maandag 6 april 2026
Home Blog Pagina 482

Techniek Electric Superbike Twente: ontwikkelen is studeren

0
Het raceteam van TU Twente bestaat uit veertien personen, elk met een eigen discipline.

Studenten van de Universiteit Twente nemen vaak een tussenjaar om bij een van de Studententeams van de TU te werken. Bijvoorbeeld bij het elektrische motorraceteam van de TU Twente. Voor het volgende raceseizoen ontwikkelen ze een hele nieuwe motor, ditmaal met verwisselbare batterijen.

De meeste motorrijders zijn niet enthousiast over elektrische motorfietsen. Een van de redenen is de actieradius, die bij straatmotoren in de praktijk vaak niet boven de 150 km uitkomt. De laadtijd is bij normaal laden te lang, er zijn nog maar weinig motoren die kunnen snelladen. En dan nog sta je al gauw een half uur aan de kant. Voor een raceteam is dat een nog groter probleem. Tijdens trainingen moet je door kunnen gaan en tussen de races is de laadtijd soms ook beperkt. Met een groot accupakket kun je dat oplossen, maar dan neem je ook extra gewicht mee. Dat is weer nadelig is voor de wendbaarheid en de acceleratie. Kortom, het Electric Superbike Team van de TU Twente had wat om over na te denken toen ze besloten een nieuwe racemotor te ontwikkelen.

Techniek Kawasaki waterstofmotor: toekomstbeeld of stuiptrekking?

Passie noodzaak

Electric Superbike Twente bestaat uit studenten van diverse studierichtingen. Zo studeert communicatiemanager Cynthia Vroling technische geneeskunde. Zij heeft haar bachelor gehaald en wil even heel iets anders doen: ‘Je bent zo op een andere manier met het vak bezig, met marketing, interne en externe communicatie’, legt ze uit. Marijn van Hilten is technisch manager: ‘Ik ben verantwoordelijk voor de progressie van de nieuwe motorfiets. Dat is lekker veelzijdig. We plannen waar we aan het eind van het seizoen willen staan en wat we daarvoor nodig hebben. We begeleiden mensen die vastlopen’. ‘We zijn heel allround’, vult Cynthia aan. We hebben allebei onze bachelor af en willen na een tussenjaar verder met een master. Dit jaar werken we 40 uur per week aan dit project. We staan nog wel ingeschreven als student en betalen collegegeld, maar dat krijgen we aan het eind van het jaar weer terug van de TU, bij wijze van ondersteuning. We werken verder zelfstandig, zonder directe leiding of begeleiding van de TU. We kunnen er wel terecht, we weten welke werkplaatsen we kunnen gebruiken en wie waar verstand van heeft. We kunnen bij iedereen aan de bel trekken voor hulp. We hebben nu contact met PHD-studenten over de beste oplossing voor het levellen van batterijcellen.’

De studenten van Electric Superbike Twente krijgen geen studiepunten voor het project. Voor hen zit de winst in de persoonlijke ontwikkeling. ‘We runnen een jaar lang een bedrijf. Zo leren we veel over hoe je later in een bedrijf functioneert. Je ontwikkelt management skills. Als je ’s ochtends binnenkomt zijn er altijd onverwachte dingen. Iets past niet, een bedrijf wil niet. Dan moet je het toch oplossen, zien wat er mogelijk is. Je ontwikkelt ook soft skills, je leert met bedrijven praten en te presenteren. Je moet er wel passie voor hebben, als je het alleen voor je CV doet, dan red je het niet.’

1 op 1

Het huidige team is het zesde Electric Superbike Twente-raceteam: ‘Het eerste team reed in de Moto E en werd in 2018 kampioen’, vertelt Cynthia. ‘Het is een beetje jammer dat er op dit moment geen echte raceklasse meer is, waaraan we mogen deelnemen. In de Moto E mag nu maar één type motor meedoen, van Ducati. Voor een eigen raceklasse hebben we vijftien tot twintig motoren nodig. Dat halen we nog niet. Voorlopig racen we dus voornamelijk tegen andere studententeams. We zoeken teams uit die vooroplopen en racen daarmee. Afgelopen augustus hebben we aan een raceweekend in het Finse Imatra deelgenomen, waar de studentenklassen een onderdeel van het raceweekend waren. We hebben bij de andere motoren de kwalificatie meegereden en hebben daarna 1 op 1 tegen Finland geracet. We rijden trouwens niet zelf, daarvoor hebben we twee echte coureurs, Finn de bruin en Jorn Hamberg. Die racen normaal in de Supersport 600.’

Knelpunt

Electric Superbike Twente doet twee jaar met een motor, dan wordt er weer een nieuwe ontwikkeld. ‘Wij zitten in het eerste jaar’, vertelt Cynthia. ‘We zijn in het begin van dit jaar bij elkaar gekomen met als uitdaging een nieuwe motor te bouwen. We begonnen met brainstormen, met de gekste ideeën. Er zijn al drie motoren geweest. De eerste moest betrouwbaar zijn. Dat ging goed, er is veel mee geracet. Bij de tweede lag de focus op power. De derde moest wendbaarder worden. Kleiner, lichter en slanker. Voor ons dus de vraag of we een combinatie kunnen maken, of dat we het compleet over een andere boeg moeten gooien. Met andere woorden, waar vinden wij dat het knelpunt ligt, waar vindt de industrie dat het knelpunt ligt? Dat is de actieradius. Daar wilden we wat mee doen, een tegenargument bieden’. ‘Wij racen maar acht rondjes. Als dat meer moet worden, moet je een groter accupakket of snelladen in een pitstop. Voor meer accu’s is geen ruimte, bij snelladen moet je het accupakket actief koelen, want de warmteontwikkeling neemt kwadratisch toe met de stroomsterktes, Q=I2R’, aldus Marijn van Hilten. ‘Maar ook koeling neemt ruimte in. Bovendien sta je zelfs met snelladen nog vijf minuten stil.’

Wisselen

Een andere mogelijkheid is om het batterijpakket bij een pitstop te wisselen. ‘Toen we dat in het hoofd kregen, wisten we dat we ervoor moesten gaan’, vertelt Marijn. ‘Het is een gaaf idee, maar hoe doe je dat? We hebben veel gebrainstormd, van onderaf, van boven, via de zijkant, de achterkant. Hoe klein en licht kan het pakket worden? Daarnaast is de veiligheid een issue, je praat over 860 Volt! Daar mag geen contact mee mogelijk zijn. En hoe snel kan het? Het is de bedoeling tijdens de race te wisselen, dus het mag maar een paar seconden duren. Eruit trekken en erin. Maar het moet wel goed vastzitten en tegen trillingen kunnen. We hebben gekozen voor wisselen via de zijkant. Het ontwerp van het mechanisme heeft veel tijd gekost, waarbij de twee subteams – powertrain en chassis – uiteraard rekening met elkaar moesten houden. We hebben gekeken welke soort en afmetingen van batterijen en welk volume we in het frame beschikbaar hebben. We hebben de vorm van het batterijpakket daarop aangepast en de elektromotor verplaatst. De motor drijft het achterwiel aan met een kettingoverbrenging met reductie. We hebben aan een schakelbak gedacht maar daar is geen ruimte voor. Het zou iets meer actieradius opleveren omdat je de motor in een efficiënter toerental kunt laten draaien, maar het effect is minimaal en niet genoeg om die ruimte te bekostigen. Bovendien nemen we al een enorme stap met de batterijwissel. Dan wil je geen risico’s nemen met de rest.’

Techniek EcoMaxx Bike Fuel: duurzaam rijden

Veel zelf

Vanwege de batterijwissel werd er een spaceframe van chroommolybdeen buis ontwikkeld. De basismaten als balhoofdhoek, naloop, wielbasis en gewichtsverdeling werd door ervaring en theorie uit boeken vastgesteld. Verder werd er veel rekenwerk aan het frame verricht via de eindige elementenmethode en simulaties van de dynamica. De koolborstelloze 160 kW-axiaalmotor werd door het team zelf ontworpen. ‘We willen alles naar onze eigen eisen kunnen vormen, weten wat er gaande is en weten dat het past’, stelt Marijn. ‘We hebben zelf spoelen laten wikkelen, de magneten zijn op maat gemaakt. De motorcontroller hebben we wel aangeschaft, de batterijpakketten maken we zelf van lithium-polymeercellen. We zijn afgeschaald naar 7,8 KWh en 860Volt, omdat we wisselen. We laden ze niet tot 100% op om de levensduur niet te schaden. Snelladen is daarvoor ook niet goed, maar dat hoeft niet ook meer, omdat we kunnen wisselen. We hebben 1.600 individuele cellen die in een aantal modules aan elkaar zijn geschakeld. De hele batterij is via een standaard high-voltage connector aan de motor bevestigd. Dus klep omhoog, connector los, pakket eruit.’

Langs de kant

Een punt van aandacht is dat de motor door de Electric Road Racing Association moet worden goedgekeurd, voordat-ie de baan op mag. ‘Voor het batterijwisselsysteem zijn nog geen regels, want we zijn het eerste team dat dit doet, maar ze staan er wel voor open’, vertelt Cynthia, ‘we doen dit in samenspraak met de ERRA, maar het zal tot 2024 duren voordat we de eerste meters kunnen maken. Dat gaat het huidige team dus niet meemaken, want tegen die tijd zijn ze afgelost door nieuwe studenten. We staan natuurlijk straks wel aan de kant’, lacht Cynthia, ‘het team bestaat maar uit 14 mensen, dus 14 extra handen zijn bij een race vast welkom!’

Verwisselbaar “af fabriek”?

Als actieradius het knelpunt is, waarom zijn er dan geen motoren met verwisselbare accu’s? Nou, verrassing: die zijn er wel. Althans, voor lichte scooters en bromfietsen voor stedelijke mobiliteit. Het handige is dat je de accu dan mee naar binnen kunt nemen en op de 12e verdieping kunt opladen, terwijl je scooter buiten staat. Da’s beter dan dat er van elk balkon een laadsnoer naar beneden hangt. Daarnaast biedt zo’n systeem de mogelijkheid van een wisselstation. Er staan in de steden dan laadstations met batterijen, waar je je eigen batterijen in kunt steken en volgeladen batterijen uit kunt halen. Kymco heeft al jaren zo’n systeem in samenwerking met Ionex-batterijen. Op de motorbeurs van Milaan waren er ook een paar andere merken die het gaan toepassen, waaronder Honda met de EM1-e-brommer en Yadea. In de autowereld is het Chinese merk NIO onlangs toegetreden op de Europese markt. Bijzonder is dat NIO’s ook verwisselbare batterijpakketten hebben, die je in zogenaamde ‘swap stations’ volledig geautomatiseerd laat vervangen. Je kunt dan in zeer korte tijd weer met een volle accu verder. In Nederland zijn al wisselstations in Tilburg en Apeldoorn en er zijn er nog vier gepland voor 2024. Wil je gebruik maken van wisselstations, dan moet je de auto zonder batterij kopen en de batterij erbij leasen, dat heet dan BaaS Subscription (Battery as a Service). Voor motorfietsen is het minder snel rendabel om zo’n systeem op te tuigen, omdat de stuksaantallen lager zijn. Maar… Honda, Piaggio, Yamaha en KTM hebben in 2021 al het ‘Swappable Batteries Motorcycle consortium’ opgericht, dat in september 2022 al 21 leden had. Wordt dus vervolgd…


Electric Superbike Twente heeft een eigen werkplek op de campus.

Zou een vertrek van Marc Márquez een crisis betekenen voor Honda?

0

Het vertrek van Marc Márquez bij Honda is ongetwijfeld een aanzienlijk verlies voor het Japanse merk. Márquez is een ongelooflijk succesvolle en invloedrijke coureur geweest voor Honda, met meerdere wereldkampioenschappen op zijn naam en hij is uitgegroeid tot een van de meest dominante figuren in de MotoGP. Zijn vertrek laat een leegte achter in het team en creëert uitdagingen voor Honda.

Het is echter belangrijk om op te merken dat het succes van een merk als Honda niet uitsluitend afhangt van één coureur. Honda heeft een sterke erfenis in MotoGP en is consistent een topmededinger geweest, met of zonder Márquez. Hoewel zijn afwezigheid gevoeld zal worden, heeft Honda een getalenteerd team van ingenieurs, technici en andere coureurs die zullen blijven werken aan het behouden van hun competitieve positie.

Dat gezegd hebbende kan het verlies van een coureur van het kaliber van Márquez invloed hebben op de teammoraal en mogelijk de ontwikkeling van de motor verstoren. Het zal tijd kosten voor Honda om zich aan te passen en een nieuw evenwicht binnen hun team te vinden. De onmiddellijke gevolgen van Márquez’ vertrek kunnen uitdagend zijn en Honda zal zich moeten hergroeperen en hun strategie dienovereenkomstig aanpassen.

Op de lange termijn heeft Honda de middelen en expertise om te herstellen en opnieuw succes te vinden. MotoGP is een zeer competitieve sport en teams zijn gewend om met rijderswisselingen om te gaan. Hoewel het vertrek van Márquez een grote tegenslag is, betekent dit niet per se het einde van de competitieve aanwezigheid van Honda in de sport. Ze hebben in het verleden al uitdagingen doorstaan en hebben laten zien dat ze in staat zijn om terug te komen.

Uiteindelijk zal het toekomstige succes van Honda in de MotoGP afhangen van hoe goed ze zich aanpassen aan de veranderingen, nieuw talent rekruteren en ontwikkelen, en hun motoren blijven verbeteren. Het vertrek van Márquez is ongetwijfeld een klap, maar het betekent niet noodzakelijkerwijs het einde van Honda’s competitieve aanwezigheid in de sport.

Ducati introduceert nieuw sportpakket voor Streetfighter V4

0

Als je superbike-prestaties wilt die zijn afgestemd op de straat, moet je waarschijnlijk uitwijken naar een van de extreem krachtige hypernakeds. Natuurlijk is het absurd om te zeggen dat bijna 200 pk op een motorfiets ‘straatgericht’ is, maar deze motorfietsen bestaan om de dorst van de meest vermogengeile liefhebbers te lessen.

Een van de meest opvallende modellen in dit segment is ongetwijfeld de Ducati Streetfighter V4. Aangeboden in drie varianten neemt de Streetfighter alles wat klaar is voor de Panigale V4 en verpakt het in een pakket dat iets praktischer is voor de straat. Dat gezegd hebbende, is de Streetfighter V4 een van de krachtigste straatmotoren ter wereld, en nu heeft Ducati hem nog krachtiger gemaakt door een nieuw Sportpakket aan te bieden voor dit hypernaked beest.

Alsof de Streetfighter V4 nog niet genoeg op prestaties gericht was, heeft Ducati hem scherper, lichter en luider gemaakt dan ooit tevoren. Enkele inbegrepen onderdelen van het Sportpakket zijn een lichtgewicht billet aluminium tankdop, rem- en koppelingshendels, en gewichtjes in het handvat. Deze chique toevoegingen zijn niet alleen voor de uitstraling, maar voegen ook een beetje verstelbaarheid en stabiliteit toe aan het geheel. Natuurlijk is het meest opvallende onderdeel van het Sportpakket ongetwijfeld het Akrapovic-uitlaatsysteem.

Akrapovic-uitlaatsysteem voor meer vermogen, koppel én herrie.

Hier biedt Ducati klanten twee opties. Een daarvan is een onderbelicht systeem dat op de plaats zit waar de standaard demper zich bevond. Deze biedt een gewichtsbesparing van 800 gram, terwijl het geluid relatief stil blijft. Ondertussen kunnen degenen die de poen hebben en gaan voor nog meer herrie, kiezen voor de volledig titanium setup die het vermogen en koppel met zes procent verhoogt, terwijl het 5,5 kilogram gewicht bespaart. Dit uitlaatsysteem heeft een dubbele uitlaat, een op polyester gebaseerd luchtfilter afgeleid van de race en een aangepaste racemapping dat rekening houdt met het nieuwe uitlaatsysteem.

De in-house aanpassingsopties van Ducati voor de Streetfighter V4 eindigen niet bij het Sportpakket. Er is ook een ruime keuze aan koolstofvezelcomponenten, waaronder voor- en achterspatborden, een TFT-displaycover, een tankcover, winglets en zelfs een kentekenplaathouder. Natuurlijk zegt Ducati dat al deze onderdelen het gewicht verminderen en de prestaties marginaal verhogen – maar we weten allemaal dat we ze kopen vanwege de sportieve uitstraling die ze aan een Ducati geven.

Nieuwe Chinese fabrikant PFMoto introduceert de Starship 6 Tourer

2

In 2022 verscheen er een nieuwe motorfietsfabrikant uit China. Paifang Moto, ofwel PFMoto – krijgen ze met die naam CFMoto niet aan het steigeren? Het bedrijf heeft allianties met Lifan, evenals de Geely Groep, het overkoepelende bedrijf van onder andere Qianjiang, Benelli en Keeway.

In 2022 liet PFMoto wat vage beelden zien van een prototype, maar daarna hebben we niets meer vernomen van het merk. Maar PFMoto heeft doorgezet, aangezien het bedrijf de Starship 6 heeft onthuld, een moderne toermotorfiets die duidelijk enkele stilistische kenmerken heeft ‘geleend’ van een andere, populaire motorfiets.

Daarmee bedoelen we natuurlijk de Honda Gold Wing, want de PFMoto Starship 6 lijkt op een verkleinde versie van Honda’s tourmotorfiets. Het heeft zelfs vergelijkbaar vormgegeven zijkoffers die in de carrosserie van de motorfiets zijn geïntegreerd. Achter de duorugleuning is ook een enorme kofferbak te vinden. Uiteraard heeft de motorfiets een groot windscherm voor voldoende bescherming tegen de wind. Wat betreft de ergonomie heeft de Starship 6 een laag zadel, recht stuur en voorwaarts geplaatste voetsteunen. Dit zorgt voor een ontspannen, cruiser-achtige zitpositie die ideaal is voor lange ritten.

Interessant genoeg heeft PFMoto niet gekozen voor een krachtige, koppelrijke motor voor de Starship 6. In plaats daarvan is het model uitgerust met een vrij zwakke 573cc-vloeistofgekoelde, brandstofgeïnjecteerde V-twin. Met 60 pk aan vermogen levert het minder dan de helft van de Honda Gold Wing. Met een gewicht van 280 kilogram is het onmiskenbaar lichter dan de Gold Wing, maar nog steeds zwaar voor een motorfiets met deze cilinderinhoud. Als zodanig kunnen we waarschijnlijk vrij trage prestatie van deze tourmotorfiets verwachten.

Op het gebied van technologie is het duidelijk dat PFMoto ambities heeft om mee te spelen met de grote jongens, aangezien de Starship 6 enkele indrukwekkende kenmerken heeft. Het heeft een elektrisch verstelbaar windscherm, evenals een volledig kleuren-TFT-instrumentenpaneel. Net als de grote tourmotoren is de PFMoto Starship 6 uitgerust met Bluetooth-connectiviteit en luidsprekers, voor het geval je je muziek hard wilt afspelen tijdens het rijden.

Met al deze functies is het zeer onwaarschijnlijk dat de Starship 6 ooit buiten China zal verschijnen. De motorfiets is simpelweg te zwaar en onderbemeten om concurrerend te zijn in Europa. Desalniettemin is de wannabe Gold Wing in China geprijsd tegen het equivalent van net geen €4.000,-.

MV Agusta partner van TABAC Classic GP Assen

0

MV Agusta wordt de officiële evenementpartner van de TABAC Classic GP Assen, een belangrijk moment voor het Italiaanse motormerk met 35 grand prix-overwinningen op deze legendarische locatie.

Luca Martin, COO en ‘Board Member’ van MV Agusta Motor, is enthousiast over het partnerschap en kijkt ernaar uit om de fans te laten genieten van MV Agusta. Hij beschouwt de samenwerking met TABAC Classic GP Assen als een nieuw hoofdstuk in de viering van de meest iconische en representatieve locaties die een rol hebben gespeeld in de rijke geschiedenis van MV Agusta.

De organisatie van TABAC Classic GP Assen is zeer vereerd om samen te werken met een merk dat jarenlang zoveel plezier en verwondering heeft gebracht aan de fans in Assen. Het partnerschap met MV Agusta benadrukt dat een rijke racegeschiedenis van onschatbare waarde is bij het promoten van moderne producten. Het TT Circuit Assen biedt hiervoor een ideaal platform.

De TABAC Classic GP Assen vindt plaats van 8 tot en met 10 september. Naast historische motorfietsen en races kunnen bezoekers ook genieten van legendarische Formule 1-bolides, klassieke touringcars, iconische sportwagens en onvergetelijke grand prix-motoren. In de voorverkoop profiteert men van een korting variërend van 15 euro voor de vrijdag, 30 euro voor zaterdag of zondag, tot 49,50 euro voor een weekendkaart.

MV Agusta en Assen

In 1945 richtte Graaf Domenico Agusta ‘Meccanica Verghera Agusta’ op als fabrikant van helikopters en vliegtuigen. Het duurde niet lang voordat ze ook begonnen met de productie van motorfietsen. Ze namen deel aan het wereldkampioenschap wegrace en behaalden hun eerste overwinning in Assen in 1952 met Cecil Sandford in de 125cc-klasse. In de jaren 50 groeide MV Agusta uit tot de dominante kracht in het wereldkampioenschap, getuige hun indrukwekkende prestaties. Tijdens de TT-races van 1958 en 1960 wonnen ze alle soloklassen.

Giacomo Agostini, de topcoureur van MV Agusta, behaalde maar liefst vijf opeenvolgende overwinningen, van 1968 tot 1972, in zowel de 350cc- als de 500cc-categorieën. In totaal behaalde MV Agusta 35 TT-overwinningen gedurende drie decennia.

Nieuw op de Zwarte Cross: Het Stadsplein!

0

Met grote trots presenteert Feestfabriek Alles Komt Goed BV, de organisatie achter het Zwarte Cross-festival, een opwindende toevoeging aan het al indrukwekkende programma: Het Stadsplein. In een tijd van verdeeldheid biedt dit plein een unieke oase voor zowel stedelingen als plattelandsbewoners. Het Stadsplein combineert op slimme wijze de geneugten van het stadsleven met het buitenleven, ver weg van de Randstad.

Wat kun je verwachten op dit bruisende plein? Geen toeristen, BN’ers, bakfietsen, rolkoffers, parkeerkosten, dealers, junks, stoplichten, drugstoeristen of Uber. In plaats daarvan vind je er gezellige kroegen, livemuziek, een toegewijde tattooshop voor Nozem-fans, Gaycafé De Kast, een Zwarte Cross Sneakers flagshipstore, een sfeervolle fonteinbar, Café Harder! en een trendy kapsalon van AMI Kappers. Uiteraard mag het vertrouwde Stamcafé De Schans niet ontbreken, dat dankzij Marga Klompé en Grolsch overdag transformeert tot een ’tweede jeugd’-café en ’s avonds verandert in een swingende pianobar.

Maar dat is nog niet alles. De hongerige festivalgangers kunnen genieten van Oosters Eethuis Wa Haj Wa Woj van Mr. Long. Daarnaast is er volop vermaak in De Speelkamer van Chocomel, waar je ook alles kunt leren over erotiek en romantiek in Het EasyToys Nachtkastje. Verhalencafé Het Ezelsoor, een nieuw concept op de Zwarte Cross met optredens van bekende schrijvers zoals Marcel van Roosmalen, Lale Gül en Nico Dijkshoorn, biedt een unieke ervaring. Verder kun je jouw muzikale talent tonen op The Busker Open Podium en achteraf ontspannen met een heerlijke cocktail bij de Temple Bar van The Busker. Het volledige programma van Verhalencafé Het Ezelsoor, Het Nachtkastje, Gaycafé De Kast en Café Harder! vind je hier.

Het Stadsplein betekent een indrukwekkende uitbreiding van de legendarische Zwarte Cross Kroegenstraat. Deze authentieke straat is nu getransformeerd tot een sfeervol plein met meer dan 10 karakteristieke grachtenpanden voor een onvergetelijke ervaring.

Ontdek het bruisende Stadsplein op de Zwarte Cross en geniet van de perfecte mix tussen stadse allure en landelijke charme!

Dubbeltest Kawasaki Z650RS vs. Yamaha XSR700: clash der classics

0
Kawasaki Z650RS vs. Yamaha XSR700

Als je recent je motorrijbewijs hebt gehaald, dan is de kans groot dat je rijschoolmotor een Yamaha MT-07 of Kawasaki Z650 was. Beide uitstekende keuzes voor zowel de A2- als A-rijder, maar de hypermoderne looks zijn niet ieders kopje thee. Wat als je een zwak hebt voor klassieke motoren, maar de hedendaagse gemakken niet zou kunnen missen? Dan hebben beide merken een lekker retro gestijlde machine voor je in huis: de XSR700 en de Z650RS. Naar welke sleutels ding jij?

Foto’s: Bert Claes

TestlocatieScheldeland, België
TestomstandighedenHeerlijk tuffen onder een stralende lentezon.
Temperatuur18 graden.

Heritage, neoretro, vintage… Hoe je het ook wilt noemen, zowel Kawasaki als Yamaha hebben hun stinkende best gedaan om er een laagje van over hun middenklasse paralleltwins te draperen. Met verve overigens, maar ook elk op hun eigen manier. Zo zal de Z650RS ongetwijfeld vooral de puristen weten te verleiden, want de nieuwkomer lijkt wel een doordruk van de Z650-B1 die Kawasaki in 1977 in de markt zette. Van de druppelvormige tank met metalen badges, over de kogelhulsvormige tellerpartij, de ronde koplamp en het ovale achterlicht, tot de goudkleurige gietwielen en het gifgroene kleurtje met subtiele pinstriping toe: een waanzinnig geslaagde ode aan het origineel. Diezelfde puristen vergeven het Kawasaki vast wel dat het geen vier- maar een tweecilinder in het bijbehorende frame heeft gemikt. Wij zijn alvast helemaal om.

Dubbeltest Ducati DesertX vs. Honda XL750 Transalp: woestijnwroeter of bergkoning?

Yamaha kiest dan weer voor een look die moet hinten naar de XJ 650 uit 1980, waarvan je in het beste geval de kleur van en de striping op de tank nog kan herkennen. Neen, het is allemaal wat minder klassiek gestijld op de XSR700, van het eigenzinnige silhouet, over de vormgeving van de verlichting, tot de ietwat uitgebeende look van het geheel. Alles is piekfijn afgewerkt – begrijp ons niet verkeerd – maar over de looks valt een boompje op te zetten. Die liggen je of net helemaal niet. Wat ons betreft gaan de punten voor stijl naar Kawasaki.

Extra hefboom

Als je een erg breed doelpubliek beoogt – van jonge A2-rijders tot doorgewinterde downsizers – dan is de prioriteit meteen duidelijk: maak je motor zo toegankelijk mogelijk, en vermijd intimiderende gewichten of proporties. Dat hebben beide merken duidelijk begrepen. Met rijklaargewichten van respectievelijk 187 en 188 kg voor de XSR en de RS zijn beide machines bezwaarlijk zwaar te noemen, terwijl ook de respectievelijke totale lengtes (2.075 mm en 2.065 mm) en breedtes (820 mm en 800 mm) geen gevaartes opleveren die je klem rijdt in het Suez-kanaal. Veel quasi-overeenkomsten dus, al zijn er ook opmerkelijke verschillen. Zowel op de XSR als de RS staat het stuur mooi hoog en naar de rijder gericht, maar de hefboom op de Yamaha is iets breder. Dat zou een minpuntje kunnen zijn om tussen auto’s te laveren in een file, maar in werkelijkheid biedt het je net dat tikkeltje extra hefboom om de XSR nog makkelijker ingestuurd te krijgen.

Ook de zadels verschillen behoorlijk. Zo is de zadelhoogte van de Yamaha met z’n 835 mm opmerkelijk hoger dan de 820 mm op de Kawasaki. Maar zowel het zadel zelf als de overgang tussen het zadel en de tank is een stuk smaller op de Yamaha. Dat terwijl Kawasaki duidelijk voor een breder en dikker gepolsterd zadel heeft gekozen, met het oog op extra zitcomfort. Het resultaat is dat je op beide motoren zo’n beetje dezelfde binnenbeenlengte nodig hebt om allebei je voeten op het asfalt te planten, ook al voelt dat aanvankelijk misschien niet zo. Met m’n 1m73 vind ik op beide machines steun met de bal van mijn voet – ideaal voor bijna elke rijder dus. De voetsteuntjes zijn zowel op de XSR700 als op de Z650RS licht sportief geplaatst: ietwat naar achter en een tikkeltje omhoog. Daardoor kan je voldoende hellingshoek halen voor je iets hoort schrapen, zonder dat de zithouding je in hoeken wringt die niet lang uit te houden zijn. Kortom: ex aequo op ergonomisch vlak.

Bank vooruit

Wat de uitrusting betreft zijn beide machines vrij basic uitgerust. En da’s maar goed ook – op zo’n vintage ogende machine hoeft geen TFT-scherm met connectiviteit, rijhulpjes en ontelbare instelmogelijkheden. Nee, doe ons maar lekker ouderwets, op dat vlak. Dat heeft Kawasaki misschien wel het best begrepen: het dashboard bestaat immers uit twee mooi vormgegeven, analoge tellers, met tussenin een klein LCD-schermpje voor data zoals gemiddeld en huidig verbruik, tripmeters, temperatuur en de totaalteller. Op smaak brengen doet Kawasaki met volledige LED-verlichting en zowel een verstelbaar rem- als koppelingshendel. Mooi zo!

Ook Yamaha gaat voor LED-verlichting en een verstelbaar remhendel (koppelingshendel niet), maar kiest voor een strakker, negatief LCD-display als dashboard. Dat past aardig bij de hoeveelheid zwartgelakte onderdelen op deze machine, maar is niet altijd even goed en snel afleesbaar – vooral fel zonlicht is daarbij een stoorzender.

Versnelling hoger

Op motorisch vlak hoefden beide merken warm water niet opnieuw uit te vinden, want de paralleltwins lagen in beide gevallen al op het schap. Zo neemt de Z650RS de watergekoelde, 649cc-paralleltwin met dubbele bovenliggende nokkenas en acht kleppen over van z’n moderne broertje Z650. Uit die krachtbron weet Kawasaki 68 pk bij 8.000 tpm en een koppel van 64 Nm bij 6.700 tpm te peuren. De bijbehorende zesbak wordt bediend door een slipperassistkoppeling. Yamaha gaat voor z’n XSR700 dan weer te rade bij z’n eigen MT-07, waarmee de XSR de 689cc-CP2-paralleltwin deelt – eveneens DOHC en met acht kleppen in de cilinderkop. Koppel en vermogen worden naar het achterwiel getransporteerd via een zesbak, zij het zonder slipperassistkoppeling. De CP2 presteert een tikkeltje beter dan z’n Japanse collega: bij 8.750 tpm perst het blok van de XSR er 73,4 pk uit, het maximale koppel bedraagt 67 Nm bij 6.500 tpm. Een surplus van ruwweg 5 pk en 3 Nm lijkt bescheiden op papier, maar hoe zit het met de praktijk?

Wel, daarbij valt het verschil in krukas – althans de positie van de kruktappen ten opzichte van elkaar – meteen op. Kawasaki heeft er immers voor gekozen om de kruktappen 180° ten opzichte van elkaar te verdraaien, terwijl ze bij Yamaha op 90° staan. In dat eerste geval geeft dat twee verbrandingsklappen, relatief kort na elkaar (0 en 180°), waarna er een vrij lange pauze (540°) volgt – wat vooral in lage toeren kan aanvoelen (én klinken) alsof je op een ééncilinder onderweg bent. Maar als je de motor wat oppookt, merk je daar amper nog iets van: tussen 4.500 en 8.000 toeren loopt de Kawasaki op z’n mooist – niet toevallig het toerengebied waarin je deze relaxte retro het vaakst zal gebruiken. Die genadige aanpak onderin is een slimme zet van Kawasaki, waardoor de Z650RS ook voor minder ervaren rijders nooit te overweldigend aanvoelt bij een voorzichtige opening van het gas. Al blijft ook de doorgewinterde rijder niet met honger zitten, want het blokje heeft misschien een lichte aanloop nodig, maar vervolgens gaan de sluizen ook wagenwijd open. Heerlijk!

Triotest Aprilia Tuono V4 Factory vs. KTM 1290 Super Duke R vs. Triumph Speed Triple RS

In het geval van de XSR krijg je dan weer identiek ontstekingsinterval als op een V-twin, met verbrandingsslagen op 0° en 270°, en een pauze van 450°. Het resultaat is een mooi vol klinkend, onderin lekker soepel, maar vanaf 2.000 tpm krachtig lopend blok, dat een stuk eerder in de toeren z’n koppel en vermogen levert dan z’n concurrent. Zo kan je in de stad of op secundaire wegen – lees: normaal gebruik – steevast een versnelling hoger kiezen dan bij de Z650RS, en pakt hij uit met een vollere en meer potente gasrespons in alle toerentallen. Daarenboven schuilt in het CP2-blok een flinke eindspurt tussen 6.000 en 9.000 tpm. Gevoelsmatig lijkt de XSR700 sneller en levendiger voor de dag te komen, maar tijdens enkele spurtjes vanaf halfhoog toerental ontlopen de beide machines elkaar verrassend genoeg amper. In de buurt van de begrenzer aan loopt de Yamaha een tikkeltje uit, maar dan is het al persen in de marge geblazen. Opmerkelijk, en niet meteen wat we hadden verwacht.

Wegen we het opgegeven verbruik – voor beide 4,3 liter/100 km – even af ten opzichte van de tankinhoud, dan kan je bijna 280 kilometer rijden met de 12-litertank van de Kawasaki, terwijl je met de 14-litertank van de Yamaha ruwweg 325 kilometer moet halen tussen twee tankstops in. Beslist niet verkeerd. Maar als we een boeket bloemen moeten uitdelen, daat die naar de iets responsievere krachtbron van de XSR700, zonder afbreuk te willen doen aan het eveneens erg fijne blok van de Z.

Mooi compromis

Dankzij hun lage gewicht zijn beide ideaal voor zowel zondagse ritjes op secundaire wegen als stadsgebruik. De compacte afmetingen, ruime grondspeling en krappe draaicirkels zijn eveneens spelen daarin zeker een rol: je slalomt er kinderlijk eenvoudig mee door het verkeer, en ook aan de hand manoeuvreer je ze met gemak. Over de minimale verschillen hoef je je niet te verwonderen: qua rijwielgedeelte ontlopen beide machines elkaar immers slechts in de details. Zo rekenen beiden op een niet intstelbare, 41mm-telescoopvork (XSR: 120mm/RS: 125mm veerweg), in combinatie met een op veervoorspanning instelbare monoshock (beide 130 mm veerweg) achteraan. De swingarm zelf is op beide motoren asymmetrisch opgebouwd, waarbij de rechterpoot aangepast is om plaats te bieden aan de uitlaat. Een opmerkelijk verschil valt dan weer te noteren bij de banden. Terwijl zowel Yamaha als Kawasaki een standaard 120/70-17 kiezen voor de voorzijde, pakt de XSR700 uit met een bredere achterband: een 180/60-17 in tegenstelling tot de 160/60-17.

Alles opgeteld is meteen duidelijk dat beide motoren qua ophanging een mooi compromis vormen tussen comfort en stuurgedrag. De Yamaha voelt een stuk zachter afgeveerd aan, en duikt een stuk sneller in z’n veren – zowel voor- als achteraan. De Kawasaki is opvallend stugger, waarbij de gewichtsverplaatsing beter in de kiem wordt gesmoord bij acceleratie en onder remdruk. In combinatie met de smallere achterband, geeft dat een flitsender stuurgedrag dan z’n concurrent. Een minimale stuurimpuls brengt ‘m op hellingshoek, en ook richtingwissels zijn in een wip gebeurd. Op krappe bochtensecties en vlak asfalt is ons die eigenschap bijgebleven als absolute troef van de Z650RS. Maar op het testparcours in België liggen ook veel betonplaten. Daarbij zorgen de overgangen tussen die platen steevast voor een kleine onrust in de ophanging bij de Kawasaki – wat sommigen misschien ervaren alseen iets nerveuzer stuurgedrag. In dat opzicht zorgt de combinatie van de bredere achterslof en de meer vergevingsgezinde ophanging van de XSR700 voor iets meer vertrouwen in de bocht – zeker voor wie graag wat buitenboord gaat hangen. Een kwestie van voorkeur.

Het directere stuurgedrag van de Kawasaki loopt overigens parallel met het remgevoel vooraan: daar bijten de Nissins van de Z650RS merkbaar directer in de bijbehorende remschijven, waar de opbouw op de XSR700 iets gemoedelijker verloopt. Op beide machines is het ABS achteraan nogal makkelijk te triggeren.

Conclusie dubbeltest Kawasaki Z650RS vs. Yamaha XSR700

Van het rijwielgedeelte, over de remmen, tot de prestaties van de motorblokken: de verschillen tussen Kawasaki’s en Yamaha’s middenklasse neoretro’s worden uitgevochten in de marge van de aangewende techniek. Zo vormt de Z650RS een esthetisch erg geslaagde ode aan weleer, afgekruid met een flitsend stuur- en remgedrag, en een blok dat een lineaire opbouw combineert met een fiks eindschot. De XSR700 herdefinieert het woord hommage, zet opmerkelijk meer in op comfort en vertrouwenen deelt een uppercut uit qua machtsontplooiing en responsiviteit van het blok. Met een prijskaartje van respectievelijk 9.699 euro en 9.449 euro ontlopen de Yamaha XSR700 en Kawasaki Z650RS elkaar daarenboven amper. Wat rest zijn de meest subjectieve vragen aller tijden: welke vind je de mooiste? En welk motorgevoel en stuurgedrag ligt je het meest? Er zijn geen foute antwoorden mogelijk.

Pluspunten Kawasaki Z650RS

  • Looks
  • blok
  • toegankelijkheid
  • prijs

Minpunten Kawasaki Z650RS

  • Minder stabiel in snelle doordraaiers.
  • trillingen in hogere toeren.

Pluspunten Yamaha XSR700

  • blok
  • stuurgedrag

Minpunten Yamaha XSR700

  • looks
  • vering zit sneller op de limiet

Feelgood: motorrijder helpt oude vrouw met oversteken

0

Een oude vrouw maakt aanstalten om over te steken via het zebrapad, maar geen automobilist stopt. Tot er een groep motorrijders nadert… Met sfeervolle muziek van Ludovico Einaudi. Snif.

Suzuki Frankrijk onthult GSX-S1000 Race Edition

0

Suzuki keerde op z’n schreden terug nadat het had aangekondigd volledig te stoppen met racen. De Japanse fabrikant heeft gelukkig besloten dat Suzuki-racetalent kan rijpen in het EWC met het zeer succesvolle Suzuki Endurance Racing Team. Dat staat momenteel vierde in het klassement van 2023.

Suzuki Frankrijk is hoe dan ook in het uitbrengen van specials. Wat ook kan, omdat Suzuki hoe dan ook een populair merk is in Frankrijk. In het najaar van 2022 was er een speciale editie van de Hayabusa, geïnspireerd op de iconische Bol d’Or endurance race in Frankrijk.

Deze keer, met de zomer in volle gang, heeft Suzuki nog een andere limited edition sportmachine onthuld: een Race Edition van de populaire GSX-S1000. Hierop vinden we een unieke kleur terug, geïnspireerd op het Suzuki Endurance Racing Team, evenals enkele upgrades om de motorfiets een sportiever gevoel en betere prestaties te geven.

De standaard GSX-S1000 is met de Race Edition omgetoverd tot een machine klaar voor het circuit. Om te beginnen heeft het een nieuwe kont gekregen voor een sportievere uitstraling, evenals een volledige set motor- en carterbeschermers van GB Racing. Uiteraard drukt niets de gereedheid voor het circuit meer uit dan een monozadel, evenals rood geverfde Brembo-remklauwen. Om de motorfiets wat meer geluid te geven, is de Race Edition ook voorzien van een Akrapovic-uitlaatsysteem. Bovenop dit alles bevat de limited edition naked sportmotor een genummerde SERT FW-plaat en een welkomstpakket met een pet en een T-shirt.

Vanuit prestatieoogpunt verandert er eigenlijk niets, aangezien de Race Edition in feite een cosmetische upgrade kit is, met uitzondering van het Akrapovic-systeem, dat misschien twee of drie extra pk’s kan toevoegen. Genoeg voor een 999cc-vloeistofgekoelde, brandstofgeïnjecteerde viercilinder-in-lijn motor met een maximumvermogen van 152 pk.

Huur een RGNT in Amsterdam

0

Als eerste hoofdstad in Europa opent het Zweedse RGNT Motorcycles in Amsterdam een Rent-a-RGNT. De locatie waar je mort zijn: Rusty Gold MotorShop. Gideon Schipaanboord, Head of Marketing bij RGNT: ‘Je moet onze motorfietsen zien, voelen en ervaren. Daarom bedachten we Rent-a-RGNT samen met onze Utrechtse dealer Coning Motoren. Met dit concept willen we mensen in staat stellen om onze motorfietsen gedurende een langere periode te ervaren, in plaats van een testrit van 10 minuten. Amsterdam is onze eerste locatie, daarna zullen we dit concept uitrollen naar andere Europese hoofdsteden waar we dealers hebben, zoals Berlijn, Londen en Parijs.’

Lokale held

Rent-a-RGNT richt zich zowel op Amsterdammers als op toeristen en geeft je tips & tricks van een local hero wanneer je de motorfiets huurt. In dit geval is dat Zoran Holtkamp van Rusty Gold MotorShop. Hij zal je de beste plekken vertellen om te lunchen, te ontspannen of te rijden. Het huren van een RGNT begint al bij € 89,- per dag. De eerste 10 huurders die een RGNT huren bij Rusty Gold ontvangen een goed gevulde RGNT-goodiebag als cadeau.

Beste van twee werelden

Zoran Holtkamp van Rusty Gold MotorShop is blij dat RGNT naar zijn bedrijf is gekomen. ‘De schoonheid van RGNT is dat het een elektrische motorfiets is die er niet uitziet als een elektrische motorfiets. Classic style is waar veel stadsforenzen naar op zoek zijn en RGNT is het enige EV-motorfietsmerk dat dat biedt. RGNT verbindt twee werelden: tijdloos klassiek design en de elektrische forenzen van de toekomst.’

Rusty Gold MotorShop is gevestigd aan de Overtoom 487 in Amsterdam. Reserveringen kunnen telefonisch worden gemaakt op +31(0)20 737 2751 of via coningmotoren.nl.