donderdag 21 mei 2026
Home Blog Pagina 1156

Classic & Retro nummer 19 nu in de winkel

0

Alweer het negentiende nummer van Classic & Retro, met in editie 19 onder meer sportverhalen, iconische klassieker en niet te missen youngtimers, maar ook techniek, vieze handen en andere tijden. Als je geabonneerd bent krijg je hem natuurlijk al op de mat. Ben je dat niet, dan zul je een uitstapje naar de boekhandel of kiosk moeten maken. Of je klikt even hier, natuurlijk!

Wat hebben we allemaal voor je in petto in Classic & Retro nummer 19? Om te beginnen reed redacteur Ad van de Wiel de moeder aller gekuipte BMW‘s;  de R100RS. Zijn licht gevinde cilinders prikken fier door de openingen van de grote stroomlijn. En ja, die grote koplamp met dat dikke glas. Das war einmal!

Publiekslievelingen heb je in alle soorten en maten, maar zo veel als je ze nog rond ziet rijden, is de Honda XL600V Transalp van weleer een publiekslieveling in optima forma. Uit het oog, uit het hart? De Transalp is geen van beide!

Classic & Retro 19

Verder; Triumph mag dan in de Moto2-klasse van de MotoGP als blokleverancier haar rentree in de Grand Prix-paddock gemaakt hebben, maar ooit waren ze in vol ornaat aanwezig. We blikken terug op die bijzondere periode en de bijzondere krachtbron die er als rode draad in terugkomt.

Koekje van eigen deeg

En dan de TX750 van Yamaha. Een poging van de Japanners om de Britten een koekje van eigen deeg te geven, zo begin jaren zeventig. Helaas bleek dat koekje – en daarmee de reputatie van de alom vergeten Yamaha TX750 – even zo stevig als halfgare boterkoek. De TX was bepaald niet betrouwbaar, maar dat wil niet zeggen dat hij op veel vlakken zijn tijd niet ver vooruit was. We nemen je met mee en dromen van het betere lot dat de beeldschone Yamaha TX750 onthouden werd.

Dat en nog heel veel meer lees je in de 132 boordevolle pagina’s van de nieuwe Classic & Retro.

Nooit meer een nummer van Classic & Retro – of MOTO73 dan wel Promotor – missen? Kijk eens bij onze abonnementen!

Afbeelding: Classic & Retro

MOTO73 Van Fazer Tot Racer kleurplaat

0
Van Fazer tot Racer

Sinds begin 2017 krijg je in MOTO73 de avonturen voorgeschoteld van het Van Fazer Tot Racer-project. In een vlaag van pure ambitie kochten we een Yamaha FZS600 Fazer voor 200 euro en begonnen we. Doel? Om de Fazer om te bouwen tot racer. Volgers van het project weten dondersgoed dat het niet altijd meeviel, maar er nu echt schot in de zaak zit.

Inmiddels is de Fazer weer fris – en veilig – gemaakt. Het blok ademt nog altijd een net vermogen uit – in ruim twintig jaar en bijna 100.000 kilometer is slechts 2 pk is verdwenen – en inmiddels is het rijwielgedeelte in grote lijnen klaar voor actie. Zoals je in MOTO73 editie 15/16 las, hebben we de standaard voorvork vervangen voor eentje uit een Yamaha Thundercat. Zodoende hebben we instelbare vering aan de voorzijde. Met de voorvork monteerden we meteen ook de clip-ons van de Thundercat. Net wat meer gewicht over de voorkant. Vooruit, de kuipsteun moesten we doorslijpen en met wat prutsen weer vastlassen. Anders kwam het stuur tegen het dashboard. Het houdt ons van de straat.

Aan de achterzijde hielp YSS Suspension Europe ons uit de brand met een volledig instelbare schokdemper. Moto-Master deed ook een duit in het zakje met volledig zwevende schijven aan de voorzijde, met Dual Carbon-remblokken in de opgefriste Blue Spot-klauwen. Een Brembo RCS19-rempomp zorgt voor de aansturing en belooft dat het qua remvertraging niet zal ontbreken.

Meer vermogen, dat komt later. Evenals wat meer voor een racer-geschikte ergonomie. Eerst gaan we testen hoe de Fazer in huidige toestand presteert. Dat lees je uiteraard binnenkort in MOTO73

Maar, zoals het een racer betaamt, verdween alles wat hem straatlegaal maakt. Geen kentekenplaat, geen verlichting meer, spiegels eraf en ook de claxon ging op de stapel onderdelen in de loods bij onze werkplaats bij MotoPort Veldhoven. Alle gaten in het kuipwerk werden met wat experimenteel ABS lassen dichtgemaakt en in een vrij saai wit gespoten. Voor nu dan.

Jouw beurt

We hebben inmiddels zelf al een kleurstelling op de korrel, maar waar we eigenlijk heel benieuwd naar zijn, is wat jij ervan zou maken. Met een beetje gepruts hebben we een soort kleurplaat gemaakt van de Fazer. Een kleurplaat waar jij je gang mee kunt gaan. Gewoon even de afbeelding hieronder in volledig formaat downloaden en gaan!

Van Fazer tot Racer

De gouden wielen hoeven niet te blijven; laat je fantasie de vrije loop! Of je nou digitaal aan het kleuren wilt gaan of juist ouderwets met potloden of stiften, alles mag. Wij zijn vooral heel benieuwd wat voor kleurstelling de Motor.nl-bezoeker en MOTO73-lezer op het Van Fazer Tot Racer-project wil zien.

We pikken de gaafste kleurstellingen eruit en lichten ze uit in de volgende aflevering van het project in MOTO73. En wie weet vinden we jouw ‘kleurplaat’ wel zo inspirerend dat we ons eigen plan – houden we nog even stil – laten varen. Wie weet komen jouw kleuren uiteindelijk op de MOTO73 Van Fazer Tot Racer!

Stuur jouw Van Fazer Tot Racer kleurplaat naar redactie@moto73.nl en wie weet zie je jouw ontwerp wel terug in MOTO73.

Foto: Redactie MOTO73

 

De 8 Uren van Suzuka winnende Kawasaki ZX10RR

0

Kawasaki won de 8 Uren van Suzuka met de 2019 ZX10RR. De specifieke ZX10RR Superbike die Kawasaki opbouwde is in elk opzicht de meest geavanceerde superbike die het groene merk bouwen kan. Kawasaki koos er zelfs voor om KRT het Suzuka-team te laten runnen. Als je het Kawasaki Racing Team dat in het WK Superbike de fabriek vertegenwoordigd naar Suzuka stuurt, wat krijg je dan?

In 2014 keerde Kawasaki met Team Green na dertien jaar terug als fabrieksteam in de 8 Uren van Suzuka. Team Green werd al in 1982 opgericht en was lang een van de leidende teams in het All Japan Road Race Championship. Zij kregen vijf jaar geleden de eer opnieuw het fabrieksteam te worden voor Kawasaki in de legendarische Japanse endurance-race. Tot dit jaar.

Het Kawasaki Racing Team (KRT) waar Jonathan Rea en Leon Haslam voor uitkomen in het WK Superbike werd naar voren geschoven een monstertaak op zich te nemen. De 8 Uren winnen; dat was al dat telde. We kijken dan ook eens in detail naar de motor die het mogelijk maakte voor Rea en Haslam om de eerste 8 Uren van Suzuka te winnen voor Kawasaki sinds 1993.

Behoorlijk vrij

Anders dan in World Superbikes zijn de regels voor de het FIM Endurance World Championship behoorlijk vrij. Geen toegewezen bandenleverancier en geen voor iedereen verplichte elektronica. Het schuift de grens van wat mogelijk is immens op. Het WK Superbike kent wel een spec-band en ook spec-elektronica, zoals dat heet. Doel is de motoren dichter naar elkaar te trekken om de gaten tussen fabrieksteams en privateers te dichten, en met succes.

Zoals gezegd ligt dat heel anders voor het EWC – met nadruk op de 8 Uren van Suzuka. De 8 Uren draait namelijk om de eer van de vier fabrieken, de Japanse grote vier. Honda, Suzuki, Yamaha – dat de laatste jaren domineert – en dus Kawasaki. Alle vier willen maar een ding; laten zien we de baas is.

Zodoende kijk je hier naar de meest geavanceerde Kawasaki ZX10RR die je ooit zult zien. Een heel seizoen World Superbikes is minder belangrijk dan die ene race eind juli op het circuit van Suzuka. Daar wordt voor de Japanners beslecht wie het beste is.

Van voor(zijde) naar achter(brug)

8 Uren van Suzuka

We werken van voor naar achteren. Hierboven zie je de voorzijde van de KRT ZX10RR. Net zoals in het WK, rijdt Kawasaki hier ook met Showa-vering en remmen van Brembo. Met een aantal verschillen, welteverstaan. Sowieso is het spatbord korter, waardoor het wiel gemakkelijker gewisseld kan worden. Het spatbord zelf zit niet vast aan de poten; de poten kunnen door de ophanging van het spatbord heen draaien. Zo kunnen ze de dikke Brembo monobloc-klauwen opzij draaien als het wiel eruit moet voor een bandenwissel. Remblokken slijten ook, en dus zijn de remleidingen van snelsluiters voorzien. Met een handbeweging koppel je de leiding los en twee bouten losdraaien – en weer vast – later, hangt er een nieuwe remklauw met remblokken aan de poot. Ontlucht en al; klaar voor actie. Het groene uitsteeksel aan de vooras is om houvast te geven op de as, zodat ‘ie er sneller uitgetrokken kan worden.

Lichtend voorbeeld

8 Uren van Suzuka

In tegenstelling tot in het WK Superbike, reden Jonathan Rea en Leon Haslam op Suzuka door tot het donker werd. Zo gaat dat. Dus is er ook verlichting nodig. Deze immense schijnwerpers helpen de rijders zien waar ze heen gaan. Omdat rijders vooral in de bochten ver moeten kunnen kijken, terwijl de motor plat ligt, staan de lampen iets anders afgesteld dan op jouw straat-ZX10R. De ene schijnt wat meer naar rechts en de ander naar links. Zo heeft de rijder in de bocht een lamp op de apex gericht en de ander de verte in. Een voor korte termijn – de bocht – en een voor lange termijn – waar je ná de bocht heengaat. De racenummers zijn trouwens ook verlicht. Achter de kuip zitten tientallen ledjes die het nummer 10 op doen lichten. Zo zie je ook in het donker welke rijder je langs ziet komen.

Wirwar

8 Uren van Suzuka

Wat een wirwar aan knopjes. Gelukkig hoeven de rijders zich maar acht uur aan een stuk non-stop te concentreren… Elk knopje heeft een doel. Van meer of minder elektronische interventie, de pitsnelheidsbegrenzer, andere gasreactie of zelfs verbruik. Afhankelijk van de gedurende de race wisselende omstandigheden kan de rijder veel aanpassen. Het stelwieltje links boven het handvat is om het exacte rempunt op de Brembo-rempomp rechts te verleggen. Als de remmen aan hun eindje zijn of wanneer er van rijder gewisseld is. Voorkeuren verschillen.

Dubbel zien

8 Uren van Suzuka

De tankdop is niet dubbel zodat er dubbel zo snel gevuld kan worden – of ja, een beetje. Het ene gat is voor de benzine en de andere om de lucht eruit te laten. De tank is draagbaar, met een hendeltje eraan. De haakjes rond de tankdoppen passen precies om de mond – of monden – van de tank. Zodra die haakjes opzij geduwd worden, valt de tankdop open. De man die de tank bedient, trekt aan de hendel en het tanken begint. Doordat de lucht uit de tank weg kan, valt de volledige tank in een keer in de motor. Razendsnel.

Sneller en slimmer

8 Uren van Suzuka

De ZX10RR van Rea en Haslam heeft nagenoeg dezelfde achterbrug in het WK Superbike als ze hadden op Suzuka. Een gefixeerde draadbus vangt de as op om wielwissels te vergemakkelijken. Alleen heb je in World Superbikes vaak veel meer tijd. Het wisselen van een wiel gaat op Suzuka dan ook veel sneller, en slimmer. In het gootje boven de achteras legt men de ketting, zodat ‘ie altijd bij de hand blijft en niet op de grond valt. Nog mooier is de immense kettingwielhouder – hier wit. Die valt in een nok in de achterbrug en heeft aan de wielzijde een soort halfopen vijfkant. Het wiel kan eruit, terwijl het kettingwiel blijft zitten.

Pitstops duren zo niet lang, maar toch gebeurt er veel. Banden worden compleet met wiel en schijven gewisseld, remblokken compleet met klauw en al en de tank valt binnen luttele tellen vol. Allemaal kleine zaken die ook over een periode van acht uur racen het verschil maken. Elke seconde telt, zelfs in de 28.800 seconden die de 8 Uren van Suzuka telt.

En wanneer elke seconde telt en vervolgens elk van die seconden benut wordt, win je mogelijk de 8 Uren van Suzuka. Zoals Jonathan Rea en Leon Haslam dat zondag deden – en zoals Scott Russell en Aaron Slight dat in 1993 deden. Alleen is er wel veel veranderd sinds hun 1993 8 Uren van Suzuka winnende ZX7R (onderstaand) en de ZX10RR waarmee KRT de 2019-editie wonnen.

8 Uren van Suzuka 1993

Foto’s: Kawasaki

Variabele compressie. Efficiënter zonder kans op pingelen

0

In de autowereld is CO2-uitstoot een hot item. In de motorwereld nog niet, maar het kan niet lang duren voordat er ook bij motoren paal en perk aan het brandstofverbruik wordt gesteld. Variabele compressie kan dan één van de antwoorden zijn.

Op het internationale automotorensymposium in Wenen lieten autofabrikanten onlangs de laatste snufjes zien waarmee ze hun motoren nog schoner en nog zuiniger gaan maken. Ze moeten wel, want vanaf 2021 mogen de auto’s uit het assortiment van een autofabrikant gemiddeld maar 95 gram CO2 per kilometer uitstoten. In 2030 moet de uitstoot zijn gehalveerd. De uitstoot van vrachtwagens moet in 2025 met vijftien procent zijn gedaald en in 2030 met dertig procent. Motorfietsen zijn tot nu toe buiten schot gebleven, al komen er in 2020 wel beduidend strengere emissienormen. Daarnaast heeft Europa doelen gesteld aan de gehele CO2-uitstoot: die moet in 2020 25 procent lager liggen dan in 1990 en in 2030 moet dat 49 procent minder zijn. Ga er dus maar van uit dat motorfietsfabrikanten binnenkort ook de wacht wordt aangezegd en dat het verbruik flink omlaag moet.

Verbruik omlaag

Hoe kun je het verbruik van een motor omlaag krijgen? Het eenvoudigst is het downsizen van de krachtbron. Een kleinere motor verpompt namelijk minder lucht en heeft minder wrijvingsverliezen. Hij is daarmee vanzelf al zuiniger. Een andere manier is de krachtbron zodanig tunen dat hij trekkracht levert bij toerentallen die je in de praktijk werkelijk rijdt. Dat doet Honda bijvoorbeeld met de NC750-serie. Dat gaat ten koste van het topvermogen, maar laten we even reëel zijn: alles boven de 70 pk trekt van 0 tot 100 in ongeveer 3,5 seconden en om 130 te rijden, heb je maar 30 pk nodig. Wie 100 pk heeft, heeft dus al een overvloed aan vermogen. Wie 180 pk heeft, heeft voornamelijk iets om in de kroeg over op te scheppen, ten koste van de efficiency en de zuinigheid bij de snelheden die je in Nederland kunt en mag rijden. Tenzij je variabele kleptiming hebt, want dan kun je bij lage toerentallen een kleptiming kiezen die een bruikbaar koppel en een laag verbruik oplevert, terwijl je bij hoge toerentallen een kleptiming kiest die een hoog topvermogen oplevert.

 MOTO73 15/16-2019

Wil je meer lezen over variabele compressie? Hoe kun je bijvoorbeeld de compressieverhouding verhogen? En hoe valt te verklaren dat een motor bij een hoge compressie efficiënter werkt? Je leest dat (en nog heel veel meer) in MOTO73 15/16-2019. De editie is maar liefst 132 pagina’s dik! Koop het nummer hier online in de webshop. Het nummer is ook tot en met woensdag 14 augustus verkrijgbaar in de winkel.

Foto: Iwis
Tekst: Peter Aansorgh

 

Verknocht aan de antimotor

0
Schuurtje 01 - 2010 Jan Barsinghorn Warmenhuizen. West Friesland. Mz liefhebber.

Motorfietsen zijn net als kinderen. Ook al gaan ze het huis uit, ze blijven door je kop spoken. De oplossing: niet verkopen. En zorg voor een grote schuur achter je huis.

Tekst Olivier Visser, foto’s Chris Pennarts

Wie na al het AOW-gesteggel wanhoopt dat je pas op je 67e van je motor een full time ‘job’ kunt maken, moet eens gaan praten met MZ-fan Jan Barsingerhorn (67). Als hij de deur van zijn schuur openslaat, komt de droom tot leven. Een joekel van een porrelschuur, vol MZ’ tjes (dertien!) én onderdelen. Kisten en stellingen vol.

Het duo dat het vaakst van stal komt staat altijd startklaar: een TS 250/1 en een ES 250 met zijspan, allebei in de uitvoering van het DDR Volksleger.

Voor de bijl

In 1979 is het allemaal begonnen. Jan: ‘Ik zag een knalgele MZ Trophy Sport en ging voor de bijl. Sindsdien ben ik aan MZ blijven hangen. De auto ging zelfs op een zeker moment de deur uit. Er kwam een MZ voor in de plaats, voor mijn vrouw Gré. Je had die twee motoren eens naast elkaar moeten zien staan. Zo’n knus gezicht!’

MZ is een icoon van het vooruitgangsgeloof van de jaren zestig. Achter de muur was de Oostduitse variant van het ‘Wirstchatfswunder’ gaande. Wachten op een Trabant of Wartburg duurde veel te lang, dus ging Otto Normalverbraucher – Jan Modaal in de DDR – massaal aan de MZ. In het westen sloeg het vonkje over bij non-conformisten, die lak hadden aan de wedren van pk’s. MZ werd een eigenzinnige antimotor, een lelijk eendje op twee wielen.

Droom vervlogen

Een favoriet heeft Jan niet in de collectie. ‘ Ze zijn toch allemaal even mooi? Achteraf ging het altijd knagen als ik er eens eentje verkocht. Het was slikken als ik zo’n fiets later slecht onderhouden terugzag.’

Of hij op zijn 67e nog motor heeft waar hij over droomt? ‘Mijn laatste droom is tien jaar geleden vervlogen. Mijn oom reed een bloedmooie BMW R75/5. Die fiets werd vertroeteld en zag eruit om door een ringetje te halen. Ik was er verzot op. En ineens was had hij ‘m verkocht. Ik werd niet eens gepolst. Sindsdien droom ik niet meer. Hoeft ook niet. Niks mooier dan met 80 km/u over binnenweggetjes ploffen. Integraalhelmen dragen we niet. Kun je tenminste en praatje maken onder het rijden.’

Verlichting langs de snelwegen weer aan

3
Snelweg verlichting

De verlichting op de snelwegen gaat ’s nachts weer aan. Uit nieuw onderzoek blijkt dat het verkeer op de snelweg gebaat is bij die verlichting. Het zou de veiligheid ten goede komen, en dus gaan de lantaarns langs ’s Lands rijkswegen binnenkort weer aan.

Minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat heeft dat gemeld. De verlichting langs het Nederlandse snelwegennet werd vanaf 2013 vanaf 21.00 uur – en op sommige plaatsen 23.00 uur – gedoofd. Uit milieu-oogpunt. Nu draait men dat plan terug. Of ja, nu?

Bijzondere overpeinzing

In het regeerakkoord was al opgenomen dat de maatregel zou worden teruggedraaid op plaatsen waar de verkeersveiligheid er baat bij heeft dat de verlichting de hele nacht blijft branden. Met het oog op het milieu ging de verlichting uit, met het oog op de veiligheid gaat het nu weer aan. Een bijzondere overpeinzing.

Overigens geldt die overpeinzing nog altijd, want daar waar het het milieu schaadt, blijven de straatlantaarns ’s nachts uit. Waar het precies voor verstoring van de natuur zou zorgen als de snelweg ook in de nachtelijke uren verlicht wordt, wordt nu onderzocht.

Kan ook nog de kanttekening bij dat het Kabinet in mei van dit jaar nog stelde dat de 550 kilometer aan snelweg in Nederland niet opnieuw verlicht zou worden. Of ja, er gingen niet meer lampen uit. Nu lijkt de lampen weer aandoen toch opnieuw hout te snijden.

Het blijft even afwachten of de politiek doorpakt of opnieuw de kont keert. Tot die tijd; de meeste motorrijders hebben altijd – dag of nacht – de verlichting wel aan, toch? Zichtbaarheid is alles, dus wellicht is de lichten weer aandoen zo’n slecht idee niet.

Foto: ANP/Koen van Weel

Supertoerders gezocht!

0

Ben jij zo’n kilometervreter die bij de aanschaf van een nieuwe motor denkt ‘en nu begint het pas’? Voor een nieuwe serie in Promotor Magazine zoeken we mensen die altijd druk doende zijn om hun eigen motor nóg ‘kilometervreteriger’ te maken. Denk aan speciale vering, een eigen ontwikkeld windscherm, speciaal gelaste kofferdragers, zelf ontwikkelde handigheidjes, noem maar op. Alleen de montage van een ander dempertje is dus niet voldoende; wij zoeken de ultieme toerbuffel die helemaal naar eigen smaak is verbeterd. Ben jij er zo één? Meld je dan gauw aan! Mail naar redactie@www.motor.nl

Triumph lanceert Rocket 3 R en Rocket 3 GT

1
2019 Triumph Rocket 3

Triumph komt met twee versies van de nieuwe Rocket 3. De nieuwe Britse driecilinder-roadster komt er in een R-versie en een GT-uitvoering. Beide gebouwd rondom een compleet nieuw 2.500cc driecilinder-blok met 167 pk en maar liefst 221 Nm koppel.

Niemand zal ooit beweren dat de oude Triumph Rocket III te min was. Met bijna 2.300cc aan cilinderinhoud en 148 pk aan vermogen was het nooit een laffe machine, maar met Euro 5 voor de deur moest Triumph afwegen of een dergelijke immense driepitter nog haalbaar was anno 2019. Het antwoord? Ja. Simpelweg groter maken. Of ja, simpel?

Dat Triumph niet enkel voor wat meer interne slagkracht gegaan is, blijkt wel uit het feit dat het blok nog altijd 221 Nm koppel produceert. Voorheen kreeg je dat bij de 2.300cc Rocket III al bij 2.750 tpm, terwijl het blok in de 2.500cc Rocket 3 datzelfde koppel afgeeft bij 4.000 tpm. Triumph spreekt zelf van Met een ongelooflijk vlakke en rijke koppelkromme, die een piek bereikt bij 4.000 tpm. Ook zou het maximale koppel beschikbaar blijven in het middenbereik, wat dan weer zorgt voor moeiteloze acceleratie en uitmuntende gasrespons in alle versnellingen. De zes versnellingen, welteverstaan. Niet langer vijf, zoals bij de Rocket III wel het geval was.

Verschillen onderling

Belangrijker dan prestatiecijfertjes, zijn de randzaken die de nieuwe Rocket naar een hoger plannen moeten tillen. De Rocket 3 R en de GT verschillen onderling voornamelijk qua zit. De GT krijgt forward controls, een meer toergericht stuur en een lager zadel krijgt. Beide zijn verder qua ergonomie ruimschoots instelbaar. Hieronder zie je boven de Triumph Rocket 3 GT en eronder zie je de Rocket 3 R.

Triumph Rocket 3

Verder gooit Triumph er alles en de gootsteen naar om de Rocket 3 te laten uitblinken, met een TFT-kleurendashboard, bochten-ABS, tractiereling, ride-by-wire, vier rijmodi, cruisecontrol en krijgt de GT standaard handvatverwarming.

Helemaal anno nu

Helemaal anno nu is de toevoeging van Turn-by-turn navigatie via Google Maps en de gratis te downloaden Triumph App. Eenmaal aan je telefoon gekoppeld, toont het dashboard precies waar je heen moet. Zo heb je geen apart navigatiesysteem meer nodig.

Dat de nieuwe Rocket 3 weinig deelt met zijn voorganger, wordt pas echt duidelijk wanneer je de beide specificaties zij-aan-zij ziet. Waarbij vooral opvalt hoe veel lichter de nieuwe is. Het uitgaande model woog droog 334 kg en de nieuwe is met 291 kg (voor de R, de GT weegt 294 kg) maar liefst 43 kilo lichter geworden. Of ja, minder zwaar.

Triumph Rocket 3

Over prijzen is vooralsnog niks bekend, maar dat volgt gegarandeerd spoedig.

Foto’s: Triumph Motorcycles

Onafhankelijk motortijdschrift Retro-RR stopt

0
Retro-RR

Het Britse onafhankelijke motortijdschrift Retro-RR stopt. Na pas twee uitgaves hebben uitgever Nik Ellwood en hoofdredacteur Rob Hoyles besloten niet verder te gaan met het nieuwe magazine. Retro-RR werd afgelopen januari voor het eerst uitgegeven, maar de kosten wegen niet tegen de baten op.

Retro-RR was anders omdat er geen grotere uitgeverij achter zat. In Engeland zit het overgrote deel van de motorbladen onder dezelfde paraplu; die van Bauer Media. Juist omdat Ellwood zelf als uitgever optrad, lagen alle keuzes bij hem. Zo probeerde hij met Retro-RR de harten van motorliefhebbers voor zich te winnen met verhalen uit de hoogtijdagen van de sportmotorfiets.

Van de laatste Senior TT-overwinning van Joey Dunlop in 2000 tot het rijden met legendarische klassiekers als de Honda RC30, Yamaha RD350LC, de Ducati 916, de ZXR750 H1 van Kawasaki en Suzuki’s SRAD-modellen. Tel daar ook de aloude traditie van het aanpassen van je motorfiets bij op, en het blad leek alles te hebben om de sportmotorrijder van weleer aan te spreken. Zelfs de columnisten die ze hadden weten te strikken, pasten perfect in het plaatje. Klinkende namen als Niall Mackenzie, James Whitham en Davide Tardozzi schreven hun hersenspinsels uit.

Niet goedkoop

Met 8,50 pond (ruim 9 euro) voor 132 pagina’s, was Retro-RR niet goedkoop. Al was goedkoop de bedoeling ook nooit. Hoyles en Ellwood hadden ingezet op een luxe gevoel, met een matte cover, uitgekiend mooie fotografie en dik papier. Kwaliteit, geen kwantiteit. Vandaar ook dat ervoor gekozen werd om slechts vier keer per jaar uit te komen. Hoe veel vertrouwen de heren er zelf in hadden, blijkt wel, aangezien het gehele blad met eigen geld opgezet werd. Een nobel streven, maar mede daardoor moet het blad nu al stoppen.

Retro-RR

Nik Ellwood en Rob Hoyles hadden samen de droom een eigen motorblad uit te brengen. De nadruk van Retro-RR werd op de vergane glorie dan wel nostalgie van sportmotoren en motorsport uit de jaren tachtig en negenti gelegd. Ellwood werkt al jaren in de motorbranche, waarbij zijn meest recente wapenfeiten in de PR van Triumph en recentelijker Harley-Davidson te vinden zijn. Hoyles was tot 2004 testredacteur bij FastBikes en werd later freelance redacteur voor verschillende, voornamelijk Britse, motortitels.

De teloorgang of gefaalde start van het onafhankelijke magazine schetsen een somber beeld voor het motortijdschrift an sich, maar Ellwood is er zelf duidelijk over: ‘Mogelijk waren we naïef, maar het was een droom. En wel een die de moeite van het proberen waard was.’

De eerste – en laatste – twee edities van Retro-RR worden nog verkocht zolang de voorraad strekt.

Foto’s: Retro-RR

 

Tyre To Travel stopt

1
Tyre To Travel stopt

Dit weekend viel definitief het doek voor Tyre. Of ja, Tyre To Travel om precies te zijn, het online programma waarmee je makkelijk routes kunt maken en delen. Dat programma komt voor uit Tyre. Dat programma zorgde er in de beginjaren van de massale omarming van navigatiesystemen voor dat TomTom-rijders gemakkelijker routes konden maken. In een bericht aan haar gebruikers laat men dit weten: “Door de concurrentie van cloudbased routeplanners is er voor Tyre helaas geen plek meer op de markt.” De dienst slaat de handen ineen met My Route App (MRA), een van die routeplanners die vanuit de cloud werkt. Gebruikers van Tyre To Travel krijgen daarom nu een kortingscode waarmee ze voor een gereduceerd bedrag gebruik kunnen gaan maken van MRA.

TomTom

Tyre begint in 2006. Dan nog onder de naam ‘Google-TomTom’ omdat dat letterlijk de manier is waarmee je routes kunt maken. Het platform werkt op basis van de kaartgegevens van Google en is bedoeld om op een eenvoudigere manier routes te maken voor je TomTom-navigatiesysteem. De eenvoud zit vooral in het feit dat je daadwerkelijk op een duidelijke kaart – bijna in het echt – kan zien waar je route loopt. In 2006 is Google Earth de eerste stap naar het eenvoudig te gebruiken Google Mapas zoals wij het nu kennen. Doordat je in Earth hoogtes en dergelijke informatie ziet wordt routes maken ineens van een pijnlijke klus een leuke bezigheid. Later wordt de naam Tyre gekozen. Het idee komt van Jan Boersma. Boersma is een begenadigd tourrijder die in 2006 zijn twee grootste hobby’s combineert: motorrijden en programmeren. Een navigatieprogramma is dan ook een logisch geval van oorzaak en gevolg voor de predikant uit Harderwijk.

Wereldwijd

Dat TomTom op dat moment zelf geen extreem goed werkend systeem heeft, helpt alleen maar mee aan het succes van Tyre. Wereldwijd gebruiken mensen het programma. Tyre moet daadwerkelijk op de (Windows-)computer worden geïnstalleerd en doordat er veel kaartupdates nodig zijn kan het werken met Tyre soms tijdrovend zijn. Een groot verschil met systemen die met een zogenaamde cloud werken. Als antwoord op die systemen komt Tyre, inmiddels bestaande uit Jan Boersma en Michel van Hagen, dan ook met Tyre To Travel. Een online platform waar routes gevonden, gemaakt en gedownload kunnen worden. Die stap gaat gepaard met een commercieel randje. Je hebt voor Tyre To Travel namelijk een abonnement nodig.

Rode cijfers

Dat verdienmodel met abonnementen blijkt begin 2018 echter voor problemen te zorgen. De samenwerking met Google Maps wordt gestopt omdat dat te duur wordt. De nieuwe leverancier van kaartgegevens is OpenStreetMaps en daarmee zijn de kaarten toch net iets minder precies. Of dat de reden is voor de dalende inkomsten is niet duidelijk maar begin vorig jaar blijkt dat het verdienmodel niet voldoende in het laatje kan brengen. Het bedrijf schiet dan in de rode cijfers en krijgt het niet voor elkaar dat tij te keren. Nu zit er niets anders op dan de hekken te sluiten. Symbolisch is het misschien dat My Route App nu als spiritueel opvolger is voorgedragen. Boersma en Van Hagen waren beiden al lichtelijk betrokken bij de opbouw van dat platform en het werkt met dezelfde principes als Tyre To Travel deed. Het My Route App-platform is daarbij ook nog eens vanaf je mobiele telefoon of tablet te gebruiken waardoor een lompe PC op zolder of een ruimterovende laptop niet meer nodig is om zelfs onderweg een route te kunnen maken en rijden.

Dus. Tyre To Travel stopt. Ben je een gebruiker van Tyre To Travel? Dan heb je als het goed is een e-mail gekregen. Vul je via de hyperlink je e-mailadres in dan krijg je automatisch een kortingscode voor een van de verschillende diensten van My Route App. Zie je dat allemaal niet zitten? Tyre blijft als computerprogramma gelukkig nog geheel gratis te gebruiken!

Foto: My Route App