Yamaha werkt aan een simpeler (en vermoedelijk goedkoper) ontwerp voor zijn Y-AMT. Nieuwe patenttekeningen laten zien dat het merk het systeem wil vereenvoudigen door het aantal bewegende onderdelen terug te schroeven – met als mogelijk resultaat: een betere prijs en meer modellen met Y-AMT in de toekomst.
Y-AMT
Y-AMT – voluit: Yamaha Automated Manual Transmission – werd in 2025 geïntroduceerd als Yamaha’s “geautomatiseerde handbak”. Het idee is niet om iedereen verplicht naar volledig automatisch te duwen, maar om rijders meer keuze te geven: schakelen kan nog steeds, alleen neemt het systeem de bediening van koppeling en schakelpook over.
In de huidige vorm is Y-AMT al relatief overzichtelijk opgebouwd. Twee actuatoren (elektrisch/hydraulische bedienmodules) sturen de koppeling en de schakelbeweging aan, terwijl een quickshifter het schakelen tijdens het rijden ondersteunt.
Volgens de nieuwe patenten wil Yamaha één actuator schrappen. De truc: één actuator moet zowel de koppeling bedienen als het schakelen aansturen. Net als bij het huidige systeem blijft de basis een conventionele versnellingsbak. De grootste wijzigingen zitten dus niet in de bak zelf, maar in de manier waarop de koppeling wordt bediend. Een belangrijk detail: met één actuator kun je niet alles tegelijk doen. In sommige situaties moet de koppeling los en moet er geschakeld worden – bijna gelijktijdig.
Centrifugaalkoppeling als oplossing
Om dat probleem te omzeilen, leunt Yamaha in het patent op een beproefd principe: de centrifugaalkoppeling. Die maakt het mogelijk om weg te rijden en tot stilstand te komen zonder dat de motor afslaat. Bij stilstand ontkoppelt het systeem automatisch en vanaf een bepaald toerental grijpt de koppeling weer aan, zodat je soepel kunt wegrijden. Met zo’n koppeling hoeft het nieuwe Y-AMT-systeem minder taken tegelijk uitvoeren, en kan die ene actuator zich vooral focussen op het schakelmoment en de koppeling wanneer dat nodig is.
Goedkoper, compacter, breder inzetbaar
Minder onderdelen betekent doorgaans: minder complex, mogelijk lagere productiekosten en een compactere set-up. En dat is interessant, want een kleiner pakket is makkelijker in te bouwen op meer verschillende motorblokken en modellen. De kans is dus aanwezig dat Yamaha met deze vereenvoudiging de deur openzet naar een bredere Y-AMT-lijn, mogelijk ook in kleinere cilinderklassen. Denk aan meer modellen naast de huidige toepassingen, en een Y-AMT-variant die aantrekkelijker wordt geprijsd.
De Mexicaanse autoriteiten hebben de Canadees Ryan Wedding gearresteerd. Wedding, een 44-jarige voormalig Olympisch snowboarder, werd in oktober 2024 aangeklaagd voor verschillende drugsmisdrijven en was sindsdien op de vlucht. Eind vorige maand werd zijn motorcollectie ter waarde van 40 miljoen dollar in beslag genomen. Nu moest Wedding er dus zelf ook aan geloven.
Wedding zou de invoer van honderden kilo’s cocaïne uit Colombia hebben georganiseerd, via Mexico naar de VS en Canada. De opbrengst van het netwerk wordt geschat op meer dan één miljard dollar per jaar. De FBI stelt dat Wedding ook tijdens de periode dat hij op de vlucht was de operatie bleef aansturen. Hij wordt aangeklaagd voor drugshandel, georganiseerde misdaad en meerdere moorden, waaronder die op een federaal getuige.
De Canadees is inmiddels uitgeleverd aan Amerika. Hij zal vandaag al voor de federale rechtbank in Los Angeles verschijnen, terwijl het onderzoek naar zijn netwerk doorgaat. Wat er met de in beslag genomen collectie motoren gaat gebeuren, is niet bekend.
Wie de motormarkt de laatste jaren ook maar een beetje in de gaten houdt, ziet dat het belang van avontuurlijke motoren steeds groter wordt. Met als prachtig voorbeeld de gloednieuwe KLE500 van Kawasaki, de al net zo nieuwe BMW F 450 GS en laten we ook zeker een CFMOTO 800MT-X niet vergeten. Het jarenlange verkoopsucces van BMW’s GS-familie laat daarnaast zien dat dit geen korte opleving is. Motoren die allemaal het asfalt af kunnen, maar wie doet dat? Wij! Met als officiële aftrap de 40e editie van MOTORbeurs Utrecht.
Zoek op Google naar het sneeuwbaleffect en je leert dat dit een proces is waarbij iets kleins door zelfversterking exponentieel groeit in omvang en kracht, zoals een sneeuwbal die van een berg rolt en steeds groter wordt. In de motorwereld staat het sneeuwbaleffect binnenkort synoniem voor het RIDERS-project ‘Van road naar offroad’. Iets dat begon als een onschuldige offroadcursus van Nick en nu dromen we met z’n allen al van het Lac Rose (het Roze Meer) in Senegal. Ooit de legendarische finishplaats van de iconische Parijs-Dakar-rally. Hoewel die rally er al jaren niet meer finisht, blijft Lac Rose mythisch voor iedereen die van de gebaande paden af durft te wijken.
Maar ho, ho horen we jullie denken, jullie gingen toch al eerder offroad? Klopt helemaal. Sterker nog, vrij recent reden we nog met Honda CRF250R en CRF450R en hadden we zelfs een heus TET-klassement. Maar dit is anders, want de Honda’s zijn pure crossers en bij de TET-test werd niets aan de motoren aangepast. En dat gaan we nu wel doen, maar laten we voor het overzicht een keertje beginnen bij… het begin!
Op avontuur!
Na diverse toertochten in Nederland en waanzinnige trips naar Engeland, Schotland en Oostenrijk, op ook nog eens verschillende adventure bikes, is het moment eindelijk daar: de overstap van geasfalteerde wegen naar onverharde paden. En misschien zelfs nog wel een stapje hoger… Het idee om offroad te rijden zit al jaren in het hoofd van ‘ons’ Nick en nu is het eindelijk tijd voor actie! Met alweer zijn vierde adventure in de garage – een R 1300 GS Triple Black – moet hij voorafgaand toegeven dat geen van deze vier motoren ooit het asfalt heeft verlaten. Gelukkig ook niet onbedoeld, maar in dit geval richten we ons op geplande acties. En Nick staat hier niet alleen mee, want dit fenomeen is kenmerkend voor maar liefst 80 tot 90 en misschien wel meer procent van alle verkochte adventure bikes. Tijd om daar verandering in te brengen!
1 van 2
Tot nu toe was dit heel spannend voor Nick, maar binnenkort kan hij om een uitdaging als deze niet eens een beetje zenuwachtig worden.
Elk kerstdiner komt dit verhaal weer boven water. We houden ons hart wel een beetje vast voor alle kerstdiners die nog gaan komen… ‘Ja Nick, we weten hoe dapper je was…’
De eerste stappen
Nick: ‘Een paar keer ben ik met motorvriend Martin Mijnten, RIDERS-lid, op de onverharde wegen tussen Kootwijk en Assel op de Veluwe terechtgekomen. Maar laat ik maar direct eerlijk zijn, dat mocht de naam offroad rijden niet dragen want dat was meer onverhard asfalt. Tijdens een informatieavond in het voorjaar van 2025, georganiseerd door BERRT-trainingen bij Van Harten Motoren in Amersfoort, raakten we enthousiast van de verschillende verhalen die we hoorden. Het werd tijd om onze plannen om te zetten in daden. Onze gezamenlijke motorvriend Arjan van Daalen had in februari op de MOTORbeurs Utrecht een R 1300 GS Trophy aangeschaft. Dit is waar ons avontuur begint, met z’n drieën!’
Het vervolg
Het plan is met z’n drieën te gaan, maar de gekozen zaterdag bij BERRT is niet geschikt voor Martin vanwege zijn werkverplichtingen. Dus worden het Nick en Arjan die de sprong in het diepe wagen. Na de inschrijving begint direct het eerste, echte serieuze werk: het uitzoeken van de juiste motor. En daar komen ingewikkelde vragen bij. Met eigen motoren – met standaard straatbanden – of een motor huren die al volledig is geprepareerd voor offroad? Na wat overleg besluit Nick voor een huurmotor van BERRT te gaan, terwijl Arjan zijn eigen GS Trophy gaat gebruiken. Die speciale GS is volgens BMW geoptimaliseerd voor offroadgebruik en klaar voor sportief gebruik in het terrein. Er blijkt geen woord van gelogen te zijn door de Duitsers en dat geeft Arjan een serieus voordeel. Zijn BMW is al klaar voor Van road naar offroad, die van Nick niet en dat zit Nick niet lekker en zo schiet het project een nieuwe versnelling in. Nick gaat zijn vrij standaard 1300 GS klaarstomen voor de ultieme droom: rijden bij het Lac Rose in Dakar en net doen of je Hubert Auriol bent op een wel iets nieuwere BMW. Of dat gaat lukken? De kans dat het een nachtmerrie wordt in plaats van een droom is niet klein te noemen, maar we gaan de uitdaging aan!
In het kort
Drie RIDERS-leden, zoals vele andere motorrijders, rijden op een adventure maar zijn nooit van het asfalt gekomen. Toch nemen zij de sprong om met hun eigen motor offroad te gaan rijden. In de serie ‘RIDERS van road naar offroad’ worden de drie RIDERS gevolgd. We bieden praktische antwoorden op vragen en situaties waar je als beginnend en onervaren offroadmotorrijder tegenaan loopt. Dit avontuur belooft een mooie reis te worden, vol ontdekkingen en onvergetelijke ervaringen!
1 van 4
Dankzij deze BERRT-training hebben Nick en Arjan in ieder geval alvast een beetje ervaring. Maar om uiteindelijk – zonder ongelukken – bij Lac Rose te komen, is er nog meer ervaring nodig.
De, nu nog, standaard BMW R 1300 GS Triple Black van Nick.
En nu?
In de serie ‘RIDERS van road naar offroad’ zullen jullie de avonturen van drie RIDERS volgen: Arjan, Martin en Nick. Wat zijn de uitdagingen met een standaard adventuremotor als je offroad wilt rijden? Welke keuzes worden er gemaakt? Neem je een training voordat je gaat offroad rijden? In deze serie delen we al deze ervaringen en alle tips en tricks van ervaren offroadrijders. Arjan, met zijn R 1300 GS Trophy-uitvoering, heeft het van de drie dus het gemakkelijkst. Martins Triumph Tiger 900 is ook al redelijk ready to go en hoeft alleen maar op noppenbanden gezet te worden. Alleen, durft hij het aan om zijn eigen 900 in te zetten? Een beetje modder op de kuip zorgt vaak al voor grote paniek, dus wij zien ‘m nog wel een tweede motor aanschaffen zodat hij niet begint met hartslag 150. Nick, met zijn huidige R 1300 GS Triple Black, heeft de grootste uitdaging en daarom gaan we hem als eerste volgen bij de ombouw naar een GS die ook het zware offroadwerk aan kan. Of Nick z’n motor dan kan bijhouden, wordt vanzelf duidelijk… Maar eerst maar eens beginnen en dat doen we tijdens MOTORbeurs Utrecht. We zien je daar!
Het verhaal van RIDERS
Met RIDERS kom je ergens. Je hebt gratis toegang tot drie van de grootste motorevenementen van Nederland. En je bent lid van een club vol gelijkgestemde motorliefhebbers om samen mee op pad te gaan. En, of je nu net bent begonnen of al jaren op twee wielen door het land scheurt, bij RIDERS voel je je direct thuis.
Als RIDERS-lid geniet je van:
Gratis naar MOTORbeurs Utrecht, RIDERS Festival en Bigtwin Bikeshow
Toertochten met andere leden
Kortingen bij onze partners
Digitaal MOTO73, Promotor en Bigtwin Custombike Magazine lezen
Een hechte community van passionele motorrijders
Word lid van RIDERS, dé motorclub voor elke liefhebber: www.riders.nu.
Deze drie RIDERS gaan de uitdaging aan. V.l.n.r: Arjan van Daalen, Nick Glättli en Martin Mijnten.
Op naar Haan Wheels
We zijn ook al bij Haan Wheels geweest, daar binnenkort meer over in een volgende stap.
Haan Wheels is niet zomaar een merk. Haan Wheels weet wielen te maken die zelfs het brute geweld van MXGP-wereldkampioen Romain Febvre en onze eigen Kay de Wolf aan kunnen. Nog mooier, ze weten ook wat het is om Dakar te rijden. Zij wel dus en alleen dat maakte de reis naar Schijndel al meer dan de moeite waard.
Druijff Racing Kawasaki, waar wij afgelopen jaar al eens te gast waren, heeft met trots de rijdersbezetting voor het IDC Dutch Superbike-seizoen 2026 aangekondigd. Eddy de Boer en Thijs Westenbrink zullen het team vertegenwoordigen in de koningsklasse van het Nederlandse wegracen. Beiden coureurs zullen rijden op de nieuwste Kawasaki ZX-10R, ondersteund door Kawasaki Benelux en Michelin Motorsport.
Eddy de Boer is een bekende naam in de racewereld en heeft in eerdere kampioenschappen al bewezen over uitzonderlijke snelheid en race-inzicht te beschikken. Met het oog op 2026 richt hij zich op het structureel meestrijden om overwinningen en het kampioenschap. “Ik kijk er enorm naar uit om de eerste meters te maken met de Kawasaki ZX-10R tijdens de voorjaarstraining in Spanje,” zegt De Boer. “Ik wil Druijff Racing heel erg bedanken voor deze kans. Laten we er samen een mooi seizoen van maken.”
Thijs Westenbrink, die afgelopen jaar met ondersteuning van Druijff Racing zijn overstap naar de superbikes maakte, sluit zijn eerste seizoen sterk af met een derde plaats in het kampioenschap. “Mijn doel is kampioen worden, en daar ga ik samen met het team alles voor doen,” aldus Westenbrink.
Teameigenaar Erwin Druijff is enthousiast over deze nieuwe fase: “Met Eddy en Thijs halen we twee jonge talenten binnen die zorgen voor een frisse dynamiek. Het is nu aan ons om met onze ervaring de juiste basis te creëren voor overwinningen en uiteindelijk een kampioenschap.”
Met deze jonge, ambitieuze rijders op de nieuwste Kawasaki ZX-10R, zet Druijff Racing Kawasaki vol in op de toekomst. Het team kijkt vol vertrouwen uit naar een succesvol IDC Dutch Superbike-seizoen 2026.
Motorrijders in Spanje moeten sinds kort voldoen aan strengere eisen voor hun helm. De nieuwe Europese norm ECE 22.06 vervangt de oude keuring en stelt hogere eisen aan veiligheid en comfort. Sinds 2023 mogen alleen nog helmen met dit keurmerk verkocht worden.
De veiligheidstests zijn zwaarder geworden: helmen moeten nu schokken op meerdere punten en snelheden opvangen, én bestand zijn tegen draaibewegingen bij een val. Ook het vizier moet beter beschermen tegen impact en condens, terwijl volledig donkere vizieren niet langer zijn toegestaan.
De regels gelden voor alle typen helmen. Jethelmen verdwijnen op termijn van de Spaanse wegen, omdat ze onvoldoende bescherming bieden voor kin en achterhoofd. Alleen integraal- en modulaire helmen blijven toegelaten. Op de helm moet een sticker staan met een “E” (landcode) en ECE 22.06. Een “P” geeft volledige bescherming aan; een “J” niet meer.
Wie zonder goedgekeurde of slecht bevestigde helm rijdt, riskeert een boete van 200 euro en vier strafpunten op het Spaanse rijbewijs. Ook oude of beschadigde helmen moeten worden vervangen om de veiligheid op peil te houden.
Waar standaard motorbanden balanceren tussen grip en levensduur, draait het bij slicks om iets totaal anders. Deze circuitbanden hoeven niet eindeloos mee te gaan – ze moeten gewoon presteren. Grip, feedback en precisie staan boven alles. En daarin wil de nieuwe Bridgestone V03 keihard de maat der dingen zetten.
De V02 was al een topband, maar Bridgestone wilde meer. Dankzij input uit het Endurance WK – waar teams als levende testbanken fungeren – werd de V03 geboren. Wereldkampioen Karel Hanika hielp zijn ervaring rechtstreeks vertalen naar deze nieuwe generatie slicks. Resultaat: een band die niet alleen raceteams, maar ook fanatieke trackday-rijders naar een hoger niveau tilt.
De cijfers liegen niet: de V03 maakt je gemiddeld 1,9 procent sneller per ronde dan zijn voorganger. Dat klinkt klein, maar in een wereld van tienden van seconden is het gigantisch. Denk aan bijna twee seconden winst op een rondje van 1 minuut 40. En dat zonder duizenden euro’s aan motorupgrades – gewoon door een andere set schoenen voor je machine.
Het geheim? Een nieuwe rubbercompound, een aangepaste profielvorm en een ruimer contactoppervlak. De V03 komt met twee compounds vóór en drie achter, inclusief een extreme sprintvariant met de meest agressieve grip die Bridgestone ooit bracht.
Tijdens tests op het MotoGP-circuit van Buriram bleek nog iets bijzonders: deze slicks behouden hun temperatuur verbijsterend goed. Terwijl gewone slicks al na enkele minuten stilstaan afkoelen, blijft de V03 warm en klaar voor actie – zelfs na zeven minuten pauze in de pits. Dat betekent: minder risico op glijpartijen na een stop, meer vertrouwen, meer tempo.
De V03 verschijnt in drie compounds voor 200/60-17 en in twee versies voor 190/60-17 en 120/70-17. Vanaf het voorjaar kun je ermee los op het circuit. Maar wees gewaarschuwd: om het maximale uit deze band te halen, moet je of bloedgevaarlijk goed zijn, of goed gek zijn.
Tot 2005 waren motorfietsen nog behoorlijk ‘analoog’. Na 2005 nam de elektronica een vlucht, met elektronisch geregelde vering, ride-by-wire-systemen en geavanceerdere assistentiesystemen.
Rond 2005 waren carburateurs nog niet volledig verdwenen. Modellen als de Suzuki SV650 en Kawasaki ER-5 werden in de vroege jaren 2000 nog met carburateurs geleverd. De Euro 3-emissienormen, die in 2006 ingingen, waren echter zonder geregelde katalysator niet meer te halen. Om die reden werd brandstofinjectie de norm. Opvallend is dat de autobranche na carburatie eerst nog met ‘monopoint’-injectie kwam, feitelijk een gasklephuis met injector, dat alle cilinders bediende, maar dat de motorbranche feitelijk meteen overging op multipoint-injectie, met een injector in de inlaatbuis van elke cilinder en een brandstofgalerij die de benzine onder druk naar de injectoren bracht. De injectie werd sequentieel toegediend, dat wil zeggen dat elke injector individueel een toefje benzine inspoot op het moment dat de inlaatklep openging. De inspuitduur bepaalde dan hoeveel benzine er werd ingespoten.
1 van 11
Bij de injectiesystemen wordt de brandstof in het inlaatkanaal ingespoten. Bij sportieve motoren is er soms nog een “douche-injector boven de inlaatkelken”
Een IMU meet de acceleratie en rotatie rond drie assen.
Met de 102 pk sterke CBR600F bracht Honda in 2011 weer een echte straatgerichte supersport
Een lambda-sonde meet of er nog zuurstof in het uitlaatgas zit.
De meeste motoren hebben per cilinder een gasklephuis en een injector, die zijn benzine krijgt van een galerij waarin de benzine al op de juiste druk is gebracht. De injector is in feite een snel schakelend kraantje.
et motormanagement gebruikt driedimentionale mappingen voor de inspuitduur.
Met verstelbare inlaatkelken kun je de inlaatlengte variëren en de optimale cilindervulling bij alle toerentallen bereiken.
De anti-hop-koppeling voorkomt dat je achterwiel gaat stuiteren bij het terugschakelen.
Bij de krukas zit een sensor die het toerental en het bdp doorgeeft.
Twin-Spar brugframes werden de norm.
Sensoren
Voor het bepalen van het injectiemoment en de inspuitduur maakte de computergestuurde injectie gebruik van diverse sensoren: een krukassensor voor het toerental, een nokkenassensor voor het bepalen van de inspuitvolgorde, een gasklepsensor voor het bepalen van de gasklepstand en een MAP-sensor om de onderdruk in het inlaatspruitstuk te bepalen. Aan de hand daarvan werd een ‘mapping’ gemaakt, een driedimensionale database waarmee de Electronic Control Unit, de besturingscomputer, het juiste inspuitmoment en de juiste inspuitduur, alsmede het ontstekingsmoment kon bepalen. Dat werd dan nog bijgestuurd aan de hand van temperatuursensoren – een voor de motortemperatuur en een voor de inlaatluchttemperatuur – en aan de hand van de lambda-sensoren, zodat het mengsel beurtelings arm en rijk kon staan, een voorwaarde om de driewegkatalysator goed te laten werken. Je ziet in de praktijk dat injectiesystemen de norm werden. De Yamaha Fazer 600 had in 1998 oorspronkelijk carburateurs, zijn opvolger, de FZ6, kreeg in 2004 injectie. De systemen werden ook steeds geraffineerder: de Honda CBR600RR had al sinds 2003 injectie, maar kreeg in 2007 een PGM-DSFI-systeem. De KTM 950 Adventure met carburateurs werd in 2007 vervangen door een 990 Adventure met injectie.
PK-race
Een katalysator is een weerstand in de uitlaat. Veel motorrijders vreesden dat dit ten koste zou gaan van de cilindervulling en daarmee van het motorvermogen, maar het bleek al snel dat de pk-race gewoon doorging. BMW kwam met een 175 pk sterke K1300S, Ducati met een 200 pk sterke 1199 Panigale Superleggera, Honda met een 173 pk sterke VFR1200F, Kawasaki met een 200 pk sterke ZZR1400. Het Oostenrijkse KTM maakte steeds meer wegmotoren en kwam met een 180 pk sterke 1290 Super Duke R. Veel van deze vermogens kwamen tot stand uit een grotere cilinderinhoud, maar ook door verfijningen in de motorconstructie. Waarbij ze blijkbaar zo hard nadachten of het nog sneller kon, dat ze blijkbaar niet meer stilstonden bij de vraag of het nog nuttig was. In Duitsland mocht je op sommige stukjes tussen de Baustellen nog voluit rijden. Of dat ook kon met alle verkeersdrukte was de vraag. In de meeste andere landen werd hardrijden steeds minder geaccepteerd, de snelheidscontroles werden intensiever en de straffen hoger. Waarover wel werd nagedacht, was rijcomfort, althans door Honda. De VFR1200F werd in 2010 leverbaar met een automatisch schakelende Double Clutch Transmission. Iets dat (veel) later navolging kreeg bij andere merken.
Superbikes
Waar vermogen wel zin heeft, is op het circuit. In het WK Superbikes zijn de toegestane aanpassingen aan het standaardmodel beperkt, dus moet het model dat in de showroom staat in basis al de snelste en de beste zijn. Dat was te merken. De Aprilia RSV4 Factory had in 2010 al 180 pk, genoeg om Max Biaggi tweemaal aan de WK-titel te helpen, Sylvain Guintoli in 2014 nogmaals, toen het basismodel 184 pk had. De 178 pk sterke GSX-R1000 was in 2005 al goed voor een wereldtitel, met Troy Corser in het zadel. James Toseland bracht de Honda CBR1000RR Fireblade in 2007 naar het hoogste treetje, hoewel de basisuitvoering ‘slechts’ 172 pk had. Ben Spies kon de 182 pk sterke Yamaha YZF-R1 in 2009 naar de titel rijden. Ducati voerde de druk en de cilinderinhoud op – dat mocht voor tweecilindermotoren – waarna de 180 pk sterke 1098 Troy Bayliss en Carlos Checa aan een wereldtitel hielp. Kawasaki sloeg terug met een 200 pk sterke Kawasaki ZX-10R, waarmee Tom Sykes in 2013 de titel greep, in 2015 gevolgd door Jonathan Rea, die daarmee een lange periode van overmacht inging. BMW had sinds 2010 ook een 193 pk sterke S1000RR in het gamma, maar die kon in het WK Superbike nog geen potten breken. Uiteraard waren de Superbike-racers bij lange na niet standaard en zullen meer vermogen gehad hebben dan de Superbikes voor het gewone volk.
In deze periode werd er enorm veel technologie ontwikkeld. Radiaal bevestigde remklauwen werden de standaard. Kawasaki had variabele inlaatlengtes op de ZX-10R voor een betere gaswisseling, BMW had dit op de S1000RR, Yamaha op de R1. Suzuki paste een gasklephuis met twee gaskleppen toe, onder andere op de GSX-R1000. Bij dit SDTV-systeem (Suzuki Dual Throttle Valve) bediende de rijder de ene gasklep, de tweede werd door een ECU bediend. Zo kon een te brute gasreactie worden voorkomen en kon ook bij vol gas de opening iets worden verkleind voor een hogere stroomsnelheid, terwijl de benzine- en luchttoevoer beter op elkaar konden worden afgestemd. Hiermee had Suzuki in feite een voorloper van ride-by-wire ontwikkeld, iets wat later standaard zou worden. Yamaha was de eerste die met een volledig ride-by-wire-systeem kwam, in 2006 op de YZF-R6. Bij dit YCC-T-systeem (Yamaha Chip Controlled Throttle) is er geen gaskabel meer: met de gasgreep bedien je een regelbare weerstand of potmeter. De ECU bepaalt aan de hand van de afgegeven spanning van de potmeter hoever de gasklep open moet en gebruikt een stappenmotor om de kleppen te bedienen. Dat maakte ook de weg vrij voor diverse ‘rijmodi’. Dat zijn verschillende mappingen die passen bij bepaalde omstandigheden of een bepaalde rijstijl. Zo zijn er sportmodi, Touring, Urban, Rain en Enduro, elk met een eigen gasrespons en vermogensafgifte. Voor meer controle werden er ook steeds meer ‘slipperclutches’ of anti-hopkoppelingen toegepast. Deze koppelingen hadden een mechanisme dat de platen losduwde als je hard op de motor afremde of bruusk terugschakelde: het zorgde ervoor dat het achterwiel niet kon gaan stuiteren. Quickshifters volgden ook snel. Wat begon als aftermarketaccessoire werd rond 2010 fabrieksonderdeel, bijvoorbeeld op de BMW S1000RR en later op de KTM RC8R. Tegen 2015 waren ook blippers voor terugschakelen beschikbaar in het topsegment.
1 van 10
Eind 2015 bracht Honda de Africa Twin terug, een echte, offroad-capabele allroad.
De tweecilinder lijnmotor van de NC700 kreeg een krukas, waarvan de kruktappen 90° werden verdraaid. Dat gaf de motor het karakter van een 90° V-Twin.
Honda bracht een automatisch schakelende “DCT”-transmissie op de VFR1200F.
De DCT-techniek was ook op de NC700-serie verkrijgbaar.
Met de New Concept-serie bracht Honda een aantal zeer zuinige motoren, die trekkracht leverden in de toerentallen waarbij mensen werkelijk rijden.
James Toseland bracht de Honda CBR1000RR Fireblade in 2007 naar het hoogste treetje van het WK Superbikes.
Max Biaggi haalde de WK-titel op een Aprilia RSV-4.
Tractiecontrole en IMU’s
Tractiecontrole was rond 2005 nog een zeldzaamheid op straatmotoren. Je zag eenvoudige systemen op de Honda Pan European en op de BMW R1200GS. Geavanceerde elektronische systemen werden mogelijk door ride-by-wire: samen met ABS waren alle hardwarecomponenten aanwezig voor een snelle regeling; de ABS-sensoren kunnen een verschil in draaisnelheid van de wielen constateren en dankzij de elektronische gasklepbediening kun je het gas dichtdoen, ook als de rijder het gas open heeft. Eerder gebeurde dit door de ontsteking te verlaten of de injectie te onderbreken. ABS was echter een voorwaarde en dat hadden vooral de topmodellen, aangezien ABS pas in 2016 verplicht werd. Toch maakte ook de ABS-techniek een enorme sprong toen Bosch in 2012 samen met KTM een hellingshoekafhankelijk systeem ontwikkelde, op basis van een IMU. Een IMU is een sensor die acceleratie en rotatie rond de lengte-, breedte- en hoogte-as kan meten. Daarmee kan de ECU alle bewegingen van de motor in kaart brengen en daarmee de remkracht aanpassen op de hellingshoek. Ook de oprichtneiging van de motor kon door een slimme remkrachtverdeling beperkt worden. Natuurlijk kan de ECU met behulp van een IMU ook tractiecontrole bochtafhankelijk maken, iets dat voor het eerst werd toegepast op de Ducati 1199 Panigale van 2013. Ook Aprilia speelde een belangrijke rol met het APRC-systeem op de RSV4, dat naast tractiecontrole ook wheeliecontrol en launchcontrol bood.
Chassis en vering
Ook chassis en vering evolueerden sterk. Aluminium brugframes bleven dominant in het sportieve segment, maar werden steeds verfijnder. Yamaha experimenteerde bijvoorbeeld met een gecontroleerde flexibiliteit in het frame van de R1, om meer feedback en controle te geven aan de rijder. Ducati ging een andere weg met de 1199 Panigale door het traditionele vakwerkframe te verlaten en het motorblok als dragend deel te gebruiken, iets wat BMW al deed vanaf de eerste R1100RT. Kawasaki bracht de ZZR1400 uit met een monocoque-frame, een soort stalen doos, zoals ze die ook al op de ZX-12R hadden, in 2000. Daarnaast waren er exoten. Aprilia bouwde hybride frames op de Shiver in 2007 en de Mana in 2008. Dat was een frame dat deels een stalen vakwerkframe was, deels aluminium schetsplaten. Yamaha kwam in deze periode met een unieke ‘CF Diecast’-frameconstructie, onder andere op de FZ6 van 2006: het frame bestond uit twee delen van spuitgietaluminium, die aan elkaar waren geschroefd. Op veringsgebied verschenen rond 2013 de eerste semi-actieve systemen, zoals Ducati’s Skyhook Suspension op de Multistrada en BMW’s Dynamic ESA op de R1200GS. Deze systemen pasten demping automatisch aan op rijstijl, belading en wegdek.
Technische ontwikkelingen gingen snel in het topsegment, maar ook in de Supersport 600-klasse, waarmee immers werd geracet. Yamaha had met de YZF-R6 een ijzersterk wapen in de strijd. De YZF had 123 pk, maar woog slechts 189 kg. Cal Crutchlow, Chaz Davies en Sam Lowes haalden er in deze periode WK-titels mee. Kawasaki had met de 131 pk sterke ZX-6R een dijk van een motor, in 2012 en 2015 goed voor een WK-titel met Kenan Sofuoglu in het zadel. En Honda had de 120 pk sterke CBR600RR, waarmee het grossierde in wereldtitels, met – in deze periode – Michael van der Mark als laatste, in 2014. Opvallend is echter wat er in 2011 gebeurde: Honda bracht de CBR600F terug in het gamma, met een vermogen van slechts 102 pk. De motor had verder een aluminium ruggengraatframe in plaats van een twinspar-frame, niet-instelbare vering en eenvoudige tweezuigerremtangen in het voorwiel. Sommigen vonden het een blamage, maar dat gevoel zakte weg toen de reden duidelijk werd. De prijs van de hightech 600cc-machines liep uit de hand en dat schaadde de verkopen. Bovendien kon je het potentieel van alle hightechonderdelen op straat toch niet gebruiken en leed de rijdbaarheid op straat onder het racegerichte karakter. Honda ging dus back to basics en produceerde weer een handzame, betaalbare, sportieve motor voor op straat.
Ben Spies hielp Yamaha aan de WK-titel op een R1.
NC-serie
Honda tilde haar op verstand gerichte koers in 2012 nog naar een nieuw niveau met de NC700-serie. Vaak wil een fabrikant indrukwekkende vermogenscijfers laten zien en wordt het motorblok dus zodanig getuned dat hij zijn trekkracht in hoge toerenregionen levert. Dat gaat meestal ten koste van de trekkracht bij lage toerentallen, die je rijdt wanneer je normaal door het verkeer rijdt. Honda deed hier onderzoek naar en kwam tot de ontdekking dat motorfietsen voor 90% bij snelheden onder de 140 km/u worden gebruikt, terwijl 80% met minder dan 6.000 tpm wordt gereden. En dus achtte Honda het slim om eens een motorblok te ontwerpen dat zijn trekkracht juist daar levert waar het nut heeft. En niet alleen omdat dat prettiger rijdt, maar ook omdat dat zuiniger is. Een motor werkt bij deellast thermodynamisch het efficiëntst bij toerentallen die net onder het toerental van het maximumkoppel liggen. Bij lage toerentallen zijn er ook nog minder mechanische verliezen. De NC – leverbaar als scooter (Integra), allroad (NC700X) en naked (NC700S) – had maar 48 pk, maar wel een koppel van 60 Nm bij 4.750 tpm, ongekend laag voor een motorfiets. En hij liep 1:27. Bijzonder was toen dat de krukas 90° verdraaide kruktappen had, waardoor de tweecilinder lijnmotor een ontstekingsinterval van 270°-450° had, iets wat de meeste tweecilinder lijnmotoren tegenwoordig hebben. Opvallend is dat de NC-serie ook met DCT leverbaar was.
Allroads
De meeste allroadrijders kopen de motor vanwege het imago en de looks, niet vanwege de offroadcompetentie. Veel van hen krijgen al natte vlekken in hun broek als ze een onverharde parkeerplaats oprijden – en niet van opwinding. Motorfabrikanten speelden hierop in door de allroads beter geschikt te maken voor het asfalt: 21 inch voorwielen werden 19 inch of zelfs 17 inch wielen, 18 inch achterwielen werden tot 17 inch verkleind, dat alles voor meer wendbaarheid. Offroadgerichte veerwegen, zoals de 240 mm van de KTM 990 Adventure uit 2007, zakten in tot veerwegen die soms maar net de 150 mm haalden, voor meer stabiliteit en feedback. Stevige aluminium carterbeschermplaten werden kunststof lookalikes. De cilinderinhoud en de vermogens namen toe, de zwaarlijvigheid daarmee ook. Kawasaki kwam in 2012 zelfs met een zware viercilinder Versys 1000, met 17 inch voorwiel en 150 mm veerwegen. Allroads werden toermotoren met Dakar-schmink. Ze verkochten goed, maar voor echte allroadliefhebbers, die ook nog offroad wilden rijden, bleef er weinig meer over. Totdat Honda de Africa Twin eind 2015 terugbracht, met 21 inch voorwiel, 18 inch achterwiel en veerwegen boven de 200 mm. Er was weer hoop…
Driewielers
In 2006 mocht de motorwereld nog een bijzondere verschijning begroeten: Piaggio kwam met de MP3, een driewielscooter waarbij de voorwielen meekantelen de bocht in, dankzij een ingenieus kantelsysteem. Twee jaar later haalde Piaggio daar nog een slimmigheidje mee uit: ze zette de voorwielen 45 mm verder uit elkaar. Voor de wet werd het daarmee een tweesporig voertuig en dat betekende dat mensen met een autorijbewijs op de motorscooter mochten rijden. Er kwam zelfs een hybrideversie van uit, maar die stierf al snel een roemloze dood. De driewielscooter niet, er kwam zelfs een Franse concurrent op de markt in de vorm van de Peugeot Metropolis. Japan antwoordde met de Yamaha Tricity. De politiek was niet blij met het verschijnsel en greep in: je mag alleen nog met een autorijbewijs op een LT-scooter (Large Track) als je dit rijbewijs hebt gehaald voor 19 januari 2013.
Trend
Tegen 2015 begint het bij sommige fabrikanten te dagen dat pk’s niet heilig zijn en dat er een markt is voor verstandige en betaalbare motoren. ‘Liefde is leuk, maar het moet wel betaalbaar blijven’, zou cabaretier Herman Finkers zeggen. In het laatste decennium zien we die trend doorzetten. Daarover meer in het vierde en laatste deel van dit vierluik over motorontwikkeling.
1 van 14
Radiaal bevestigde remklauwen werden de norm.
Bosch ontwikkelde een IMU, waarmee assistentiesystemen bochtafhankelijk konden worden.
Aprilia maakte een prachtig hybride frame, van voren vakwerkframe van stalen buis, van achtgeren brugframe van aluminium spuitgiet-schetsplaten.
Yamaha maakte een brugframe, dat uit twee delen van spuitgietaluminium bestond. Dit zat onder meer op de FZ6.
Elektronisch geregelde veersystemen brachten het comfort naar een hoge niveau.
De MP3 had drie wielen, maar helde wel mee in de bochten. Op de large-track-uitvoeringen mocht je met een autorijbewijs.
Allroads veranderden langzaam in wegmotoren met een avontuurlijk uiterlijk. Zoals de Kawasaki Versys 1000.
In 2007 kwam KTM met de 990 Adventure, een allroad waarin KTM al haar offroad-competentie had gestopt. Lange tijd was dit de enige echte allroad op de markt.
Chroom flitst in de zon als hij aan komt zetten en zijn Street Glide CVO gromt als een beest met honger. De speakers leggen ‘Big Shot’ van O.T. Genasis over de klappen van die Jackpot-uitlaat heen. Alles trilt, zelfs de lucht. Dan stopt hij, zet de imposante machine op z’n jiffy en zet de motor uit. Opeens is er weer stilte alsof de natuur even haar adem inhoudt.
Wie is Eli?
Naam
Eli Finies
Bouwjaar
1982
Beroep
Sociotherapeut
Drank
Pepsi Max
Eten
Japans
Liefdes
Vriendin en 3 kids
Hekel aan
Links plakkers op de weg
Politiek
Doen we niet aan
Kijkt graag naar
True crime
Luistert graag naar
Metal
Boek
Lars Kepler (alles)
Lievelings motor
Mijn eigen bike
Sport
Fitness
Hobby
Sleutelen
Lijfspreuk
‘Fuck it!’
1 van 9
SOCIOTHERAPEUT
Eli Finies stapt af, lacht breed en geeft me een hand als een bankschroef. “Zo”, zegt hij, “dat is ‘m dan.” En ja hoor dat is ‘m. We lopen eromheen alsof we een bom onschadelijk moeten maken. Alles glimt, alles klopt. Eli begint te vertellen en hij kent elk boutje, elk moertje, elke kabel bij naam. Tja, het verschil tussen kopen en bouwen. Dit is z’n kind. “Alles zelf gedaan,” zegt hij met een grijns en dat geloof je meteen. Die handen van hem lijken gemaakt om staal te buigen. Eli, bouwjaar ’82, is sociotherapeut van beroep, ja echt waar! Dus iemand die normaal mensen weer op het rechte pad zet. Grappig eigenlijk want zijn motor doet precies het tegenovergestelde. Zijn CVO is een 2017’er, maar er is geen schroef meer standaard. Milwaukee Eight-blok, 132 cui, S&S-zuigers, SE extreme CNC heads, injectie met 68 mm throttle body, Star Racing 3/4 nokkenas en S&S Teardrop luchtfilter dat hij zelf heeft aangepast. De uitlaat een Fuelmoto Jackpot 2-1 RTX stainless. Het rijwielgedeelte is genieten voor techneuten met de Rebuffini upside down voorvork, Brembo GP4-RX remmen en Metzeler Cruisetecs die plakken als kauwgom op asfalt. Alles klopt!
Eli leunt tegen z’n motor, pakt een Pepsi Max, neemt een slok en zegt: “Mijn eerste bike was een Lowrider Shovelhead uit ‘82. Ding was kut maar ik hield van dat ding. Elke rit was een gevecht, altijd sleutelen onderweg. Maar dat maakte het ook weer vet.” Twintig jaar later, motorloos dacht hij: ‘fuck it, ik wil weer iets met kloten’. Hij had z’n zinnen gezet op een XT500 tot z’n vriendin zei dat hij dan net Donkey Kong op een minibike zou lijken en ze had gelijk. Dus in de plaats van de Yamaha kwam die Street Glide uit België. “Mooie paint, niet te schreeuwerig, precies goed” zegt Eli. Hij had gezworen niet zelf te gaan sleutelen, maar toen hij een stevige rekening van de dealer kreeg voor een simpele stuurmontage veranderde hij zijn mening. ‘Dan doe ik het liever zelf!’ En dat deed hij dus. Alles. Bout voor bout, nacht na nacht tot z’n vingers zwart waren van olie en z’n koffie koud. Eli stelt: “Ik wil koppel, geen toeren. Hij moet trekken als een beest en dat doet ‘ie.” Met 256 Nm koppel en 175 pk accelereert de machine als een wilde stier met ADHD. Voor de rest niets te overdreven maar wel met eigen smoel. Valdoppen op de crashguard voorop, witte letters op de banden en een wit met MT-leer bekleed zadel, gemaakt door Silvermachine. Hij grijnst. “Gert-Jan Laseur zei dat die Bassani uitlaat niet ging werken, maar ik moest en zou ‘m houden. Nou Gert-Jan had gelijk. Dat ding klonk als een verfblik met spijkers erin, dus die moest eraf. Maar goed, daar leer je van.”
FUCK IT JUST RIDE
Nu is z’n Street Glide af of in elk geval zo af als een echte bouwer ooit durft te zeggen. “Ik dacht nooit dat ik dat zou menen”, zegt hij lachend. “Maar nu sleutel ik aan de Heritage Softail Evo van m’n vriendin. Zelfde lol, ander project.” We staan bij zijn motor, de zon zakt langzaam en het chroom verandert in goud. Eli tikt op de tank en zegt zacht: “Alles wat ik hieraan heb gedaan is wie ik ben. Geen bullshit. Gewoon staal, zweet en koppigheid.” Inderdaad; dit is geen showbike of standaard Harley, maar een rijdend stuk karakter recht uit z’n ziel gebouwd. Echt een ‘TroubleMaker’ die leeft, ademt en nooit opgeeft. Als Eli wegrijdt trilt de grond opnieuw. Het rauwe gebrul van de Troublemaker snijdt door de lucht terwijl hij verdwijnt in de verte. Een man, een machine en de waarde van alles wat echt telt in het leven van Eli: ‘Fuck It Just Ride!’
Tekst en fotografie: Djaccomo Boom
SPECIFICATIES TROUBLEMAKER HARLEY-DAVIDSON STREET GLIDE CVO
Categorie
Details
Eigenaar en Bouwer
Eli Finies
Bouwjaar
2017
Basismodel
FLHXSE Street Glide CVO
Bouwtijd
Te lang om bij te houden
Motorblok
Model
Milwaukee Eight
Ontsteking
Harley-Davidson elektronisch
Cilinderinhoud
132 cui
Zuigers
S&S
Cilinderkoppen
SE extreme CNC flowed en ported
Carburatie
Injectie, 68 mm throttlebody Harley-Davidson
Nokkenas
Star Racing 3/4
Luchtfilter
S&S Teardrop, aangepast
Uitlaatsysteem
Fuelmoto Jackpot 2-1 RTX stainless
Versnellingsbak
6 speed Harley-Davidson
Koppeling
Barnett huis, SE platen, AIM variabele drukplaat, AIM drukplaat adapter
Voor het vierde jaar op rij heeft Ducati gekozen voor de Dolomieten als locatie voor de officiële start van het raceseizoen. Van 18 tot en met 20 januari 2026 stond Madonna di Campiglio in het teken van ‘Campioni in Pista’. Tijdens dit driedaagse evenement presenteerde de fabrikant uit Borgo Panigale het Ducati Lenovo Team en de nieuwe Desmosedici GP voor het komende MotoGP-seizoen.
Rijdersduo en symbolisch seizoen
Het rijdersduo voor 2026 bestaat opnieuw uit Marc Márquez en Francesco Bagnaia. Márquez verdedigt zijn wereldtitel, terwijl Bagnaia zich wil herpakken na het vorige seizoen. Het kampioenschap begint op 1 maart met de Grand Prix van Thailand. Het nieuwe seizoen heeft voor Ducati een extra betekenis, omdat het merk in 2026 zijn honderdjarig bestaan viert. Dat jubileum komt tot uiting in de nieuwe kleurstelling van de Desmosedici GP, met een matte rode tint en twee witte strepen.
De gekozen rode kleur verwijst naar eerdere modellen uit de Ducati-geschiedenis, waaronder de Ducati 60 uit 1949 en de Gran Sport Marianna uit 1955. De witte strepen zijn geïnspireerd op klassieke motorsportontwerpen en lopen door tot rond de luchtinlaat aan de voorzijde van de motor. Het ontwerp werd ontwikkeld door Aldo Drudi in samenwerking met Centro Stile Ducati.
Presentatie, sport en ontspanning en publieksmomenten
De officiële presentatie vond plaats op maandag 19 januari, dinsdag stond in het teken van gezamenlijke activiteiten, waaronder skiën en een wandeling naar het Lago Nambino. Daarnaast bezochten genodigden een tentoonstelling in het Dolomieu Observatorium, gewijd aan zeventig jaar Ducati-racesport. Hier werden uiteenlopende motoren getoond, van vroege race-modellen tot recente MotoGP-machines.
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.