donderdag 28 mei 2026

Stichting Ruud’s Rugzak geeft motoren én mensen een nieuwe kans

In een werkplaats waar de geur van olie en motoren centraal staat, geeft Stichting Ruud’s Rugzak motoren én mensen een nieuwe kans. De stichting richt zich op mensen die zijn vastgelopen in onderwijs of werk, en laat hen via techniek opnieuw perspectief opbouwen. Sleutelen is daarbij geen doel, maar een middel om structuur, zelfvertrouwen en vaardigheden te ontwikkelen. In plaats van theorie werken deelnemers aan echte motoren. We spreken drijvende kracht Ruud van Gorp over dit bijzondere landschap en waren erbij toen donateur Hennie zijn Montesa Cota schonk aan de stichting, nadat hij de oproep zag in het voorwoord van MOTO73 #5/26.

Wat Ruud’s Rugzak onderscheidt, is de directe koppeling tussen praktijk en persoonlijke ontwikkeling. In de werkplaatsen – verspreid over onder meer Goirle, Nijmegen, Breda en Sprang-Capelle – werken in totaal honderdvijftig assistenten dagelijks aan motoren, maar vooral aan zichzelf. Met persoonlijke begeleiding, duidelijke structuur en échte opdrachten ontstaat een omgeving waarin mensen weer stappen kunnen zetten richting werk, opleiding of simpelweg een stabieler dagelijks leven. Het draait niet om perfect gerestaureerde motoren, maar om kansen. Om mensen die weer in beweging komen, met techniek als middel.

Marathonmotor Kawasaki Versys 650: Na 120.000 km nog als nieuw

Hoe is Ruud’s Rugzak ontstaan en waar komt jouw passie voor motoren vandaan?

“Het begon eigenlijk vanuit frustratie én overtuiging. In het jongerenwerk zag ik veel jongeren met potentie, maar zonder richting. In de zorg kwam ik juist mensen tegen van wie vooral werd gezegd wat ze niet konden. Dat wringt. Hoe het niet kan, interesseert ons niet. Wij kijken vooral: hoe kan het wél? Ik dacht: wat gebeurt er als je het omdraait en start vanuit wat iemand wél kan? Die gedachte is samen met mijn passie voor motoren bij elkaar gekomen. Ik heb altijd veel motorgereden en vooral oudere motoren spreken me aan. Daar kun je nog echt aan sleutelen. Ooit tijdens het hardlopen kreeg ik het idee om dat te combineren: een werkplaats waar techniek het middel is om mensen verder te helpen. Dat plan lag er eigenlijk binnen een paar weken. Toen zijn we gewoon begonnen.”

Wanneer merkte je dat dit concept écht werkte?

“Dat voel je vrij snel. Jongeren die niet meer naar school gaan, komen hier ineens wél graag. Ze komen binnen met weerstand, wantrouwen of spanning en na verloop van tijd ontstaat er rust. Niet bij iedereen meteen natuurlijk. Het is bij ons niet omdat iets moet, maar omdat het ergens over gaat. Je werkt aan een echte motor, met echt gereedschap. Geen opdrachten voor een cijfer, maar iets tastbaars. Het verschil met onderwijs is groot. Wij beginnen samen aan tafel, verdelen het werk en gaan daarna aan de slag. Geen schoolbanken, maar praktijk. Als je samen boven een motorblok hangt dat niet loopt, ontstaat het gesprek vanzelf. Dat werkt voor onze groep veel beter. Maar je ziet ook mensen opbloeien. Dat ze gaan samenwerken, elkaar gaan helpen, zelf initiatief nemen. Dan weet je: hier zit iets in.”

Jullie zeggen: ‘Sleutelen is het middel, ontwikkeling is het doel.’ Hoe zie je dat terug in de praktijk?

“Dat betekent niet dat die motor aan het eind van de rit perfect loopt. Natuurlijk is dat mooi, maar daar stopt het niet. Het gaat om alles wat iemand onderweg leert. Op tijd komen, werkkleren aantrekken, een collega groeten, luisteren, doorzetten en samenwerken. Maar ook fouten durven maken en daar weer van kunnen leren. Een motor is daarbij heel eerlijk. Als je iets verkeerd monteert, merk je dat direct. Techniek liegt niet. En juist die helderheid helpt. Je kunt honderd keer tegen iemand zeggen dat hij zorgvuldiger moet werken, maar als een motor niet start omdat een stap is overgeslagen, dan is de les meteen tastbaar. Daar zit de kracht. En juist dat maakt het zo sterk. Mensen zien meteen resultaat van hun werk, en dat geeft vertrouwen.”

Wat voor mensen komen bij jullie binnen en wat verandert er bij hen?

“Dat is heel breed. Jongeren die al jaren thuiszitten, volwassenen die zijn vastgelopen, mensen met psychische problemen of een beperking. Er is niet één profiel. Wat ze gemeen hebben, is dat ze vaak al veel teleurstellingen hebben gehad. Wat als eerste verandert, is meestal het ritme. Op tijd komen, meedraaien, een dagstructuur hebben. Daarna zie je dat mensen weer contact maken, initiatief nemen. Kleine stappen, maar wel echte stappen. Veel van onze mensen hebben al heel vaak gehoord wat er niet goed ging. Op school, thuis, in de hulpverlening, noem maar op. Hier gaan ze iets doen, met hun handen en met gereedschap in de handen. Dan verschuift de aandacht van probleem naar mogelijkheid. En het mooie is: het resultaat is zichtbaar. Onderdelen worden schoongemaakt, iets wordt weer opgebouwd. Soms loopt het weer, soms nog niet, maar je ziet altijd voortgang. Dat geeft trots. En trots is ontzettend belangrijk als je lang het gevoel hebt gehad dat je overal achteraanliep.”

Waar zit volgens jou de sleutel tot die persoonlijke groei?

“In aandacht en eerlijkheid. Je moet met mensen in gesprek gaan, maar wel op een echte manier. Niet over iemand praten, maar met iemand. Luisteren, horen wat iemand wil, wat iemand belangrijk vindt, waar iemand op aangaat. Wij hoeven ook niet voor iemand te bedenken wat diegene wil. Dat weten deze mensen meestal zelf best. Alleen wordt daar vaak niet naar geluisterd. Ik vind ook dat onze assistenten een podium verdienen. Er zitten hier vaak bijzondere verhalen achter mensen, veel meer dan je op het eerste gezicht ziet. Als je daar ruimte voor maakt, komt er vaak ook beweging. Niet door te zeggen wat ze moeten doen.”

Waarom lukt het om zoveel mensen door te laten stromen naar werk of opleiding?

“Bij ons zit de echte waarde in de verbinding. Dat mensen zich gezien voelen en weer vertrouwen krijgen. Maar ook omdat we bij de basis beginnen. Niet meteen diploma’s, maar gedrag en vaardigheden. Als die basis staat, volgt de rest vaak vanzelf. Dan wordt de stap naar werk of opleiding ineens veel kleiner. Dat hoeft niet per se in de techniek te zijn. Als iemand goed terechtkomt in de horeca of logistiek, is dat net zo waardevol.”

Waarom werken jullie specifiek met motoren en wat gebeurt er in de praktijk op de werkvloer?

“Motoren zijn overzichtelijk en spreken tot de verbeelding. Zeker oudere motoren. Je kunt zien hoe iets werkt en het ook echt zelf doen. Dat maakt het ideaal als leerobject. In de praktijk zie je dat mensen elkaar gaan helpen. De één weet iets, de ander leert daarvan. Sommigen ontdekken dat techniek niet hun ding is, anderen groeien er juist in. Maar bijna altijd gebeurt er iets in de samenwerking. Dat blijft het mooiste.”

Is er een project dat je altijd is bijgebleven?

“Een beschilderde motor, jaren geleden. Er kwam een jongen bij ons binnen die iets met kunst wilde doen en een maatschappelijke stage moest lopen. Hij had autisme en we hebben toen een motor overgekocht van een vrijwilliger. Die jongen ging samen met de eigenaar van de motor en een kunstenaar aan de slag. Ze hebben die motor eerst dagenlang geschuurd, toen in de grondverf gezet, daarna in het atelier beschilderd en vervolgens weer opgebouwd. Toen het klaar was, kreeg ik een belletje. Ik kwam kijken en de verf was nog nat. Ik vond het zó bijzonder dat ik dacht: dit moet op de Motorbeurs staan. Ik kende daar niemand, maar ben gaan zoeken en heb het verhaal verteld. Uiteindelijk heeft die motor op de Motorbeurs gestaan. We kregen vrijkaarten en konden er met onze assistenten heen. En het mooiste? Die motor rijdt nog steeds rond. Dat zijn van die projecten die je niet meer vergeet.”

Wanneer is een traject bij jullie geslaagd?

“Als mensen ons niet meer nodig hebben. Dat is eigenlijk het mooiste resultaat. Dat iemand weer zelfstandig verder kan. Dat kan betaald werk zijn, een opleiding, een andere passende plek of gewoon een leven met minder ondersteuning. Niet iedereen hoeft monteur te worden. Helemaal niet. Als iemand in een andere sector goed op zijn plek is, dan is dat net zo waardevol. Uiteindelijk wil je dat iemand mee kan doen. Dat iemand zijn eigen geld verdient of in elk geval zo zelfstandig mogelijk kan leven. Dat hij op een terras kan zitten, een kop koffie kan drinken en gewoon onderdeel is van de samenleving. Dat klinkt eenvoudig, maar daar doen we het voor.”

Stichting Ruud’s Rugzak

Wat zeg je tegen mensen met een project in de schuur?

“Mijn boodschap is simpel: kom maar door. Veel van wat hier binnenkomt, komt van liefhebbers. Mensen die iets over hebben en denken: hier kan iemand anders iets mee. Vooral oudere motoren zijn ideaal, met zo min mogelijk elektronica, maar eigenlijk kunnen we met alles wel iets. Wat voor iemand anders stilstaat, kan hier juist een begin zijn. We zijn natuurlijk een stichting en dat betekent dat we geen enkel winstoogmerk hebben en dat alles wat we geschonken krijgen voor 100% aan het doel wordt besteed waar het voor wordt gegeven. De motoren blijven bij ons totdat ze ‘opgesleuteld’ zijn.”

De fanatieke donateur

Niet alleen de stichting zelf, ook de motorwereld speelt een belangrijke rol. Zo meldde MOTO73-lezer Hennie Sloot zich na het lezen over Ruud’s Rugzak. In zijn schuur stond al jaren een Montesa Cota, een oude trialmotor zonder echte bestemming.

Waarom besloot je die motor weg te geven?

“Toen ik de oproep en het artikel voorbij zag komen, voelde het meteen goed. Je kunt zo’n motor verkopen, maar dit is veel mooier. Hier leert iemand ervan en krijgt de motor een nieuwe kans. Dat is voor mij belangrijker dan wat hij oplevert. Als hij weer gaat rijden is dat prachtig, maar dat is niet het doel. Ik vind het mooi dat ik hier een bijdrage aan kan leveren en ik kom de Montesa Cota zeker nog eens opzoeken.”

Alsof dat nog niet genoeg was, wist Hennie via zijn netwerk nóg een motor aan te dragen. Bij een zwager stond namelijk ook nog een Kawasaki. De sleutels ontbraken, maar dat bleek voor Ruud’s Rugzak geen enkel probleem. Eerst wordt er toch gedemonteerd, gekeken en geleerd. Zo leverde één oplettende lezer in één ochtend twee motorfietsen af bij de stichting.

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen