Harley-Davidson is terug in de Grand Prix. Niet in de vertrouwde Grand Prix-klassen van vroeger, maar met een eigen cup die perfect past bij het rauwe, Amerikaanse DNA van het merk. Tijdens de TT Assen maakt deze klasse haar opwachting als nieuw onderdeel van het programma – en vergis je niet: dit gaat serieus snel. Maar hoe is het om met deze kolossen te racen en hoe verhouden deze baggers zich tot de rondetijden van de MotoGP, Moto2 en Moto3? Dat verschil is kleiner dan je denkt.
Amerikaanser wordt het niet. De komst van de Harley-Davidson Bagger World Cup in het bijprogramma van de Grand Prix is misschien wel de meest zichtbare verandering sinds het Amerikaanse Liberty Media de rechten van de MotoGP heeft overgenomen. Deze nieuwe raceklasse is de vervanger van de MotoE World Cup, die ooit met veel trots en als parel voor de toekomst werd aangekondigd, maar na zeven jaar toch wel een flop genoemd mag worden. Vanuit het publiek en de media was er nauwelijks interesse en dat werd per jaar eerder minder dan beter. De Harley-Davidson Bagger World Cup is misschien wel het tegenovergestelde van racen met elektrische motoren. Van zoevende elektrische motoren naar een bulderend zwaar motorgeluid. Misschien is het enige vergelijkingspunt het gewicht, want beide motoren zijn zwaar.
In Europa kijken we toch een beetje raar aan tegen het racen met deze motoren. Baggers zijn van origine cruiser-motorfietsen die ontworpen zijn voor lange afstanden, gekenmerkt door de aanwezigheid van koffers aan de achterzijde. Dan denk je al snel: deze motoren zijn toch helemaal niet geschikt om mee te racen? In Amerika denken ze daar heel anders over, want de ‘King of the Baggers’-klasse staat daar al jaren op het programma binnen het Amerikaanse kampioenschap. In deze competitie nemen twee merken het tegen elkaar op: Harley-Davidson en Indian Motorcycle. En voor deze klasse blijft het publiek – in tegenstelling tot de eerder genoemde MotoE – wél zitten. Nu hoopt Liberty Media deze niet alledaagse raceklasse ook wereldwijd bekend te maken. In de nieuwe World Cup wordt er enkel gereden met Harley-Davidson Road Glides. Deze motoren zijn voorzien van een Milwaukee-Eight V-Twin motorblok, goed voor 2147 cc. De motor weegt 268 kg en levert meer dan 200 pk. Daarnaast beschikken de machines over een enorm koppel van 245 Nm en kunnen ze snelheden tot 300 km/u behalen. Deze specificaties, in combinatie met het type motorfiets, zorgen ervoor dat deze motoren heel anders bereden moeten worden dan de racemotoren die we kennen uit het MotoGP- en WorldSBK-kampioenschap.
Op 10 mei 2025 kondigden de MotoGP-organisatie en Harley-Davidson in Le Mans de nieuwe raceklasse voor 2026 aan.
Verrassend snel
Het eerste gevoel is dat je met dit type motoren, ondanks het vermogen, niet echt snel kunt gaan op een racecircuit. De koffers aan de achterkant, het gewicht en eigenlijk de complete motorfiets maken het niet bepaald comfortabel om mee te racen. Toch gaat het verrassend snel. De openingsronde van de Harley-Davidson Bagger World Cup werd verreden in het land waar de oorsprong van deze klasse ligt: Amerika. Op het Circuit of The Americas in Austin gingen deze baggers sneller rond dan de Moto3-klasse. Qua rondetijden zaten ze tussen Moto2 en Moto3 in. Eric Granado is op papier één van de favorieten in deze nieuwe World Cup. De Braziliaan heeft ervaring op Grand Prix-niveau, in internationale Superbike-competities en met MotoE-motoren. Granado weet dus waarover hij spreekt. Na de eerste test zei hij het volgende over het racen met deze baggers: “De motor is heel anders dan wat ik gewend was. De rijpositie is vrij uniek en je hebt wat tijd nodig om je eraan aan te passen, maar na een paar ronden begin je je comfortabel te voelen en vertrouwen op te bouwen. De motor gedraagt zich erg goed en je kunt hem echt tot het uiterste pushen, wat ik enorm leuk vond. Je voelt duidelijk dat hij gebouwd is als een echte racemachine. Het geluid van de motor is ongelooflijk, eerlijk gezegd een van de beste die ik ooit heb gehoord. Voor een coureur is het heel bijzonder om zo’n karakter te voelen. Ik had ook een heel goed gevoel aan de voorkant, wat helpt om met veel snelheid de bocht in te gaan. Het koppel is zeer indrukwekkend. Elke keer dat je het gas opent, in welke versnelling dan ook, voel je een sterke kracht die je razendsnel uit de bochten trekt. Je moet je rijstijl een beetje aanpassen, maar zodra je begrijpt hoe je ermee om moet gaan, kun je echt pushen en ervan genieten.”
Ook naar de TT Assen
Het deelnemersveld is nog wat klein in het eerste seizoen. De organisatie streefde ernaar om zo’n twaalf tot zestien motoren op de grid te krijgen. Bij aanvang van het seizoen waren het er slechts negen, verdeeld over vier teams. Naast Eric Granado (Brazilië) zijn Travis Wyman (Amerika), Cory West (Amerika), Dimas Ekky Pratama (Indonesië), Filippo Rovelli (Italië), Cody Wyman (Amerika), Archie McDonald (Australië), Jake Lewis (Amerika) en Oscar Gutiérrez (Spanje) de overige rijders. Ondanks het kleine startveld waren de eerste races in Austin spannend, want de beslissing viel beide keren pas in de laatste ronde. McDonald en Gutiérrez waren de winnaars. In totaal komt de Harley-Davidson Bagger World Cup tijdens zes Grand Prix-evenementen in 2026 in actie. Naast Austin racet de competitie in Mugello, Silverstone, Aragón, Spielberg en tijdens de TT Assen. Zowel op zaterdag als zondag zal er tijdens de TT Assen een race met deze Harley-Davidson-motoren worden gereden. En zoals Granado al aangaf: zet je schrap voor overweldigend geluid, spectaculaire actie met niet alledaagse racemotoren en ontzettend veel power.
Niet nieuw in de Grand Prix
Voor Harley-Davidson is het niet nieuw om onderdeel te zijn van het Grand Prix-circus. Sterker nog, in de korte periode waarin de Amerikaanse fabrikant actief was op wereldkampioenschapsniveau, waren ze zeer succesvol. De motoren waarmee in de jaren 70 werd geracet, werden echter niet in Amerika gebouwd, maar in Italië. Harley-Davidson was al aandeelhouder van Aermacchi en nam het Italiaanse merk in 1973 volledig over. Aermacchi stond daarvoor vooral bekend met Renzo Pasolini in de 250cc- en 350cc-klasse. Begin jaren 70 won de Italiaan meerdere GP’s en eindigde hij in de top van het WK. In 1973 stond er voor het eerst Harley-Davidson op de tank toen het drama in Monza plaatsvond, waarbij Pasolini en Jarno Saarinen verongelukten tijdens een tragische crash in de 250cc-race. Vanaf 1974 was Walter Villa de topcoureur van Harley-Davidson. Driemaal op rij (1974 t/m 1976) werd de Italiaan met de Harley-Davidson RR250 wereldkampioen in de 250cc. In 1976 werd Villa ook nog eens wereldkampioen met de RR350 in de 350cc-klasse. Om aan te geven hoe sterk Harley-Davidson in die jaren was: in 1975 eindigde Villa’s teamgenoot Michel Rougerie als tweede in het 250cc-wereldkampioenschap. Vanaf 1977 veranderde dat snel. Vooral de Japanse fabrikanten waren flink in opmars en de voormalige Aermacchi-fabriek deed steeds minder aan de ontwikkeling van de motoren. Na vier wereldtitels in drie jaar werd Villa in 1977 nog wel derde in het 250cc-wereldkampioenschap. Er waren toen al veel problemen met het frame, waardoor de Nederlander Nico Bakker tijdens het seizoen werd ingeschakeld. Vanaf 1978 had Harley-Davidson geen eigen fabrieksteam meer. In datzelfde jaar stopte het merk ook met al haar raceactiviteiten en werd de voormalige Aermacchi-fabriek in Varese verkocht aan Cagiva.
Fotografie: Harley Davidson, MotoGP, ANP
1 van 5
De negen deelnemers van het debuutjaar van de Harley-Davidson Bagger World Cup.
Het is even wennen om motoren met koffers op het racecircuit te zien.
Walter Villa werd in de jaren 70 vier keer wereldkampioen in de Grand Prix met Harley-Davidson.
De start van de allereerste race van de Harley-Davidson Bagger World Cup in Austin.
Racen met deze baggers vergt een iets andere rijstijl dan met Grand Prix-motoren.
Jesse Koelewijn heeft in Veldhoven de derde wedstrijddag van de Molenaar NSF100 Cup op zijn naam geschreven. Onder wisselvallige weersomstandigheden wist hij in beide races Evan Ruitenberg voor te blijven. Sylvain Sinke completeerde het podium en Siem Brakke was de snelste rookie.
De laatste jaren werden de races in Veldhoven veelal in de regen verreden en daarbij waren er vaak verrassende uitslagen. Dit jaar stond de wedstrijddag op kartbaan De Landsard een maand later op de kalender maar wederom gaven de weersvoorspellingen wisselvallig weer op. De zaterdag begon droog en Evan Ruitenberg was tijdens de kwalificaties een fractie sneller dan Jesse Koelewijn. Hij zou van polepositie mogen starten met Koelewijn en Sylvain Sinke naast hem op de eerste startrij. Lars Hiddingh, Tijn van Wijk en Engin Ali Yilmaz zouden vanaf de tweede startrij aan hun race beginnen.
Race 1
Vlak voor de start van de eerste race trokken donkere wolken samen maar bij het doven van de startlichten was het nog droog. Koelewijn nam direct na de start de leiding in handen en kreeg Ruitenberg aan zijn achterwiel mee. Sinke wist het tweetal knap in het vizier te houden, terwijl achter het drietal Van Wijk, Hiddingh en Yilmaz de strijd om de vierde plaats aangingen. Na een aantal ronden vielen de eerste druppels. Vooraan het veld wisselden Koelewijn en Ruitenberg inmiddels regelmatig de koppositie af terwijl Sinke op korte afstand volgde. Halverwege de race zette de regen door. Yilmaz had net door weten te schuiven naar de vierde plaats maar kwam even later op de snel gladder wordende baan ten val, waardoor Van Wijk de vierde plaats weer in handen had voor Hiddingh. Even later kwamen ook Bradley Frissen en Dean Postema die samen in gevecht waren om de zesde plaats ten val. Vooraan het veld hielden de podiumkandidaten het hoofd koel. Na een spannende strijd werd Koelewijn als winnaar afgevlagd voor Ruitenberg. Sinke wist op slechts 2 seconden achterstand derde te worden. Van Wijk werd vierde voor Hiddingh en rookie Siem Brakke zette zijn beste prestatie neer met een knappe zesde plaats.
Race 2
Ook in de tweede race wist Koelewijn direct de koppositie in handen te nemen voor Ruitenberg en volgde Sinke op de derde plaats. Ruitenberg zette nog wel de snelste rondetijd van de dag op de klokken maar het was Koelewijn die na 15 ronden als winnaar werd afgevlagd. Sinke stelde wederom de derde plaats veilig. Hiddingh leek de beste papieren voor de vierde plaats te hebben maar zag in de tweede helft van de race Van Wijk dichterbij komen. Van Wijk zette de aanval succesvol in en eindigde als vierde, terwijl in de laatste ronde ook Yilmaz nog net Hiddingh wist te verschalken en vijfde te worden. Een groep van maar liefst vijf rijders lieten een spannende strijd om de zevende plaats zien en het was Jovanny Postma die als eerste van de groep werd afgevlagd.
Dagklassement
De uitslag van de top drie was in beide races gelijk en daardoor was Koelewijn de winnaar van het dagtotaal voor Ruitenberg en Sinke. De beker voor de snelste rookie was voor Brakke.
Sylvain Sinke werd tijdens de openingswedstrijd in Assen ook al derde maar zat dit keer dichter bij de top twee: “Podium was het doel voor vandaag en dat is gelukt! Het was in de eerste race nog wel spannend, want toen het begon te regen voelde ik de motor af en toe wel slippen. Ik heb het iets rustiger aan moeten doen. De tweede race kon ik er echt helemaal voor gaan. Toen ik aan het einde zag dat ik voldoende ruimte had kon ik veilig uitrijden op de derde plaats, waar ik super tevreden mee ben!”
Siem Brakke hield het hoofd koel onder de wisselende omstandigheden: “Vandaag had ik in de eerste race een hele mooie P6. Toen het begon te regenen zag ik twee rijders voor me onderuit gaan. Daardoor wist ik dat ik wat rustiger aan moest doen en heb ik de sessie met precies de goede snelheid uit kunnen rijden. De tweede race ging ook wel goed maar heb ik in gevecht nog wat plekken verloren. Uiteindelijk ben ik in het dagtotaal snelste rookie geworden en heb ik een mooie beker in ontvangst mogen nemen. ”
In Hongarije kon Pedro Acosta als enige de strijd aangaan met Marc Márquez.
Sinds 2022 werd de MotoGP gedomineerd door Ducati. Maar dit seizoen is die dominantie door toedoen van Aprilia voorbij. Dat was zelfs ook het geval op Mugello, Ducati’s thuisbaan. Want daar won Marco Bezzecchi. Maar een week later sloeg het merk uit Bologna op het Balaton Park Circuit keihard terug dankzij een onnavolgbare Marc Márquez.
De GP van Hongarije bracht de zoveelste wederopstanding van Marc Márquez
Dit jaar was het vijftig jaar geleden dat er voor het eerst een Grand Prix op het ‘Autodromo Internazionale del Mugello’, oftewel het prachtige circuit in Toscane, werd verreden. Na ruim een uur racen versloeg Barry Sheene zijn landgenoot Phil Read met, zegge en schrijve, een tiende van een seconde! In al die jaren is de lay-out van de baan zelf nauwelijks veranderd. Nagenoeg alle grote coureurs wisten er te winnen. Er zijn twee namen die eruit springen. Mick Doohan won Mugello in de vijf jaren dat hij ook 500cc-wereldkampioen werd. Dat was van 1994 tot en met 1998. De serie overwinningen van de Honda-coureur op het circuit werd vervolgens verbeterd door Valentino Rossi. Voor eigen publiek zegevierde de Italiaan er van 2002 tot en met 2008. Dus zeven keer achter elkaar. De laatste jaren staat een andere naam synoniem voor Mugello. Dat is niet die van een coureur, maar van een fabrikant: Ducati. Het roemruchte Italiaanse motormerk is gehuisvest in Borgo Panigale (Bologna) op een uurtje rijden van Mugello. Mede daarom is het het testcircuit van Ducati. Nadat Casey Stoner in 2009 op deze baan voor de eerste zege met de Ducati Desmosedici tijdens de GP van Italië had gezorgd, brak zes jaar later door een pole en een tweede plaats in de race van Andrea Iannone het echte Ducati-tijdperk in Toscane aan. Want vervolgens waren het de fabriekscoureurs Andrea Dovizioso (2017), Jorge Lorenzo (2018), Danilo Petrucci (2019) en Pecco Bagnaia (2022), die als winnaar in Mugello over de finish kwamen. Daarna werd de suprematie van de Rode Raketten uit Bologna nog groter. Want Bagnaia won niet alleen in 2023 en 2024, in beide jaren konden de tifosi ook een volledig Ducati-podium bejubelen. En dat was afgelopen jaar met Marc Márquez, Alex Márquez en Fabio Di Giannantonio nogmaals het geval. Bovendien eindigde Pecco Bagnaia ook nog eens als vierde. Groter en mooier kon het voor de ‘Ducatisti’ niet worden, zou je denken. Dat blijkt zo te zijn. Want dit jaar lijkt de macht in de MotoGP te zijn overgenomen door een ander Italiaans motormerk. En dat is Aprilia. Voor velen geldt die machtsovername als een verrassing. Maar een aantal achterliggende feiten geeft aan dat dit geen toeval is.
Marco Bezzecchi (72) en Jorge Martin (89) zorgden voor een historische zege van Aprilia op Mugello
Sleutelrol
Een sleutelrol in dit alles is weggelegd voor Gigi Dall’Igna. De Italiaanse ingenieur die als jongeling (26 jaar) in 1992 bij Aprilia in dienst trad. Hij vond daar in de raceafdeling in de Nederlandse technici Jan Witteveen en Jan Thiel zijn leermeesters. Dertig jaar later, in 2012 dus, had Dall’Igna bij Aprilia alles gewonnen wat er te winnen viel. Dat waren de wereldtitels in de 125cc, 250cc, Superbikes en het CRT-kampioenschap binnen de MotoGP-klasse. Budget om een volwaardige MotoGP-machine te bouwen was er op dat moment bij Aprilia niet en kwam er ook niet. Toen Dall’Igna dan ook een aanbieding kreeg van grote concurrent Ducati om daar de leiding over de racerij te krijgen, besloot hij daar na lang wikken en wegen op in te gaan.
Dit tot grote teleurstelling en ergernis van Roberto Colaninno, de eigenaar van het Piaggio-concern waartoe Aprilia sinds 2004 behoort. De machtige en invloedrijke Italiaanse industrieel had vanaf dat moment maar één doel voor ogen: Ducati en ook Dall’Igna verslaan. Die drang werd nog groter toen genoemde combinatie in 2022 voor het eerst samen de MotoGP-wereldtitel veroverde. Daarop zorgde Colaninno ervoor dat het budget voor het Aprilia MotoGP-project met Piaggio-geld verder werd opgeschroefd. Iets waar Dall’Igna al in 2012 om had gevraagd. Intussen had Aprilia in 2019 Massimo Rivola aangetrokken als nieuwe MotoGP-baas. Deze Italiaan had daarvoor op succesvolle wijze verschillende functies in de Formule 1 bij de teams van Minardi en Ferrari vervuld. Zijn aanstelling leidde er mede toe dat Aprilia in 2022 weer met een eigen fabrieksteam aan de MotoGP ging deelnemen. Daarvoor was er een samenwerkingsverband met Gresini Racing. Ook zorgde Rivola ervoor dat verschillende F1-technici (zowel op aerodynamisch als motorisch gebied) voor Aprilia aan het werk gingen. De resultaten werden, mede door het concessiesysteem, beter en beter met als uitkomst dat Aleix Espargaró in 2022 in Argentinië met de Aprilia RS-GP de eerste GP-zege wist te behalen. De ingeslagen weg naar de zo gewenste wereldtitel had daarmee zijn eerste grote succes opgeleverd. Mocht die titel worden behaald, dan maakt Roberto Colaninno dat helaas niet meer mee. Hij overleed in 2023 op 80-jarige leeftijd. De leiding van het Piaggio-concern en zo van Aprilia is nu in handen van zijn zonen Michele en Matteo Colaninno. Zij zullen er alles aan doen om de droom van hun vader, het veroveren van de MotoGP-wereldtitel, uit te laten komen. Eind 2024 leek er een kink in de kabel te komen toen bekend werd dat Romano Albesiano (de opvolger van Dall’Igna) Aprilia na een lang dienstverband ging verlaten om technisch directeur bij Honda Racing Corporation te worden. Maar een vervanger was snel gevonden in de persoon van Fabiano Sterlacchini, die na een korte periode bij KTM bij Ducati lange tijd de rechterhand van Dall’Igna was geweest. Zo was de stoelendans onder de Italiaanse toptechneuten, die elkaar dus allemaal heel goed kennen, weer rond.
Ook wat betreft het aantrekken van rijders blijken Massimo Rivola en zijn team kennis van zaken te hebben. Want op dit moment heeft Aprilia met de fabriekscoureurs Marco Bezzecchi en Jorge Martin plus het Trackhouse-duo Raul Fernandez en Ai Ogura vier toppers in huis. Zo groeit wat eens een lelijk eendje was meer en meer op tot een statige zwarte zwaan. Net zoals in het beroemde sprookje van Hans Christian Andersen.
De Italiaanse racefans kijken toe als Aprilia en Ducati strijden om de macht op Mugello
Casa nostra
Juist de 2026-aflevering van ‘Il Gran Premio d’Italia al Mugello’ had voor Ducati een absoluut hoogtepunt moeten worden. In de eerste plaats omdat het fameuze motormerk dit jaar zijn 100-jarig jubileum viert en dat met allerlei activiteiten gepaard laat gaan. Bovendien zou het Lenovo Ducati-fabrieksteam bij winst in Mugello zijn honderdste GP-zege scoren. En als dat door Marc Márquez zou gebeuren, was het tevens de honderdste GP-zege voor de Spaanse coureur.
Gezien wat Aprilia tijdens de eerste zes GP’s van dit seizoen had laten zien, reisde het merk uit Noale als favoriet naar Mugello af. Dat deed het tevens in de wetenschap dat er door de goede resultaten eindelijk een hoofdsponsor was gevonden. Want na de fabrieksteams van Ducati en Yamaha en het VR46-team wordt nu ook het Aprilia-fabrieksteam door Monster Energy Drinks als racende reclamezuil gebruikt. In Mugello werd het direct een heel snelle zuil, want met 368,8 km/u vestigden zowel Martin als Bezzecchi met de RS-GP een nieuw absoluut topsnelheidsrecord in de MotoGP.
Niet lang daarna kon de volgende primeur worden bejubeld, want voor het eerst bezetten Aprilia-coureurs de eerste startrij. Naast Bezzecchi, die met een tijd van 1.43,921 een absoluut ronderecord op Mugello realiseerde, waren dat Fernandez en Martin. De weer teruggekeerde, maar nog niet volledig fitte Marc Márquez was als vierde de best geklasseerde Ducati-rijder. Vervolgens was het toch wel een verrassing dat Fernandez de Sprint won voor Martin. Fabio Di Giannantonio (Ducati) voorkwam een volledig Aprilia-podium door Bezzecchi (vierde) achter zich te houden.
Ook tijdens deze GP zou ‘Bezz’ het op zondag veel beter doen dan op zaterdag. Voor een recordaantal, veelal Italiaanse, toeschouwers bezweek de 27-jarige Italiaan niet onder de immense druk. Nadat Pecco Bagnaia in de eerste helft van de race het tempo had gedicteerd, was het Bezzecchi die in de tweede helft ervan het initiatief naar zich toetrok. Zo scoorde hij niet alleen voor zichzelf zijn eerste zege op Mugello, maar ook voor Aprilia. Althans in de MotoGP-klasse. Jorge Martin maakte het succes van het fabrieksteam compleet door tweede te worden. Het Aprilia-succes was zelfs nog groter geweest als Ai Ogura (komend van de dertiende plaats) zich in de laatste bocht niet terug had laten pakken door Bagnaia. Die redde met zijn derde plaats zo nog wat van de Ducati-eer.
Na hun Sprint-podiums hadden Raul Fernandez (schakelfout) en Fabio Di Giannantonio (kwam klem te zitten) de pech al in de eerste bocht op grote achterstand te geraken. Uiteindelijk werden ze respectievelijk negende en vijfde. KTM-kopman Pedro Acosta (zesde) en Marc Márquez (zevende) konden zich om verschillende redenen dit keer niet met de strijd om de topposities bemoeien.
Zo kon het Aprilia-team gaan feestvieren. Dat deden de leden niet alleen met champagne, maar ook door met z’n allen op de foto te gaan. Daarbij werd op de pitborden vermeld: ‘Casa Nostra’. Oftewel ‘Ons huis’. Mugello is niet langer exclusief in handen van Ducati. En dat deed zeker pijn in Bologna….
Onbezonnen actie
Vervolgens reisde het hele racecircus direct door naar Hongarije, waar met het Balaton Park Circuit een compleet andere baan wachtte dan Mugello. Tijdens de première verleden jaar heerste Marc Márquez op het Mickey Mouse-baantje. De verwachting dat hij dat opnieuw zou kunnen doen, was gezien zijn lichamelijke conditie niet erg groot. Dat was ook hijzelf van mening. Hoe anders zou het lopen….
Het begon al op vrijdag toen de regerend wereldkampioen tijdens de eerste training direct de snelste tijd noteerde. De ‘MM93-show’ kreeg op zaterdag een vervolg omdat Márquez in Q2 bij het ingaan van zijn tweede ronde onderuit schoof. Het weerhield hem er niet van om op de licht beschadigde machine toch nog de pole te pakken voor de jonkies Pedro Acosta en Fermin Aldeguer. Het Aprilia-duo Bezzecchi en Martin kwam slechts tot de startplaatsen zes en acht.
Drie uur later liet Márquez er tijdens de Sprint geen gras over groeien wat zijn bedoeling was. Dat was ‘gewoon’ winnen! Na een perfecte start was dat dertien ronden later een feit. Acosta was de enige die nog een beetje in de buurt kon blijven bij de teruggekeerde titelhouder, maar hij moest zich toch neerleggen bij de tweede plaats. Als derde verzamelde WK-leider Bezzecchi waardevolle punten. Ook al omdat Martin, zijn grootste concurrent in de titelstrijd, niet verder kwam dan de zesde plaats.
Een week later volgde een gedenkwaardige afgang op Balaton Park
De grote vraag was vervolgens wat Marc Márquez op zondag zou kunnen doen. De GP-race was immers twee keer zo lang. En hoe zou zijn lichaam daarop reageren? Voor die vraag kon worden beantwoord, zorgde Jorge Martin voor een onverwachte klapper. De wereldkampioen van 2024 nam voor de eerste bocht veel te veel risico, ging onderuit en ramde tevens zijn Aprilia-teamgenoot Bezzecchi, Fernandez (ook Aprilia) en de Ducati-coureurs Aldeguer en Di Giannantonio onderuit. Oftewel de nummers 1, 2, 3, 8 en 10 uit de WK-stand. Ducati leed in Mugello heel veel pijn, maar Aprilia deed dat hier misschien nog wel meer. De onbezonnen actie van Martin werd bestraft met twee long laps tijdens zijn volgende GP-race.
Zo werd de strijd om de zege in Hongarije opnieuw een aangelegenheid tussen Márquez en Acosta. Alleen nam laatstgenoemde (op een zachte achterband onderweg) nu wel de eerste plaats van eerstgenoemde (op een medium) over. Zo bleef het tot halverwege de wedstrijd. Toen vond Márquez dat zijn tijd was gekomen. Er ontspon zich een keihard maar fair duel tussen de twee Spanjaarden. De titelhouder had tegen de verwachtingen in nog genoeg energie over om uiteindelijk toch zijn honderdste GP-zege te kunnen gaan vieren. Tevens de honderdste van het Ducati-fabrieksteam. Voor het team eindigde een wat onzichtbare Pecco Bagnaia als derde.
Al met al nam Ducati zo revanche voor de nederlaag op Mugello, maar dat gebeurde toch wel op onverwachte wijze. Omdat de top drie in de WK-stand geen punten scoorde, blijft Bezzecchi daarin met 180 punten aan de leiding voor Martin en Di Giannantonio. Marc Márquez is door zijn twee zeges in Hongarije opgeklommen naar de vijfde positie met 108 punten. Moeten Marco Bezzecchi en Aprilia zich dan toch nog zorgen gaan maken? De volgende GP is die van Tsjechië van 19 tot en met 21 juni in Brno.
Marc Márquez (l) en Pecco Bagnaia vieren de 100ste GP-zege van het Ducati-fabrieksteam. (En van MM93)
UITSLAGEN EN TUSSENSTAND
GRAND PRIX VAN ITALIË
CIRCUIT: AUTODROMO INTERNAZIONAL DEL MUGELLO
Lengte:5245 meter
Pole position: Marco Bezzecchi (Aprilia), 1.43,921 (181,6 km/u)
Snelste raceronde: Francesco Bagnaia (Ducati), 1.45,470 (179,0 km/h)
SPRINT ITALIË
11 ronden = 57,695 km
1.Raul Fernandez (E), Aprilia, 19.28,408; 2. Jorge Martin (E), Aprilia, +1,289; 3. Fabio Di Giannantonio (I), Ducati, +3,287; 4. Marco Bezzecchi (I), Aprilia, +4,481; 5. Marc Márquez (E), Ducati, +9,055; 6. Fermin Aldeguer (E), Ducati, +9,758; 7. Francesco Bagnaia (I), Ducati, +10,983; 8. Ai Ogura (J), Aprilia, +11,411; 9. Pedro Acosta (E), KTM, +11,809.
Racegemiddelde winnaar: 177,7 km/u
Snelste ronde (2e): R. Fernandez, 1.44,712 = 180,3 km/u
MOTOGP ITALIË
23 ronden = 120,635 km
1.Bezzecchi, 40.57,347; 2. Martin, +3,559; 3. Bagnaia, +5,098; 4. Ogura, +5,132; 5. Di Giannantonio, +5,453; 6. Acosta, +7,467; 7. M. Márquez, +10,762; 8. Aldequer, +14,644; 9. R. Fernandez, +13,380; 10. Diogo Moreira (BR), Honda, +21,366; 11. Brad Binder (ZAF), KTM, +21,479; 12. Joan Mir (E), Honda, +21,795; 13. Luca Marini (I), Honda, +22,059; 14. Franco Morbidelli (I), Ducati, +29,789; 15. Jack Miller (AUS), Yamaha, +32,289.
BMW Motorrad World Endurance Team met Michael van der Mark (links) viert de thuisoverwinning op Spa-Francorchamps.
Michael van der Mark heeft met BMW zijn eerste WK Endurance-zege buiten Japan behaald. Tijdens de 8 Uur van Spa-Francorchamps was het BMW Motorrad World Endurance Team, met Van der Mark, Markus Reiterberger en Steven Odendaal als rijders, het sterkst onder voortdurend wisselende weersomstandigheden in de Ardennen. YART Yamaha eindigde als tweede, voor Kawasaki Webike Trickstar.
Het BMW Motorrad World Endurance Team mocht vanaf poleposition vertrekken tijdens de thuisrace van het team op Spa-Francorchamps. Een garantie voor een topresultaat is dat allesbehalve in het WK Endurance, en daar kan de equipe van de Belg Werner Daemen over meepraten. Vorig jaar was het BMW-team op weg naar de wereldtitel tijdens de Bol d’Or, toen een technisch probleem na 23,5 van de 24 uur racen roet in het eten gooide. Ook tijdens de openingsronde van het WK Endurance in 2024 ging het voor BMW mis. Tijdens de 24 Uur van Le Mans leek Michael van der Mark in de voetsporen te treden van zijn vader Henk, die deze race in 1984 had gewonnen. Zestien uur lang reed het BMW-team op kop, totdat technische problemen en een crash zich voordeden. Regerend wereldkampioen YART Yamaha profiteerde en won met Marvin Fritz, Karel Hanika en Leandro Mercado de eerste race van het seizoen.
De start van een WK Endurance-race, en zeker midden in de Ardennen, blijft een schitterend gezicht
Veel merken vooraan
Maar deze keer, tijdens de tweede ronde van 2026 op Spa-Francorchamps, waar een achtuursrace werd verreden, ging er niets mis voor het BMW Motorrad World Endurance Team. In de eerste uren van de race bleef een kopgroep van vijf teams met vijf verschillende merken (BMW, Suzuki, Honda, Kawasaki en Yamaha) vooraan rijden. BMW reed in de openingsstint met Reiterberger grotendeels op de tweede plek, maar toen Odendaal het stuur overnam, kwam BMW aan de leiding en die zouden ze niet meer afstaan. Vervolgens was het de beurt aan Van der Mark en in deze volgorde reed het team hun stints. De kopgroep werd al snel kleiner. Yoshimura SERT Motul (Suzuki) was met Gregg Black na een half uur onderuitgegaan. Vanuit het achterveld wist het Suzuki-team nog knap naar voren te komen en als vierde te finishen. F.C.C. TSR Honda France reed in de openingsstint zelfs nog aan de leiding, maar kreeg gaandeweg te maken met problemen en zou na zo’n vier uur uitvallen. Kawasaki Webike Trickstar maakte aanvankelijk ook deel uit van de kopgroep, maar moest gedurende de race terrein prijsgeven. Roman Ramos, Grégory Leblanc en Christian Gamarino zouden uiteindelijk als derde finishen.
Michael van der Mark won zijn eerste EWC-race voor BMW én buiten Japan
Strategie maakt het verschil
Net als in Le Mans ging het tussen BMW en YART Yamaha. Het was lange tijd een secondenspel, maar wel een dat tussen het derde en zesde uur in het voordeel van BMW verliep. Ze bouwden een voorsprong langzaam uit tot één minuut en zelfs tot ruim één ronde. Dit gebeurde in een periode waarin de weersomstandigheden in de Ardennen voortdurend wisselden. Vanaf het begin van de race druppelde het al af en toe, maar na ruim drie uur begon het echt te regenen en moesten de rijders binnenkomen voor regenbanden. De regen zette niet echt door, waardoor de rijders niet veel later weer binnenkwamen voor slicks. Even later volgden echter opnieuw diverse buien. Hierdoor maakten veel teams extra pitstops om weer terug te wisselen naar regenbanden. Ook bij YART Yamaha gebeurde dat, terwijl de strategie van BMW vlekkeloos verliep. YART Yamaha was in de slotfase sneller en joeg op de eerste plek, maar BMW maakte het verschil met de pitstopstrategie. Toen de ideale lijn in het slotuur weer helemaal droog was, was het verschil op de baan tussen de nummers één en twee ruim één minuut en bijna gelijk aan de tijd die YART Yamaha in totaal langer in de pits had doorgebracht. In het slotuur reed Odendaal het BMW Motorrad World Endurance Team naar de overwinning. Daarmee stijgt het team, achter YART Yamaha en Yoshimura SERT Motul, naar de derde plek in het WK-klassement. De 8 Uur van Suzuka en de Bol d’Or, de 24-uursrace op Paul Ricard, staan nog op de kalender. Voor Van der Mark betekende het zijn eerste WK Endurance-zege in dienst van BMW en zijn eerste buiten de 8 Uur van Suzuka, die hij in zijn carrière al vier keer wist te winnen. Van der Mark: “We waren snel in alle condities. Het was typisch Spa met het lastige weer. Het team maakte de juiste beslissingen. Het is bijzonder om hier te winnen.”
Bo Bendsneyder maakte indruk met zijn snelheid, maar eindigde de race met een harde crash
Flinke crash Bendsneyder
Bo Bendsneyder maakte zijn debuut in een WK Endurance-race. De Rotterdammer is normaal gesproken de vierde rijder van het Elf Marc VDS Racing Team/KM99 (Yamaha), een positie waarbij je enkel de trainingen rijdt. Omdat Alessandro Delbianco verplichtingen had in het Italiaans Superbike-kampioenschap, mocht Bendsneyder samen met Randy de Puniet en Florian Marino de race rijden. Dat ging aanvankelijk heel goed. Bendsneyder liet een sterk tempo zien. Elf Marc VDS Racing Team/KM99 reed net achter de kopgroep op de zesde positie, maar streed halverwege de race mee om de laatste podiumplaats. Door een technisch probleem verloren ze tijd in de pits en later ook nog door een verkeerde bandenkeuze. Toen Bendsneyder in het laatste uur op de motor stapte, reed het team op de achtste plaats algemeen. Het ging echter mis in de outlap, toen de Nederlander hard onderuit schoof nadat hij een natte plek op het asfalt leek te raken. De motor liep veel schade op en Bendsneyder raakte geblesseerd aan zijn schouder. De machine kon nog wel naar de pits worden gebracht en gerepareerd, waardoor Elf Marc VDS Racing Team/KM99 alsnog als laatste EWC-team op de vijftiende plaats finishte. Ook Ricardo Brink ging met Honda No Limits onderuit, al gebeurde dat al na ruim een uur racen. Later zou ook zijn teamgenoot crashen en kreeg het Honda-team in de slotfase te kampen met technische problemen, waardoor het niet in de einduitslag werd opgenomen. Dankzij hun tweede plaats in de Superstock-categorie tijdens de 24 Uur van Le Mans staan ze nog altijd tweede in de tussenstand van deze klasse. In totaal kwamen er vijf Nederlanders aan de start. Kay van Steenbergen werd met Infiniteam Flam Racing (Yamaha) twaalfde in de Superstock-klasse en Milan Merckelbagh eindigde met JMA Racing Action Bike 34 (Suzuki) als dertiende in deze categorie.
Brian Uriarte (51) won zijn eerste Grand Prix in Mugello. Een week later was Maximo Quiles (28) de beste op Balaton Park.
David Almansa was het snelst tijdens de kwalificatie in Mugello, maar ging niet van start vanwege een zware amandelontsteking. De Spanjaard lag tot woensdagavond in het ziekenhuis, maar drie dagen later was hij opnieuw de snelste tijdens de kwalificatie op Balaton Park. Tijdens de Grand Prix van Italië behaalde Brian Uriarte zijn eerste Grand Prix-zege. In een Mugello-klassieker met een enorme kopgroep vol slipstreamgevechten mochten Alvaro Carpe en Hakim Danish met hem mee naar het podium. Máximo Quiles eindigde voor het eerst in 2026 niet in de top-twee. Het natuurtalent werd in de voorlaatste ronde uit het zadel getrokken en kon nog maar net een crash voorkomen. In de slotronde zat er voor Quiles niet meer in dan een elfde plaats.
Een week later in Hongarije zette Quiles orde op zaken. Samen met Almansa reed hij weg van het veld. In de slotfase wist Quiles zijn Spaanse landgenoot van zich af te schudden en won hij, net als vorig jaar, in Hongarije. Het betekende zijn vijfde zege uit acht races in 2026. Hij staat nu 59 punten voor in het WK. Almansa eindigde vier dagen nadat hij uit het ziekenhuis was ontslagen knap als tweede. Carpe werd derde nadat David Muñoz, Brian Uriarte en Valentín Perrone in het gevecht om de laatste podiumplaats in de slotronde samen onderuitgingen, wat leidde tot een rodevlag-situatie. Muñoz liep bij het incident meerdere botbreuken op.
Het meest opvallende nieuws kwam tussen de twee GP’s door, toen bekend werd dat Adrián Fernández zijn resultaten van de eerste zes races van 2026 kwijtraakte. Deze straf kreeg hij vanwege motorfraude met zijn Leopard Honda, waarbij gemanipuleerde verzegelingen en aanwijzingen van ongeautoriseerde demontage werden vastgesteld. Hierdoor verloor Fernández maar liefst 76 punten en zijn derde plaats in het WK-klassement. Zijn vierde plaats in Italië bleef wel staan.
UITSLAGEN EN TUSSENSTAND
Moto3 Italië
17 ronden = 89,165 km
1. Brian Uriarte (E), KTM, 33.07,801; 2. Alvaro Carpe (E), KTM, +0,418; 3. Hakim Danish (MY), KTM, +0,456; 4. Adrian Fernandez (E), Honda, +0,482; 5. Joel Esteban (E), KTM, +0,842; 6. Eddie O’Shea (GB), Honda, +0,970; 7. David Muñoz (E), KTM, +1,069; 8. Veda Pratama (ID), Honda, +1,081; 9. Joel Kelso (GB), Honda, +1,085; 10. Jesus Rios (E), Honda, +1,091; 11. Maximo Quiles (E), KTM, +1,202; 12. Matteo Bertelle (I), KTM, +1,285; 13. Marco Morelli (AR), KTM, +1,351; 14. Scott Ogden (GB), KTM, +1,569; 15. Guido Pini (I), Honda, +2,330.
Collin Veijer (95) reed in de openingsfase op Balaton Park op de zesde plaats. Zonta van den Goorbergh (84) reed op dat moment elfde.
Collin Veijer blijft in 2026 goede momenten afwisselen met te veel crashes. In Mugello eindigde de Staphorster als negende en een week later ging hij op Balaton Park voor de vierde keer dit jaar in een Grand Prix onderuit. Zonta van den Goorbergh komt met de TT van Assen op komst steeds beter in vorm en behaalde twee puntenklasseringen. Manuel Gonzalez boekte dominante zeges in Italië en Hongarije.
Na de podiumplaats van Collin Veijer tijdens de vierde Grand Prix in Jerez kwam hij in een neerwaartse spiraal terecht. Zowel de Grand Prix van Frankrijk als die van Catalonië eindigde met een crash. Maar vooral de slechte start en openingsronde vanaf de eerste startrij op het Circuit de Barcelona-Catalunya waren misschien nog wel een groter probleem voor de Nederlander. In Mugello was het dan ook zaak om het vertrouwen te herpakken, vooral bij de start, en te zorgen voor een goede puntenklassering. De Red Bull KTM Ajo-coureur slaagde in die missie. Allereerst wist hij zich als vijfde te kwalificeren en ook de start ging een stuk beter. Veijer reed na de eerste sector op de zesde plek. Na een aantal ronden verloor de 21-jarige coureur enkele plaatsen. In de loop van de race kwam hij alleen op de negende plek te rijden. In de slotfase leek dit nog een achtste plaats te worden door het uitvallen van Ivan Ortolá, maar Barry Baltus wist de Nederlander nog te achterhalen en te passeren. Met een negende plaats scoorde Veijer na twee nulscores weer eens goede punten. “Dit is nog niet het resultaat dat we willen, maar het was belangrijk om te finishen en punten te scoren. Hierop kunnen we verder bouwen in Hongarije, waar ik vorig jaar een goed resultaat heb behaald,” verklaarde Veijer.
Collin Veijer (95) kwam in Mugello en hier op Balaton Park wel goed van zijn plek en door de eerste bocht
Weer onderuit
En dat laatste klopt, want vorig jaar eindigde Veijer als vijfde in Hongarije, wat op dat moment zijn beste Moto2-resultaat was. Ook tijdens deze editie toonde de Nederlander in de trainingen aan dat hij qua tempo tot de snelste rijders behoorde. Hij kwalificeerde zich als zevende en kwam, net als een week eerder, goed van zijn plek. Veijer reed in de openingsfase op de zevende plaats en had aansluiting bij de rijders voor hem, totdat hij in de zevende ronde onderuitging. Veijer pakte zijn motor nog wel op, maar het was al de vierde Grand Prix van de acht waarin hij ten val kwam tijdens de race. Hij finishte uiteindelijk nog wel als drieëntwintigste en laatste, op één ronde achterstand. De Red Bull KTM Ajo-coureur behoort absoluut tot de snellere Moto2-coureurs, gezien zijn vier topklasseringen in de races waarin hij niet ten val kwam. Ook in de kwalificatie wist hij zich vrijwel altijd op de eerste drie startrijen te plaatsen. Maar zijn wisselvalligheid is op dit moment een groot probleem, waardoor hij slechts op de twaalfde positie in het WK-klassement staat. Het zal simpelweg constanter moeten worden als Veijer wil uitgroeien tot een titelkandidaat in de Moto2 en echt interessant wil worden voor de MotoGP-teams. “Het gevoel en de snelheid waren goed. Ook was ik agressief bij de start, maar één foutje verpestte eigenlijk alles. Ik heb de motor weer opgepakt en ben gefinisht. Mijn tempo was goed genoeg voor een top-vijfklassering, maar daar heb je niks aan. We moeten van deze fouten zien te leren,” vertelde hij na de race.
Zonta van den Goorbergh bereikte twee keer Q2 en scoorde ook tweemaal WK-punten.
Steeds beter in vorm
Zonta van den Goorbergh begint steeds meer op stoom te komen na een moeizame start van het seizoen. In Italië wist hij zich via Q1 te plaatsen voor Q2 en kwalificeerde hij zich als veertiende. De coureur van het Fieten Olie RW Racing GP-team begon ook sterk aan de race en reed een periode aan de rand van de top tien. Gedurende de race kreeg hij problemen met de grip, maar Van den Goorbergh behaalde wel zijn tweede puntenklassering van het seizoen door met een vijftiende plaats het laatste WK-punt te pakken.
Op Balaton Park ging het nog beter. Dat was niet verrassend, aangezien de 20-jarige coureur zich vorig jaar op dit circuit als tweede wist te kwalificeren. Deze keer kwam hij tot een dertiende startplaats, zijn beste kwalificatieresultaat van 2026. Opnieuw begon Van den Goorbergh goed aan de race en reed hij net buiten de top tien. Een periode lag de Brabander zelfs op de tiende plaats na de crash van Veijer. Maar gedurende de race moest hij enkele posities prijsgeven. Van den Goorbergh zou voor de tweede keer op rij in de punten finishen met een dertiende plaats. En misschien nog wel het belangrijkste: deze resultaten werden op eigen kracht behaald, zonder dat veel uitvallers hem in de kaart speelden.
De Belg Barry Baltus komt nog niet in de buurt van de vorm die hem vorig jaar naar de derde plaats in het wereldkampioenschap leidde. Dit seizoen kwam hij nog niet verder dan twee top-tienklasseringen: een zesde en een achtste plaats.
Drie overtuigende zeges op rij voor Manuel Gonzalez in de Moto2
Drie op rij voor Gonzalez
Terwijl de MotoGP-teams maar niet willen toehappen, laat Manuel Gonzalez race na race zien dat hij eigenlijk in de koningsklasse thuishoort. Na zijn zege in Catalonië ging de Spanjaard door met winnen in Italië en Hongarije. Op Mugello wist hij zich zelfs zes seconden los te rijden van de concurrentie. Op Balaton Park reed hij een halve race achter Filip Salac, maar wist hij de Tsjech in de tweede helft te passeren en vervolgens weg te rijden. Na acht races heeft Gonzalez een voorsprong van 49,5 punt in het wereldkampioenschap. Slechts één keer stond de Liqui Moly Husqvarna Intact GP-coureur in 2026 niet op het podium, maar ook toen werd hij nog vijfde. De 23-jarige Gonzalez is momenteel de enige Moto2-coureur die constant topresultaten behaalt. Hij rijdt al voor het derde jaar op rij vooraan mee, maar lijkt – als de geruchten kloppen – om onverklaarbare redenen ook in 2027 niet de overstap naar de MotoGP te maken. En dit terwijl rijders als David Alonso en Izan Guevara, die vrijwel altijd achter hem finishen, die stap wel lijken te gaan maken. Wellicht overtuigt Gonzalez met zijn huidige dominantie alsnog een MotoGP-team om hem te contracteren. In Mugello werd het podium gecompleteerd door Celestino Vietti en Daniel Holgado. Vietti was daarbij in zijn thuisrace vanaf een zestiende startplaats sterk naar voren gekomen. Salac was de verrassing in Hongarije met een tweede plaats voor Senna Agius en zijn eerste podiumplaats sinds eind 2024. De Tsjech is op het juiste moment in vorm, aangezien de Tsjechische Grand Prix als volgende op de kalender staat. De race in Brno wordt een week voor de TT van Assen verreden.
UITSLAGEN EN TUSSENSTAND
Moto2 Italië
19 ronden = 99,655 km
1. Manuel Gonzalez (E), Kalex, 35.12,315; 2. Celestino Vietti (I), Boscoscuro, +5,327; 3. Daniel Holgado (E), Kalex, +5,462; 4. Senna Agius (AU), Kalex, +5,479; 5. Filip Salac (CZ), Kalex, +7,568; 6. Alonso Lopez (E), Kalex, +9,987; 7. Izan Guevara (E), Boscoscuro, +10,952; 8. Barry Baltus (BE), Kalex, +15,463; 9. Collin Veijer (NL), Kalex, +16,428; 10. Deniz Öncü (TR), Boscoscuro, +19,587; 11. Tony Arbolino (I), Kalex, +19,603; 12. Adrian Huertas (E), Kalex, +20,302; 13. José Antonio Rueda (E), Kalex, +22,233; 14. Joe Roberts (US), Kalex, +22,253; 15. Zonta van den Goorbergh (NL), Kalex, +22,874.
De goed 320 kilometer lange rondweg van de Westfaalse Molenroute leidt langs 44 vaak nog volledig functionerende molens van verschillende bouwstijlen, waarvan de tandwielen soms een lichte kraak produceren.
Wie voor al deze wind-, water- en paardenmolens, en zelfs een scheepsmolen, niet alleen een vluchtige motorgroet over heeft voor al die motorrijders die je op een mooie weekenddag in de Eifel of het Sauerland tegemoet rijden, maar ook even stopt en de tijd neemt voor bijna elke molen, ooit de grootste machines ter wereld vóór de uitvinding van de stoommachine, tja, die zal zelfs met twee volgepropte dagetappes waarschijnlijk niet uitkomen. Daarom hier, na een verkenningstocht vooraf, een subjectieve ‘Best-of-Tour’; een rijtje molens die je moet zien.
Compacte vestingtoren
In Petershagen-Lahde starten we bij de van de Westfaalse Molenroute: de idyllisch gelegen wind- en watermolen in Petershagen-Lahde. Met de overzichtelijke kaart in de tanktas maken we ons op voor nog eens 44 molens. Voor de twee verdiepingen tellende stellingmolen uit 1876 met zeilen en windroos worden we verwelkomd door het oude molenaarsechtpaar Meyer, levensecht in beton gegoten. Een QR-code nodigt uit voor een virtuele rondgang door de Lahder Klostermühle; andere belangrijke punten in het dorp zijn de neogotische kerk en de geliefde dönerzaak. Gewetensvraag: zal de stilgelegde steenkolencentrale Heyden aan de rand van het dorp over 150 jaar ook deel uitmaken van een historische energiecentraleroute? We rijden op onze ‘molens’, een Moto Guzzi V85TT en een BMW F900XR, verder naar de Königsmühle Seelenfeld. Solide als een compacte vestingtoren staat de molen op een lage aarden wal tussen de velden. De molen werd al gebouwd in 1731 door de Pruisische regering, die de boeren dwong om hun graan enkel op molens te laten malen die van de staat waren. Wie eens een blik in zo’n oude molen werpt, zal zich wellicht het enorme mechaniek herinneren, bijna geheel van hout, dat doet denken aan een Ducati 900SS-koningsasser, ook al een halve eeuw oud. En vandaag? Zitten we rustig aan een tot tafel omgebouwde maalsteen en bestuderen de menukaart. Boven ons de groene bladeren van een pruimenboom, iets hoger het geflikker van de zon door het rooster van de draaiende molenwieken. Hoe deze met zeilen worden bespannen zodat ze wind vangen en de molen laten malen, demonstreert de niet-zuinige Jochen Plenge een paar kilometer verderop bij de windmolen Heimsen. Net alsof hij hoog in de tuigage van de Gorch Fock (opleidingsschip van de Duitse marine) staat, rolt de hobbymolenaar aan twee wieken de zeilen uit. De andere twee wieken van deze Hollandse walmolen zijn daarentegen uitgerust met verstelbare luiken. ‘We hebben momenteel windkracht 1-2; bij 3-4 kunnen we beginnen met draaien,’ legt Jochen snel uit voordat hij zijn R 25/2 start en naar zijn werkplaats verdwijnt. We zien hem terug, in authentieke molenaarskleding op de Duitse Molendag op Tweede Pinksterdag of op een van de maal- en bakdagen verspreid over het jaar, wanneer er op 650 molens in heel Duitsland volop activiteit is.
1 van 10
Heerlijke apfelstrudel
De windmolen Großenheerse is niet rond, maar achthoekig en daarmee iets heel bijzonders. Maar nog meer dan de bouwvorm bevalt ons het terras van het landhotel Zur Mühlenwirtin er tegenover. Heerlijke apfelstrudel en fruitige taarten, hoger dan een XXL-hamburger – hier wordt het malen van de kiezen een puur genot. Voor een van zijn buren is de ‘Valentinsmühle’ maar moeilijk verteerbaar. De molen staat in Minden-Todtenhausen op een absolute toplocatie aan de oever van de Weser. ‘Elke keer als ik uit het raam kijk, zie ik die molen die mijn uitzicht blokkeert,’ klaagt de man. De bewoners langs de A40 in Essen-Frillendorf zouden maar wat graag willen ruilen, want zij kijken dagelijks naar een geluidswand. ‘Alle Ängste und Sorgen einfach mal hinter oder auch unter sich zu lassen,’ bezong Reinhard Mey – bij ons bekend van ‘Als de dag van toen’ – en het zou moeten werken, zowel tijdens het vliegen als tijdens het motorrijden. Ook de ballonvaarders, die we bij de windmolen Wegholm ontmoeten, kunnen daar een liedje over zingen, terwijl ze uit een zee van geel koolzaad in de blauwe avondlucht opstijgen. De lucht heeft ook voor ons nog een hoogtepunt in petto: de fotogenieke rit in de zonsondergang naar de windmolen Südhemmern. Overigens getuigt het bord ‘Befreiungshalle’ – hal der bevrijding – bij het stille toilet in het bijgebouw van een fijn gevoel voor humor.
Als je nog eens je ja-woord wilt geven óf opnieuw wilt vieren, dan zit je bij de windmolen Rahden-Tonnenheide precies goed. De ‘Hochzeitsmühle’ staat er stralend wit bij, ook al knabbelt er hier en daar al wat groen doorheen, maar dat is bij sommige huwelijken ook niet anders. Als een vrijgezel op zoek naar een partner, paradeert een fazant over het vers geploegde veld langs het weggetje naar de stander- of staakmolen Rahden-Wehe. Al in 1650 gebouwd en in 1982 gerenoveerd, is dit de oudste windmolen in de regio en een schoolvoorbeeld van dit type. Anders dan bij molens waar alleen de bovenkap met de wieken in de wind kan draaien door middel van een balkenconstructie (de staart) of de windroos, draait hier de gehele molen. Gesteund door een dikke paal – staak – en bevestigd op een houten steunconstructie, de bok, kan met de hefwerking van een lange staartbalk – en de kracht van de molenaar – het hele construct in beweging worden gezet. De taal van de molen is net zo flexibel, want de stand van de rustende wieken kan verdriet en vreugde weergeven. Op deze donderdag, het is Hemelvaart, staan ze als een kruis op pauze, terwijl de dorpsgemeenschap zich buiten verzamelt voor een dienst in het plattdeutsch. De volgende draaiende molen is vergelijkbaar, maar toch anders. Je zou de staakmolen van Oppenwehe met zijn massieve zijvakken voor een V2 kunnen houden, zoals de Moto Guzzi. De wieken zijn duidelijk met pensioen, maar voor ons is het nog lang niet zover.
Geluk voor jou!
Wij bewonderen een ensemble van een zeshoekige stellingmolen, een bakhuis en een graansilo op het uitgestrekte terrein van de Kolthoffsche Hofmahlmühle in Stemwede-Levern. Achter de pittoreske pracht liggen vijf windkrachtinstallaties van de gemeentelijke energieprovider in zicht en iets verderop beginnen de uitlopers van het Wiehengebergte. Hoe mooi is dat! In plaats van door vlak boerenland cruisen we in achtbaanmodus naar de overige molens van de Westfaalse Molenroute. De eerste: windmolen Destel, de stellingmolen wordt omringd door lindebomen, als ware het de tutu van een ballerina. De paardenmolen Oberbauerschaft met het geniale aandrijfwerk – een houten kamrad aan het plafond dient als aandrijving voor het bokwerk met drie stampers waarmee het vlas werd gebroken – wordt in beweging gezet door ingespannen paarden. Maar bezoekers kunnen het ookproberen. Glück Zu! (Geluk voor jou!) Zo luidt de traditionele groet van de molenaar. Later kijken we lang naar het langzaam draaiende waterrad van de watermolen Bergkirchen voor we op de rechteroever van de Weser belanden. Daar nodigt windmolen Veltheim ons uit om even in het hoge gras van de aarden wal te gaan liggen om naar de wolken te kijken, die langzaam voorbijvaren. Betekent dit het einde van de werkdag? Nog niet helemaal. De scheepsmolen Minden ligt als een catamaran aan de oever van de Weser. Tussen een groot en een smal schip draait het onderliggende schroefwiel dat via een negen meter lange as de maalinstallatie aandrijft. Voor het ‘aanlopen’ wordt, rekening houdend met de waterstand en de stroomsnelheid, de krachtverbinding gemaakt via een koppelschakelaar. Uiteindelijk mengt het geruis van de Weser zich met het gekraak van het houten scheepsmolenmechaniek. En wij trappen daarna weer door onze moderne zesversnellingsbakken.
Foto’s: Klaus H. Daams
Reisinformatie
Naast 29.226 onshore-windenergie-installaties (stand eind 2025) zijn er in Duitsland nog ongeveer 700 historische molens, aangedreven door wind of water, heel zelden door paarden (Pferdemühle), en soms met hulp van een hulpmotor. Maar liefst 43 van deze klassiekers, waarin graan wordt gemalen, hout gezaagd, olie geperst of vlas wordt gebroken, verbindt de Westfaalse Molenroute met elkaar. De meeste zijn te bezichtigen, veel zijn ook af en toe in bedrijf. Dit is bijzonder goed te ervaren op Tweede Pinksterdag, tijdens de jaarlijkse Duitse Molendag, wanneer in heel Duitsland de molens hun deuren openen en uitnodigen tot rondleidingen en feesten. Aanvullend zijn er over het jaar verspreide maal- en bakdagen van individuele molens. Hoewel je de ongeveer 320 kilometer van de Westfaalse Molenroute gemakkelijk op één dag met de motor kunt rijden, zullen liefhebbers van archaïsche mechanica veel langer onderweg zijn.
Heenreis: van Rotterdam is het via Utrecht, Apeldoorn en Osnabrück ongeveer 350 kilometer tot het startpunt van onze molentocht in Petershagen-Lahde.
Overnachten: Hotel Bad Minden, strategisch gelegen op het kruispunt van de twee dagetappes in Minden, uitgebreid ontbijtbuffet, www.badminden.de; Landhotel Zum Grünen Kranze in Espelkamp, modern en rustig, met een biertuin, www.zumgruenenkranze.de; Hotel Westfalen Hof in Rahden, ruime accommodatie, exclusieve landhuisstijl met vergaderfaciliteiten, www.westfalen-hof.de; in het zuidoosten van de route scoort het Hotel Weserschiffchen met sauna en ‘bikervriendelijkheid’, www.weserschiffchen.de. Idyllisch tussen velden en naast de windmolen Großenheerse ligt het Landgasthaus Zur Mühlenwirtin, slechts vijf kamers, zurmuehlenwirtin.de.
Motorrijders maken graag foto’s en filmpjes van hun avonturen. Je ziet menige motorrijder met een GoPro op de helm om gave filmpjes te maken. Maar er zijn meer mogelijkheden om nog mooiere foto’s en filmpjes te maken: cameradrones. Ze zijn er in allerlei soorten en maten, maar je mag er niet zomaar mee vliegen. We gaan er eens dieper op in.
Actiecamera’s zijn leuke dingen. Je kunt ze op je stuur, helm of tank zetten en dan kun je later zien waar je overal hebt gereden, soms zelfs hoe hard je er reed. Als je met een groep rijdt, kun je ook je vrienden filmen of fotograferen, terwijl ze voor of achter je rijden. Ik gebruik mijn GoPro ook op deze manier, bijvoorbeeld toen ik een verslag moest maken van een motorrijvaardigheidscursus. Ik heb daarvoor een afstandsbediening bij mijn GoPro gekocht. Met mijn 3D-printer heb ik daarvoor een houder van polyurethaan geprint, die ik aan de spiegel of aan het stuur kan vastmaken. Zo kan ik de GoPro overal bevestigen en een foto maken, zonder dat ik me in rare bochten hoef te wringen om bij het knopje op de camera te komen. Maar één ding kan ik niet: mijzelf filmen of fotograferen, terwijl ik door een mooie omgeving rijd. Dat is jammer, want ik maak ook nogal eens een toerverhaal, waarbij ik meestal in m’n eentje op pad ben. En een foto van een prachtig, veelkleurig tulpenveld is leuk voor de National Geographic, maar voor een motorblad wil je toch graag dat er een motorfiets door dat beeld rijdt.
Vijf jaar geleden bedacht ik dat ik mezelf wellicht kon fotograferen als ik dat met een drone zou doen. Ik kocht voor drie tientjes een drone op AliExpress, met het idee dat ik daar mooi mee kon oefenen. Voor zo weinig geld is het ook niet zo erg als dat ding een keer in de bomen verzeild raakt. Het nadeel was dat het ding dat ook onmiddellijk en veelvuldig deed. Als je de camera niet gebruikte, dan luisterde de Ali-drone nog wel een beetje, maar zodra je de camera aanzette, spoot het ding ervandoor als een hond die een konijn heeft geroken. Goedkoop is duurkoop, zeggen ze. De kwaliteit van de camera was ook prut, dus je had er helemaal niets aan. Het ding ging op Marktplaats, zodat iemand anders er niets aan kon hebben, en ik ging op zoek naar een betere.
1 van 5
Ik gebruik de GoPro actiecamera vaak om foto’s te maken van, bijvoorbeeld, een bochtencursus.
Een actioncamera is leuk om je motorvrienden op de foto te zetten bij een toertocht.
Als je drone een camera heeft, moet je je als exploitant bij de RDW registreren
Je RDW registratienummer moet je op je drone aanbrengen. Daarnaast moet je het nummer vanaf C1-drones ook invoeren in de drone zelf voor “Remote Id”.
Ik heb de RC van de drone aan mijn stuur gemaakt. Zie je op het stuur de waarschuwing voor een obstakel?
Mavic Pro
Als je op zoek bent naar een kwalitatief hoogwaardige drone, die goed luistert en die een goede beeldkwaliteit heeft, dan kwam je destijds al snel uit bij de DJI Mavic 2 Pro. Dat ding had niet gewoon een camera, maar een Hasselblad-camera met een 1-inch grote 20 MP-sensor. Je kon het diafragma instellen van F2.8-11, je kon de lichtgevoeligheid instellen, je kon de sluitertijd instellen en kiezen voor sluitertijdvoorkeuze, diafragmavoorkeuze of manuele instelling. Video kon hij maken in 4K UHD (1380 x 2160), met 30, 60 of 120 frames per seconde. Hij had een 3-assige gimbal met stabilisatie. En dat was nog niet alles, hij kon 72 km/u halen en kon 31 minuten in de lucht blijven. Het bereik was 8 km! En het mooiste was, hij had obstakeldetectie, die ervoor zorgde dat hij nergens tegenaan kon vliegen. Raakte de Mavic 2 Pro buiten bereik van de remote controller of raakte de accu te leeg, dan keerde de drone automatisch terug naar het home-point vanwaar hij vertrokken was. Er hing wel een prijskaartje aan: als je hem met ‘Fly More’-combo kocht, met extra accu’s, dan was je zo’n €1.500 kwijt.
De Mavic 2 Pro woog 907 gram. Ik heb biefstukken gebakken die meer wogen, dus wat maakt het uit, zou je zeggen. Nou, toch nogal wat. Drones in de ‘open categorie’ worden namelijk onderverdeeld in gewichtsklassen, en ook daar zijn weer onderverdelingen in. Dat heeft allemaal gevolgen voor wat je ermee mag en wat je ermee moet. Om te beginnen is er de subcategorie A1. Dat is de klasse tot 900 g. Die is onder te verdelen in twee subklassen: de C0-klasse, waaronder drones tot 250 g vallen, en de C1-klasse, met drones van 0-900 g. Voor C0-drones heb je geen vliegbewijs nodig. Als zo’n drone een camera heeft, moet je je wel als exploitant bij de RDW registreren. Het registratienummer moet je op de drone plaatsen. Met zo’n drone moet je een veilige afstand tot mensen bewaren. Je mag over mensen vliegen, maar niet over een groep mensen, waarbij een groep wordt gedefinieerd als een aantal mensen in een afgesloten ruimte waaruit ze niet weg kunnen. Acht mensen bij een feestje in de achtertuin mag niet, acht mensen op de Mookerhei wel. Met een C1-drone mag dat ook niet. Je mag er ook niet mee over individuele personen vliegen wanneer deze ‘niet betrokken’ zijn, dus wel over mensen die tot jouw eigen ‘crew’ behoren. Je mag dus over je eigen vriendenclub heen vliegen, wanneer je ze vertelt dat ze deel uitmaken van jouw crew.
Vliegbewijs
Voor een C1-drone heb je wel een vliegbewijs nodig. Om dat te halen, moet je een online opleiding volgen en examen doen. Daarvoor moet je 16 jaar of ouder zijn. De opleiding valt op zich mee, je kunt bij Droneclass de theorie en oefenvragen doen en je kunt zo vaak examen doen als nodig, binnen de prijs. Als je bent geslaagd, krijg je een digitaal certificaat. Dat certificaat kun je uploaden op de website van de RDW en dan krijg je je Europese vliegbewijs digitaal toegestuurd. Dat kun je uitprinten, zodat je het bij je hebt als je wordt gecontroleerd.
Het certificaat dat je haalt, is geldig voor de A1-klasse én voor de A3-klasse. A3-drones zijn drones die tussen de 0 en de 25 kg wegen en die zijn voorzien van een C3- of C4-label.
De DJI Mavic 2 Pro woog 907 gram en viel daarmee toen in de A2-klasse. Om daarmee te mogen vliegen, is een aanvullend dronebewijs nodig. Daarvoor moet je een extra opleiding volgen en een extra examen doen. Maar de afgelopen jaren is er iets veranderd in de droneregels: sinds 2024 moeten de drones daadwerkelijk zijn voorzien van een Cx-label. Mijn Mavic 2 Pro zou dus een C2-label moeten hebben. Vijf jaar geleden was dat dus nog niet zo en de Mavic had ook geen label. Daardoor is het nu officieel een ‘legacy-drone’. Daarmee mag je dus tegenwoordig alleen volgens de A3-voorwaarden vliegen en heb je ook geen A2-licentie meer nodig. Handig om te weten wanneer je een gebruikte drone koopt! Maar dat leer je allemaal bij de opleiding. Daarover in een volgend artikel meer.
Drone Class
Hoewel Peter zo’n beetje alles weet wat er te weten valt, zet hij soms ook een hulplijn in. Bijvoorbeeld bij dit verhaal, waar Sem van Geffen van Drone Class Peter hielp met het nalezen. Dankjewel Sem! Drone Class is een erkende ‘droneschool’ in Nederland, gespecialiseerd in online en praktijkopleidingen voor het verplichte EU-dronebewijs. Ze leiden zowel particulieren als professionals op. Meer informatie vind je op www.droneclass.nl.
Foto’s: Peter Aansorgh
1 van 5
Met een drone kun je prachtige foto’s maken vanuit een ander perspectief
Probeer die plaat eens te schieten met je telefoon…
Wat je met een drone mag, hangt ook sterk af van het gewicht (EASA A1-A3 opleiding, Drone Class 2026)
Drones worden ingedeeld in gewichtsklassen. Welk dronebewijs je er voor nodig hebt, hangt af van het Cx-label en het Cx-label. (EASA A1-A3 opleiding, Drone Class 2026)
Twee Drentse iconen, TT Circuit Assen en WILDLANDS Adventure Zoo Emmen, bundelen hun krachten in een opvallende samenwerking. Het partnerschap krijgt letterlijk vorm met de komst van twee rode titi’s – een Zuid-Amerikaanse apensoort die bekendstaat om haar sterke sociale band en hechte onderlinge verbondenheid.
Volgens WILDLANDS-directeur Julius Minnaar begon het met een glimlach om de naam, maar bleek de betekenis doorslaggevend. “Rode titi’s tonen sterke onderlinge verbondenheid. Dat maakt ze een passend symbool voor twee organisaties die diep in de regio verankerd zijn.” Mark van Aalderen van TT Circuit Assen vult aan: “Ik ben trots dat deze twee iconen van Drenthe elkaar versterken.”
De rode titi’s, met hun roodbruine vacht en lange staart, blijven letterlijk dicht bij elkaar. Ze vlechten hun staarten in elkaar en slapen zelfs verbonden – gedrag dat vertrouwen, samenwerking en betrokkenheid uitstraalt. De dieren zijn onderdeel van een Europees kweek- en behoudsprogramma en wonen in de Apenruïne van WILDLANDS.
Bezoekers van zowel het TT Circuit als WILDLANDS zullen de komende tijd merken hoe de samenwerking verder tot leven komt – een levendig voorbeeld van Drentse trots en verbondenheid.
Een motorrijder bereikte tijdens de Isle of Man TT een snelheid van 188 mph (ruim 300 km/u) in een zone met een limiet van 50 mph (80 km/u). Dit is slechts de meest opvallende van een recordaantal overtredingen dit jaar, en de Manx politie slaat alarm.
Meer boetes dan ooit
Nog voordat het TT-evenement van 2026 volledig is afgelopen, zijn er al meer snelheidsboetes uitgedeeld dan tijdens het gehele evenement van vorig jaar. De gemelde 188 mph vertegenwoordigt een extreme overtreding van de lokale limieten. En dat in een zone waar slechts 50 mph is toegestaan. De Isle of Man Constabulary benadrukt het gevaar: deze snelheden brengen niet alleen de rijder zelf in gevaar, maar ook omwonenden en andere weggebruikers.
Een veelgehoord misverstand: de Isle of Man heeft géén snelheidslimieten. Dat klopt niet volledig. Buiten de bebouwde kom geldt op bepaalde wegen inderdaad geen vaste limiet, maar in dorpen en woonwijken gelden limieten van 30 of zelfs 20 mph (50 / 20 km/u). Handhavers wijzen op bestuurders die de toegestane snelheid in woonkernen aanzienlijk overschreden. Families, bewoners en lokale ondernemers ondervinden er direct hinder van.
Aantrekkingskracht
De TT trekt jaarlijks tienduizenden bezoekers, waaronder veel motorliefhebbers uit Europa, die de legendarische Mountain Course zelf willen ervaren. Die aantrekkingskracht is begrijpelijk: nergens anders rij je over dezelfde wegen als de snelste motorrijders ter wereld. Maar het evenement toont ook hoe snel enthousiasme omslaat in gevaarlijk gedrag — en hoe handhaving steeds strenger wordt als reactie daarop.
Stevige aanpak verwacht
Met nog één racedag voor de boeg kondigde de politie intensievere controles aan. De verwachting is dat de handhaving rondom de TT de komende jaren verder wordt aangescherpt. Voor motorrijders die het eiland bezoeken is de boodschap duidelijk: de sfeer mag vrij zijn, de regels zijn dat niet.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.