donderdag 8 december 2022
premium preview

Dit is een Premium-Preview artikel. Deze kun je op dit moment tijdelijk lezen om kennis te maken met onze betaalde artikelen. Wil je in de toekomst alle Premium artikelen kunnen lezen? Neem dan een abonnement. Dat kan al vanaf €2,50 per maand. Klik hieronder op de button voor de mogelijkheden.

Toerisme Italiaanse Alpen: het voorjaar ontwaakt

Pasen is doorgaans het moment waarop wij na de winter de ‘wederopstanding’ van onze hobby vieren. De ideale bestemming voor de eerste, wat langere voorjaarstocht: de zuidkant van de Alpen, het kronkelende paradijs tussen de Dolomieten en het Gardameer, tussen Kreuzbergpas en Passo di Croce Domini.

Tekst en fotografie: Klaus H. Daams

Wie had daar gisteren nog op durven hopen toen de nieuwslezer zei dat sneeuwkettingen op de Brennerpas verplicht zouden zijn. En wie zou er dan niet blij zijn als de zon ’s ochtends naar hem lacht, al was het maar symbolisch op de weer-app. Zo vertrekken we dus toch vol optimisme – en met warme kleren in de koffers, je weet maar nooit – richting het zuiden, over de Brennerpas, die inmiddels is vrijgemaakt. We krijgen daarop ons eerste voorproefje van Italië in de Zuid-Tiroolse Puster-vallei, om precies te zijn in San Candido op het terras van Restaurant Walter. Daar vertelt gastheer Franco dat zijn schoonmoeder Alba Campeol de tiramisu heeft uitgevonden. Maar in plaats van het zoete dessert brengt hij ons toch liever iets uit de oven: pasta fagioli, overgoten met een bruisend bruine, heerlijk romige, warme saus.

Emoticon

Een half uur later op de 1.636-meter hoge Kreuzbergpas – Passo di Monte Croce di Comelico in het Italiaans – is het koud. De motsneeuw dwarrelt door de lucht. Vroeger zouden we misschien ‘Sneeuwvlokje, wit rokje’ hebben geroepen. Maar nu is er een emoticon in de witte laag op het windscherm getekend, maar dan wel een met de mondhoeken naar beneden gericht. Die trekken verderop weer omhoog, naarmate het over het wat hobbelige asfalt verder bergafwaarts gaat. Wat een paar meter hoogte en een paar grillen van de natuur een verschil kunnen maken! Op de Passo San Antonio, die 147 meter lager is dan z’n collega Kreuzberg, knippert de zon in elk geval door de wolken en laat het groen aan de bomen en op de muurtjes wedijveren met dat van de Kawasaki. Ook op de volgende pas in de Sextner Dolomieten is er geen reden tot klagen. In plaats daarvan krijgen we alle gelegenheid onze reflexen en automatismen na de winterpauze weer te trainen. De bestuurder van een T5 Syncro, die de twee motorrijders in de kronkels van de Passo Tre Croci zoek wil rijden, denkt waarschijnlijk hetzelfde. Maar de Versys 1000 schud je niet zomaar af. Dat merk je direct als je de pols verdraait en de toerenteller naar het rode bereik van de toerenteller laat schieten. Maar goed, ook geduld kun je trainen.

Toerisme Duitsland: Hunsrück retrotoer door edelsteenland

Oase

Cortina d’Ampezzo, in de zomer het oog van de gemotoriseerde orkaan, in de winter een gerenommeerd skicentrum, kijkt nu, begin mei, uit zijn donkere raamsponningen en ziet er erg slaperig uit. Achter die ramen gaan zo’n 5.000 hotelbedden schuil, die zeker een paar rustige en ontspannende dagen in het laagseizoen verdienen. De Booking-app leidt ons uiteindelijk naar het Hotel Piccolo Pocol, net buiten de SS48. Klein probleem: de keuken is dicht. Ik heb geen zin in een rommelende maag en laat liever de starter nog een zoemen om achter de lichtbundel van de koplampen aan door de nacht terug te rijden naar Cortina. Waar na enig zoeken de Birreria Hacker Pschorr een ware oase in de gastronomische woestijn blijkt te zijn.

Wintersprookje

Bij het ontbijt is het firmament weer piccobello blauw. Bovendien is de Passo Giau open en leidt de SP638, die aftakt bij Piccolo Pocol, direct naar het plezier tot 2.236 meter boven de niet bevroren zeespiegel. Koud? Mwah! We zijn zo blij als sneeuwkoningen en laveren over een droog grijs asfaltlint door het wintersprookje. Voor de veiligheid is het verloop van de weg gemarkeerd met zwarte en gele paaltjes, maar deze gaan ten onder tegen de witte superioriteit. ‘Ik ben niet de enige gek hier’, zegt een GS-rijder uit Linz, die we bij een pauze op de besneeuwde pas ontmoeten. Hij is op weg is naar de veerboot naar Corsica. ‘Daar zouden wij toch ook heen kunnen gaan – maar niet mijn wil geschiede, maar de jouwe’, hoor ik naast me mompelen.           

Over de Passo Cereda rijden we verder naar het zuiden. Het wegdek is maar zo-zo, een mix van nieuw en oud asfalt. En de weg is altijd mooi leeg. Maar in de dorpen hoor je binnenkort: ‘Niet de trekvogels uit Afrika zijn terug, maar de motoren uit het noorden.’ Wel, we staan ​​er nog steeds alleen voor, doen het als een Troglodytes troglodytes, de wetenschappelijke naam voor het sneeuw- of winterkoninkje, dat zelfs in de Europese winter zingt. Aan het eind van de dag vinden we in Feltre een ‘nest’ in Hotel Doriguzzi. De naam doet misschien denken aan de adelaar uit Mandello: hij is hier echter net zo gewoon als Janssen of De Boer bij ons. Veel exclusiever is hetgeen wat er in de oude stad met zijn kanteelmuren en met fresco’s volgeschilderde palazzi te vinden is. Op de menukaart van Al Cappello staan ​​bijvoorbeeld niet alleen pizzaklassiekers zoals Quattro Stagioni, maar ook creatieve, visueel opvallende nieuwe creaties zoals de Nonna Maria, die een spaakdesign heeft. Oh Moto Guzzi, wat laat jij je fans smachten!

Campagnolo

De Passo Croce d’Aune, tussen Feltre en Lamon, is een bedevaartsoord voor fans van het merk Campagnola, een traditionele producent van versnellingen en onderdelen voor racefietsen. Waar wij op een kleine bergweg heel relaxt door de lentegroene botanie rollen, baande Tullio Campagnolo zich in november 1924 tijdens een wielerwedstrijd een weg door een sneeuwstorm. Toen hij met zijn bevroren vingers niet in staat bleek de destijds gebruikelijke vlindermoeren op de wielas los te draaien om de overbrengingsverhouding te veranderen, kwam hij op het idee voor een snelspanner – het begin van een carrière als oprichter van het bedrijf. Hij wordt herdacht door een monument op de top van de pas.

Van Bologna naar de Poolcirkel en terug     

De smalle, verslavende route over de Passo di Gobbera en Passo di Brocon zou op de kaart eigenlijk het gloeiende metallic limoengroen van de Kawasaki hebben verdiend voor haar bijzondere landschappelijke schoonheid, in plaats van ‘slechts’ het gewone groen. Door de bomen zie je er niet veel van het landschap, maar je schiet wel lekker van de ene bocht naar de andere. Om dan boven bij Brocon te schitteren als een diadeem, zodat de mondhoeken dit keer echt absoluut niet naar beneden willen. Zoals de suiker die je op een goede cappuccino strooit en die lang door het melkschuim wordt vastgehouden voordat de korrels langzaam naar beneden zakken en zich zoet mengen met de koffie. Wat heerlijk is om te bestuderen tijdens een pauze bij Albergo Passo Brocon. 

Arriva!

Motorrijders – en met name die met enduro-genen, houden niet van borden met rode randen. Bijvoorbeeld bij de Passo Cinque Croci, waar een smal straatje ter breedte van een string van Strigno door de Val Campelle heen loopt. Tot aan een van die roodgekleurde ringen, onmiskenbaar een stopsignaal. Snelle vraag aan je geweten, dan aan het navigatiesysteem: Riva? Arriva!

15 uur 57: de eerste onopgemerkte verkeersovertreding. En de komende weken en maanden zullen er nog veel meer zijn rond het Gardameer. 90 minuten later zitten we nu onder de luifels van de Bar Sesto Grado in Nago-Torbole bij een gevoelstemperatuur van 30 graden aan de koffie, om daarna via Lago di Ledro naar de Passo di Croce Domini te rijden. Maar we rekenden buiten de waard: de winter. Hoe dapper de motoren zich ook een weg banen door het bocht na bocht steeds dikker wordende sneeuwdek in het bovenste deel van de Valle del Caffaro, vaak net niet het decor inglijdend; op een gegeven moment zegt de innerlijke stem: ‘terug’. In plaats van een rendez-vous met het noodlot dan liever een herberg met halfpension in het gezellige bergdorp Bagolino, in de Albergo Al Tempo Perduto, pal naast paardenslager Macelleria Equina.

Italiaanse Alpen

Slagboom      

Voor het tweede ontbijt rijden we bijna 900 meter omhoog, van Bagolino tot aan de Passo Maniva. Het is een stimulerende rit met serpentines, die door de tand des tijds nogal zijn aangetast. De Maniva is pas veertien dagen weer open, zegt Manuela, uitbater van de gezellige berghotel Alto Dosso op de top van de 1.664 meter hoge pas, in de zomer een populair ontmoetingspunt voor motorrijders. Maar ook vanaf hier komen we vandaag niet verder. We staan ​​al snel in de sneeuw voor een slagboom op de SS345, de zuidelijke toegang via de Goletto delle Crocette naar de 1.892 meter hoge Croce Domini.

Alsof ze troost wil bieden voor het missen van het kruis van de Heer, verschijnt plotseling de Moeder van God, een met bloemen versierde figuur in een rotsnis op de Passo della Spina, de hemelse schakel tussen Maniva en Lago d’Idro. Oké, sommigen wensen hem misschien naar de hel, dit kronkelende asfaltlint dat is doorspekt met scherpe haarspeldbochten, grindpassages en sneeuwbanken. Vaak wordt de weg van de afgrond gescheiden door een paar schamele, roestige palen, die meer doen denken aan de stompen van vergane tanden dan aan serieuze vangrail. Anderen daarentegen zijn misschien blij dat ze er maar weinig van zien, wanneer de mist ze als een wolk wierook aan het zicht onttrekt. Maar goed nieuws voor iedereen: de bomen staan ​​al vol knoppen en bloesems, zodat de glorieuze lente niet lang meer op zich zal laten wachten.

Italiaanse Alpen

Afscheid        

We vervolgen onze weg van het Lago d’Idro naar het Lago d’Iseo. Dit is het op drie na grootste, maar relatief weinig bezochte meer van Noord-Italië, prachtig gelegen in de buurt van het Gardameer. De verbinding via Passo dei Tre Términi en Val Trompia – als de kachelpijp van de Kawasaki niet aan de geluidseisen voldeed, maar een trompet was, dan zou ze hier echt alarm slaan – leidt terug naar Maniva, waar Manuela ons ‘s avonds vetmest. Na drie volle borden, als we bijna ploffen, vraagt ze heel schijnheilig: ‘Wil je nu nog de kalfsschnitzel?’

Wat we verder graag nog willen doen – alle goede dingen komen immers in drieën – is kijken of je via Breno bij de Croce Domini kunt komen. Maar verdorie! Hemeltjelief! Vlak voor het doel toch weer een slagboom, op de Rifugio Bazena. Voordat we terug naar Nederland gaan, is er in ieder geval een zonnig terrasje om afscheid te nemen van bella Italia. Manuela’s zoete ontbijtgebak voelt op de tong als het heilig brood voor de hongerigen. In het oor galmt een evergreen uit de luidsprekers van Alto Dosso: ‘Save the last dance for me’. Nou, voor ons was het niet de laatste maar de eerste dans van het seizoen.

Download de route Italiaanse Alpen

Italiaanse Alpen

Informatie Italiaanse Alpen

Nergens anders beleef je de overgang van winter naar lente op de motor zo intensief als in de bergen. Terwijl er sneeuw op de toppen van de soms nog gesloten passen ligt, tot ver in mei, beginnen de valleien al in april alweer te bloeien. Dat leidt weliswaar tot een frequente blik op de thermometer in het dashboard, maar zorgt ook voor lege wegen hier in de Italiaanse Alpen, die midden in de zomer juist bedreigd worden door een lawine aan toeristen.

Heenreis

Ons startpunt Innichen – San Candido in het Italiaans – ligt ongeveer 1050 kilometer van, bijvoorbeeld, Rotterdam. Het is het snelst te bereiken via de snelweg via Karlsruhe en Ulm, Innsbruck en de Brenner-tolweg tot net voor Brixen; vandaar verder over land door het Zuid-Tiroolse Pustertal. Als je aan de veilige kant wilt blijven, controleer dan voor vertrek de plaatselijke weersomstandigheden van dat moment en controleer de wintersluitingen voor de passen die je wilt bezoeken. 

De motorhotels van MoHo: thuis bij motorrijders

De crew van MoHo-hotels hebben stuk voor stuk een motorrijdershart. Ze hebben zelf ook motorfietsen en kennen de mooiste motorwegen in de omgeving als hun broekzak. En hebben ze er nog geen route van, dan maken ze die wel voor je als je het vraagt. Natuurlijk hebben ze ook gewoon een busje kettingvet voor je en kun je je motorfiets afspoelen, mocht je de hele dag door de regen hebben gereden. Er zijn ruim vijftig MoHo-hotels, verspreid over Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Italië en Kroatië. Onderscheid tussen de hotels wordt gemaakt met een speciaal sterrensysteem. De hotels met een drie-helmenstatus bieden alle basisbehoeften, bij vier helmen komen er wat luxe toeters en bellen bij en bij vijf helmen blijft er echt niets meer te wensen over. Maar welk MoHo-Hotel je ook neemt: hun eigenaren denken en ademen simpelweg motorfiets. 

Langs de route die we in dit reisverhaal beschreven hebben, liggen verschillende motorfietshotels van MoHo. We sommen ze hieronder voor je op:

Meer info over MoHo – Motorfiets Hotels op www.moho.info

Websites

www.enit.de
www.suedtirol.info
www.visitgarda.com
www.suedtirol.com/verkehr/berg-paesse
www.alpen-journal.de

www.alpenrouten.de/alpenpaesse-verkehrsinfos-wintersperren.html

Italiaanse Alpen
Redactie
De redactie van Motor.nl bestaat uit alle redactieleden van MOTO73 en Promotor. Redacteuren Marien Cahuzak, Jan Kruithof, Maikel Sneek en diverse freelancers zijn dagelijks actief voor Motor.nl.

Laatste Artikelen

Gerelateerde artikelen