Isle of Man Senior TT 1992: de spannendste race ooit?

Begin juni wordt de beroemde T.T. op het eiland Man weer verreden. De Senior TT-race op het eiland Man van 1992 is al meerdere keren verkozen tot de meest ultieme race die ooit op het eiland uitgevochten is. Door de jaren heen zijn er meerdere van dit soort verkiezingen geweest, maar het is opvallend dat het duel tussen Steve ‘Hizzy’ Hislop en Carl ‘Foggy’ Fogarty vanaf 1992 steevast in de topklasseringen genoemd wordt.

Dat deze race zo vaak wordt genoemd, is ook alle reden toe. Hislop reed namelijk op de Norton NRS588-wankel, een indrukwekkende machine met een ietwat twijfelachtige wegligging en een magistraal huilend uitlaatgeluid. Het was destijds 31 jaar geleden dat Norton haar laatste overwinning in de Senior geboekt had met niemand minder dan Mike Hailwood als rijder in 1961. Fogarty reed rond met een flink geprepareerde Yamaha FZR750R OW01. Ook met een indrukwekkend uitlaatgehuil, maar de Norton jankte toch net even wat mooier. De hele race was werkelijk bloedspannend, want beide rijders reden rondetijden die continu erg dicht tegen het ronderecord aanlagen en het werd maar liefst twee keer gebroken tijdens de race. Dat dit een nieuw racerecord tot gevolg had, verbaasde niemand.

Isle of Man TT-ronderecordhouder Peter Hickman: “Ik zie totaal geen gevaar op de motor”

Voor de race ging met name Steve Hislop ervan uit dat hij niet heel veel kans zou hebben tegen de combinatie Fogarty-Yamaha. Zijn Norton NRS588 was nog niet zo goed uitontwikkeld. Het jaar ervoor waren deze Norton-wankelracers pas op de circuits verschenen en 1992 werd gezien als een ontwikkelingsjaar. Die ontwikkeling verliep moeizaam, want het water stond het Norton-raceteam in financieel opzicht aan de lippen. Norton wilde Hislop geen motorfiets ter beschikking stellen voor de TT, maar ze wilden er wel eentje aan hem leasen. Samen met zijn persoonlijke sponsor en extra hulp van de slotenfabrikant ABUS maakte Hislop de deal rond. Zijn racer had dus niet de zo kenmerkende zwarte JPS-kleuren waar de Norton-wankelfabrieksracers om bekend stonden. Integendeel, Hizzy’s leasefiets was wit en zou daarom de bijnaam ‘White Charger’ krijgen. De Norton werd door zo’n beetje iedereen als de mindere motorfiets gezien. In werkelijkheid verschilden Foggy’s OW01 en Hizzy’s NRS588 niet veel van elkaar, maar het verschil in budget tussen Hislop’s team en het Loctite Yamaha-team was enorm.

Carl Fogarty
Carl Fogarty (1965) kennen we inmiddels zo’n beetje allemaal. Zijn 59 raceoverwinningen en vier wereldtitels tussen 1994 en 1999 in het World Superbike met Ducati hebben zijn naam voorgoed gevestigd. Minder bekend zijn Carl’s wereldtitels in de F1 uit 1988, 1989 en 1990. In 1992 werd hij samen met Terry Rymer en Michael Simul wereldkampioen endurance met Kawasaki.

Toprijders

De beroemde Senior TT van 1992 was niet de enige race op Man waar Hislop dat jaar aan deelnam. Een paar dagen daarvoor werd hij tot zijn teleurstelling tweede achter Phillip McCallen in de TT F1-openingsrace van het TT-festival. Dat zat Hislop niet lekker, hij had echt moeten wennen aan de Norton en was vastbesloten de Senior op zijn naam te schrijven. Die verwachting kwam niet uit de lucht vallen; Hislop was supersnel op het eiland Man en was de eerste mens op aarde die daar een ronde van meer dan 120 mijl/u op de klokken wist te zetten, oftewel meer dan 193 km/u!

Waarom is dat zo bijzonder? Het eiland Man is een echt stratencircuit. Sinds 1907 wordt er geracet op het eiland in de Ierse Zee tussen Engeland en Noord-Ierland. In de periode voordat in 1949 het WK wegrace voor het eerst georganiseerd werd, stond een overwinning in de fameuze TT op het eiland Man gelijk aan het winnen van een wereldkampioenschap. De meeste races worden verreden op de 61 km lange ‘Mountain Course’. De TT is nog steeds een erg zware en lange race.

Hislop was een toprijder, Fogarty ook. Beiden reden op motoren die speciaal geprepareerd waren voor de TT. Gewicht is niet het belangrijkste, stevigheid en uithoudingsvermogen wel. De meeste motorblokken krijgen het net zo zwaar voor hun kiezen als het rijwielgedeelte, waar ontzettend veel van gevraagd wordt. Zo ook tijdens de Senior TT van 1992. Het was een race over net geen 364 km die door beide rijders met gemiddelde rondesnelheden van over de 193 km/u afgelegd zou gaan worden. Het eindverschil qua gemiddelde racesnelheid was slechts 0,13 km/u!

Kortom, een titanenstrijd en voor velen reden om hem uit te roepen tot de meest spannende TT-race uit de historie. Voordat de race van start ging, werden er vier mensen tot de grootste kanshebbers gerekend: de broers Joey en Robert Dunlop, Carl Fogarty en Steve Hislop. Op Man wordt gestart met intervallen, het is geen massastart. De rijders weten dus niet precies of ze op kop liggen. Ze rijden daardoor niet alleen tegen hun concurrenten, maar vooral tegen het circuit. Op tactische plekken staan mensen die signalen en posities doorgeven. Het grootste gedeelte van de race kennen de rijders dus niet hun exacte positie. Dat kan voor ongelooflijk spannende races zorgen.

Dat gold met name in 1992. Al direct in de eerste ronde ontspon zich een ware thriller. Hislop in een interview dat ik met hem had in 1993: “Ik was vastbesloten de Senior TT te winnen. Normaal ging ik op het eiland Man heel agressief van start. Daarmee ben je niet altijd sneller en zeker niet op de Norton waarmee ik toen reed. Dus voor deze race besloot ik mijn oude rijstijl van stal te halen. Vloeiender, maar wel met heel veel aandacht voor het zo laat mogelijk remmen. Die rijstijl paste veel beter bij de Norton, die nogal wispelturig kon zijn op snelheid. We maakten ons ook bezorgd over het motorblok. Een wankelblok wordt veel heter dan een normale viertakt. Dus we haalden het voorspatbord eraf en we slepen de kuipopening wat bij zodat de koeling verbeterd werd. We monteerden ook een iets hoger ruitje en kapten de binnenpoten van de voorvork zoveel mogelijk in. Ik kon merken dat die vloeiende rijstijl me ook echt hielp, want ik raakte die dag veel sneller in mijn raceritme dan normaal. En dat is op Man erg belangrijk.”

Spannend tot het eind

Hislop sloot de eerste ronde af als leider van de wedstrijd. Hij had toen een voorsprong van één seconde op Fogarty en een paar seconden meer op medenorton-rijder Robert Dunlop. De top drie had gemiddelde rondesnelheden van ruim 196 km/u op de klokken gezet. Aan het einde van de tweede ronde kwam Hislop onverwachts binnen voor een bandenwissel. Dat was erg vroeg, omdat de race in totaal zes ronden zou duren. Hislop: “We besloten om de eerste pitstop aan het einde van de tweede ronde te pakken en ook gelijk de achterband te wisselen. Die stop ging soepel, maar er was wat gedoe om de tankdop te sluiten. Dat kostte een paar zenuwslopende seconden. Ik wist dat het een erg close gevecht zou worden met Carl, dus we wilden met die vroege achterbandwissel wat ruimte creëren voor het einde van de race. Als we dan nog steeds erg dicht bij elkaar lagen en je moet op dat moment naar binnen voor een bandwissel, dan is de kans reëel dat je de race verspeelt. Daarnaast speelde die bandwissel voor mij mentaal ook een rol. Ik reed vanaf die eerste pitstop rond met de kennis dat mijn achterband het zonder probleem de rest van de race uit zou houden en dat ik brandstof genoeg zou hebben om de race uit te rijden. Daarnaast heeft een pitstop nog een ander effect op mij. Na zo’n stop ben ik altijd supergemotiveerd om de verloren tijd weer goed te maken. Ik besloot daarom zo soepel mogelijk te rijden, zoveel mogelijk het gas erop te houden, zo weinig mogelijk te remmen en als het dan toch moest, dan maar zo laat mogelijk. De Norton gaf wat dat betreft ook goede feedback, het was een goede rijstijl voor deze machine en het paste bij de mooie gelijkmatige vermogensafgifte van het motorblok.”

Carl Fogarty had in de tussentijd signalen gekregen dat Hislop iets voor lag, twee seconden aan het einde van de tweede ronde. Hij zette alles op alles om dat verschil goed te maken en met succes, want aan het einde van de derde ronde, halverwege de wedstrijd, was Foggy’s achterstand omgebogen tot een voorsprong van één seconde. Op dat moment ging Foggy de pits in voor zijn bandenwissel en om te tanken. Toen Steve Hislop het signaal doorkreeg dat Fogarty een seconde voorlag aan het eind van de tweede ronde, besloot hij op de limiet te gaan rijden. Zijn vierde ronde zou de historie ingaan als een van de meest indrukwekkende ooit waargenomen op dat bijzondere eiland. Ongelooflijk snel en heel precies vloog hij met de Norton over het smalle circuit. Soms wobbelde de motor hevig, maar hij hield het gas er vol op om geen tijd te verliezen. In deze ronde verpulverde Steve het ronderecord en hij sloot de vierde ronde af met een voorsprong van ongeveer zeven seconden op Fogarty. Steve Hislop: “Ik kreeg op een aantal plekken langs het circuit informatie door hoe mijn positie was. Ik weet nog dat dit op een gegeven ogenblik doorgegeven werd als zes seconden. Op dat moment reed ik zo’n beetje op de limiet met geen enkele ruimte om een foutje te maken. Als je op de limiet zit, dan is dat op Man al snel dodelijk en daar ben je goed van doordrongen als je daar rijdt. Soms rij je door een donkere, groene tunnel; smalle stukken weg omgeven door bomenrijen en plots schiet je dan in het volle zonlicht waardoor je eventjes visueel de weg niet meer ziet. Dat gaat nogal eens gepaard met een bocht, maar dankzij je circuitkennis rij je automatisch. Dus je voelt ergens wel aan of je goed zit of niet. Je kunt het ook horen. Als je te dicht bij een muurtje uitkomt, dan klinkt de motor ook wat anders omdat het geluid eerder weerkaatst wordt. Je probeert soms blindelings op geheugen en geluid even de apex goed te pakken. Ik voelde me met die voorsprong van zes seconden redelijk relaxt, weet ik nog. Want als je helemaal op de grens rijdt, dan is het heel erg lastig voor je tegenstander om tijd goed te maken, omdat je zo enorm dicht tegen het ronderecord aan zit. Of het nu één seconde is of zes.”

De race was nu voor tweederde verreden en Foggy had het signaal onderweg doorgekregen dat Hislop iets verder op hem uitgelopen was. Foggy was vastbesloten de race te winnen, dus ook hij verhoogde het tempo zo ver als hij kon. In de vijfde ronde liep hij hierdoor meer dan twee seconden in op Hislop, die weer een seconde terugpakte op het supersnelle, hoger gelegen deel van de Snaefell Mountain Course.

Miguel Oliveira over zijn tijd in de MotoGP: “Wel gewonnen, maar niet voldaan”

Eindelijk brak de laatste ronde aan. Fogarty was de eerste die hem inging. Hij wist dat hij een achterstand had van zes seconden. Deze ronde zou Foggy waanzinnig snel afleggen. Zijn Yamaha had het hele circuit nodig en soms wobbelde de machine zo ongenadig dat het een wonder was dat Foggy er niet vanaf geslingerd werd. Zijn Yamaha had het zwaar te verduren die ronde. De voorremmen begonnen wat te vervagen en honderden kilometers rijden op toptoerental had inmiddels een gaatje in zijn uitlaat gebrand waardoor hij iets vermogen verloor. Foggy wist dat hij heer en meester was op het hogere deel van de Snaefell Mountain Course en daar boekte hij inderdaad de meeste winst op Hislop. Hij brak die ronde het ronderecord met een gemiddelde snelheid van net geen 199 km/u! Het was een record dat maar liefst zeven jaar niet gebroken zou worden! Fogarty kwam als eerste de finish over in een totale racetijd van 1 uur, 52 minuten en 4 seconden. Racesnelheid: 195,05 km/u.

Korte tijd later schoot Hislop over de finish. Hislop: “Mijn laatste ronde op de Norton was zenuwslopend. De Norton drukte zichzelf graag diep in de bochten, om dat te corrigeren is het handig net wat eerder te remmen voor de bocht. Dat had ik alle ronden gedaan, maar niet in de laatste omdat ik op dat moment bang was daardoor te veel tijd te verliezen. De tank was al lekker leeg, de motor vloog over het circuit, maar ik kon ook voelen dat de achterband zijn beste tijd had gehad. Toch bleef ik doordrukken, de motor bewoog soms alle kanten op en een paar keer wobbelde hij zo hard dat ik dacht dat ik de controle zou verliezen. Dan kom je op het punt terecht dat je eigenlijk net op de andere kant van de limiet rijdt. Je pusht de motor en jezelf steeds verder en je wilt iedere inch wegdek benutten. Als uitloop na een bocht neem je dan de inhammen van bushaltes mee en soms pak je de apex net even te dicht langs een lantaarnpaal. Eén keer werd ik bijna van de motor afgeslagen toen ik net te veel een muurtje schampte. Je trekt je schouder wat naar binnen op een aantal punten, maar als je op de limiet zit soms net niet ver genoeg. Het werkte, in de laatste ronde had ik vlak voor het hogere gedeelte van de Snaefell Mountain Course nog steeds een voorsprong van zes seconden. Ik wist dat Fogarty daar erg snel was, maar zes seconden goedmaken op dat stuk redelijk dicht bij start en finish is gigantisch moeilijk.”

Een paar minuten na Fogarty kwam de witte Norton van Hislop in de verte in het zicht bij de start/finish op Glencrutchery Road in het stadje Douglas. De seconden tikten weg en het was de grote vraag of hij het zou redden en voor velen een droom zou doen uitkomen: een Senior TT-overwinning voor het Engelse Norton… Hislop schoot over de finishlijn, met argusogen werd zijn racetijd bekeken en razendsnel werd het verschil met Fogarty berekend. Hislop had de 364 km lange race gewonnen met een verschil van maar 4,4 seconden! Racetijd? 1 uur, 51 minuten en 59,6 seconden.

Tuitende oren en hoofdpijn

Hislop vond het een van de mooiste overwinningen uit zijn carrière “en zeker de best gevierde”. Maar hoe beleefde Foggy deze bijzondere race? In 1998 vroeg ik het hem. “Ja, de TT van 1992. De Senior staat me nog erg goed bij. Ik had een beetje mijn twijfels over de Norton, maar niet over Hizzy. Als hij een goede dag had, dan was hij bijna niet te verslaan. Maar die dag was ik echt in topvorm. Zowel Hizzy als ik wilden de Senior pakken. De race verliep best wel goed, ik reed echt zo hard als ik kon, maar het was simpelweg niet genoeg die dag. Halverwege de race had ik een pitstop, benzine en een nieuwe achterband. Ik schrok toen ik hoorde dat Steve al na de tweede ronde binnengekomen was. Ik besloot toen alles te geven, mijn achterstand was na die ronde zo’n zeven seconden. Ik had verwacht dat dit op dat moment wat minder zou zijn. In de vijfde en zeker de zesde ronde begon de Yamaha het moeilijk te krijgen. De voorremmen voelden soms vaag aan en de achterkant voelde niet goed. Ik kon horen dat het uitlaatgeluid steeds luider werd. Of er een probleem met een demper was of dat er ergens een gat in het systeem gebrand was, dat wist ik niet. Wel dat ik met tuitende oren over de finish kwam met een ongelooflijke hoofdpijn. Echt spraakzaam was ik dus niet en eerlijk gezegd was ik nogal verbaasd dat Steve me had weten te verslaan, want ik dacht echt dat ik het in die laatste recordronde gered had. De Norton was ook best goed geprepareerd voor de race. Die jongens wisten echt waar ze mee bezig waren. Soms denk ik dat ik de Yamaha zelf over zijn grens pushte en dat daardoor de remmen problemen gaven. Het blok liep ook erg heet, de hitte tijdens de pitstop en net na de race was echt extreem. Die problemen had ik juist bij de Norton verwacht. We wisten dat de wankels enorm heet werden, maar in tegenstelling tot de viertakten kon het blok dat blijkbaar wel goed aan. Hoe dan ook, Steve was die dag in bloedvorm. Als dat destijds het geval was, dan deed je dus mee om de tweede en derde plaats. Maar dat weet je op Man pas als je tegenstander over de finish komt. Het verbaasde me wel, die laatste ronde reed ik over de limiet. Ik was er eerlijk gezegd van overtuigd dat ik hem had. Dat bedacht ik me op het moment dat Steve in zicht kwam bij de finishlijn. Ik kon de klok niet geloven, hij had het hem toch geflikt met die Norton. Ik was er eerlijk gezegd wat ziek van.” Zowel Hislop als Fogarty hadden tijdens de race het ronderecord gebroken en de top drie reed allemaal gemiddelde racesnelheden van boven de 191 km/u. Op Man is dat echt waanzinnig snel!

Het Norton-team was door het dolle heen, voor het eerst sinds Mike Hailwood en een Senior TT-overwinning in 1961 had Norton weer de TT weten te winnen. Een race die ze ooit indrukwekkend overheersten met de beste coureurs ter wereld. Zelden was een race spannender en zelden waren de Engelse motorfietsliefhebbers trotser op een overwinning van een Engels merk.

Steve Hislop
De Schot Steve Hislop (1962-2003) is voor velen een onbekende, maar hij boekte tijdens zijn carrière maar liefst elf TT-overwinningen op het eiland Man. In 1990 werd Hislop nationaal Engels wegracekampioen 250cc voordat hij de overstap naar de viertakten maakte. Hij won twee Engelse Superbike-titels (1995 en 2002) en schreef maar liefst elf TT-overwinningen op zijn naam. Hislop was een grillige rijder, maar wel ongelooflijk getalenteerd. Hoe goed hij was, bewees hij in 2002. Met zijn Ducati verpulverde hij in het Engelse Superbike-kampioenschap het ronderecord op het circuit van Donington Park. Zijn tijd van 1’31,45 was scherper dan de tijd die Valentino Rossi dat jaar met de Honda RCV211 MotoGP-fabrieksracer wist neer te zetten…

Uiteenlopende carrières

Fogarty ging na 1992 door in het WorldSBK en zou als Ducati-fabrieksrijder wereldtitel na wereldtitel binnenharken. Hislop zei de TT vaarwel na 1994. Dat jaar reed hij met een Honda RC45. Hislop: “Ik vond het eerlijk gezegd geen fijne machine. Hij was wat onberekenbaar qua weggedrag en het motorblok reageerde minder fijn op het gas dan de RC30 en zeker de Norton. De TT F1-race van 1994 staat me nog goed bij. We vertrokken op slicks omdat het zonnig en droog was. Halverwege de race kwam de regen met bakken naar beneden. Ik voelde de Honda meer en meer glijden en vroeg me af wanneer de race afgevlagd zou worden. Gelukkig gebeurde dat de zondag erna. Ik weet nog goed dat Joey Dunlop in die race meer pech had dan ik. Hij reed eerst bijna een loslopende hond doormidden en kort daarna draaide een bestelbusje van een bouwvakker niet al te ver voor hem het circuit op. Daar kwam hij op dat moment met 270 km/u op af. Je moet je voorstellen dat die wegen met zulke snelheden net zo smal lijken als een wandelpad. Hoe hij hem heeft kunnen ontwijken, snap ik nog steeds niet. Die bouwvakker dacht dat er op zondag niet geracet werd.”

Na 1994 maakte Hizzy de overstap naar het Britse Superbike-kampioenschap, dat hij in 1995 op zijn naam schreef. Daarna volgde een onrustige periode waarin hij voor meerdere teams aan het BSB- en WorldSBK-kampioenschap deelnam. Tijdens de Engelse WorldSBK-race op Brands Hatch in 2000 crashte Hislop op Yamaha gigantisch zwaar toen Edwards op Honda hem in de 150 km/u snelle Paddock Hill-bocht raakte. Ook Noriyuki Haga op Yamaha ging hierdoor onderuit. Zowel Hislop als zijn motor tolden door de grindbak. Steve bleef daarna bewegingsloos liggen en werd uiteindelijk bewusteloos naar het ziekenhuis vervoerd. Toen hij na een uitgebreide check het ziekenhuis mocht verlaten, ging hij een paar dagen daarna een stuk met zijn motor rijden. Toen ontdekte hij dat hij zijn linkerarm niet goed meer kon gebruiken. Hij besloot zich opnieuw te laten onderzoeken. Hij bleek een gebroken nekwervel te hebben en beschadigde zenuwbanen. Na zijn revalidatie en nadat hij de kracht in zijn arm weer terug had, ging hij weer racen. In 2001 eindigde hij als tweede in het Britse Superbike-kampioenschap. Maar in 2002 won hij met een productie-Ducati opnieuw het zwaar bevochte BSB-kampioenschap. Met zijn productieracer reed hij op Donington snellere rondetijden dan de MotoGP-coureurs in hetzelfde jaar!

In 2003 reed Steve voor Yamaha, maar het boterde niet en het team liet hem weer gaan. In juli dat jaar ging het gruwelijk mis toen hij met zijn helikopter crashte, niet al te ver van zijn geboorteplaats Hawick in Schotland. Hij liet met Aaron en Connor twee zonen na en de motorwereld verloor een waar icoon.

Met dank aan Steve Hislop (RIP) en Carl Fogarty

De Snaefell Mountain Course
De Senior TT van 1992 werd verreden over zes ronden, een afstand van 364 km. Het circuit bevat een veelvoud aan korte en lange rechte stukken, flauwe bochten en korte haarspelden, en loopt van zeeniveau naar 420 meter. Vanwege het lange circuit en het verschil in hoogte is de kans groot om in de felle zon bij start en finish te vertrekken om in de loop van één ronde in de hagel en de mist van het snelle en hoger gelegen deel van de Snaefell Mountain Course terecht te komen. Omdat het een stratencircuit is, rijden de coureurs over dezelfde wegen waarover wij als gewone motorrijders ook rijden. Stoepranden, muurtjes, hagen, huizen en hotels, overal schieten de rijders langs. Het wegdek is hier en daar erg hobbelig. Het grote verschil met gewone motorrijders is de snelheid. Op sommige stukken worden topsnelheden van 290 km/u gehaald en het is niet ongebruikelijk dat de overalls van de rijders zodanig langs de muurtjes schampen dat ze langzaam maar zeker opengereten worden. De omstandigheden zijn dus gevaarlijk. Dat stopt de rijders niet. Met duivels geweld boenderen ze over de baan, ze rijden op het scherpst van de snede en dat gaat ieder jaar een aantal keer flink mis, met dodelijke afloop voor de rijders en soms ook het publiek tot gevolg. Dit was de reden waarom de TT-races op het eiland Man in 1976 van de GP-kalender geschrapt werden. Sindsdien zijn de snelheden alleen maar gegroeid, de toprijders kennen het circuit exact uit hun hoofd en jagen onoverzichtelijke bochten aan met ware doodsverachting.

Foto’s: Archief A. Herl, Norton JPS Racing Team, Isle of Man TT Office, Yamaha UK

Stay tuned

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en mis nooit het laatste nieuws! Onze nieuwsbrief wordt iedere week op dinsdag (bij veel nieuws) en donderdag verstuurd.


Gerelateerde artikelen