De goed 320 kilometer lange rondweg van de Westfaalse Molenroute leidt langs 44 vaak nog volledig functionerende molens van verschillende bouwstijlen, waarvan de tandwielen soms een lichte kraak produceren.
Wie voor al deze wind-, water- en paardenmolens, en zelfs een scheepsmolen, niet alleen een vluchtige motorgroet over heeft voor al die motorrijders die je op een mooie weekenddag in de Eifel of het Sauerland tegemoet rijden, maar ook even stopt en de tijd neemt voor bijna elke molen, ooit de grootste machines ter wereld vóór de uitvinding van de stoommachine, tja, die zal zelfs met twee volgepropte dagetappes waarschijnlijk niet uitkomen. Daarom hier, na een verkenningstocht vooraf, een subjectieve ‘Best-of-Tour’; een rijtje molens die je moet zien.
Compacte vestingtoren
In Petershagen-Lahde starten we bij de van de Westfaalse Molenroute: de idyllisch gelegen wind- en watermolen in Petershagen-Lahde. Met de overzichtelijke kaart in de tanktas maken we ons op voor nog eens 44 molens. Voor de twee verdiepingen tellende stellingmolen uit 1876 met zeilen en windroos worden we verwelkomd door het oude molenaarsechtpaar Meyer, levensecht in beton gegoten. Een QR-code nodigt uit voor een virtuele rondgang door de Lahder Klostermühle; andere belangrijke punten in het dorp zijn de neogotische kerk en de geliefde dönerzaak. Gewetensvraag: zal de stilgelegde steenkolencentrale Heyden aan de rand van het dorp over 150 jaar ook deel uitmaken van een historische energiecentraleroute? We rijden op onze ‘molens’, een Moto Guzzi V85TT en een BMW F900XR, verder naar de Königsmühle Seelenfeld. Solide als een compacte vestingtoren staat de molen op een lage aarden wal tussen de velden. De molen werd al gebouwd in 1731 door de Pruisische regering, die de boeren dwong om hun graan enkel op molens te laten malen die van de staat waren. Wie eens een blik in zo’n oude molen werpt, zal zich wellicht het enorme mechaniek herinneren, bijna geheel van hout, dat doet denken aan een Ducati 900SS-koningsasser, ook al een halve eeuw oud. En vandaag? Zitten we rustig aan een tot tafel omgebouwde maalsteen en bestuderen de menukaart. Boven ons de groene bladeren van een pruimenboom, iets hoger het geflikker van de zon door het rooster van de draaiende molenwieken. Hoe deze met zeilen worden bespannen zodat ze wind vangen en de molen laten malen, demonstreert de niet-zuinige Jochen Plenge een paar kilometer verderop bij de windmolen Heimsen. Net alsof hij hoog in de tuigage van de Gorch Fock (opleidingsschip van de Duitse marine) staat, rolt de hobbymolenaar aan twee wieken de zeilen uit. De andere twee wieken van deze Hollandse walmolen zijn daarentegen uitgerust met verstelbare luiken. ‘We hebben momenteel windkracht 1-2; bij 3-4 kunnen we beginnen met draaien,’ legt Jochen snel uit voordat hij zijn R 25/2 start en naar zijn werkplaats verdwijnt. We zien hem terug, in authentieke molenaarskleding op de Duitse Molendag op Tweede Pinksterdag of op een van de maal- en bakdagen verspreid over het jaar, wanneer er op 650 molens in heel Duitsland volop activiteit is.
Heerlijke apfelstrudel
De windmolen Großenheerse is niet rond, maar achthoekig en daarmee iets heel bijzonders. Maar nog meer dan de bouwvorm bevalt ons het terras van het landhotel Zur Mühlenwirtin er tegenover. Heerlijke apfelstrudel en fruitige taarten, hoger dan een XXL-hamburger – hier wordt het malen van de kiezen een puur genot. Voor een van zijn buren is de ‘Valentinsmühle’ maar moeilijk verteerbaar. De molen staat in Minden-Todtenhausen op een absolute toplocatie aan de oever van de Weser. ‘Elke keer als ik uit het raam kijk, zie ik die molen die mijn uitzicht blokkeert,’ klaagt de man. De bewoners langs de A40 in Essen-Frillendorf zouden maar wat graag willen ruilen, want zij kijken dagelijks naar een geluidswand. ‘Alle Ängste und Sorgen einfach mal hinter oder auch unter sich zu lassen,’ bezong Reinhard Mey – bij ons bekend van ‘Als de dag van toen’ – en het zou moeten werken, zowel tijdens het vliegen als tijdens het motorrijden. Ook de ballonvaarders, die we bij de windmolen Wegholm ontmoeten, kunnen daar een liedje over zingen, terwijl ze uit een zee van geel koolzaad in de blauwe avondlucht opstijgen. De lucht heeft ook voor ons nog een hoogtepunt in petto: de fotogenieke rit in de zonsondergang naar de windmolen Südhemmern. Overigens getuigt het bord ‘Befreiungshalle’ – hal der bevrijding – bij het stille toilet in het bijgebouw van een fijn gevoel voor humor.
Toertocht Thüringer Wald, Duitsland: en steeds weer lokt de motor
Dienst in plattdeutsch
Als je nog eens je ja-woord wilt geven óf opnieuw wilt vieren, dan zit je bij de windmolen Rahden-Tonnenheide precies goed. De ‘Hochzeitsmühle’ staat er stralend wit bij, ook al knabbelt er hier en daar al wat groen doorheen, maar dat is bij sommige huwelijken ook niet anders. Als een vrijgezel op zoek naar een partner, paradeert een fazant over het vers geploegde veld langs het weggetje naar de stander- of staakmolen Rahden-Wehe. Al in 1650 gebouwd en in 1982 gerenoveerd, is dit de oudste windmolen in de regio en een schoolvoorbeeld van dit type. Anders dan bij molens waar alleen de bovenkap met de wieken in de wind kan draaien door middel van een balkenconstructie (de staart) of de windroos, draait hier de gehele molen. Gesteund door een dikke paal – staak – en bevestigd op een houten steunconstructie, de bok, kan met de hefwerking van een lange staartbalk – en de kracht van de molenaar – het hele construct in beweging worden gezet. De taal van de molen is net zo flexibel, want de stand van de rustende wieken kan verdriet en vreugde weergeven. Op deze donderdag, het is Hemelvaart, staan ze als een kruis op pauze, terwijl de dorpsgemeenschap zich buiten verzamelt voor een dienst in het plattdeutsch. De volgende draaiende molen is vergelijkbaar, maar toch anders. Je zou de staakmolen van Oppenwehe met zijn massieve zijvakken voor een V2 kunnen houden, zoals de Moto Guzzi. De wieken zijn duidelijk met pensioen, maar voor ons is het nog lang niet zover.

Geluk voor jou!
Wij bewonderen een ensemble van een zeshoekige stellingmolen, een bakhuis en een graansilo op het uitgestrekte terrein van de Kolthoffsche Hofmahlmühle in Stemwede-Levern. Achter de pittoreske pracht liggen vijf windkrachtinstallaties van de gemeentelijke energieprovider in zicht en iets verderop beginnen de uitlopers van het Wiehengebergte. Hoe mooi is dat! In plaats van door vlak boerenland cruisen we in achtbaanmodus naar de overige molens van de Westfaalse Molenroute. De eerste: windmolen Destel, de stellingmolen wordt omringd door lindebomen, als ware het de tutu van een ballerina. De paardenmolen Oberbauerschaft met het geniale aandrijfwerk – een houten kamrad aan het plafond dient als aandrijving voor het bokwerk met drie stampers waarmee het vlas werd gebroken – wordt in beweging gezet door ingespannen paarden. Maar bezoekers kunnen het ookproberen. Glück Zu! (Geluk voor jou!) Zo luidt de traditionele groet van de molenaar. Later kijken we lang naar het langzaam draaiende waterrad van de watermolen Bergkirchen voor we op de rechteroever van de Weser belanden. Daar nodigt windmolen Veltheim ons uit om even in het hoge gras van de aarden wal te gaan liggen om naar de wolken te kijken, die langzaam voorbijvaren. Betekent dit het einde van de werkdag? Nog niet helemaal. De scheepsmolen Minden ligt als een catamaran aan de oever van de Weser. Tussen een groot en een smal schip draait het onderliggende schroefwiel dat via een negen meter lange as de maalinstallatie aandrijft. Voor het ‘aanlopen’ wordt, rekening houdend met de waterstand en de stroomsnelheid, de krachtverbinding gemaakt via een koppelschakelaar. Uiteindelijk mengt het geruis van de Weser zich met het gekraak van het houten scheepsmolenmechaniek. En wij trappen daarna weer door onze moderne zesversnellingsbakken.
Foto’s: Klaus H. Daams
Reisinformatie
Naast 29.226 onshore-windenergie-installaties (stand eind 2025) zijn er in Duitsland nog ongeveer 700 historische molens, aangedreven door wind of water, heel zelden door paarden (Pferdemühle), en soms met hulp van een hulpmotor. Maar liefst 43 van deze klassiekers, waarin graan wordt gemalen, hout gezaagd, olie geperst of vlas wordt gebroken, verbindt de Westfaalse Molenroute met elkaar. De meeste zijn te bezichtigen, veel zijn ook af en toe in bedrijf. Dit is bijzonder goed te ervaren op Tweede Pinksterdag, tijdens de jaarlijkse Duitse Molendag, wanneer in heel Duitsland de molens hun deuren openen en uitnodigen tot rondleidingen en feesten. Aanvullend zijn er over het jaar verspreide maal- en bakdagen van individuele molens. Hoewel je de ongeveer 320 kilometer van de Westfaalse Molenroute gemakkelijk op één dag met de motor kunt rijden, zullen liefhebbers van archaïsche mechanica veel langer onderweg zijn.
Heenreis: van Rotterdam is het via Utrecht, Apeldoorn en Osnabrück ongeveer 350 kilometer tot het startpunt van onze molentocht in Petershagen-Lahde.
Overnachten: Hotel Bad Minden, strategisch gelegen op het kruispunt van de twee dagetappes in Minden, uitgebreid ontbijtbuffet, www.badminden.de; Landhotel Zum Grünen Kranze in Espelkamp, modern en rustig, met een biertuin, www.zumgruenenkranze.de; Hotel Westfalen Hof in Rahden, ruime accommodatie, exclusieve landhuisstijl met vergaderfaciliteiten, www.westfalen-hof.de; in het zuidoosten van de route scoort het Hotel Weserschiffchen met sauna en ‘bikervriendelijkheid’, www.weserschiffchen.de. Idyllisch tussen velden en naast de windmolen Großenheerse ligt het Landgasthaus Zur Mühlenwirtin, slechts vijf kamers, zurmuehlenwirtin.de.
Adressen:
- www.deutsche-muehlen.de;
- www.muehlenkreis.de;
- www.muehlenverein-minden-luebbecke.de;
- www.muellergilde.de;
- www.muehlenverein-minden-luebbecke.de/muehlen/alle_muehlen.php;
- www.frille.nrw/verzeichnis/muehlen-infozentrum
Download de route Westfaalse Molenroute
Lengte: 332 km
Reisdagen: 2



