zaterdag 2 mei 2026
Home Blog Pagina 1286

Promotor Reizen: drie superbestemmingen gaan gegarandeerd door!’

0

Bingo! Zo begin de post van Promotor Reizen op de Facebook-pagina, want drie geweldige reizen hebben de ststud gegarandeerd vertrek. Maar waarom melden ze dat?

Gegarandeerd vertrek. Twee woordjes die motorrijders die een motorreis hebben geboekt met een zucht van verlichting tot zich zullen nemen. Gebruikelijk in de reizenwereld is namelijk dat een motorreis doorgaat wanneer er voldoende deelnemers zijn. Gegarandeerd vertrek wordt ook gebruikt om motorrijders over de streep te trekken die zekerheid willen over of een reis ook doorgaat voor ze boeken. Ben jij zo’n motorrijder, dan heb je die zekerheid met deze motoreizen:

Scandinavië: Polar Challenge

De jaarlijkse Noorwegen-reis van priompotor Reizen gaat nar de poolcirkel. Naar de onmetelijke wildernis waar in juni de zon niet meer ondergaat. Over de mooiste wegen van Noorwegen en Zweden, door hypnotiserende landschappen uit de Volvo-reclames. Een puur outdoor-avontuur, met een rit over misschien wel de mooiste eilandengroep ter wereld: de Lofoten. Via de legendarische Kyststriksveien van 650 km – volgens National Geographic een van de mooiste kustwegen – voert de route je naar het zuiden, waar onder meer nog de Sognefjellsweg en Gammle Strynefjellweg wachten. Meer info

Frankrijk: Route des Balcons

Bergwegen die niet naar de top gaan, maar zijn uitgehakt in de rotsen en langs rivieren en ravijnen slingeren: dat is de Franse Route des Balcons. Frankrijk heeft veel van deze canyon wegen. In de Drôme en de Vercors rijd je tussen hemel en aarde. Om een paar dagen later op de Écrins de hoge toppen van de Franse Alpen te beklimmen. Een mooie onroad mix van hoog en ruig werk. Meer info

Oostenrijk: Welkom in het Alpenrijk

Prachtige bergwegen en vergezichten. In Italië en Oostenrijk verpakt Promotor Reizen de mooiste bergtoppen en dalen n een aantal routes. Vanuit het luxe hotel bij de Weissensee liggen vijf etappes voor je klaar. De epische oversteek bij de Grossglockner hoort daar bij. Maar ook de veel minder bekende namen; Deferegger, Fischbacher, Gailtaler, Göstlinger, Metnitzer en de Seetaler Alpen gaan voor heel veel rijplezier zorgen. Meer info

Duitsland: Zestien hoogste punten

0

Niet te toppen. Dat is de route langs de zestien hoogste punten in Duitsland, één per deelstaat. Een toertocht van hoogtepunt naar hoogtepunt: van het 32 meter hoge Friedehorstpark in Bremen naar de 2962 meter hoge Zugspitze in Beieren.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/Duitsland-16-Hoogtepunten.gpx”]

Klaus H. Daams

Het begint laag, maar dan geeft het navigatieapparaat plots 38 meter aan op de plek waar we onze toertocht kriskras door de republiek beginnen. Niet geheel nauwkeurig dat apparaat, zo blijkt, want ons startpunt is het Friedehorstpark en dat ligt exact 32,5 meter boven het Duitse NAP (NN: Normalnull) en is daarmee het hoogste punt van de staddeelstaat Bremen. Tegenover een oase van groen ligt een revalidatiecentrum, waar mensen met een gezondheidsprobleem weer op krachten komen. De psychoterapeuten van Triumph hebben ook al veel werk verricht, waardoor de 2,3 liter driecilinder van de Rocket III blaakt van gezondheid in de vorm van een concurrentieloos koppel van 221 Nm. Zo’n motorblok maakt hoogteonderzoekers blij, vooral in het vlakke noorden van Duitsland.

Van Bremen naar Hamburg. Het hoogste dat wij zien onderweg zijn de wolken, dan de boomkruinen langs de wegen, dan de maishalmen. Iets later misschien nog de windmolens uit de 200-meter-klasse. Traditioneel verweven met ‘hoge’ kunst is de kunstkolonie Worpswede in Teufelsmoor. Iets trivialer, en daarmee beter geschikt voor de massa, is het Festival ‘Rock den Lukas’, in Tarmstedt.

‘Hasselbrack? Daar moet u met de mountainbike naar toe’, vertelt een ansichtkaartenverkoper nabij de trotse, 116,2 meter metende hoogste heuvel van Hamburg. Eerst even eten dus. Een pitabroodje van Can Döner Service en dan naar boven in het beschermde natuurgebied Fischbeker Heide. Zonder opklapbare MTB in de koffers houdt de tocht echter op bij een bosparkeerplaats op 55 meter hoogte. Wie wil er immers met een 370 kilo wegend stalen ros door de botanische pracht kachelen? Dan liever de 240-sloffen op artistieke wijze strepen laten schilderen op het wegdek van het havenindustriegebied Hohe (!) Schaar. Hier vind je ook het stalen skelet van de hefbrug-o-saurus over de Rethe. Een van de meest indrukwekkende bruggen van zijn soort, wereldwijd. Tussen de heftorens de grootste ophaalbrug van Europa, ver voor de 110 meter hoge Elbphilharmonie-concertzaal. Wanneer deze klaar is.

Bergen zonder bergen

Hoogste punt in Schleswig-Holstein is Zwitserland. Althans, de Holsteinse versie ervan, de Holsteinische Schweiz. Plaatsnamen tooien zich hier met bergen, zoals Bad Segeberg en Krögsberg, en meren versieren op hun beurt bij Plön en Malente het land. Dit alles komt tot een hoogtepunt op de Bungsberg: 168 meter hoog, uitkijktoren, Hofcafé Bökensberg en in de winter zelfs een sleeplift voor Duitslands meest noordelijke skigebied. En dan is het 21 uur. In plaats van doorrijden naar de volgende Schweiz, de Mecklenburgse, brengen we de avond witbierig door in de Redderkrug in Eutin. Tja, logistiek. Deze kan door zo veel kleine, onverwachte dingen in de war worden gebracht. Bijvoorbeeld door de tijdrovende zoektocht naar ansichtkaarten: 30 minuten per deelstaat, 16 keer dus, is tenslotte bijna een volledige werkdag.

OH-NE 46. De in Ostholstein uitgegeven kentekenplaat van een Trabi geeft de maat aan voor de volgende etappe. Met 146 pk wordt verloren tijd goedgemaakt. Schönberg, berucht door zijn vuilstort, vliegt voorbij. In Teterow, tijdens het tanken bij een Toyota-dealer, een praatje gemaakt met werkplaatschef Daniel Graf, enthousiast verzamelaar van oude Simsons en AWO’s. Omleiding via een betonplatenweg bij Teschow, omzoomd door korenbloemen en piramides van strobalen. In schreeuwende graffitikleuren afgebeelde trikes en cruisers op de gevel van Tweewielerspecialist Hassemer in Malchin, socialistische flatgebouwen en baksteenpracht bij de poorten van Neubrandenburg. Wortelsap met honing tijdens een pitstop bij de discounter.

Woldegk. Dit landelijke plaatsje maakt geen reclame voor zichzelf met vier werklozen en een woeste vuilnishond, die rondhangen op de marktplaats. Maar wel met vijf windmolens en de voet van de hoogste verheffing van Mecklenburg-Vorpommern. Het laatste deel van de 179,2 meter hoge Helpter Berg kan alleen met voetenwerk worden afgelegd. Wie niet wil wandelen, vindt zijn eindstation voor het hek van een telegraafpost. Wie zich daar ter plekke afvraagt wat deze jacht naar ‘summits’ inhoudt, heeft waarschijnlijk nooit iets verzameld. Voetbalplaatjes, poppen, motorfietsmodelletjes? Gaat er een lichtje branden? Nou dan.

Berlijn

Vaak helpen oogkleppen om een doel te bereiken. Daarom nu in één ruk naar Berlijn. Autobahn-afslag Marzahn en dan langs hoogwaardige betonbouw naar Köpenick. ‘Rijden jullie naar Noorwegen?’, vraagt een jochie, kijkend naar onze zwaar bepakte motoren. ‘Nee, naar de grote Müggelberg.’ 114,8 meter meet deze top van Berlijn, goed verstopt in knus bosgroen. Zo goed zelfs, dat we er naast landen, op het geasfalteerde plateau van de 88 meter hoge kleine Müggelberg. Hier duikt, al trappen bestormend, Günter Bachert ineens op. De fitte 71-jarige zegt te trainen voor de Stubaier Alpen en vertelt over de lokale overheidsklucht rond het restaurant hier boven. Ooit een bloeiende uitspanning, nu het leegstaande slachtoffer van slecht beleid. In het klein vergelijkbaar met de chaos rondom de nieuwe luchthaven van Berlijn. ‘Berlijn heeft het slechtste bestuur van Duitsland’, kopt de Berliner Zeitung, niet geheel toevallig, net vandaag.

Een dag overigens die langzaam uitgaat. In de spiegel vlamt de zon, zo rood zoals het oosten van Duitsland voor de meeste tijdgenoten ooit was. Op het vizier een miljoen dode insecten. Die dachten waarschijnlijk: ‘overdag iets te veel verkeer hier. Laten we maar ’s avonds vliegen’. Om 23 verlaat hij zijn nest, levendig zoals alle uren daarvoor: het vogeltje van de grootste koekoeksklok van Brandenburg. Deze klok hangt in het louter voor Ostalgie (het verlangen naar de DDR, red.) uit zijn voegen klappende Hotel Röderschänke in Stolzenhain en is van Willfried Höntzsch. De waard en ex-burgemeester ‘in openbare staatsdienst’ – en stasimedewerker? Maar ja, dat vraag je niet zo 1, 2, 3 als gast – is niet alleen spraakzaam aangelegd, maar ook royaal: hij is sponsor van een gedenksteen die de voornaamste verhoging van deze deelstaat markeert, de 201,4 meter hoge Heidehöhe bij Gröden. Voor sportievelingen en zij die graag in de verte kijken, is hier bovendien een uitkijktoren met 162 treden.

De Fichtelberg

Na de tredes trappen we nu door de versnellingen, even de ijzeren harten sneller laten slaan. Meissen glijdt voorbij: in plaats van porselein een kapotte sovjet-kazerne, de Elbe en de burcht. Nossen blijft links liggen. Chemnitz: stad van het moderne, Annaberg-Buchholz en Crottendorf: Ertsgebergte, reukkaarsen, Biker Welcome, 13 procent stijging – het gaat er op met perfecte bochten en bergen. De hoogste hier in Sachsen is, met 1214,8 meter, de Fichtelberg. Grappig dat de navi in plaats van 1214 een 1 toont. Bevroren of kapot? Zou geen wonder zijn geweest bij deze niet echt zomerse temperaturen. Met daarbij windvlagen die mens-erger-je-niet spelen met slordig geparkeerde motorfietsen en ons in het aangenaam warme café op de top naar binnen jagen. Beduidend hoger dan 1 kilometer boven NN.

Van Sachsen naar Thüringen, van Fichtelberg naar de 982,9 meter hoge Grosser Beerberg. Was het maar zo simpel. En legaal. Tussen Schmücke en Oberhof buigt een zachte bosweg af naar het woud. Zonder tractorpulling-achtige banden maakt de Rocket hier geen schijn van kans. En dus ook geen gedoe met de groenen in dit beschermde biosfeerreservaat. Dus slaan wij ons kamp op in Hotel Peterchens Mondfahrt, gelegen op de Wasserkuppe, met 950,2 meter het hoogste punt in Hessen.

Ontbijten doen we onder afbeeldingen van oude luchthelden, die hier boven na de Eerste Wereldoorlog, toen Duitsland geen gemotoriseerde vliegtuigen meer mocht hebben, de zweefvliegerij ontwikkelden. Meer beeldende info over deze fascinerende vorm van voortbeweging is te vinden in een museum en op een vliegbasis op de Wasserkuppe. Landrotten kunnen hun ontbijt overigens snel weer kwijt raken tijdens een zweefvluchtje. Weet de auteur nog van een eerdere ervaring. Land van de open plekken (Land der offenen Fernen), zo wordt de Rhön graag genoemd. In plaats van bossen slechts kale heuveltoppen met vereenzaamde struiken, als ware de toppen slecht geschoren schapen. Onder de hoge hemel, ergens langs de rand van de weg, als teken van diepe devotie, de in steen gehouwen woorden: Wie zijn kruis niet draagt, zal mij niet volgen en is het mijne niet waard.

Via Harz naar Winterberg

We volgen nu al tamelijk lang de B27: 2500 toeren, 100 dingen. Kirschenland Werratal: een rode goederentreinlocomotief, duizend rode achter- en remlichten. Bij tijdelijke verkeerslichten altijd op pole position – waardoor een Mitsubishi sportwagen zich uitgedaagd voelt. Intermezzo bij Landolfhausen, waar de voetsteunen het asfalt mogen omploegen. Snel voorbij Gieboldehausen, trefpunt van globetrotters die hier vertellen over hun avonturen op de meest ver weg gelegen en hoogste toppen van de wereld.

Hartelijk welkom in Harz. Niks voor bochtenhaters of vakwerkfobisten. Herzberg naar Sieber, een fijnere route is niet te vinden. En geen steilere als de Herrenstrasse in St. Andreasberg. Maar liefst 22 procent. Mijn lieve heer, hier krijgt zelfs mister Rocket een wheelie voor elkaar. De hoogste berg van Niedersachsen beklimt men het liefst met een gondel. Maar daarvoor hebben wij geen tijd, zodat dit deel van de reis relaxed op een bankje wordt ‘uitgezeten’. Het adres voor de navi: Brunnenbachsweg in Braunlage – en van hieruit via de weides om te genieten van het panorama op de 971,2 meter hoge Wurmberg. Deze staat in de Harz overigens in de schaduw van zijn grote broer, de Brocken. Deze met sagen en mythes omringde berg meet 1141,1 meter. De berg lag eerst aan de andere kant van het ijzeren gordijn, maar is vandaag de dag opperhoofd van Sachsen-Anhalt.

Naar boven gaat het per benenwagen of puffend per smalspoor met de Brockenbahn-trein. Daarvoor ontbreekt echter ook hier de tijd, dus opnieuw een gemist panorama. Meteen naast de B4, bij parkeerplaats Torfhaus, ligt de plek van een motortreffen met een lange traditie. Tegenwoordig echter ook een plaats met bonken van viersterren resorts.

Terwijl in de bonte vakwerksteegjes van de Harz de honden voor het slapen gaan nog even worden uitgelaten, mag de Rocket nog even zonder lijn loslopen. Reinhardswald, Habichtswald, hier koelen de banden zeker niet af. Even stoppen voor het Hildfelder Stübchen. Aan de bar een mengelmoes van prentbriefkaarten uit het Sauerland. Alternatief voor het nachtleven in het 600 zielen tellende Hildfeld is het feestgedruis op de partymile van Winterberg, oftewel de bruisende vulkaan in het, ook bij ons Nederlanders, zeer geliefde land van de duizend bergen.

Het is misschien niet bij iedereen bekend, maar de top van Nordrhein-Westfalen ligt op 843,2 meter, op de Langenberg. Dat zijn zo’n 1300 millimeters meer dan de prominenter aanweizge Kahle Asten te bieden heeft. En dus ziet deze berg ook veel minder dagjesmensen. Ongelooflijk mooi: vanuit Niedersfeld leidt een gravelpad langs oogverblindende lupines, door de door Kyrill (orkaanachtige storm in 2007, red.) kaalgeplukte bossen naar de Hochheide Hütte. Ook zonder de laatste drie kilometer naar de top af te leggen: een hoogtepunt, deze ontdekking in de meest dichtbevolkte deelstaat.

Sauerland

Van het Sauerland dwars door Westerwald en Hunsrück naar nummer 13 op onze lijst, de 816,3 meter hoge Erbeskopf in Rheinland-Pfalz. Om niks en niemand te kort te doen: de route Somplar, Rosenthal, Bracht is een prachtroute en ook de weg naar het verderop gelegen Schönstadt maakt een kleine Speedy Gonzalez in je los. Let op de flitsers op de B3 bij Marburg. De Amerikanen zouden onze ‘raket’ overigens allang hebben opgespoord, als het hoofdkwartier Midden-Europa van de NAVO nog steeds in bunker ‘Erwin’ onder de Erbeskopf zou hebben gelegen. Deze multinationale gevechtspost uit de Koude Oorlog bewaakte met radartorens het luchtruim tot diep in de Sovjet-Unie. Ondertussen regeert hier echter de kunst en staat er, als een soort houten duikplank, de toegankelijke sculptuur van Christoph Mancke, met de titel Windklang (het geluid van de wind).

Het geluid van de taal. Deze wisselt tijdens deze toer meerdere keren per dag. Het Saarlands bijvoorbeeld – wij spreken weinig anders dan algemeen beschaafd Duits – legt in menig vreemd oor een dikke knoop. Bijvoorbeeld tijdens onze zoektocht naar de 695,4 meter hoge Dollberg. De grootse verhoging van de kleinste deelstaat ligt ergens in het bos bij Nonnweiler-Otzenhausen en heeft nergens een plekje gevonden, niet op een kaart, niet op een verkeersbord.

Braunshausen

Vragen dus. Maar aan wie? Aan de drie tieners die er eerder uitzien als kandidaten voor ‘Germany’s Next Topmodel’ dan als kandidaten die de € 50,- vraag bij ‘Miljoenenjacht’ kunnen beantwoorden? Voordat de Rocket is gedraaid, zijn ze echter alweer verdwenen. Hulp komt dan van Leander Laux, 39, eigenaar van een XJR en een Thunder Ace. Hij zegt, vrij vertaald, dat we de ouwe Dollberg moeten laten schieten, omdat het veel meer kicke is om brommers naar de Petersberg bij Braunshausen te sturen. Boven ligt daar een sterrenwacht en een herberg met motorstamtafel. Bedankt voor de tip, Leander. En dank ook aan Hotel Parkschenke Simon in Nonnweiler, waar we `s avonds laat op de kamer nog een snoekbaarsje kunnen krijgen. `s Morgens om zes uur staat hier voor de gasten met haast zelfs een vriendelijk bedoelde tafel met brood en koffie klaar. De koffie is echter de vorige avond al gezet.

Als bruin gebrande gezichten met geelblond strohaar nemen de zonnebloemen, op hun velden tussen Malterdingen en Bombach, een stralenbad. Hoe übersexy het voor motorrijders is, dat laat het Schwarzwald niet alleen bij Obersexau zien: als in een flow kachel je over de met groen overwoekerde achtbaan naar boven, naar de 1241,4 meter hoge Kandel. Niet de hoogste, maar wel de populairste top in de regio. Wielrenners simuleren hier bijvoorbeeld een aankomst op de l’Alpe d’Huez of dienen als bonte pylonen voor motorrijders. Bij het fenomenale panorama tussen St. Peter en St. Märgen krijgen pols en pupillen even pauze.

De Feldberg, 1493 meter, is de hoogste berg van het Schwarzwald en van Baden-Württemberg. De B317 over de Feldbergpas is breed genoeg om een Airbus op te laten stijgen. Bij de top ook een gigantische parkeerplaats, skiliften en een hotelcomplex. Vluchtreflex. Nog 304 kilometer naar ons doel. En een hele zondagmiddag de tijd voor het uiterste zuiden van de Duitse republiek, het Voralpenland. Hoe mooi het daar is, weet werkelijk iedereen. En die iedereen wil er ook van genieten, vooral op zondagmiddag. Stop-and-go bij de Bodensee, waar het dikke 2,3 liter motorblok een goed figuur zou slaan als aandrijving van een powerboot. Vervloekt is het inhaalverbod op de bochtenrijke weg voor Scheidegg, waar het verkeer in een slakkengang gaat. Verlossing komt in de vorm van de afslag naar Siberatshofen. Bochten zonder hinderlijke karavanen, geflankeerd door koeien en kerktorens.

Afgetopt op een grootse berg

De bergen worden steeds hoger. Ze bouwen op als de golven van een stormachtige zee. Met bij Garmisch-Partenkirchen als hoogtepunt van Bayern – en tevens heel Duitsland – de 2962,1 meter hoge Zugspitze. Wie wél de tijd heeft, klimt via het Höllental naar boven en overnacht op de top in het Münchner Haus van de alpenvereniging. Wij nemen de volgende ochtend de gondel, nadat de overnachting in het Eibsee-Hotel onze onkostenrekening de hoogte in heeft gestuwd. De exclusieve ligging aan de voet van de berg vraagt blijkbaar om een exclusiviteittoeslag. Motorhandschoenen zijn boven overigens erg praktisch, met windsnelheden van 30 tot 36 km/u en een chillfactor van -3 graden. Genoeg zon, zicht tot 180 km. sensationeel. Ergens in het noorden ligt de 32,5 meter hoge bobbel in het Friedehorstpark. In het zuiden, in de schier eindeloze uitgestrektheid, lag lange tijd, geveld door een vijandelijke pijl, ijsmummie Ötzi, die ook ooit hier het hoogtepunt van zijn leven had. Letterlijk en figuurlijk.

INFO

Een reis langs de hoogste hoogtes van de 16 Duitse deelstaten, inclusief de drie staddeelstaten Berlijn, Hamburg en Bremen, begint met logistiek management. Waarheen gaat de reis precies? In welke volgorde? In hoeveel tijd? Via de mooiste routes naast, of juist snel op de snelweg?

ROUTE Wie de toer zoals beschreven wil beginnen in het Friedehorstpark in Bremen, komt op deze plek via de A27 Bremen – Cuxhaven, afrit Burglesum. Navi-adres: Am Lehnhof of Holthorster Weg. Het hoogste punt van de republiek, de Zugspitze, bereikt men het meest comfortabel per gondel. Het dalstation ligt ten zuiden van Garmisch-Partenkirchen, aan de Eibsee. Het adres: Grainau, Am Eibsee 6.

OVERNACHTEN Overnachtingsmogelijkheden zochten wij steeds zo dicht mogelijk bij de hoogtepunten. Op de volgende adressen is dat min of meer gelukt: Redderkrug, Am Redderkrug 5, 23701 Eutin, tel. +49-4521-2232, www.redderkrug.de; Röderschänke, Am Sportplatz 1, 04932 Röderland-Stolzenhain, tel. +49-3533-8328, www.museumsgaststätte-röderschänke.de; Peterchens Mondfahrt, Wasserkuppe 46, 36129 Gersfeld, tel. +49-6654-381, www.peterchens-mondfahrt.de; Hildfelder Stübchen, Hildfelder Str. 43, 59955 Winterberg-Hildfeld, tel. +49-2985-8439, www.hildfelderstuebchen.de; Parkschenke Simon, Auensbach 68, 66620 Nonnweiler, tel. +49-6873-669970, www.parkschenke-simon.de; Eibsee-Hotel, Am Eibsee 1-3, 82491 Grainau, tel. +49-8821-98810, www.eibsee-hotel.de.

KAARTEN Ook al is het navigatieapparaat thuis gevoed met alle coördinaten, papieren kaarten blijven handig onderweg. Het beste in een grote schaal voor het overzicht en gedetailleerde kaarten voor de lokale afhandeling. De doelen:

De hoogste punten per deelstaat

  • Baden-Württemberg: Feldberg, 1493 m
  • Bayern: Zugspitze, 2962,1 m
  • Berlin: Grosser Müggelberg, 114,8 m
  • Brandenburg: Heidehöhe, 201,4 m
  • Bremen: Friedehorstpark, 32,5 m
  • Hamburg: Hasselbrack, 116,2 m
  • Hessen: Wasserkuppe, 950,2 m
  • Mecklenburg-Vorpommern: Helpter Berg, 179,2 m
  • Niedersachsen: Wurmberg, 971,2 m
  • Nordrhein-Westfalen: Langenberg, 843,2 m
  • Rheinland-Pfalz: Erbeskopf, 816,3 m
  • Saarland: Dollberg, 695,4 m
  • Sachsen: Fichtelberg, 1214,8 m
  • Sachsen-Anhalt: Brocken, 1141,1 m
  • Schleswig-Holstein: Bungsberg, 168 m
  • Thüringen: Grosser Beerberg, 982,9 m

Promotor TV: aflevering 65 – S5/10

0

Bekijk meer van Promotor op https://www.motor.nl
Abonneer op Promotor Magazine: https://www.motor.nl/aanmelden-promotor
Volg Promotor ook op Facebook: http://www.facebook.com/promotormotome
Volg Promotor ook op Instagram: http://www.instagram.com/prowww.motor.nl

In deze Promotor test Bart de Suzuki SV650X, kijken we hoe het is om ’s nachts te rijden in Amsterdam, Jaap test de Harley-Davidson Iron 1200 en Forty-Eight Special in Kroatie en we sluiten af met de Promotor Primavera tocht!

Italië: Lentekriebels aan de Italiaanse Meren

0

De Italiaanse meren Garda, Como en Maggiore vormen als vanouds een lusttuin waar de gegoeden der aarde zich laafden aan de geneugten van het leven. Terwijl Koning Winter Noord-Europa in zijn wrede greep houdt, beleeft Promotor al losbollige lentegevoelens ten zuiden van de Alpen.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/italiaanse-meren.gpx”]

Michiel van Dam

Mijn BMW ramt op topsnelheid langs de trage stroom auto’s die over de Brennerpas kruipt. IJzige bergwinden fluiten om het kuipje. Ik proost mezelf toe in het raam van de treincoupé met een dampende mok ontbijtkoffie. Gisteravond uit het ijzige Düsseldorf vertrokken, nu al de hindernis van de Alpen genomen. Niet slecht. Voor mij uit schoven in de Laatste IJstijd enorme ijsmassa’s naar het zuiden, die diepe geulen trokken: de huidige Italiaanse meren waar ongeduldigen als ik, al vroeg in het jaar de levenssappen voelen stromen.

Lustoorden

I need to touch, a live unbeaten earth, so that’s where I’m going. Vanaf het station Bolzano een stukje snelweg en dan fluks de Dolomieten in. Op de S 240 pompen scherpe bochten boven ravijnen de adrenaline rond. Na Torbole glijdt dan tussen de bergwanden het blauw van het Gardameer in ‘t vizier. En daar hebben we Riva del Garda al, hoe krijgen ze er toch zóveel restaurants, campings, hotels, pensions en souvenirwinkels in gepropt? Maar de locatie kan ook moeilijk mooier. Mediterrane vegetatie aan de oever, achter het blauwe water de bergen met hun witte sneeuwkoppen.

De weg Gardensa Occidentale, langs de westoever van het Gardameer, klampt zich vast aan de steile rotswanden en graaft zich er hier en daar ook dwars doorheen. De Italiaanse meren, waaronder Garda, zijn al sinds vóór de Romeinen een lustoord van jewelste. De oorspronkelijke flora werd gaandeweg verrijkt met planten en bloemen die tuinliefhebbers uit de hele wereld hierheen brachten.

Tussen Salò en Gargnano ligt de Riviera van het Gardameer, daar groeien en bloeien dus die planten en bloemen die in molentjes met prentbriefkaarten prijken. Dit is de Goudkust van het Gardameer. Exclusief terrein voor de gefortuneerden der aarde, motorrijders incluis.

In Saló stichtte Benito Mussolini nog een fascistische republiek toen de rest van Italië al naar de geallieerden was overgelopen. Ondanks steun van de Duitsers mislukte dit experiment, Benito en zijn maîtresse werden op vlucht naar Zwitserland door partizanen gefusilleerd en ondersteboven aan een lantarenpaal gehangen. Geen fraai stukje vaderlandse geschiedenis voor Italiaanse schoolkinders, maar die komen net als ik Benito’s breedbekaakte kop toch tegen op prullen bij souvenirstalletjes naast de voormalige villa van Gabriele D’ Annunzio.

Nog zo’n Italiaans megalomane houwdegen trouwens, met een krijgslustige uitstraling. Als dichter en toneelschrijver streefde hij naar roem, in de Eerste Wereldoorlog deed hij mee als vliegenier, want dat soort mensen kruipt niet graag in koude en modderige loopgraven. Hij wierp pamfletten uit boven Wenen en nam met wat trawanten de stad Fiume (Rijeka) in, die tot zijn woede na de Eerste Wereldoorlog aan Joegoslavië was toegewezen. Kortom: een man van de wereld, die vandaag de dag op de motor onderweg zou zijn om voor Promotor reisverhalen samen te stellen.

In de tuinen staan wat van D’Annunzio’s oorlogsspullen. Speedboot, vliegtuig. Zijn Huis&Tuinproject, een kolosaal monument voor zichzelf, kostte wat grijpstuivers, die hij verdiende met het ontwikkelen van parfums (ja, echt!) en dichtregeltjes schrijven. Ook andere dichters raakten aan het Gardameer over de kook: Vergilius, Valerius, Catullus, Dante, Goethe en Carducci… zij konden hun koortsige hersenen niet koelen in de rijwind zoals ik op weg naar de volgende ‘bathing beauty’: Lago di Como.

Bekend van Guzzi

Lario noemden de Romeinen dit stuk paradijs tussen de bergen. Del Lario komt daar vandaan, en dus Mandello del Lario. Bekend van die boxer met push-up cilinders, die precies daar wordt gefabriceerd. Vanuit Mandello mocht ik ’n tijdje terug op een maagdelijke Stelvio NTX in een lange orgastische ruk naar de Noordkaap rammen. Die relatie hield duizenden kilometers stand, over pieken en door dalen, bij weer en geen weer. We waren voor elkaar geschapen! Maar de wrede familie Guzzi keurde een stabiele relatie na die dolzinnige flirt niet goed. Na de Noordkaap moest de Guzzi terug naar Italië, ik naar Nederland. Mooie herinneringen en intieme foto’s, dat rest van die amoureuze escapade. But what a ride we had!

Die herinnering laat ik graag intact. Ook krijg ik niet graag de voltallige Guzziclan achter mijn Beierse boxerbroek aan. De oostoever van Lago di Como is dus off limits. Let’s go west.

Bij Lecco rij ik de Triangolo Lariano binnen, de gouden driehoek die verder wordt bepaald door de plaatsen Bellagio en Como. Lariana heet de SS 583 en dat klinkt romantischer dan zo’n kil wegnummer. Past ook beter bij de nauwe rotswanden waar de weg zich langs perst, door een verlaten karstgebied met slechts sporadisch een huis en haventje. Uit het Stenen Tijdperk rij ik de Belle Epoque binnen.

Bellagio is een van de mooiste plaatsen in Italië en dus ter wereld. De plaats ligt niet alleen in een beeldschoon decor van bergen, water en tuinen, zij is zelf óók een respectabele schoonheid, waarvan de rimpeltjes de charme juist verhogen. Architecten en aannemers hebben er kwistig met Jugenstilelementen rondgestrooid, in het Italiaans “liberty” genoemd. Op Engelse leest zijn hier ook veel tuinparken geschoeid waar gasten op vorstelijke wijze werden onthaald, waaronder keizer Napoleon Bonaparte en verschillende beroemde kunstenaars.

Franz Liszt was verrukt van het Comomeer: “ik ken geen streek die meer door de hemel is gezegend dan de oevers van het Comomeer. Die is geschapen om het verhaal van twee gelukkige geliefden te schrijven“. Slik. Ondanks het miserabele weer heeft de westoever van het Comomeer en het gebergte daarachter opeens een sterke aantrekkingskracht op man&motor.

Vroeger bleven bezoekers weken- of maandenlang in Bellagio hangen, voor de hedendaagse man van de wereld volstaat een overnachting om voldoende indrukken op de geheugenkaart te spijkeren. Net boven Bellagio stop ik bij een uitzichtpunt waar het breedste gedeelte van het Comomeer beneden me ligt, onder een dik wolkendek. Maar dan breekt de hemel open en als bazuinen in een Wagneriaanse opera, verschijnen de sneeuwbedekte bergtoppen ten tonele, een schouwspel om niet licht te vergeten. Na Zelbio komt met iedere haarspeldbocht het Comomeer weer dichterbij. Bij Nesso pak ik de kustweg weer op, dezelfde SS 583 die vanaf Lecco naar Bellagio bracht, voert me gladjes weer af richting Como.

IJzige lente

Vanaf Como lopen de Via Regina Nova en de Via Regina Vecchia parallel langs de Comoteuze westoever. Bij Torriggia komen Oud&Nieuw samen, iets verderop werd Mussolini met zijn liefje door de partizanen te grazen genomen. Maar voordat ik een doorbuigende lantarenpaal passeer gaat mijn route linksaf, de bergen in, door de Intelvi-vallei.

Subtropisch klimaat aan de oevers, alpiene toestanden in de bergen. Zo vroeg in het jaar vertoont Lady Lente zich aan de meren, maar hier boven is de winter nog niet geweken. M’n geplande rit kan vanwege mist en gladheid niet uitsluitend over priegelweggetjes lopen. De witte kronkels op mijn kaart ontpoppen zich in werkelijkheid als supersmalle bergweggetjes met antiek asfalt, nauwelijks beter dan de hobbelkeien van de eeuwenoude ezelpaden die ik hier en daar kruis. Door de aanhoudende ijsregen is er geen mens, auto of kip op straat. Wel gladde blubber, ik ben blij als Erbonne eenmaal achter me ligt en ik bezweet en verkleumd tegelijk wegnummer 13 weer kan oppikken. My lucky number vandaag!

I am the passenger. Als het tegenzit in het zadel, zwelt altijd wel een of ander passend lied aan in het hoofd om de ontberingen dragelijk te maken. So let’s take a ride and see what is mine. Iggy Pop verzacht de kou en honger. Lokleuzen genoeg. Durchgehend warme Küche. Open daily. Siamo aperto! Maar ze halen minachtend de schouders op voor een enkele natte motorrijder met Nederlandse kentekenplaat. Alle restaurants op Italiaanse en Zwitserse bodem waar ik aan de deur rammel blijven potdicht.
So let’s ride and ride and ride…
Dan ram ik maar door, de oeverweg is gelukkig ook verlaten, door de tunnel dwars onder Locarno door, laat ze stikken in hun kaasfondue die Zwitsers! Eenmaal weer in bella Italia houd ik het voor gezien voor vandaag. Het humeur verbetert zienderogen als ik eenmaal een kamertje heb bemachtigd in de ansichtkaartambiance van Cannobio’s kinderkopjescentrum. Paard op stal, baasje gebadderd, de motorspullen druipend boven de radiatoren.Elk noemenswaardig dorp in Italië heeft een Bar Sport. Daar zit je altijd goed, ook hier aan de oeverpromenade van het Lago Maggiore. Vergeet patat of pasta, hier ga je voor de gegrilde groenten bij het hoofdgerecht. Geen wifi, want daar moet de bejaarde baas Peppino niks van hebben. Wel schuift hij ongevraagd een karaf heerlijke wijn op tafel, hoort bij het eten, is van het huis. Een gezellige buurtkroeg met vingerlikkendlekkere gerechten en een sfeer als bij grootouders thuis. Waar vind je dat anders dan Italië? Goed eten & drinken is in de Lombardijnse bergen en ook langs de meren niet gegarandeerd, maar Peppino en Peppina maken er in hun taveerne dagelijks een feestje van.

Naar Isola Bella

Een sprookje is het. Echt. Lago Maggiore in de ochtendzon. Achter de palmen spiegelen witte bergtoppen en wolken in het blauwe water, zo kennen we de Italiaanse meren weer. Denk dus niet dat je op de SS 34 naar het zuiden het rijk alleen hebt. Ook buiten het hoogseizoen puilen er vrachtauto’s, bussen, touringcars, campers, personenauto’s en fietsers overheen. Dan maar van het uitzicht genieten, voor strak en snel sturen liggen er voldoende afslagen te wachten, omhoog de bergen in. Maar eerst het non plus ultra van het Maggiore aangestuurd. Voor de mooiste baai, tussen Verbana en Stresa, liggen de Borromese eilanden, drie in getal, die als een miniatuurversie van de drie lenteschonen Garda, Como en Maggiore naar mijn gunsten dingen. Wie van de drie: Bella, Madre of Pescatori?

Isola Bella heeft de mooiste naam, nou nog een bootje vinden dat mij daarheen wil brengen. Wat ik op de parking van Piazza Marconi eerst aanzag voor een legioen ijverige parkeerwachters (mooie petten: dit is Italië!), blijken “kapiteins” te zijn van verschillende rederijen die de uiterst lucratieve vaarverbindingen met de isole Borromée onderhouden. Iedereen komt hier voor die rotspunten die boven waterspiegel liggen verankerd. Ik ook.

Het begint te regenen, precies op het moment dat ik van de loopplank op het Mooie Eiland stap. Dan maar schuilen in Caffè Lago. De muren gaan schuil achter rockmemorablia, foto’s, posters, t-shirts, gitaren, gesigneerd door grootheden als AC/DC, Aerosmith, Lou Reed, B.B. King en Bruce Springsteen die voor mij het schone eiland betraden en hier kennelijk binnendruppelden. Regent het soms vaker aan het Lago Maggiore?
Om het uur gaat een boot terug naar het vasteland. Maar wat moet ik daar? Daar regent het ook, terwijl boven de bergen een blauwe hemel treitert. Ik laat me niet gek maken, eerst maar een glas wijn. Dan me bezinnen op de vraag: koop ik nu wel of niet voor een woekerprijs zo’n flutparapluutje bij een van de souvenirstalletjes op het eiland?

Het glas is leeg, buiten is het droog. Borremian Rhapsody. De rest van de middag breng ik in een steeds sterkere roes door, dolend door paleis en tuinen op het eilandje. Isola Bella is een gouden koets waarin ook gewone stervelingen plaats kunnen nemen. De amper 320 meter X 180 meter strekkende rotsklomp barst uit zijn voegen van de kitsch: bloembedden, kassen, bomen en beeldgroepen op tien verschillende terrassen. ‘t Paleis maakt het nog bonter met, ik doe een willekeurige greep: Vlaamse wandtapijten, schilderijen en beelden van grootmeesters, kristallen kroonluchters, wapens, poppentableaus, kunstmatige grotten en meubels die zijn versierd met kostbare stoffen en edelstenen, waaronder het ledikant waarin Napoleon Bonaparte met zijn Josefientje “de nacht doorbracht” zoals dat in adellijke kringen heet. ‘You name it, they’ve got it’ op Isola Bella.

De indrukken versmelten en draaien steeds sneller rond als in een kaleidoscoop. Op een bankje aan de vaste wal hervind ik langzaam weer mijn evenwicht. De rollen zijn ondertussen omgedraaid. Boven in de bergen trekt een noodweer over, ik zit heerlijk in het voorjaarszonnetje. Blij dat ik die paraplu niet heb gekocht! Een uurtje later rij ik in het hagelspoor rond de Monte Matterone. De hemel schuift weer open, een 360 graden panorama over Alpen en meren trekt aan mijn kuipje voorbij. In mijn kop zwelt onweerstaanbaar muziek aan. Lust for life. I’ve got a lust for life. Yeah, lust for life. Iggy Pop zet de juiste slotakkoorden in. Hemelshoog tussen wolken en sneeuwbedekte Alpentoppers zweef ik boven de ‘Madonna-blauwe’ meren (aldus Winston Churchill) richting Autozugstation in Alessandria.

Subtropisch paradijs

“Een verlangen naar vijgen” noemen IJslanders het. Sinds de Grote Volksverhuizing leeft in bewoners van Noord-Europa een verlangen naar het warme, zonnige zuiden. Daar liggen de Italiaanse Meren tussen de Alpen en de rijke Lombardijse Povlakte, waar cultuur en natuur samensmelten. De bergen bieden beschutting tegen het barre klimaat in het noorden, rond de meren zijn door de eeuwen heen prachtige tuinen aangelegd en is subtropische flora aangeplant, waardoor er citrusvruchten, palmen en andere soorten exotische planten en bloemen gedijen die je zo dicht bij de Alpen niet zou verwachten. Het milde klimaat, het betoverende decor en de nabijheid van rijke Italiaanse handelssteden hebben door de eeuwen heen mensen naar de oevers van Garda, Como en Maggiore gelokt. Gefortuneerden en hun gasten, waaronder veel kunstenaars, verfraaiden de oevers met tuinen en villa’s en verspreidden in de rest van de wereld de reputatie van paradijselijke schoonheid van het gebied.

De mooiste plekjes op de oevers en eilanden in de meren werden al snel geclaimd door rijke families, vroeger de adel, tegenwoordig filmsterren en handelaren. Daar bouwden ze prachtige (nu zouden we zeggen: protserige) villa’s en legden ze uitgestrekte en weelderige tuinen aan, volgestopt met beeldhouwwerken en exotische vegetatie. Een goed voorbeeld daarvan is het Isola Bella op het Lago Maggiore, waar de adellijke familie Borromeo door de eeuwen heen een kitsch&kunstwerk van wist te maken dat zijn gelijke in Hollywood niet kent. Ook Villa Taranto aan Lago Maggiore, Villa Carlotta, Villa Melvi en Villa Serbelloni aan Lago di Como en Monte Baldo, de Tuinen van Sigurtà en Andrea Heller en Il Vittoriale degli Italiani aan Lago di Garda zijn het waard om de motor even voor te laten staan.

Hoe je ook tegen de tuinen, paleizen en villa’s aankijkt: dankzij het beschutte, milde klimaat en de menselijke ingrepen in de natuur ervan bieden de Italiaanse Meren een uniek decor voor motortochten langs de oevers en door de bergen die vlak daarnaast oprijzen. Met name in het vroege voorjaar, als ten zuiden van de Alpen de lente al is begonnen, maar de wereld daarboven nog bestaat uit duisternis, kou, sneeuw en ijs. Dan brengt de Duitse autoslaaptrein je met je motor snel en comfortabel naar diverse bestemmingen die direct op de Italiaanse Meren aansluiten. Vertrek vanaf Düsseldorf, aankomst in Allesandria. Meer weten? www.autozug.nl.

Hotels

Lago di Garda: www.hotelelisa.com
Lago di Como: www.hotelflorencebellagio.it
Lago Maggiore: www.stresahotels.net; www.pironihotel.it

Toeristische informatie

www.lagodigarda.nl
www.tignale.org
www.vittoriale.it
www.bellagiolakecomo.com
www.distrettolaghi.it
www.lagomaggiore.it
www.borromeoturismo.it

Primavera motortocht 2018 – Promotor

0

Bekijk meer van Promotor op https://www.motor.nl
Abonneer op Promotor Magazine: https://www.motor.nl/aanmelden-promotor
Volg Promotor ook op Facebook: http://www.facebook.com/promotormotome
Volg Promotor ook op Instagram: http://www.instagram.com/prowww.motor.nl

De Primavera, onze grote voorjaarsrit, is gemaakt om stramme motorspieren met veel bochten weer lekker los te krijgen. De 2018 route achtervolgt de Chineze toerist langs molens en erfgoed. Een trotse route die begint bij de Zaanse Schans en eindigt bij de Kinderdijk.

Oostenrijk: Heuvelland rond Salzburg

0

Sinds Quasimodo, de klokkenluider van de Notre Dame, weten we dat we niet bang moeten zijn voor bochels. Integendeel zelfs. Dat blijkt ook maar weer eens in de Bucklige Welt, de “bochelwereld” ten zuiden van Wenen. Dat ‘land van duizend heuvels’ is een mooi plekje aarde buiten de grootstedelijke hectiek, dat je snel in het hart sluit, speciaal als niet-gebochelde aan het stuur van een nogal onthaastend voortbewogen motorfiets.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/oostenrijk-rond-salzburg.gpx”]

Klaus Daams

Uitrit 66 van de A2 tussen Wenen en Graz, en vonkensproeiend als een kringen-in-de-hemel-trekkende oudejaarsraket streeft de Harley-Davidson Switchback naar de hoogte, door de haarspeldbochten van Grimmenstein richting Kaltenberg. De Harley maakt via de asfaltstrelende treeplanken meteen innig contact met de Bucklige Welt. Een uur later ontmoet ik in de gemoedelijke gelagkamer van Hotel Post in Kirchslag Heinz Sattler, buitengewoon goed bekend met de streek. Ik kom tijdens de briefing nauwelijks mee met het noteren van alle routetips, ‘omdat je hier zo waanzinnig mooi kunt rijden’. De balpen heeft alleen pauze als mijn tafelgenoot nog een glas wijn bestelt. Aangezien de opgewekte duizendpoot als verzekeringsadviseur uiteraard ook nog andere klanten heeft te verzorgen, en bovendien zijn geliefde Honda Blackbird momenteel een beetje hulpbehoevend is, speelt de komende dagen Josef “Pebo” Staab, gepensioneerd schoolhoofd en gepassioneerd Harleyrijder, de lokale gids.

Nauwelijks hebben de Switchback en Road King de vermoeidheid uit de koelribben geschud en Kirchschlag met vette slag verlaten, of gaan we in Lembach voor Gasthaus Stöcker al in de ankers. Seniorcheffin Hertha heeft al in 1959 de vergunning om motor te rijden verworven en ook dochter Gerda, de voor haar geraffineerde herbergskeuken geroemde ‘kruiden-Gerda’, draait graag aan het gas als de volgestopte dagplanning dat toe laat. Aan tafel krijgen we nog een paar anekdoten uit de tijd dat Gerda bij Pebo en Hertha bij diens vader op school ging. Klein is de wereld hier en dan ‘Servus, kom maar gauw terug met een groep motorrijders.’

Terugkomen. Dat kan in het land van duizend heuvels zomaar eerder gebeuren dan je denkt. In ieder geval bij diegenen die niet pietluttig een route uitknobbelen om maar in géén geval een etappe dubbel te rijden. Maar vooralsnog tovert iedere bocht een nieuwe verrassing tevoorschijn, zodat we zelfs blij zijn met het wat heiige weer. Daardoor kunnen we weliswaar slechts raden naar de Schneeberg in de nabije Weense Alpen, maar de fotostops kunnen we vergeten. Des te beter, kunnen we meer kilometers maken.

Bochtus interruptus

Zo slingeren we door met onze slagschepen, richting Blumau. Even later in Wiesmath steil bergafwaarts door Hölle, bij wintersneeuw en –ijs zeker geen feest, maar met mooi droog asfalt puur genieten. Wie vreugde beleeft aan de bestbewaarde Keltische aarden verdedigingswal van Oostenrijk, vindt die in Schwarzenbach. Meer recente geschiedenis werd in Hochwolkersdorf geschreven. Daar herinnert “Gedenkraum 1945” eraan dat hier, tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog, door onderhandelingen met de Sovjets de basis werd gelegd voor de wedergeboorte van Oostenrijk binnen de grenzen van voor de oorlog. Zonder dat zijn Schwarzenback en Hochwolkersdorf trouwens ook het vermelden waard: beide plaatsen zijn verbonden door de meest fotogenieke haarspeldbochten van de bochelwereld.

Helemaal niet zo eenvoudig, om steeds nieuwe formuleringen te vinden voor de bochtige weggetjes die zich zo glad over de rondingen van moeder natuur vleien. Voor ijzerrijders zoals wij, verdomd moeilijk om te stoppen voor de bezichtiging van toeristische bezienswaardigheden, zoals bijvoorbeeld de imposante Burg Forchenstein aan de voet van het Rosaliengebergte. Want wie houdt er nou van bochtus interruptus?

Versterkte kerken

De mens leeft niet alleen van lucht en liefde. Zeker niet rond het middaguur, wanneer de streek is doorspekt met voor de regio typerende Heurigenschenken, waar nieuwe wijnen met wat hapjes worden geserveerd. Een ommetje door Neudörfl, alles zo modern hier, en dan snel verder naar Katzelsdorf. Daar heeft de “genietboerderij” Böhm vandaag net rustdag, maar bij Döller verlaat de gast, dankzij lekkernijen uit eigen slagerij het lokaal met een voldaan gevoel.

‘De rest van de rit is ook schitterend’ verklaart Pebo. ‘Alleen maar kleine dorpjes. Stiften zoals aan de Donau zijn hier niet, maar wel veel weerkerken.’ Daarbij ontkomen we niet aan een geschiedkundige excursie. Toen de Ottomanen in een ver verleden na de val van Constantinopel in 1453 oprukten naar Midden-Europa en Wenen, versterkten de bewoners van de Bucklige Welt de muren van hun kerken, om beschutting te bieden tegen plunderende troepen. Daarachter konden zich honderden mensen wekenlang verschansen, water kwam uit speciaal daarvoor aangelegde bronnen, uit schietgaten en pekneuzen kreeg de aanvaller op zijn kop.

Meer daarover op de 98 kilometer lange Wehrkirchenstraße tussen Katzelsdorf en Edlitz. Maar ook zonder wist men zich te beschermen tegen rampspoed. Nog in 1880 bijvoorbeeld streed de bevolking tegen de aanleg van een weg van Kaltenberg naar Grimmenstein en verweerde zich daarmee met boerenslimheid tegen de verplichte belasting. Die konden de bevoegde ‘belastingambtenaren’ namelijk niet wegbrengen, vanwege de slechte toestand van de wegen. Tegenwoordig genieten wij van de gevolgen daarvan op lange termijn: een verkeerstechnisch paradijselijke situatie, zo goed als zonder brede rijkswegen. Veel zijwegen veranderen in onverharde boerenpaden, waarop onze kolossen hun off-roadeigenschappen kunnen demonstreren. Ook leuk: in Kirchslag vinden niet alleen elke vijf jaar Passiespelen plaats, de volgende in 2015, maar ook jaarlijks voorrondes van de Oostenrijkse nationale motorcrosskampioenschappen.

Gastronomisch genieten

Veel gasten komen per Rolls-Royce of helikopter naar het Triad. Het omgebouwde voormalige stalgebouw boven Bad Schönau is het gastronomische topadres van de Bucklige Welt, geleid door de met twee koksmutsen van Gault-Millau bekroonde Uwe Machreich en zijn vrouw Veronika. De 41-jarige waard blijft nuchter: ´men kan niet met één achterwerk op twee kerktorens zitten.´ Zo wimpelt hij met een knipoog de vestiging van ongetwijfeld florerende dependances van zijn toprestaurant af, terwijl hij aan het fornuis in een klassieke runderbouillon roert. Toch is er geen reden voor drempelvrees. Morsige motorrijders met trek in een stevige versterking horen net zo bij het publiek als mensen in zakenkostuum, die een 7-gangendiner vieren en aansluitend misschien nog naar het huiseigen golfterrein verdwijnen. Wie dat wil, kan in Triad zelfs kookcursussen boeken.

Wij stappen weer op de gereserveerde fauteuils van onze Harley’s en cruisen naar Schloss Krumbach, geliefd als huwelijkshotel. Geen huwelijk voor ons, het blijft bij een ereronde over de binnenplaats van het kasteel. Kort daarna hebben we toch een vluchtige liaison aan de balie-annex-tapkast van Gasthaus Buchegger in Tiefenbach. Het innig met de Bucklige Welt verbonden bedrijf viert in 2014 zijn 170-jarige bestaan. Goed voor een mooi verhaal, maar de bardame is geen prater, dus wij stappen gauw weer op om de rit te vervolgen.

En zo’n dikke V-Twin stop je niet zomaar. Ook niet voor merriemelk en edele brandewijnen die langs weg, door het brede Wiesental naar Zöbern, aangeprezen worden. Daarvoor zouden we de vloeiende swing van de motoren moeten onderbreken, dus blijven alleen de pogingen over om tussendoor een paar appeltjes voor de dorst van de overvolle takken in de berm te plukken. Schip, schraap, schop: never stop heavy metal in galop! Bergopwaarts door de haarspeldbochten en weer naar beneden door het bosrijke tehuis van de firma Wildzwijn & Co. , De rit wordt tijdelijk onderbroken in Aspang-Markt. Fans van historische spoorverbindingen weten misschien dat deze plaats aan de nooit voltooide spoorlijn Wenen- Thessaloniki ligt. Vrienden van motorvoertuigtechnische rariteiten moeten inplannen dat het Aspanger Automobielmuseum niet dagelijks is geopend, en wie van merkwaardige café-restaurants houdt, moet zeker Höller eens bezoeken.

Vurige linde

Steeds hoger gaat het nu door de wintersportgemeente Sankt Corona en Kirchberg am Weichsel naar het Freistritzsattel, met 1298 meter het hoogste punt van de Bucklige Welt en tegelijkertijd grens met de Stiermarken. De wolkengrens ligt vandaag duidelijk lager, liever even van de route af, dan in regen klappertanden. De beloning: een concert voor hete uitlaatkelken tijdens de bestorming van de 842 meter hoge Rammsattel. En daarna de stilte, begeleid door het knisperen van een afkoelende motor. Even uit het zadel tijdens een in-het-weiland-liggen-en-het-gras-horen-groeien-pauze met uitzicht op Sonnenwendstein en Großen Otter. In Friedersdorf nog een mooi verhaal: een linde met mazzel, waar midden jaren zeventig de bliksem insloeg. De boom vatte vlam en kon alleen aan de buitenkant geblust worden, van binnen smeulde het door. Totdat de echtgenoot van Maria uit Haselbach (zij vertelde ons het verhaal) een soort venster in het hout sneed, zodat ook het vuur in de binnenstam kon worden bestreden. De linde overleefde, zodat het ook de volgende lente zoemt en bromt rond de prachtige bloeiende kroon.

Maar intussen gaat het plenzen, tot de volgende dag een droge noordwester het wolkendek opentrekt en wij brommend als twee hommels, die overigens veel minder temperatuurgevoelig zijn dan bijen, het Freistritzsattel ten tweede male bezoeken. Door nu, verder naar het Paffensattel. Die is duidelijk meer inspirerend: restasfalt vol littekens als het gegroefde gezicht van een honderdjarige kerkgangster. Semmering, Gloggnitz, Burghotel Kranichberg, we flipperen weer midden door de Bucklige Welt. We gassen, remmen en blazen door, wat in Kuhberg ook tot een hysterische blafaanval van een waakhond leidt, die waarschijnlijk nog nooit eerder Pinball of Switchback heeft gezien. Maar als de hond een biker was, zou hij zeker met zijn staart kwispelen vanwege de appetijtelijke brokjes tussen Hochwolkersdorf, Bromberg, Hollenthon en Sprateck.

Vrijdagmorgen. Pebo wordt geroepen door de Harley-party in Faak, maar ik ben nog lang nie klaar met de gebochelde wereld. Vroeg vertrek ik uit Kirchschlag, om 14 uur ben ik hemelsbreed pas twintig kilometer verder gekomen. Ik wil helemaal geen einde breien aan die kluwen van kleine en kleinste weggetjes waarvan ik ben gaan houden. Omdat je hier zo waanzinnig mooi kunt rijden! Nog eens: de haarspeldbochten bij Tiefenbach om Blumau, de pelgrimskerk Maria Schnee in Kaltenberg en de windmachine bij Lichtenegg, langs de Spratzbach door het dal van de zeven molens en verder en verder. Gaandeweg zatgereden komt in Thernberg het Landgasthaus Thaler als door de knorrende maag geroepen. Daar worden, liefdevol gedrapeerd, kiproulade met spinazie, aardappelballetjes en zwammen in lichte botersaus geserveerd. Niet in de laatste plaats een optisch genot en daardoor ook op het bord een soort bochelwereld.

INFORMATIE

De Bucklige Welt, halverwege Wenen en Graz gelegen, is het perfecte contrast met de hectische grote stad. Verlaten wegen kronkelen door het “land van de duizend heuvels”, langs dorpen, boerderijen en herbergen en hopelijk ook, indien nodig, tot ontspanning.

Heenreis Het snelst gaat het via de autosnelweg richting Wenen, waarvoor tol moet worden betaald. Daarna op de A2 richting Graz tot uitrit 66 Grimmenstein. Dan wordt het de zijkanten van de banden al warm rond het rubberhart in de haarspeldbochten omhoog naar Kaltenberg. En daarna duik je diep, respectievelijk schuin, in de wonderbaarlijke wereld van de bochels.

Onderdak Zowel van west naar oost als van noord naar zuid is de afstand maximaal 40 kilometer. Om zonder bagage dagtochten te maken ligt daarom een vaste standplaats voor de hand. De volgende adressen vielen bij de beschreven toer in de smaak:

Hotel Post, Günserstraße 2, A-2860 Kirchschlag, tel. 0043-2646-2216, www.hotel-post-hoenig.at; Gasthaus Buchegger, Tiefenbach 1, A-2851 Krumbach, tel. 0043-2647-42263, www.gasthaus-buchegger.at; Triad, Ödhöfen 25, Bad Schönau, A-2853 Krumbach, tel. 0043-2646-8317, www.triad-machreich.at; Artis Hotel Schloss Krumbach, A-2851 Krumbach, tel. 0043-2647-42209, www.artis-hotels.at; Gasthof Rottensteiner, Otterthal 10, A-2880 Otterthal am Wechsel, tel.0043-2641-8200, www.gasthof-rottensteiner.at.

Bezienswaardigheden Gestage druppels hollen al ongeveer een miljoen jaar zijn steen uit, voor veel vleermuizen is hij intussen vaste verblijfsplaats: de Hermannshöhle bij Kirchberg is de grootste druipsteengrot van Niederösterreich en fascineert zowel bezoekers als zoölogen, www.hermannshoehle.at. Tot in de tweede eeuw voor Christus reiken de oorsprongen van het Keltendorp in Schwarzenbach. Toentertijd een van de belangrijkste nederzettingen in het gebied van de Oost-Alpen, tegenwoordig openluchtmuseum; het jaarlijkse Keltenfestival is een droom voor fans, www.schwarzenbach.gv.at. Eveneens al wat jaartjes achter de gebochelde rug hebben de tentoonstellingstukken uit de tijd van 1888 tot 1972 in het automobielmuseum Aspang-Markt; het spectrum reikt van koetsmobiel over een gepantserde Gräf & Stift tot Formule-V-racewagen, www.aspangmarkt.at

Opmerkelijk én interessant De tinnen figurenwereld in Katzelsdorf, samen vormen ze het grootste diorama van Oostenrijk, www.zinnfigurenwelt-katzelsdorf.at. Niet te vergeten ook de ‘Brombergse Heksenweg’ die aan hand van het voorbeeld van de in 1671 op de brandstapel verbrande Afra Schickh het lijden van de slachtoffers van de heksenvervolging documenteert en thematiseert, www.bromberg.at. Om geen slachtoffer te worden van bijvoorbeeld de naar het westen marcherende Ottomanen, verschansten de bewoners van de Bucklige Welt zich vroeger indien nodig in weerkerken, tot kleine vestingen omgebouwde godshuizen; die staan tegenwoordig voor geïnteresseerde bezoekers open langs de bewegwijzerde Wehrkirchenstraße, www.wehrkirchenstrasse.at. In elk geval komt men 60 meter dichterbij de hemel op het uitzichtsplatform van het windkrachtcomplex Lichtenegg; dat het echter ook op aarde heel mooi kan zijn bewijst het panorama over de Bucklige Welt, www.lichtenegg.gv.at

Lectuur en kaarten Er is ook in het Duits geen reisgids speciaal voor de Bucklige Welt te vinden, noch in de boekhandel aldaar, noch op internet. Als dat geen goed teken is voor een “geheimtip”. Om tenminste niet op de weg zonder oriëntering te zijn, hoewel zelfs dat hier zeker zijn charme heeft, is er de “ADAC Urlaubskarte Burgenland, Steiermark Ost” op schaal 1:150.000 voor €8,99.

Adressen Tourismusverband Bucklige Welt, Ransdorf 20, A-2813 Lichtenegg, tel. 0043-2643-701020, www.buckligewelt.at

2018 Harley-Davidson Iron 1200 & Forty-Eight Special – test Promotor

0

Bekijk meer van Promotor op https://www.motor.nl
Abonneer op Promotor Magazine: https://www.motor.nl/aanmelden-promotor
Volg Promotor ook op Facebook: http://www.facebook.com/promotormotome
Volg Promotor ook op Instagram: http://www.instagram.com/prowww.motor.nl

Jaap was in Kroatië om daar de 2018 Harley-Davidson Iron 1200 & Forty-Eight Special te testen.

Lang leve de file!

0

Als je al jaren woon/werkt op de motor heb je een soort radar ontwikkeld voor rijden in de file. Als je nog maar onlangs hebt besloten de auto doordeweeks te laten staan, kan rijden in de file best imponerend zijn. Kortom: hoe rij je min of meer zorgeloos langs al die rijen auto’s.

In Nederland mogen we ons gelukkig prijzen dat je met je motor langs de file mag rijden. In de ons omringende landen is dat zeker niet zo vanzelfsprekend. In Duitsland werd langs de file rijden onlangs nog pertinent verboden. En voor het argument dat het in Nederland wel mag, is de Polizei echt niet gevoelig. We spreken uit ervaring. Maar goed: hoe vergroot je de kans om zonder kleerscheuren langs de file te rijden.

Let op je snelheid

Risico’s stijgen aanmerkelijk wanneer de snelheid hoger is dan 75-80 km/u, maar ook wanneer de snelheid waarmee je langs de file rijdt hoger is dan 25 km/u. Dat klinkt niet onlogisch. De minste risico’s loop je wanneer een langzaam rijdende file met een snelheid van zo’n 60 km/u voortbeweegt. Rijdt de gekooide horde sneller is het beter de rijbaan te delen.

Vermijd wegmarkeringen

Wanneer de file lekker indikt, is het verleidelijk de middenstreep als een soort van veiligheidsbuffer te gebruiken. Maar weet dat wegmarkeringen niet bekend staan om hun grip. Remmen op een wegmarkering kan de tremweg meters verlengen. Niet fijn.

Verfijn je lagesnelheidsmotoriek

Het geheim van stabiel motorrijden op lage snelheden is de soepele controle van je koppeling en gashendel. Hou de omgeving goed in de gaten en probeer met ontspannen armen te rijden zodat je soepel en kalm door de file beweegt.

Ontwikkel een risicoradar

Scan de omgeving op plotselinge veranderingen. Kleine aanwijzingen – een licht gedraaid wiel, een auto die dicht op de middenstreep rijdt, ogen die actief in de zijspiegel kijken – kunnen voortekenen zijn dat een automobilist van rijbaan wil wisselen.

Plan een ontsnappingsplan

Probeer je opties in kaart te brengen. Vraag je steeds af: Wat zou ik doen als…? Evalueer de situatie en bedenk dat je altijd weer je plek in de file kunt innemen wanneer de situatie niet lekker voelt.

Wees zichtbaar

De meeste automobilisten zijn hoffelijk wanneer ze je zien. Dan sturen ze de auto naar links of rechts waardoor er meer ruimte in de file ontstaat. Maar pas op voor de dodehoek. Blijf daar niet nooit hangen en als je er niet langs komt: laat je zakken. Zorg dat je zichtbaar bent in de buitenspiegel. Gokken dat ze je wel zien, is vragen om problemen. Als de ruimtes tussen de auto’s wat groter worden, verander dan regelmatig van plek op de weg. Een van richting veranderende koplamp valt enorm op in achteruitkijkspiegels.

Safety in numbers

Achter een meer ervaren filrijder aanrijden kan heel comfortabel zijn. Als Mozes in de Dode Zee splijt die de rijen auto’s en passeer jij ze in een zee van ruimte. Gaat Mozes voor je gevoel te snel, volg ‘m dan niet en rij je eigen tempo.

Wees voorspelbaar

Als de snelweg uit meerdere rijbanen bestaat, verwachten automobilisten dat je de file tussen de twee linkse rijbanen passeert. Wanneer de linker spitsstrook is geopend is dat de meest linker rijbaan.

Met de rem in de aanslag

Rij met twee vingers op de voorrem en hou je voet in de aanslag op de achterrem. Zo blijf je alert en scherp en ben je klaar voor situaties die om een onmiddellijke reactie vragen.

Speel het spel zuiver

Filerijden is ook een spelletje. Wanneer je je aan de regels houdt, blijft het dat ook. Geef automobilisten ook de ruimte, wees galant en hou een snelheid aan die automobilisten verwachten. En zo nu en dan een vriendelijk gebaar doet niemand kwaad.

Getest: Suzuki GSX-R125

0

Het is een flink avontuur zo, tegen windkracht 8 in en ingeklemd tussen trage vrachtwagens en verkeer dat ongeduldig achter je zit te drukken tot ze weer 130 km/u kunnen. Plat op de tank het vrachtverkeer inhalend – even naar de vijf terugschakelen omdat je in zijn zes er echt niet voorbij geraakt – daagt het me ineens: Op een 125 heb je echt niets te zoeken hier.

Toch valt het op wegen waar de borden 100 aangeven nog wel mee. Daar hoef je tenminste niet in iemands slipstream te duiken om mee te komen. Daar openbaart zich ook ineens een erg zuinige kilometervreter. Is dit dan de eerste supersport waar je plezieriger kalm aan mij rijdt dan straal open?

‘Brommer?’
Waar je met een A2 motorfiets vaak nog wel het verschil kunt zien is dat voor het ongeoefende oog bij deze GSX-R125 model lastiger. De lokale brommerjeugd kijkt dan ook verwonderd naar de flitsend blauwe verschijning als ik bij de pomp stop. ‘Is dat nou wel of geen brommer joh?’, hoor ik ze aan elkaar vragen. Een vingertje naar de kentekenplaat is voldoende om de kwestie te sluiten. Een draai aan het gas zorgt echter toch wel weer voor een betwijfelde blik. De vrij lelijke pot maakt geen spetterend indruk met zijn gebrom. Bovenin de toeren zullen sommigen het j als licht irritant kunnen bestempelen. Zelf heb ik ook moeite het onderscheid te maken. De extreem lage zit, de trage acceleratie en toch ook dat geluid doen we zo terug verlangen naar mijn eigen brommertijd. Die 50 cc Yamaha TZR van een vriend van me gaat maar niet uit mijn hoofd. Bij het insturen in de bocht bijvoorbeeld, waar je door zijn geringe 134 kilo echt je eigen gewicht in de strijd moet gooien om er een beetje door te komen. Het heeft een hele grote charme. De grens opzoeken doe je dan ook al erg snel. Op een slingerende 80 weg voelt het zelfs bijna of je op een grote jongens supersport rijdt. De clip-ons en bijpassend lage zit vragen om een sportieve zit, kont helemaal naar achteren om een beetje profijt te hebben van de kuip. Rijdt je de 125R op die manier dan merk je pas echt hoe plezierig het kan zijn om met veel minder pk’s en koppel te werken. 

Kalm aan
Doordat je minder hard kan hoef je minder intensief bezig te zijn wanneer je de enkele schijf voor en achter in werking zet. Heb je iets meer tijd om rond te kijken of het multifunctionele LCD-dashboard af te lezen, dat iets weg heeft van dat van de GSX-R1000. Maar heb je ook tijd om de kleine details te overdenken. Zijn keyless-systeem bijvoorbeeld. Heel erg prettig om gewoon een knop om te draaien om hem te starten of op het stuurslot te zetten. Maar hoe sleutelloos is dat systeem daadwerkelijk als je die volledige knop uit zijn plek moet trekken om de tankdop of het zadel te openen? Om daar onder vervolgens gewoon een regulier contact te vinden. Een frappante keuze van de Japanners, maar het werkt goed dus kunnen we eigenlijk niet klagen.

Conclusie
Al met al zit de kleinste Suzuki kwalitatief sterk in elkaar. Je krijgt niet het idee dat dit als budgetmodel is gebouwd maar daadwerkelijk als instapmodel waar je vertrouwen van krijgt. Ondanks dat scoort hij qua comfort natuurlijk niet enorm hoog. Zelfs ik – met mijn bescheiden 1.75 m – met mijn ellebogen tegen mijn knieën aanzit als ik over de tank heen hang om redelijk mee te komen met het andere verkeer. Maar steek je dat af tegen het fabelachtige verbruik van 1:29,5  dan neem je dat natuurlijk voor lief. Overigens is dat ook nog inclusief een paar snelwegkilometers dus het gemiddelde kan makkelijk ergens boven de 1:30 uitkomen. Met een totaalprijs van 5.499 kost hij wel vijf meijer meer dan de naked variant. Maar hey, dan kun je niet zeggen dat je een supersport rijdt die slechts een stapje onder de GSX-R1000 zit. Dan heb je het voor dit flitsende krachtpatsertje wel over.

Tekst: Tom van Appeldoorn, Fotografie: Pim Hendriksen

Rijdende Rechter in actie

0

Op advies van de Rijdende Rechter beginnen rijschoolhouder Anton Vos en motorrijder Karel Hanse waarschijnlijk een rechtzaak tegen het CBR. Die instantie laat Hanse, die een been mist, geen rijtest afleggen op een aangepaste motorfiets. Om die test toch af te dwingen schakelde het duo Mr. Frank Visser in.

Zijwieltjes
Door de aard van zijn handicap, Hanse draagt geen prothese waarmee hij zijn been kan sturen, mag de inwoner van Albergen in Nederland alleen een zijspan of trike rijden. Iets waarin hij totaal geen zin heeft, hij wil het echte motorgevoel ervaren. In Duitsland bestaat die mogelijkheid wel. Bij het zogenaamde Feetless Biking System zijn twee uitklapbare, pneumatische zijwielen gemonteerd. Daardoor kunnen ook mensen met een been solomotor rijden.

Pleidooi
In het SBS-programma ‘Frank Visser rijdt visite’ (zie het filmpje hier) is de televisierechter overtuigd van de kansen van Hanse. In zijn pleidooi zegt hij onder meer: ‘In deze zaak gaat het er alleen om of meneer Karel medisch gezien in staat is om de motor te rijden met die zijwielen. Ik heb het idee dat die vraag door het CBR niet is beantwoord. Zij zeggen slechts: “omdat u vanwege de amputatie niet rijgeschikt bent om op een solomotor te rijden”. Hierin zijn de aanpassingen niet meegenomen.’

Importbeperking
Omdat de combinatie van een motorfiets en eenbenige motorrijders in omringende landen geen problemen opleveren, adviseert Visser desnoods Europa erbij te halen. ‘De weigering u toe te laten tot het examen, komt neer op een effectief verbod. In Europees rechterlijk verband noemen we dat een importbeperking. Het Europees recht heeft daar grote moeite mee.’