zondag 10 mei 2026
Home Blog Pagina 1469

Yamaha YZF-R3 op z’n Chinees

0

Het is wat kort door de bocht, maar de gemiddelde Chinese motorfietsfabrikant heeft er een handje van te kopiëren tot het je oren uitkomt. En het nieuwste slachtoffer van de genadeloze Chinese imitatiedrang is de Yamaha YZF-R3 of zoals zijn verre achterneefje uit de Volksrepubliek heet: de Xgjao XGJ350.

Om te beginnen vragen we ons hardop af hoe je dat uitspreekt, maar wanneer we de XGJ350 nog eens wat beter bekijkt beginnen zaken op te vallen die toch wat erger zijn dan een moeilijk uitspreekbare typenaam.

Bovenaan de lijst staat toch wel die viervoudige uitlaat. Natuurlijk staan vier pijpen een stuk ruiger dan een enkele pijp op rechts zoals bij het origineel, zou je denken. Alleen is vier dan toch wel weer een beetje te veel van het goede. 

PROFESSIONELE MENING
Behalve dat dergelijke Chinese na-aperij publiekelijk verafschuwd dient te worden, ziet de Xgjao XGJ350 er op zich niet eens zo heel slecht uit. En dat is het hem juist, op ten duur worden ze in China zo goed in het namaken, dat ze zich kunnen gaan mengen in de strijd om eigen originele motoren, want zo deden de Japanners dat in den beginne immers ook.

O, en we kwamen ondertussen ook nog de Chinese kloon van de directe concurrent van de Yamaha YZF-R3 – de Kawasaki Ninja 300 – tegen. Dames en heren, de Kengo R350!

De Chinese fabrikanten komen uiteraard alleen maar in eigen land weg met hun schaamteloos kopieergedrag. Mochten ze de modellen buiten China aan de man willen brengen, dan legt – in dit geval -Yamaha of Kawasaki de na-aper in kwestie binnen no-time over de knie.

Foto’s: Xgjao en Kengo 

Superheldenhelmen van HJC

0

Superheldenfilms zijn hot. Er lijkt geen maand voorbij te gaan of er komt weer een andere verfilming van een strip- of superheld uit in de bioscoop. Zo ook deze maand, want Captain America: Civil War draait in de bios en HJC haakt slim in.

HJC komt in samenwerking met de Amerikaanse stripuitgeverij Marvel namelijk met drie gelicenseerde superheldenhelmen. Zo kun je kiezen uit de HJC IS-17 in Iron Man-kleurstelling of de CL-17 in Captain America of The Punisher-kleuren. Die laatste zit overigens niet in de nieuwe Captain America-film, maar wel in Marvel’s Daredevil-televisieserie.

De CL-17 in The Punisher-uitvoering is trouwens wel meteen de meest ‘normale’ van de drie, want helmen met schedels en doodshoofden, die kunnen sowieso wel. De Iron Man-helm is het opvallendst omdat ‘ie naast het kenmerkende rood en goud zelfs een goud-oranje visier heeft om het plaatje af te maken.

Ben je toch meer van Team Cap, dan heb je de middenweg tussen eenvoud en overdaad. Blauw, twee vleugeltjes, een A en het schild van Captain America achterop. Prima, toch?

GRETIG AFTREK
Overigens rept HJC Europe nog geen woord over de helmen, maar met de stripheldenrage van de laatste tijd zouden ze ook in Nederland gretig aftrek vinden. Adviesprijzen in de VS liggen voor de Iron Man IS-17 op 249,99 dollar en de CL-17 in The Punisher- en Captain America-uitvoering zijn wat goedkoper à 174,99 dollar.

Of straks met het uitkomen van de nieuwe X-Men-film nog meer Marvel-helden hun eigen HJC-helm krijgen… je hoort het van ons!

[justified_image_grid ids=23739,23740,23741,23742,23743,23744,23745,23746,23747,23748,23749,23750,23751,23752,23753,23754]

Getest: Aprilia Tuono V4 1100RR

0

De nieuwe Tuono is meer dan alleen een nieuwe neus, zo merken we als we onze eigen neus dieper in de perskit duwen. Meer cc’s, meer piekvermogen en meer power bij lage toerentallen bijvoorbeeld.

Zo, met de deur in huis dan maar meteen, 175 pk en 1100 cc uit een V4-naked, dat maakt de motorgeest nieuwsgierig. Wat is er ‘nieuw’ aan de nieuwe Tuono? Het meest opvallend is natuurlijk het blok, of liever de cilinderinhoud. In tegenstelling tot zijn RSV4-broeder gelden er voor deze naked geen WK-restricties, dus dat gaf Aprilia mooi de mogelijkheid het slagvolume eens lekker op te poetsen. Waarom ook niet. Noale was namelijk vooral op zoek naar meer punch in het middengebied en besloot derhalve de boring op te schroeven van 78 naar 81 millimeter. De slag bleef met 52,3 millimeter gelijk, wat resulteert in een uiteindelijke cilinderinhoud van 1077 cc, een aardige toef meer dan de 999,6 cc van het vorige model.

EXTRA SLAGKRACHT
De vernieuwingsdrift ging echter nog iets verder, want vooral intern zijn nog wat zaken beetgepakt. De nieuwe zuigers zijn lichter, evenals de Pankl-drijfstangen en de kleinere zuigerpennen. Alleen de Oostenrijkse drijfstangen besparen in totaal al 400 gram. De ventilatieopeningen onder de krukas werden groter om de pompverliezen tot het minimum te beperken. Dit alles met het oog op minder interne weerstand en een vrijere, nog energiekere motorloop. O ja, en meer vermogen natuurlijk. Aprilia zegt nu 175 pk uit de V4 te hebben gepeuterd. Dat is 5 pk meer dan de vorige, toch al niet echt de sloomste van het stel. Maar topvermogen alleen is niet het hele verhaal. Zo groeide het koppel van 112 (bij 9.500 toeren) naar 121 Nm bij 9.000 toeren. Inderdaad: meer koppel bij lagere toerentallen. Juist daar was het om te doen. Volgens de technici in Noale zet deze Tuono bij 8.000 toeren 20 pk meer op het achterwiel dan het 2014-model. Menige A-rijbewijshouder zal voor alleen dat aantal al een kleine moord doen.

Het is al vanaf de eerste strekkende meter duidelijk voelbaar dat de Tuono in het lage- en middentoerenbereik serieus aan slagkracht heeft gewonnen. Afgaande op deze opmerking zou je bijna gaan denken dat de oude onderin nauwelijks vooruit te branden was, maar dat is allerminst waar. Nee, het enthousiasme waarmee de V4 nu van zijn plek gaat, is simpelweg overweldigend. Of beter: overdonderdend, om in Tuono-termen te blijven – Tuono is Italiaans voor donder, voor de niet-ingewijden. Dat de rauwe V4 (dat geluid, mensen, dat geluid) in alle consternatie vooral meters maakt in horizontale richting is trouwens een verdienste van het puik werkende wheelie control, dat in de minst belerende stand ‘1’ (van de drie) weliswaar een lichte mate van wheelie door de vingers ziet, maar er over de hele linie wonderwel in slaagt het voorwiel vooral aan de grond te houden. Op een motor die al bij 5.000 toeren serieus een schop onder je achterste geeft, is dat geen overbodige luxe. De haarscherpe quickshifter gooit nog wat extra kolen op het vuur door in recordtempo de volgende versnelling – en pk-lawine – voor te schotelen. Moeder, wat loopt dit hard!

OOR TE LUISTER
De remmen zijn prima in orde, zij het niet voelbaar beter dan die van zijn voorganger, ondanks het toepassen van nieuwe remblokken met een ‘betere wrijvingscoëfficiënt’. Laten we zeggen dat de Brembo-monoblocks een meer dan dikke voldoende scoren, maar dat ze wat betreft finesse minder voor de dag komen dan de (moderne) M430’s van de RSV4. Dat ligt dan ook weer voor een deel aan de rempomp. Die is in tegenstellig tot de RSV niet van het radiale type en dat merk je toch wel: het gaat allemaal met net iets minder fingerspitzengefühl. Het bewezen Bosch 9MP-ABS is uiteraard een zegen.

Noale heeft overigens zijn oor te luister gelegd bij het koperspubliek en de Tuono ergonomisch wat ontdaan van zijn scherpe randjes. Om de rijder enigszins te beschermen tegen de rijwind is het stuur smaller gemaakt en het topkuipje iets hoger. Buiten dat is het aangepaste gefacelifte frontje door de nieuwe lampenpartij ook nog eens 1,5 kilogram lichter: win-win. Het zadel is naast vijftien millimeter lager ook zachter gemaakt, voor meer comfort. Dat laatste is wat mij betreft net even een stap te ver. Hoewel het op langere afstanden ongetwijfeld winst zal opleveren qua gevoel in het achterwerk, gaat het zeker met de vlam in de pijp wel ten koste van de interactie, van huis uit een van de speerpunten van de Tuono. Goed, geen man overboord, maar van mij mag het juist iets harder. Verder is de zitpositie prima in orde. Sportief, dat zeker, maar dat past bij een machine als deze.

‘Sportief’ is trouwens een soort understatement in het zadel van deze gestripte superbike. De kwaliteiten van het van de RSV4 afgeleide rijwielgedeelte staan namelijk buiten kijf. Daarbij lijken de aanpassingen die Aprilia heeft doorgevoerd met het oog op lichtvoetiger insturen hun vruchten af te werpen. De engineers achtten het noodzakelijk het zwaartepunt omlaag te brengen voor een flitsender stuurkarakter en hebben zodoende de motor in zijn geheel wat laten zakken. Zo werd de voorvork tien millimeter korter en zakte het zadeldek vijftien millimeter. De balhoofdhoek werd ter compensatie iets aangescherpt van 25,1 naar 24,7 graden en de naloop een stevige acht millimeter ingekort tot 99,7 millimeter.

RAIN OF RACE?
Het resultaat is een Tuono die heel gemakkelijk een hoek in wil, maar ook weer niet zo gemakkelijk dat het doorslaat naar het nerveuze. Oftewel: een goed compromis. Het Sachs-veerwerk is nieuw gekalibreerd om wat meer weerstand te kunnen bieden aan de toegenomen slagkracht van de V4, en om diezelfde reden is ook de swingarm zes millimeter langer. Met de rijbalans lijkt weinig mis. Over het gripniveau achter kunnen we niet zo heel veel zeggen, want daarvoor was de asfaltkwaliteit echt te mager, maar uitgaande van ‘resultaten uit het verleden’ en de plakgarantie van de standaard Pirelli Rosso Corsa’s maak ik me daar niet zo heel veel zorgen om. Bovendien: het traction control met acht stappen staat te allen tijde stand-by. Ik moet zeggen dat ik door de lokale gladheid voor het eerst de behoefte had om het digitale vangnet richting stand 6 of 7 te dirigeren. Ook dan grijpt het systeem met veel souplesse in. De vermogensafbouw is allesbehalve abrupt en verstoort (daardoor) de balans nauwelijks. Switchen van ‘level’ is trouwens een peulenschil met de flippers op het linker armatuur. Gewoon tijdens het rijden, sterker: je hoeft je gas niet eens af te sluiten.

CONCLUSIE
Hoewel deze eerste rijindruk er een is uit de categorie slag om de arm en nattevingerwerk, merk ik dat, net als een maand eerder bij de RSV4, ook de Tuono wederom een bovengemiddeld goede indruk achterlaat. Hoewel het murw gebeukte brein vooral druk is met overleven op de bizar slechte ondergrond, slaagt de Tuono er toch in de feestvreugde te handhaven, en dat is dus vooral een verdienste van de machine zelf. Op stuurvlak lijkt de V4 toch wat stappen te hebben gezet. De lichtvoetige Aprilia laat zich razendsnel op zijn lijn zetten en blinkt uit in stabiliteit en transparantie. Motorisch is de gemaakte progressie nog duidelijker voelbaar. Had de akoestisch zo begaafde vierpitter voorheen een wat langere aanloop nodig, met een kleine 100 cc extra aan boord is de daadkracht ook in het middengebied nu absoluut verbluffend.

[justified_image_grid ids=23643,23644,22069,21776]

Racen met een Honda MSX125?

0

In Nederland komen motoren als Honda’s MSX125 – maar sowieso de 125cc-motor – niet zo van de grond. In omringende landen mag je al een stuk eerder aan het A1-rijbewijs dan in Nederland. De MSX of GROM doet het daar dus veel beter.

Maar vinden we de A1-legale MSX125 daarom minder leuk? En zouden er niet dolgraag eens mee op een kartbaan spelen? Beide vragen worden opgevolgd door een luidkeels gebrul; Allicht vinden we die wel leuk en sowieso melden we ons met plezier op welke kartbaan dan ook!

En nu heeft Honda gehoor gegeven aan die drang, met samenwerking van Honda’s raceafdeling zelfs. Dan weet je dat het serieus is. De HRC MSX125 is dan ook niet enkel sticker-tuning. Het apparaatje wordt behoorlijk serieus aangepast. Een volledig uitlaatsysteem, ontsteking met wisselbare mappings en – hou je vast – zelfs een pit limiter is aanwezig!

GAAN MET DAT DING
Daar houdt het niet op trouwens, want aan de achterzijde treffen we een schokbreker van Öhlins en ook de voorvork zal wellicht wat bewerkt zijn. Remschakelsetje om de racehouding af te maken en gaan met dat ding.

Overigens weinig duidelijkheid over een productiemodel, maar wellicht dat HRC de tuningsdelen an sich leverbaar gaat maken voor de liefhebber. De Brits/Thaise firma Tyga Performance heeft de schokbreker ontwikkeld in samenwerking met Öhlins.

De schokbreker kun je sowieso al bestellen dus, zij het voor één achtste van de prijs van een hele MSX, wat toch wel pijnlijk duur is. Laat hem via HRC leveren en je bent waarschijnlijk nog wel wat meer kwijt.

Galerij: Motor.nl in het oranje

0

Oranje is zo’n kleur, wat kun je ermee? Goed, KTM komt er natuurlijk al jaren mee weg en vroeger waren ook Laverda en Harley-Davidson erg gesteld op onze nationale kleur, maar verder…

Tot je dus eens verder gaat kijken dan je spreekwoordelijke neus lang is en opvalt; oranje is zo’n zeldzame kleur niet. Bijna alle merken hebben de felle tint tussen rood en geel ooit gevoerd op een model.

Maar hoe kan het dan dat we een eventueel oranje motorpak zelden zouden kopen omdat het eigenlijk nergens bijpast? Het is een raadsel.

OPVALLEND
Opvallend genoeg is het juist dat merk met een voorkeur voor groentinten – Kawasaki, natuurlijk – dat in het verleden nogal eens met oranje speelde en ook in het huidige gamma zitten wat voorbeelden.

Kortom, genoeg fels op twee wielen wat vandaag perfect uit de verf zou komen – we zijn ons van de slechte grap bewust. Fijne Koningsdag!

Foto’s: fabrikanten

[justified_image_grid ids=23715,23716,23717,23718,21465,23719,23720,23721,23722,11878,23723,23724]

Top-9 Coolste Ducati’s

0

Ter ere van het 90-jarig bestaan van Ducati, vonden wij het een prima idee eens in de geschiedenis van Ducati te duiken en uit te zoeken welke Ducati’s ons nou eigenlijk het best bevielen. Welke zijn het coolst, welke het mooist en welke het meest exclusief? 

De Top-9 voor de 90-jaren van het Bolognese merk werd zou heftig bediscussieerd dat we hebben besloten er geen daadwerkelijke volgorde aan te geven. Allemaal zijn cool, mooi, gaaf of indrukwekkend. 

9. SCHONE MET RAUWE RANDJES | Ducati Hypermotard SP
Een supermotard is gaaf, maar langere afstanden zijn een hel. Ducati gaf een Bolognese twist aan het supermotard-genre, hing er een L2-blok in tekende een paar gruwelijk strakke lijnen. Resultaat is een motor die gaat als een Ducati, rijdt als een supermotard en eruit ziet als een Italiaanse schone met rauwe randjes. Koop hem wel met de Termignoni-pijp en in de SP-uitvoering, als het even kan.

8. EERBETOON | Ducati Multistrada Pikes Peak
Eerbetoon aan Ducati’s dominante optredens tijdens de Pikes Peak International Hill Climb, waar toen zand en asfalt elkaar nog afwisselden op weg naar 4.300 meter hoogte. De allroad-geometrie en rijwielgedeelte waren uitermate geschikt voor het zanderig gedeelte en voor de asfaltsectie deden het brede stuur en even zo brede sloffen goede zaken. Akrapovic maakte trouwens een gruwelijk mooie uitlaat speciaal voor de Pikes Peak Multistrada, dat je het weet.

7. AANBEDEN | Ducati 998R
De ultieme evolutie van de 916 superbike voor het algemeen publiek. Of ja, algemeen. Dit zijn wel de motoren voor kenners en fijnproevers. De 998R is een zeldzaamheid aan het worden, net als de 996R en vergelijkbare homologatiemodellen trouwens, omdat er veel mee geracet werd. De overige fietsen staan vooral in woonkamers, musea en andere plekken waar ze aanbeden worden. 

6. GEK GEWORDEN | Ducati Desmosedici RR
‘Zijn ze bij Ducati gek geworden?’ Een MotoGP-machine voor op straat, wie verzint dat? Ducati dus. Indertijd een totaal gestoord concept, zeker voor dat geld. Exclusiviteit is gegarandeerd, maar qua performance is zelfs de Desmosedici RR inmiddels achterhaald, geloof het of niet. Moet nog steeds sterk in je schoenen staan er geen te kopen als je ooit de kans krijgt en er financieel de mogelijkheid voor hebt. Minder waard worden doen ze per definitie niet. Mooi alternatief voor een bank of stoel in je woonkamer, dat gelijktijdig als kunststuk kan dienen.

5. ZENUWSLOPEND | Ducati 450 Scrambler
Als ze vijftig jaar na dato een complete revolutie teweeg brengen met feitelijke remakes van iets, dan is dat iets heel bijzonder. Ja, de Scrambler van Ducati – de oude, hé – is soort van legendarisch. Machtig mooi, heel cool en retezeldzaam. Zo’n legendarisch machine verplaatsen is alleen al zenuwslopend, zeker door ellenlange suicide stand van het apparaat… o, en geel is de enige juiste kleur. Als je toch kunt kiezen.

4. SUPER LICHT | Ducati Panigale Superleggera
Magnesium zo ver het oog reikt; welkom, dit is de Superleggera-versie van de Panigale. Blok getuned tot z’n grenzen en alles wat lichter kan, is lichter gemaakt. Koolstofvezel bodywork, magnesium blokdeksels, wielen en zelfs de veer van de schokbreker. Naar verluidt komt er 200 pk uit het blok vallen bij een drooggewicht van 155 kilo. Racekit is ook verkrijgbaar en dat scheelt weer 2,5 kilo en voegt nog eens vijf paardenkrachten toe. De ‘Super lichte’-Ducati zet ook je portemonnee op dieët; 75.000 euro kost ‘ie.3. GEEN VERDERE UITLEG | Ducati Classic Paul Smart
Zo iconisch, dat groenblauwe frame, dat zilveren bodywork met glitters, de asymmetrisch geplaatste Öhlins schokbreker en die coole spaakwielen. Vergt toch verder geen uitleg waarom deze machine de lijst gehaald heeft, of wel? O ja, toch wel. Het is een ode aan Paul Smart, die met een Ducati 750 de 200 Mijlen van Imola won. Mag jij raden welke kleur het frame en kuipwerk die racer had…2. DANK JE WEL | Ducati Monster M900
De motor die ons dit lijstje laat maken in feite, want zonder de Monster had Ducati – naar alle waarschijnlijkheid – het negentigjarig jubileum nooit gehaald. De superbikes zette Ducati qua sportiviteit wel weer op de kaart, maar ‘Win on Sunday, sell on Monday’ werkt alleen als er daadwerkelijk ook iets wordt verkocht op maandag. De Monster zorgde ervoor dat dat weer lukte voor de Bolognezen. Gelukkig maar, want veel van de motoren in dit lijstje zijn ná de Monster verschenen. Dus, dank je wel, Monster!

1. HALFJE | Ducati Supermono
Men verwijdert gewoon de staande cilinder van een L-twin en prompt is het een ééncilinder. Zo kwam de Supermono te bestaan. Laat het maar aan Ducati over om van een relatief eenvoudig concept als een Supermono iets mega-exclusiefs te maken. De Supermono werd tussen 1993 en 1995, en maar 65 stuks zagen ooit het levenslicht. Dat maakt op zich al bijzonder, maar het feit dat al het kuipwerk, de kont en zelfs de tank uit carbon opgetrokken zijn helpt ook. Net als magnesium blokdeksels, kroonplaten en kettingspanners. Totaal gewicht? Slechts 121 kilo. 

Foto’s: Ducati

Honda CB500F & CB500R test met Michael van der Mark – MotoMe test – S3/06

0

Michael van der Mark is niet alleen het beste dat de Nederlandse racerij te bieden heeft, ook op mondiaal niveau is het een podiumkandidaat in de Superbike en voormalig wereldkampioen Supersport. De Rotterdammer die volgend seizoen Valentino Rossi gaat vervangen op de Yamaha M1 (even een gerucht de wereld in helpen, opletten Telegraaf!), heeft echter geen motorrijbewijs. Onverantwoord. Dus vergasten we Magic Michael op een heuse motorrijles, inclusief speciale verrichtingen als het beruchte achtje, de huiveringwekkende wipwap en achteruit inparkeren. Om toch nog iets van actie te ondernemen, sloten we het geheel af met een uur lang rammen op circuit met de Honda’s CB en CBR500 twins. MvdM’s SBK-Fireblade heeft vijfmaal meer pk’s… Werd het toch nog gezellig!

Bekijk meer van MotoMe op http://www.motome.nl

Volg MotoMe ook op Facebook: http://www.facebook.com/motometv

Allrisk je motor verzekerd voor een WA-prijs: https://www.knmv.nl/motorverzekering

Ducati Hypermotard 939 – MotoMe test – S3/06

0

Zie het design, lees de technische gegevens en je ziet direct dat Ducati’s nieuwe Hypermotard 939 de tegenpool is van de op meerdere vlakken laagdrempelige Scrambler. Om te beginnen dien je voor vooral de SP-versie een keukentrap aan te slepen als je kleiner geschapen bent dan 1.65 meter. Maar de sensatie is er niet minder om, eenmaal aan boord, domweg omdat de vorige Hypers ook al van die hooliganmachines waren. Alweer Brillemans toog naar het Spaanse Castellolí en omstreken voor de circuittest van de SP, de straattrip op de ‘gewone’. Een zonzekere bestemming, beloofde de folder.

Bekijk meer van MotoMe op http://www.motome.nl
Volg MotoMe ook op Facebook: http://www.facebook.com/motometv
Allrisk je motor verzekerd voor een WA-prijs: https://www.knmv.nl/motorverzekering

Moto Guzzi V9 Bobber & Roamer – MotoMe test – S3/06

0

Bekijk meer van MotoMe op http://www.motome.nl
Volg MotoMe ook op Facebook: http://www.facebook.com/motometv
Allrisk je motor verzekerd voor een WA-prijs: https://www.knmv.nl/motorverzekering

De typenamen V7, V8, V10 en V11 had Moto Guzzi al eerder opgesoupeerd, dus moesten de technici wel een V9 bedenken. Het werden de 853 cc Roamer en Bobber, in prestaties de licht overtreffende trap van de bestaande V7’s. Natuurlijk vierde Moto Guzzi dit feestje in huiselijke sferen, dus vormde het Comomeer eens temeer het decor van deze dubbele rijimpressie. En dames en heren, we hebben een winnaar.

MotoMe Motor TV: Aflevering 31 – S3/06

0

Bekijk meer van MotoMe op http://www.motome.nl
Volg MotoMe ook op Facebook: http://www.facebook.com/motometv

In deze misdadig veelzijdige aflevering:

Michael van der Mark is niet alleen het beste dat de Nederlandse racerij te bieden heeft, ook op mondiaal niveau is het een podiumkandidaat in de Superbike en voormalig wereldkampioen Supersport. De Rotterdammer die volgend seizoen Valentino Rossi gaat vervangen op de Yamaha M1 (even een gerucht de wereld in helpen, opletten Telegraaf!), heeft echter geen motorrijbewijs. Onverantwoord. Dus vergasten we Magic Michael op een heuse motorrijles, inclusief speciale verrichtingen als het beruchte achtje, de huiveringwekkende wipwap en achteruit inparkeren. Om toch nog iets van actie te ondernemen, sloten we het geheel af met een uur lang rammen op circuit met de Honda’s CB en CBR500 twins. MvdM’s SBK-Fireblade heeft vijfmaal meer pk’s… Werd het toch nog gezellig!

Moto Guzzi bopt en roamt door!

De typenamen V7, V8, V10 en V11 had **Moto Guzzi** al eerder opgesoupeerd, dus moesten de technici wel een **V9** bedenken. Het werden de 853 cc Roamer en Bobber, in prestaties de licht overtreffende trap van de bestaande V7’s. Natuurlijk vierde Moto Guzzi dit feestje in huiselijke sferen, dus vormde het Comomeer eens temeer het decor van deze dubbele rijimpressie. En dames en heren, we hebben een winnaar.

Ducati’s Hyperventilatiemachine

Zie het design, lees de technische gegevens en je ziet direct dat Ducati’s nieuwe Hypermotard 939 de tegenpool is van de op meerdere vlakken laagdrempelige Scrambler. Om te beginnen dien je voor vooral de SP-versie een keukentrap aan te slepen als je kleiner geschapen bent dan 1.65 meter. Maar de sensatie is er niet minder om, eenmaal aan boord, domweg omdat de vorige Hypers ook al van die hooliganmachines waren. Alweer Brillemans toog naar het Spaanse Castellolí en omstreken voor de circuittest van de SP, de straattrip op de ‘gewone’. Een zonzekere bestemming, beloofde de folder.