donderdag 21 mei 2026
Home Blog Pagina 1157

Groot-Brittannië deelt gratis EHBO-helmstickers uit

0
EHBO helmsticker Biker Down MedicAlert

Groot-Brittannië is gek op Health and Safety. Soms zelfs iets té gek, maar daar zijn deze EHBO helmstickers geen voorbeeld van. Twee Britse organisaties zetten collectief de schouders onder de verhoging van veiligheid van motorrijders. Met een speciale helmsticker kan een motorrijder bij een ongeval sneller de juiste zorg krijgen. Britse motorrijders kunnen dit seizoen kostenloos een exemplaar krijgen.

Noodgeval

De sticker werkt heel simpel. Belangrijk is dat je hem op een duidelijk zichtbare plek op je helm plakt. Pel je het bovenste laagje eraf dan zie je een kaartje met een link naar je persoonlijke pagina van de MedicAlert website. Dat is een van de twee organisaties achter het idee. Online staat dan bijvoorbeeld contactinformatie van de persoon die gebeld moet worden als er iets met je is gebeurd. De zogenaamde ICE (In Case of Emergency), nog zo’n Britse uitvinding. Maar er kan ook info over je allergieën of ziektes op worden vermeldt. Wellicht is er een geneesmiddel waar je een allergische reactie van krijgt.

Helmstickers, EHBO, ongeval, ongeluk, crash, noodgeval, EHBO, ICE

EHBO

De overheid in Groot-Brittannië streeft naar een verdere terugdringing van het aantal verkeersdoden. Nul is het doel maar dat is zeker in een groot land als dat moeilijk. Daarom komt het initiatief van de EHBO helmstickers als geroepen. Dat idee komt van Rider Down! en MedicAlert. Biker Down is een programma van brandweer en ambulancediensten waarin motorrijders EHBO wordt bijgebracht. Aangezien motorrijders vaak in groepen rijden is het namelijk meer dan logisch dat er in ieder geval één iemand is die – mocht er iets gebeuren – weet wat er gedaan moet worden om verder schade in te perken. MedicAlert wil medische hulp sneller maken. Hun oplossing daarvoor zijn speciale armbandjes waarin medische informatie staat. Precies die informatie die ook via de EHBO helmstickers beschikbaar is.

Nederland

Kunnen we in Nederland binnenkort ook gratis een EHBO-helmsticker aanvragen? We durven het nog niet te zeggen, maar we zullen een initiatief zeker steunen.

Foto’s: BikerDown

Motorsportweekeinde – De meer dan 8 Uren van Suzuka

0
Le Mans start Suzuka

Nu alle stof is gaan liggen, kunnen we eindelijk onze conclusies trekken over de 8 Uren van Suzuka. Ondanks uren van spannend racen met de hoofdrolspelers binnen luttele seconden van elkaar, zat het venijn in de staart. Een duidelijk voorbeeld van ‘Als je als eerste wil finishen, moet je eerst finishen’, of toch?

De race begon met een vliegensvlugge start van Sylvain Guintoli, die bij de Le Mans-start vertrok vanaf de vijfde plek. De eerste stint was de Superbike-wereldkampioen van 2014 ruimschoots de leider. Na het eerste uur volgde de eerste reeks pitstops, waarna de endurance-race beetje bij beetje begon in te klinken. De plekken werden verdeeld en zouden lang blijven zoals ze waren.

Halverwege de 8 Uren, leek de top-3 besloten. Wie van de drie zou gaan winnen, was niet zo duidelijk, maar dat het tussen deze drie gaan zou, wel. Kawasaki Racing Team had Toprak Razgatlioglu gepasseerd voor de race. Zijn lengte en gebrek aan ervaring ten opzichte van Leon Haslam en Jonathan zouden hem op de Japanse omloop in het heetst van de strijd parten spelen. Het Red Bull Honda-team kwam uiteindelijk ook met twee rijders uit, waarbij onduidelijk bleef waarom Ryuchi Kiyonari het over moest laten aan Stefan Bradl en Yuki Takahashi. De laatste van het leidende trio draaide wel op vol vermogen; het Tech21 Yamaha-team. Om beurten rondden Michael van der Mark, Alex Lowes en Katsayuki Nakasuga het circuit.

Beste kaarten in huis

Honda leek lang de beste kaarten in huis te hebben. De Honda CBR1000RR Fireblade was beduidend zuiniger dan de Yamaha YZF-R1M en de Kawasaki ZX10RR, waardoor het beoogde uur en tien minuten per stint bij de Honda het gemakkelijkst haalbaar bleek. Vanaf het vierde uur zat het drietal almaar binnen een seconden of vijf van elkaar. Uiteraard werd er om beurten wat tijd ingeleverd bij pitstops, maar telkens kwamen ze toch weer bij elkaar uit.

8 Uren van Suzuka

Uiteindelijk zou Kawasaki met Jonathan Rea aan de clip-ons in rap tempo naar voren komen en de leiding overnemen. Het leek erop dat KRT de raceoverwinning binnen had. Maar goed ook, want de SRC Kawasaki ZX10RR – vechtend om de EWC Wereldtitel – gleed knullig onderuit in de laatste chicane. Daarmee schoof SERT door naar een virtuele eerste plek, ondanks dat het SRC Kawasaki-team de race wel kon vervolgen. SRC-teammanager Gilles Staffler hield hoop en verkondigde al dat de 8 Uren van Suzuka pas afgelopen waren na acht uur – vooral niet eerder.

Terwijl de zonsondergang ingezet was, scheelde het luttele centimeters of een crashende achterligger reed bijna Jonathan Rea van zijn machine. Dat zou wat zijn; met de eindstreep in zicht als raceleider tegen de vlakte gaan…

8 Uren van Suzuka

Bij het juiste eind

Net bekomen van dat schrikmoment, bleek Staffler het bij het juiste eind te hebben, toen de GSX-R1000R van SERT plofte. De klok gaf op dat moment 7 uur en 55 minuten aan. Wat SERT-coureur Etienne Masson op dat moment dacht, is nog ongewis. Zoals het een endurance-racer betaamt proberen te blijven rijden, of door in de baan te blijven en rode vlag en een mogelijke overwinning afdwingen; het is om het even. Masson reed lang door in de baan, waardoor de vrees voor olie op het circuit groot was. Dat het inmiddels pikkedonker was en ook al was gaan miezeren, maakte het een slot vol spanning. Een ding was zeker; SRC Kawasaki leek met een half punt meer dan SERT verzekerd van de FIM EWC-wereldtitel.

Suzuka

En net wanneer je denkt ‘Stel dat Johnny Rea vanaf de leiding uit zou glijden over die olie?’, gleed de Noord-Ier daadwerkelijk onderuit – op de olie, of wellicht het licht natte wegdek. Op dat moment wist niemand het zeker. Tijd: 7 uur en 58 minuten. Meteen ging de rode vlag uit; de wedstrijd was over. Bij een rode vlag is het in zowat alle raceklasses normaal dat de stand bij de laatste volledige ronde telt. Zo zouden Kawasaki en Jonathan Rea goed zitten om de eerste 8 Uren van Suzuka-overwinning sinds 1993 op te tekenen. In de pitbox van KRT brak het feest al los.

Alleen vroeg men in de paddock en achter televisies wereldwijd meteen af  ‘Moet Rea nu niet binnen vijf minuten na het vallen van de rode vlag in de pits zijn?’. Die regel kostte Lucas Mahias in de World Supersport-race op Portimao verleden jaar bijna zijn overwinning, of het leverde hem juist de overwinning op. Net hoe je wil. De MotoGP kent dezelfde regel.

Suzuka

De racetiming gaf eerst Kawasaki aan als winnaar, maar toen stond daar plots toch echt Tech21 Yamaha bovenaan. Kawasaki Racing Team stond met een DNF geclassificeerd. Die vijf minuten-regel leek van kracht; KRT was niet aan de finish gekomen en dus geen winnaar.

Vijf minuten verstreken…

Toen de volle vijf minuten verstreken waren, kwam bij Yamaha het feest echt los. T-shirts met 5-op-een-rij erop werden aangetrokken en felicitaties volgden, terwijl de onduidelijkheid bleef. Om 20.08u lokale tijd werd Yamaha voorwaardelijk tot winnaar gekroond. Vervolgens nam de organisatie ruim de tijd om de FIM EWC-kampioenen te eren op het podium. Noem het tijd rekken. SERT was met het wegvallen van KRT vanaf de leiding zelfs verdrongen tot de derde plek in de eindstand van het Endurance Wereldkampioenschap, nog achter het FCC TSR Honda France-team. Veel gedesillusioneerder kon het team van Suzuki Endurance Racing Team er dan ook niet bij staan.

Met die langgerekte Endurance WK-podiumceremonie over, togen FCC TSR Honda France en het Red Bull Honda-team naar respectievelijk de derde en tweede plek. Het Tech21 Yamaha-fabrieksteam mocht het hoogste treedje betreden. Yamaha had vijfmaal op rij de 8 Uren van Suzuka gewonnen en Michael van der Mark had nu ook vijf overwinningen op Suzuka op zijn naam staan. Kawasaki had de wrange vruchten geplukt van de 8 Uren van Suzuka – niet de 7 uren, 58 minuten en 42 seconden van Suzuka.

Suzuka

Tot, enkele uren na de race eerst geruchten en toen bevestiging kwam dat Kawasaki na protest alsnog de winnaar bleek. Het EWC-reglement kent niet dezelfde vijf minuten-regel als in bijvoorbeeld de MotoGP en het WK Superbike, dus de raceorganisatie had verkeerd geoordeeld. Het resultaat bij doorkomst na de laatste volledige raceronde werd leidend en dus was Jonathan Rea, samen met Leon Haslam en Toprak Razgatlioglu winnaar van de 8 Uren van Suzuka. Jonathan Rea zou niet door regen – en dus een eigen fout onderuit gegaan zijn – maar door de olie van de SERT GSX-R1000R.

Daarover bleef de discussie gaan, want als Rea een fout gemaakt had en hij daardoor veroorzaker van de rode vlag was; hoe kon KRT dan winnen? Dat Yamaha meteen een tegenprotest lanceerde, wat even snel verworpen werd, wil zeggen dat Kawasaki Racing Team onweerlegbaar bewijs gehad heeft. Rea ging onderuit door het oliespoor. Punt uit.

Ondanks dat het halve Kawasaki Racing Team inmiddels al gedesillusioneerd naar het hotel vertrokken was, werd er toch verzocht een nieuwe podiumceremonie te organiseren; al was het maar voor de foto. Weer een foto; ditmaal zonder champagne voor het Yamaha-fabrieksteam.

Chaos en verwarring

Zo werd een chaotische 8 Uren van Suzuka tot lang nadat de acht uren verstreken waren, alleen nog maar verwarrender. Dat verantwoordelijkheid voor de chaos en verwarring volledig bij de raceorganisatie ligt, staat buiten kijf. Met een aantal prangende vragen tot besluit.

Waarom werd de rode vlag niet meteen gezwaaid toen Massons blok plofte? Nog voor Jonathan Rea goed en wel weer op zijn benen stond, was de hele baan geneutraliseerd. Toen kon het rood wel direct uitgehangen worden.

Waarom leek niemand te kunnen uitsluiten dat de inmiddels bij de Grand Prix en Superbikes bekende 5 minuten-regel niet bestaat in het EWC? Waarom kent de endurance-racerij die regel eigenlijk sowieso niet? Rijders die tijdens de race crashen mogen ook alleen verder als ze zelf de motor naar de pits rijden dan wel duwen.

Waarom ging de raceorganisatie over tot voorwaardelijk aanwijzen van een winnaar? Was afwachten niet altijd een beter besluit? Nu is er naast teleurstelling bij de winnaars, ook veel verwarring onder fans. Japanse raceliefhebbers zagen Yamaha winnen en zelfs het podium bestijgen. Eer ze thuis waren, was Kawasaki plots winnaar. Dat verdient een betalende bezoeker toch niet?

Al die vragen, maar of je je adem in moeten houden tot de antwoorden; doe maar niet. Als er één ding wel zeker is, is het dat de 2019 8 Uren van Suzuka er een was – en werd – om nooit te vergeten.

Voor de winnaars, voor de verliezers en voor de verliezende winnaars.

Foto’s: teams en FIM EWC

Nieuwe Honda Deauville in de maak?

1

De geruchten worden steeds sterker dat Honda aan een nieuwe Deauville werkt. De middenklasse toerfiets krijgt naar verluidt niet langer een V-twin, maar de staande twin die we kennen uit de CRF1000 Africa Twin.

Gejuich

De keuze voor het bestaande motorblok is prima te verklaren. Met zijn bescheiden vermogen en soepele inborst past die prima bij een bescheiden motorfiets als de Deauville. Ook DCT kan zijn waarde bewijzen op deze uiterst praktische gebruiksfiets. De Deauville heeft altijd kunnen rekenen op een trouwe supportersschare en in dat kamp gaat vast gejuich op. Het is namelijk extreem stil in de klasse van de handelbare toermachines. Dikke toerbakken als de GTR1400, BMW R1250RT en Honda GoldWing zijn er genoeg, maar toerfietsen onder de duizend cc zijn er simpelweg niet.

Potentiële topper

Hopelijk behoudt de Deauville de meeste van zijn goede eigenschappen. De slanke zijkoffers bijvoorbeeld waarmee het prima door de files heen scheuren is. En het unieke stokbroodgat tussen de twee koffers moet ook beslist terugkomen. De styling mag wel gerust volledig op de schop want van zijn woeste en oogverblindende uiterlijk moest een Deauville het nooit hebben. Wel van zijn gebruiksgemak en wat dat betreft is het hopen dat de ketting van de Africa Twin plaats maakt voor de vertrouwde cardanaandrijving. Als Honda het goede behoudt en de Deauville qua styling en elektronica weer helemaal bij de tijd maakt, heeft het een potentiële topper in huis.

Hoe de nieuwe Deauville er uit komt te zien? Onze collega’s van Moto-Station hebben hier een voorschot op de werkelijkheid genomen.

Dunlops ode aan snel rubber

0

Nieuwe Dunlop-band voor retro’s met het design van het rubber dat vijftig jaar geleden het 100mph ronderecord op Isle Man TT klokte.

 Dunlop onthult 17 augustus de TT100 GP Radial. De band is speciaal ontwikkeld voor de populaire retromotoren. De onthulling vindt, geheel in stijl, plaats op de Isle of Man. Op dit beruchte en beroemde circuit reed Malcolm Uphill vijftig jaar geleden op zijn Triumph Bonneville met Dunlop K81 productiebanden gemiddeld sneller dan 160 km/u.

 Design van toen

De band combineert het design van de TT100 van toen met de technologie van nu. Het klassieke profiel is doorontwikkeld om de stijfheid te verhogen en de precisie in bochten te verbeteren. De grootste wijziging ten opzichte van de aloude TT100 is de geheel nieuwe radiaalstructuur die voor meer stabiliteit zorgt.

 Net als moderne banden

De achterband heeft de Jointless Belt -constructie (JLB) voor een soepele en stabiele wegligging. De productiewijze wordt ook toegepast in hypersportbanden van Dunlop. Moderne retro’s hebben namelijk veelal dezelfde ophanging en motoren als hun gewone nakeds. Het rubber van de Dunlop TT100 GP Radial bevat silica voor een goede grip, ook onder koudere omstandigheden.

 Geschikt voor zestig motoren

De band is bedoeld voor motoren als de BMW R NineT, Yamaha XSR en de Kawasaki Z900RS. Er zijn twee maten voorbanden en vier maten achterbanden beschikbaar. Dat is voldoende voor zestig verschillende motorfietsen van zestien fabrikanten.

Wat is de motorband van het jaar?

0

 

Benoem online jouw favoriete band en maak kans op tweeduizend euro aan prijzen.

Online motorbandenleverancier Motorbandenmarkt.nl vraagt motorrijders in tien landen naar hun favoriete bandenmodellen in verschillende categorieën. Het gaat zover van touring- tot motorcross- en supersportbanden. In de afzonderlijke categorieën kunnen tot en met 15 september vele verschillende actuele modellen worden gekozen.

Stem hier

Onder de deelnemers worden aantrekkelijke prijzen verloot. Hoofdprijs is een Sena Smart-helm Momentum die je in staat stelt om te telefoneren, muziek te beluisteren of met maximaal zeven andere rijders te spreken. Andere prijzen zijn een GoPro 7 inclusief helmhouder en shoptegoeden ter waarde van € 200.

Motorbandenmarkt.nl is nieuwsgierig naar de voorkeuren binnen de afzonderlijke categorieën, maar ook naar mogelijke verschillen tussen de tien landen. Ga hier naar de enquete voor de motorband van het jaar.

Oog voor detail: opbergvakjes

0

Je kijkt er zomaar overheen, maar bij veel motoren maken de details de motorfiets. In deze rubriek helpt Motor.nl je voorbij de grote lijnen te kijken en oog voor detail te krijgen. Dit keer kijken we naar een drietal opvallende opbergvakjes.

Wellicht een ongemerkte reden dat de motorrijder de allroad zo omarmt, is dat koffers ze verdraaid goed staan. Dan heb je op de motorfiets toch nog wat opbergruimte. Waar opbergvakjes in het verleden veel vaker voorkwamen wordt zowat alle aanwezige ruimte tegenwoordig geannexeerd door elektronica. Een kijkje in de bijzondere vakjes die het toch stug volhouden.

Harley-Davidson Street Glide

In de Gouden Eeuw van de smartphone, heb je altijd ruimte te kort in je jaszakken. Harley-Davidson is een van de merken die je graag een vakje biedt hem in weg te stoppen. Sterker nog, ze denken heel behoorlijk mee door er een stukje – verwijderbaar – schuim bij in te stoppen. Rammelt het scherm tenminste niet aan splinters. O, en ze hebben er ook nog heel handig een USB-aansluiting bij zitten zodat je je digitale venstertje tot de wereld meteen bij kunt laden.

BMW R1200GS

Soms heb je niet veel ruimte nodig. Een klein vakje kan al een stukje puur geluk zijn. Dat moeten ze bij BMW ook gedacht hebben toen de Duitsers een heel simpel vakje bovenop de tank van de R1200GS maakten. Het opbergvakje kan niet op slot, maar dat is ook niet nodig mits je hem gebruikt voor onderweg en vult met zaken die je onderweg nodig hebt. Denk aan wat kleingeld voor het tolpoortje of om je rijbewijs bij de hand te hebben mocht het nodig zijn. Simpel, maar heel effectief.

Honda CRF1000L Africa Twin Adventure Sports 

De originele Honda Africa Twin uit 1988 had zoals toen de norm was best wat ruimte aan boord voor je pakje shag, je portemonnee of een kleine gereedschapsrol. Als ode aan die XRV650 heeft de Africa Twin Adventure Sports niet alleen een op de oer-Africa Twin geïnspireerde kleurstelling gekregen maar zelfs het handige opbergvakje kreeg hij mee. Zou opnieuw prima wat gereedschap in kunnen, ware het niet dat je een inbussleutel maatje 5 nodig hebt om het open te maken…

Foto’s: Henny B. Stern en Redactie MotorNL

Voor jou getest: Lindstrands Qurizo-jas en Q-Pants-broek

0
Lindstrands Qurizo allweather jas, Lindstrands Q-Pants

Elke zaterdag lees je een recensie over producten die we uitproberen bij het rijden van onze talloze testkilometers.

Nee, de Q-Pants-broek hield het bij bovenstaande foto niet droog. De Qurizo-jas trouwens ook niet, maar dat kwam van binnenuit door de hieraan voorafgaande worsteling met een Ducati Multistrada en een te diepe plas modderwater.

Deze Lindstrands-combinatie kreeg het de afgelopen twaalf maanden stevig voor de kiezen. Van Noorwegen tot Marokko; het pak zag het allemaal en wist er allemaal mee om te gaan. Een paar dingen vallen op; de pasvorm is prima en de gekozen materialen heerlijk soepel. Het pak draagt echt als een tweede huid. Voor een combinatie uit Scandinavië is het opvallend dat de isolatie maar zo/zo is. Waar je in de winter bij andere pakken een warme thermovoering vast ritst, beschikt alleen de jas over een inritsbare bodywarmer. Benen en armen hebben onder koude omstandigheden dus geen extra laag isolatie. Die zul je zelf moeten dragen en dat is iets om rekening mee te houden met de pasvorm.

Bescherming

Nog iets om rekening mee te houden: de jas heeft geen rugbeschermer. Lindstrands levert hem liever zonder, dan schijnheiligheid te bieden met een stukje kunststof dat amper klappen dempt. Overigens zit op de schouders en ellebogen wel protectie. Het waterdichte membraan is niet gelamineerd op het buitenmateriaal. Het Dryway-plus materiaal is wind- en waterdicht, maar je moet het wel als tweede laag apart in het pak ritsen. De binnenbroek is erg hoog, die reikt tot boven de navel. Dat staat niet al te charmant, maar het voorkomt wel dat er tijdens het rijden regenwater tussen jas en broek kan doorkomen. Met de watervastheid zit het goed. Slechts een keer lekte het pak door
(tijdens helse omstandigheden, weliswaar), maar ik vermoed dat het water toen langzaam via de mouwen omhoog kroop. De sluiting van de mouw is namelijk te eenvoudig, met een rits en stukje velcron moet je het doen. Handschoenen onder de mouw dragen is lastig door de beperkte ruimte.

Met warmte heeft deze Scandinaviër geen moeite. Voor en achter zorgen twee grote ritsen voor voldoende ventilatie. Zeker zonder de waterdichte tussenlaag komt de wind lekker binnen. Lindstrands biedt lekker veel pak voor dit geld. De uitstraling is net wat luxer dan veel andere pakken. Het pak is compleet met protectie, reflectie en leren stukken op de broek.

INFO
Maten jas: 48 t/m 64; broek: 46 t/m 62
Kleur jas: geel/zwart, zwart, grijs; broek: zwart, grijs
Prijs jas: € 449; broek: € 399
Verkrijgbaar zie Jofama.se

Foto: Jesse Kraal

Motorrijder gewond vast onder KTM – nut SOS-systeem bewezen

0
De politie ontfermt zich over de KTM 1090 Adventure R.

Het eCall-systeem van BMW kennen we al drie jaar. Dit systeem belt voor jou de hulpdiensten als de sensoren aan boord merken dat je bent gevallen. Als het systeem niet automatisch belt, kun je zelf op de afgedekte SOS-knop drukken om hulp in te schakelen. Je wordt ook dan verbonden met BMW’s callcenter waarna je via de microfoon en speaker contact krijgt met een medewerker, die de hulpdiensten in kan schakelen. Zie hier onze meer uitgebreide uitleg en hier nog meer info van BMW.

Dat het systeem absoluut van pas kan komen, werd bewezen in Diessen. Daar belandde een motorrijder met zijn 1090 Adventure R in een greppel. De KTM belandde bovenop hem en daarbij brak de motorrijder z’n been. Het lukte hem niet zelf om onder de motor uit te komen. Wel kon hij de hulpdiensten bellen. Maar omdat hij geen idee had waar hij was, konden de hulpdiensten hem in eerste instantie niet helpen.

Pas na WhatsApp-contact met een agent lukte het om zijn locatie te delen, waarna de hulpdiensten inclusief trauma-helikopter ter plaatse kwamen. De hulpdiensten hielpen de man onder zijn motor vandaan en gelukkig kon de trauma-helikopter weer terug zonder passagier: de motorrijder ging met de ambulance naar het ziekenhuis.

Moraal van dit verhaal? Het eCall-systeem van BMW is zo gek nog niet. Als de motorrijder bewusteloos was geraakt, had dit avontuur heel anders kunnen aflopen. Met eCall aan boord zouden de hulpdiensten dan automatisch zijn ingeschakeld. We verwachten dat dit syteem de komende jaren ook bij andere merken intrede doet, zeker op allroads en enduro’s.

Gelukkig liep het toch (relatief) goed af! De redactie van Motor.NL en MOTO73 komt heel graag in contact met de ongelukkige motorrijder en is te bereiken op redactie@www.motor.nl.

Foto: Jack Brekelmans – Persburo-BMS

Classic Travel: Naar de Verlokkende Verte

0

Max Reisch uit Kufstein gaat als 18-jarige aan de Weense universiteit economische geografie studeren. Als bijbaantje brengt hij filmrollen van bioscoop naar bioscoop. Al snel koopt de Tiroler zijn eerste motorfiets – een tweedehands 175 cc Puch. In 1931 verkent Max op deze tweetakt ukkepuk het alpenland. Maar de verre verten lonken. Geïnspireerd door de avonturenromans van onder meer Karl May droomt Max van een motorreis naar Bombay. Een 13.000 km lange tocht via de Balkan, dwars door Anatolië en Voor-Azië naar Brits-Indië.

Herbert Tichy

Zijn professor ondersteunt het plan. Wel geeft hij Max de raad eerst een proefrit door de Sahara te ondernemen. Dat gebeurt in 1932, nadat de jeugdige Kradfahrer zijn 175 cc Puch heeft vervangen door een 250 cc tweedehandsje. De route van 9.600 km gaat via Spanje door Marokko, Tunesië, Libië en Italië terug naar Oostenrijk. Meteen na thuiskomst begint Max zijn grote reis naar India voor te bereiden. Hij krijgt van de Puchfabriek een gloednieuwe T250 cc. Verder wordt binnen diplomatieke kringen een hele reeks visa en recommandaties voor Turkse pasja’s, Arabische sjeiks, Perzische khans en Indische maharadja’s verzameld. Kort daarna loopt Max in Wenen leeftijdgenoot Herbert Tichy tegen het lijf. Ook deze student geologie wil graag naar India, maar heeft noch motorfiets noch rijbewijs. Max besluit Herbert als kompaan en duopassagier mee te nemen. Tichy zou later zelf een enthousiaste motorrijder worden. Zo chauffeerde hij tussen 1935 en 1937 solo naar Kashmir om vandaar verder te tuffen naar Afghanistan, Nepal, Tibet en Birma. In 1955 werd Tichy wereldberoemd toen hij in de Himalaya voor het eerst de 8.200 meter hoge Cho Oyu besteeg.

Blamage

27 juli 1933 is de grote dag: Max en Herbert vertrekken uit Wenen. Tot aan de Hongaarse grens vergezellen vrienden en familieleden de jonge helden. Het uitwuiven duurt er erg lang, omdat de douanecontrole twee uur duurt. En daarna En daarna gebeurt iets onaangenaams. Nog geen twintig meter in Hongarije stuurt Max de Puch in een greppel en maken hij en zijn metgezel een ferme buiteling. Wat een blamage… zo onder het toeziende oog van hun uitgeleide. Tot overmaat van ramp blijkt de voorvork krom. Maar een pijnlijker afgang blijft ze bespaard. De Puch zetten ze met brede grijns weer vlug op zijn wielen en behoedzaam reizen ze voort, richting Boedapest.

Nadat de voorvork is rechtgetrokken, spoort de Puch weer als vanouds, zodat ze de uitgestrekte poesta’s in sneltreinvaart doorkruisen. Vervolgens zijn de bergen van Servië en Macedonië aan de beurt en drie dagen later rijden ze het Bulgaarse Sofia binnen. Deze stad biedt een voorproefje van de oriëntaalse wereld, die hen weldra te wachten staat. Bulgarije was namelijk tot 1878 in Turkse handen en Sofia bezit anno 1933 nog vele hammams, moskeeën en soeks. Gelukkig vind je er ook cafés. Max en Herbert laven zich dankbaar aan ‘Bier und Schnaps’, geneugten die ze spoedig moeten ontberen.

Ménage à Trois

De eerste ontmoeting met de Oriënt blijkt weinig verheffend. De Turkse kommies die in de avondschemering eenzaam de grens bewaakt, weigert hen binnen te laten, met de woorden ‘Het is zes uur’. Hierna declameert hij geeuwend dat ‘geen mens dag en nacht kan werken’. De grensformaliteiten zullen moeten wachten tot zonsopgang. Die ochtend doemt een andere hindernis op. Oost-Thracië, het Europese deel van Turkije, blijkt grotendeels verboden terrein te zijn. De militaire zone kan slechts bereisd worden in gezelschap van een soldaat. Maar hoe doe je zoiets met een zwaar beladen solomachine die al twee personen vervoert? De soldaat wordt op de duozit gezet, terwijl Herbert daarachter plaats neemt op de tentzak.

Zo tuffen ze ‘knusjes’ in slowmotion naar Istanbul. Meerdere keren dreigt de karrevracht om te vallen. Zo lang de stoffige piste vlak is, kan de Puch ’t wel trekken. Maar bij hellingen moet iemand afstappen. Max rijdt eerst met de soldaat vooruit, waarna Herbert te voet volgt. De argwanende militair tikt Max op de schouder zodra Herbert uit zicht verdwijnt. Wordt het echt te steil, dan rijdt Max terug om Herbert op te pikken, terwijl de soldaat beiden in het vizier houdt.

Vuurtje maken

In Istanbul maakt het duo op de motorfiets excursies naar de belangrijkste monumenten, zoals de Aya Sofia, Grote Bazar en de Blauwe Moskee. De straten van Istanbul – met duizenden kuilen en gaten – bezorgen Max bijna een zenuwinzinking. Daarom wijkt hij al snel uit naar de ijzeren tramrails. Dat vereist concentratie en durf. Heb je echter de eerste angst overwonnen, dan ‘geht die Sache wunderbar‘, aldus Max.

Acrobatiek is enkele dagen later ook vereist op de hoogvlakten van Anatolië. Het wegdek is er vaak zo slecht, dat urenlang alleen in de eerste versnelling gereden kan worden. Gevaarlijk zijn ook de vele ezelkarren en ossenwagens die zich zonder waarschuwing voor je wielen gooien. Een andere ergernis vormen de pesterijen van de Turkse bureaucratie: dagelijks zeker zes controles. In elk dorp onderzoekt een overijverige diender minutieus de reispapieren. De plaatselijke bevolking daarentegen is de vriendelijkheid zelve. Overal krijgen onze hoofdrolspelers meloenen, brood en eieren. Wil je een lekkere omelet bakken, dan is wel vuur nodig. Lastig als je kampeert op een dorre steppe, waar bomen noch struiken groeien. Daarom verzamelen Max en Herbert verdroogde drek van kamelen en runderen. En als je de ‘Streichhölzer’, de lucifers, bent vergeten? De twee weten raad. Schroef een bougie los, leg die op een met benzine doordrenkte lap, trap op de kickstarter en je hebt een mooi vuurtje.

Zonnesteek

Na het Taurusgebergte schrammen onze vrienden bij Iskenderun de Middellandse Zee. Deze havenstad is ooit door Alexander de Grote gesticht en werd in 1920 bij het Franse mandaatgebied van Syrië gevoegd; het zou nog tot 1939 duren voordat Iskenderun weer Turks werd.

Max en Herbert zijn verrukt over de wegen in Noord-Syrië. Vanwege hun strategisch belang worden deze door het Franse vreemdelingenlegioen keurig onderhouden. De rit naar Aleppo – bekend om zijn citadel, gebouwd door de kruisvaarders – is dan ook een genot. Aangekomen slaat het noodlot echter toe. Barstende hoofdpijn veroordeelt beide heren tot een verblijf van vijf dagen in een hotelkamer. Een te hulp geroepen arts stelt een zonnesteek vast. Na genezing kopen ze meteen twee tropenhelmen voor de komende monsteretappe, door de Syrische Woestijn naar Bagdad. Het wordt een martelgang. Overdag is het zo heet dat de metalen delen van de Puch bij aanraking brandwonden veroorzaken. Daarom rijdt het tweetal tot ver in de nacht door. Wel neemt door slecht zicht het aantal valpartijen toe. Gelukkig vinden ze na drie dagen de bovenloop van de Eufraat. Deze rivier volgen Max en Herbert daarna stroomafwaarts richting Irak. Vanzelfsprekend nemen ze onderweg zo nu en dan een frisse duik in het water. Met kletsnatte kleren stappen ze dan op, waarna de zwoele rijwind hun kloffie in mum van tijd droog blaast: verkwikkendem momenten.

Vanille-ijs

Minder aangenaam is het gevaar van roofovervallen. Daarom escorteert een pantserwagen van het Légion Étrangère het duo vanaf de oase Abu Kamal naar de Iraakse grens. Een grenssteen vermeldt in Arabisch schrift dat de reizigers hier Mesopotamië, het huidige Irak, binnenrijden. Die avond bereiken Max en Herbert een stadje dat nog op geen enkele landkaart staat: Al-Hadithah omvat een honderdtal bungalows en loodsen van gegolfd plaatijzer. Een mobiele stad die in 1933 door Shell als uitvalsbasis wordt gebruikt voor het aanleggen van de oliepijpleiding Kirkuk-Haifa. Een zandstorm verhindert verder reizen. Vervelend is dit allerminst, want twee dagen lang geniet het duo van Engels ontbijt, plumpudding, Scotch-on-the-rocks en vanille-ijs. Na dit verzetje is de hernieuwde kennismaking met hitte, stof en zand natuurlijk zwaar.

Bij Fallujah steken ze per pont de Eufraat over, en rijden Max en Herbert het tweestromenland tussen Eufraat en Tigris binnen. Bagdad stelt teleur. Tevergeefs zoeken beiden de sprookjesachtige wereld uit de verhalen van Karl May en Duizend-en-één-Nacht. In plaats daarvan brede boulevards, moderne tankstations, autoshowrooms en scouts in Engelse padvindersuniformen.

Zagrosgebergte

Beter in de smaak valt Kerbela, de heilige stad van de sjiieten. Dit door palmbossen omgeven pelgrimsoord rond de grafmoskee van imam Hoessein ademt nog de geest van het oude morgenland. Slaapplaats vormt een probleem, omdat niemand ongelovigen herbergt. Gelukkig heeft Max in Bagdad een aanbevelingsbrief gekregen, zodat ze in het huis van de burgemeester mogen overnachten. Zelfstandig door de soeks flaneren kan echter niet. Ze worden tijdens een stadswandeling door soldaten begeleid, die hen – overal vijandige blikken – moeten beschermen tegen fanatieke stenengooiers. Als ze in een koffiehuis een glas limonade bestellen, let de uitbater er nauwkeurig op dat hij niet de hand van Max, een christenhond, aanraakt. Even later horen ze gerinkel: de waard heeft hun glazen kapot geslagen omdat ze onrein zijn geworden.

De globetrotters hebben nu 4.000 km achter de kiezen en er resten nog 9.000 zware kilometers. In Perzië verandert het landschap vlug. Max en Herbert doorkruisen op weg naar Teheran het Zagrosgebergte. Over gevaarlijke haarspeldbochten stijgen ze naar 3.000 meter. De Puch heeft ademnood en de steile bergpassen liggen bezaaid met stenen en gaten. Herbert moet vaker duwen dan achterop zitten. Ook gaan motorfiets en bemanning geregeld onderuit. Dat doet vooral de gezondheid van Herbert geen goed. Zijn benen raken bedekt met wonden, waarvan sommige lelijk ontsteken. Op een gegeven moment kan hij van koorts en pijn niet meer op de Puch blijven zitten.

Zandvliegen

Redder in nood is een vrachtwagenchauffeur, die de doodzieke Herbert in de laadbak meeneemt, voor de zekerheid met riemen vastgesjord. Dan volgt een dagenlange, helse rit naar Teheran. Max heeft moeite het tempo bij te benen. In de Iraanse hoofdstad constateren artsen een zware bloedvergiftiging en ze willen meteen een been amputeren. Gelukkig besluit en ze één dag te wachten. En jawel, de zwellingen nemen af en binnen een week staat Herbert weer stevig ‘auf die Beinen’. Daarop zetten ze de bloemetjes buiten in Teheran, toen nog vergeven van bars, danspaleizen en nachtclubs.

Eind september – na een grote beurt en een nieuwe achterband voor de Puch – gaat de reis verder over de noordflank van de Dasht-e-Kavir, een onheilspellende woestijn, naar de Noord-Iraanse bedevaartplaats Mashhad. Helaas kunnen onze avonturiers door de oroyakoorts daar niet genieten van de prachtige grafmoskee van imam Risa. Deze infectieziekte wordt door zandvliegen overgebracht en kon in 1933 dodelijk zijn. Uitgeput door hoge koorts blijven Max en Herbert na een valpartij soms urenlang naast hun gestrande motorfiets liggen. Met meer geluk dan wijsheid bereiken ze bij Mashhad een Amerikaanse zendingspost. Die verpleegt de pechvogels – weliswaar tegen betaling van ‘greenbacks’ – wekenlang liefdevol.

Hel van Baluchistan

Ook daarna blijven de tegenslagen zich opstapelen. Aanvankelijk wilden Max en Herbert Afghanistan binnenrijden, om over de Kaiberpas verder te knorren naar Brits-Indië. Maar sinds een motorongeval, waarbij een stamhoofd van zijn paard viel en overleed, zijn motorfietsen in dat land ‘machina non grata’. Dat betekent een zuidelijke omweg van 2.000 km door de woestenij van Baluchistan. In deze ‘Hölle aus Sand und Sonne’ groeit niets en woont niemand. Om niet te verdwalen gebruiken ze een opgeheven spoorlijn als wegwijzer.

Meestal hobbelen ze voort over de spoorbielzen, maar af en toe zijn de werkloze rails door immense zandduinen versperd en moeten ze behoedzaam zigzaggen over verraderlijke zoutmoerassen. De Puch begint kuren te vertonen. Hij start moeilijk, omdat de stroomkabels broos worden, waardoor er overal ‘Saft’ komt behalve in de bougies. Ernstiger is dat door het constante gebonk de ene na de andere spaak in het achterwiel breekt. Elke morgen verdeelt Max de overgebleven spaken gelijkmatig over de velg, maar tevergeefs. Het wiel is niet meer rond te krijgen. Ten einde raad zet hij negen spaken uit het voorwiel over. Om de wieldruk te verlagen, besluiten ze dertig kilo aan reserveonderdelen – van lagers, tandraderen, veren, zuigers tot en met een complete carburateur – overboord te zetten.

Sahib, sahib

Max baalt. Hebben ze zo veel dure dingen meegezeuld, hangt het welslagen af van enkele ordinaire ijzeren staafjes. Maar met een gangetje van maximaal 40 km/h lukt het de bewoonde wereld te bereiken. Wat doe je intussen als de zonnebrandcrème op is? Dan smeer je motorolie op je tere huid; een probaat middel. Maar gebruik het goedje niet om eieren mee te bakken. Het duo doet dat één keer. Hoewel de smaak meevalt, blijkt het een funeste uitwerking op de darmen te hebben. Max moest om de paar kilometer stilhouden voor een sanitaire stop. In Quetta, nu Pakistaans maar toen nog onderdeel van Brits-Indië, volgt een week rust. Ze vinden spaken en nemen een heet bad tegen de luizen en vlooien. Fris en monter gaat het dan over prachtig geasfalteerde wegen – van militair belang voor de Britten – richting Lahore. De enige spelbrekers zijn de apen, die stoïcijns op het asfalt blijven zitten. Vervolgens gaat over de bewegwijzerde ‘Great Trunk Road’ naar Amritsar. Deze Indiase stad vormt het religieuze en politieke centrum van de Sikhs, een hindoesekte die het kastensysteem en de weduweverbranding afwijst, net als tabak en alcohol. Even later onthaalt de maharadja van Patiala de Oostenrijkers. Ze mogen in zijn zomerpaleis overnachten met de steun van vijf bedienden. Het ‘Sahib, sahib!’ is dan ook niet van de lucht.

Tai Mahal

In de Indiase hoofdstad New Delhi vormen de globetrotters voorpaginanieuws. Een schare journalisten wil alle ins en outs over hun motorreis en de Puch weten. Hoewel er al wat Britse motorfietsen door de straten van Delhi sjezen, is ’the two-stroke toddler from Austria’, natuurlijk ‘a horse of another colour.’ Na drie dagen beginnen ze aan hun laatste etappe, naar de havenstad Bombay. De wegen in het zuiden zijn bar en boos. Bovendien vergen fakirs, sadhoes en yogi’s het uiterste van Max, omdat deze rondtrekkende asceten, evenals de vele heilige koeien, onder geen beding de weg willen vrijmaken. In Agra bezoeken ze het beroemde praalgraf Tai Mahal, dat een sjah in de 17de eeuw liet bouwen voor zijn overleden echtgenote. Max en Herbert zijn zo verrukt dat ze een hele nacht doorbrengen in het omliggende park. De route naar Bombay gaat vervolgens door de vorstendommen van Gwalior, Bhopal en Indore. In de eerste en de laatste resideren de kompanen wederom in het paleis van de maharadja. Tenslotte arriveren ze na vijf maanden in Bombay. Hier schepen Max en Herbert zich eind december op een vrachtboot naar het Italiaanse Triëst in. Daarvandaan ronkt het tweetal door een winters landschap terug naar Wenen. Onder luid gejuich haalt de stad de twee avonturiers binnen. Onder de toeschouwers is ook de hele directie van de Puchfabriek. Het waagstuk is volbracht!

Cape Fun Tour 2019: Met Michiel van Dam naar Zuid-Afrika

0

Reisreporter van Promotor en MOTO73 én Zuid-Afrika-kenner organiseert van 20 t/m 30 november een pilot reis langs de zuidkust van Zuid-Afrika. De prijs bedraagt per deelnemer €3.500,-, exclusief vliegticket. De maximale groepsgrootte voor de pilot is vier motorrijders.

De pilot vertrekt vanuit Kaapstad. Daar staan de – makkelijk te berijden – motoren klaar. Alle hoogtepunten van de zuidkust van Zuid-Afrika zitten in de reis. We noemen er een paar: Cape Town Waterfront, Karoo woestijn, Big Five Game Drive en struisvogels en walvissen. Tijdens de reis kun je je laven aan exclusieve wijnen en zeer smakelijke maaltijden.

De dagtochten hebben een ontspannen karakter en worden begeleid door een gecertificeerde Zuid-Afrikaanse touroperator.

Meer info over deze trip en de daginvulling per reisdag kun je lezen op www.zatrax.com