dinsdag 2 juni 2026
Home Blog Pagina 1226

Eerste Test: Indian Springfield Dark Horse

0

Man wat kun je de teugels strak aanhalen met die Springfield. Houd je vast – letterlijk en figuurlijk – want met maximaal 150 Nm koppel bij 2.100 toeren per minuut ben je absoluut als eerste weg bij het verkeerslicht. Leuk voor een keertje, maar zijn koppel gebruik je natuurlijk eigenlijk alleen voor andere dingen. Heerlijk laagtoerig cruisen bijvoorbeeld. En voor dat cruisen is de Springfield nou echt goed uitgerust. Harde koffers bieden ruimte voor het een en ander aan uitrusting en met een 12V-aansluiting in het rechter koffer kun je zelfs accu’s bijladen. Het windscherm dat je op dit exemplaar ziet is perfect om je achter te verschuilen – wat niet echt moeilijk is met een geringe zithoogte van 660 mm – maar hoort niet bij de standaarduitrusting. Hetzelfde gaat overigens op voor de valbeugels. Ook heeft hij cruisecontrol dat op de rechterstuurhelft kan worden bediend. Lange afstanden maken doet hij zonder moeite. De zithouding, waarbij je voor je gevoel iets naar achteren leunt is het enige dat daar niet op geoptimaliseerd is. Gelukkig zit het stuur niet onzinnig hoog maar op een normale hoogte zodat je niet het gevoel in je vingertoppen verliest bij lange halen. Mocht de eindbestemming nog niet in zicht zijn en de nacht invallen, ontsteek je met een druk op de – enorme – knop de twee verstralers. Een slagje minder groot dan de grote koplamp, maar het scheelt niet veel. Een bak licht geven ze in ieder geval! Slim is die V-twin nog ook, want bij stilstand schakelt de Amerikaan zijn achterste cilinder uit – die zo’n beetje onder je zadel zit – zodat de temperatuur niet al te hard oploopt. En het is een beetje zuiniger ook nog!

Rijkarakter
De Springfield Dark Horse is dus een echte cruiser, zo rijdt hij dan ook. Op je dooie akkertje meters maken is wat hij het allerbeste doet. De 111 (cubic inch) Thunderstroke met een cilinderinhoud van 1.811 cc kan absoluut sportief ingezet worden, alleen de rest van de Springfield moet ook nog mee. En ja, dan merk je dat hij toch een beetje beperkt is. Een bochtje kun je echt wel leuk nemen, maar ga je te diep dan hoor je al heel erg gauw schrapend metaal dat het contact van de treeplanken met het asfalt maakt. Indian geeft een maximale hellingshoek van 31º op. Met de treeplanken gemonteerd is dat ook wel echt het maximaal haalbare want ze geven slechts minimaal mee. Goed, doen we het wat kalmer aan.

De remkracht mag geprezen worden. Hoewel hij dus flink op gewicht is sta je binnen no-time stil met die 300 mm schijven voor en achter. Qua vering is het redelijk in orde. Het dashboard zit op de tank en bestaat uit een grote analoge klok met klein lcd-display erin verwerkt. Dat is summier, maar voldoet wel aan de cruiserstandaard. 

Wat me opvalt is dat, voor zo’n enorm machine, de knoppen op het stuur wat priegelig zijn. Met name de joysticks van de cruise control en de richtingaanwijzers hadden groter gemogen. Nu voelt het alsof je in een kwade bui ze er zo afdrukt.

Dark Horse
Tot daar komen de overeenkomsten tussen de Dark Horse en gewone Springfield één op één overeen. Qua looks verschillenze echter nogal. De gewone Springfield is met zijn metallic-lak en flinke lading chroom de meer klassieke kijk op een cruiser.  Deze Dark Horse is de modernere variatie daarop. 

Het is een speciale behandeling die Indian Motorcycles aan een selectie van hun motoren geeft, maar geen die we nog niet vaker hebben gezien. Er zijn namelijk nog wel een aantal fabrikanten die hun topmodellen in een matzwart-jasje steken om er vervolgens een ‘nieuw’ model van te maken. En dat wil zeggen dat er dus echt wel een markt voor is. Want zeg nou eerlijk, is chroom niet een beetje oubollig geworden? Zet de twee naast elkaar en je ziet duidelijk het verschil. De lijnen van de Dark Horse lijken strakker in de matte lak, waar het chroom vooral de blingfactor oppompt terwijl je wordt verblind. Maar misschien is dat deels mijn eigen opvatting. Voor de Dark Horse is het blok geblakerd, net als de uitlaten, de voorvork en de koplampunit. Eigenlijk zijn alle onderdelen die anders chroom zouden zijn nu matzwart. Zelfs het Indian ornament op het voorspatbord blinkt een stuk minder. En ja, daardoor wordt hij echt een stuk strakker. Kosten? Zeshonderd euro meer dan een gewone blingbling Springfield. Oh, en als je geen fan van zwart bent is hij er ook nog in het mat wit!

Conclusie
Laagtoerig cruisen, een heerlijke afwisseling voor het hoogtoerige geweld waar ik normaal mee moet werken. De Indian Spingfield Dark Horse doet het als geen ander. Zeker als je echt lange einden maakt komen de harde koffers met zelfs een stroomvoorziening goed van pas, net als de cruisecontrol. Laatstgenoemde heeft wel een te klein priegelig knopje in verhouding met de rest van de motorfiets om serieus genomen te kunnen worden. De zithouding – waarbij je iets naar achteren leunt – is daarvoor alleen niet bepaald ideaal. Binnendoor doe je het rustig aan want ja, de hellingshoek is gering en het gewicht groot. Maar als je het rustiger aan doet merk je wel hoe lekker soepel je toch nog kunt sturen. Groot profijt heb je van de machtige 150 Nm koppel bij slechts 2.100 toeren waarmee je eigenlijk heer en meester bent. Bij het stoplicht schakelt de Springfield zijn achterste cilinder uit waardoor het niet al te warm wordt en het comfort nog groter wordt. Dik voor elkaar dus, wat ook opgaat voor zijn looks.

Tekst: Tom van Appeldoorn, Fotografie: Guus van Goethem

 

 

[justified_image_grid ids=28031,28032,28033,28034,28035,28036,28037]

Stijgende goudkoers

0

Weinig motoren zijn zo iconisch als de Honda Gold Wing. Het is er bovendien eentje uit een select gezelschap dat al decennia lang ononderbroken in productie is. Sterker nog: dat is al 43 jaar het geval. Wij zijn benieuwd hoeveel van het origineel we in de meest moderne Gold Wing terug vinden.

Over de nieuwe GL1800 Gold Wing hebben we dit jaar en zelfs in deze editie al het nodige geschreven. De stap die Honda met dit nieuwe model maakt is groot. De GL is slanker, lichter en voorzien van de laatste elektronische snufjes. Sommige daarvan zijn zelfs een primeur voor Honda. Dat mag geen verrassing zijn, want de Gold Wing is altijd de motor geweest die innovatief ten tonele verscheen. En van veel van die innovaties plukken we vandaag de dag nog steeds de vruchten.

Die innovatie begint eigenlijk in 1972, wanneer het ontwikkelingsteam door Honda wordt samengesteld en een bondige opdracht meekrijgt: bouw de ultieme toermotor, die de grenzen van het mogelijke opzoekt. Al twee jaar later wordt het prototype, de M1, aan het publiek getoond. Een zescilinderboxerblok! Toch heeft het uiteindelijke productiemodel er twee minder, doordat de lengte van de motor een probleem blijkt te zijn. 

In 1975 heeft Honda de GL1000 gereed om te pronken in showrooms over de gehele wereld. En hoewel de zes- een viercilinder is geworden, is het wel het boxerblok dat de aandacht trekt. Het radicaal andere ontwerp van het motorblok geeft de engineers de ruimte om nog meer dingen anders aan te pakken. De benzinetoevoer wordt verzorgd door een pomp, waardoor de tank niet noodzakelijk boven het motorblok hoeft te zitten. Die is dan ook verhuisd naar achteren, onder het zadel. In de ‘tank’, of de ruimte die vrijkomt, kan zo heel mooi het luchtfilter, de elektra, het boordgereedschap, de kickstarter (jawel, een losse kickstarter voor noodgevallen) en de expansietank voor de waterkoeling worden ondergebracht. Kijken we naar het huidige model, dan zien we dat die tankconstructie vele decennia heeft overleefd. De tankdop zit nog steeds onder een klepje, te bedienen met een knop.

 

Korte geschiedenisles

Het voordeel van benzine die laag bij de grond huist, is natuurlijk het lage zwaartepunt. Dat is mooi meegenomen voor een motor die toch al veel weegt, want licht is de Gold Wing natuurlijk nooit geweest. Niet dat dat de bedoeling was, het moest immers een toermotor worden. In het eerste ontwerp is zelfs al rekening gehouden met kuip en koffers, gretig beantwoord door Rickman en Vetter. In 1980 beantwoordt Honda de vraag naar kuipwerk zelf met de GL1100 Interstate. Let wel, we hebben het hier pas over het tweede type. Zo, met volle kuip en koffers zien we het silhouet van de Gold Wing zoals we die al die jaren kennen. De naked-versie verlaat al rap het podium.

 

MOTO73 26-01/2018

Wil je nog veel meer lezen over de iconische Honda Gold Wing? Je leest het in MOTO73 26-01/2018. Koop het nummer hier online of in de winkel. 

Foto: Jacco van de Kuilen
Tekst: Vincent Burger

De 7 bizarste motorrecords

0

1. De verste: 115.093,941 kilometer
De langste reis met een motor in één land staat op naam van Gaurav Siddharth uit India. Hij reed van 17 september 2015 tot 27 april 2017 – 588 dagen! – door zijn thuisland en kwam zo tot een bizar aantal kilometers: 115.093,941. Om het een beetje in perspectief te zetten. Dat is zo’n 343 keer van Maastricht naar Groningen… Of 28.453 rondjes op het TT Circuit. Maar misschien wel het meest bizarre is dat hij dat deed op een Hero Impulse met slechts 149 cc… Minder vreemd is het als je weet dat hij ook had mogen kiezen voor een Bajaj Avenger. Google die maar voor de aardigheid en de Impulse is ineens een prachtbrommer. Bovendien wist hij op de standaard Hero nog altijd 200 tot 500 kilometer per dag af te leggen tegen een gemiddelde van zo’n 50 tot 70 kilometer per uur. Dagelijks zat hij dus zo’n zeven tot acht uur op de motor. Volgens de strikte regels van Guinness mocht Gaurav maximaal twee dagen in dezelfde plaats zitten. Daar had hij echter geen enkel probleem mee, omdat hij zijn bijzondere reis als prachtige kans zag voor het promoten van de ‘Swadeshi’-boodschap, die staat voor ‘Made in India’. Vandaar natuurlijk ook die Hero. Verder zorgde hij voor meer bekendheid over belangrijke nationale onderwerpen als benzinepompfraude en veiligheid op snelwegen. 

Het vorige record stond op naam van Danell Lynn, die in Amerika tot ‘slechts’ 78.000 kilometer kwam. Amateur…

2. De snelste: 605,697 kilometer per uur
Dit is een goede voor in de kroeg. Hoe hard reed de snelste motor ooit? 605,697 kilometer per uur! Uiteraard gezet met zo’n Turbo-sigaar op de zoutvlakte van Bonneville in Utah. Wie zo gek was in 2010? Rocky Robinson. Hij zette het record met zijn Top Oil-Ack Attack. Voor de goede orde, die ruim 600 kilometer per uur was niet eens z’n top, want het gaat om het gemiddelde van twee runs van een kilometer. In één van die runs reed hij even 634 kilometer per uur. Ofwel, 176 meter per seconde. 

Om tot die waanzinnige snelheid te komen, gebruikte Robinson niet één maar twee Suzuki Hayabusa-blokken, met een turbocharger erop. Het maximale vermogen lag daardoor ergens tussen de 700 tot 900 pk bij 12.000 toeren per minuut. Het exacte aantal pk’s is net als in de MotoGP een groot geheim. Dat je niet zomaar zo hard rijdt, blijkt wel uit het feit dat het Top Oil-Ack Attack-project al in 2001 werd opgestart.

3. De kleinste: 80 millimeter
Wie heeft de kleinste? Het is een vraag die je niet vaak hoort, maar in dit geval wel erg toepasselijk is. Ditmaal gaat het namelijk om het record van de kleinste motorfiets ooit. Om misverstanden te voorkomen: een schaalmodel 1:64 doet niet mee, want die kan niet rijden. Die van Tom Wiberg uit Zweden wel over precies tien meter. Oké, het is op topsnelheid niet meer dan 2 kilometer per uur, maar rijden is rijden. Veel bizarder is nog de diameter van het voorwiel die slechts 16 millimeter meet. Het achterwiel is een stuk groter maar met 22 millimeter nog altijd aan de kleine kant… En dat kan ook gezegd worden van de wielbasis met 80  millimeter en een zithoogte van 65 millimeter. De creatie van Tom weegt toch nog 1,1 kilo en dat zal waarschijnlijk komen door het blok dat goed is voor 0,3 pk.

4. De langste: 26,29 meter
Van wie heeft de kleinste, naar een veel bekendere vraag. Wie heeft de langste? Als het om motorfietsen gaat – gelukkig maar… –, dan Bharat Sinh Parmar uit alweer India. Precies vier meter langer dan het vorige record. Om echt recordhouder te worden, moest Bharat 100 meter rijden en daarbij mocht hij geen voet aan de grond gezet hebben. Wij vermoeden dat er onderweg geen rotonde genomen moest worden, maar desondanks een hele prestatie dat hij dit voor elkaar kreeg. Veelzeggend is namelijk dat er een man of twintig nodig waren om het lange gevaarte een beetje in positie te krijgen. 

5. De meeste: 58 mensen
Iedereen die een keer met z’n tweeën op een motor heeft gezeten, weet hoe groot het verschil is tussen wel of geen duopassagier. Maar dan gaat het nog altijd maar om twee personen. In India – blijkbaar een land waar ze tijd genoeg hebben voor bizarre records – stonden ze met 58 man op een motor. Stonden? Ja, want zitten bleek niet te gaan en dus werd er om de motor een soort van platform gebouwd waardoor de leden van de het ASC Tornadoes Motorcycle Team het wel voor elkaar kregen. De mannen zette trouwens ooit al het record op 54 man, maar dat werd door een ander team uit India gebracht naar 56, waarop een antwoord natuurlijk niet kon uitblijven. Binnenkort 60? Vast wel!

Uiteraard kun je ook zoveel mogelijk mensen laten staan op tien motoren en dat is wat The Dare Devils Team uit – daar gaan we weer – India deed. Zo lukte het om een piramide van 201 mensen te maken en ook nog eens 129 meter ver te rijden. Waanzin!

6. De meeste: 681 zijspannen
Een zijspan zie je niet elke dag, laat staan 681 achter elkaar. Toch kon je zo’n stoet een jaar of drie geleden zomaar tegenkomen op de Filipijnen, in de stad Cauayan om precies te zijn. Eigenlijk had het record op 685 stuks moeten staan, maar vier rijders moesten de recordpoging staken vanwege bandenproblemen en/of technische mankementen. Zo zie je maar, een record zetten doe je niet zomaar. 

7. De snelste: 4.00,11 uur hardlopen
Ja, hartstikke leuk dat David Smith uit Engeland in net iets meer dan vier uur de marathon van London uitliep, maar wat moet dat in je motorboekie? Hij deed dat in een motorpak… Of beter gezegd, in een racepak. David was overigens in goed gezelschap want ook ‘Forrest Gum’, een man in een pyjama en Elvis wisten de finish te halen.

Bron: Guinness Book of World Records

Triumph Rocket III: komt de supercruiser terug?

1
2019 Triumph Rocket III

Tijdens de besloten Triumph dealerconferentie werden enkele preproductiemodellen gepresenteerd. Smartphones en camera’s waten helaas verboden.

Triumph zet z’n tanden in de bestaande modellen. Kleine verbeteringen, snoeiharde wijzigingen, andere blokken hebben geleid tot een verfijning van de volledige range. Alleen werd over de Rocket III nog met geen woord gerept.

Officieel is nog niets bekend. Maar goed ingevoerde bronnen verwachten een nieuwe Rocket III. Met een driecilinderblok van 2.500cc! Het vermogen zou groeien naar een machtige 180pk en het koppel naar een monsterlijke 230Nm.

De foto hierboven is een heimelijk geschoten plaatje van een powerpointpresentatie. Daar valt het volgende op te zien: een 3-2 uitlaatsysteem, enkelzijdige swingarm, upsidedown vork voor, dubbele remschijven in de waarschijnlijke maat 330mm en Brembo M50 remklauwen.

Zeker is dat de gepresenteerde Rocket III meer is dan een plaatje. Triumph heeft er echt plannen mee. Wanneer is absoluut nog niet bekend. Wat we zien zou ook een limited edition kunnen zijn. Immers presenteert Triumph jaarlijks van zulke vingeroefeningen. Het personeel in Hinckley mag zo nu en dan zelf modellen ontwerpen en bouwen. We gaan er voorzichtig vanuit dat we in de loop van 2019 meer info ontvangen over de nieuwe Rocket III

De draagbare werkplaats van Rothewald

0
Rothewald gereedschapstas

Louis heeft een praktische en handzame oplossing voor het vervoeren van gereedschap: de Rothewald gereedschapstas.

Wanneer de motor niet naar de werkplaats komt, moet de werkplaats maar naar de motor. Sleutelhulp bij vrienden, onderhoud in een garage, afstelwerk in de paddock? Er zijn tal van situaties denkbaar waarvoor je gereedschap nodig hebt. En dan liefst in één overzichtelijk ingedeelde koffer. Dat is wat de Rothewald-gereedschapstas beloofd.

Qua maatvoering komt de Rothewald-gereedschapstas overeen met handzaam. De tas heeft de maten 35 x 45 x 15 cm. Standaard is de tas voorzien van een 68-delige dopsleutelset waarmee je grotere reparaties. Ook kun je er complexer sleutelwerk mee uitvoeren. De grote uitklapbare flap heeft veel insteekvakken. Daarin kun je een uitgebreid assortiment schroevendraaiers, steeksleutels, tangen, enz. opbergen. Voor extra hulpmiddelen zoals een spanningzoeker, tape, draad en kabelbinders is er voldoende plaats in het buitenvak. Daarin kun je ook de middelgrote momentsleutel kwijt. Ook heeft de tas nog een vak voor documenten, voor je onderhoudsmanual of het elektrische schema van je motor.

Al met al mag je concluderen dat de gevulde Rothewald-gereedschapstas best wel wat overeenkomsten heeft met draagbare werkplaats. En daar betaal je dan €119,99 voor. Da’s een mooi prijsje voor een prachtcadeau onder de kerstboom.

Te bestellen bij Louis

Indian patenteert mogelijk nieuw model

0
Indian FTR1200

India zou wel eens bezig kunnen zijn met en sportieve cruiser. In patenten die zijn ingediend, duikt de modelnaam Raven op.

Met niets meer dan een naam kun je allen maar speculeren over het nieuwe eruit zou kunnen zien. Veiligheidshalve houden we het op de nieuwste V-twin, zoals die onlangs in de nieuwe FRTR1200 werd gepresenteerd.

Maar waarom dan toch de verwachting sportieve cruiser? Indian lijkt ons niet het merk dat zo ineens een echte sportfiets uit de hoge hoed tovert. Aan de andere kant worden vogelnamen gebruikt voor snelle motoren. Hayabusa (Japans voor slechtvalk) Super Blackbird (merel, maar ook een pijlsnel vliegtuig) zijn daar voorbeelden van.

De kans dat het blok van de FTR1200 als basis wordt gebruikt, is groot. Immers heeft dit blok best pittige specs. Een vermogen van 120 pk en 115 Nm koppel zijn niet voor de poes. Ook kent de FTR1200 een laag gemonteerde brandstoftank, die zich onder het zadel schuilhoudt. Dat alles draagt bij aan het idee van een sportieve cruiser dan wel een naked. En omdat een raaf zwarte veren heeft, waarop vooral de lichtinval voor nuances zorgt, heeft het toekomstige model waarschijnlijk een uit drie kleuren opgebouwd kleurenschema met heel weinig chroom.

Tijdens de onthulling van de FTR1200 liet Indian al blijken dat het dit model wil gebruiken als springplank voor andere modellen, waarmee het merk z’n marktaandeel wereldwijd kan vergroten. In feite heeft Indian al eerder een patent aangevraagd voor een modulair ontworpen motorfiets.

Vijf vragen: Triumph Scrambler 1200

0

Nick reed de afgelopen dagen in Portugal met de nieuwe Triumph Scrambler 1200. Of ja, met de nieuwe Scramblers moet je eigenlijk zeggen want zowel de XE als XC variant werd aan de tand gevoeld. Eerst een dag offroad door de modder, daarna een dag op glooiende verharde wegen. Een erg vervelend tripje horen we al weer.. Zijn eerste bevindingen? Die lees je hier!

En Nick, voel je je al Steve McQueen?
Ik voel me enorm Steve McQueen. Nee, maar echt. Wat een indrukwekkend apparaat, deze Scrambler. Om te zien, maar zeker ook om te rijden.

Is dat ding echt zo extreem gericht op offroad als de promoplaatjes doen vermoeden?
Stom hé, dat je dat toch moet vragen? Gevolg van een lange lijn retros die pretenderen off-roadcapabel te zijn, maar waar het uiteindelijk toch enkel om de looks gaat. Maar, hij is inderdaad zo extreem; hij kan het echt! Natuurlijk is ‘ie met ruim 200 kilo droog niet licht – een enduro is het niet – maar zelfs dan gaat het allemaal veel gemakkelijker dan de motor voor je gevoel zou moeten kunnen.

Oke, maar hoe bevalt de straatvariant? Die XC.
Veel verschil zit er niet in, wat kleine elektronische dingen en een smaller stuur, maar bovenal is de XC in zijn geheel minder hoog dan de XE. Voor liefhebbers met korte benen, is hij alleen daarom al het overwegen waard.

Beiden hebben op het eerste gezicht veel weg van de Street Scrambler, of is dat wat te voorbarig?
Veel te voorbarig. De machine staat op zich en hoe… Eigen gezicht, eigen vibe.

Heb je al gehoord wat ze moeten gaan kosten?
Veel… Heel veel…

Triumph Scrambler 1200 XE/XC 2019: Eerste Test Dag #2 (Straat)

0

Dag 2 van de Triumph Scrambler 1200 2019 introductie bestond uit een dag lang rijden over de mooie en zeer bochtige Portugese wegen. Bart en Nick konden dus mooi uitproberen hoe de Scrambler 1200 XE en XC zich op de weg gedragen.

Unieke verzameling werkende motoren (en stoommachines) online geveild

0
Troostwijk Auctions

In Roden is hij inmiddels een BN-er. In het Dagblad van het Noorden vertelde de heer Ausma begin december al enthousiast over zijn unieke verzameling. Met de verkoop van zijn monumentale boerderij in Roden gaat ook zijn indrukwekkende collectie klassiekemotoren en stoommachines onder de hamer. En ook fietsen, trapauto’s, gereedschap en memorabilia. Troostwijk Veilingen verzorgt de veiling hiervan die 18 februari aanstaande online gaat. Vanaf zaterdag 5 januari zijn er kijkdagen in Roden.

Het bekijken waard

In het assortiment zitten unieke motoren. Merken als Indian, Ariel, Norton, Goventry Eagle, Greeves, IHC en Hatz. Maar ook een mooie collectie antieke en vintage fietsen. Daarnaast zijn er diverse unieke antieke stoommachines en trapauto’s. Vooral de in mint afgewerkte Austin-Roadstar J40 met Dummy O.H.V. engine – met vonkende stekkers en leads onder de motorkap en chromen bumpers voor en achter – valt op.

Over de veiling

De online veiling start op 18 februari en sluit op 28 maart 2019. Kijkdagen zijn op 5 januari en 23 maart van 10:00-16:00 uur. Locatie: Oosteinde 1 in Roden

Informatie over de veiling en alle veilingitems is zijn te vinden via de link: Troostwijk Auctions.

Rijkswaterstaat strooit maar waar?

0
Strooikaart van Nederland

Het zal je niet zijn ontgaan: Rijkswaterstaat strooit al weer met pekel. Alleen vandaag al is er bijna 500 kilo gestrooid. Maar waar?

Dit winterseizoen heeft Rijkswaterstaat al bijna 12 miljoen kilo pekel gestrooid over de Nederlandse wegen. En dat terwijl het nog niet eens echt winter is. Vandaag alleen al werd zo’n 500 kilo uitgestrooid over een in totaal 7 kilometer asfalt. Dat lijkt ons eerlijk gezegd rijkelijk veel, maar zo staat wel te lezen op de strooikaart van Nederland.

Die strooikaart is een mooie online service voor motorrijders die een hekel hebben aan pekel. Realtime zie je waar gestrooid is en wordt. Aardig is ook dat op de strooikaart de temperatuur van het asfalt wordt weergegeven. Zo varieert de asfalttemperatuur van de A2 tussen 7,1 en 7,9 graden.

Is ook leuke info voor in de zomer als je weet wat de ideale asfalttemperatuur is voor je sportbandjes… Kan ook zijn dat de strooikaart dan uit de lucht is…

Aanbevolen link: anti-corrosietest