maandag 8 juni 2026

MotoGP Italië en Hongarije: Aprilia pijnigt Ducati, maar slaat terug dankzij MM93

Sinds 2022 werd de MotoGP gedomineerd door Ducati. Maar dit seizoen is die dominantie door toedoen van Aprilia voorbij. Dat was zelfs ook het geval op Mugello, Ducati’s thuisbaan. Want daar won Marco Bezzecchi. Maar een week later sloeg het merk uit Bologna op het Balaton Park Circuit keihard terug dankzij een onnavolgbare Marc Márquez.

De GP van Hongarije bracht de zoveelste wederopstanding van Marc Márquez

Dit jaar was het vijftig jaar geleden dat er voor het eerst een Grand Prix op het ‘Autodromo Internazionale del Mugello’, oftewel het prachtige circuit in Toscane, werd verreden. Na ruim een uur racen versloeg Barry Sheene zijn landgenoot Phil Read met, zegge en schrijve, een tiende van een seconde! In al die jaren is de lay-out van de baan zelf nauwelijks veranderd. Nagenoeg alle grote coureurs wisten er te winnen. Er zijn twee namen die eruit springen. Mick Doohan won Mugello in de vijf jaren dat hij ook 500cc-wereldkampioen werd. Dat was van 1994 tot en met 1998. De serie overwinningen van de Honda-coureur op het circuit werd vervolgens verbeterd door Valentino Rossi. Voor eigen publiek zegevierde de Italiaan er van 2002 tot en met 2008. Dus zeven keer achter elkaar. De laatste jaren staat een andere naam synoniem voor Mugello. Dat is niet die van een coureur, maar van een fabrikant: Ducati. Het roemruchte Italiaanse motormerk is gehuisvest in Borgo Panigale (Bologna) op een uurtje rijden van Mugello. Mede daarom is het het testcircuit van Ducati. Nadat Casey Stoner in 2009 op deze baan voor de eerste zege met de Ducati Desmosedici tijdens de GP van Italië had gezorgd, brak zes jaar later door een pole en een tweede plaats in de race van Andrea Iannone het echte Ducati-tijdperk in Toscane aan. Want vervolgens waren het de fabriekscoureurs Andrea Dovizioso (2017), Jorge Lorenzo (2018), Danilo Petrucci (2019) en Pecco Bagnaia (2022), die als winnaar in Mugello over de finish kwamen. Daarna werd de suprematie van de Rode Raketten uit Bologna nog groter. Want Bagnaia won niet alleen in 2023 en 2024, in beide jaren konden de tifosi ook een volledig Ducati-podium bejubelen. En dat was afgelopen jaar met Marc Márquez, Alex Márquez en Fabio Di Giannantonio nogmaals het geval. Bovendien eindigde Pecco Bagnaia ook nog eens als vierde. Groter en mooier kon het voor de ‘Ducatisti’ niet worden, zou je denken. Dat blijkt zo te zijn. Want dit jaar lijkt de macht in de MotoGP te zijn overgenomen door een ander Italiaans motormerk. En dat is Aprilia. Voor velen geldt die machtsovername als een verrassing. Maar een aantal achterliggende feiten geeft aan dat dit geen toeval is.

Marco Bezzecchi (72) en Jorge Martin (89) zorgden voor een historische zege van Aprilia op Mugello

Sleutelrol

Een sleutelrol in dit alles is weggelegd voor Gigi Dall’Igna. De Italiaanse ingenieur die als jongeling (26 jaar) in 1992 bij Aprilia in dienst trad. Hij vond daar in de raceafdeling in de Nederlandse technici Jan Witteveen en Jan Thiel zijn leermeesters. Dertig jaar later, in 2012 dus, had Dall’Igna bij Aprilia alles gewonnen wat er te winnen viel. Dat waren de wereldtitels in de 125cc, 250cc, Superbikes en het CRT-kampioenschap binnen de MotoGP-klasse. Budget om een volwaardige MotoGP-machine te bouwen was er op dat moment bij Aprilia niet en kwam er ook niet. Toen Dall’Igna dan ook een aanbieding kreeg van grote concurrent Ducati om daar de leiding over de racerij te krijgen, besloot hij daar na lang wikken en wegen op in te gaan.

Dit tot grote teleurstelling en ergernis van Roberto Colaninno, de eigenaar van het Piaggio-concern waartoe Aprilia sinds 2004 behoort. De machtige en invloedrijke Italiaanse industrieel had vanaf dat moment maar één doel voor ogen: Ducati en ook Dall’Igna verslaan. Die drang werd nog groter toen genoemde combinatie in 2022 voor het eerst samen de MotoGP-wereldtitel veroverde. Daarop zorgde Colaninno ervoor dat het budget voor het Aprilia MotoGP-project met Piaggio-geld verder werd opgeschroefd. Iets waar Dall’Igna al in 2012 om had gevraagd. Intussen had Aprilia in 2019 Massimo Rivola aangetrokken als nieuwe MotoGP-baas. Deze Italiaan had daarvoor op succesvolle wijze verschillende functies in de Formule 1 bij de teams van Minardi en Ferrari vervuld. Zijn aanstelling leidde er mede toe dat Aprilia in 2022 weer met een eigen fabrieksteam aan de MotoGP ging deelnemen. Daarvoor was er een samenwerkingsverband met Gresini Racing. Ook zorgde Rivola ervoor dat verschillende F1-technici (zowel op aerodynamisch als motorisch gebied) voor Aprilia aan het werk gingen. De resultaten werden, mede door het concessiesysteem, beter en beter met als uitkomst dat Aleix Espargaró in 2022 in Argentinië met de Aprilia RS-GP de eerste GP-zege wist te behalen. De ingeslagen weg naar de zo gewenste wereldtitel had daarmee zijn eerste grote succes opgeleverd. Mocht die titel worden behaald, dan maakt Roberto Colaninno dat helaas niet meer mee. Hij overleed in 2023 op 80-jarige leeftijd. De leiding van het Piaggio-concern en zo van Aprilia is nu in handen van zijn zonen Michele en Matteo Colaninno. Zij zullen er alles aan doen om de droom van hun vader, het veroveren van de MotoGP-wereldtitel, uit te laten komen. Eind 2024 leek er een kink in de kabel te komen toen bekend werd dat Romano Albesiano (de opvolger van Dall’Igna) Aprilia na een lang dienstverband ging verlaten om technisch directeur bij Honda Racing Corporation te worden. Maar een vervanger was snel gevonden in de persoon van Fabiano Sterlacchini, die na een korte periode bij KTM bij Ducati lange tijd de rechterhand van Dall’Igna was geweest. Zo was de stoelendans onder de Italiaanse toptechneuten, die elkaar dus allemaal heel goed kennen, weer rond.

Ook wat betreft het aantrekken van rijders blijken Massimo Rivola en zijn team kennis van zaken te hebben. Want op dit moment heeft Aprilia met de fabriekscoureurs Marco Bezzecchi en Jorge Martin plus het Trackhouse-duo Raul Fernandez en Ai Ogura vier toppers in huis. Zo groeit wat eens een lelijk eendje was meer en meer op tot een statige zwarte zwaan. Net zoals in het beroemde sprookje van Hans Christian Andersen.

De Italiaanse racefans kijken toe als Aprilia en Ducati strijden om de macht op Mugello

Casa nostra

Juist de 2026-aflevering van ‘Il Gran Premio d’Italia al Mugello’ had voor Ducati een absoluut hoogtepunt moeten worden. In de eerste plaats omdat het fameuze motormerk dit jaar zijn 100-jarig jubileum viert en dat met allerlei activiteiten gepaard laat gaan. Bovendien zou het Lenovo Ducati-fabrieksteam bij winst in Mugello zijn honderdste GP-zege scoren. En als dat door Marc Márquez zou gebeuren, was het tevens de honderdste GP-zege voor de Spaanse coureur.

Gezien wat Aprilia tijdens de eerste zes GP’s van dit seizoen had laten zien, reisde het merk uit Noale als favoriet naar Mugello af. Dat deed het tevens in de wetenschap dat er door de goede resultaten eindelijk een hoofdsponsor was gevonden. Want na de fabrieksteams van Ducati en Yamaha en het VR46-team wordt nu ook het Aprilia-fabrieksteam door Monster Energy Drinks als racende reclamezuil gebruikt. In Mugello werd het direct een heel snelle zuil, want met 368,8 km/u vestigden zowel Martin als Bezzecchi met de RS-GP een nieuw absoluut topsnelheidsrecord in de MotoGP.

Niet lang daarna kon de volgende primeur worden bejubeld, want voor het eerst bezetten Aprilia-coureurs de eerste startrij. Naast Bezzecchi, die met een tijd van 1.43,921 een absoluut ronderecord op Mugello realiseerde, waren dat Fernandez en Martin. De weer teruggekeerde, maar nog niet volledig fitte Marc Márquez was als vierde de best geklasseerde Ducati-rijder. Vervolgens was het toch wel een verrassing dat Fernandez de Sprint won voor Martin. Fabio Di Giannantonio (Ducati) voorkwam een volledig Aprilia-podium door Bezzecchi (vierde) achter zich te houden.

Ook tijdens deze GP zou ‘Bezz’ het op zondag veel beter doen dan op zaterdag. Voor een recordaantal, veelal Italiaanse, toeschouwers bezweek de 27-jarige Italiaan niet onder de immense druk. Nadat Pecco Bagnaia in de eerste helft van de race het tempo had gedicteerd, was het Bezzecchi die in de tweede helft ervan het initiatief naar zich toetrok. Zo scoorde hij niet alleen voor zichzelf zijn eerste zege op Mugello, maar ook voor Aprilia. Althans in de MotoGP-klasse. Jorge Martin maakte het succes van het fabrieksteam compleet door tweede te worden. Het Aprilia-succes was zelfs nog groter geweest als Ai Ogura (komend van de dertiende plaats) zich in de laatste bocht niet terug had laten pakken door Bagnaia. Die redde met zijn derde plaats zo nog wat van de Ducati-eer.

Na hun Sprint-podiums hadden Raul Fernandez (schakelfout) en Fabio Di Giannantonio (kwam klem te zitten) de pech al in de eerste bocht op grote achterstand te geraken. Uiteindelijk werden ze respectievelijk negende en vijfde. KTM-kopman Pedro Acosta (zesde) en Marc Márquez (zevende) konden zich om verschillende redenen dit keer niet met de strijd om de topposities bemoeien.

Zo kon het Aprilia-team gaan feestvieren. Dat deden de leden niet alleen met champagne, maar ook door met z’n allen op de foto te gaan. Daarbij werd op de pitborden vermeld: ‘Casa Nostra’. Oftewel ‘Ons huis’. Mugello is niet langer exclusief in handen van Ducati. En dat deed zeker pijn in Bologna….

Onbezonnen actie

Vervolgens reisde het hele racecircus direct door naar Hongarije, waar met het Balaton Park Circuit een compleet andere baan wachtte dan Mugello. Tijdens de première verleden jaar heerste Marc Márquez op het Mickey Mouse-baantje. De verwachting dat hij dat opnieuw zou kunnen doen, was gezien zijn lichamelijke conditie niet erg groot. Dat was ook hijzelf van mening. Hoe anders zou het lopen….

Het begon al op vrijdag toen de regerend wereldkampioen tijdens de eerste training direct de snelste tijd noteerde. De ‘MM93-show’ kreeg op zaterdag een vervolg omdat Márquez in Q2 bij het ingaan van zijn tweede ronde onderuit schoof. Het weerhield hem er niet van om op de licht beschadigde machine toch nog de pole te pakken voor de jonkies Pedro Acosta en Fermin Aldeguer. Het Aprilia-duo Bezzecchi en Martin kwam slechts tot de startplaatsen zes en acht.

Drie uur later liet Márquez er tijdens de Sprint geen gras over groeien wat zijn bedoeling was. Dat was ‘gewoon’ winnen! Na een perfecte start was dat dertien ronden later een feit. Acosta was de enige die nog een beetje in de buurt kon blijven bij de teruggekeerde titelhouder, maar hij moest zich toch neerleggen bij de tweede plaats. Als derde verzamelde WK-leider Bezzecchi waardevolle punten. Ook al omdat Martin, zijn grootste concurrent in de titelstrijd, niet verder kwam dan de zesde plaats.

Een week later volgde een gedenkwaardige afgang op Balaton Park

De grote vraag was vervolgens wat Marc Márquez op zondag zou kunnen doen. De GP-race was immers twee keer zo lang. En hoe zou zijn lichaam daarop reageren? Voor die vraag kon worden beantwoord, zorgde Jorge Martin voor een onverwachte klapper. De wereldkampioen van 2024 nam voor de eerste bocht veel te veel risico, ging onderuit en ramde tevens zijn Aprilia-teamgenoot Bezzecchi, Fernandez (ook Aprilia) en de Ducati-coureurs Aldeguer en Di Giannantonio onderuit. Oftewel de nummers 1, 2, 3, 8 en 10 uit de WK-stand. Ducati leed in Mugello heel veel pijn, maar Aprilia deed dat hier misschien nog wel meer. De onbezonnen actie van Martin werd bestraft met twee long laps tijdens zijn volgende GP-race.

Zo werd de strijd om de zege in Hongarije opnieuw een aangelegenheid tussen Márquez en Acosta. Alleen nam laatstgenoemde (op een zachte achterband onderweg) nu wel de eerste plaats van eerstgenoemde (op een medium) over. Zo bleef het tot halverwege de wedstrijd. Toen vond Márquez dat zijn tijd was gekomen. Er ontspon zich een keihard maar fair duel tussen de twee Spanjaarden. De titelhouder had tegen de verwachtingen in nog genoeg energie over om uiteindelijk toch zijn honderdste GP-zege te kunnen gaan vieren. Tevens de honderdste van het Ducati-fabrieksteam. Voor het team eindigde een wat onzichtbare Pecco Bagnaia als derde.

Al met al nam Ducati zo revanche voor de nederlaag op Mugello, maar dat gebeurde toch wel op onverwachte wijze. Omdat de top drie in de WK-stand geen punten scoorde, blijft Bezzecchi daarin met 180 punten aan de leiding voor Martin en Di Giannantonio. Marc Márquez is door zijn twee zeges in Hongarije opgeklommen naar de vijfde positie met 108 punten. Moeten Marco Bezzecchi en Aprilia zich dan toch nog zorgen gaan maken? De volgende GP is die van Tsjechië van 19 tot en met 21 juni in Brno.

Marc Márquez (l) en Pecco Bagnaia vieren de 100ste GP-zege van het Ducati-fabrieksteam. (En van MM93)

UITSLAGEN EN TUSSENSTAND

GRAND PRIX VAN ITALIË

CIRCUIT: AUTODROMO INTERNAZIONAL DEL MUGELLO

Lengte: 5245 meter 

Pole position: Marco Bezzecchi (Aprilia), 1.43,921 (181,6 km/u)

Snelste raceronde: Francesco Bagnaia (Ducati), 1.45,470 (179,0 km/h)

SPRINT ITALIË

11 ronden = 57,695 km

1.Raul Fernandez (E), Aprilia, 19.28,408; 2. Jorge Martin (E), Aprilia, +1,289; 3. Fabio Di Giannantonio (I), Ducati, +3,287; 4. Marco Bezzecchi (I), Aprilia, +4,481; 5. Marc Márquez (E), Ducati, +9,055; 6. Fermin Aldeguer (E), Ducati, +9,758; 7. Francesco Bagnaia (I), Ducati, +10,983; 8. Ai Ogura (J), Aprilia, +11,411; 9. Pedro Acosta (E), KTM, +11,809.

Racegemiddelde winnaar: 177,7 km/u

Snelste ronde (2e): R. Fernandez, 1.44,712 = 180,3 km/u

MOTOGP ITALIË

23 ronden = 120,635 km

1.Bezzecchi, 40.57,347; 2. Martin, +3,559; 3. Bagnaia, +5,098; 4. Ogura, +5,132; 5. Di Giannantonio, +5,453; 6. Acosta, +7,467; 7. M. Márquez, +10,762; 8. Aldequer, +14,644; 9. R. Fernandez, +13,380; 10. Diogo Moreira (BR), Honda, +21,366; 11. Brad Binder (ZAF), KTM, +21,479; 12. Joan Mir (E), Honda, +21,795; 13. Luca Marini (I), Honda, +22,059; 14. Franco Morbidelli (I), Ducati, +29,789; 15. Jack Miller (AUS), Yamaha, +32,289.

Racegemiddeld winnaar: 176,7 km/uSnelste ronde (3e): Bagnaia, 1.45,470 = 179,0 km/u (record)

Bij de WK-stand: Marco Bezzecchi

GRAND PRIX VAN HONGARIJE

CIRCUIT: BALATON PARK CIRCUIT

Lengte: 4.075 meter 

Pole position: Marc Márquez (Ducati), 1.36,785 (151,5 km/u)

Snelste raceronde: Marc Márquez (Ducati), 1.38,313 (149,2 km/u)

SPRINT HONGARIJE                                    

13 ronden = 52,975 km

1.M. Márquez, 21.22,047; 2. Acosta, +1,548; 3. Bezzecchi, +2,722; 4. R. Fernandez, +3,973; 5. Aldeguer, +4,366; 6. Martin, +5,708; 7. Moreira, +6,285; 8. Enea Bastianini (I), KTM, +7,587; 9. Bagnaia, +8,237.

Racegemiddelde winnaar: 148,7 km/u

Snelste ronde (2e): M. Marquez, 1.37,901 = 149,8 km/u

MOTOGP HONGARIJE

26 ronden = 105,95 km

1. M. Márquez, 42.55,325; 2. Acosta, +1,343; 3. Bagnaia, +11,632; 4. Ogura, +15,539; 5. Marini, +18,668; 6. Moreira, +21,794; 7. Iker Lecuona (E), Ducati, +22,815; 8. Miller, +23,283; 9. Bastianini, +24,491; 10. Binder, +24,601; 11. Toprak Razgatlioglu (T), Yamaha, +25,135; 12. Di Giannantonio, +28,386; 13. Alex Rins (E), Yamaha, +29,207; 14. Morbidelli, +31,333; Maverick Viñales (E), KTM, +48,536.

Racegemiddeld winnaar: 161,9 km/u

Snelste ronde (20e): M. Márquez, 1.38,313 = 149,2 km/u 

[kaderkop]

STAND MOTOGP NA 16 VAN 44 RACES 

[kadertelst]

1.Marco Bezzecchi (I) Aprilia 180

2. Jorge Martin (E)     Aprilia 160

3. Fabio Di Giannantonio (I)   Ducati 138

4. Pedro Acosta (E)     KTM    132

5. Marc Márquez (E)  Ducati 108

6. Ai Ogura (J) Aprilia 105

7. Francesco Bagnaia (I)         Ducati 99

8. Raul Fernandez (E) Aprilia 93

9. Alex Márquez (E)    Ducati 67

10. Fermin Aldeguer (E)         Ducati 64

11. Luca Marini (I)      Honda 57

12. Enea Bastianini (I) KTM    48

13. Brad Binder (ZAF) KTM    48

14. Franco Morbidelli (I)        Ducati 40

15. Fabio Quartararo (F)        Yamaha          37

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen