In het jaar 2000 kwamen er berichten uit Italië door dat er weer een historisch motorsportevenement gehouden zou worden op het oude stratencircuit van het Noord-Italiaanse Voghera. Een stad gelegen in de Noord-Italiaanse provincie Lombardije.
Persoonlijk vind ik het Circuito di Voghera één van de prachtigste circuits ter wereld, want ruw gezegd cirkelt het rond de ‘Caserma di Cavalleria Vittorio Emanuele II’. Dat is een prachtig, deels vervallen militair kazernecomplex van de cavalerie uit de negentiende eeuw, toen Italië nog een koninkrijk was en motorfietsen nog geen concurrenten van paarden waren. Het ‘deelse verval’ van het complex maakt het eigenlijk nog veel mooier. Want het lijkt op en voelt aan als een Romeinse ruïne die nog redelijk intact gebleven is, waardoor je het gevoel krijgt 2000 jaar terug te gaan in de tijd. Het maakt de races tot een schitterend tafereel, er is geen mooiere achtergrond denkbaar. Er doen ook echt zeldzame, werkelijk prachtige oude motoren aan mee. Met duivels geweld draaien die hun rondjes, ze worden totaal niet gespaard.

De helm die Ivar kreeg van Maria Grazia Bandirola.
De historische races worden tegenwoordig nog maar heel sporadisch gehouden. Dit in tegenstelling tot vroegere tijden waarin de naam Voghera meerdere keren per jaar trots op de motorsportkalender prijkte. Als de races gehouden worden, bezoeken steevast de oude, lokale racehelden uit vroegere tijden de races. En laten we eerlijk zijn, dat maakt het tot een groot feest! Er zijn veel lokale racehelden in Voghera, want binnen een straal van 60 km lagen maar liefst negen circuits die fanatiek gebruikt werden. Voghera druipt van de motorsport, want ook de Maserati-broers, oprichters van de Maserati-autofabrieken, zagen ook in Voghera het levenslicht.
Eén van Voghera’s lokale racehelden is Luciano Gazzola. Hij was fabrieksrijder bij Guazzoni, Aermacchi-HD, Linto, Benelli en Moto Guzzi. Hij is een heel goede vriend van ons en onze zoon is naar hem vernoemd. Luciano is klein van stuk, ideaal voor de lichte raceklassen en heeft veel meegemaakt in zijn motorleven. Testrijden, zes dagen in de week minimaal 1200 km per dag met de Guzzi V7 Special-prototypes. Endurance-races met de V7 Sport- en de Le Mans-prototypes, meervoudig Italiaans nationaal kampioen met racers van Guazzoni die hij mee hielp te ontwikkelen. En uiteindelijk een zware crash die hem jarenlang invalide maakte. Gazzola heeft het allemaal gedaan en met zijn messcherpe geheugen kan hij er boeiend over vertellen. Niemand is beter geschikt om de motorgeschiedenis bij een kind met de paplepel in te gieten. Daarom is Luciano ook de peetvader van onze zoon geworden.
Icoon Luca Cadalora: de complete racer met de mooiste rijstijl
Nooit verbroken band
Luciano is geboren en opgegroeid in Voghera. Toen hij zes jaar was, ging hij voor het eerst eens kijken bij de motorraces in zijn geboorteplaats. Daar kwam ook de grote Carlo Bandirola aan de start. Een fors uit de kluiten gewassen fabrieksrijder van MV Agusta, die tot diep in de jaren ‘50 ondanks zijn vrij hoge leeftijd met grote regelmaat de jonge garde klop gaf. Iedereen uit Voghera vereerde hem. Bandirola reed met de ‘Stella Rossa’, de rode ster, op zijn helm. Want hij was communist en een echte man van het volk. De arrogantie van de macht en het geld verafschuwde hij. Iedereen kon een beroep op hem doen voor hulp, vooral bij ziekte en tegenslag. Bandirola was een volksheld, hij had lak aan teamorders, hij racete niet met motoren om te winnen, maar gewoon om lekker te rommelen en te rijden. Berekenend was hij niet, zijn rijstijl was altijd bijzonder agressief maar nooit gevaarlijk voor zijn concurrenten op de circuits. Motoren sparen deed hij niet, nooit, met geen enkel merk. Niemand heeft meer motorblokken in zijn carrière aan gort gereden dan Carlo Bandirola. Bovenal was hij heel bescheiden. Best wel bijzonder, want als je eind jaren ‘50 in de trofeeënkamer van MV Agusta binnenstapte, kon je meer dan achthonderd bekers van Bandirola bewonderen. Domenico Agusta, de grote autocratische leider van MV Agusta, had slechts een foto van één rijder op zijn bureau in Gallarate staan, die van Carlo Bandirola. Als het met zijn buren, familie en vrienden goed ging, dan ging het goed met Carlo. Zijn gezin was zijn alles.
Als zesjarig jongetje stond Luciano Gazzola met open mond te kijken naar de machtige, bulderende, vuurrode MV Agusta-viercilinders. Ze hadden dezelfde kleur als het brandweerwagentje waar hij altijd mee speelde, het favoriete stukje speelgoed van de jonge Luciano. Plotseling werd Luciano behendig opgepakt door een coureur die met zijn MV-fabrieksmotor de provisorische pits binnen kwam rollen na wat oefenrondjes gedraaid te hebben rond het oude kazernecomplex. Het was Carlo Bandirola, fier, met de rode ster helder op de witte helm. Met een flinke zwaai zette Bandirola de jonge Luciano voor zich op de brandstoftank en klemde hem vast tussen zijn armen. Direct daarna ging de rechterhand naar het gas, de MV sloeg bijna af want stationair lopen deden deze racers nauwelijks. Bandirola draaide het gas rustig open en gaf de MV rustig de sporen. De jonge Luciano voelde de wind door zijn haar, zijn ogen werden vochtig van de rijwind, onder hem hoorde hij een machtig gebrul en iedereen, iedereen juichte de jonge Luciano en de grote Bandirola hartstochtelijk toe.
Luciano had voor het eerst in zijn leven het gevoel hoe het is om motorcoureur te zijn. Dat liet hem niet meer los. Hij wilde geen brandweerman meer worden, maar motorcoureur. Een mooie motorcarrière was het gevolg. Bandirola zou uitgroeien tot zijn grote mentor, de band tussen die twee zou sinds het ritje op de vuurrode MV-tank in Voghera niet meer verbroken worden.
Helm als symbool
Luciano vertelde ons tijdens een bezoek aan de Moto Guzzi-fabriek in Mandello del Lario dat er in september 2000 weer een historisch race-evenement gehouden werd in Voghera. Dit keer stond de historische motordag in het teken van Carlo Bandirola. Voor de gelegenheid werden een aantal heel bijzondere, vroege viercilinder MV Agusta-racers uit de spelonken van sommige verzamelaars getrokken. Alsof we nog meer aanmoediging nodig hadden om te gaan…
Opgetogen reden mijn verloofde en ik in één keer vanuit Midden-Nederland naar Voghera, voor de gelegenheid met een Moto Guzzi California III Anniversario die direct even in Italië opgepimpt zou worden door degenen die dat ruim 25 jaar daarvoor exact zo deden met de 1000cc-endurance-fabrieksracers van toen. De terugreis verliep inderdaad stukken sneller.
Vrij snel nadat we in het bijna 2500 jaar oude Voghera arriveerden stelde Luciano ons voor aan Maria Grazia, de dochter van Carlo. Zij was uitgenodigd door de organisatie en bezocht het evenement met Jeannie Anderson, de dochter van de legendarische oud-coureur en tweevoudig wereldkampioen 350cc Fergus Anderson. Die avond gingen we allen samen uit eten. Beide dochters vertelden honderduit over hun vaders. Nu eens niet vanuit het oogpunt van de motorfiets, of de techniek, maar vanuit kinderogen. Soms mochten ze mee naar het buitenland met hun vader, dat was altijd een groot avontuur. De liefde voor hun vaders en dan vooral gekoppeld aan de reële zorg en angst die gepaard gingen met het motorracen destijds, was het hoofdonderwerp van de gesprekken. Maria Grazia vertelde me dat ze als kleine meid ontzettend bang was dat er iets met hem zou gebeuren.
Cyclone 1000cc OHC 2-kleps boardtrack fabrieksracer uit 1914: de ultieme exoot
Dat vertelde ze haar vader ook en Carlo nam dat ontzettend serieus. Hij besprak de zorgen van zijn dochter en het effect dat dit op hem had met Gino Amisano uit Valenza, eigenaar van Amisano Gino Valenza oftewel helmenfabrikant AGV. Gino was goed bevriend met Carlo. Uit dit gesprek kwam een idee om een nieuw type helm te maken dat het hoofd van de rijder beter zou beschermen. In 1954 was deze helm klaar, het was de eerste glasvezelhelm uit de motorhistorie. Uit Maria Bandirola’s woorden sprak zorg en liefde voor haar vader, vermoedelijk dezelfde zorg en liefde die ze van haar vader heeft mogen ontvangen tijdens zijn leven dat 65 jaar duurde en in 1981 eindigde. Aan het eind van de avond opende ze haar tas. Het was een prachtige avond geweest. Ze vertelde me dat ze nog iets speciaals had meegenomen. Het was de oude helm van haar vader, met de Stella Rossa. Zijn oude AGV, de eerste glasvezelhelm. Haar vader had die aan haar nagelaten. Zodat ze niet zo verdrietig zou zijn als hij er niet meer was. De helm had hem jarenlang beschermd, zo schreef hij in zijn afscheidsbrief aan haar. Hij hoopte dat de helm hetzelfde zou doen of zou gaan betekenen voor zijn dochter, hoewel hij zich realiseerde dat zij de helm nooit zou dragen. Daarmee werd de helm ook een symbool, zo schreef Carlo. Om naar elkaar om te zien en het goede te doen voor iedereen. En vooral, als symbool van troost en liefde, dat de helm haar bescherming mocht bieden nu hij er niet meer was. Carlo Bandirola overleed in 1981.
Teken van dank
Zo’n twintig jaar later mocht Maria Grazia na afloop van de races in Voghera de prijzen uitreiken. Plechtig stond ze stil toen het Italiaanse volkslied gespeeld werd. Als teken van dank kreeg ze met veel ceremonieel een replica van haar vaders AGV uitgereikt, compleet met de Stella Rossa aan de voorkant. Toen ze het podium afliep, vroeg ze om een viltstift en ze signeerde de helm en voegde er een korte persoonlijke boodschap aan toe. Vervolgens gaf ze hem aan ons met een grote omhelzing en ze sprak de wens uit dat deze helm ons bescherming mocht bieden tijdens ons verdere leven en dat we naar elkaar om zullen zien en het goede doen voor iedereen. Net zoals haar vader dit aan Maria Grazia kenbaar maakte in zijn afscheidsbrief. Die helm staat nu op mijn bureau. Inmiddels ben ik met mijn verloofde van destijds getrouwd. Maria Grazia en Luciano worden herdacht in de doopnamen die we onze tweeling gaven, Maria voor mijn dochter en Luciano voor mijn zoon.
Wie was Carlo Bandirola
Carlo Bandirola werd op 24 september 1915 geboren in Voghera. Hij begon zijn motorsportcarrière in 1934, met zijn C.F.- en Gilera-terreinfietsen reed hij vooral enduro’s. Rond zijn twintigste ging hij als motoragent bij de ‘Milizia nazionale della strada’ werken, de voorganger van de huidige Italiaanse verkeerspolitie. Hij vond het heerlijk, hij kon als agent zo hard rijden als hij wilde zonder een bekeuring te krijgen. Het ging hem zo goed af dat hij besloot om naast enduro’s ook wegwedstrijden te gaan rijden in de omgeving van Voghera. Zijn successen zorgden voor zijn bijnaam: ‘De leeuw van Oltrepò’, naar de regio waarin Voghera ligt. In 1939 boekte hij zijn eerste overwinningen, dat jaar won hij vier wegraces. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht Carlo in Albanië en Griekenland. Na de oorlog pakte hij het racen weer op. Tijdens een race op het circuit van Verona maakte hij grote indruk op Giuseppe Gilera, de oprichter en eigenaar van Gilera. Giuseppe bood hem een contract aan als fabrieksrijder. Carlo zou tot en met 1950 bij de fabriek in Arcore onder contract blijven. Als Gilera-fabrieksrijder won hij veel nationale races, met name straatraces.
In 1949 reed hij zijn eerste Grand Prix die meetelde voor het wereldkampioenschap wegrace. Dat was tijdens de GP der Naties, oftewel de Italiaanse Grand Prix. Helaas viel Carlo vlak voor het einde van de race uit. In 1950 haalde Carlo zijn eerste WK-podiumplaats binnen toen hij als derde eindigde in de Grand Prix van Zwitserland. In 1950 eindigde Carlo als vijfde in de strijd om het 500cc-wereldkampioenschap, de 500cc TT van Assen dat jaar sloot hij als vierde af.
Het jaar daarna maakte hij de overstap naar MV Agusta. Carlo was niet meer de jongste, maar nog steeds heel succesvol in de stratenracerij. Bovendien was hij een erg ervaren testrijder die de racers van MV in die periode op een hoger plan bracht. De beste resultaten in de Grands Prix bereikte Carlo in 1953 toen hij tweede werd in de Spaanse GP. Een jaar later werd hij derde in de 500cc TT van Assen. In 1955 sloot hij de Spaanse GP opnieuw als tweede af. Hij was toen veertig jaar, maar eindigde toch nog als vijfde in het wereldkampioenschap 500cc. Soms ging hij van start in de 350cc. Zo won hij in 1953 de Duitse GP, die toen niet meetelde in de strijd om het wereldkampioenschap. In 1958 werd hij nog Italiaans kampioen 500cc. Daarna hing hij zijn AGV aan de wilgen voordat hij hem zijn dochter naliet na zijn overlijden aan leukemie op 21 september 1981.
Mocht je Voghera een keer bezoeken, ga dan wat drinken in de bar die Carlo Bandirola opende na zijn racecarrière. Bar Bandirola vind je aan de Via Garibaldi 125 in Voghera.
Foto’s: Archives A. Herl, Maria Grazia Bandirola









