zondag 5 april 2026
Home Blog Pagina 37

Historie Honda CB: iconische letters

0

De Honda CB is – haast – actueler dan ooit en dus is er geen beter moment om nu terug in de tijd te gaan. Samen met de Klassieke Japanse Motorfietsen Vereniging duiken we in de CB Fours. Met de introductie van de CB750, met viercilinder-lijnmotor en schijfremmen, plaatste Honda zich in 1969 stevig aan kop van de internationale motorwereld. De voorlopers, de tweecilinders uit de jaren ‘60, baanden de weg naar het succes, maar de CB750 was het hoogtepunt en gedurende vele jaren Honda’s vlaggenschip.

Historie: de 2-takt jaren van Suzuki

Honda presenteerde de ‘Dream CB750 Four’ op 25 oktober 1968, tijdens de vijftiende Tokyo Motor Show. De komst van de CB750 deed de motorfietsmarkt op zijn grondvesten schudden en was volgens velen rechtstreeks verantwoordelijk voor de teloorgang van grote delen van de Europese motorfietsindustrie. Die industrie was inmiddels niet meer dan een kaartenhuis, ingeslapen door gebrek aan onderlinge concurrentie. Er was nog maar een klein tikje nodig en dat tikje kwam van Honda. Die durfde het aan een 750cc-viercilinder binnen het bereik van de gewone motorrijder te brengen. De enige hindernis die overbleef was de betrouwbaarheid. Japanse merken hadden geen goede naam, vooral door de tweetakten van Suzuki en Kawasaki, die snel waren, maar ook veel problemen kenden.

De Honda CB750 bleek wel degelijk een betrouwbare motorfiets. Hij was als toermodel bedoeld, maar tuners stortten zich onmiddellijk op opvoersets en stroomlijnkuipen. Daarmee konden motorrijders er zelf een sportmotor of een caféracer van maken. De machine bood standaard al accessoires die eind jaren ‘60 nog geen gemeengoed waren, zoals een startmotor, richtingaanwijzers en een hydraulisch bediende schijfrem in het voorwiel. De CB750 bleef vrijwel ongewijzigd in productie, totdat hij in 1979 werd opgevolgd door de Honda CB750 KZ. Intussen waren enkele bijzondere uitvoeringen verschenen, zoals de CB750 A ‘Hondamatic’ met automatische versnellingsbak in 1976 en de wat sportievere modellen F1 (1975) en F2 (1977).

Honda CB750 A ‘Automatic’

In 1976 introduceerde Honda de CB750A in de Verenigde Staten. Het achtervoegsel A duidt op ‘Automatic’, vanwege zijn automatische transmissie met twee versnellingen. Hoewel deze een koppelomvormer had, typisch voor automatische transmissies bij auto’s, schakelde de motor niet automatisch. De berijder moest elke versnelling selecteren door een met de voet bediende hydraulische selector, vergelijkbaar met een voetbediend versnellingspedaal. De selector was verbonden met twee koppelingen, één voor elke versnelling, die het gewenste verzet inschakelden.

De CB750A gebruikte dezelfde motorconfiguratie als de CB750, maar had een lagere 7,7:1-compressie en kleinere carburateurs. Daarmee nam het vermogen af tot 45,7 pk (35 kW). De motor en de transmissie gebruikten dezelfde olie en de dry-sump-smering was veranderd naar een ‘nat’ carter. Er was geen toerenteller, maar het instrumentenpaneel was voorzien van een brandstofmeter en een versnellingsindicator. Voor 1977 werd de versnelling herzien en de uitlaat veranderd in een vier-in-twee, met aan beide kanten een demper. Vanwege de trage verkoop werd het model in 1978 uit productie genomen.

Raceversie CR750

Tot eind jaren ‘60 raceten in de Verenigde Staten 750cc-zijkleppers (veelal Harley-Davidsons) tegen 500cc-kopkleppers (Norton Manx-eencilinders en dergelijke). Het AMA Competition Committee erkende de noodzaak van meer variatie in racemotoren en wijzigde de regels vanaf 1970. Daarmee werd een volledige cilinderinhoud van 750 cc gestandaardiseerd voor alle motoren, ongeacht de klepconfiguratie of het aantal cilinders. Honda bouwde vier CR750-fabrieksracers, raceversies van de productie-CB750. Ze werden ter beschikking gesteld aan de in het Verenigd Koninkrijk gevestigde Ralph Bryans, Tommy Robb en Bill Smith onder toezicht van de heer Nakamura. De vierde, een Hansen-Honda, werd bereden door Dick Mann. De drie door Japan geprepareerde machines faalden allemaal jammerlijk tijdens de Daytona 200 van 1970, maar Dick Mann wist zijn haperende motor met een paar seconden voorsprong toch als eerste over de finish te brengen.

Honda CB500 Four

Tijdens de Daytona 200-race van 1971 presenteerde Honda de CB500 Four, op het oog een kleinere versie van de CB750. Toch was dat niet zo. De boring/slagverhouding van 56 × 50,6 mm stamde van de Honda CB125-eencilinder uit 1963. De machine leek op de CB750, maar was meer gedrongen en vrij duur. Het cilinderblok was licht voorover gebouwd, onder een hoek van 8°. Een ander verschil met de CB750 was het wet-sump-smeersysteem. Ook de primaire aandrijving week af: de CB500 Four had een morseketting in plaats van twee aparte kettingen, waardoor het blok smaller gebouwd kon worden. De morseketting dreef een tussenas aan die via tandwielen de koppeling aandreef. Het voordeel was dat de versnellingsbakassen langzamer draaiden, waardoor het schakelen soepeler verliep. De machine had een startmotor, nog geen gemeengoed in die tijd, maar Honda-klanten wisten niet beter. Het dubbele wiegframe was uitgerust met een telescoopvork in het voorwiel en een swingarm achter, die was afgeveerd en gedempt door twee Showa veer-demperelementen met buitenliggende schroefveren. De balhoofdhoek bedroeg 64° en de naloop 105 mm. De trommelrem in het achterwiel stamde van de CB750. In het voorwiel zat een 260mm-schijfrem. In 1972 kwam de K1, in 1975 de K2.

Honda CB350 Four

Na het wereldwijde succes van de CB750 en na de lancering van de CB500 Four in 1971 hield Honda vast aan het viercilinderconcept met de kleinste viercilinder ooit: de CB350 Four van 1972. Deze machine was geen vervanger voor de tweecilinder CB350, die eigenlijk krachtiger en goedkoper was. Het model richtte zich vooral op een motorrijder die zich aangesproken voelde door het prestige van een viercilinder. De miniatuurtechnologie was gebaseerd op concurrerende machines met een vergelijkbaar motorconcept. Net zoals het blok van de CB750 was dat van de CB350F uitgevoerd als een langeslagblok. Desondanks bood de CB350 Four slechts een minimaal koppel bij lage toerentallen, wat uiteraard te maken had met de kleine cilinderinhoud. Wie een beetje vermogen zocht, mocht niet aarzelen om de motor hoog in de toeren te draaien. Ondanks zijn kleine formaat was de CB350 Four goed afgewerkt, met vier geruisarme, omhoogwijzende uitlaten en verchroomde spatborden. Ondanks zijn relatief hoge gewicht, te wijten aan de viercilindertechnologie, was de machine handig voor in de stad. Hij werd door veel motorrijscholen gebruikt.

Als miniatuur van de CB750 en CB500 bleek de CB350 een geschikte instapmachine voor zowel de Noord-Amerikaanse als de Europese markt. Ondanks zijn kleine formaat was de CB350F luxueus afgewerkt, met een rechte zitrijpositie. Hoewel hij de aandacht trok als ’s werelds eerste viercilinder-productiemotorfiets met zo’n kleine cilinderinhoud, was de CB350F geen groot verkoopsucces, waarschijnlijk vanwege zijn beperkte prestaties en onopvallende styling. De CB350 Four was een uitgebalanceerde motorfiets. Alle systemen werkten harmonieus samen en maakten de motor een genot om mee te rijden. Die 30 pk deden hun ding via een boterzachte vijfbak. De versnellingen grepen met gevoel aan en je merkte het wanneer de koppeling aangreep door de kleine aandrijflijn-snatch, die je wel vaker tegenkwam bij Honda-motoren.

Een klein groen lampje hielp bij het vinden van de vrijstand. In hetzelfde paneel bevonden zich lampjes voor grootlicht, oliedruk en de richtingaanwijzers. Honda monteerde de fijne, voor goed zicht lichtgekantelde snelheidsmeter- en toerentellercombinatie in rubber. De snelheidsmeter was voorzien van een kilometerteller en een tripteller die je kunt terugzetten; beide werkten soepel en gemakkelijk, zonder wilde bewegingen van de wijzernaalden.

Hoe rijdt dat?

Maar terug naar het rijden. Met vier cilinders die ieder een kleine 87 cc verplaatsten en al die meedraaiende machinerie merkte je al snel dat de 350 Four een hoogtoerige machine was. Koppelliefhebbers konden beter een BSA Victor of een Honda 350-tweecilinder kopen. De 350 Four had gewoon geen koppel. Maar wat hij miste aan trekkracht bij lage toerentallen, maakte hij ruimschoots goed als je het gas verder opendraaide. Dan begon alles op zijn plek te vallen. Je voelde de kracht in een stroomversnelling komen. Bij elke hogere versnelling schoot de motor kwiek vooruit en tegen de tijd dat je naar de vijfde versnelling ging, was je best snel onderweg.

Maar alleen gepraat over vermogen of acceleratie maakt ons betoog onevenwichtig. Zeker, de 350 Four ging er met verve vandoor. De manier waarop, dat maakte het indrukwekkend.

En dat was bij deze Honda bijna belangrijker dan het simpele feit dat hij het goed deed. De Honda bracht je niet van je stuk met mechanisch gejank of gerammel. De dempers lieten geen schurend gebrul horen. Alleen een zacht en snel chuff-chuff-chuff-chuff liet je weten dat je het programma volgde.

Een aanvulling op het pakket van uitgebalanceerde kracht en het uitstekende weggedrag waren de remmen. Misschien moeten we zeggen: ‘de rem’. Het grootste deel van het remvermogen komt van de geweldige (grappig hoe vaak dat woord opdook in Honda-tests!) 10,25-inch-remschijf voor. Hydraulisch bediend bracht deze rijder en machine onmiddellijk tot stilstand. De trommelrem achter, zes inch in diameter, diende eigenlijk alleen als back-up. De enkele schijf in het voorwiel was een superrem, in de traditie van Honda, en was zelfs uitgerust met een eigen mini-spatbord om waternevel te beheersen bij rijden in nat weer.

Het al genoemde weggedrag maakte de motorfiets compleet. Het motorkarakter en de remmen smolten samen met het rijwielgedeelte. En wat een fijn handelbaar chassis had Honda uitgedacht.

Niets bijzonder radicaals, dat niet, maar gewoon een goed ontworpen dubbel wiegframe, met zwarte lak afgewerkt met de gebruikelijke Japanse kwaliteitslassen. Een beginnende rijder liet zich gemakkelijk verleiden tot overmoed door de CB350F. De motor kon dat goed aan. Door de soepele eigenschappen voelde het motorblok soepel en controleerbaar. Terwijl grotere superbikes massa’s pk’s hadden en je bijna het gevoel gaven dat je op een geleid projectiel reed, gold dat niet voor de 350 Four. Erg fijn. Erg beschaafd. Gebalanceerd.

Bimota CB400 Four.

Honda CB400 Four

Kort na het stopzetten van de CB350F-productie introduceerde Honda de legendarische CB400F. Deze werd geleverd van 1975 tot en met 1978. Deze motor veroverde een plaats in de geschiedenisboeken als eerste productiemotor met een vier-in-één-uitlaat. Motorrijders waren er destijds niet van onder de indruk. De eerste kennismaking met de kleine viercilinder vonden velen teleurstellend. Des te verrassender is het als je er nu een van dichtbij bekijkt…

Niemand is helemaal vrij van vooroordelen, maar vaak ben je je er niet van bewust. Totdat je ermee wordt geconfronteerd. Ons overkwam het toen een collega onlangs vol enthousiasme vertelde over zijn eerste echte motor, een Honda CB400F. Of zoals hij vooral bekend is geworden, de 400 Four. Uitgerekend de motor die voor ons al decennialang als de motorische fietspomp te boek stond. Meteen kwamen onze eerste indrukken van de kleine Honda weer boven borrelen, die we opdeden toen een vriend ons een korte proefrit liet maken. De herinnering aan het naaimachine-achtige zoemen van de kleine viercilinder. De teleurstelling bij het maximaal doorhalen naar het rode gebied, omdat de 400 Four niet alleen erg ingetogen klonk, maar ook erg ingetogen presteerde. Veel toeren, weinig puf. Voor een achttienjarige jongeling waren dertig minuten met de CB400F genoeg om meer dan dertig jaar lang met een grote boog om alle viercilinders onder de 500 cc heen te lopen.

Honda CB550 Four

In 1974 verscheen de CB550 Four K, niet als opvolger, maar als aanvulling, naast de CB500 Four, die gewoon in productie bleef. Zowel de Amerikaanse als de Europese importeurs namen de CB550 Four in eerste instantie niet in hun programma op, omdat het vermogen gelijk was gebleven en ze geen twee vergelijkbare machines wilden verkopen. Dat veranderde pas in juni 1975, toen de sportieve CB550 Four F met vier-in-één-uitlaat op de markt kwam en de Amerikaanse en de Franse importeur overstag gingen.

De CB550 Four F sloot dan ook aan bij de Honda CB750 F1 en de Honda CB400 F, die dezelfde sportieve lijnen hadden. Pas in oktober 1975 beschikte motordealer Jan Keessen in Woubrugge over de eerste Nederlandse Honda CB550 Four F en pas in juni 1977 verscheen de eerste test van een CB550 Four K(3) in de Nederlandse bladen.

De CB550 Four die in 1974 op de markt kwam, verschilde uiterlijk weinig van de CB500 Four. De boring was 2,5 mm groter, waardoor de cilinderinhoud op 544 cc kwam. De machine leverde nog steeds 50 pk, maar niet meer bij 9.000 tpm, maar al bij 8.500 tpm. Maar er waren nog meer zaken gewijzigd: de morsekettingtandwielen van de primaire aandrijving waren groter, de koppeling was vernieuwd en de versnellingsbak aangepast, zodat het schakelen soepeler verliep.

De motor was een luchtgekoelde, dwarsgeplaatste viercilinderlijnmotor met één enkele bovenliggende nokkenas en twee kleppen per cilinder. De nokkenas werd aangedreven door een ketting tussen de middelste cilinders. De krukas was vijfmaal gelagerd. De motor had een wet-sump-smeersysteem, waarbij het oliefilter als een grote bult voorzien van koelribben tussen de middelste uitlaatpijpen zat.

De brandstofvoorziening werd verzorgd door vier Keihin 22mm-carburateurs. De ontsteking werd verzorgd via contactpuntjes en een condensator. De machine had een elektrische startmotor, maar – zoals in die tijd nog gebruikelijk – ook een kickstarter. Om die te gebruiken, moest de rechter voetsteun opgeklapt worden.

Vanaf de krukas werd de meervoudige natte platenkoppeling aangedreven door een morseketting. De machine had vijf versnellingen en het achterwiel werd aangedreven door een vrijwel geheel openliggende ketting. Dat was een van de kritiekpunten die ook voor andere Honda’s golden: de ketting vervuilde zichzelf en vervuilde ook de achtervelg en de achterband.

Het frame was een dubbel wiegframe, waarbij het onderste deel uit buizen bestond, maar het bovenste deel uit tot buizen gepuntlaste plaatdelen. Bij het balhoofd was het frame verstevigd met een extra diagonale buis naar de bovenbuis. Het achterframe was aan het hoofdframe gelast. De voorvering werd verzorgd door een hydraulisch gedempte telescoopvork, achter zat een swingarm met twee hydraulisch gedempte veer-demperelementen. Het voorwiel mat 19 inch, het achterwiel 18 inch.

De eerste versie, de CB550 Four K0 uit 1974, werd geleverd in Flake Sunrise Orange, Boss Maroon Metallic en Freedom Green Metallic, steeds gecombineerd met zwart, dat terugkwam in de tankflanken. Het uitlaatsysteem was vier-in-vier, met twee uitlaatdempers aan de linkerkant en twee aan de rechterkant.

Honda CB550 Four F

De Honda CB550 Four F was de sportversie van de CB550, maar dat sportieve beperkte zich tot het uiterlijk. De F werd geleverd zonder biezen en zag er daardoor veel eenvoudiger uit dan de K-versie. Onder het Honda-logo op de tank stond “Super Sport”, zoals dat ook bij de Honda CB750 F1 het geval was en ook het vier-in-één-uitlaatsysteem kwam overeen met de 750 F1. De vier uitlaatspruitstukken kwamen samen in één demper aan de rechterkant, waarbij vooral de twee linker uitlaatbochten nogal scherp naar rechts gingen om het luchtgekoelde oliefilter bereikbaar te houden.

CB750.

Kawasaki presenteert vernieuwde KX85 en KX112 voor modeljaar 2026

0

Kawasaki heeft voor het modeljaar 2026 vernieuwde versies van de KX85 en KX112 aangekondigd. Deze populaire crossmotoren zijn uitgerust met verbeterde vering, remmen en andere technische updates, waardoor ze optimaal presteren op competitieniveau. Dit maakt ze bij uitstek geschikt voor jonge rijders met professionele ambities.

De betrouwbare tweetaktmotoren blijven behouden, maar het chassis, de vering en het bodywork zijn grondig herzien. De nieuwe voorvork is direct herkenbaar dankzij de grotere 43 mm binnenpoten met een low-friction Kashima-coating en instelbare rebounddemping. Dit biedt rijders nauwkeurigere afstelmogelijkheden. Achteraan is er een volledig instelbare schokdemper met een dikkere zuigerstang en een langere cilinder, wat resulteert in meer demping en minder doorslaan.

Daarnaast hebben de remmen een upgrade gekregen. Voor is er een grotere 240 mm schijf die samenwerkt met de remklauw en hoofdremcilinder van de KX250, wat zorgt voor een krachtiger remgevoel. Achter is een 220 mm schijf geplaatst, met een nauwkeuriger afgesteld pedaal voor meer controle. Nieuwe Dunlop Geomax MX34-banden verbeteren grip en stabiliteit.

Het frame is verstevigd met een langere balhoofdbuis, wat bijdraagt aan de stijfheid en stabiliteit. Ook zijn onderdelen zoals stuur en achtertandwiel van aluminium, wat het gewicht verlaagt. De ergonomie is verbeterd met een nieuwe kroonplaat die vier stuurstanden biedt en bredere voetsteunen met extra grip.

Het Kawasaki News 2026 e-magazine is uit

Het design is strakker geworden met vernieuwde spatborden en nummerplaten, terwijl zwarte velgen en groen geanodiseerde afstelknoppen een ‘factory look’ geven. De nieuwe KX85, KX85 L en KX112 zijn vanaf maart 2026 beschikbaar bij Kawasaki-dealers.

  • KX85: vanaf €5.599,-
  • KX85 L: vanaf €5.699,-
  • KX112: vanaf €6.349,-

Voor meer informatie kan je terecht bij de Kawasaki Motocross-dealer of op de website. De genoemde prijzen zijn inclusief btw en rijklaarmaakkosten.

Triumph introduceert exclusieve Speed Twin 1200 Café Racer Edition

0
peed Triumph Twin 1200 Café Racer Edition

Triumph Motorcycles heeft de Speed Twin 1200 Café Racer Edition gepresenteerd, een gelimiteerde variant die teruggrijpt op de Britse caféracers uit de jaren zestig. Van deze speciale uitvoering worden wereldwijd slechts 800 exemplaren gebouwd. Het model is gebaseerd op de Speed Twin 1200 RS en heeft clip-on sturen, geen standaard duovoetsteunen en een bruin bullet-zadel met afneembare afdekking. Verder bevat de motor diverse verfijnde stylingdetails. Elke motorfiets komt met een Certificaat van Authenticiteit als bewijs van zijn exclusieve status.

De sportieve uitstraling wordt versterkt door de lage zitpositie, het compacte design en de aandacht voor afwerking. Gefreesde spiegels aan de stuuruiteinden, zwarte cilinderkopdeksels en gevormde kniesteunen geven het geheel een strakke, onderscheidende look. De duovoetsteunen zijn verwijderd maar worden meegeleverd in de verpakking, voor wie weer met passagier wil rijden.

Test 2026 Triumph Bonneville T100 & Scrambler 900: bollen met de Bonnevilles

De kleurstelling is geïnspireerd op British Racing-designs, met Competition Green en Aluminium Silver als hoofdtonen, aangevuld met zilverkleurige wielen en een in Competition Green gespoten koplampbehuizing.

Paul Stroud, Chief Commercial Officer van Triumph, licht toe: “De Speed Twin 1200 Café Racer Edition bouwt voort op het succes van de RS en combineert Britse caféracer-invloeden met exclusiviteit, hoogwaardige afwerking en sterke prestaties. Met een beperkte oplage van 800 exemplaren spreekt deze motor zowel verzamelaars als actieve rijders aan.”

Raceverleden

De motor heeft een uitgesproken sportieve geometrie met lage clip-ons en een smal, oplopend achterdeel, wat zorgt voor een agressieve rijhouding. De kleurafwerking – Competition Green met Aluminium Silver – verwijst naar Triumphs raceverleden.

De Speed Twin 1200 Café Racer Edition biedt een scherpere, sportieve rijpositie dan de standaard RS. De motor is uitgerust met een volledig instelbare Marzocchi-voorvork en Öhlins-achterschokdempers.

Prestaties, vermogen en techniek

De bekende 1200cc Bonneville-twin levert 105 pk bij 7.750 tpm en 112 Nm koppel. De 270-graden ontstekingsvolgorde zorgt voor een levendige gasrespons.

De rijder kan kiezen uit drie modi – Road, Rain en Sport – waarbij gasrespons en hulpsystemen zich aanpassen aan de omstandigheden. Cornering ABS en tractiecontrole zijn standaard aanwezig.

Caféracercultuur

De caféracercultuur ontstond in de jaren zestig rond Londense transportcafés zoals het Ace Café. Triumphs Bonneville speelde toen al een hoofdrol dankzij zijn sterke motorblok en wendbaarheid. Die traditie leeft voort in de moderne Speed Twin 1200 Café Racer.

De Speed Twin 1200 Café Racer Edition is in Nederland verkrijgbaar vanaf €21.595 in Nederland – in België vanaf €19.495. Meer informatie vind je hier. De eerste leveringen staan gepland voor maart 2026.

Video: de evolutie van MotoGP-motoren (1949–2026)

0

Deze AI-video brengt de indrukwekkende evolutie van de MotoGP in beeld, van de eerste racemotoren uit 1949 tot de hypergeavanceerde prototypes van vandaag. Van vroege viertakt- en tweetaktconcepten tot moderne aerodynamica, hightech chassis en verfijnde elektronica. De tijdlijn toont hoe de koningsklasse van de wegrace doorheen de decennia volledig is getransformeerd.

40 jaar MOTORbeurs: Benelli trekt met drie nieuwe modellen naar Utrecht

0

Benelli komt naar MOTORbeurs Utrecht met drie nieuwe modellen.

Benelli TRK 902 Stradale

Iedereen met een beetje kennis van de Italiaanse taal weet dat de TRK 902 Stradale is gemaakt voor rijders die lange afstanden willen maken. Op het asfalt. Gebaseerd op het Xplorer-platform, maar dan dus volledig afgestemd op straatgebruik. Dankzij onder andere het elektrisch verstelbare windscherm, de comfortabele zithoogte en de 17-inch lichtmetalen wielen met sport-touringbanden. De 904cc-twin levert volop souplesse, terwijl standaardvoorzieningen zoals cruisecontrol, quickshifter en verwarmde handvatten en zadel het je onderweg (nog) fijner maken.

Aanwezige Benelli-modellen

  • BKX300S NIEUW
  • TRK902 Xplorer NIEUW
  • TRK902 Stradale NIEUW
  • TRK702X Dune Sea
  • TRK702
  • Tornado 550 Wit
  • Bobber 400 Beige

Benelli TRK 902 Xplorer

De TRK 902 Xplorer is gebouwd voor rijders met een drang naar avontuur, en dan wel ver voorbij het asfalt. Met zijn 19-inch spaakwiel voor, lange veerwegen en voldoende bodemvrijheid voelt de Xplorer zich thuis op onverhard terrein, net zoals de 904cc-twin. Doordachte details als geïntegreerde richtingaanwijzers in de handkappen, robuuste bescherming en standaard led-spotlights onderstrepen zijn avontuurlijke karakter. Technologie gaat standaard mee op reis, met onder andere cruisecontrol, quickshifter, verwarmde handvatten en verwarmd zadel.

Benelli BKX 300 S

De BKX 300 S is de allrounder van Benelli, die zich net zo thuis voelt in druk stadsverkeer als daarbuiten. De 292cc-eencilinder levert meer dan voldoende prestaties en geeft een speels rijgevoel. De comfortabele maar actieve zithouding nodigt uit, terwijl het design met full-ledverlichting en opvallende lichtsignatuur ervoor zorgt dat de BKX 300 S nooit onopgemerkt blijft, en dat is wel zo lekker in bijvoorbeeld druk stadsverkeer. Praktische details zoals een overzichtelijk lcd-dashboard en usb-aansluiting ontbreken natuurlijk niet.


Meer artikelen lezen over 40 jaar Motorbeurs?

MOTO73 #02 – 2026

0
MOTO73 02 2026

Video: India viert grote feestdag met motorstunts

1

In India is de Dag van de Republiek gisteren groots gevierd. Op 26 januari 1950 werd het land officieel onafhankelijk en kreeg het een grondwet. In de hoofdstad New Delhi wordt dit jaarlijks gevierd met een grote militaire parade. Tijdens de parade werden indrukwekkende kunstjes op motoren uitgevoerd. Bekijk het in de video hieronder.

Beelden: YouTube | Business Standard

Ziggo Sport zendt vanavond ‘De Magie van de TT’ uit

0
Magie van de TT

De documentaire De Magie van de TT wordt binnenkort in meerdere landen uitgezonden via televisiezenders die verbonden zijn aan Dorna Sports, het Spaanse bedrijf dat de uitzendrechten van de MotoGP en WorldSBK beheert.

De film was afgelopen vrijdag voor het eerst in Nederland op televisie te zien bij Ziggo en vandaag, dinsdag 27 januari, om 21.00 uur wordt ‘De Magie van de TT’ nogmaals uitgezonden. Later zal de productie ook worden uitgezonden op Ziggo Sport 3.

Deze film moet je zien: De Magie van de TT

De film werd eerder vertoond in meer dan veertig bioscopen in Nederland en kreeg op het Nederlands Film Festival de Kristallen Film Award voor meer dan tienduizend bezoekers. Volgens TT-directeur Mark van Aalderen blijft de film ook in de komende jaren toegankelijk voor een breed publiek.

Interview Dakar 2026-deelnemer Ian Olthof: ‘Het aantal valpartijen was soms op de vingers van twee handen niet te tellen’

0
Debutant Ian Olthof kan terugkijken op een geslaagde deelname aan de Dakar-rally.
Een goed gemutste Ian Olthof bij een tankstop.

De tijd die het je kost dit intro te lezen, is langer dan het verschil tussen Luciano Benavides en Ricky Brabec na ruim 4.700 km proef in de 2026-editie van de Dakar Rally. Met de finish in zicht maakte Brabec een navigatiefout en verspeelde de zeker lijkende zege. Ian Olthof was de enige Nederlandse deelnemer en reed een keurige wedstrijd. We spraken hem na afloop.

Thierry Sabine – vader van Le Dakar #terugblik

Het is nauwelijks voor te stellen dat er na twee weken slechts twee seconden zaten tussen de winnaar en de nummer twee, vaak ook wel aangeduid als de eerste verliezer. En verliezer mag Ricky Brabec inderdaad wel worden genoemd, want hij begon aan de slotetappe van 141 km (waarvan 105 km proef) met een voorsprong van ruim drie minuten op Luciano Benavides. Ondanks zijn achterstand had de Argentijn de moed nog niet opgegeven: ‘De race is nog niet over,’ zei hij voor de start van die laatste etappe.

In de laatste dagen van de rally, opnieuw in Saudi-Arabië verreden, ontspon zich een strategisch gevecht tussen beide rivalen. Brabec ging niet altijd voluit en liet Benavides de leiding overnemen van diens geblesseerde teamgenoot Daniel Sanders, de winnaar van 2025. Sanders maakte met nog enkele dagen te gaan een zware val. De taaie Australiër dacht er niet aan op te geven en reed met een zwaar ingetapete schouder en nam de zwaarste toegelaten pijnstillers. ‘Het was een martelgang,’ zei Sanders.

Door Benavides de kop op te dringen, verkreeg Brabec een startpositie achter de Argentijn. Dat stelde hem in staat diens sporen te volgen, wat het navigeren iets gemakkelijker maakte en hij tijd kon goedmaken. Geholpen door zijn Honda-teamgenoot Adrien van Beveren reed de Amerikaan een snelle etappe en boog zijn achterstand om in een voorsprong van drie minuten en twintig seconden.

Brabec startte zodoende als eerste in de slotetappe en leek op de zege af te gaan. Tot zijn grote verrassing zag Benavides dat Brabec met nog een paar kilometer te gaan een foutieve richting insloeg. De Argentijn kende een foutloze dag en eindigde de etappe als tweede achter de jonge Spanjaard Edgar Canet. Aan de finish feliciteerde hij Brabec, omdat hij in de veronderstelling leefde dat de Amerikaan nog wel iets over zou hebben van zijn voorsprong, maar het pakte anders uit. ‘Wat een ongelofelijk gevoel,’ was de eerste reactie van de onverwachte winnaar, die hiermee in de voetsporen trad van zijn oudere broer Kevin, tweevoudig winnaar van de Dakar (2022 en 2023). Brabec dacht aanvankelijk aan een fout in het roadbook, maar dat bleek in orde te zijn.

Fabrieksstrijd

Naast KTM en Honda – de toonaangevende merken in de 2026-editie van de Dakar, die de eerste zes plaatsen in de einduitslag innamen – waren er nog meer fabrieksteams actief. Van die teams kwam Hero het best voor de dag met twee rijders bij de eerste tien. Hun beste rijder was de Chileen Ignacio ‘Nacho’ Cornejo, die de zevende plaats behaalde, één plek hoger dan zijn teamgenoot Ross Branch. Voor Tobias Ebster kwam het eind al in de vijfde etappe. Voor Sherco verliep de rally catastrofaal, want al op de tweede dag moesten Lorenzo Santalini en Noah Koitha opgeven. Als enige van het team bereikte Bradley Cox de finish; hij werd twaalfde. Het Chinese merk Hoto maakte voor de eerste keer z’n opwachting in de zwaarste rally ter wereld. De Tsjech Martin Mizek viel in de vierde etappe uit, de Amerikaan Mason Klein reikte tot de veertiende plaats. Het eveneens Chinese Kove verloor Neels Theric in de dertiende etappe en zag de Chinees Sunier Sunier als 35e eindigen. Een mooi succes voor het Nederlandse BAS World KTM Team was de negende plaats van Toni Mulec, waarmee de Sloveen de hoogst geklasseerde niet-fabrieksrijder was.

Noodkreet van crossers uit Noord-Holland

Foto’s: Dakar.com, Hero, ANP Foto

Hoe verging het Ian Olthof?

Waren er in het verleden vaak meerdere Nederlandse deelnemers, dit jaar was er slechts één, de 34-jarige Hellendoorner Ian Olthof. Een debutant in de Dakar, die eerst twee rally’s moest rijden als een soort van toelatingsexamen. De organisatie wil zich er vooraf van vergewissen dat de deelnemers geen avonturiers zijn, maar serieuze motorrijders. Olthof maakte een goede indruk en mocht zodoende deelnemen.

Je sloot je aan bij het team van de ervaren Henk Hellegers, dat dit jaar op Honda’s deelnam.

‘Rijden voor Henk was een groot voordeel. Hij kende mij als rijder al snel vrij goed. Als ik van de motor afstapte, wist hij eigenlijk al wat voor dag ik had gehad. Motorisch is het heel goed gegaan. Ik was een beetje bang voor koelingsproblemen, maar daar hebben ze in Nederland een oplossing voor gevonden. Ik heb één keer een remhendeltje kapot laten vallen. Dat was echt het enige dat kapot is gegaan.’

Over vallen gesproken, heb je bijgehouden hoe vaak je bent gevallen?

‘Geen idee, maar er waren wel dagen dat ik het zwaar had in de woestijn. Het aantal valpartijen was soms op de vingers van twee handen niet te tellen. Gelukkig rijden we met een airbag van Alpinestars. Na drie keer vallen moet je de patronen vervangen. Je hebt dus altijd een aantal patronen bij je. Eén keer schoot bij een val de rechterschouder uit de kom, maar die kwam direct weer op z’n plaats terug. De fysiotherapeut die bij het team was, heeft daarna elke dag mijn schouder stevig ingetapet. De rest van de rally heb ik met zware pijnstillers gereden.’

Debutant Ian Olthof kan terugkijken op een geslaagde deelname aan de Dakar-rally.
Een goed gemutste Ian Olthof bij een tankstop.

Heb je je daarna wel eens afgevraagd waar je aan was begonnen?

‘Nee, eerlijk gezegd niet. Je moet je emotie uitschakelen. De dagen zijn zo extreem lang, daar moet je niet bij nadenken. Als je er echt bij nadenkt, hou je het nog geen twee dagen vol. Het rijden van 800 of 900 km per dag is me wel tegengevallen. Om drie of vier uur gaat de wekker. Je moet pasta eten en goed nakijken of je alles bij je hebt. Dan kom je om vijf, zes uur weer in het bivak. Dan twee keer eten, douchen, fysiotherapie en naar bed. Ik sliep in de truck van het team. De eerste week kon ik slecht slapen. Soms lag ik tot elf, twaalf uur wakker. Bij de beide marathonetappes kregen we van de organisatie een tentje, een slaapzak en een matje, geen kussen. Het was heel Spartaans, er waren niet eens toiletten. Toch was dat voor mij wel een hoogtepunt. Het mooie van dat bivak was dat iedereen zo overnachtte, ook de toprijders. In zo’n bivak staan we allemaal door elkaar. Dan word je wakker naast Daniel Sanders. Echt contact was er niet met de toppers, die jongens zoeken elkaar op. Op een gegeven moment rij je in een groepje van je eigen snelheid, want je start elke dag in de volgorde van de uitslag van de vorige dag. Dan leer je de jongens om je heen een beetje kennen. Je merkt wel dat je bij de eerste vijftig zit, iedereen gaat echt wel voor z’n eigen prestatie. In de eerste dagen heb ik iets te veel gepusht. Na een dag of drie, vier had ik wel de goede balans gevonden tussen wat veilig en prestatiegericht was. Ik wist dat de top 50 wel een beetje mijn plek zou zijn en ik werd 41e. Ik wilde graag een keer in de daguitslag bij de eerste 40 eindigen en dat lukte met een 38e plaats in de laatste etappe.’

Een nare ervaring was de diefstal van je jack.

‘Daarin zaten mijn creditcard, 500 euro cash voor problemen onderweg of om iemand om te kopen en mijn speciaal aangemeten oordoppen. Mijn vader heeft de creditcard direct geblokkeerd, zodat de financiële schade tot die 500 euro beperkt bleef.’

Op het totaal van wat de deelname heeft gekost, is dat bedrag natuurlijk maar een schijntje.

‘Als motorrijder moet je je kwalificeren in twee rally’s. Eén daarvan was in Zuid-Afrika. Verder heb ik nog een paar keer roadbookritjes gedaan. Dat deed ik bij Wim Motors in Portugal. In totaal heeft het zeker twee ton gekost, bizar veel geld.’

Halverwege de rally was er een rustdag.

‘Een donders welkome dag. Dat was echt lekker. Je voelt op een gegeven moment dat je lichaam ook echt moe wordt. Het was gewoon lekker om een dag niet te rijden. Even niet druk zijn met “ik moet dit klaar hebben, dat klaar maken”. Even niets doen. Ik heb wat gekaart en dat kostte me trouwens nog 20 euro. Een paar media-dingetjes gedaan, maar verder een dag zonder stress.’

In het bivak had je veel steun van je vader Jan, die allerlei dingen voor je regelde en in orde maakte.

‘Als er iets gehaald moest worden, ging hij op pad. Hij vulde mijn camelback met sportdrank. Wij zijn beiden Dakar-fan. Mijn vader heeft een enduroverleden en is diepgeworteld in de sport.’

Aan de finish werd je opgewacht door je familie en ook je trainer was erbij.

‘Toen heb ik wel even een traantje weggepikt.’

Voor vertrek zei je dat het een eenmalige deelname zou zijn. Denk je daar, nu je de Dakar hebt gereden, nog zo over of ben je besmet geraakt door het Dakarvirus en wil je volgend jaar weer deelnemen?

‘Ik wilde dit één keer beleven. Het is een extreem gevaarlijke sport. Als ik niet had uitgereden, dan wellicht nog wel een tweede keer. Als iemand mij vraagt als navigator in een auto, dat zou ik nog wel een keer willen. Dat is gewoon niet zo gevaarlijk.’

Uitslag Rally Raid Dakar 2026

Plaats Coureurinformatie Tijd Verschil
1Luciano Benavides (RA), KTM49.00.41
2Ricky Brabec (USA), Honda+0.02
3Tosha Schareina (E), Honda+25.12
4Skyler Howes (USA), Honda+56.41
5Daniel Sanders (AUS), KTM+1.03.15
6Adrien van Beveren (F), Honda+1.04.46
7Ignacio Cornejo (CHI), Hero+1.39.50
8Ross Branch (BOT), Hero+2.49.15
9Toni Mulec (SK), KTM+2.57.18
10Preston Campbell (USA), Honda+3.01.55
41Ian Olthof, Honda+15.55.34
Debutant Ian Olthof kan terugkijken op een geslaagde deelname aan de Dakar-rally.

Pijn aan de pomp: benzineprijs hoger dan vóór de energiecrisis

0
dure_benzine_aan_de_pomp

Sinds 1 januari betalen we 5,6 cent meer accijns per liter benzine. Daarmee komt de belasting uit op 84,5 cent per liter – hoger dan vóór de energiecrisis, ondanks dat de tijdelijke accijnskorting nog niet volledig is afgeschaft. Zonder die korting zou de accijns 15,5 cent hoger liggen.

Volgens ANWB-woordvoerder Jasmijn Dielesen stijgt de accijns omdat Nederland als enige EU-land automatisch indexeert op inflatie. De verhogingen van de afgelopen jaren waren uitgesteld, maar worden nu ingehaald. De maatregel moet de schatkist 448 miljoen euro extra opleveren.

Brandstof vanaf 1 januari flink duurder door belastingverhoging

Economisch gezien is het besluit begrijpelijk; de overheid had de korting niet kunnen behouden zonder miljarden aan gemiste inkomsten. Toch is er kritiek. De benzineprijs ligt in Nederland al hoog, en door de verhoging groeit het verschil met België en Duitsland.

Het prijsverschil met België bedraagt inmiddels 47 cent per liter. Zo’n dertien procent van de Nederlanders tankt inmiddels over de grens. Dat kost binnenlandse stations klanten, maar blijft voor de overheid per saldo winstgevend: ruim 450 miljoen euro aan extra opbrengst, ondanks een verlies van grensverkeer.