Je hebt je certificaten, je hebt je drone. Nou komt het spannendste: de lucht in. Wat kun je met een drone en hoe gebruik je ’m als je op je motor zit?
Met de aanschaf van een drone ben je er meestal nog niet. De meeste drones zijn voorzien van een eenvoudige Remote Controller, zonder beeldscherm. Op zich geen punt, want als je niet te ver wegvliegt, zie je waar je drone is en kun je op zicht vliegen. Het wordt lastiger als je verder wegvliegt, of hoger, want dan is je drone al snel zo’n klein puntje dat je hem uit het oog verliest. Wil je daarnaast nog foto’s maken, dan heb je een beeldscherm nodig om te zien wat je doet en wat je op de foto krijgt. Op de RC van cameradrones kun je daarom doorgaans je telefoon of een tablet aansluiten. Via een app kun je dan zien wat je camera ziet. Via de herkenningspunten in het landschap vlieg je dan gemakkelijk terug. Eigenlijk is dat de enige manier, want als je drone 500 meter weg is, zie je niet meer welke kant hij uit beweegt. Op je scherm zie je waar de camera heen kijkt en waar je heenvliegt. Veel handiger.
Dronevliegen en motorrijden #1: kwestie van perspectief
Bediening
Veel functies kun je ook via de telefoon bedienen of instellen. Zo kun je mijn DJI-drone via een schuifje in het scherm automatisch tot een meter hoogte laten opstijgen en laten dalen. Je kunt de State of Charge (SOC – laadtoestand) van de batterijen zien, je kunt een kaart in beeld krijgen met waar de drone is, je kunt de fotoknop bedienen en ga zo maar door. Belangrijk is wel dat je telefoon compatibel is met de drone. Mijn vorige Samsung was dat niet, ik heb speciaal voor de drone een oude iPhone gekocht. Mijn huidige S22 is wel compatibel. Inmiddels heb ik een nieuwe drone, met de DJI RC2-controller. Die heeft een ingebouwd beeldscherm. Veel handiger en sneller, want er zit een communicatiestap minder in. Ik heb de nieuwe drone, een DJI Air 3S, ook veel sneller in de lucht. Bij de Mavic moest ik geregeld het kompas kalibreren met een soort pirouette in twee standen. Ik had altijd het idee dat toeschouwers dachten dat ik een soort van prettig gestoord was.
GPS
Mijn eerste ervaringen met een drone waren niet geweldig. De budgetdrone, die ik eerst had gekocht, luisterde niet, voelde zich erg aangetrokken tot boomtakken, wilde nooit stilhangen maar dreef af, ook als het niet waaide. Als er een windvlaag kwam, kon hij ineens vijf meter verderop hangen. En het beeld was absoluut nutteloos. Wat een verschil met de DJI Mavic 2 Pro die ik daarna kocht. Deze drone heeft een kompas en hij heeft GPS, waardoor hij weet waar hij is en waar hij zou moeten zijn. Hij hangt perfect stil en als hij door een windvlaag een paar decimeter uit de koers raakt, vliegt hij zelf terug naar het punt waar je hem neer hebt gehangen. Daarvoor gebruik ik hem het vaakst: ik hang hem neer op een punt met mooi uitzicht, waarna ik hem een foto laat maken als ik met de motor op de juiste plek door het beeld rijd. Vaak rijd ik drie tot vier keer op en neer voor ik de drone binnenhaal. En al die tijd blijft hij exact hangen waar ik hem had gepost. Wat een weelde! Om de drone tijdens het rijden te kunnen bedienen, heb ik met mijn 3D-printer een houder gemaakt waarmee ik de RC aan mijn stuur kan vastmaken. Zo kan ik zien wanneer ik door het beeld rijd en de foto maken, hetzij met de knop op het scherm, hetzij met de fysieke knop op de RC. Dat laatste gaat met handschoenen aan wat beter. Voor mijn nieuwe RC2-controller heb ik overigens gewoon een stuurbevestiging op thingiverse.com kunnen downloaden. Dan heb je natuurlijk nog wel een 3D-printer nodig…
Home Point
Een van de dingen die je al snel leert als je met een goede drone vliegt, is dat je je homepoint moet vastleggen. Daarvoor zijn twee keuzes: de plek waar hij is opgestegen of de plek waar de remotecontroller is. Doorgaans kies ik de plek waar ik hem laat opstijgen: ik rijd meestal een paar keer heen en weer en het is vaak toch al zoeken naar een mooi vlak stukje naast de weg, waar je hem veilig kunt laten landen. Toch heeft deze instelling ook nadelen: als je op een boot vaart moet je hem zeker niet gebruiken, want dan landt hij waar de boot twintig minuten geleden was. Drones werken niet als duikboot. Dan kun je hem beter laten landen waar de remotecontroller is, want dat zal op het dek van de boot zijn. Ik gebruik deze instelling ook weleens als ik door een landschap rijd over smalle weggetjes. Dan hoef ik niet te rijden. Terugvliegen hoef je trouwens niet zelf te doen: een druk op de ‘home’-knop en hij vliegt automatisch naar het ingestelde homepoint terug. Daarbij volgt hij een specifiek patroon: hij stijgt eerst op naar een vooraf ingestelde hoogte, dan vliegt hij terug en daalt dan weer. Dat is handig omdat hij dan over obstakels als bomen en huizen heenvliegt. De mijne staat op 30 meter ingesteld. De meeste huizen en bomen zijn niet zo hoog en de drone heeft toch ‘obstacle avoidance’.
Flightmodi
Op de afstandsbediening van de drone staat een knopje met drie standen: C, N en S. Oftewel, Cinematic, Normal en Sport. Normal is de meest gebruikte stand, daarin haalt de drone niet zijn topsnelheid, maar reageert hij wel direct op de sticks van de RC, verder is de obstakeldetectie volledig actief. In de Cinematic-modus vliegt de drone langzamer en reageert hij minder direct op de joysticks, hij remt ook langzamer af wanneer je de sticks loslaat. Dit zorgt voor stabielere, vloeiendere beelden wanneer je video’s maakt. De obstakeldetectie werkt minder strikt. In de Sportmodus is die helemaal uit en vliegt de drone op maximale snelheid, terwijl hij agressief op de sticks reageert. Ik heb eigenlijk altijd in de N-modus gevlogen, omdat ik tot nu toe geen video’s heb gemaakt. Voor printmagazines hoeft dat niet, maar websites worden steeds belangrijker. Misschien moet ik me dus verder bekwamen…
Intelligent Flight Modes
Mijn oude en nieuwe drone was en is ook voorzien van zogenaamde ‘Intelligent Flight Modes’. Dat zijn flightmodes waarmee de drone een vooraf ingestelde beweging kan maken of waarin hij een persoon of voertuig kan volgen. Daarvan zijn drie interessante: de Active Track, de Point of Interest en de Spotlight. Bij de Point of Interest kun je je motor aanwijzen en selecteren. Dan gaat de drone daarna een rondje rond je motor vliegen, waarbij hij hem in beeld houdt. Bij Spotlight selecteer je ook je motor, maar bepaal je zelf waar de drone heenvliegt. De drone blijft de camera op je motor richten, zodat deze in beeld blijft. Bij Active Track gebeurt hetzelfde, maar hoef je de drone zelf niet meer te sturen. Deze blijft je motor gewoon volgen, van achter, van opzij en zelfs schuin van voren als je dat wilt. Deze modi zijn vooral interessant als je video’s maakt. Ik heb Active Track uitgeprobeerd voor fotografie, maar elke keer als ik een foto maakte met de Mavic, ging de drone even stilstaan en was daarna de connectie met de motorfiets kwijt, waardoor hij niet meer volgde. Misschien had ik dat in de Cinematic-modus moeten proberen. Ik zal het met mijn nieuwe drone nog eens uitproberen.

Geofencing
Een goede eigenschap van de betere drones is ‘Geofencing’. Via de GPS weet de drone dat je in een no-flyzone bent en stijgt niet op. Ik heb ook weleens gezien hoe dat tijdens een vlucht werkt: ik volgde mijn zoon met de drone over een dijk, die ergens de no-flyzone van vliegveld Volkel in liep. Mijn drone bleef keurig hangen op het randje van de no-flyzone. Wel gaaf! Je kunt die geofencing in sommige gevallen overigens omzeilen, maar dat is niet aan te raden. Het mag niet en het kan voor overlast zorgen tot verboden. Bovendien zenden moderne drones een signaal uit met de GPS-gegevens, het serienummer en je operator-ID, dus de verkeerstoren ziet meteen wie er in overtreding is.
Buitenland
Natuurlijk neem je je drone ook mee op je vakantietrips. Dat mag, want je dronebewijs is een Europees certificaat. Toch zijn er zaken om op te letten, want regels verschillen toch. In Frankrijk moet je je drone en je operator-ID bijvoorbeeld aanmelden bij alphatango.aviation-civile.gouv.fr en mag je helemaal niet over bebouwing vliegen. In Denemarken hoef je je niet te registreren, in Portugal moet je voor elke vlucht toestemming vragen bij de luchtvaartautoriteiten. Zo heeft elk land in ons verenigd Europa zijn eigen regels. Kwestie van googelen en je komt erachter. Of je kijkt op www.fdr1.be/dronekaarten-voor-europa.
Goede raad
In het begin is het een steile leercurve, maar als je routine krijgt, heb je je drone in een mum van tijd in de lucht en kun je prachtige beelden maken van jou en je motor, en van nog veel meer natuurlijk. Een goede raad: investeer in een kwaliteitsdrone. Die vliegen stabieler, zijn minder windgevoelig en ze luisteren beter naar je RC. Wil je je drone meerdere keren per dag gebruiken, dan moet je haast een oplaadmogelijkheid voor je batterijen en je RC op je motor maken. Het kan, want ze gebruiken tegenwoordig USB-C 3.0, maar het laden vraagt wel veel vermogen. Veel USB-aansluitingen op motorfietsen leveren daarvoor niet genoeg stroom. Een betere oplossing is een fly-more-combo, want dan krijg je meerdere batterijen en een oplaadhub. Die batterijen heb je zo leeg, want vliegen is verslavend!
Foto’s: Peter Aansorgh









