Toertocht België: op expeditie in Luik en de Luikse Ardennen

Na Maastricht vouwt richting Luik het Waalse heuvellandschap open. Die stad had lange tijd een dubieuze reputatie vanwege het zenuwslopende transitverkeer over de Maasoever, met plotselinge bochten, op- en afritten en koerswijzigingen die de gps steevast nét te laat aangeeft. Met de aanleg van tunnels in en op de E25 behoren die chaotische capriolen tot het verleden. En Luik blijkt een leuke stad te zijn om te verkennen en als basiskamp te dienen om door de Luikse Ardennen te toeren.

’s Middags kom ik aan in Herstal, een noordelijke voorstad van Luik. De rotondekunst van een motorfiets op ’n sokkel zegt het al: Herstal was decennialang het kloppend hart van de Belgische motorindustrie, met merken als FN en Sarolea: bijgenaamd de jongedames van Herstal. Ah, Sarolea met je wulpse rondingen! De laatste motorfiets van dat merk rolde in 1957 door de poort aan Rue Saint-Lambert naar buiten de wijde wereld in. Het fabrieksgebouw is nu in gebruik als sociaal centrum en museumpje. Op afspraak kan ik de expositie bezichtigen die aan de diva Sarolea is gewijd. Ik krijg een rondleiding van monsieur Max, die weet alles van Sarolea, hoewel hij zelf Moto Guzzi rijdt. Kleine wereld: zo’n dertig jaar geleden ontmoette ik voor een artikel de Luikse Moto Guzziclub, inclusief Max. Sindsdien hebben we aardig wat extra kilometertjes op de klok getikt. Daar ga ik de volgende dag nog wat aan toevoegen.

Val du Pierreux

Vanaf Seraing volg ik de slingers van de Ourthe, die ik bij Aywaille adieu zwaai. Hopla, het binnenland in! Max noemde de N889 de mooiste weg van België. Of dat waar is, kan ik niet beoordelen, maar het is inderdaad machtig mooi rijden via Nassogne naar Barrière de Champlon.

Na de vrije vaart op lege weggetjes moet ik in La Roche-en-Ardenne weer bijremmen en terugschakelen. Overal auto’s en mensen in vakantiekledij. Dat toeristentreintje van rechts heeft voorrang, dus daar zit ik even achter vast. Maar La Roche is Luik niet en al snel kan ik weer opschakelen en gasgeven. Hup de bebouwde kom uit en daar gaat deze beer alweer los in het bos.

Nog ’n gouden tip van Max: het geasfalteerde geitenpad door de Val du Pierreux. De Col de Haussière is maar liefst 498 meter hoog. Dat klinkt naar niks, maar is wel even 176 meter hoger dan de Vaalserberg. Beneden bij het riviertje staan bomen aangeknaagd als in een tekenfilm. Bevers! Ik moet opletten dat er niet ineens ’n woudreus op de weg klapt. Sowieso houd ik in het bos met de wilde dieren een vinger aan de remhendel. Het ene verkeersbord waarschuwt voor overstekend wild, het andere voor uit de bocht opdoemende auto’s en bussen. Loos alarm gelukkig, ik kom ongeschonden uit de bosvallei geschoten.

Toertocht België: op kastelenjacht in de Ardennen

Wie kent het nog: Gillet

Op de bredere baan van de N860 slinger ik weer met de Ourthe mee. Tik, tak, bij Maboge duik ik weer de pampa in. De Luikse Ardennen zitten vol afwisseling. Na de beschutting van het bos daver ik nu weer over een open hoogvlakte, met vrij zicht op het wegverloop en de bochten. Op naar de volgende bezienswaardigheid. Er zijn speciale parkeervakken voor motoren. Max en zijn medeguzzisten strekken altijd even de benen op de stuwdam van Barrage de Nisramont. Beneden zingen de turbines hun stroomopwekkend lied. Dit stuwmeer in de Ourthe wordt ook gebruikt als drinkwaterbassin. En er is een wandelpad langs het meer, maar dat is voor deze Clyde met zijn Bonnie geen optie.

Over het plateau des Tailles dreun ik naar Baraque de Fraiture. Welke Nederlander heeft dat niet automatisch vertaald als Barak van de Frituur? Het gehucht op de kruising van N89 en N30 bestaat uit een paar eettentjes. Boven op het dak van mijn herberg prijkt inderdaad een grote puntzak friet. Maar laat ik eens gezond doen met zo’n plank vol Ardense ham en kaas. Daarna schieten de kilometers voorbij richting Stavelot. Tegenover de terrassen, gelukkig is er rond het plein voldoende parkeergelegenheid. Want al die motorrijders willen naar de abdij aan de overkant.

Die is nu in gebruik als museum. Naast de tentoonstelling over de lokale geschiedenis met ridders en zo is er ook een expositie over het nabijgelegen circuit van Spa-Francorchamps. In de kelder staan raceauto’s naast motorfietsen van Belgische makelij, uit Herstal uiteraard. Zoals het merk Gillet, wie kent het nog? Tussen 1919 en 1958 produceerde het merk baanbrekende motoren, waaronder de eerste allroad. Coureur en reisreporter Robert Sexé reed in 1926 als eerste motorrijder, met het model Tour du Monde, zo’n slordige 25.000 kilometer rond de wereld. De motor klokte daarna nog tot 150.000 km, het is maar de vraag of ik dat op mijn Bonnie haal.

Op internet zijn fascinerende foto’s te zien van Sexé’s motortochten, als Kuifje in de Sovjet-Unie, Kuifje in Amerika en Kuifje in Afrika. En inderdaad schijnt de man model te hebben gestaan voor de stripfiguur van Hergé. Maar ik ben hier niet om uitgebreid websites te bekijken of stripboekjes te lezen op een terrasje.

Naar het middelpunt der aarde

Na de koffiepauze klinkt het bevel: opstijgen! Zo kennen we de Ardennen weer: heuvels, bossen en bochten zoeven voorbij. De Hoge Venen hebben alleen ’n paar doorgaande wegen, maar het decor van ruige natuur maakt dat ruimschoots goed. En Verviers is de ondergang van de textielindustrie nog niet te boven gekomen. Langs de Vesder getuigt een ruïneuze gevel van de fabriek in Pepinster van betere tijden.

Na de rauwe schoonheid van de diepe Ardennen oogt het Land van Herve extra liefelijk. Op de hoogvlakte staan grijze huizen in spetterend groene weilanden met witte stippen. Dat zijn de koeien die de melk voor de beroemde Hervékazen leveren. Steenkool werd bij Blegny-Mine diep uit de aarde gehaald. Uit de mijn wordt sinds 1980 geen steenkool meer omhooggehaald, maar die is nu geopend voor het hooggeëerd toeristenpubliek zoals ik. Met een gids daal ik af in de onderwereld.

Johannes Hintjes kan mooi vertellen over de tijd dat hij hier zelf tot zo’n 46 jaar geleden mijnwerker was. De lift suist op hoge snelheid in de mijnschacht naar het middelpunt der aarde, zo lijkt het wel. Elke honderd meter stijgt de temperatuur met een graad Celsius, zo vertelt mijn gids terwijl we door de mijngangen rondscharrelen. Zelf werkte hij geregeld in veertig graden op duizend meter diepte in het stof en de herrie. Na de afdaling en wederopstanding uit de onderwereld is de frisse rijwind extra welkom.

Met een zucht van verlichting rij ik langs de mijnterrils die nu met bomen en andere vegetatie zijn bedekt. En daar hebben we Luik alweer. Ik ben onderhand vertrouwd geraakt met het verkeer op de Maasoever. De linkerbanen zijn onderdoorgangen voor het doorgaande verkeer, de rechterbanen om in de stad af te slaan.

De motor staat op stal en ik wandel naar het museum van de Metallurgie en de Industrie van Luik. Dat geeft een fascinerend inzicht in de industriële ontwikkeling van Luik. Dan is het tijd voor het avondeten. Wat wordt het vandaag? Grieks, Italiaans, Spaans of toch gewoon op z’n Belgisch garnalenkroketjes en Luikse gehaktballen met friet? Met een tevreden gevoel rij ik daags erna terug naar huis. Zo’n Luikexpeditie is voor herhaling vatbaar. En misschien vind ik de volgende keer wel antwoord op de vraag: reed Kuifje nou op ’n Moto Guzzi of op een Gillet?

Luik is puik

Nadat Napoleon bij Waterloo definitief was verslagen, werd België in 1815 door het Congres van Wenen bij het Koninkrijk der Nederlanden gevoegd. In dezelfde tijd begon de industriële revolutie in Engeland en die woei over naar het Europese vasteland, met België voorop. De Nederlandse koning Willem I was een vooruitstrevend man en hij steunde Engelse industriëlen zo goed mogelijk. Op diverse plaatsen in Wallonië, zoals Charleroi en Luik, verrezen all-inclusieve industriecomplexen, fabrieken naast steenkoolmijnen, spoorwegen en kanalen. Na de neergang van die industrieën na de Tweede Wereldoorlog kwam Luik in een negatieve spiraal terecht, waar de stad nu weer uitkrabbelt. Luik is een leuke, dynamische stad waar mensen uit diverse culturen, uit het Middellandse Zeegebied en de voormalige Congo-kolonie hun stempel op drukken. Luik is puik! www.visitezliege.be/nl

Download de route

Reisdagen: 2
Lengte toer: 439 km

Michiel van Dam
Michiel van Dam
Michiel van Dams schrijft als freelance redacteur prachtige reisverslagen voor Motor.NL. Reizen die de fervente motorrijder inspireren om erop uit te trekken. Wordt het Slovenië om die prachtige privé-collectie motoren te bekijken? Een rondje bergpassen in de Dolomieten? Of de Nederlandse herberg in de Vogezen, exclusief voor motorrijders?

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen