maandag 4 mei 2026
Home Blog Pagina 3

Jago Geerts komt naar CAD2M Dutch Masters Harfsen

0
Jago Geerts komt naar CAD2M Dutch Masters Harfsen

Goed nieuws voor de Belgische motorsportfans: Jago Geerts staat aan de start bij de tweede ronde van de CAD2M Dutch Masters of Motocross in Harfsen. De rijder heeft in Nederland al een indrukwekkende staat van dienst, met titels in de 85cc-, 125cc- en 250cc-klasse. Vorig jaar stond hij er nog op het podium in de 500cc, waardoor het bosrijke circuit voor hem geen geheimen meer kent.

Maxime Renaux komt op 3 mei naar de CAD2M Dutch Masters in Harfsen

Dit seizoen rijdt Geerts voor het Beta Factory MRT Racing Team, waar hij teamgenoot is van Rick Elzinga. Beide rijders hopen in Harfsen hun seizoen nieuw leven in te blazen. Er is de afgelopen weken hard gewerkt aan vorm en vertrouwen, en Harfsen biedt de perfecte kans om dat te tonen.

De 500cc-klasse belooft opnieuw spektakel, met namen als Jeffrey Herlings, Kay de Wolf, Romain Febvre, Pauls Jonass en Calvin Vlaanderen. Met zo’n sterk deelnemersveld kunnen de fans zich opmaken voor een spannende strijd in de bossen van Harfsen.

Foto: Photographic Art

Boudewijn Geels: ‘Verkeerde motor op het verkeerde moment’

0
Boudewijn Geels 2025

Drommels, voor de miljoenmiljardste keer heibel in het Midden-Oosten. Nu moet ik zeggen: ik heb de Iraanse ayatollah Ali Khamenei nog geen seconde gemist. En ik gun de onderdrukte Iraniërs hun (op het moment van schrijven helaas nog te bevechten) vrijheid, want elke Iraniër die ik in mijn leven ben tegengekomen was sympathiek. Maar de oorlog heeft wel grote gevolgen. De aller-, aller-, állerminst belangrijke daarvan is het verbruik van mijn Triumph Rocket 3R.

Ik kocht de motor vorig jaar omdat ik op mijn 55e zo nodig nog één keer gek wilde doen. Er moest namelijk iets gecompenseerd worden: mijn traumatische brommerjeugd. Mijn Yamaha FS1 deed het in de jaren tachtig vaker niet dan wel. Dus dacht ik: motorhandelaar Jos Engbers in Tubbergen, jij wilt 19.350 euro voor die Rocket? Pats, hier heb je ze! Geef maar mee dat zwarte kanon.

Ik vermoedde toen al dat een gevaarte van 2500 cc niet superzuinig zou zijn. Mijn vriend S., die eerder al een Rocket kocht, had me gewaarschuwd: ‘Echt bij elk pompstation is het de pits in.’

Maar S. heeft een veel onrustigere pols en meer bewijsdrang dan ik. Als je achter hem rijdt zie je hem steeds het gas loslaten, en als je dan bijna op zijn belachelijk dikke achterslof bent gebotst spuit-ie er weer vandoor. Zo’n rijstijl kost wel een paar druppels peut. Ik kan rustig een uur 103 kilometer per uur tokkelen in z’n zes. Maar ook dan moet ik nog steeds aanzienlijk vaker tanken dan toen ik nog een Kawasaki Z1000SX reed.

Boudewijn Geels: ‘Twee tegen een: idioot plan aangenomen’

En nu is er opnieuw een energiecrisis. Een duurzame vrede in het Midden-Oosten lijkt nog ver weg. Dus heeft ‘Brussel’ gezegd dat we allemaal moeten consuminderen. Maar dat kán helemaal niet met een Rocket.

Uiteraard neem ik wel de proef op de som – ook met het oog op mijn portemonnee. Mijn ultramoderne motorfiets kent geen rijmodus ‘bejaarde’, maar ik ga wel zo tuffen. Maar hoe voorzichtig ik ook optrek (Harley-rijder voor het stoplicht op de Gooiseweg in Amsterdam, ik zag je heus wel meewarig kijken), zuipen dat-ie doet!

Oké, de Ringweg A10 op nu, maximaal economisch. De motor verbruikt nu 6,5 liter op 100 kilometer. Oftewel 1 op 15,38. Op een YouTubefilmpje zag ik begin vorig jaar dat je met een Rocket 1 op 17 moet kunnen rijden. Maar op de Ring, waar je telkens moet remmen en bijgassen om niet door appende kantoorknuppels in zwarte leasebakken aan flarden te worden gereden, ga ik dat ammenooitniet halen.

Oké, een stuk binnendoor dan maar, langs Krommenie. Daar mag ik op flinke stukken maar 80. Aha! Mijn motor vindt het niet per se leuk, 80 rijden in z’n vijf/zes, maar het verbruik is opeens 5,3 liter op 100 kilometer, oftewel 1 op 18,8. Dat is met een benzinetank van 18 liter een actieradius van 339,6 kilometer. Wauw, wat een zuinige motor heb ik! Waarom schrijven zo weinig motorjournalisten dat het verbruik van zo’n Rocket nihil is? Allemaal omgekocht door de Japanse en de elektromotormaffia zeker!

Maar ik hou het nog geen drie minuten vol. Met een Ferrari kun je ook niet constant 80 rijden – al dwingen de steeds krankzinnigere Nederlandse boetes ook de rijkste patsers daar onderhand wel toe. Zelfs de geringste polsbeweging doet het verbruik van de Triumph fors omhoogschieten. Ik zucht en ga weer normaal rijden. Deze motor heb ik tenslotte ook voor de kick. De slurp-index op het scherm reageert navenant.

So be it. Als mijn tank leeg en Shell door zijn voorraad heen is, ga ik wel lopen met dit ding. Ik ben het gewend: vroeger liep ik vaker naast mijn FS1 dan dat ik erop zat.

Maar die roestige Yamaha woog geen 300 kilo…

Motor2Go dendert uit de startblokken

0

De motorwereld lijkt open te staan voor vernieuwing. Sinds de herlancering na MOTORbeurs Utrecht heeft Motor2go.nl zich in korte tijd ontwikkeld tot een platform dat veel aandacht trekt binnen de gemeenschap van motorrijders. Met ruim 5.500 motoren in het aanbod positioneert het zich tussen de grotere spelers op de markt.

Het succes wijst op een behoefte aan overzicht en duidelijkheid bij het kopen van een motor. Steeds meer rijders willen niet alleen weten wat fabrikanten en dealers vertellen, maar ook hoe andere gebruikers hun motor ervaren. Net als bij helmen en kleding spelen transparantie en gebruiksgemak een steeds belangrijkere rol bij de aanschaf. Eerlijke informatie en echte ervaringen helpen motorrijders simpelweg beter kiezen.

Met meer dan 12.000 unieke bezoekers per maand groeit Motor2go.nl gestaag verder. De site richt zich niet enkel op techniek en prijs, maar op het hele gevoel dat motorrijden oproept – of het nu gaat om verre gravelroutes of een ontspannen rit dicht bij huis. Daarmee sluit het platform aan bij de passie en beleving die motorrijders al generaties lang delen.

Honda WN7: stil vooruit, vol Honda-DNA

0
The sound of silence: Developing the Honda WN7’s character

De Honda WN7, Honda’s eerste elektrische motorfiets, verschijnt de komende weken bij dealers in heel Europa. Projectleider Masatsugu Tanaka beschrijft de filosofie achter deze mijlpaal als “Be the Wind” – een concept waarin stilte, flow en verbondenheid met de omgeving centraal staan.

Hoewel de traditionele verbrandingsmotor ontbreekt, leeft het volledige Honda-DNA voort in de WN7. Rijplezier, balans en precisie blijven de kern, nu aangedreven door stille kracht en directe gasrespons. De elektrische aandrijving is geen kopie van een benzinemotor, maar een nieuw hoofdstuk dat rijbeleving herdefinieert.

Test 2026 Honda WN7: zo rijdt de eerste ‘echte’ elektrische Honda

Dankzij snelladen – van 20 tot 80 procent in 30 minuten – combineert de WN7 praktisch gebruiksgemak met de soepelheid van elektrisch koppel. Het minimalistische design, met geïntegreerde batterij en motor, leverde al in 2026 internationale erkenning op met zowel de iF Gold Award als de Red Dot Best of the Best.

De WN7 is geen breuk met Honda’s verleden, maar een uitbreiding ervan: een stil, wendbaar symbool van wat motorrijden in de toekomst betekent – puur, overtuigend en één met de wind.

Dr. Jekill & Mr. Hyde brengt innovatie naar Vespa

0

The Jekill and Hyde Company zet een nieuwe stap met de introductie van het elektronisch regelbare Forte-uitlaatsysteem voor Vespa. Bekend van de wereld van adventuremotoren en premium motorfietsen, betreedt het bedrijf nu een geheel nieuw segment: de iconische Italiaanse scooter.

Het Forte-systeem is ontwikkeld voor de Vespa GTS/GTV 300- en 310-modellen en combineert technische verfijning met stijl. Met drie instelbare geluidsmodi — van stil tot krachtig — bepaalt de rijder met een druk op de knop het karakter van zijn rit. De ingebouwde kleppentechnologie regelt automatisch de geluidsuitvoer en voldoet volledig aan internationale regelgeving.

De combinatie van elektronische precisie en elegant design versterkt Vespa’s tijdloze charme en brengt een vleugje van de ruwe motorpassie naar de stedelijke omgeving. Met deze uitbreiding naar de scooterwereld laat Dr. Jekill & Mr. Hyde zien dat innovatie en beleving hand in hand kunnen gaan.

Een historisch overzicht van 50 jaar BMW Motorrad helmen

0

Toen BMW Motorrad in 1975 zijn eerste helm introduceerde, begon een indrukwekkend succesverhaal. De eerste integraalhelm, de “Römer-Helm”, was lichtgewicht en bood uitstekende veiligheid. Met een gewicht van slechts 1.400 gram en een innovatieve constructie, legde deze helm de basis voor voortdurende verbeteringen in comfort en zichtbaarheid.

TT-winnende BMW S 1000 RR van Peter Hickman te koop

In 1981 volgde de eerste Systemhelm, die een nieuw niveau van bescherming en veelzijdigheid introduceerde. Het afneembare kinstuk en het aerodynamische ontwerp zorgden voor een verbeterde rijervaring. De successen gingen door met de Systemhelm II in 1985, die de aerodynamica en het ventilatiesysteem optimaliseerde, gevolgd door de Systemhelm III in 1989, die nog betere wangbescherming bood.

De daaropvolgende modellen, zoals de Systemhelm 4 en 4 EVO, introduceerden nieuwe materialen en verbeterde ventilatie, waardoor het draagcomfort verder toenam. De Systemhelm 5, geïntroduceerd in 2005, hield de concurrentie bij dankzij een geïntegreerd Bluetooth-systeem en een geoptimaliseerd ventilatiesysteem.

Met de komst van de Systemhelm 6 in 2009 en de Systemhelm 7 Carbon in 2016, bleef BMW Motorrad innoveren. De recente Systemhelm 8, die in 2026 op de markt komt, belooft maximale veiligheid en comfort door de toepassing van geavanceerde materialen en technologieën zoals het MIPS-systeem.

Met een rijke geschiedenis van 50 jaar in helmtechnologie blijft BMW Motorrad de lat hoger leggen voor veiligheid, comfort en functionaliteit in de motorrijderswereld.

Benzineprijs stijgt naar hoogste niveau ooit

0
Kawasaki Z400 en Ninja 400 tanken tankstation

Vandaag is de landelijke benzineprijs gestegen naar een nieuw record: 2,603 euro per liter. Daarmee ligt de prijs fors hoger dan eerdere pieken. Voor veel automobilisten en motorrijders is het opnieuw slikken bij het tankstation.

Motorrijders laten zich niet stoppen door hoge benzineprijzen

Net als bij eerdere stijgingen spelen internationale spanningen een belangrijke rol. Blokkades van de Straat van Hormuz door Iran verstoren de olieaanvoer, wat wereldwijd zorgt voor onzekerheid en stijgende prijzen. De wereldmarkten reageren direct op deze belemmeringen van één van de belangrijkste handelsroutes voor olie en gas.

Voor motorrijders die graag kilometers maken, wordt de hobby steeds kostbaarder. Toch blijven velen rijden, blijkt uit onderzoek van Motor.NL.

FIM Flat Track World Championship finale op 9 mei in Roden

0

Op zaterdag 9 mei 2026 staat Speed Centre Roden volledig in het teken van motorsport op wereldniveau. Tijdens dit bijzondere evenement worden maar liefst twee FIM Wereldkampioenschapsfinales op één dag verreden – een unicum in de Nederlandse motorsportgeschiedenis.

Video: Flattracken met RIDERS op Speed Centre Roden

Voor het eerst vindt de FIM Flat Track World Championship-finale plaats op Nederlandse bodem. Daarmee schrijft Speed Centre Roden geschiedenis, niet alleen sportief, maar ook symbolisch: het laat zien hoe breed en levendig de motorsport hier leeft. Daarnaast wordt ook de FIM U23 Long Track World Championship-finale verreden, met een internationaal deelnemersveld dat garant staat voor spanning en spektakel.

Vanuit Nederland verschijnen meerdere rijders aan de start: drie met een wildcard en één als reserve in de Flat Track-finale, terwijl vier Nederlandse talenten meedoen aan de U23 Long Track-finale. Hun deelname maakt de dag extra bijzonder voor het thuispubliek.

Programma zaterdag 9 mei 2026

𝐅𝐈𝐌 𝐔𝟐𝟑 𝐋𝐨𝐧𝐠 𝐓𝐫𝐚𝐜𝐤 𝗪𝐨𝐫𝐥𝐝 𝐂𝐡𝐚𝐦𝐩𝐢𝐨𝐧𝐬𝐡𝐢𝐩
Rijdersvoorstelling: 12:00 uur
Start Heat 1: 12:15 uur
𝐅𝐈𝐌 𝐅𝐥𝐚𝐭 𝐓𝐫𝐚𝐜𝐤 𝗪𝐨𝐫𝐥𝐝 𝐂𝐡𝐚𝐦𝐩𝐢𝐨𝐧𝐬𝐡𝐢𝐩
Rijdersvoorstelling: 15:00 uur
Start Heat 1: 15:15 uur

Tickets en meer informatie: motorsportroden.nl.

Historie 60 jaar Vespa: de vroege jaren

0

Het is dit jaar tachtig jaar geleden dat de eerste Vespa-scooter in productie ging. Het werd een successtory van ongekende omvang. Met name de beginperiode tussen 1946 en 1960 is erg boeiend en interessant. Reden genoeg om jullie dit artikel voor te schotelen.

Laten we teruggaan naar het einde van de Tweede Wereldoorlog. Europa was ontwricht, ontzet en lag voor een behoorlijk deel in puin. De oorlogsindustrie had jarenlang op volle toeren gedraaid, allerhande fabrieken in deze sector waren flink gegroeid om aan de enorme vraag te voldoen. Deze vraag viel medio 1945 direct weg, met name de vliegtuigindustrie werd zwaar getroffen. Veel fabrikanten die werkzaam waren in deze industrie besloten om motorfietsen te gaan bouwen. Want de mensen hadden weinig geld en slechts weinigen hadden een baan. De economie in Europa moest nog op gang komen. Er was een grote behoefte aan individueel transport. Dit had tot gevolg dat er een enorme vraag ontstond naar lichte, zuinige en goedkope motoren. Deze motorfietsen moesten wel eenvoudig zijn, want door de oorlog waren enorme hoeveelheden grondstoffen opgeslokt waardoor de prijzen na de oorlog omhooggeschoten waren.

Historie 65 jaar Triumph Trident: van idee tot 2026 Trident 800

Met name in Italië, waar Piaggio al tijdens de oorlog bezig geweest was met het idee om een goedkoop vervoermiddel te ontwikkelen. Piaggio was opgericht in 1884 en vanaf 1915 actief in de luchtvaart als vliegtuigbouwer en producent van vliegtuigmotoren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde Piaggio bijvoorbeeld de bijzonder indrukwekkende P108, een viermotorige bommenwerper. Het was de enige viermotorige bommenwerper die in gebruik was door de Italiaanse Regia Aeronautica – luchtmacht – tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was een doorontwikkeling van de P50 II, die te weinig motorvermogen had om op te stijgen als hij maximaal beladen was… Mede dankzij de P108 was Piaggio een doorn in het oog van de Geallieerden, dus werden de fabrieken aan het einde van de oorlog volledig verwoest door bombardementen. Wat er nog over was aan gereedschap en materieel werd vervolgens door de Duitsers afgevoerd.

Leger-scooter als voorbeeld

Door deze dynamiek en vanwege het feit dat de Geallieerde machthebbers huiverig waren om dergelijke industrieën toe te staan, besloot Piaggio zich na de Tweede Wereldoorlog niet langer meer op de vliegtuigmarkt te richten maar zich bezig te gaan houden met de productie van gemotoriseerde tweewielers. Piaggio’s Vittorio Casino en Renzo Spolti ontwikkelden vervolgens een tweewielerprototype dat al snel de bijnaam ‘Paperino’ (Donald Duck) kreeg. Het was de MP5, Piaggio’s eerste scooter. Hij deed log en zwaar aan, je kon er ook niet ‘doorheen stappen’ zoals bij een scooter gebruikelijk was en daarmee viel hij direct al af als vervoermiddel voor rok dragende vrouwen en tuniek dragende geestelijken.

Het Amerikaanse leger gebruikte in die periode al scooters waar je wel doorheen kon stappen, de Cushman en de Motor Glide. De Cushman werd zelfs aan het front gebruikt, waar ze met parachutes gedropt konden worden. De Amerikaanse marine en de luchtmacht maakten voornamelijk gebruik van de Moto Glide. Ze waren ideaal transport op grote luchthavens en havens. Tijdens de Geallieerde opmars door Italië werden ze ook ingezet op de vele tijdelijke start- en landingsbanen, die door de Amerikaanse Aviation Engineers op velden aangelegd werden met Marston-matten. Maar de Moto Glides werden ook gebruikt op de vaste luchthavens die veroverd werden. Zoals in Genua, de thuishaven van Piaggio. Vele Moto Glides vonden hun weg naar de stad, gebruikt door luchtmachtpersoneel op zoek naar vertier.

Enrico Piaggio wist een afgeschreven Moto Glide te bemachtigen. Hij zag een enorm potentieel in deze scooter en besloot daarop om Corradino D’Ascanio opdracht te geven de MP5 te herontwerpen. D’Ascanio was een innovatief ontwerper van vliegtuigen en helikopters en daarnaast ook uitvinder. Hij had een grote hekel aan motoren, hij vond ze oncomfortabel, smerig in het gebruik door de vette ketting en het opvliegende straatvuil en hij vond ze lastig in het onderhoud. Met name bandenwissels en het repareren van lekke banden was in zijn ogen erg onpraktisch. Een scooter bood veel voordelen en een goed ontwerp gaf mogelijkheden om de minpunten van een motorfiets te elimineren.

Om van de ketting en het vuile motorblok af te zijn, besloot hij het achterwiel rechtstreeks door het motorblok aan te laten drijven. Het blok werd naast het achterwiel geplaatst. Om toch te kunnen schakelen, gebruikte hij daarom geen schakelpedaal maar combineerde hij het koppelen met het schakelen door beide functies te combineren in het linker stuurhendel. Om eenvoudige bandenreparaties mogelijk te maken liet hij het achterwiel in het motorblok dragen en ontwierp hij een eenzijdige draagarm als voorvork. D’Ascanio gebruikte het landingsgestel van een vliegtuig als zijn belangrijkste inspiratie. Hij ontwierp een sierlijke beplating die de berijder moest beschermen tegen vuil en regen en daarnaast ook vloeiend van lijn was. Vooral de zitpositie kreeg veel aandacht. Die moest comfortabel zijn maar ook bijdragen aan een goede balans van de scooter. Het resultaat werd binnen een paar dagen op papier uitgewerkt en een eerste prototype, de MP6, werd direct goedgekeurd door de directie van Piaggio.

Sportieve records
Op sportief gebied liet Vespa ook van zich spreken. Bijvoorbeeld op 7 april 1950. Die dag braken drie rijders met een speciaal geconstrueerde record-Vespa in tien uur maar liefst zeventien wereldsnelheids- en afstandsrecords in de klasse tot 125cc. Het uurrecord werd gebroken met een gemiddelde snelheid van 134 km/u, het 1.000 km-record met een snelheid van 124,3 km/u. In de tien uur die de hele recordsessie duurde, legde de Vespa een recordafstand af van 1.049 km. Vanaf het prille begin deden Vespa’s mee aan motorsportevenementen. Daarbij werden veel successen geboekt, zelfs in de loodzware Zesdaagse enduro.

Exploderende verkopen

Begin 1946 werd Piaggio’s nieuwe scooter tijdens de lentebeurs in Milaan gepresenteerd onder de naam Vespa (wesp). Volgens sommigen is deze naam gekozen vanwege zijn uitlaatgeluid, anderen menen dat Enrico Piaggio de scooter zo noemde omdat zijn vorm hem deed denken aan een wespentaille. Hoe dan ook, korte tijd later ging de Vespa in productie.

Aanvankelijk had de Vespa een 98cc-eencilinder tweetaktblok, maar dat werd eind 1947 vervangen door een 125cc-tweetaktblok. Piaggio vond het belangrijk dat de Vespa goed op de markt gezet werd. Niet als een derivaat van een motorfiets, maar als een geheel nieuw vervoermiddel. Geen motor, geen auto, maar een Vespa. Voor iedereen een handig, betaalbaar en comfortabel vervoermiddel. Geschikt voor mannen, vrouwen en de vele geestelijken in Italië die met hun lange kazuifels geen motor konden rijden. Daarnaast ontstond al snel een driewielige versie van de Vespa, de Ape, die direct waanzinnig populair werd bij vele kleine bedrijven. Overigens waren Vespa’s vanaf het prille begin technisch ook geschikt gemaakt voor zijspangebruik.

De verkopen explodeerden. In 1947 werden er 2.500 gebouwd. Eentje kwam er naar Nederland om te zien of ons land warm zou kunnen lopen voor dit nieuwe vervoermiddel. Binnen tien jaar werden naar alle werelddelen van onze planeet, met uitzondering van Antarctica, Vespa’s geëxporteerd. Dit leidde ertoe dat andere motormerken ook hun eigen scootermodellen gingen produceren.

In 1947 kreeg de Vespa een geduchte concurrent. De Lambretta van industriegigant Innocenti werd in Parijs geïntroduceerd. Lambretta’s ‘Model A’ ging vrijwel gelijk in productie. Deze scooter was ontworpen door Giuseppe Lauro – de directeur van Innocenti – en ingenieur Pierluigi Torre. De Lambretta was heel eenvoudig van opzet maar uitstekend gemaakt. Hij werd aangedreven door een zuinig 123cc-tweetaktblok met geforceerde koeling. De Lambretta werd direct een succes en vormde de reden achter de komst van de Vespa 125. Toch werd Vespa niet heel hard geraakt door al deze ontwikkelingen, hoewel de concurrentie steeds feller zou worden in de jaren ’50.

In 1948 steeg de Vespa-productie naar 10.000 exemplaren en in 1950 was dit aantal al gegroeid naar 60.000, een fenomenaal aantal voor slechts een model.

Eind 1953 werd het motorblok weer aangepast, motorgeneratie B ging over in motorgeneratie C. De boring x slag van 49,8 mm x 56,5 mm werd aangepast naar 54 mm x 54 mm en de zuiger kreeg een vlakke bovenkant. De cilinderinhoud van 125cc en het vermogen bleef ongewijzigd.

In 1954 breidde Piaggio het Vespa-modellenprogramma verder uit. Naast de 125cc-modellen werd ook de nieuwe Vespa 150 leverbaar. Het was Piaggio’s reactie op de steeds heviger wordende concurrentie van scooters die vaak meer cilinderinhoud hadden en meer vermogen leverden. Zowel de boring als de slag werden bij de 150 vergroot naar 57 mm, het vermogen steeg naar 5,5 pk. De Vespa 150 woog 90 kg (droog) en had een topsnelheid van 75 km/u. In meerdere varianten zou de 150cc-Vespa in productie blijven tot 1979. In die periode werden er 1.187.342 exemplaren gebouwd waarmee hij uit zou groeien tot één van de meest succesvolle Vespa’s uit de historie.

De nieuwe 150 was qua uiterlijk een mix van de 125cc-modellen uit 1953, het standaardmodel en de soberdere U, maar wel met de koplamp hoog voor het stuur geplaatst. De vorm van de koplamp werd in 1957 aangepast en de vorm van het afdekscherm voor het motorblok wijzigde eind 1958. De 150 was de eerste Vespa die een snelheidsmeter met kilometerteller kreeg. In 1955 bleven de 125- en 150-modellen nagenoeg ongewijzigd, maar er kwam wel een uitbreiding toen met de 150 GS. Vergeleken met de reguliere 150 kreeg de 150 GS een tweepersoons buddyseat en de wielmaat groeide met 2” naar 10”. De drieversnellingsbak kreeg er een gangwissel bij en met de nieuwe vierbak kon de 150 GS hellingen van 35% bedwingen, het was een krachtige, sportieve scooter. In 1962 werd hij opgevolgd door de 160 GS.

Vespa scooterboot, showstopper tijdens de RAI in 1953..

Herrie rond Duitse Vespa’s

De productie zou explosief groeien toen Piaggio licenties verleende, waardoor de Vespa ook in het buitenland gebouwd kon worden. De Duitse firma Hoffmann uit Lintorf nabij Düsseldorf was de eerste. In 1949 ontvingen zij een licentie van Piaggio en in december rolden de eerste Duitse Vespa’s al van de band. Het bedrijf was opgericht door Jakob Oswald Hoffmann, zoon van een banketbakker uit Düsseldorf. Na wat mislukte zaken werd hij in 1938 aandeelhouder in de Solinger Fahrradfabrik, later nam hij het bedrijf van vierhonderd werknemers helemaal over. Hoffmanns onderneming functioneerde als een fabriek zoals de nazi’s dat als ideaal nastreefden. De komst van dwangarbeiders verdrievoudigde de productie in de oorlogsjaren en vanaf 1942 ging de fabriek ook wapens produceren. In 1943 werd Hoffmann daarvoor persoonlijk gedecoreerd door Hitler zelf. De leefomstandigheden van de dwangarbeiders waren bij Hoffmann verschrikkelijk. De vrees ontstond dat de oorlogsproductie hieronder zou lijden en om die reden werd Jakob Hoffmann een toegangsverbod tot de productielijnen opgelegd. Na de Tweede Wereldoorlog ging Hoffmann fietsen en motorfietsen produceren, maar de productie van Vespa’s zou al snel de meeste productiecapaciteit opslokken. Aanvankelijk was de Vespa-licentiebouw een enorm succes voor Hoffmann.

Ondanks dat er slechts minieme motorische wijzigingen waren, adverteerde Vespa nu met een motorvermogen van 5 pk, voorheen was dit 4,5 pk. Dat bevreemdde de Duitse licentiebouwer Hoffmann, die al langer aandrong op meer motorvermogen. Hij bestelde drie in Italië bij Piaggio gebouwde Vespa 125’s. Op zijn testbank leverden de motorblokken van deze Vespa’s niet meer dan 4,1 pk. Hoffmann besloot hierop zelf een motorblok van 5 pk te ontwikkelen en in productie te nemen. Dit leidde tot de 5 pk sterke Hoffmann-Vespa Königin 125 die op de IFMA van 1953 geïntroduceerd werd. De Königin week in kleine details af van de Piaggio-Vespa. Het belangrijkste verschil zat hem in de koplampen. Naast een koplamp op de nacelle zat er ook nog een koplamp op het voorspatbord. Daarnaast had de Königin veel chromen accenten.

Piaggio concludeerde direct dat de licentieovereenkomst geschonden was en liet Hoffmann dat per brief weten. Als belangrijkste argument werd het hogere, afwijkende motorvermogen opgevoerd. Hoffmann pareerde met het feit dat Piaggio in hun advertentiecampagne van 1953 adverteerde met een motorvermogen van 5 pk voor de Vespa. Hij drong er bij Piaggio op aan om hem daar uitleg over te geven. Het antwoord kwam in een brief van 24 november 1953, hoogstpersoonlijk ondertekend door Enrico Piaggio. In de brief stond letterlijk: ‘Als we het aantal pk’s in onze reclame naar boven afronden, dan is dat jouw zaak niet.’ Hoffmanns conclusie was dat Piaggio zich niet langer aan haar eigen licentieovereenkomst hield, want zijn ‘Königin’ leverde exact het motorvermogen waar Piaggio zelf mee adverteerde. Hij besloot daarom om vanaf medio 1954 geen licentiekosten meer te betalen aan Piaggio. Het Italiaanse bedrijf wist genoeg en trok Hoffmanns licentie in. Oorspronkelijk zou deze doorlopen tot 1960. Het was de nekslag voor Hoffmann. Een aantal andere conflicten over licenties met bijvoorbeeld BMW, gecombineerd met torenhoge schulden en banken die niet langer krediet wilden verstrekken, betekenden het einde. Op 25 november 1954 vroeg de Lintorf-fabriek faillissement aan en kwam aan de eerste Vespa-licentiebouwer een einde. Voormalig luchtvaartgigant Messerschmitt, dat in financiële problemen verkeerde, reageerde direct. Zij bemachtigden de Duitse Vespa-licentie en zouden de Duitse Vespa’s in productie gaan nemen.

Vespa-clubs
Dankzij de populariteit van Vespa’s ontstonden er in heel Europa Vespa-clubs. Dat waren vaak regionale clubs die soms overkoepeld werden door een landelijke club. Op 14 en 15 januari 1955 vergaderden deze Europese Vespa-clubs voor het eerst gezamenlijk om een toerkalender vast te stellen. In heel Europa kwamen er landelijke en regionale Vespa-treffens die enorm druk bezocht werden. In Nederland waren er in 1961 zelfs 42 clubs die samen 2.500 leden telden. Deze clubs waren verenigd in een landelijke club die in 1972 ophield te bestaan. In de jaren ’60 nam de populariteit van de Vespa-clubs in ons land langzaam maar zeker af, in 1972 waren er nog maar vijf clubs over met in totaal 150 leden. Eind jaren ’70, begin jaren ’80 bloeide het clubleven weer op door een toename van de Vespa-scooterverkopen in ons land. Dat leidde begin jaren ’80 tot de oprichting van de Vespa Scooterclub Nederland. Een actieve club die nog steeds bestaat en zes regionale scooterclubs onder zich heeft. Daarnaast bestaat er sinds 2019 de Moderne Vespa Club Nederland die de nadruk legt op de moderne Vespa-modellen.

Wereldwijd verkrijgbaar

In 1950 werd ook een licentie verleend om in Frankrijk Vespa’s te gaan bouwen. Bij Ateliers de Construction de Motocycles et d’Accessoires (ACMA) in Fourchambault bij Nevers namen zevenhonderd arbeiders de productie voor hun rekening. Het werd een groot succes. In 1951 werd in Engeland begonnen met de productie van Vespa’s door de motorfabrikant Douglas. Het Spaanse Moto Vespa S.A. kreeg haar licentie in 1952. In slechts zes maanden tijd werd een modern fabriekscomplex uit de grond gestampt waarna de productie in februari 1953 in Ciudad Lineal bij Madrid een aanvang nam. In het Belgische Jette begon Motor Industry S.A. (MISA) begin 1955 met de assemblage van Vespa’s. De onderdelen kwamen uit Italië. MISA verzorgde de Vespa-productie voor de Benelux, maar exporteerde daarnaast ook scooters naar Belgisch Congo en andere landen. In Brazilië bemachtigde Panauto S.A. een licentie om Vespa’s te gaan produceren in Santa Cruz, op zo’n 60 km van Rio de Janeiro. Ieder land had zijn eigen voertuigeisen, waardoor deze modellen iets van elkaar verschilden. Met name de positie van de koplamp varieerde van stuurhoogte tot spatbordhoogte. In ons land begon de import van Vespa-scooters in 1949, twee jaar na de komst van het eerste ‘proefmodel’. Eind jaren ’50 werden er in Nederland meer Vespa’s geïmporteerd dan motorfietsen uit Duitsland en Frankrijk gecombineerd. En daar zaten toch echt erg grote en populaire merken tussen. Ons land was een belangrijk exportland voor Vespa, maar de grootste exportmarkt voor Vespa’s was Zwitserland waar ooit 1 op de 116 inwoners een Vespa had. Italië bleef koploper, daar hadden begin jaren ’60 1 op de 74 inwoners een Vespa.

In 1951 werden de eerste wijzigingen doorgevoerd op de Vespa 125. Zo kreeg de voorvering hydraulische demping en het kleine ronde achterlicht werd rechthoekig. Een duozitje werd standaard. Nieuw waren het brandstoffilter en de benzinekraan waardoor onderhoud aan de carburateur een stuk gemakkelijker werd. Het Amerikaanse postorderbedrijf Sears, Roebuck & Co sloot een importcontract met Piaggio en importeerde dat jaar de eerste 1.000 Vespa’s naar de Verenigde Staten. Het totale aantal geproduceerde Vespa’s lag aan het einde van dat jaar al op het enorme aantal van 150.000!

Het modeljaar 1953 kende een uitbreiding van het Vespa-leveringsprogramma met de (53) U. Dit was een nieuw, soberder basismodel. Vergeleken met het standaardmodel was de voorvering eenvoudiger uitgevoerd en de koplamp zat op stuurhoogte. De beplating was aangepast, het afdekscherm van het motorblok was aan de onderkant open. Hij was goedkoper en iets minder luxe dan het al bestaande model dat nagenoeg onveranderd bleef.

Wijzigingen en verbeteringen

In het Italiaanse Pontedera liep op 26 april 1956 de een miljoenste Vespa van de band en voor die gelegenheid werden veel details van de Vespa 125cc-modellen verbeterd. Daarbij werd ook gebruikgemaakt van onderdelen en technische verbeteringen die hun oorsprong kenden in de 150 GS. Die werd op zijn beurt ook weer aangepakt met zaken zoals aluminium remtrommels, verlichting in de kilometerteller/snelheidsmeter en een kleine opbergruimte in het linker afdekscherm omdat de accu kleiner werd.

De 150 GL was nieuw voor 1957. Deze had een vergrote koplampunit die verder doorliep naar de handvaten van het stuur, de buddyseat werd nieuw en de styling werd aangepast en gemoderniseerd naar het tijdsbeeld van de Fifties. De GL had een top van 88 km/u en een drooggewicht van 95 kg. Dit model zou tot 1965 in productie blijven en daarna onder de naam Vespa Sprint nog tot 1974.

Op de motorsalon van Parijs werd in 1957 ook de Vespa 400 mini-auto geïntroduceerd. De auto kon ontwikkeld worden door het grote commerciële succes van de Vespa-scooter, maar was niet in staat om dezelfde populariteit te genereren.

De styling van de 125cc Vespa’s werd voor het modeljaar 1958 flink onder handen genomen. De koplamp verhuisde van het spatbord naar het stuur, net zoals bij de 150-modellen. De eenpersoonszit en het achterrekje bleven gehandhaafd. De 125 zag er nog heerlijk klassiek uit, ondanks dat de styling nauwer verwant was aan de 150. De 150-modellen bleven vrijwel ongewijzigd, maar zouden in 1959 ook een moderniseringskuur ondergaan qua styling, waardoor er tegelijkertijd 5 kg aan gewicht bespaard werd. Ook het motorblok werd onderhanden genomen. Voortaan was 2% mengsmering voldoende (1:50 in plaats van 1:20). De vierversnellingsbak van de GS werd voortaan in alle 150-modellen ingebouwd. Nog steeds was de Vespa 150 GS de meest sportieve Vespa in het leveringsprogramma van destijds.

In 1960 ondergingen de Vespa’s opnieuw een serie kleine wijzigingen, waarvan de toepassing van een roterende inlaat een flinke verbetering van het tweetaktmotorblok betekende. De Vespa 125-modellen kregen de vierversnellingsbak als optie.

Het jaar 1960 was een bijzonder jaar voor Piaggio en Vespa. De licentiebouw was tien jaar daarvoor begonnen en daarmee was Vespa’s enorme opmars in de wereld een feit geworden. De Vespa-scooter was in 1960 met afstand de meest verkochte gemotoriseerde tweewieler ter wereld en met nog grotere afstand de meest verkochte scooter. In 1960 bereikte de Vespa-scooter een mijlpaal van maar liefst twee miljoen geproduceerde exemplaren, slechts vier jaar nadat de één miljoen bereikt was! Daarmee was Vespa’s beginperiode een tijdperk van ongekend succes.

Sovjet-Vespa
De grote verrassing in 1957 was de Wjatka uit de Sovjet-Unie. Een Vespa 150-kopie die zonder Piaggio-licentie in productie ging. De Sovjet-scooter was voor het eerst te zien in januari 1957 tijdens een landbouwtentoonstelling in Moskou, maar zou tot ieders stomme verbazing ook in West-Duitsland op de markt komen. Wjatka wilde er 10.000 per jaar bouwen. Piaggio had er geen problemen mee, omdat ze zich realiseerden dat ze in de Sovjet-Unie niets te vertellen hadden. Vergeleken met de Vespa 150 was de Wjatka wel aangepast voor de Russische markt vanwege de slechtere wegomstandigheden.

Legendarische MV Agusta levert recordbedrag op

0
1965 MV Agusta 500cc Grand Prix

De 1965 MV Agusta 500cc Grand Prix, bereden door Mike Hailwood en Giacomo Agostini, bracht tijdens een veiling bij Bonhams bijna één miljoen pond op – zo’n 1.150.000 euro. Daarmee behoort deze machine tot de duurste motoren ooit geveild in het Verenigd Koninkrijk.

De machine met frame- en motornummer 1109 speelde een hoofdrol in het Grand Prix-seizoen van 1965. Mike Hailwood behaalde dat jaar acht overwinningen en pakte met deze motor de wereldtitel in de 500cc-klasse. Ook Giacomo Agostini, die later zeven opeenvolgende titels zou winnen, reed op hetzelfde exemplaar.

Unieke MV Agusta GP-motor van Hailwood en Agostini geveild

In 1986 werd de motor gekocht door John Surtees, zelf wereldkampioen in zowel de motor- als autosport. Surtees hield de machine in perfecte staat en gebruikte hem nog regelmatig voor demonstraties, waardoor de historische racer nooit in de vergetelheid raakte.

Wat deze MV Agusta zo bijzonder maakt, is de combinatie van factoren: een aantoonbare racepedigree op het hoogste niveau met verbinding tot twee van de grootste Grand Prix-legenden — Hailwood en Agostini — een gedocumenteerde eigendomsgeschiedenis via John Surtees. Fabrieksracers uit dit tijdperk zijn nauwelijks meer op de markt, en zeker niet met deze provenance.