Als je in Zelhem over trial praat, dan valt al snel één naam: Dick Bulten. Binnen de Zelhemse Auto- en Motorvereniging (ZAMC) is hij al decennialang een van de grote aanjagers en regelaars. De man die ooit begon zonder iets met motorsport te hebben, maar die nu op 81-jarige leeftijd nog altijd midden in de organisatie staat van een van de meest bijzondere motorsportevenementen van Nederland: de TrialGP in Zelhem. Met een mix van Achterhoekse nuchterheid, humor en tomeloze inzet vertelt Bulten hoe een supportersclub uitgroeide tot een vereniging met internationale uitstraling en waarom een WK trial in Nederland eigenlijk helemaal niet logisch is.
Je bent 81, wordt het niet eens tijd voor een rustige hobby?
“Misschien wel, maar het probleem is: ik kan niks anders dan organiseren. Maar een andere hobby? Nee, dat zie ik mezelf niet doen. Ik ben ook nooit een sportbeoefenaar geweest. Ik ben iemand die dingen organiseert voor anderen. Dat is eigenlijk altijd zo geweest. Ik ben beroepsmatig ook commercieel ondernemer geweest. Dat helpt natuurlijk enorm. Ik kan iets verkopen, mensen meekrijgen, ergens enthousiast over worden en dan probeer ik daar ook iets moois van te maken. Maar zelf op een motor stappen? Nee, ik heb ooit mijn motorrijbewijs gehaald op een Vespa-scooter, maar daarna heb ik er eigenlijk nooit wat mee gedaan. Dat vinden mensen vaak vreemd, maar ik heb altijd veel meer gehad met het organiseren eromheen dan met het rijden zelf.”

Je had niks met motorsport, hoe is dit dan ontstaan?
“Dat klopt ook. Het begon eigenlijk heel toevallig. In 1966 zat ik op de verjaardag van mijn huidige vrouw, toen nog mijn vriendin. Haar buurmeisje had verkering met Jan van Beek. Dat was toen een groot talent, maar geld had hij niet. En toen heb ik daar aan tafel gezegd: is het misschien niet tijd om een supportersvereniging op te richten? Dat hebben we toen gedaan. Binnen een paar weken hadden we 4.000 gulden bij elkaar en konden we een CZ-machine kopen voor Jan. Dat was in die tijd een toonaangevend merk. Eerst liep die motor vast, maar daarna won hij alles. Zo rolde ik erin. Niet vanuit liefde voor de techniek van de motor zelf, maar vanuit het idee: hoe kunnen we iets opzetten, hoe kunnen we iemand helpen, hoe kunnen we iets organiseren? Dat is eigenlijk de rode draad geweest in alles. Het begon met een supportersvereniging, maar daar is later veel meer uit ontstaan.”
Uiteindelijk werd die supportersvereniging de basis van de ZAMC?
“Ja, zo is het wel gegaan. Op een gegeven moment bleek dat een supportersvereniging niet meer de juiste vorm was. Toen hebben we de zaak afgewikkeld en het bedrag dat overbleef verdeeld. Een deel ging naar Jan van Beek en een deel werd het startkapitaal van de ZAMC. Vervolgens ontdekten we ook nog dat er in Zelhem al een oude, slapende motorclub bestond. Die hebben we erbij betrokken en zo is alles samengekomen. In 1972 zijn we echt met de ZAMC begonnen. Met één duidelijke gedachte: we gaan van alles doen, maar we gaan niet motorcrossen. Want dat deed toen al ieder dorp hier in de buurt. In iedere boomgaard lag ongeveer wel een crossbaan. Wij wilden iets anders.”
Wanneer kwam trial in beeld?
“Een paar jaar later lazen we in weekblad Motor over een trial in Ubach over Worms (Limburg). Toen zijn we met het hele bestuur in twee auto’s gestapt en daar naartoe gereden. We zagen eigenlijk direct twee dingen: een trialhindernis en een café. Toen zeiden we, na een paar biertjes in dat cafeetje: dat kunnen wij ook. Alleen hadden we nog geen terrein. Dus zijn we begonnen in een paar bosjes vlak bij waar nu ons huidige terrein ligt. Niemand wist precies van wie die grond was, maar daar begonnen we gewoon. In 1976 hadden we al onze eerste NK-wedstrijd, met hulp van de verenigingen uit Apeldoorn en Arnhem. Dat ging dus snel. Dat trial in Zelhem is gegroeid, komt doordat we altijd hebben geprobeerd om onze eigen draai eraan te geven. We doen het op onze manier, met onze mensen, met onze sfeer. En dat sloeg blijkbaar aan.”
Je wordt de grondlegger van het WK Trial in Zelhem genoemd. Hoe is dat verhaal precies ontstaan?
“Dat begon eigenlijk niet eens meteen met een WK, maar met een EK. Ik had al veel gezien in het buitenland qua grote evenementen. Ik ben negen jaar met het nationale trialteam op pad geweest, daarnaast ook drie jaar bondscoach geweest van de nationale BMX-selectie. Verder ben ik heel goed bekend met de endurowereld. Dan zie je hoe andere organisaties dingen aanpakken. Wat goed werkt, wat niet werkt, waar je publiek blij van wordt en waar juist niet. Op een gegeven moment kwam iemand van de KNMV bij ons in de kantine zitten. Die was in Schotland bij de zesdaagse geweest en zei: kunnen we in Nederland geen WK trial organiseren? Toen zei ik: een WK weet ik niet, maar een EK misschien wel. Twee weken later belde hij terug: “Dick, gewoon doen.” Zodoende zijn we begonnen. Eerst met twee Europese wedstrijden. En na de editie van 2017 zijn heel gauw de knopen doorgehakt voor een wereldkampioenschap.”

Wat maakt Zelhem en de ZAMC geschikt voor een TrialGP van dit niveau?
“Wij hebben natuurlijk geluk met ons terrein, want Nederland is eigenlijk helemaal geen trialland. Wij hebben geen Pyreneeën, geen Alpen of Dolomieten. We hebben hier toevallig een berg op ons terrein. Een voormalige vuilstort, nota bene. En daar hebben we in de loop der jaren iets van gemaakt. Maar alleen een berg is niet genoeg. Je moet ook een club hebben die wil. En je moet mensen hebben die bereid zijn er tijd in te steken. En daar zit misschien wel onze kracht. Wij kunnen organiseren en denken overal over na. Van de non-stops tot de tribunes, van de horeca tot de routing, van de vrijwilligers tot de uitstraling van het terrein. We proberen ook altijd iets herkenbaars te maken. Een waterval, een herkenbare hindernis, een plek waar mensen foto’s willen maken. Buitenlandse rijders en bezoekers moeten hier komen en denken: ja, dit is Zelhem. Dat onderscheidt ons.”
Hoe groot is zo’n organisatie eigenlijk?
“Voor zo’n TrialGP heb je al gauw tussen de 75 en 100 mensen nodig, en dan reken ik de horeca nog niet eens mee. Alleen al voor de controleurs heb je bijna vijftig man nodig. Trial is een jurysport, dus daar moet veel toezicht op zijn. Die controleurs halen we deels uit de club, maar ook uit het hele land van andere clubs. Mensen vinden het prachtig om eraan bij te dragen, juist omdat het zo uniek is. We zorgen dan ook dat het aantrekkelijk is. Ze kunnen op de camping staan, krijgen eten, drinken, familie kan mee, dat soort dingen. En dat geldt voor iedereen. Voor de verkeersregelaar, voor iemand op de parkeerplaats, iemand in de kantine, voor een controleur, de technische ploeg. Voor mij is iedereen even belangrijk. Dat moeten mensen ook voelen. Een arm om de schouder, een goedemorgen, even vragen hoe het gaat. Daar begint het mee.”
Hoe belangrijk zijn die vrijwilligers echt?
“Zonder vrijwilligers geen evenement. Zo simpel is het. Als de eerste verkeersregelaar het niet goed doet, staat het al vast. Als parkeren niet loopt, begint de ergernis al voordat mensen binnen zijn. Als controleurs niet scherp zijn, gaat het in de wedstrijd fout. We werken ook bewust samen met andere verenigingen. De volleybalvereniging uit het dorp regelt bijvoorbeeld het parkeren. Een muziekvereniging komt het volkslied spelen. Dat hoort bij een internationaal evenement, vind ik. Zo betrek je de regio er ook bij. Dat is ook waarom dit meer is dan alleen een motorsportwedstrijd. Het is iets van Zelhem, van Bronckhorst, van de Achterhoek. Daar geloof ik heilig in.”
Je bent inmiddels 81 jaar. Wat drijft je nog steeds om hier zo vol in te zitten?
“Passie en enthousiasme. Als ik ergens echt achtersta, dan ga ik er ook vol voor. Dan is de ‘sky the limit’. Maar dat moet wel oprecht zijn. Anders begin ik er niet aan. Ik merk natuurlijk ook wel dat ik ouder word. Vroeger ging ik van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat aan het werk. Nu wordt dat eerder van negen tot vijf, wat ook prima is. Maar het kost gewoon meer energie dan vroeger. En toch, als je dan ziet wat hier ontstaat, wat je met elkaar neerzet, hoeveel mensen eraan bijdragen, dan krijg ik daar nog steeds ongelooflijk veel plezier van. En thuis weten ze dat ook. Mijn vrouw kent dit niet anders.”
Is deze TrialGP voor jou dan een kroon op je werk?
“Ja, dat mag je best zo noemen. Niet omdat ik nou per se in het middelpunt wil staan, maar wel omdat hier heel veel in samenkomt. Alles wat we in al die jaren hebben opgebouwd, alles wat ik geleerd heb, alles wat de club heeft meegemaakt, komt hierin bij elkaar. Maar tegelijk is het ook gewoon keihard werken. Sinds we op 9 december 2024 hebben besloten dat we deze GP gaan doen, is het eigenlijk dagelijks bezig zijn met allerlei zaken. Ik heb ook wel gezegd: als dit straks goed lukt, dan is het mooi geweest. Op 4 november ben ik formeel zestig jaar bezig vanaf de supportersvereniging. Dan wil ik toch wel wat gas terugnemen.”
Heb je dan nooit gedacht: nu is het genoeg geweest?
“Zeker, maar niet in de zin van: ik ben er helemaal klaar mee. Meer in de zin dat je voelt dat het lichaam wat minder wordt en dat de energie niet eindeloos is. En je merkt ook dat je voor dit soort evenementen eigenlijk iemand nodig hebt die 24/7 beschikbaar is. Dat moet je willen en kunnen. Ik zeg ook eerlijk: als je nu vraagt of er over vier of vijf jaar weer een GP moet komen, dan moet je ook realistisch zijn. Dan ben ik weer ouder. Dan moet je een paar mannen om je heen hebben die het over kunnen nemen. En die zijn er op dit moment nog niet.”

Stel dat je morgen echt stopt. Wat ga je dan doen?
“Dan sta ik waarschijnlijk zaterdagmiddag nog gewoon achter de bar in de kantine. En om vier uur ga ik van de achterkant van de bar naar de voorkant van de bar, en dan drink ik een biertje. Ik blijf heus wel dingen doen. Het clubblad, een toertocht uitzetten, een stukje marketing, dat soort dingen. Maar dan zonder die grote druk van alles wat tegelijk moet. Gewoon de dingen doen die ik leuk vind. En verder een beetje genieten. Maar helemaal niks doen? Nee, dat zie ik mezelf niet doen.”
Hoe bijzonder is het eigenlijk dat een WK Trial in Nederland wordt verreden?
“Heel bijzonder. Eigenlijk hoort het hier niet. Zo simpel is het. Nederland is niet het logische land voor trial op wereldniveau, want we hebben het landschap er niet voor. Dus dat het hier toch gebeurt, zegt wel iets. Dat zegt iets over dit terrein, over de club, over de mensen, en misschien ook wel een klein beetje over die ene dwaas die zich er dag en nacht voor wil inzetten. Want zonder een stel gekke mensen gebeurt er helemaal niks.”
| Informatie TrialGP Netherlands 2026 |
| De TrialGP Netherlands vindt plaats in Zelhem en staat gepland voor 4, 5 en 6 september 2026. De vorige keer dat Nederland dit wereldkampioenschap mocht verwelkomen, was eveneens in Zelhem, op 22 en 23 juni 2019. Dat evenement was een groot succes en bovendien de allereerste TrialGP ooit op Nederlandse bodem. Na zeven jaar pakt de ZAMC het weer op: op 9 december 2024 werd officieel besloten om opnieuw een ronde van het wereldkampioenschap in 2026 te organiseren. Dit jaar gaan er drie klassen van start: de TrialGP, Trial2 en Trial3. Op vrijdag staat de kwalificatiewedstrijd op het programma, waarna zaterdag en zondag compleet in het teken staan van de wedstrijden. Het terrein is slim ingericht: vanaf twee tribunes heb je prachtig zicht op bijna alle twaalf trial-nonstops. En natuurlijk kun je ook gezellig meewandelen met je favoriete rijder om hem of haar bij iedere hindernis aan te moedigen. Meer informatie: www.trialgp.nl. |

Fotografie: Damon en Henk Teerink









