woensdag 10 juni 2026
Home Blog

Indian Motorcycle zet Harley-Davidson neer als ‘woke en gay’ in omstreden pr-campagne

0
Indian vs Harley-Davidson AI beeld ter illustratie
Indian vs Harley-Davidson AI beeld ter illustratie

Indian Motorcycle ligt onder vuur na onthullingen over een vermeende gecoördineerde influencercampagne die Harley-Davidson afschildert als politiek incorrect, terwijl Indian zichzelf positioneert als het ‘echte’ Amerikaanse merk. De campagne zou zijn opgezet door pr-bureau Noise Media, waarbij mogelijk betrokkenheid wordt gelegd bij Brad Parscale, voormalig campagneleider voor Donald Trumps 2020-verkiezingscampagne, hoewel Noise Media verwijzingen naar zijn rol heeft verwijderd.

Cultuuroorlog als marketingstrategie

De campagne, die via rechtse influencers op sociale media werd verspreid, beschuldigt Harley-Davidson van het omarmen van een zogenaamd woke imago. Opvallend gelijkluidende formuleringen bij verschillende influencers deden al snel vermoedens rijzen van een gecoördineerde actie. De berichtgeving werd opgepikt door het Amerikaanse motormedium RideApart, dat de onderlinge verbanden blootlegde. Zowel Indian Motorcycle als Noise Media hebben tot dusver niet gereageerd op verzoeken om commentaar, wat de speculaties alleen maar aanwakkert.

Centraal in de controverse staat Brad Parscale, die eerder in opspraak kwam vanwege zijn registratie als buitenlandse agent in verband met pro-Israëlische influencercampagnes. Zijn vermeende betrokkenheid bij de herpositionering van Indian Motorcycle maakt de campagne des te opmerkelijker: het gaat niet om een klassieke productstrategie, maar om het inzetten van politiek-culturele tegenstellingen als commercieel wapen.

Carolwood LP en de nieuwe koers van Indian

De achtergrond van de campagne is onlosmakelijk verbonden met de recente overname van Indian Motorcycle door Carolwood LP. Waar Indian jarenlang heeft geopereerd als onderdeel van Polaris Industries, opereert het merk nu onder nieuwe eigenaren die kennelijk bereid zijn radicaal andere marketingkeuzes te maken. De vermeende samenwerking met Noise Media en de mogelijke betrokkenheid van Brad Parscale suggereren een strategie gericht op het onderscheiden van het merk van Harley-Davidson in termen van culturele waarden, met als doel conservatieve doelgroepen te bereiken.

Ironisch genoeg hebben zowel Indian als Harley-Davidson in het verleden vergelijkbare inclusieve taal rond diversiteit, gelijkheid en inclusie gebruikt, die later door beide merken stilzwijgend werd verwijderd. Deze nuance maakt het onderscheid dat de campagne probeert te maken minder zwart-wit dan het op het eerste gezicht lijkt.

Geen reactie, wel ophef

Zolang Indian Motorcycle, Carolwood LP en Noise Media geen officieel standpunt innemen, blijft de precieze omvang van hun betrokkenheid onduidelijk. Dat stilzwijgen versterkt echter de indruk dat er wel degelijk iets te verbergen valt. Harley-Davidson heeft evenmin publiekelijk gereageerd op de beschuldigingen die aan haar adres worden gesteld.

Voor de motorbranche is dit een ongemakkelijk signaal: twee van de meest iconische Amerikaanse motormerken worden meegesleurd in een politieke polarisatiestrijd die de aandacht afleidt van waar het eigenlijk om zou moeten gaan — de motorfietsen zelf. Of deze strategie Indian Motorcycle uiteindelijk meer klanten of meer kopzorgen oplevert, zal de komende maanden moeten blijken.

KTM haalt BMW-veteraan Christof Lischka in huis voor technologische hergeboorte

0

Na een periode van diepe financiële crisis, waarin KTM via een zelfbestuur-insolventieprocedure een volledig faillissement trachtte te vermijden, zet het merk een opvallende strategische stap: BMW Motorrad-veteraan Christof Lischka treedt in dienst als Chief Technology and Product Officer. Zijn taak is helder – het Oostenrijkse merk klaarstomen voor een nieuwe en duurzame toekomst.

Bijna drie decennia BMW-ervaring

Christof Lischka is geen onbekende in de motorwereld. Met bijna dertig jaar ervaring bij de BMW Group, waaronder de leiding over BMW Motorrad Development sinds 2019, brengt hij een indrukwekkend trackrecord mee op het gebied van productontwikkeling, rijdynamica en technologische innovatie. Als nieuwe Chief Technology and Product Officer (CTPO) van KTM AG wordt hij verantwoordelijk voor de volledige technologische koers én het productportfolio van KTM én zustermerken Husqvarna en GasGas. Een benoeming die in de branche direct opviel: het is zelden dat een topman zo rechtstreeks van een Duits premiumconcern naar een Oostenrijkse concurrent overstapt. De verwachtingen zijn dan ook hooggespannen.

KTM na de crisis: een merk in hergeboorte

De timing van deze aanstelling is allesbehalve toevallig. KTM doorstond recentelijk een van de zwaarste periodes in zijn geschiedenis. De schuldenlast liep op tot circa 2,7 tot 2,9 miljard euro, wat resulteerde in formele insolventieprocedures en meerdere periodes van productiestilstand. Honderden medewerkers verloren hun baan. Klanten maakten zich zorgen over garanties, onderdelenleveringen en de waarde van hun motorfiets, terwijl dealers bleven zitten met moeilijk verkoopbare voorraden en een onzekere toekomst.

De redding kwam van een vertrouwde partner: Bajaj Auto, al jaren nauw betrokken bij KTM via gezamenlijke model- en productieontwikkeling voor kleinere en middelgrote motoren, groeide van minderheids- naar meerderheidsaandeelhouder en pompte honderden miljoenen euro’s in het bedrijf. De voormalige moederholding werd omgedoopt tot Bajaj Mobility AG en de basis werd gelegd voor een geheel nieuwe modelgeneratie die binnenkort op de markt moet komen.

Drie merken, één visie

Lischka’s uitdaging is aanzienlijk. Hij moet de beroemde “READY TO RACE”-mentaliteit van KTM, de premiumpositionering van Husqvarna en de speelse, toegankelijke identiteit van GasGas samensmeden tot een coherente en toekomstgerichte productstrategie. Daarbij spelen meerdere grote uitdagingen tegelijk: de opmars van elektrische aandrijflijnen, de toenemende integratie van digitale rijhulpsystemen, én de harde noodzaak om de kwaliteits- en betrouwbaarheidsstandaarden structureel en meetbaar te verbeteren.

Juist op dat laatste punt wordt van Lischka’s BMW-achtergrond veel verwacht. Waar KTM altijd sterk was in rijprestaties en motorsportrelevantie, kampte het merk de afgelopen jaren met kritiek op productiekwaliteit en storingsgevoeligheid. Het binnenhalen van iemand die gewend is aan de strakke ontwikkelings- en kwaliteitsprocessen van de BMW Group is dan ook een bewuste en doelgerichte keuze.

Voorzichtig optimisme gerechtvaardigd

De aanstelling van Christof Lischka, die per 1 oktober 2026 bij KTM AG start, is meer dan een personeelswisseling; het is een duidelijk en ondubbelzinnig signaal dat KTM onder Bajaj Mobility AG kiest voor stabiliteit, vernieuwing en geloofwaardigheid. Of die ambitie zich ook daadwerkelijk vertaalt in concrete nieuwe modellen en structureel verbeterde kwaliteit, zal de komende jaren moeten blijken.

MXGP Duitsland en Letland: Broers Coenen delen dreun uit

0
Kopstart voor Lucas Coenen (5) voor Kay de Wolf (74) en Romain Febvre (1)

In de GP’s van Teutschenthal en Kegums behaalde de tweeling Lucas en Sacha Coenen een nagenoeg perfecte score. Doordat alle andere hoog geklasseerde rijders minimaal één slecht resultaat behaalden, gaan beiden nu ruim aan de leiding in hun klasse.

Een betere score had bijna niet gekund. Dat geldt voor zowel MXGP-rijder Lucas als MX2-rijder Sacha. In de Duitse en de Letse GP waren maximaal 120 punten te behalen (twee keer 10 in de kwalificatieraces en vier keer 25 in de manches). Lucas kwam tot een totaal van 118, Sacha noteerde er 112. Van de zestien manches in de MXGP heeft Lucas er nu al tien gewonnen; Sacha kwam zes keer als winnaar van een manche over de finish. Twee broers die op dezelfde dag een GP winnen is geen unicum, het is al eens eerder vertoond. In 2007 wonnen de Fransen Sébastien en Christophe Pourcel de Italiaanse GP in Faenza in respectievelijk de MX1 en de MX2. Lucas Coenen: “Geweldig. Ik zag dat Sacha beide races had gewonnen en wist dat het daarna mijn beurt was. Net als mijn broer alle races in een weekend winnen is geweldig. En nu gaan we komend weekend genieten in Amerika.” Sacha Coenen: “Dit is al mijn derde zege in Kegums. Ik hou van deze baan, die ligt me goed, al is het wel oppassen op sommige plaatsen. Goede starts zijn de sleutel tot succes. Laten we zo doorgaan.”

Stralende gezichten bij Lucas Coenen, teammanager Davide de Carli en Sacha Coenen na een grandioos weekend in Kegums

Beste uitslag De Wolf

Jeffrey Herlings zal met weinig plezier terugkijken op deze beide GP’s. Zowel in Duitsland als in Letland viel hij een keer uit. Herlings na Teutschenthal: “Hier ben ik niet blij mee. Ik wilde de druk erop houden in het kampioenschap, maar vandaag heb ik veel punten verspeeld. Deze baan is me de afgelopen jaren niet goed gezind geweest. Dan volgende week maar. Ik hou meer van Kegums dan van Teutschenthal.” Begrijpelijk, want Herlings zegevierde al negen keer in de Letse GP en raakte al eens zwaar geblesseerd in Teutschenthal. Maar ook in Kegums reed de pechduivel met hem mee. Na een derde plaats achter Coenen en De Wolf in de eerste manche reed hij in de tweede race tot iets na de helft van de wedstrijd op de tweede plaats achter Coenen met uitzicht op een mogelijke zege. Herlings: “Hier valt weinig over te zeggen. Het is moeilijk te accepteren als je voor de zege kunt gaan. Mijn rijden ging gelukkig goed.”

Van de rijders uit de top-tien boekte Kay de Wolf na Coenen het beste resultaat. Niet meer gehinderd door een pijnlijke duim laat De Wolf zien helemaal bij de top van de MXGP te horen. In de door regen geteisterde Duitse GP kwam De Wolf twee keer als vijfde over de finish, in Letland deed hij het nog aanzienlijk beter: tweede en derde. In de eerste manche was hij aanvankelijk vierde achter Coenen, Febvre en Herlings. Vrijwel meteen nadat Herlings Febvre van de tweede plaats verdrong, zette De Wolf de Fransman nog een plaats terug. Een ronde later passeerde hij Herlings, die er niet in slaagde zijn provinciegenoot terug te pakken. Door het wegvallen van Herlings en doordat hij Tim Gajser passeerde, schoof De Wolf in de tweede race in één ronde door van de vijfde naar de derde plaats. De Wolf: “Bij de start van de tweede race werd ik iets naar buiten gedrukt, waardoor ik rond de achtste plek aan de race moest beginnen. Ik maakte een paar foutjes, waardoor het niet de race werd waar ik op hoopte. Maar uiteindelijk is het een goed weekend voor mij, mijn tweede podium in de MXGP en mijn beste resultaat tot nu toe in deze klasse. Ik ben blij met de vooruitgang die ik boek.”

Het team van Ducati is gereduceerd tot twee rijders, want de Zwitser Jeremy Seewer (bezig aan een uitermate teleurstellend seizoen) heeft Ducati verlaten. Na Kegums bestaat het team van Louis Vosters voorlopig uitsluitend uit Calvin Vlaanderen, want Andrea Bonacorsi werd na een val in de kwalificatierace naar het ziekenhuis gebracht, waar hij ’s avonds nog werd geopereerd. Vlaanderen kwam tot slechts twee uitslagen. In Duitsland liet de motor het afweten en in Letland viel hij bij de start, waardoor de gaskabel brak.

Rick Elzinga liet de Franse GP schieten. Geruchten dat hij met Beta had gebroken bleken waar te zijn, want in Duitsland kwam hij aan de start op een motor van Van Venrooy KTM Racing. Hij scoorde in beide manches en pakte eenmaal punten in Letland.

Sacha Coenen kende een perfect weekend in Letland

Eerste zege Valin

De Nederlandse inbreng in de MX2 was al gereduceerd door de beenbreuk van Cas Valk tijdens de Dutch Masters in Markelo. Na afloop van de Franse GP bleek dat Scott Smulders ook geruime tijd zal zijn uitgeschakeld. Tijdens de wedstrijd in Lacapelle Marival kwam hij meteen na de start van de eerste manche ten val en werd vervolgens geraakt door andere rijders. Op dat moment zat de wedstrijd er voor hem op. Op de terugreis naar huis kreeg de 21-jarige rijder veel pijn in zijn buik. In plaats van naar huis te gaan, ging hij naar het ziekenhuis. Daar werden beschadigingen aan milt en nieren geconstateerd. Bovendien bleek de crosser uit het Brabantse Alphen een breuk in een hand én ook nog twee gebroken rugwervels te hebben. Op Instagram liet hij weten dat hem een lang herstelproces te wachten staat.

De beste Nederlander in de MX2, Kay Karssemaker

De beide resterende Nederlanders doen het goed. Kay Karssemakers zat in elk van de vier manches bij de eerste elf. Hij is nu de top-tien binnengekomen. Jens Walvoort is daar nog een behoorlijk eind van verwijderd na het missen van twee GP’s vanwege een blessure. Hij had bovendien de pech in de tweede manche in Duitsland uit te vallen.

In Duitsland behaalde Mathis Valin zijn eerste GP-zege, na in de beide GP’s daarvoor derde te zijn geworden. In Letland werd hij opnieuw derde. De Fransman bezet nu de zesde plaats, maar het verschil met de rijders voor hem is betrekkelijk gering. Simon Längenfelder viel uit in de tweede Letse race, maar werd nog wel als negentiende geklasseerd omdat er slechts negentien rijders van start waren gegaan. Dus toch nog twee punten, ondanks dat hij niet aan de finish kwam.

Mathis Valin staat al vier GP’s achter elkaar op het podium en behaalde in Duitsland zijn eerste GP-zege

UITSLAGEN

Teutschenthal

MXGP 

Kwalificatie: 1. Febvre; 2. Gajser; 3. L. Coenen; 4. Herlings; 5. Adamo; 6. Fernandez; 7. De Wolf; 8. Jonass; 9. Bonacorsi; 10. Forato.

1e manche: 1. L. Coenen; 2. Gajser; 3. Fernandez; 4. Renaux; 5. De Wolf; 6. Forato; 7. Adamo; 8. Jonass; 9. Van Doninck; 10. Van de Moosdijk; 11. Horgmo; 12. Koch; 13. Oliver; 14. Ludwig; 15. Elzinga; 16. Spies; 17. Febvre; 18. Brumann; 19. Pancar; 20. Geerts.

2e manche: 1. L. Coenen; 2. Herlings; 3. Adamo; 4. Febvre; 5. De Wolf; 6. Renaux; 7. Fernandez; 8. Horgmo; 9. Forato; 10. Bonacorsi; 11. Pancar; 12. Jonass; 13. Oliver; 14. Geerts; 15. Vlaanderen; 16. Elzinga; 17. Koch; 18. Ludwig; 19. Gajser; 20. Spies.

GP: 1. L. Coenen; 2. Adamo; 3. Fernandez.

MX2

Kwalificatie: 1. McLellan; 2. J. Reisulis; 3. Everts; 4. Farres; 5. Valin; 6. S. Coenen; 7. Lata; 8. Längenfelder; 9. Mikula; 10. K. Reisulis.

1e manche: 1. S. Coenen; 2. Valin; 3. McLellan; 4. J. Reisulis; 5. Lata; 6. Farres; 7. Everts; 8. Längenfelder; 9. Mikula; 10. K. Reisulis; 11. Karssemakers; 12. Grau; 13. Walvoort; 14. Zanocz; 15. Zanchi; 16. Gundersen; 17. Mustoe; 18. Kees; 19. Gaspari; 20. Bennati.

2e manche: 1. Valin; 2. S. Coenen; 3. Längenfelder; 4. Farres; 5. J. Reisulis; 6. McLellan; 7. Everts; 8. Lata; 9. Karssemakers; 10. Zanocz; 11. Grau; 12. K. Reisulis; 13. Zanchi; 14. Kees; 15. Rossi; 16. Gundersen; 17. Krug; 18. Mustoe; 19. Schudel; 20. Rathousky.

GP: 1. Valin; 2. S. Coenen; 3. McLellan.

KEGUMS

MXGP

Kwalificatie: 1. L. Coenen; 2. Herlings; 3. De Wolf; 4. Febvre; 5. Fernandez; 6. Jonass; 7. Gajser; 8. Oliver; 9. Adamo; 10. Vlaanderen.

1e manche: 1. L. Coenen; 2. De Wolf; 3. Herlings; 4. Febvre; 5. Gajser; 6. Fernandez; 7. Jonass; 8. Adamo; 9. Oliver; 10. Vlaanderen; 11. Renaux; 12. Horgmo; 13. Pancar; 14. Van Doninck; 15. Spies; 16. Watson; 17. Talviku; 18. Geerts; 19. Haavisto; 20. Forato.

2e manche: 1. L. Coenen; 2. Febvre; 3. De Wolf; 4. Gajser; 5. Jonass; 6. Adamo; 7. Pancar; 8. Talviku; 9. Horgmo; 10. Geerts; 11. Fernandez; 12. Spies; 13. Forato; 14. Watson; 15. Elzinga; 16. Brumann; 17. Kokins; 18. Haavisto; 19. Kahro; 20. Olsson.

GP: 1. L. Coenen; 2. De Wolf; 3. Febvre.

WK-stand na 8 GP’s: 1. Lucas Coenen (B), KTM, 404; 2. Jeffrey Herlings, Honda, 342; 3. Romain Febvre (F), Kawasaki, 310; 4. Tim Gajser (SLO), Yamaha, 294; 5. Kay de Wolf, Husqvarna, 273; 6. Maxime Renaux (F), Yamaha, 261; 7. Ruben Fernandez (E), Honda, 247; 8. Andrea Adamo (I), KTM, 241; 9. Tom Vialle (F), Honda, 219; 10. Pauls Jonass (LV), Kawasaki, 175; 12. Calvin Vlaanderen, Ducati, 144; 20. Roan van de Moosdijk, KTM, 50; 27. Rick Elzinga, KTM, 17; 38. Lars van Berkel, Fantic, 3.

MX2

Kwalificatie: 1. S. Coenen; 2. Lata; 3. Längenfelder; 4. Valin; 5. McLellan; 6. Everts; 7. J. Reisulis; 8. Farres; 9. Karssemakers; 10. Walvoort.

1e manche: 1. S. Coenen; 2. Valin; 3. McLellan; 4. Farres; 5. Längenfelder; 6. K. Reisulis; 7. Everts; 8. J. Reisulis; 9. Walvoort; 10. Karssemakers; 11. Grau; 12. Zanocz; 13. Korsbeck; 14. Forsgren; 15. Rossi; 16. Zanchi; 17. Traversini; 18. Bicalho; 19. Lata; 20. Gundersen.

2e manche: 1. S. Coenen; 2. McLellan; 3. K. Reisulis; 4. Farres; 5. Lata; 6. Valin; 7. Everts; 8. Zanchi; 9. Karssemakers; 10. J. Reisulis; 11. Grau; 12. Walvoort; 13. Zanocz; 14. Forsgren; 15. Korsbeck; 16. Rossi; 17. Bicalho; 18. Traversini; 19. Längenfelder.

GP: 1. S. Coenen; 2. McLellan; 3. Valin.

WK-stand na 8 GP’s: 1. Sacha Coenen (B), KTM, 380; 2. Simon Längenfelder (D), KTM, 343; 3. Guillem Farres (E), Triumph, 340; 4. Camden McLellan (SA), Triumph, 326; 5. Liam Everts (B), Husqvarna, 314; 6. Mathis Valin (F), 308; 7. Janis Reisulis (LV), Yamaha, 280; 8. Karlis Reisulis (LV), Yamaha, 223; 9. Valerio Lata (I), Honda, 216; 10. Kay Karssemakers, Kawasaki, 161; 14. Jens Walvoort, KTM, 90; 15. Cas Valk, TM, 87; 17. Scott Smulders, Husqvarna, 57; 28. Gyan Doensen, KTM, 12; 43. Lotte van Drunen, Yamaha, 7.

Herman Brusselmans: ‘Zou een Goldwing niet iets voor mij zijn?’

0
Column_Herman_Brusselmans_2023

Ik liep over het enorme terrein genaamd ‘Het Arsenaal’ in Gentbrugge, waarop het Oost-Vlaamse Motortreffen plaatsvond. Uiteraard liep ik eerst naar de stand van Triumph, waar ik hartelijk begroet werd door de bazen van de Triumph-topverdeler BMC, Suus en Daniël. Suus vroeg hoe het met mijn vriendin en onze zoon ging. ‘Beiden in uitstekende gezondheid, Suus,’ zei ik, ‘en m’n zoon kan al zelf z’n kleren aantrekken. M’n vriendin laat dan weer het uittrekken van haar kleren vaak aan mij over.’ Suus moest erg lachen om deze plaisanterie, en ik zei dat ik een kijkje ging wagen op de rest van het gebeuren. ‘Geen andere motor dan een Triumph kopen hoor!’ zei Suus. ‘Ik zou niet durven,’ zei ik Algauw kwam ik tijdens m’n wandeling aan bij de Honda-stand. Zou een Goldwing niet iets voor mij zijn? Op deze gigantische motor raak je ongetwijfeld heel je familie kwijt: ik op de bestuurdersplek, m’n vriendin met onze zoon op schoot op de plek van de passagier, en onze hond op de benzinetank, vastgegespt met enige riemen. Maar ja, ten eerste is een Goldwing geen Triumph, en ten tweede is hij veel te duur voor een armlastige auteur van boeken die al jaren voor geen meter meer verkopen. Ik hield ook even halt bij de Kawasaki-stand, de Suzuki-stand, de Yamaha-stand, de Harley-Davidson-stand, de Ducati-stand, en noem maar op. Eveneens gaf ik m’n ogen de kost op de stand van QJMotor, een Chinees merk dat samenwerkt met MV Agusta. De CEO van QJ was overgekomen uit China, om z’n merk mede te promoten. ‘Lukt het een beetje?’ vroeg ik hem in het Nederlands, want hij is half Chinees, half Hollands, omdat z’n moeder afkomstig is uit Zaandam. ‘Ja hoor,’ zei hij, ‘we hebben vandaag al 32 QJ’s verkocht.

Herman Brusselmans: ‘Nadat we vertrokken waren viel het me op dat Kees een beroerde motorrijder is’

Mag ik je trouwens voorstellen aan m’n moedertje?’ Inderdaad was er een bejaarde vrouw aanwezig, die tegen me zei: ‘Aangenaam kennisgemaakt, meneer Brusselmans, ik lees al je boeken. Ze zijn de beste boeken ter wereld. Zo’n schrijver als jij hebben ze niet in China, behalve misschien Pi Jong, maar die zit al achtentwintig jaar in de gevangenis, en het ongemerkt naar buiten smokkelen van z’n manuscripten mislukt altijd. Ben je ooit al in Zaandam geweest?’ ‘Jazeker,’ zei ik, ‘al drie keer, telkens voor een literaire lezing. Dan bezoek ik eerst de stad, en wat me opvalt is dat ik heel graag een tweede woning in Zaandam zou willen kopen, om er de zomers in door te brengen, zodat ik des winters in Gent kan blijven.’ ‘Een goed plan,’ zei ze, ‘en ik wil je graag…’, maar haar zoon onderbrak haar, en zei: ‘Hou nu maar op met je gebazel, moeder,’ ik probeer een motor aan meneer Brusselmans te verkopen.’ ‘Ik moet zeggen,’ zei ik, ‘dat ik de motoren van QJ erg mooi vind, en als ik niet met handen en voeten gebonden was aan Triumph, zou ik de aanschaf van een QJ zeker overwegen.’ ‘Je kunt hem toch als tweede motor kopen?’ zei hij. ‘Ik heb in m’n garage geen plaats voor een tweede motor,’ zei ik, ‘ze staat al vol met m’n Speed Twin Breitling, de elektrische fietsen van m’n vriendin en mij, de wasmachine en de droger, en, twee hoge stapels met m’n Playboy’s die ik verzamel sinds 1979. Maar nu moet ik heengaan. Nog veel succes.’ Ik nam afscheid, verliet Het Arsenaal, en reed op de Breitling naar huis. Je mag over Chinezen zeggen wat je wil, maar dikwijls hebben ze een leuk moedertje.

MOTO73 #11 – 2026

0

Harley-Davidson Bagger World Cup: bulderende baggers op de TT Assen

0

Harley-Davidson is terug in de Grand Prix. Niet in de vertrouwde Grand Prix-klassen van vroeger, maar met een eigen cup die perfect past bij het rauwe, Amerikaanse DNA van het merk. Tijdens de TT Assen maakt deze klasse haar opwachting als nieuw onderdeel van het programma – en vergis je niet: dit gaat serieus snel. Maar hoe is het om met deze kolossen te racen en hoe verhouden deze baggers zich tot de rondetijden van de MotoGP, Moto2 en Moto3? Dat verschil is kleiner dan je denkt.

Amerikaanser wordt het niet. De komst van de Harley-Davidson Bagger World Cup in het bijprogramma van de Grand Prix is misschien wel de meest zichtbare verandering sinds het Amerikaanse Liberty Media de rechten van de MotoGP heeft overgenomen. Deze nieuwe raceklasse is de vervanger van de MotoE World Cup, die ooit met veel trots en als parel voor de toekomst werd aangekondigd, maar na zeven jaar toch wel een flop genoemd mag worden. Vanuit het publiek en de media was er nauwelijks interesse en dat werd per jaar eerder minder dan beter. De Harley-Davidson Bagger World Cup is misschien wel het tegenovergestelde van racen met elektrische motoren. Van zoevende elektrische motoren naar een bulderend zwaar motorgeluid. Misschien is het enige vergelijkingspunt het gewicht, want beide motoren zijn zwaar.

Voormalig MotoGP-coureur Andrea Iannone voegt zich bij Niti Racing in de FIM Harley-Davidson Bagger World Cup

Racen met baggers

In Europa kijken we toch een beetje raar aan tegen het racen met deze motoren. Baggers zijn van origine cruiser-motorfietsen die ontworpen zijn voor lange afstanden, gekenmerkt door de aanwezigheid van koffers aan de achterzijde. Dan denk je al snel: deze motoren zijn toch helemaal niet geschikt om mee te racen? In Amerika denken ze daar heel anders over, want de ‘King of the Baggers’-klasse staat daar al jaren op het programma binnen het Amerikaanse kampioenschap. In deze competitie nemen twee merken het tegen elkaar op: Harley-Davidson en Indian Motorcycle. En voor deze klasse blijft het publiek – in tegenstelling tot de eerder genoemde MotoE – wél zitten. Nu hoopt Liberty Media deze niet alledaagse raceklasse ook wereldwijd bekend te maken. In de nieuwe World Cup wordt er enkel gereden met Harley-Davidson Road Glides. Deze motoren zijn voorzien van een Milwaukee-Eight V-Twin motorblok, goed voor 2147 cc. De motor weegt 268 kg en levert meer dan 200 pk. Daarnaast beschikken de machines over een enorm koppel van 245 Nm en kunnen ze snelheden tot 300 km/u behalen. Deze specificaties, in combinatie met het type motorfiets, zorgen ervoor dat deze motoren heel anders bereden moeten worden dan de racemotoren die we kennen uit het MotoGP- en WorldSBK-kampioenschap.

Op 10 mei 2025 kondigden de MotoGP-organisatie en Harley-Davidson in Le Mans de nieuwe raceklasse voor 2026 aan.
Op 10 mei 2025 kondigden de MotoGP-organisatie en Harley-Davidson in Le Mans de nieuwe raceklasse voor 2026 aan.

Verrassend snel

Het eerste gevoel is dat je met dit type motoren, ondanks het vermogen, niet echt snel kunt gaan op een racecircuit. De koffers aan de achterkant, het gewicht en eigenlijk de complete motorfiets maken het niet bepaald comfortabel om mee te racen. Toch gaat het verrassend snel. De openingsronde van de Harley-Davidson Bagger World Cup werd verreden in het land waar de oorsprong van deze klasse ligt: Amerika. Op het Circuit of The Americas in Austin gingen deze baggers sneller rond dan de Moto3-klasse. Qua rondetijden zaten ze tussen Moto2 en Moto3 in. Eric Granado is op papier één van de favorieten in deze nieuwe World Cup. De Braziliaan heeft ervaring op Grand Prix-niveau, in internationale Superbike-competities en met MotoE-motoren. Granado weet dus waarover hij spreekt. Na de eerste test zei hij het volgende over het racen met deze baggers: “De motor is heel anders dan wat ik gewend was. De rijpositie is vrij uniek en je hebt wat tijd nodig om je eraan aan te passen, maar na een paar ronden begin je je comfortabel te voelen en vertrouwen op te bouwen. De motor gedraagt zich erg goed en je kunt hem echt tot het uiterste pushen, wat ik enorm leuk vond. Je voelt duidelijk dat hij gebouwd is als een echte racemachine. Het geluid van de motor is ongelooflijk, eerlijk gezegd een van de beste die ik ooit heb gehoord. Voor een coureur is het heel bijzonder om zo’n karakter te voelen. Ik had ook een heel goed gevoel aan de voorkant, wat helpt om met veel snelheid de bocht in te gaan. Het koppel is zeer indrukwekkend. Elke keer dat je het gas opent, in welke versnelling dan ook, voel je een sterke kracht die je razendsnel uit de bochten trekt. Je moet je rijstijl een beetje aanpassen, maar zodra je begrijpt hoe je ermee om moet gaan, kun je echt pushen en ervan genieten.”

Ook naar de TT Assen

Het deelnemersveld is nog wat klein in het eerste seizoen. De organisatie streefde ernaar om zo’n twaalf tot zestien motoren op de grid te krijgen. Bij aanvang van het seizoen waren het er slechts negen, verdeeld over vier teams. Naast Eric Granado (Brazilië) zijn Travis Wyman (Amerika), Cory West (Amerika), Dimas Ekky Pratama (Indonesië), Filippo Rovelli (Italië), Cody Wyman (Amerika), Archie McDonald (Australië), Jake Lewis (Amerika) en Oscar Gutiérrez (Spanje) de overige rijders. Ondanks het kleine startveld waren de eerste races in Austin spannend, want de beslissing viel beide keren pas in de laatste ronde. McDonald en Gutiérrez waren de winnaars. In totaal komt de Harley-Davidson Bagger World Cup tijdens zes Grand Prix-evenementen in 2026 in actie. Naast Austin racet de competitie in Mugello, Silverstone, Aragón, Spielberg en tijdens de TT Assen. Zowel op zaterdag als zondag zal er tijdens de TT Assen een race met deze Harley-Davidson-motoren worden gereden. En zoals Granado al aangaf: zet je schrap voor overweldigend geluid, spectaculaire actie met niet alledaagse racemotoren en ontzettend veel power.

Niet nieuw in de Grand Prix

Voor Harley-Davidson is het niet nieuw om onderdeel te zijn van het Grand Prix-circus. Sterker nog, in de korte periode waarin de Amerikaanse fabrikant actief was op wereldkampioenschapsniveau, waren ze zeer succesvol. De motoren waarmee in de jaren 70 werd geracet, werden echter niet in Amerika gebouwd, maar in Italië. Harley-Davidson was al aandeelhouder van Aermacchi en nam het Italiaanse merk in 1973 volledig over. Aermacchi stond daarvoor vooral bekend met Renzo Pasolini in de 250cc- en 350cc-klasse. Begin jaren 70 won de Italiaan meerdere GP’s en eindigde hij in de top van het WK. In 1973 stond er voor het eerst Harley-Davidson op de tank toen het drama in Monza plaatsvond, waarbij Pasolini en Jarno Saarinen verongelukten tijdens een tragische crash in de 250cc-race. Vanaf 1974 was Walter Villa de topcoureur van Harley-Davidson. Driemaal op rij (1974 t/m 1976) werd de Italiaan met de Harley-Davidson RR250 wereldkampioen in de 250cc. In 1976 werd Villa ook nog eens wereldkampioen met de RR350 in de 350cc-klasse. Om aan te geven hoe sterk Harley-Davidson in die jaren was: in 1975 eindigde Villa’s teamgenoot Michel Rougerie als tweede in het 250cc-wereldkampioenschap. Vanaf 1977 veranderde dat snel. Vooral de Japanse fabrikanten waren flink in opmars en de voormalige Aermacchi-fabriek deed steeds minder aan de ontwikkeling van de motoren. Na vier wereldtitels in drie jaar werd Villa in 1977 nog wel derde in het 250cc-wereldkampioenschap. Er waren toen al veel problemen met het frame, waardoor de Nederlander Nico Bakker tijdens het seizoen werd ingeschakeld. Vanaf 1978 had Harley-Davidson geen eigen fabrieksteam meer. In datzelfde jaar stopte het merk ook met al haar raceactiviteiten en werd de voormalige Aermacchi-fabriek in Varese verkocht aan Cagiva.

Fotografie: Harley Davidson, MotoGP, ANP

Winst voor Jesse Koelewijn in wisselvallig Veldhoven, Siem Brakke snelste rookie

0

Jesse Koelewijn heeft in Veldhoven de derde wedstrijddag van de Molenaar NSF100 Cup op zijn naam geschreven. Onder wisselvallige weersomstandigheden wist hij in beide races Evan Ruitenberg voor te blijven. Sylvain Sinke completeerde het podium en Siem Brakke was de snelste rookie.

De laatste jaren werden de races in Veldhoven veelal in de regen verreden en daarbij waren er vaak verrassende uitslagen. Dit jaar stond de wedstrijddag op kartbaan De Landsard een maand later op de kalender maar wederom gaven de weersvoorspellingen wisselvallig weer op. De zaterdag begon droog en Evan Ruitenberg was tijdens de kwalificaties een fractie sneller dan Jesse Koelewijn. Hij zou van polepositie mogen starten met Koelewijn en Sylvain Sinke naast hem op de eerste startrij. Lars Hiddingh, Tijn van Wijk en Engin Ali Yilmaz zouden vanaf de tweede startrij aan hun race beginnen.

Race 1

Vlak voor de start van de eerste race trokken donkere wolken samen maar bij het doven van de startlichten was het nog droog. Koelewijn nam direct na de start de leiding in handen en kreeg Ruitenberg aan zijn achterwiel mee. Sinke wist het tweetal knap in het vizier te houden, terwijl achter het drietal Van Wijk, Hiddingh en Yilmaz de strijd om de vierde plaats aangingen. Na een aantal ronden vielen de eerste druppels. Vooraan het veld wisselden Koelewijn en Ruitenberg inmiddels regelmatig de koppositie af terwijl Sinke op korte afstand volgde. Halverwege de race zette de regen door. Yilmaz had net door weten te schuiven naar de vierde plaats maar kwam even later op de snel gladder wordende baan ten val, waardoor Van Wijk de vierde plaats weer in handen had voor Hiddingh. Even later kwamen ook Bradley Frissen en Dean Postema die samen in gevecht waren om de zesde plaats ten val. Vooraan het veld hielden de podiumkandidaten het hoofd koel. Na een spannende strijd werd Koelewijn als winnaar afgevlagd voor Ruitenberg. Sinke wist op slechts 2 seconden achterstand derde te worden. Van Wijk werd vierde voor Hiddingh en rookie Siem Brakke zette zijn beste prestatie neer met een knappe zesde plaats.

Race 2

Ook in de tweede race wist Koelewijn direct de koppositie in handen te nemen voor Ruitenberg en volgde Sinke op de derde plaats. Ruitenberg zette nog wel de snelste rondetijd van de dag op de klokken maar het was Koelewijn die na 15 ronden als winnaar werd afgevlagd. Sinke stelde wederom de derde plaats veilig. Hiddingh leek de beste papieren voor de vierde plaats te hebben maar zag in de tweede helft van de race Van Wijk dichterbij komen. Van Wijk zette de aanval succesvol in en eindigde als vierde, terwijl in de laatste ronde ook Yilmaz nog net Hiddingh wist te verschalken en vijfde te worden. Een groep van maar liefst vijf rijders lieten een spannende strijd om de zevende plaats zien en het was Jovanny Postma die als eerste van de groep werd afgevlagd.

Dagklassement

De uitslag van de top drie was in beide races gelijk en daardoor was Koelewijn de winnaar van het dagtotaal voor Ruitenberg en Sinke. De beker voor de snelste rookie was voor Brakke.

Sylvain Sinke werd tijdens de openingswedstrijd in Assen ook al derde maar zat dit keer dichter bij de top twee: “Podium was het doel voor vandaag en dat is gelukt! Het was in de eerste race nog wel spannend, want toen het begon te regen voelde ik de motor af en toe wel slippen. Ik heb het iets rustiger aan moeten doen. De tweede race kon ik er echt helemaal voor gaan. Toen ik aan het einde zag dat ik voldoende ruimte had kon ik veilig uitrijden op de derde plaats, waar ik super tevreden mee ben!”

Siem Brakke hield het hoofd koel onder de wisselende omstandigheden: “Vandaag had ik in de eerste race een hele mooie P6. Toen het begon te regenen zag ik twee rijders voor me onderuit gaan. Daardoor wist ik dat ik wat rustiger aan moest doen en heb ik de sessie met precies de goede snelheid uit kunnen rijden. De tweede race ging ook wel goed maar heb ik in gevecht nog wat plekken verloren. Uiteindelijk ben ik in het dagtotaal snelste rookie geworden en heb ik een mooie beker in ontvangst mogen nemen. ”

MotoGP Italië en Hongarije: Aprilia pijnigt Ducati, maar slaat terug dankzij MM93

0
In Hongarije kon Pedro Acosta als enige de strijd aangaan met Marc Márquez.

Sinds 2022 werd de MotoGP gedomineerd door Ducati. Maar dit seizoen is die dominantie door toedoen van Aprilia voorbij. Dat was zelfs ook het geval op Mugello, Ducati’s thuisbaan. Want daar won Marco Bezzecchi. Maar een week later sloeg het merk uit Bologna op het Balaton Park Circuit keihard terug dankzij een onnavolgbare Marc Márquez.

De GP van Hongarije bracht de zoveelste wederopstanding van Marc Márquez

Dit jaar was het vijftig jaar geleden dat er voor het eerst een Grand Prix op het ‘Autodromo Internazionale del Mugello’, oftewel het prachtige circuit in Toscane, werd verreden. Na ruim een uur racen versloeg Barry Sheene zijn landgenoot Phil Read met, zegge en schrijve, een tiende van een seconde! In al die jaren is de lay-out van de baan zelf nauwelijks veranderd. Nagenoeg alle grote coureurs wisten er te winnen. Er zijn twee namen die eruit springen. Mick Doohan won Mugello in de vijf jaren dat hij ook 500cc-wereldkampioen werd. Dat was van 1994 tot en met 1998. De serie overwinningen van de Honda-coureur op het circuit werd vervolgens verbeterd door Valentino Rossi. Voor eigen publiek zegevierde de Italiaan er van 2002 tot en met 2008. Dus zeven keer achter elkaar. De laatste jaren staat een andere naam synoniem voor Mugello. Dat is niet die van een coureur, maar van een fabrikant: Ducati. Het roemruchte Italiaanse motormerk is gehuisvest in Borgo Panigale (Bologna) op een uurtje rijden van Mugello. Mede daarom is het het testcircuit van Ducati. Nadat Casey Stoner in 2009 op deze baan voor de eerste zege met de Ducati Desmosedici tijdens de GP van Italië had gezorgd, brak zes jaar later door een pole en een tweede plaats in de race van Andrea Iannone het echte Ducati-tijdperk in Toscane aan. Want vervolgens waren het de fabriekscoureurs Andrea Dovizioso (2017), Jorge Lorenzo (2018), Danilo Petrucci (2019) en Pecco Bagnaia (2022), die als winnaar in Mugello over de finish kwamen. Daarna werd de suprematie van de Rode Raketten uit Bologna nog groter. Want Bagnaia won niet alleen in 2023 en 2024, in beide jaren konden de tifosi ook een volledig Ducati-podium bejubelen. En dat was afgelopen jaar met Marc Márquez, Alex Márquez en Fabio Di Giannantonio nogmaals het geval. Bovendien eindigde Pecco Bagnaia ook nog eens als vierde. Groter en mooier kon het voor de ‘Ducatisti’ niet worden, zou je denken. Dat blijkt zo te zijn. Want dit jaar lijkt de macht in de MotoGP te zijn overgenomen door een ander Italiaans motormerk. En dat is Aprilia. Voor velen geldt die machtsovername als een verrassing. Maar een aantal achterliggende feiten geeft aan dat dit geen toeval is.

Marco Bezzecchi (72) en Jorge Martin (89) zorgden voor een historische zege van Aprilia op Mugello

Sleutelrol

Een sleutelrol in dit alles is weggelegd voor Gigi Dall’Igna. De Italiaanse ingenieur die als jongeling (26 jaar) in 1992 bij Aprilia in dienst trad. Hij vond daar in de raceafdeling in de Nederlandse technici Jan Witteveen en Jan Thiel zijn leermeesters. Dertig jaar later, in 2012 dus, had Dall’Igna bij Aprilia alles gewonnen wat er te winnen viel. Dat waren de wereldtitels in de 125cc, 250cc, Superbikes en het CRT-kampioenschap binnen de MotoGP-klasse. Budget om een volwaardige MotoGP-machine te bouwen was er op dat moment bij Aprilia niet en kwam er ook niet. Toen Dall’Igna dan ook een aanbieding kreeg van grote concurrent Ducati om daar de leiding over de racerij te krijgen, besloot hij daar na lang wikken en wegen op in te gaan.

Dit tot grote teleurstelling en ergernis van Roberto Colaninno, de eigenaar van het Piaggio-concern waartoe Aprilia sinds 2004 behoort. De machtige en invloedrijke Italiaanse industrieel had vanaf dat moment maar één doel voor ogen: Ducati en ook Dall’Igna verslaan. Die drang werd nog groter toen genoemde combinatie in 2022 voor het eerst samen de MotoGP-wereldtitel veroverde. Daarop zorgde Colaninno ervoor dat het budget voor het Aprilia MotoGP-project met Piaggio-geld verder werd opgeschroefd. Iets waar Dall’Igna al in 2012 om had gevraagd. Intussen had Aprilia in 2019 Massimo Rivola aangetrokken als nieuwe MotoGP-baas. Deze Italiaan had daarvoor op succesvolle wijze verschillende functies in de Formule 1 bij de teams van Minardi en Ferrari vervuld. Zijn aanstelling leidde er mede toe dat Aprilia in 2022 weer met een eigen fabrieksteam aan de MotoGP ging deelnemen. Daarvoor was er een samenwerkingsverband met Gresini Racing. Ook zorgde Rivola ervoor dat verschillende F1-technici (zowel op aerodynamisch als motorisch gebied) voor Aprilia aan het werk gingen. De resultaten werden, mede door het concessiesysteem, beter en beter met als uitkomst dat Aleix Espargaró in 2022 in Argentinië met de Aprilia RS-GP de eerste GP-zege wist te behalen. De ingeslagen weg naar de zo gewenste wereldtitel had daarmee zijn eerste grote succes opgeleverd. Mocht die titel worden behaald, dan maakt Roberto Colaninno dat helaas niet meer mee. Hij overleed in 2023 op 80-jarige leeftijd. De leiding van het Piaggio-concern en zo van Aprilia is nu in handen van zijn zonen Michele en Matteo Colaninno. Zij zullen er alles aan doen om de droom van hun vader, het veroveren van de MotoGP-wereldtitel, uit te laten komen. Eind 2024 leek er een kink in de kabel te komen toen bekend werd dat Romano Albesiano (de opvolger van Dall’Igna) Aprilia na een lang dienstverband ging verlaten om technisch directeur bij Honda Racing Corporation te worden. Maar een vervanger was snel gevonden in de persoon van Fabiano Sterlacchini, die na een korte periode bij KTM bij Ducati lange tijd de rechterhand van Dall’Igna was geweest. Zo was de stoelendans onder de Italiaanse toptechneuten, die elkaar dus allemaal heel goed kennen, weer rond.

Ook wat betreft het aantrekken van rijders blijken Massimo Rivola en zijn team kennis van zaken te hebben. Want op dit moment heeft Aprilia met de fabriekscoureurs Marco Bezzecchi en Jorge Martin plus het Trackhouse-duo Raul Fernandez en Ai Ogura vier toppers in huis. Zo groeit wat eens een lelijk eendje was meer en meer op tot een statige zwarte zwaan. Net zoals in het beroemde sprookje van Hans Christian Andersen.

De Italiaanse racefans kijken toe als Aprilia en Ducati strijden om de macht op Mugello

Casa nostra

Juist de 2026-aflevering van ‘Il Gran Premio d’Italia al Mugello’ had voor Ducati een absoluut hoogtepunt moeten worden. In de eerste plaats omdat het fameuze motormerk dit jaar zijn 100-jarig jubileum viert en dat met allerlei activiteiten gepaard laat gaan. Bovendien zou het Lenovo Ducati-fabrieksteam bij winst in Mugello zijn honderdste GP-zege scoren. En als dat door Marc Márquez zou gebeuren, was het tevens de honderdste GP-zege voor de Spaanse coureur.

Gezien wat Aprilia tijdens de eerste zes GP’s van dit seizoen had laten zien, reisde het merk uit Noale als favoriet naar Mugello af. Dat deed het tevens in de wetenschap dat er door de goede resultaten eindelijk een hoofdsponsor was gevonden. Want na de fabrieksteams van Ducati en Yamaha en het VR46-team wordt nu ook het Aprilia-fabrieksteam door Monster Energy Drinks als racende reclamezuil gebruikt. In Mugello werd het direct een heel snelle zuil, want met 368,8 km/u vestigden zowel Martin als Bezzecchi met de RS-GP een nieuw absoluut topsnelheidsrecord in de MotoGP.

Niet lang daarna kon de volgende primeur worden bejubeld, want voor het eerst bezetten Aprilia-coureurs de eerste startrij. Naast Bezzecchi, die met een tijd van 1.43,921 een absoluut ronderecord op Mugello realiseerde, waren dat Fernandez en Martin. De weer teruggekeerde, maar nog niet volledig fitte Marc Márquez was als vierde de best geklasseerde Ducati-rijder. Vervolgens was het toch wel een verrassing dat Fernandez de Sprint won voor Martin. Fabio Di Giannantonio (Ducati) voorkwam een volledig Aprilia-podium door Bezzecchi (vierde) achter zich te houden.

Ook tijdens deze GP zou ‘Bezz’ het op zondag veel beter doen dan op zaterdag. Voor een recordaantal, veelal Italiaanse, toeschouwers bezweek de 27-jarige Italiaan niet onder de immense druk. Nadat Pecco Bagnaia in de eerste helft van de race het tempo had gedicteerd, was het Bezzecchi die in de tweede helft ervan het initiatief naar zich toetrok. Zo scoorde hij niet alleen voor zichzelf zijn eerste zege op Mugello, maar ook voor Aprilia. Althans in de MotoGP-klasse. Jorge Martin maakte het succes van het fabrieksteam compleet door tweede te worden. Het Aprilia-succes was zelfs nog groter geweest als Ai Ogura (komend van de dertiende plaats) zich in de laatste bocht niet terug had laten pakken door Bagnaia. Die redde met zijn derde plaats zo nog wat van de Ducati-eer.

Na hun Sprint-podiums hadden Raul Fernandez (schakelfout) en Fabio Di Giannantonio (kwam klem te zitten) de pech al in de eerste bocht op grote achterstand te geraken. Uiteindelijk werden ze respectievelijk negende en vijfde. KTM-kopman Pedro Acosta (zesde) en Marc Márquez (zevende) konden zich om verschillende redenen dit keer niet met de strijd om de topposities bemoeien.

Zo kon het Aprilia-team gaan feestvieren. Dat deden de leden niet alleen met champagne, maar ook door met z’n allen op de foto te gaan. Daarbij werd op de pitborden vermeld: ‘Casa Nostra’. Oftewel ‘Ons huis’. Mugello is niet langer exclusief in handen van Ducati. En dat deed zeker pijn in Bologna….

Onbezonnen actie

Vervolgens reisde het hele racecircus direct door naar Hongarije, waar met het Balaton Park Circuit een compleet andere baan wachtte dan Mugello. Tijdens de première verleden jaar heerste Marc Márquez op het Mickey Mouse-baantje. De verwachting dat hij dat opnieuw zou kunnen doen, was gezien zijn lichamelijke conditie niet erg groot. Dat was ook hijzelf van mening. Hoe anders zou het lopen….

Het begon al op vrijdag toen de regerend wereldkampioen tijdens de eerste training direct de snelste tijd noteerde. De ‘MM93-show’ kreeg op zaterdag een vervolg omdat Márquez in Q2 bij het ingaan van zijn tweede ronde onderuit schoof. Het weerhield hem er niet van om op de licht beschadigde machine toch nog de pole te pakken voor de jonkies Pedro Acosta en Fermin Aldeguer. Het Aprilia-duo Bezzecchi en Martin kwam slechts tot de startplaatsen zes en acht.

Drie uur later liet Márquez er tijdens de Sprint geen gras over groeien wat zijn bedoeling was. Dat was ‘gewoon’ winnen! Na een perfecte start was dat dertien ronden later een feit. Acosta was de enige die nog een beetje in de buurt kon blijven bij de teruggekeerde titelhouder, maar hij moest zich toch neerleggen bij de tweede plaats. Als derde verzamelde WK-leider Bezzecchi waardevolle punten. Ook al omdat Martin, zijn grootste concurrent in de titelstrijd, niet verder kwam dan de zesde plaats.

Een week later volgde een gedenkwaardige afgang op Balaton Park

De grote vraag was vervolgens wat Marc Márquez op zondag zou kunnen doen. De GP-race was immers twee keer zo lang. En hoe zou zijn lichaam daarop reageren? Voor die vraag kon worden beantwoord, zorgde Jorge Martin voor een onverwachte klapper. De wereldkampioen van 2024 nam voor de eerste bocht veel te veel risico, ging onderuit en ramde tevens zijn Aprilia-teamgenoot Bezzecchi, Fernandez (ook Aprilia) en de Ducati-coureurs Aldeguer en Di Giannantonio onderuit. Oftewel de nummers 1, 2, 3, 8 en 10 uit de WK-stand. Ducati leed in Mugello heel veel pijn, maar Aprilia deed dat hier misschien nog wel meer. De onbezonnen actie van Martin werd bestraft met twee long laps tijdens zijn volgende GP-race.

Zo werd de strijd om de zege in Hongarije opnieuw een aangelegenheid tussen Márquez en Acosta. Alleen nam laatstgenoemde (op een zachte achterband onderweg) nu wel de eerste plaats van eerstgenoemde (op een medium) over. Zo bleef het tot halverwege de wedstrijd. Toen vond Márquez dat zijn tijd was gekomen. Er ontspon zich een keihard maar fair duel tussen de twee Spanjaarden. De titelhouder had tegen de verwachtingen in nog genoeg energie over om uiteindelijk toch zijn honderdste GP-zege te kunnen gaan vieren. Tevens de honderdste van het Ducati-fabrieksteam. Voor het team eindigde een wat onzichtbare Pecco Bagnaia als derde.

Al met al nam Ducati zo revanche voor de nederlaag op Mugello, maar dat gebeurde toch wel op onverwachte wijze. Omdat de top drie in de WK-stand geen punten scoorde, blijft Bezzecchi daarin met 180 punten aan de leiding voor Martin en Di Giannantonio. Marc Márquez is door zijn twee zeges in Hongarije opgeklommen naar de vijfde positie met 108 punten. Moeten Marco Bezzecchi en Aprilia zich dan toch nog zorgen gaan maken? De volgende GP is die van Tsjechië van 19 tot en met 21 juni in Brno.

Marc Márquez (l) en Pecco Bagnaia vieren de 100ste GP-zege van het Ducati-fabrieksteam. (En van MM93)

UITSLAGEN EN TUSSENSTAND

GRAND PRIX VAN ITALIË

CIRCUIT: AUTODROMO INTERNAZIONAL DEL MUGELLO

Lengte: 5245 meter 

Pole position: Marco Bezzecchi (Aprilia), 1.43,921 (181,6 km/u)

Snelste raceronde: Francesco Bagnaia (Ducati), 1.45,470 (179,0 km/h)

SPRINT ITALIË

11 ronden = 57,695 km

1.Raul Fernandez (E), Aprilia, 19.28,408; 2. Jorge Martin (E), Aprilia, +1,289; 3. Fabio Di Giannantonio (I), Ducati, +3,287; 4. Marco Bezzecchi (I), Aprilia, +4,481; 5. Marc Márquez (E), Ducati, +9,055; 6. Fermin Aldeguer (E), Ducati, +9,758; 7. Francesco Bagnaia (I), Ducati, +10,983; 8. Ai Ogura (J), Aprilia, +11,411; 9. Pedro Acosta (E), KTM, +11,809.

Racegemiddelde winnaar: 177,7 km/u

Snelste ronde (2e): R. Fernandez, 1.44,712 = 180,3 km/u

MOTOGP ITALIË

23 ronden = 120,635 km

1.Bezzecchi, 40.57,347; 2. Martin, +3,559; 3. Bagnaia, +5,098; 4. Ogura, +5,132; 5. Di Giannantonio, +5,453; 6. Acosta, +7,467; 7. M. Márquez, +10,762; 8. Aldequer, +14,644; 9. R. Fernandez, +13,380; 10. Diogo Moreira (BR), Honda, +21,366; 11. Brad Binder (ZAF), KTM, +21,479; 12. Joan Mir (E), Honda, +21,795; 13. Luca Marini (I), Honda, +22,059; 14. Franco Morbidelli (I), Ducati, +29,789; 15. Jack Miller (AUS), Yamaha, +32,289.

Racegemiddeld winnaar: 176,7 km/uSnelste ronde (3e): Bagnaia, 1.45,470 = 179,0 km/u (record)

Bij de WK-stand: Marco Bezzecchi

GRAND PRIX VAN HONGARIJE

CIRCUIT: BALATON PARK CIRCUIT

Lengte: 4.075 meter 

Pole position: Marc Márquez (Ducati), 1.36,785 (151,5 km/u)

Snelste raceronde: Marc Márquez (Ducati), 1.38,313 (149,2 km/u)

SPRINT HONGARIJE                                    

13 ronden = 52,975 km

1.M. Márquez, 21.22,047; 2. Acosta, +1,548; 3. Bezzecchi, +2,722; 4. R. Fernandez, +3,973; 5. Aldeguer, +4,366; 6. Martin, +5,708; 7. Moreira, +6,285; 8. Enea Bastianini (I), KTM, +7,587; 9. Bagnaia, +8,237.

Racegemiddelde winnaar: 148,7 km/u

Snelste ronde (2e): M. Marquez, 1.37,901 = 149,8 km/u

MOTOGP HONGARIJE

26 ronden = 105,95 km

1. M. Márquez, 42.55,325; 2. Acosta, +1,343; 3. Bagnaia, +11,632; 4. Ogura, +15,539; 5. Marini, +18,668; 6. Moreira, +21,794; 7. Iker Lecuona (E), Ducati, +22,815; 8. Miller, +23,283; 9. Bastianini, +24,491; 10. Binder, +24,601; 11. Toprak Razgatlioglu (T), Yamaha, +25,135; 12. Di Giannantonio, +28,386; 13. Alex Rins (E), Yamaha, +29,207; 14. Morbidelli, +31,333; Maverick Viñales (E), KTM, +48,536.

Racegemiddeld winnaar: 161,9 km/u

Snelste ronde (20e): M. Márquez, 1.38,313 = 149,2 km/u 

[kaderkop]

STAND MOTOGP NA 16 VAN 44 RACES 

[kadertelst]

1.Marco Bezzecchi (I) Aprilia 180

2. Jorge Martin (E)     Aprilia 160

3. Fabio Di Giannantonio (I)   Ducati 138

4. Pedro Acosta (E)     KTM    132

5. Marc Márquez (E)  Ducati 108

6. Ai Ogura (J) Aprilia 105

7. Francesco Bagnaia (I)         Ducati 99

8. Raul Fernandez (E) Aprilia 93

9. Alex Márquez (E)    Ducati 67

10. Fermin Aldeguer (E)         Ducati 64

11. Luca Marini (I)      Honda 57

12. Enea Bastianini (I) KTM    48

13. Brad Binder (ZAF) KTM    48

14. Franco Morbidelli (I)        Ducati 40

15. Fabio Quartararo (F)        Yamaha          37

WK Endurance – 8 Uur Spa-Francorchamps: Van der Mark en BMW winnen in wisselende condities

0
BMW Motorrad World Endurance Team met Michael van der Mark (links) viert de thuisoverwinning op Spa-Francorchamps.

Michael van der Mark heeft met BMW zijn eerste WK Endurance-zege buiten Japan behaald. Tijdens de 8 Uur van Spa-Francorchamps was het BMW Motorrad World Endurance Team, met Van der Mark, Markus Reiterberger en Steven Odendaal als rijders, het sterkst onder voortdurend wisselende weersomstandigheden in de Ardennen. YART Yamaha eindigde als tweede, voor Kawasaki Webike Trickstar.

Het BMW Motorrad World Endurance Team mocht vanaf poleposition vertrekken tijdens de thuisrace van het team op Spa-Francorchamps. Een garantie voor een topresultaat is dat allesbehalve in het WK Endurance, en daar kan de equipe van de Belg Werner Daemen over meepraten. Vorig jaar was het BMW-team op weg naar de wereldtitel tijdens de Bol d’Or, toen een technisch probleem na 23,5 van de 24 uur racen roet in het eten gooide. Ook tijdens de openingsronde van het WK Endurance in 2024 ging het voor BMW mis. Tijdens de 24 Uur van Le Mans leek Michael van der Mark in de voetsporen te treden van zijn vader Henk, die deze race in 1984 had gewonnen. Zestien uur lang reed het BMW-team op kop, totdat technische problemen en een crash zich voordeden. Regerend wereldkampioen YART Yamaha profiteerde en won met Marvin Fritz, Karel Hanika en Leandro Mercado de eerste race van het seizoen.

De start van een WK Endurance-race, en zeker midden in de Ardennen, blijft een schitterend gezicht

Veel merken vooraan

Maar deze keer, tijdens de tweede ronde van 2026 op Spa-Francorchamps, waar een achtuursrace werd verreden, ging er niets mis voor het BMW Motorrad World Endurance Team. In de eerste uren van de race bleef een kopgroep van vijf teams met vijf verschillende merken (BMW, Suzuki, Honda, Kawasaki en Yamaha) vooraan rijden. BMW reed in de openingsstint met Reiterberger grotendeels op de tweede plek, maar toen Odendaal het stuur overnam, kwam BMW aan de leiding en die zouden ze niet meer afstaan. Vervolgens was het de beurt aan Van der Mark en in deze volgorde reed het team hun stints. De kopgroep werd al snel kleiner. Yoshimura SERT Motul (Suzuki) was met Gregg Black na een half uur onderuitgegaan. Vanuit het achterveld wist het Suzuki-team nog knap naar voren te komen en als vierde te finishen. F.C.C. TSR Honda France reed in de openingsstint zelfs nog aan de leiding, maar kreeg gaandeweg te maken met problemen en zou na zo’n vier uur uitvallen. Kawasaki Webike Trickstar maakte aanvankelijk ook deel uit van de kopgroep, maar moest gedurende de race terrein prijsgeven. Roman Ramos, Grégory Leblanc en Christian Gamarino zouden uiteindelijk als derde finishen.

Michael van der Mark won zijn eerste EWC-race voor BMW én buiten Japan

Strategie maakt het verschil

Net als in Le Mans ging het tussen BMW en YART Yamaha. Het was lange tijd een secondenspel, maar wel een dat tussen het derde en zesde uur in het voordeel van BMW verliep. Ze bouwden een voorsprong langzaam uit tot één minuut en zelfs tot ruim één ronde. Dit gebeurde in een periode waarin de weersomstandigheden in de Ardennen voortdurend wisselden. Vanaf het begin van de race druppelde het al af en toe, maar na ruim drie uur begon het echt te regenen en moesten de rijders binnenkomen voor regenbanden. De regen zette niet echt door, waardoor de rijders niet veel later weer binnenkwamen voor slicks. Even later volgden echter opnieuw diverse buien. Hierdoor maakten veel teams extra pitstops om weer terug te wisselen naar regenbanden. Ook bij YART Yamaha gebeurde dat, terwijl de strategie van BMW vlekkeloos verliep. YART Yamaha was in de slotfase sneller en joeg op de eerste plek, maar BMW maakte het verschil met de pitstopstrategie. Toen de ideale lijn in het slotuur weer helemaal droog was, was het verschil op de baan tussen de nummers één en twee ruim één minuut en bijna gelijk aan de tijd die YART Yamaha in totaal langer in de pits had doorgebracht. In het slotuur reed Odendaal het BMW Motorrad World Endurance Team naar de overwinning. Daarmee stijgt het team, achter YART Yamaha en Yoshimura SERT Motul, naar de derde plek in het WK-klassement. De 8 Uur van Suzuka en de Bol d’Or, de 24-uursrace op Paul Ricard, staan nog op de kalender. Voor Van der Mark betekende het zijn eerste WK Endurance-zege in dienst van BMW en zijn eerste buiten de 8 Uur van Suzuka, die hij in zijn carrière al vier keer wist te winnen. Van der Mark: “We waren snel in alle condities. Het was typisch Spa met het lastige weer. Het team maakte de juiste beslissingen. Het is bijzonder om hier te winnen.”

Bo Bendsneyder maakte indruk met zijn snelheid, maar eindigde de race met een harde crash

Flinke crash Bendsneyder

Bo Bendsneyder maakte zijn debuut in een WK Endurance-race. De Rotterdammer is normaal gesproken de vierde rijder van het Elf Marc VDS Racing Team/KM99 (Yamaha), een positie waarbij je enkel de trainingen rijdt. Omdat Alessandro Delbianco verplichtingen had in het Italiaans Superbike-kampioenschap, mocht Bendsneyder samen met Randy de Puniet en Florian Marino de race rijden. Dat ging aanvankelijk heel goed. Bendsneyder liet een sterk tempo zien. Elf Marc VDS Racing Team/KM99 reed net achter de kopgroep op de zesde positie, maar streed halverwege de race mee om de laatste podiumplaats. Door een technisch probleem verloren ze tijd in de pits en later ook nog door een verkeerde bandenkeuze. Toen Bendsneyder in het laatste uur op de motor stapte, reed het team op de achtste plaats algemeen. Het ging echter mis in de outlap, toen de Nederlander hard onderuit schoof nadat hij een natte plek op het asfalt leek te raken. De motor liep veel schade op en Bendsneyder raakte geblesseerd aan zijn schouder. De machine kon nog wel naar de pits worden gebracht en gerepareerd, waardoor Elf Marc VDS Racing Team/KM99 alsnog als laatste EWC-team op de vijftiende plaats finishte. Ook Ricardo Brink ging met Honda No Limits onderuit, al gebeurde dat al na ruim een uur racen. Later zou ook zijn teamgenoot crashen en kreeg het Honda-team in de slotfase te kampen met technische problemen, waardoor het niet in de einduitslag werd opgenomen. Dankzij hun tweede plaats in de Superstock-categorie tijdens de 24 Uur van Le Mans staan ze nog altijd tweede in de tussenstand van deze klasse. In totaal kwamen er vijf Nederlanders aan de start. Kay van Steenbergen werd met Infiniteam Flam Racing (Yamaha) twaalfde in de Superstock-klasse en Milan Merckelbagh eindigde met JMA Racing Action Bike 34 (Suzuki) als dertiende in deze categorie.

Moto3: Nieuwe en bekende winnaar

0
Brian Uriarte (51) won zijn eerste Grand Prix in Mugello. Een week later was Maximo Quiles (28) de beste op Balaton Park.

David Almansa was het snelst tijdens de kwalificatie in Mugello, maar ging niet van start vanwege een zware amandelontsteking. De Spanjaard lag tot woensdagavond in het ziekenhuis, maar drie dagen later was hij opnieuw de snelste tijdens de kwalificatie op Balaton Park. Tijdens de Grand Prix van Italië behaalde Brian Uriarte zijn eerste Grand Prix-zege. In een Mugello-klassieker met een enorme kopgroep vol slipstreamgevechten mochten Alvaro Carpe en Hakim Danish met hem mee naar het podium. Máximo Quiles eindigde voor het eerst in 2026 niet in de top-twee. Het natuurtalent werd in de voorlaatste ronde uit het zadel getrokken en kon nog maar net een crash voorkomen. In de slotronde zat er voor Quiles niet meer in dan een elfde plaats.

Een week later in Hongarije zette Quiles orde op zaken. Samen met Almansa reed hij weg van het veld. In de slotfase wist Quiles zijn Spaanse landgenoot van zich af te schudden en won hij, net als vorig jaar, in Hongarije. Het betekende zijn vijfde zege uit acht races in 2026. Hij staat nu 59 punten voor in het WK. Almansa eindigde vier dagen nadat hij uit het ziekenhuis was ontslagen knap als tweede. Carpe werd derde nadat David Muñoz, Brian Uriarte en Valentín Perrone in het gevecht om de laatste podiumplaats in de slotronde samen onderuitgingen, wat leidde tot een rodevlag-situatie. Muñoz liep bij het incident meerdere botbreuken op.

Het meest opvallende nieuws kwam tussen de twee GP’s door, toen bekend werd dat Adrián Fernández zijn resultaten van de eerste zes races van 2026 kwijtraakte. Deze straf kreeg hij vanwege motorfraude met zijn Leopard Honda, waarbij gemanipuleerde verzegelingen en aanwijzingen van ongeautoriseerde demontage werden vastgesteld. Hierdoor verloor Fernández maar liefst 76 punten en zijn derde plaats in het WK-klassement. Zijn vierde plaats in Italië bleef wel staan.

UITSLAGEN EN TUSSENSTAND

Moto3 Italië

17 ronden = 89,165 km

1. Brian Uriarte (E), KTM, 33.07,801; 2. Alvaro Carpe (E), KTM, +0,418; 3. Hakim Danish (MY), KTM, +0,456; 4. Adrian Fernandez (E), Honda, +0,482; 5. Joel Esteban (E), KTM, +0,842; 6. Eddie O’Shea (GB), Honda, +0,970; 7. David Muñoz (E), KTM, +1,069; 8. Veda Pratama (ID), Honda, +1,081; 9. Joel Kelso (GB), Honda, +1,085; 10. Jesus Rios (E), Honda, +1,091; 11. Maximo Quiles (E), KTM, +1,202; 12. Matteo Bertelle (I), KTM, +1,285; 13. Marco Morelli (AR), KTM, +1,351; 14. Scott Ogden (GB), KTM, +1,569; 15. Guido Pini (I), Honda, +2,330.

Racegemiddelde winnaar: 161,4 km/u

Snelste ronde (2e): Maximo Quiles (E), KTM, 1.55,444 = 163,5 km/u

Moto3 Hongarije

19 ronden = 77,425 km

1. Quiles, 33.39,745; 2. David Almansa (E), KTM, +3,147; 3. Carpe, +7,037; 4. Uriarte, +7,037; 5. Rico Salmela (FI), KTM, +7,374; 6. Adrian Cruces (E), KTM, +19,231; 7. Morelli, +20,276; 8. Rios, +24,202; 9. Casey O’Gorman (IE), Honda, +27,130; 10. Fernandez, +27,266; 11. Ogden, +27,450; 12. Kelso, +27,492; 13. Esteban, +27,730; 14. Cormac Buchanan (NZ), KTM, +28,570; 15. Bertelle, +30,442.

Racegemiddelde winnaar: 138,0 km/u

Snelste ronde (12e): David Almansa (E), KTM, 1.45,836 = 138,6 km/u

WK-tussenstand (na 8 van 22 races): 1. Quiles, 170 punten; 2. Carpe, 111; 3. Morelli, 77; 4. Almansa, 76; 5. Uriarte, 72; 6. Pratama, 71; 7. Perrone, 60; 8. Muñoz, 52; 9. Pini, 48; 10. Danish, 48.