraks BMW…

Icoon Max Biaggi: de Romeinse keizer die nooit koning werd

Alles uit de kast

Na twaalf rondjes op vier verschillende superbikes te mogen rijden, blijkt tot mijn verrassing dat de WSBK-motor het makkelijkst te rijden is, gevolgd door de Alpha Racing Superbike, de EWC Superbike en dan de Alpha Racing Superstock. Het spreekt voor zich dat alleen coureurs van het kaliber Toprak en Michael in staat zijn om het uiterste uit deze motoren te halen. BMW heeft op haar beurt alles uit de kast gehaald om ons WSBK-coureur voor één dag te laten voelen. De brede lach zal nog wel een tijdje blijven. En dat was BMW’s enige doel van vandaag.

Tekst: Ron Huijs
Foto’s: BMW Motorrad


Meer hardcore op de EWC

De zitpositie op de EWC-machine is een stuk hoger en de motor voelt veel meer hardcore aan dan de WSBK-BMW. Ook hier pakt het blok fantastisch en mooi lineair op, waarbij ik geen merkbaar verschil met de M 1000 RR heb gevoeld. Superstrak sturen, kneiterhard remmen, een heerlijke sound en tegen mijn verwachting in een makkelijk te rijden motor die duidelijk stijver en stugger is dan de WSBK-motor. De rondjes vliegen bijna letterlijk snel voorbij en eenmaal terug in de pitlane kan ik meteen vertrekken met de Alpha Racing Superbike.


Lullig fietsje

Ook nu zijn de drie rondjes voorbij voordat ik het goed en wel besef en rest me enkel nog de Alpha Racing Superstock-motor. Met een prijskaartje van 45.900 euro enigszins beter bereikbaar en allesbehalve een lullig fietsje, want deze superstock wordt frequent in het Italiaanse, Spaanse en Duitse IDM-kampioenschap gebruikt. De motor vraagt wat meer overtuiging qua sturen en voelt nerveuzer. Hij reageert ook directer op een verandering van je lichaamspositie, wat met afstelling van het rijwielgedeelte kan worden verbeterd.

De nieuwe dienstmotor van de politie? BMW R 1300 RT-p in landelijke testfase

0
BMW R 1300 RT-p

De politie is gestart met het testen van de nieuwe BMW R 1300 RT-p, een motor die speciaal is ontwikkeld voor inzet bij incidenten en surveillances. In een landelijke proefperiode van ongeveer twee maanden worden twaalf motoren verspreid over Nederland gebruikt om ervaring op te doen met dit nieuwe model.

Ontwikkeling van de R 1300 RT-p

De motor is door HSC in Nieuw-Vennep aangepast op basis van de fabrieksversie van de R 1300 RT, zodat deze voldoet aan de Nederlandse eisen en Europese aanbestedingsregels. Deze ontwikkeling volgt op de aanbesteding uit 2024, die door BMW Group Nederland werd gewonnen. Daarmee wordt de langdurige samenwerking tussen BMW Nederland, de BMW Motorrad-dealerorganisatie, HSC en de politie voortgezet.

Neppe politiemotor uit het verkeer gehaald in Eindhoven

De R 1300 RT-p is uitgerust met een 1.300 cc boxermotor van 107 kW (145 pk) bij 7.750 toeren per minuut en een koppel van 149 Nm bij 6.000 toeren per minuut. Het ontwerp biedt uitgebreide bescherming tegen wind en weersinvloeden en beschikt over verstelbare kuipdelen. Dit zorgt voor comfort en goed zicht, zowel in druk stadsverkeer als op hogere snelheden. Dankzij deze eigenschappen is de motor goed geschikt voor de dagelijkse politietaken, waarbij veiligheid en comfort centraal staan.

BMW R 1300 RT-p.

Samenwerking en testfase

De gezamenlijke inzet van BMW Motorrad, HSC Nieuw-Vennep en de Nederlandse dealers is cruciaal voor een betrouwbare uitvoering van de politiewerkzaamheden. Gedurende de testperiode staan deze partijen klaar om ondersteuning te bieden en de prestaties van de motor in uiteenlopende omstandigheden te evalueren.

Volgens Tom Crooijmans, hoofd van BMW Motorrad Nederland, levert de testfase belangrijke inzichten op voor de uiteindelijke Nederlandse uitvoering van het model. De resultaten worden gebruikt om eventuele verbeteringen door te voeren voordat de definitieve versie wordt vastgesteld. Dit proces past binnen de Europese aanbestedingsregels en draagt bij aan de ontwikkeling van moderne, betrouwbare motorfietsen voor politiewerk.

Ducati pakt zijn eenentwintigste constructeurstitel in WorldSBK

0

Tijdens het seizoensslot op het circuit van Jerez heeft Ducati opnieuw zijn stempel gedrukt op het Superbike World Championship. De Panigale V4 R zorgde voor de vierde opeenvolgende titel, waarmee het merk zijn dominantie nog eens keihard onderstreept.

Het is een mijlpaal in een reeks die Ducati’s status als absolute heerser in de WorldSBK-geschiedenis bevestigt. Sinds het eerste kampioenschap in 1988 heeft Ducati al 449 overwinningen gepakt en meer dan de helft van alle kampioenschappen binnengesleept. 21 van de 38 constructeurstitels staan nu stevig in de prijzenkast in Borgo Panigale.

WorldSBK Spanje 2025: Razgatlıoğlu wereldkampioen na bewogen slotdag

De erfenis begon in 1991 met de Ducati 888, goed voor drie aansluitende kampioenschappen. Daarna zette de legendarische 916 de toon met nog eens drie opeenvolgende titels. Wat volgde was een periode van onverslaanbare macht: van 1998 tot 2004 domineerden de 916, 996, 998 en 999 de grids. Daarop bouwden de 999, 1098 en 1198 voort met zeges in 2006, 2008, 2009 en 2011. Een onverwoestbare lijn van succes — en de Panigale V4 R tilt die nalatenschap vandaag naar een nieuw niveau.

Sinds zijn debuut in 2019 heeft de V4 R 108 overwinningen op zijn naam geschreven, waarmee hij direct achter de mythische 916 en zijn opvolgers staat. Die triomfen komen niet uit de lucht vallen: toppers als Álvaro Bautista, Scott Redding, Chaz Davies, Michael Ruben Rinaldi, Nicolò Bulega, Danilo Petrucci, Nicholas Spinelli en Andrea Iannone droegen daar allemaal aan bij.

In 2025 leverden vier coureurs een bijdrage aan de nieuwe titel. De ster van het seizoen was Nicolò Bulega – tweede in het kampioenschap – met veertien klinkende zeges, waaronder drie triple wins in Australië, Cremona en Jerez. Sam Lowes, Álvaro Bautista en Danilo Petrucci zorgden voor de rest van de punten, waarmee Ducati opnieuw ongenaakbaar bleek.

Alsof dat nog niet genoeg was, won het Aruba.it Racing – Ducati-team in Estoril ook zijn vierde opeenvolgende teamtitel. Ducati blijft dus simpelweg de maatstaf – compromisloos, meedogenloos, legendarisch.

WorldSSP & WorldSSP300 Spanje 2025: einde van een Nederlandse succesklasse

0
De start van de laatste World Supersport 300-race. Jeffrey Buis (6) en Loris Veneman (71) gaven de afgelopen jaren vanuit Nederlands oogpunt kleur aan deze klasse.

Beñat Fernandez gaat de boeken in als de laatste racewinnaar én wereldkampioen in de Supersport 300-klasse. Een raceklasse die Nederland veel succes en talloze zeges heeft opgeleverd. Jeffrey Buis is de succesvolste coureur ooit in deze klasse, met twee wereldtitels en zeventien overwinningen. Maar de Nederlanders zullen de World Supersport 300 ook altijd herinneren als de klasse waarin Victor Steeman het leven liet.

WorldSBK Spanje 2025: Razgatlıoğlu wereldkampioen na bewogen slotdag

In Jerez werden de laatste twee races in de World Supersport 300 verreden. Vanaf volgend jaar gaat de klasse over in de nieuwe World Sportbike-categorie, met krachtigere en wendbaardere motoren. De World Supersport 300 maakte in 2017 zijn debuut en was vanaf het eerste moment succesvol voor Nederland. De allereerste WK-race in deze categorie werd gewonnen door Scott Deroue in Aragón, een overwinning die hij een race later in Assen herhaalde. Op het TT Circuit Assen werd het zelfs een 1-2 voor Nederland, want Glenn van Straalen eindigde met een wildcard als tweede. Die resultaten bleken geen toeval. Tot en met 2024 eindigde er ieder jaar een Nederlander in de top drie van het eindklassement. In de eerste jaren was Deroue de beste Nederlander. Hij werd tweemaal derde en eenmaal tweede in dienst van MTM Kawasaki. In het coronajaar 2020 werd Deroue opnieuw tweede – ditmaal geklopt door zijn 18-jarige teamgenoot Jeffrey Buis, die een jaar eerder zijn WK-debuut had gemaakt. Op de laatste racedag streden twee Nederlanders om de titel; ongekend. Buis eindigde een jaar later als derde, waarna hij de overstap maakte naar de World Supersport. Hij zou na één seizoen terugkeren. Zijn plek bij MTM Kawasaki werd ingenomen door Victor Steeman. Die kende een geweldig seizoen, maar het eindigde in een tragedie. Op de slotdag had Steeman nog een kleine kans op de wereldtitel, maar hij kwam in de eerste race van Portimão ten val en werd geraakt aan zijn hoofd door een andere rijder. Steeman overleed op 22-jarige leeftijd aan zijn verwondingen. Buis keerde in 2023 terug bij MTM Kawasaki en werd opnieuw wereldkampioen. De coureur uit Steenwijkerwold stapte daarna over naar KTM Freudenberg en eindigde het jaar daarop als vijfde. Daarmee was hij niet de beste Nederlander, want Loris Veneman werd vicewereldkampioen bij MTM Kawasaki. Tijdens het laatste seizoen in 2025 eindigde er voor het eerst géén Nederlander in de top drie van het kampioenschap. Buis begon nog als titelfavoriet met vier zeges in de eerste zes races, maar zakte vervolgens terug naar de vijfde plaats in de eindstand. Veneman stapte pas na de zomerstop in. Hij won nog wel een race, maar speelde logischerwijs geen rol meer in de strijd om de wereldtitel.

World Supersport-kampioen Stefano Manzi (62) won de eerste race in Jerez door Jeremy Alcoba (52) in de laatste bocht te verslaan.

WorldSSP300 in een notendop

De World Supersport 300-klasse kreeg door de jaren heen ook regelmatig kritiek. Het motortype zorgde ervoor dat er vrijwel altijd grote groepen dicht bij elkaar reden, wat leidde tot zeer agressieve duels tussen jonge – veelal onervaren – coureurs. Dit veroorzaakte regelmatig gevaarlijke situaties en zware crashes. Bovendien werd de uitslag van een race na afloop vaak nog gewijzigd, doordat rijders bijvoorbeeld de baanlimieten overschreden of te agressief inhaalden in de slotronde. Toch waren de races bijna altijd spannend van start tot finish. Verschillen van slechts enkele duizendsten op de finish waren eerder regel dan uitzondering. Alle karakteristieken van de klasse kwamen samen in de slotronde van Jerez.

Voorafgaand aan de laatste race stonden de top drie in het wereldkampioenschap slechts drie punten uit elkaar. Het werd Beñat Fernandez die, met een fabelachtige uitremactie in de laatste bocht waarbij hij meerdere rijders passeerde, zowel de racezege als de wereldtitel pakte. Het werd ook de eerste rijderstitel voor het Chinese merk Kove. Fernandez begon als favoriet, maar scoorde in de eerste race in Jerez slechts één punt, nadat hij in de slotronde door Veneman buiten de baan werd geduwd. Ook Veneman belandde in de grindbak en kreeg later een tijdstraf, waardoor hij geen punten scoorde. Naast de spanning waren er ook weer volop incidenten. De eerste race moest worden stilgelegd nadat een rijder na een crash op de baan bleef liggen en werd aangereden door een andere coureur. Wonder boven wonder liep dit relatief goed af. Ook de uitslag van de tweede race werd meerdere keren aangepast. Buis kwam als vierde over de streep en Veneman als zevende. Door verschillende penalties werd Veneman gepromoveerd naar de derde plaats en mocht hij mee naar het podium. Later werd hij echter weer teruggezet naar de vijfde plek, nadat een aantal straffen toch minder zwaar uitvielen. Buis bleef vierde, nadat hij in de eerste race zesde was geworden.

Jeffrey Buis werd wereldkampioen in 2020 en 2023, en is daarmee een van de meest succesvolle rijders ooit in deze klasse.

Buis meest succesvolle 300-coureur

Met zijn twee wereldtitels en zeventien zeges is Jeffrey Buis veruit de succesvolste coureur ooit in de World Supersport 300. Dankzij overwinningen van Deroue, Buis, Steeman, Veneman en Koen Meuffels klonk van 2017 tot en met 2025 maar liefst 34 keer het Wilhelmus na een World Supersport 300-race. Opvallend is dat al deze Nederlandse overwinningen zijn behaald bij slechts twee teams: het Belgische MTM Kawasaki en het Duitse KTM Freudenberg. Hopelijk wordt deze oranje trend voortgezet in de nieuwe World Sportbike-klasse.

In de World Supersport was de wereldtitel voorafgaand aan de slotronde al beslist. Stefano Manzi reed daarom zijn laatste races voor Pata Yamaha Ten Kate Racing met een gouden nummer 62, voordat hij de overstap maakt naar de World Superbike. De Italiaan won de eerste race op het Circuito de Jerez Ángel Nieto door in de laatste bocht Jeremy Alcoba te kloppen – zijn elfde overwinning van het seizoen. In de tweede race was Jaume Masia de sterkste, waarbij Manzi op de finish werd verslagen door Tom Booth-Amos voor de tweede plaats. Het was hét World Supersport-jaar van Manzi en van het Nederlandse Ten Kate Racing. Ook het seizoen waarin drie Nederlanders – Bo Bendsneyder, Glenn van Straalen en Loris Veneman – begonnen aan hun campagne in de World Supersport, maar geen van hen het seizoen in deze klasse afmaakte.

Foto’s: WorldSBK

Eindstand Wereldkampioenschappen

Eindstand World Supersport

Plaats Coureur Land Team Punten
1 Stefano Manzi I Yamaha 466
2 Can Öncü TR Yamaha 372
3 Jaume Masia E Ducati 265
4 Tom Booth-Amos GB Triumph 262
5 Valentin Debise FR Ducati 200

Eindstand World Supersport 300

Plaats Coureur Land Team Punten
1 Beñat Fernandez E Kove 231
2 Carter Thompson AU Kawasaki 213
3 David Salvador E Kawasaki 203
4 Matteo Vannucci I Yamaha 191
5 Jeffrey Buis NL KTM 168
De 17-jarige Beñat Fernandez is de laatste wereldkampioen in de Supersport 300.

WorldSBK Spanje 2025: Razgatlıoğlu wereldkampioen na bewogen slotdag

0
Toprak Razgatlıoğlu kroonde zich voor de derde keer tot wereldkampioen Superbike.

De WorldSBK-seizoensfinale in Jerez stond in het teken van de wereldtitel én het afscheid van drie iconen. Toprak Razgatlıoğlu kroonde zich – ondanks een aanrijding door Nicolò Bulega in de Superpole Race – tot wereldkampioen. Jonathan Rea sloot zijn carrière geblesseerd af, terwijl Michael van der Mark aan de slag gaat in een andere rol bij BMW.

Ronald ten Kate over Jonathan Rea’s periode bij Ten Kate Racing: ‘Zijn grens lag veel verder dan wat de motor aankon’

Met 39 punten voorsprong op zijn enige overgebleven concurrent Nicolò Bulega leek het een formaliteit voor Toprak Razgatlıoğlu om tijdens de seizoensfinale in Jerez de wereldtitel veilig te stellen. Zoals het in de (motor)sport wel vaker gaat, liep het toch anders. In de eerste race waren beide kampioenskandidaten – zoals zo vaak dit jaar – veel sterker dan de rest van het veld. Bulega won voor Razgatlıoğlu. De duels tussen het duo waren het hele jaar door fair, maar in de Superpole Race kreeg dat een verrassende wending. In de openingsronde dook Bulega binnendoor bij Razgatlıoğlu, op een plek waar nauwelijks tot geen ruimte was. De Italiaan raakte de Turk, die vervolgens ten val kwam. Bulega kreeg als straf slechts een long-lap penalty en won alsnog overtuigend, terwijl zijn concurrent puntloos bleef. Het verschil was daarmee geslonken tot 22 punten voor de laatste race, waarin Razgatlıoğlu ook nog eens vanaf de vierde startrij moest vertrekken. De BMW-coureur baande zich uiterst voorzichtig een weg naar voren en wist als derde te finishen. Bulega won voor de derde keer dat weekend. Het was niet genoeg voor de rijderstitel, maar wel om de constructeurstitel voor Ducati veilig te stellen. Razgatlıoğlu pakte zijn tweede Superbike-wereldtitel op rij, en zijn derde in totaal. Daarmee nam hij op een schitterende manier afscheid voor zijn vertrek naar Pramac Yamaha in de MotoGP. Zesvoudig wereldkampioen Jonathan Rea kreeg niet het afscheid dat hij verdiende. De Noord-Ier kwam vroeg in Race 1 én in de Superpole Race ten val. Rea blesseerde bij de laatste crash zijn knie en werd niet fit genoeg bevonden om aan de laatste race deel te nemen.

Michael bedankt!

Van der Mark sloot zijn laatste raceweekend als permanent World Superbike-rijder af met een tiende, negende en dertiende plaats. Vanuit Nederlands oogpunt gaf hij elf jaar kleur aan deze klasse. Altijd zorgde Michael voor spektakel op de baan met zijn aanvallende en spectaculaire rijstijl. Hij won zes WorldSBK-races, stond 42 keer op het podium en eindigde maar liefst zeven keer in de top zes van het eindklassement. Het seizoen 2025 was – uitgezonderd zijn blessurejaren – zijn minst succesvolle jaar in het World Superbike-kampioenschap. Van der Mark blikt terug: ‘De start van het seizoen was raar, met lastminutewijzigingen in het reglement. Vooral voor mij persoonlijk was het lastig; ik had het eerlijk gezegd best moeilijk met de motor. Op een gegeven moment werd het ook mentaal zwaar en kon ik gewoon geen vooruitgang boeken. Tijdens de 8 uur van Suzuka vond ik mijn vertrouwen terug, kreeg ik de snelheid weer te pakken en voelde ik mij beter op de motor.’ In de tweede seizoenshelft scoorde Van der Mark dan ook beduidend beter dan in de eerste. Tijdens het slotweekend in Jerez kondigde technisch directeur van BMW, Christian Gonschor, aan dat Van der Mark actief blijft binnen de BMW-familie. Hij gaat aan de slag als test- en reserverijder voor het WorldSBK-team. ‘Mikey heeft veel ervaring, is snel en kent onze motor door en door. Niemand kan betere input leveren voor onze nieuwe rijders Danilo Petrucci en Miguel Oliveira dan hij.’ Daarnaast is de kans groot dat Michael wordt toegevoegd aan het BMW Motorrad World Endurance Team, dat afgelopen seizoen net naast de wereldtitel greep. Of hij met BMW ook zijn droom kan waarmaken om te racen in MotoAmerica, is op het moment van schrijven nog niet bekend.

Foto’s: WorldSBK, ANP, teams

Michael van der Mark kan terugkijken op een indrukwekkende carrière als vaste rijder in de World Superbike.

Uitslagen WorldSBK Spanje 2025

Circuit: Circuit de Jerez – Ángel Nieto
Lengte: 4,423 km
Superpole: Nicolò Bulega (I), Ducati, 1’36.629
Snelste raceronde: Nicolò Bulega (I), Ducati, 1’37.659 (Superpole Race)
RACE 1 – 20 ronden = 88,460 km
1. Nicolò Bulega (I), Ducati, 33.19,744;
2. Toprak Razgatlıoğlu (TR), BMW, +3,766;
3. Alvaro Bautista (E), Ducati, +9,569;
4. Andrea Iannone (I), Ducati, +11,221;
5. Xavi Vierge (E), Honda, +12,272;
6. Alex Lowes (GB), Bimota, +12,755;
7. Andrea Locatelli (I), Yamaha, +17,145;
8. Remy Gardner (AU), Yamaha, +19,350;
9. Tarran Mackenzie (GB), Ducati, +19,737;
10. Michael van der Mark (NL), BMW, +23,343;
11. Axel Bassani (I), Bimota, +23,906;
12. Iker Lecuona (E), Honda, +24,285,
13: Yari Montella (I), Ducati, +25,663;
14. Garrett Gerloff (US), Kawasaki, +28,283;
15: Ryan Vickers (GB), Ducati, +28,682.
SUPERPOLE RACE – 10 ronden = 44,230 km
1. Bulega, 16.32,529;
2. Bautista, +4,055;
3. Iannone, +5,236;
4. Vierge, +6,484;
5. A. Lowes, +6,900;
6. Locatelli, +8,637;
7. Mackenzie, +9,309;
8. Lecuona, +11,469;
9. Van der Mark, +11,983.
RACE 2 – 20 ronden = 88,460 km
1. Bulega, 33.20,508;
2. Bautista, +1,793;
3. Razgatlıoğlu, +6,339;
4. Locatelli, +8,833;
5. Vierge, +8,931;
6. A. Lowes, +9,326;
7. Iannone, +11,435;
8. Mackenzie, +15,947;
9. Lecuona, +17,473;
10. Bassani, +17,835;
11. Gardner, +18,598;
12. Vickers, +21,313;
13. Van der Mark, +22,223;
14. Montella, +22,589;
15. Bahattin Sofuoglu (TR), Yamaha, +29.592.

Eindstand WorldSBK (na 36 races)

Plaats Coureur Punten
1Toprak Razgatlıoğlu, TR, BMW616
2Nicolò Bulega, I, Ducati603
3Alvaro Bautista, E, Ducati337
4Andrea Locatelli, I, Yamaha310
5Danilo Petrucci, I, Ducati284
6Alex Lowes, GB, Bimota218
7Xavi Vierge, E, Honda185
8Sam Lowes, GB, Ducati184
9Andrea Iannone, I, Ducati166
10Axel Bassani, I, Bimota140
11Remy Gardner, AU, Yamaha126
12Michael van der Mark, NL, BMW111
13Iker Lecuona, E, Honda103
14Dominique Aegerter, CH, Yamaha100
15Garrett Gerloff, US, Kawasaki88
16Jonathan Rea, GB, Yamaha83
17Scott Redding, GB, Ducati76
Toprak Razgatlıoğlu.

Historie: de 2-takt jaren van Suzuki

0

De historie van Suzuki begint met Michio Suzuki, de zoon van een Japanse katoenboer. In 1887 werd hij geboren in Hamamatsu, destijds een klein kuststadje op zo’n 200 km afstand van Tokyo. Michio werd timmerman en was nogal ondernemend. In 1909 bouwde hij een weefgetouw met pedaalaandrijving waardoor het weven stukken sneller verliep.

De weefgetouwen van Michio Suzuki trokken veel aandacht. Er was zoveel vraag naar dat er een Suzuki-weefgetouwenfabriek werd opgericht. Michio Suzuki bleef innoveren, nieuwe weefgetouwen volgden elkaar snel op en dankzij de komst van de Suzuki-weefgetouwen voor zijde groeide de onderneming razendsnel. Zo snel, dat Suzuki in 1920 naar de beurs ging. Voor dat doel werd in maart van dat jaar Suzuki Jidosha Kogyo opgericht, beter bekend als de Suzuki Loom Manufacturing Company. Het huidige Suzuki zelf ziet dit als het prille begin van de onderneming als motorfabrikant, hoewel het nog ruim dertig jaar zou duren voordat de eerste motor in productie zou gaan. Suzuki ontwikkelde zich steeds sneller. In 1922 was het bedrijf een van de grootste weefgetouwfabrikanten van Japan. Vanaf 1926 werden de weefgetouwen geëxporteerd naar Zuidoost-Azië en India. De weefgetouwen waren van hoge kwaliteit. Dat had voor Suzuki een groot nadeel: ze werden nauwelijks vervangen en ze hadden weinig onderhoud en nauwelijks vervangingsonderdelen nodig. Toen de markt verzadigd raakte, nam de vraag naar hun weefgetouwen snel af. Een onderzoek moest uitwijzen welke producten Suzuki nog meer kon produceren.

De beginjaren

In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog importeerde Japan jaarlijks zo’n 20.000 auto’s. Dat waren vooral goedkope, kleine auto’s die voornamelijk gebruikt werden voor woon-werkverkeer. Het aantal was onvoldoende om aan de vraag te kunnen voldoen. Suzuki zag een kans op succes en besloot zelf een auto te ontwikkelen. Destijds had Japan nog weinig technische knowhow wat auto’s betrof. Suzuki kocht daarom een Engelse Austin Seven en bestudeerde die grondig, waarna het model als voorbeeld werd gebruikt voor een eerste auto-prototype. Meerdere prototypes zouden volgen, alle aangedreven door een vloeistofgekoeld 750cc-viercilinder. De Tweede Wereldoorlog maakte een voorlopig eind aan deze experimenten.

Historie MV Agusta: 80 Jaar snelheid, stijl en strijd

Tijdens de oorlog maakte Suzuki voor het keizerlijke Japanse leger onder meer machinegeweren, brisantgranaten en vizieren voor vliegtuigen. In 1945 kwam de Tweede Wereldoorlog tot een einde en volgde er een periode van wederopbouw in Japan. Suzuki hervatte de productie van weefgetouwen, maar een lange reeks stakingen die tot het begin van de jaren ‘50 voortduurden én economische instabiliteit veroorzaakten bijna het einde van Suzuki. De situatie werd wanhopig, totdat – volgens de overlevering – Shunzo Suzuki, de zoon van Michio Suzuki, op een herfstachtige dag ging vissen en op de terugweg last had van een flinke tegenwind. Puur voor de lol besloot Shunzo een motortje te ontwerpen dat hij op zijn fiets kon monteren. Vader Michio zag een gat in de markt. Hiermee begon de motorhistorie van Suzuki voorzichtig vorm te krijgen.


De Nieuw-Zeelander Hugh Anderson met zijn Suzuki-fabrieksracer op weg naar zijn tweede 50cc wereldtitel in 1964. Plaats van handeling is de Ultra-Light-weight TT op het eiland Man in 1964.

1950 – 1960: Het eerste racesucces

In november 1951 ontwierp Suzuki een clip-on motor die aan elke willekeurige fiets bevestigd kon worden. Dat was overigens bepaald geen noviteit. Honda maakte al sinds 1946 zo’n blokje en bezat op het moment dat Suzuki instapte al zo’n 70% van deze markt waar zo’n honderd Japanse bedrijfjes actief op waren. Slechts weinigen fabriceerden hun eigen motorblokken. Het eerste Suzuki-prototype kreeg de naam ‘Atoom’ mee en had een cilinderinhoud van 30 cc. Het Atoom-blokje is nooit in massa geproduceerd, maar was technisch bijzonder innovatief.

Het eerste model van Suzuki dat in massa werd geproduceerd, was de 36cc-2-takt Power Free die eind 1951 debuteerde. Het tweetaktmotorblokje werd net boven de pedalen gemonteerd. Naar keuze kon je het blokje ook gebruiken voor trapondersteuning en je kon het volledig van de aandrijving loskoppelen. Dit hele systeem was zo ingenieus dat de Japanse overheid besloot om Suzuki een subsidie toe te kennen die verder onderzoek naar innovatieve motortechniek mogelijk maakte. Kort na de introductie wijzigde de regelgeving in Japan. Je had geen rijbewijs meer nodig om op een 2-takt tot 60 cc of een 4-takt tot 90 cc te mogen rijden. Suzuki besloot direct om de inhoud van de Power Free te vergroten.

In 1953 kwam de 60cc-Diamond Free op de markt. Het was voorzien van twee versnellingen en was ook leverbaar met verschillende speciale frames en er was zelfs een variëteit aan versterkte en afgeveerde voorvorken leverbaar. Met de Diamond Free boekte Suzuki met rijder Yasmashita haar eerste racesucces door de Fuji-heuvelklim, een vulkaan met een hoogte van 3.776 meter, te winnen. De Fuji wordt als heilig beschouwd en speelt een grote rol in de Japanse cultuur. Voor Suzuki had deze eerste raceoverwinning veel betekenis. De 27 km lange, niet gemakkelijke heuvelklim voerde over een slechte, deels verharde weg en overbrugde een hoogteverschil van ongeveer 1.450 meter met een maximaal stijgingspercentage van 15%. Een jaar later herhaalde Yasmashita deze prestatie, dit keer op een 90cc-viertakt van SJK (Suzuki Jidosha Kogyo).

Zowel de Power Free als de Diamond Free waren erg populair. De verkopen verbeterden zich continu, met name toen de Mini Free werd aangekondigd. Dit was een 50cc-bromfiets die alleen als complete machine verkocht werd. Vanaf dat moment verkocht Suzuki geen losse clip-on blokken meer. De Mini Free had nog steeds een conventioneel fietsframe waarin het motorblokje voor de trapas gemonteerd werd. Met een V-snaar werd het achterwiel aangedreven. In 1959 eindigde de productie van gemotoriseerde fietsen. De Mini Free werd opgevolgd door de meer reguliere ‘Suzumoped’-bromfiets.

De Colleda-jaren

SJK wilde het gemotoriseerde tweewielerprogramma uitbreiden en ontwikkelde een nieuw model dat in 1954 zijn intrede deed: de Colleda CO. Het was een echte motorfiets, aangedreven door een 90cc-eencilinder viertakt zijklepper. Het motorvermogen van 3 pk, 1 meer dan de Mini Free, was genoeg voor een topsnelheid van 75 km/u. Met een liter brandstof kwam je 70 km ver! Net zoals bij de Mini Free had je in Japan geen rijbewijs nodig voor een 90cc-viertakt, vandaar de keus voor deze configuratie.

Een Suzuki-embleem was niet zichtbaar op de Colleda. Op de knierubbers van de tank stond ‘Colleda’ en er waren ‘Colleda 90’-badges gemonteerd. Alle vroege motoren van Suzuki hadden nog de merknaam Colleda, die begin jaren ‘60 werd vervangen door de Suzuki-merknaam. Colleda is een verbastering van de Japanse uitdrukking ‘kore da’, wat ‘dit is het’ of ‘dit is hem’ betekent. De uitdrukking wordt door Japanners gebruikt als ze bijvoorbeeld iets speciaals vinden waar ze naar op zoek waren.

De Colleda was erg robuust gebouwd, waardoor hij ook als vrachtmotor werd ingezet. Hij werd direct goed verkocht, net zoals de Mini Free. De hoge verkoopaantallen leidden tot een productie van maar liefst 6.000 motorfietsen per maand! Het zal je duidelijk zijn dat de weefgetouwen op dat moment een ondergeschikte rol speelden. Voor Suzuki Jidosha Kogyo was dat reden om in juni 1954 hun naam te wijzigen in ‘Suzuki Motor Co. Ltd.’.

In 1955 wijzigde de Japanse regelgeving opnieuw. Voortaan was een rijbewijs ook verplicht voor 60cc- en 90cc-viertakten waardoor de verkopen van de Colleda terugvielen. Suzuki reageerde door een tweetal 125cc-SJK CO Colleda-modellen te introduceren. Ook kwamen er twee nieuwe tweetakten, de 102cc-DH1 Porter Free en de 123cc-ST. Laatstgenoemde werd een verkoopsucces door de bouwkwaliteit en het zuinige, stille motorblok. In zes jaar tijd werden er maar liefst 100.000 verkocht. De verkoopaantallen van de viertakten liepen aanvankelijk gestaag op, maar vielen terug toen bleek dat ze minder betrouwbaar waren dan de tweetakten. Om die reden stopte Suzuki met de viertakten en verlegde de focus naar de tweetakten. Bij Honda was dit compleet anders.

De legendarische Belg Joel Robert schonk Suzuki haar eerste wereldtitel in de motorcross. Dat gebeurde in de 250cc klasse in 1970.

De ’S’ verschijnt

Het succes van Yamashita op de Fuji leidde in 1955 tot de komst van de eerste Suzuki-fabrieksracer: de Colleda SV. De racer was gebaseerd op de 125cc-eencilinder Colleda ST tweetakt en maakte op 5 en 6 november 1955 zijn debuut op het 19,2 km lange circuit bij de Asama-vulkaan. Het circuit startte in Karuizawa en liep deels over onverharde wegen rond de vulkaan. De Asama-race van 1955 wordt gezien als het begin van het wegracen in Japan. Yamashita was de beste Suzuki-rijder, hij eindigde achter vier Yamaha’s op de vijfde plaats.

In 1959 nam Suzuki opnieuw deel aan deze race, die inmiddels was uitgegroeid tot Japans belangrijkste motorrace. Het circuit volgde niet langer openbare wegen, maar had een afgesloten traject. Het werd daarmee het eerste vaste circuit van Japan. Suzuki nam deel met de Colleda RA en RB. Dit waren 125cc-eencilinder tweetaktracers die afgezien van de primaire overbrenging niet veel van elkaar verschilden en nauwelijks meer onderdeden aan de toonaangevende Yamaha 125cc-racers. Suzuki was ook niet over één nacht ijs gegaan. Drie maanden hadden ze hun intrek genomen in een hotel bij de vulkaan en bouwden er een tijdelijke werkplaats. In die periode werd iedere dag getest om de 10 pk bij 9.000 tpm RA en RB sneller en betrouwbaarder te maken. Tijdens hun verblijf kregen ze te maken met een tyfoon en werd de vulkaan plotseling actief. Op 22 en 23 augustus werden de races op het 131 km lange Asama-circuit gehouden. Het resultaat was teleurstellend. Van de vijf Suzuki’s reed alleen Michio Ichino de race uit. Hij zette wel de snelste rondetijd neer, een schrale troost. Wel waren de Suzuki’s op dat moment ongeveer net zo snel als de Honda 125cc-viertakt fabrieksracers waarmee Honda eerder dat jaar deelgenomen had aan de TT op het eiland Man.

Historie Bimota & Kawasaki: verenigde krachten

Suzuki maakte in 1956 een grote stap voorwaarts met de voor die tijd modern gelijnde 250cc-Colleda TT-modellen. De Colleda TT kan je zien als de stamvader van alle latere 250cc-tweetakt twins zoals de T20, de T250 en de GT250. De motor was voorzien van een volledig verend frame met een swingarm aan de achterzijde en een schommelarm voorvork à la BMW uit die tijd aan de voorzijde. Het 247,3 cc metende motorblok leverde 16 pk bij 6.000 tpm en had een topsnelheid van 130 km/u. Innovatief was de toepassing van een tubeless achterband. De 125cc- en 250cc-Colleda-modellen zouden in de loop der jaren in diverse versies gebouwd worden.

In 1958 kwam de SM-1-bromfiets op de markt en een nieuwe 250cc-eencilinder. Dat jaar werd ook de karakteristieke ‘S’ van Suzuki geïntroduceerd, maar het was nog steeds Colleda wat prominent op de motorfiets stond. Pas vanaf 1963 verscheen de ‘S’ prominent op de motorfietsen en werd de naam Colleda langzaam maar zeker uitgefaseerd.

Bijzonder was de sportieve 125cc Colleda SB Seltwin uit 1959, de eerste Japanse motorfiets met een elektrische starter. Hij kon een topsnelheid halen van 110 km/u. De Colleda 250TA uit 1960 was de eerste Japanse productiemotor met een integraal remsysteem. Door een schakelaar aan het rempedaal werd zowel de achterrem als de voorrem geactiveerd.

1960-1980: Wereldkampioen!

In 1960 nam Suzuki voor het eerst deel aan de TT op het eiland Man, na grote inspanningen om hun 125cc-tweecilinder tweetaktracer competitief te krijgen. Het werd een desillusie. Honda’s 125cc-GP-racer leverde op dat moment 23 pk en de tweetakt MZ 21 pk; de 13 pk van de Suzuki fabrieksracer stak daar toch wel erg schril bij af…

In 1961 verliep het voor Suzuki nog slechter op het eiland Man, ondanks volledig nieuwe 125cc- en 250cc-racers. Ze waren niet zo betrouwbaar en daarnaast te traag. Het Oost-Duitse MZ bouwde in die tijd toonaangevende tweetaktracers en Suzuki bekeek de razendsnelle MZ-racers met argusogen. Nadat Suzuki meehielp om MZ-coureur Ernst Degner en zijn gezin naar West-Duitsland te laten vluchten, kwam er schot in de zaak. Degner was ook betrokken bij de ontwikkeling van de MZ-racers en met Degner verhuisden alle racegeheimen van MZ mee naar Suzuki. Het gevolg was dat Suzuki in 1962 met Degner wereldkampioen 50cc werd. Dat jaar won Degner met zijn Suzuki RM62 ook de 50cc TT op het eiland Man, een lang gekoesterde wens van Suzuki. In 1963 won Hugh Anderson het 50cc- en het 125cc-wereldkampioenschap met Suzuki. Een jaar later werd Anderson opnieuw wereldkampioen 50cc en in 1965 schreef hij zowel de 50cc- als de 125cc-wereldtitel voor Suzuki op zijn naam. In 1966, 1967 en 1968 was het Hans-Georg Anscheidt die 50cc-wereldkampioen werd.

Ook onze Nederlandse racelegende Boet van Dulmen was jarenlang actief met Suzuki.

Succes in Amerika

In 1964 verscheen de 250cc T10, die een jaar later werd opgevolgd door de T20. Suzuki’s doel was de snelste 250cc-productiemotorfiets ter wereld op de markt te zetten. De T20 motor was bijzonder modern voor zijn tijd. Het motorblok had duidelijk profijt gehad van Suzuki’s GP-racers en leverde een vermogen van maar liefst 30 pk. Dubbele trommelremmen aan de voorkant waren standaard, net zoals een toerenteller, een separaat oliesmeersysteem zodat mengsmering tanken of zelf mengen niet meer nodig was – door Suzuki ‘Cylinder Crank Injection’ (CCI) genoemd – en als klap op de vuurpijl was er ook een zesversnellingsbak aan boord. De 160 km/u snelle T20 werd een waar verkoopsucces. Eind jaren ‘60 werd de T20 vervangen door de T250, die weer wat later werd vervangen door de GT250. In de jaren ‘60 en ‘70 bouwde het merk uit Hamamatsu ook diverse 50cc- en 90cc-tweetakten in diverse uitvoeringen, bijzonder waren de 125cc-tweetakt twins. Ook in de decennia die volgden bleef Suzuki meerdere lichte twee- en viertaktmodellen op de markt brengen.

In Amerika was de T20 ook razend populair. Er ontstond vraag naar zwaardere modellen en veel fabrieken gaven hier gehoor aan, want Amerika was destijds de grootste motormarkt ter wereld. Suzuki reageerde in 1968 met de T500, een parallelle tweetakt twin die een vermogen leverde van 47 pk en een top had van 181 km/u. Ook deze machine werd een verkoopsucces en werd een decennium lang in diverse uitvoeringen geproduceerd. Hij had ook een kleiner broertje, de T350 die al snel opgevolgd werd door de GT380. Ook in ons land waren de T500, de GT500 en de GT550 populair.

In 1970 won Suzuki voor het eerst een wereldkampioenschap in de motorcross toen de legendarische Belg Joel Robert de 250cc op zijn naam schreef. Hij zou dit kunststukje in 1971 en 1972 herhalen waarna Georges Jobé de 250cc-titel in 1980 en 1983 met Suzuki op zijn naam schreef. In 1971 won Roger De Coster Suzuki’s eerste 500cc-motorcrosstitel met de RN71. In 1972, 1973, 1975 en 1976 herhaalde hij dit kunststukje. Tussen 1975 en 1984 won Suzuki onafgebroken het 125cc-wereldkampioenschap. Meer fraaie terreinresultaten zouden nog volgen.

Ook in de wegrace zouden gouden tijden aanbreken toen de RG500 Square Four watergekoelde viercilinder het stokje overnam van de TR500 parallelle twinracer. In 1976 won Barry Sheene Suzuki’s eerste 500cc-wereldtitel, een jaar later werd hij opnieuw wereldkampioen met deze machine. De racer was ongekend populair bij privé-coureurs. In 1976 bijvoorbeeld bestond de top-6 uit RG500’s. In 1981 werd Marco Lucchinelli wereldkampioen met Suzuki’s Square Four, in 1982 gevolgd door Franco Uncini. In 1975 verscheen de eerste RM125-motorcrosser, die gebaseerd was op de RA75-fabrieksmachine. Al snel volgden de RM250 en de RM370. De RM-crossserie was de opvolger van de TM-crossers. Ze bleven lange tijd in productie, met name voor de Amerikaanse markt.

Toen in de jaren ‘70 de ‘superbikes’ populair werden, reageerde Suzuki met een watergekoelde driecilinder GT750 tweetakt. Het was heel ruw gezegd een T500 met een extra cilinder in het midden en omdat juist die erg heet kon worden, was er voor waterkoeling gekozen. De GT750 was een ontwerp van Etsuo Yokouchi. Bijzonder was het 3-in-4-uitlaatsysteem met ECTS (Exhaust Coupler Tube System), dat de uitlaten aan beide zijden koppelde in een poging om het koppel bij lagere toerentallen te verhogen. De GT750 was bedoeld als een hoge snelheid toermachine, vandaar ook ‘GT’. Vermogen bij lagere toerentallen was dus ook belangrijk. De eerste uitvoering van de GT750 leverde een vermogen van 67 pk bij 6.700 tpm en had een vijfversnellingsbak. De topsnelheid was 210 km/u. Door de dalende populariteit van de zware tweetakten viel eind jaren ‘70 het doek voor de zware Suzuki-tweetakten, modellen zoals de GT50, de GT80, de GT250 en de opvallende GT200X5 hielden het nog iets langer vol.

In 1987 nam Suzuki weer deel aan een aantal races in het 500cc wereldkampioenschap wegrace met de nieuwe RGV500 V-4 tweetaktracer. Met deze machine won Kevin Schwantz zijn eerste GP, op Suzuka in 1988. Een jaar later kwam de RGV250 2-takt op de markt. De RGV is uitge-groeid tot een icoon, net zoals de 500cc square four RG500 Gamma race replica voor op de straat uit 1985. Schwantz schitterende met een standaard exemplaar, zonder straataccessoires zoals verlichting, tijdens de TT Formule 1 race op Assen in 1986 in een poging indruk te maken op Suzuki’s GP race afdeling. Het werkte, hij eindigde tweede achter Joey Dunlop op een Honda V4 fabrieksracer.] In 1993 zou Schwantz wereldkampioen 500cc worden op de RGV 500. In 2000 won Kenny Roberts jr. Suzuki’s laatste titel in het 500cc wegrace met de RGV500.

Foto’s: Archives A. Herl, Suzuki

Clubdag KJMV 2025 – zondag 16 november
Een verhaal over de geschiedenis van Suzuki past natuurlijk altijd in MOTO73, maar er is in dit geval nog een meer dan hele goede reden. De Clubdag van de Klassieke Japanse Motorfietsen Vereniging (KJMV) belooft dit jaar op zondag 16 november een bijzondere gelegenheid te worden. Deze dag staat namelijk in het teken van Suzuki, waarmee NIMAG haar 60-jarige jubileum als importeur van Suzukimotoren viert. In samenwerking met NIMAG wordt deze speciale dag georganiseerd bij het Louwman Museum, gelegen aan de Steurweg 8, 4941 VR Raamsdonksveer. Let op, dus niet op de automatische piloot naar De Rijp rijden. Bezoekers kunnen genieten van een indrukwekkende collectie van zo’n 75 tentoongestelde Suzuki-motoren. Bovendien krijg je vrije toegang tot de rest van het museum, waardoor er meer dan genoeg te zien is voor elke motorliefhebber.

De KJMV bestaat al bijna 38 jaar. Vanaf het eerste begin was de vereniging een schakel tussen rijders en verzamelaars, met bijeenkomsten, toerritten, lezingen, beursstands en een clubblad. Nog altijd bloeit de vereniging, die meer dan 300 leden telt. Voorzitter Peter van der Zon legt het graag uit: ‘Klassieke Japanse motoren van 25 jaar en ouder vormen de hoofdmoot van het bestand. Exemplaren van vóór 1970 worden steeds zeldzamer en die geven we daarom extra aandacht.’

Voor meer informatie kun je terecht op www.kjmv.nl.