Op uitnodiging van Kawasaki vloog Bart Verhoeven naar Japan om daar te rijden op de 2019 W800-modellen van Kawasaki. Tevens kregen we historische les over de eerste W1 motor die door Kawasaki 54 jaar geleden werd geïntroduceerd. Het werd een bijzondere motorreis.
Spitsbergen: 78,2 o Noord !
Het noordpoolgebied is pure magie, een wonderschone wereld, voorbehouden aan toeristen met heel veel geld, wetenschappers of actievoerders. Dat je er met een motor kunt rijden, lijkt ondenkbaar. En toch kan het. Op de Noordelijkste weg ter wereld. We gaan naar 78,2 Noorderbreedte.
Jan Dirk Onrust
Op vrijdagmiddag, als de druk van de week is, gaan wij niet vroeg naar huis of aan de borrel. Wij gaan zoeken op Google Earth. Waar liggen nog wegen waar bijna niemand van weet? Hoe ver kun je komen? We zoomen in, bekijken foto’s, duiken in Wikipedia. En dan ineens is het: pats! Daar zit wat! Niet te geloven, zeg.
Zo begon het ook bij de meest bijzondere bestemming waar we ooit zullen motorrijden. We besloten op zoek te gaan naar de meest noordelijke weg ter wereld. Alaska lieten we al snel vallen – het hoogst berijdbare punt ligt nog lager dan de Noordkaap. Canada en Groenland hadden op de 76ste en 77ste breedtegraad een paar Inuït-dorpjes met een vliegveld en vier kilometer weg. Daarna scrolden we verder naar Svalbard. En wat ontdekten we daar? Patsboemknal!
Svalbard – bij ons beter bekend als Spitsbergen – is de buurman van de Noordpool. In een strenge winter zit de archipel van ruim tachtig eilanden aan het pakijs vast. In nog strengere winters worden ze volledig ingekapseld, maar die winters komen al jaren niet meer voor.
De hoofdplaats is Longyearbyen, genoemd naar de Amerikaanse mijnbouwondernemer die het stadje in 1906 stichtte. Ruim 2000 mensen wonen er en het ligt nog noordelijker dan de noordelijkste Eskimo-dorpjes: op 78,2 graden Noorderbreedte. Maar het mooiste is nog: ze hebben wegen, een netwerkje van bijna 50 km. Dat lijkt weinig, maar voor noordpoolbegrippen is het ongekend veel.
Dat kan niet!
‘Motorrijden?!? U wilt motorrijden bij ons?’ Na een korte stilte horen we de medewerkster van de VVV van Longyearbyen van haar stoel vallen. ‘Er is nog nooit een toerist met een motor naar Svalbard gekomen. Dat kan helemaal niet!’
Oh nee? Van een vorig avontuur kennen we een IJslandse rederij die alles kan. Eimskip, de heerser over de Noord-Atlantische wateren. Met een vestiging in Rotterdam. We bellen om te vragen wat een retourtje Spitsbergen kost voor een motor. Nu is het onze beurt om van stoelen te vallen. Maar oké, de Noordpool ligt niet om de hoek. En bovenal staan we op het standpunt dat je gek moet zijn om het te doen, maar nog gekker om het te laten. Dit is materiaal waarvan dromen zijn gemaakt.
IJsbreker
Een paar maanden na het eerste telefoontje staan we in de haven van Velsen voor een enorm stoere koeldiepvriescombinatie van Eimskip. Een ijsbreker van de hoogste klasse. Net zo cool is de Yamaha Super Ténéré Worldcrosser die we in een krat aanleveren. Als de Yahama per heftruck in de ijsbreker verdwijnt, denk ik aan het moment dat we hem weer terug zullen zien. Ik kan me nauwelijks voorstellen dat het allemaal echt gaat gebeuren.
We wachten ruim een week en dan vliegen we via Oslo de motor achterna. Na bijna 3000 km – we zijn de Noordkaap dan allang gepasseerd – komt er land in zicht. Of eigenlijk ijs. Onmetelijk veel ijs, dat hier en daar wordt doorboord door zwarte bergen. Spitse bergen ja, zoals ontdekker Willem Barentsz ze ook zag in 1596. Aan een inham van de ijswoestijn vindt de piloot een sneeuwvrije strook. De Adventfjord, met afstand het merkwaardigste deel van Noorwegen. Wie haalt het in zijn hoofd om hier te gaan wonen, vraag je je af.
Niemand gaat dood
Eddie Rasmussen haalt ons op. Halflang grijs haar, zestig, mijnbouwingenieur en voorzitter van de plaatselijke motorclub. Een paar jaar geleden kreeg zijn club een stuntrijder op bezoek, die op de plaatselijke crossbaan een salto maakte. Eddie vroeg hoe het moest en deed prompt zelf een poging, die nog voor 90 procent slaagde ook. Eddie ziet dus eigenlijk nergens een probleem, heeft een hang naar avontuur en staat voor iedereen klaar. Dat is de mentaliteit om op Svalbard te overleven, want er is niets om je op te vangen als je niet op eigen benen kunt staan. Geen uitkeringsinstantie, geen tehuis, geen echt ziekenhuis en zelfs geen echt kerkhof. Er zijn hier dus geen werkelozen, geen bejaarden, zieken of gehandicapten en bijna niemand gaat hier dood. Er staat tegenover dat er ook nauwelijks belasting wordt geheven. Benzine, tabak, auto’s en motoren zijn hier dan ook spotgoedkoop. Wat waren de sociale nadelen ook alweer?
Arctisch woestijnklimaat
Het is zonnig als we in de haven aankomen en een graadje of zeven. Dat is in de zomer vrij gewoon. Maar het voelt lekkerder dan het klinkt. Je ziet hier zelfs mensen op terrasjes zitten. Dat komt omdat de lucht erg droog is: Svalbard heeft een woestijnklimaat – een arctisch woestijnklimaat. Neerslag valt er nauwelijks.
‘Yo! Daar heb je hem!’ roept Jan. Een siddering van blijdschap schiet door me heen. Bij het transportbedrijf staat de krat met de Yamaha.
Gretig pakken we hem uit. Ik spring erop en rijdt mijn allereerste meters op Noordpoolgebied. Nog nooit kwam een geel kenteken, een Yamaha Super Ténéré of redactielid zo noordelijk. Er welt iets plechtstatigs in me op. ‘Voor mij is dit maar een heel klein stukje rijden,’ zeg ik, ‘but it’s a giant leap for promotorkind!’
‘Promotorkind? Promotorkleuter zul je bedoelen,’ zegt Jan ‘Buzz’ Kruithof ongeduldig. ‘Laat mij ook eens even.’
Konijntjes neermaaien
We zouden nu de wildernis kunnen inrijden. Maar Eddie heeft een ander idee. Hij opent zijn kofferbak waarin een grote revolver en een jachtgeweer liggen. ‘Zullen we eerst even lekker gaan schieten?’
Huh? Schieten? Ja, natuurlijk! Leuk man. Een kwartier later staan we bij de plaatselijke schietclub ijzeren konijntjes neer te maaien. Kdoeng! Blaf! Knetter! In Nederland heb je vast dertig vergunningen nodig om überhaupt een vuurwapen te mogen vasthouden. In Longyearbyen lopen de mensen over straat met een Colt .44’s alsof het Magnum-ijsjes zijn. Ja, Svalbard is zwaarder bewapend dan Afghanistan. Dat heeft een goede reden. En die hangt aan de muur van de schietclub: een poster van een ijsbeer met daarop drie schietschijven: op de kop en op het hart van twee kanten.
De gevarenzone in
Na de oefening krijg ik het geweer van Eddie mee en kan ik gaan. Aan de rand van het stadje passeer ik een waarschuwingsbord met een ijsbeer erop. Voor me ligt de brede Adventsvallei, hier maakt het asfalt plaats voor breed gravel. Dit is het begin van de gevarenzone, hier gaat niemand zonder wapen in…
Spitsbergen heeft meer ijsberen dan inwoners. Misschien wel 5000. Dat geeft het motorrijden een ongekende dimensie. Ondanks het geweer heb ik me nog nooit zo naakt gevoeld. De kans dat je hier een ijsbeer tegenkomt, is weliswaar niet groot, want ze zijn tamelijk schuw. Maar soms ze zijn desperaat van de honger. En dan maakt het ze waarschijnlijk niet veel uit of ze nou een zeerob met of zonder Rukka-pak te grazen nemen.
Het kanon
Na een kilometer of tien zie ik de Operafjellet. Een vliegtuig vloog hier in 1996 tegen de top van 900 meter. Niemand van de 141 inzittenden overleefde het. De passagiers waren Oekraïense mijnwerkers, die in de twee Russische plaatsjes van Spitsbergen werkten: Barentsburg en Pyramiden. Als gevolg van het ongeluk zou Pyramiden uiteindelijk een spookdorp worden.
Mijn bloed bevriest even als ik iets wits zie bewegen. Het blijkt maar een rendier te zijn; dik, rond en vlakbij. Ik besef dat mijn grootste wapen niet het geweer is, maar het kanon: de Super Ténéré. Zelfs nu het gravel wat zachter en dieper wordt, ligt hij muurvast op de weg. Een ijsbeer is zo snel als de bliksem, zeggen ze hier. Maar tegen de Yamaha maakt hij geen schijn van kans.
Bungelende zeehonden
Aan het eind van het dal gaat de weg flink omhoog. Bij de eerste haarspeldbocht verstijf ik opnieuw. Vlak langs de weg bungelen zes dode zeehonden aan een touw. Ze zijn bedoeld om ijsberen af te leiden van de sledehondenkennel die erachter ligt.
De weg klimt verder. Hij passeert de ingang van mijn 7. Hier wordt een van de meest hoogwaardige steenkoolsoorten ter wereld gewonnen. Een groot deel is voor eigen gebruik. Een ander deel gaat naar Duitsland, waar Mercedes en BMW het gebruiken bij de fabricage van motorblokken.
Ik stuif nog even flink door over het mooie gravel tot ik op de top in de sneeuw terechtkom. Hier staan twee radiotelescopen van de andere belangrijke inkomstenbron van Spitsbergen: wetenschappers.
Een slagboom geeft aan dat de weg hier echt ophoudt. Voor me liggen alleen nog maar honderden kilometers sneeuw en ijs. In het felle zonlicht schittert en sprankelt alles hier. In de achtergrond ligt de blauwe Adventfjord, met zijn spitse blauwe bergen en gletsjers die tot zeeniveau komen. Het komt misschien omdat ijsberen mijn zintuigen wijd hebben opengezet, maar ik ervaar het als intens mooi.
Het allernoordelijkste punt
Aan de andere zijde van Longyearbyen liggen nog meer wegen. Een ervan leidt naar de Svalbard Global Seed Fault. Dat is een voormalige mijn waarin 20 miljoen zaden van alle mogelijke gewassen zijn opgeslagen. Als de wereld ineenstort door oorlog, klimaatrampen of grapjes van Gordon, kan hij van hieruit opnieuw worden opgebouwd. Svalbard lijkt wel wat op een engel, die hoog boven ons bezorgd naar de wereld kijkt, zonder er zelf deel van uit te maken.
Hierna kan het jachtgeweer weer op de rug worden gehangen om over weg 238 naar de Isfjord te rijden. Bij het lichtbaken zitten we op het allernoordelijkste punt ter wereld dat je per weg kunt bereiken. In de verte zien we een luxe cruiseschip langs een gletsjer varen. Kost even tussen de 10- en 20.000 euro kaal, want een cruise naar Svalbard is uiterst exclusief. Maar wij willen iets wat nog veel exclusiever is: een motorreis naar Svalbard organiseren voor de Promotorclub. ‘Dat is in de geschiedenis van het heelal nog nooit gedaan,’ zegt Eddie. Zo is dat. Alleen al daarom willen wij het gaan proberen. Gekker kan bijna niet, en veel mooier ook niet.
Sovjet-symbolen
Wij rijden nog even door over een wild kustweggetje naar de IJsberenvallei en dan hebben we alle wegen gehad. Met wat heen en weer rijden erbij, heb ik ruim 150 km afgelegd. Dat lijkt niet veel, maar bedenk wel dat Neil Armstrong slechts enkele honderden meters op de maan heeft gelopen. Die afstand had hij ook in het Kralingse Bos kunnen afleggen. Toch is dat iets anders. Zo moet je Spitsbergen ook zien. Het zal een echt unieke ervaring worden. De poolarchipel heeft bovendien genoeg ander avontuur te bieden om de tijd vol te maken. Je kunt hier sledehondentochten maken, met quads rijden en vooral veel varen. Naar een gletsjer, vogelrotsen en een paar Russische nederzettingen. Heel curieus is Pyramiden, waar ooit 1000 mensen leefden. De laatste zestig hebben het in 2000 van de een op de andere dag verlaten, maar de Sovjet-symbolen staan er nog steeds. Ook Barentsburg, waar nog wel een paar honderd Russen wonen, lijkt nog in het Sovjet-tijdperk te leven.
Elke seconde bijzonder
Veruit de interessantste plaats is Longyearbyen. Er wonen maar 2000 mensen, maar je kunt er alles vinden: winkels, restaurants, café’s, een bank, musea en zelfs een universiteit – met schietbaan. Romantisch kun je het stadje niet echt noemen, ruig wel. Het mijnbouwverleden en de knetterharde winters zijn overal aan af te lezen. De straten hebben geen namen, maar nummers. Leidingen liggen bovengronds. Inwoners lopen niet zelden met geweren rond – al verzoekt de bank het gebouw onbewapend te betreden. Toch is ook sfeervol, jong, internationaal en ontspannen. Maar is het vooral de stad met de meest extreme ligging ter wereld. Alleen dat feit maakt elke seconde hier bijzonder.
[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Spitsbergen.GPX”]
Charley Boorman over de nieuwe serie Long Way Up
In Long Way Down reed het duo Charley Boorman en Ewan McGregor vanuit Europa naar Zuid-Afrika. Sindsdien kijken wij halsreikend uit naar het logische vervolg Long Way Up.
In een gesprek met mede-oprichter van Bremont Watches Nick Engels Boorman verklapt Boorman wat details over deze langverwachte serie.
Promotor Magazine heeft de mogelijke route al verkend, die het duo gaat afleggen:
Faeroer: De Onwaarschijnlijke Eilanden
https://www.youtube.com/watch?v=evhiGKrHmYc
Deponeert BMW flexibele brandstoftank voor hybride motorfiets?
BMW heeft octrooien aangevraagd voor een nieuwe, flexibele brandstoftank. Dat zou erop kunnen wijzen dat er serieus werk wordt gemaakt van een hybride motorfiets.
Het is niet de eerste keer dat BMW zich in de wereld van hybride motorfietsen stort. Je herinnert je vast nog wel de BMW R 1200 GS van Wunderlich. Die had naast het gebruikelijke Boxer-blok ook een 7,6 kW elektromotor in de naaf van het voorwiel. Het zou zo maar kunnen dat deze motor officieel wordt.
De nieuwe patenten tonen een ‘brandstoftank met variabele capaciteit’. Het onderste deel van de tank is gemaakt van een flexibel materiaal. Dat maakt het makkelijk om de vorm van de tank aan te passen. Ook kan er een verwijderbare accu in opgenomen worden die de elektromotor aandrijft. Kennelijk is het de bedoeling dat je een lege accu kunt omruilen – bij de BMW-dealer – kunt omruilen voor een volle. Het belangrijkste voordeel is dat je de elektromotor benut in en rond de stad. Als je een – lange – toer gaat maken, laat je de accu thuis en vergroot je de inhoud van de brandstoftank.
Ondanks dat het octrooi niet ingaat op de specifieke kenmerken van de hybride aandrijving zelf, kun je het doel van de nieuwe technologie goed doorzien.
KTM presenteert Adventure R Rally
We zijn net gewend aan de 790 Adventure R en dus vinden de Oostenrijkers het hoog tijd om een exclusievere versie bekend te maken. Slechts 500 stuks worden er namelijk gebouwd van deze Rally-uitvoering van die twin. Nog extremer gericht op avontuurlijk reizen dan de Adventure en Adventure R. ‘Gemakkelijk doorkruis je een continent om aan de start van een rally te verschijnen’ lezen we in het persbericht. Toe maar. Dat doet vermoeden dat KTM een dergelijke rally gaat organiseren, maar dat terzijde.
Vering
Een potente knaap dus, die Rally. Dat heeft voornamelijk te maken met zijn afwijkende uitrusting. De focus ligt bij de verbeterde vering. KTM hangt er namelijk XPLOR PRO-vering van WP aan. Systemen die vergelijkbaar zijn met het materiaal waar de echte rallyrijders in bijvoorbeeld de Dakar mee op pad gaan. De voorpoten zijn zo minimalistisch mogelijk bedacht zodat er zo min mogelijk interne componenten in de weg zitten van de vloeistof. Die kan daardoor vrij stromen en goed dempen. De achtervering maakt gebruik van een Progressief Demping Systeem is volledig instelbaar. Bij elkaar win je voor en achter 30 mm aan veerweg en stijgt de zithoogte met dezelfde afstand naar een indrukwekkende 910 mm. Daarmee moet de 790 zowaar echt aanvoelen als een rallymachine zoals KTM die in de Dakar levert.
Uitrusting
De velgen zijn smaller om minder snel beschadigd te raken in extremere omstandigheden. Verder zit er in de standaarduitrusting een Akrapovič uitlaat, quickshifter en koolstofvezel tankbeschermers. Dat laatste zou je op een andere motorfiets natuurlijk als valbeugels terugzien. Maar omdat de benzinetank van de 790 Adventure wat vreemd langs de zijkanten uitstulpt is er gekozen om het onderste gedeelte wat meer te versterken. Om het plaatje compleet te maken is er gekozen voor een afwijkend kleurenschema, met meer wit om de exclusiviteit nog eens te onderstrepen. Prijs en levertijd zijn nog niet bekend gemaakt, maar in de persmap spotten we wel het woordje EICMA wat erop zou kunnen wijzen dat hij daar nog eens in zijn volledigheid zal worden gepresenteerd.
Lezers testen Honda CB500-motoren
De A2-rijder heeft het qua keuze tegenwoordig een stuk beter dan voorheen. Bij Honda staat er zelfs een 500cc-lijn gereed die exact 35kW aan vermogen levert. Wij nodigden zes van onze lezers uit om de Honda CB500X, CB500F en de CBR500R eens uit te proberen!
Eerder dit jaar testte Jaap de Honda CB500-familie op het Spaanse Tenerife. Check deze video hier.
Jason ‘GoT’ Momoa’s familie-Harley-Davidson
Jason Momoa vierde afgelopen weekeinde ook vaderdag. En daar maakt hij ons deelgenoot van door een korte film uit te brengen. Hierin bouwt hij samen met zijn kinderen aan een Harley-Davidson zijspan.
Game of Thrones en Aquaman-ster Momoa wordt al langer geassocieerd met motoren. In het verleden reed hij al een Harley-Davidson Softail, een BMW R nineT Scrambler en heeft hij eigenhandig een reeks custom cruisers opgeknapt. Nu heeft hij besloten om zijn eigen Scrambler te bouwen.
In de acht minuten durende film, Momoa bouwt hij samen zijn kinderen en een handjevol goede vrienden een Harley-Davidson zijspan. Over zijn ‘familie-erfstuk’ zegt hij: ‘Het is gewoon echt mijn verhaal. Het is iets dat me erg dierbaar is. En dat ik in staat ben om dit met mijn kinderen te doen…… Ik ben daar nooit echt mee opgegroeid, ik was kind van een alleenstaande moeder die me veel dingen leerde. Maar ik ben niet opgegroeid met een vaderfiguur waarmee ik bijvoorbeeld auto’s aan het slepen was. Het grootste wat ik voor mijn kinderen kan doen, is ze gewoon hun fantasie, hun creativiteit te laten ontplooien en te laten bloeien’.
Hoe een app de motocross moet redden
Niet alleen in de MXGP zijn het door blessures lastige tijden voor de Nederlandse cross, ook op clubniveau zijn er uitdagingen genoeg. Vraag het motorcrossfanaat Jean-Paul Maas (34) en weet van geen ophouden meer. Met reden, want als iemand het kan weten dan is het Jean-Paul wel. Niet alleen is hij zelf op de crossbaan te vinden, ook realiseerde hij in 2013 de documentaire ‘Living for the weekend’. Daar bleef het niet bij, want hij meldde zich ook aan als bestuurslid van een lokale crossclub. Binnen die structuur zag Maas een duidelijk gemis aan ondersteuning en eenheid binnen de sport. Een probleem waar meerdere clubs tegenaan liepen. Op zoek naar meer informatie luisterde hij naar vele partijen binnen de motorcross waarna hij deze bevindingen publiceerde in de korte documentaire ‘De strijd voor Motorcross’. De video bereikte online inmiddels al meer dan zestigduizend mensen.
Gratis
Zijn volgende initiatief is een allesomvattende app die de motorcross (en aanverwante sporten) richting een gezonde toekomst moeten helpen. Hoe? Via een app komen rijders en clubs met elkaar in contact te staan en kunnen op die manier de benodigde informatie delen. Voor deze twee groepen is de app gratis toegankelijk. De financiering van dit platform moet vanuit de motorcross-industrie komen, aangezien zij belang hebben bij een verbetering van de sport.
Profrijders
Jean-Paul: “Clubbesturen hebben nu veel werk met vragen beantwoorden van vooral beginners of de ouders daarvan en komen bijna niet meer aan het besturen toe. Ook kunnen de clubs aangeven dat hun circuit geopend is voor trainingen, én dat ze ruimte vrijmaken voor beginners. Voor rijders is dit dan weer erg overzichtelijk. Een beginner kan dan gericht kiezen voor een circuit dat ruimte biedt voor zijn niveau. Zo komt hij niet zomaar samen met profrijders als Jeffrey Herlings in de baan. Dat gebeurt gek genoeg nu wel en dat verschil in snelheid en ervaring is heel gevaarlijk voor beiden.”
Te weinig kennis
Het digitale platform wordt gerund vanuit een stichting die zich nog op twee andere punten focust. “De app gaat veel impact hebben op het professionalisme van de sport, maar ik zie het ook als noodzaak om samen met de besturen vooruit te kijken naar de toekomst. Zoals het behoud van circuits. Dit is het tweede thema waar de stichting zich hard voor gaat maken. De centrale vraag is, welke wegen moeten we bewandelen om straks als clubs nog te bestaan? Daar zit ook enorm veel tijd in en vergt zowel kennis als visie. Het is als het ware een flinke ‘Strijd voor Motorcross’, maar dan achter de schermen en vaak veel minder zichtbaar voor de beoefenaars”, aldus Maas.
Nadelen
Veel clubs delen nu weinig kennis uit en zien elkaar enkel bij vergaderingen. “Ze beseffen niet dat ze elkaar hard nodig hebben en samen sterker staan voor de toekomst. Als club A moet sluiten, wordt het drukker bij club B. Dat levert enkel nadelen op, als een club ineens honderdvijftig extra leden moet huisvesten. Die gevolgen moeten we in kaart brengen bij de politieke beslissers en ons niet zomaar van tafel laten vegen.”
Heftige ongelukken
Bij de toekomst van een sport wordt vaak alleen gekeken naar de jeugd. Toch ziet Jean-Paul Maas een breder publiek voor zich. Vanuit de stichting moet nieuwe aanwas aangetrokken worden via een landelijke tour aan opstapdagen. Iedereen moet daar onder professionele begeleiding een geschikte crossmotor kunnen uitproberen. Door de landelijke dekking is het tevens zinvol om grotere partijen erbij te betrekken voor de financiering en promotie. De uitvoerende organisatie is daarna weer erg geholpen in het na-traject door het digitale platform. Hier kunnen de enthousiastelingen namelijk alles vinden over het daadwerkelijk starten met motorcross.
Bewustzijn
“Je wilt beginners niet aan hun lot over laten. We moeten ze juist helpen met allerlei praktische zaken. Belangrijk is ook om ze een stukje bewustzijn over veiligheid over te brengen. Wat doe je bijvoorbeeld als je onderaan een springbult bent gevallen? Daar wordt nu nog te weinig aandacht aan geschonken, terwijl die voorlichting heftige ongelukken kan voorkomen.”
Binnenkort meer!
Foto: Jarno van Osch/Shot Up Productions
Frankrijk: Cote d’Azur – de 12 lekkerste!
Onmetelijke rijkdom, prachtige natuur, heerlijke kustplaatsen en mooie wegen. De Cote d‘Azur heeft zoveel te bieden, dat het er in de zomer veel te druk is om lekker te toeren. Nee, dan het najaar. Dan is het shoppen in een snoepwinkel na sluitingstijd. Jan Dirk pikt de twaalf lekkerste snoepjes eruit.
Jan Dirk Onrust
De Côte d’Azur loopt van Menton aan de Italaiaanse grens tot Marseille. En als ik op een vrijdagmorgen in oktober bij Menton aan mijn 400 km lange rit begin, is alles eigenlijk meteen al goed. Niet te heet, niet te fris, het water is blauw en mijn Moto Guzzi Stelvio wit. Over de boulevard rijd ik langs wuivende palmen en uitnodigende terrasjes. En op het strand liggen halfnaakte meisjes te zonnen. Alleen ligt de gemiddelde leeftijd van de meisjes rond de 68. Menton heeft sowieso de oudste inwoners van heel Frankrijk en in het najaar ligt het gemiddelde nog een stuk hoger, zoals aan elke zonnige kust. Maar dat zie ik graag door de vingers. Er staat namelijk tegenover dat ik niet voortdurend door een file hoef te ploegen, bij terrassen niet aan een stoelendans hoef te doen en op de bonnefooi een hotel kan zoeken. En dat de prijzen ook wat gunstiger zijn. Kortom: ruimte om te ademhalen. En om lekker te toeren.
Lutjebroek met een vorst
Twintig kilometer verderop rijd ik het volgende plaatsje binnen. Groter dan Lutjebroek is het niet, maar het gehucht heeft het zo hoog in de bol dat het zichzelf een onafhankelijke staat noemt en de burgemeester denkt dat hij een vorst is. Monaco dus. Op amper twee vierkante kilometer wonen hier 32.000 belastingvluchtelingen, gastarbeiders en wat autochtonen. Dat is zo krap dat veel inwoners in een brievenbus moeten leven. En dan zitten die arme mensen in de zomer ook nog eens voortdurend vast met hun cabrio’s van twee meter breed omdat er duizenden toeristen met Volkswagens en Fiats hier per se een kijkje moeten nemen.
Maar vandaag is het verkeer betrekkelijk overzichtelijk. Toch ziet een Porsche kans een scootermeisje uit haar naaldhakjes te rijden. Nog geen drie minuten later staan twee agenten zeer kordaat het verkeer te regelen en ontfermt een derde zich over het meisje. Ja, nergens ter wereld zie je zoveel blauw op straat als hier: ruim twee procent van de beroepsbevolking werkt bij de politie. Jakkeren als een F1-bolide zit er dus niet in, maar je hoeft ook niet bang te zijn dat je hier bestolen wordt.
Les Trois Corniches van James Bond
Direct achter Menton en Monaco beginnen de Alpen en vrij hevig ook. Daar liggen ook drie fantastische wegen met daverende uitzichten over zee en onmetelijke rijkdom: de Trois Corniches, die enkele keren figureerden in James Bond-films. De Corniche Inferieure loopt langs de kust en schiet dus niet op. De hoogste – de Corniche Superieure, die al door de Romeinen werd uitgebikt – heeft de mooiste vergezichten. De middelste, de Corniche Moyenne, heeft het spannendste verloop.
Als je vlak buiten het centrum het kronkelweggetje naar La Turbie neemt – dat de middelste met de hoogste Corniche verbindt – kom je na de Lambo-garage op nog een wereldberoemd stukje. In de eerste haarspeldbocht verongelukte Prinses Gracia hier in 1982 met haar Rover 3500. Een kleine dertig jaar eerder, toen Grace Kelly nog niet als maagd in het huwelijk was getreden met de plaatselijke prins en volgens ingewijden op de achterbank van een taxi je gulp opentrok voor je het wist, reed ze in de Hitchcock-film To Catch a Thief over precies hetzelfde weggetje. Haar tegenspeler Cary Grant zou hebben opgemerkt dat ze erg gevaarlijk reed…
Twee adelaarsnesten
Achter een oud vrouwtje in een Ferrari tuf ik over de Moyenne Corniche naar Eze-Village, dat zelfs nu nog goed is voor tientallen touringcars die in een chaotisch gevecht om een parkeerplaats zijn verwikkeld. Het oude dorpje ligt als een adelaarsnest bovenop een kustberg en wordt gezien als een van de hoogtepunten van de Cote d’Azur.
Nog veel gekker en maar veel stiller is Peillon, een middeleeuws dorp dat bovenop een veel steilere berg ligt, hemelsbreed 6 km naar het noordoosten. Ik moet er 50 km voor omrijden, maar de weg ernaartoe is grotendeels doodstil en het laatste, zeer steile en smalle stuk bergop is een duizelingwekkend spektakel. Hou alvast een schone onderbroek gereed.
Wereldberoemd hotel
Nice is een van de twee echt grote steden aan de Cote d’Azur. Met alle hectiek en narigheid van dien. Maar zo lang je bij de kust blijft, kom je alleen maar luxe en rijkdom tegen. In de haven zie ik een jacht dat aan Saddam Hoessein toebehoorde. Daarna rijd ik de Promenade des Anglais op, de grootse boulevard van Nice. Tussen alle paleisachtige gebouwen en hotels spring er een uit: het weelderige Le Negresco met zijn roze dak – een van de meest prestigieuze en bekende hotels ter wereld. Voor een nachtje in de presidentiële suite kun je ook bijna twee maanden in een Formule 1 aan de rand van de stad gaan zitten.
De onzedelijke Cap d’Antibes
De volgende dure naam is Cap d’Antibes, waarop Antibes en Juan-les-Pins liggen. Vanaf de stranden van Juan-les-Pins veroverde onzedelijke badkleding – de bikini – de wereld. De langgejurkte mannen van Het Vaticaan spraken er in 1946 schande van.
Het deels ommuurde Antibes is een toonbeeld van het lekkere zuidelijke leven. Kleine straatjes, losse sfeer en altijd levendig, ook nu. Hier geen echt strand, maar wel het zwembad der zwembaden: dat van hotel Eden Roc. Tegen forse betaling mag je erin. Madonna, Sharon Stone, Richard Gere en andere filmsterren gingen je voor. Maar goed, zelfs de McDonalds kan hier waarschijnlijk met beroemde namen smijten, want we zitten nu vlakbij Cannes.
Paparazzo spelen in Cannes
De Boulevard de Croissette in Cannes is het absolute toppunt van de mondaine Cote d’Azur. Degenen die gezien willen worden en degenen die ernaar willen kijken, komen hier samen. Ik merk het als ik bij het Carlton hotel (kamerprijs tot 5500 euro per nacht) mijn camera tevoorschijn haal. Om een of andere reden ziet een Engels echtpaar me voor een paparazzi aan. De man vraagt of ik een beroemdheid opwacht. Op dat moment stapt een poenerige vijftiger uit de draaideur met een jong, donker fotomodeltype op zilverkleurige naaldhakken. Hand in hand lopen ze naar een gereedstaande MacLaren-Mercedes. ‘Dat is de Nederlandse minister van Ontwikkelingssamenwerking,’ verzin ik.
‘Oh dear’, zegt de man hoofdschuddend en maakt vervolgens een fotootje van het stel. Nederland staat er weer gekleurd op bij de Engelsen.
Rode bergen van Cap Roux
Na de dichtbij bebouwing rondom Cannes, komt er wat ruimte. Zoals overal kan ik lekker doorrijden, terwijl de kustweg steeds bochtiger wordt en de uitzichten steeds beter. Op zijn mooist is de kust hier bij de rode bergen van de Cap Roux, zowaar een onbebouwd stuk. Ook bij toeristenplaatsen als St. Raphael en Frejus kan ik gewoon in het zadel blijven. Maar op weg naar St-Tropez kom ik tegen de avond in bekende zomerse toestanden terecht: een file van vele kilometers lang. Dat heeft te maken met een zeilevenement, waar tienduizenden bezoekers op af zijn gekomen. Het is om gek van te worden. Maar niet alleen daarom sla ik de stad van Brigitte Bardot en de beroemde Vieux Port – met pronkjachten met Ferrari’s op het achterdek – over. Een betere reden is het prachtige achterland hier: het Massif des Maures. Al snel wordt het bijna onbegrijpelijk rustig en liggen er tientallen kilometers kronkelende natuurwegen voor me.
Een rustig hotelletje zoeken
Eerst maar eens een hotelletje zoeken, want het is al donker. In een foldertje vind ik het telefoonnummer van een dorpshotel in La Garde Freinet. De eigenaar belooft me een schappelijke prijs en een goede stalling. Eenmaal aangekomen blijkt de prijs iets minder schappelijk te zijn en de Guzzi mag ik van hem op de stoep van de Route National neerzetten. Als ik mijn ongenoegen hierover uit, reageert hij tamelijk agressief, wat mijn ergernis nog verder vergroot. In de Franse horeca zijn ze de laatste jaren een stuk vriendelijker geworden, maar dit is een uitzondering. Nadat ik een suggestie doe omtrent het beroep van zijn moeder, vertrek ik. In het pikkedonker zit ik zonder onderdak. Maar de Zumo brengt uitkomst: hij geeft me een adres en telefoonnummer 18 km verderop. Le Mas du Four. De eigenaar wacht me op in zijn pyjama, hij rekent een schappelijke prijs en heeft een goede plek voor de Guzzi.
Tuffen over het Massif des Maures
Dwars door het Massif des Maures lopen prachtige wegen door dichte bossen en over sterk geaccidenteerd terrein. De weg is bijna verlaten, maar echt opschieten doet het niet door de vele onoverzichtelijke bochten. Bovendien is het wegdek bezaaid met kastanjes. Toch is het heerlijk rijden hier in het warme najaarszonnetje. Een paar van de allermooiste wegen zijn helaas afgesloten met roodwitte linten, net als de picknickplekjes langs de weg, vanwege brandgevaar. Het zou niet voor het eerst zijn dat het kurkdroge bosgebied in een apocalyptische chaos veranderde door toedoen van een achteloze toerist.
Terug aan zee rijd ik op aanraden van de hoteleigenaar naar het schiereiland Giens onder Hyeres. Over twee dijkachtige wegen maak ik een rondje naar het eiland. Dat kom even los van het land met rechts van me een etang met flamingo’s en links de wilde zee met lege stranden en een handjevol surfers. Ja, prima tip van de man.
Genieten in Sanary-sur-Mer
Iets verderop, voorbij de oorlogshavenstad Toulon, rijd ik Sanary-sur-Mer binnen. Een kustpareltje, precies zoals je dat hier wilt zien: bonte vissersbootjes en witte jachten, nostalgische roze en gele geveltjes. Bij een prachtig beschut kiezelstrandje tussen de rotsen, Plage Baucours, zet ik de Guzzi aan de kant om even van het uitzicht te genieten. Stormachtige wind, felle zon een enkele schone zwemster, een paar huisjes op de beboste rotsen. Hier zou ik zo kunnen wonen. Of nog mooier: bij die merkwaardige berg die in de verte uit de zee is gerezen, de Adelaarssnavel (Bec de l’Aigle) bij La Ciotat. Nog geen half uur later heb ik precies op die plek een bed & breakfast gevonden bij een aardige oma, haar dochter en haar kleindochter.
Dunne muren in La Ciotat
La Ciotat is anders dan de kustplaatsen hiervoor. ‘Al die andere plaatsen zijn nep. Hier wonen tenminste nog echte mensen met echt werk,’ zegt de jonge Engelsman Kevin. Hij zou het kunnen weten, want hij woont en werkt bij de jachtwerf die hier schepen voor miljardairs bouwt. Maar nu even niet. Voor het eerst in maanden ziet hij zijn Londense vriendin weer. Speciaal voor die gelegenheid heeft hij een kamer gehuurd, want de muren in zijn eigen woning zijn te dun. En jawel, dat is dus de kamer naast de mijne. In het najaar hopen ze hier verlost te zijn van krolse Engelsen, maar soms zit het tegen. Met oordoppen in en mijn helm op val ik uiteindelijk in slaap.
Door de grote, deels vervallen scheepsindustrie oogt La Ciotat op het eerste gezicht een stuk ruiger dan de schilderachtige badplaatsen die je eerder tegenkomt. Maar misschien is de natuurlijke schoonheid nog wel groter. Aan weerszijden van de Adelaarssnavel, dus links en rechts van de achtertuin van mijn logeeradres liggen de eerste calanques – fjordachtige kustinhammen – die tot voorbij Marseille de kust zo bijzonder maken. Omdat de kustlijn hier sterk omhoog gaat, vind je hier ook het mooiste weggetje van de Cote d’Azur.
De climax: Route de Crêtes
Het heet – uiteraard – de Route de Crêtes en loopt van La Ciotat naar Cassis. Bij aankomst stormt het zo hevig dat de weg is afgesloten. Als de slagboom de volgende morgen weer omhoog gaat, ben ik de eerste die gretig naar boven gaat. Daar, op een kleine 400 meter hoogte, wachten uitzichten over duizelingwekkend steile kliffen waaraan de eerste bergbeklimmers hangen. Achter me ligt La Ciotat spierwit in de zon te schitteren en naast me zie ik wijngaarden met het Massif de Baume op de achtergrond. Voor me de onwaarschijnlijk blauwe Middellandse zee en geelrode bergpunten die door de wind achterover lijken te zijn geblazen. Over de haarspeldbochten in de verte komen de eerste motoren uit Cassis me al tegemoet, want dit is 12 km puur rij- en kijkplezier. En ook de climax en het einde van bijna 400 km Côte d’Azur.
Bah, toch weer even zomer
Het einde? We zijn er toch nog niet? Nee, Er volgen nog 15 kilometers langs Cassis naar Marseille. Ook hier ligt weer een wilde hoge weg met calanques, die niet zo heel veel onder doet voor de Routes de Crêtes. Maar wat is het hier opeens druk. In Cassis kan ik de Guzzi niet eens kwijt in de grote motorstalling bij de haven. Zelfs voor een ijsje moet ik een kwartier in een rij staan die sterk naar zweet ruikt. Op de weg is het niet veel beter. Half Marseille lijkt de motor te hebben gepakt. Voor het eerst moet ik scherp opletten voor scheurende tegenliggers die op mijn weghelft komen. En voortdurend in mijn spiegels kijken om racegekken in de gaten te houden. Nee, in oktober is de Côte d’Azur vaak op zijn best. maar niet in het weekend in de buurt van een grote stad. Dat lijkt ineens wel zomer. En dat is wel het laatste wat ik wil.
[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-azur.GPX”]
Aftellen naar de Dutch TT 2019: ‘Bo, doe je wel normaal, jongen?’
Wat? Een BMW met twee wielen te veel in MOTO73? Ook al mag het dan een BMW M6 met bijna 400 pk zijn, het slaat nergens op. Tot je weet dat onze taxichauffeur vandaag Bo Bendsneyder is en dat deze BMW speciaal door RW Racing-teammanager Jarno Janssen is geregeld om ons mee te nemen voor een rit van slechts zo’n 4,5 kilometer. Precies, voor een aantal vliegende ronden over het TT Circuit. Je zou haast zeggen ‘gordels vast’, maar dat gaat ons dan toch weer net iets te ver…
160, 170, 175 kilometer per uur… Het is voor Bo Bendsneyder peanuts, want hij rijdt eind juni richting hopelijk zo’n zeventig tot tachtig kilometer per uur harder, op bovendien twee wielen minder. Je merkt dan ook helemaal niets aan zijn stem als hij vertelt hoe precies hij beide curbstones, eerst links en vervolgens vliegensvlug rechts, mee pakt. Oversteken noemt hij het. Achter in de BMW is het inmiddels een heel ander verhaal, want de op het allerlaatste moment ingestapte Steven Bendsneyder begint per centimeter minder blij te worden met zijn lastminute-‘vliegticket’ met nota bene zijn eigen zoon als soort van piloot. ‘Denk eraan, racecontrol heeft gevraagd niet te gek te doen.’ Gevolgd door een iets sneller ‘Bo, doe je wel normaal, jongen?’ Of Bo het hoort, wij denken van wel, maar dat hij er niets mee doet, staat vast. Slechts de Ramshoek zorgt voor een beetje vertraging, gevolgd door de GT-chicane die ineens heel snel lijkt. Het is een passend einde van een indrukwekkende rondje Assen, dat heel goed laat zien dat motorcoureurs echt met alles wat wielen heeft hard rond kunnen gaan. Heel hard… Voor sommigen zelfs te hard.

Haarbocht
Aanremmen 240 km/u (vijfde versnelling)
Laagste snelheid 105 km/u
Een rondje dat ongeveer 1 minuut en 55 seconden eerder is begonnen met een sprint richting de Haarbocht, de eerste bocht en daarmee de enige bocht die op twee verschillende manieren wordt genomen. Twee, want het maakt nogal wat uit of je vanuit de GT-bocht komt of vanaf de startgrid, aldus onze taxichauffeur. ‘Bij de start wordt de snelheid en het rempunt bepaald door hetgeen wat er voor, naast en heel soms achter je gebeurt. Richting de Haarbocht is het allemaal nog vrij breed, maar vooral na de apex is het een stuk smaller. Daarom moet je proberen de binnenkant van de bocht te pakken, want als je aan de buitenkant zit, ben je afhankelijk van de rest. De kans dat je dan buiten de baan terecht komt, is heel groot, want een foutje is zo gemaakt.’
MOTO73 12/2019
Wil je weten hoe de rest van de ronde met Bo achter het stuur verloopt? Hoe neemt hij bijvoorbeeld de Ramshoek-bocht op het TT circuit? En hoe ziet Bo de GT-chicane? Je leest het verhaal in MOTO73 12/2019! Koop het nummer hier online in de webshop. De editie is ook tot en met woensdag 19 juni verkrijgbaar in de winkel.
Foto’s: Guus van Goethem
Tekst: Marien Cahuzak

















































































