maandag 6 april 2026
Home Blog Pagina 600

Moto3 Aragón: Winnende Izan Guevara dichter bij titel

0
Moto3 Aragón Winnende Guevara

Op Motorland Aragón kwam Izan Guevara een stuk dichterbij de Moto3-wereldtitel. Dat deed de 18-jarige Spanjaard door op indrukwekkende wijze de GP van Aragón te winnen. Hij leidde namelijk van start tot finish. Bovendien kwamen zijn twee grootste concurrenten in de titelstrijd, GasGas-teamgenoot Sergio Garcia en Dennis Foggia (Honda) niet verder dan respectievelijk de dertiende en veertiende plaats. Overigens werd in Aragón bekend dat genoemd trio elkaar volgend jaar in de Moto2-klasse gaan tegenkomen. Guevara doet dat opnieuw voor het GasGas Aspar Team. Garcia verhuist naar het team van Sito Pons en Foggia gaat uitkomen voor het Italiaanse Italtrans Racing Team.

Fotografie: MotoGP.com, 2Snap, Teams en Keulemans

In Aragón was Ayumu Sasaki de enige die het moordende tempo van Guevara tot het einde wist bij te houden. Uiteindelijk finishte de Japanse Husqvarna-rijder als tweede op een kleine seconde van Guevara. Als derde scoorde de Spanjaard Daniel Holgado zijn eerste GP-podium. Dat Honda niet alleen in de MotoGP maar ook in de Moto3 in grote problemen verkeert, werd bij deze grand prix duidelijk. Want de eerste Honda-rijder, Tatsuki Suzuki, finishte pas als twaalfde. Voor de Japanner zaten elf machines van de Pierer Group. Of te wel één GasGas, twee Husqvarna’s, twee CFMoto’s en zes KTM’s.

Moto3 Oostenrijk: sensationele zege Ayumy Sasaki

Uitslag Moto3 Aragón

1. Izan Guevara (E), GasGas;
2. Ayumu Sasaki (J), Husqvarna;
3. Daniel Holgado (E), KTM;
4. Deniz Öncü (T), KTM;
5. Adrian Fernandez (E), KTM.

WK-stand (na 15 van 20 races)

1. Guevara, 229 punten;
2. Garcia, 196;
3. Foggia, 171;
4. Sasaki, 158;
5. Masia, 155.

Stefan Bradl over MOTOGP #nofilter

0

Van de buitenkant lijkt de MotoGP vooral heel veel glitter en nog veel meer glamour. Mooie mannen en vrouwen, reizen over de hele wereld, hospitalities tot drie hoog, overal beroemdheden en veel geld (al dan niet zwart…). Teams, fabrikanten en de organisatie doen er tot aan het krampachtige aan om dit filter over de MotoGP vooral te laten bestaan en zelfs te vergroten. Er doorheen prikken lukt daarom zelden, maar soms krijg je hulp uit onverwachte hoek. Want in een waanzinnig eerlijke documentaire van HRC en het Repsol Honda Team spreekt testcoureur Stefan Bradl over de MotoGP. Zonder filter!

‘Ik was hartstikke jaloers op Marc Márquez toen hij naar de MotoGP kwam. Ik won in 2011 de Moto2-wereldtitel van hem en dus wilde ik hem blijven verslaan. Maar dat lukte niet. Ik reed zo hard als ik kon, maar hij reed nog veel harder… Dat accepteren was zwaar, dat was heel zwaar. Hij was ook nog eens zoveel jonger… Ik haatte het! Hij heeft mij vernietigd.’

Nooit eerder sprak een coureur zo open over hoe het voelt om verslagen te worden. Een kleine kanttekening hierbij is ook nog eens dat Márquez in 2011 na een val zichtproblemen opliep en zo een aantal races miste. Anders had Bradl zeer waarschijnlijk geen wereldkampioen geworden. Niemand twijfelde er bovendien ook maar een beetje aan dat Márquez veel beter was. Iets dat in 2013 in de MotoGP voor Bradl pijnlijk zichtbaar werd, want regerend Moto2-kampioen Márquez werd direct MotoGP-wereldkampioen, terwijl Bradl met een jaar meer ervaring op de LCR Honda nog niet de helft van Márquez’ punten haalde: 334 tegen 156…

‘Ik probeerde mezelf met een heel strikt beeld naar de buitenwereld te presenteren, maar eigenlijk ben ik heel zacht van aard en een vriendelijke jongen.’

Motorracer of toch acteur? Het is een probleem waar heel veel coureurs op af branden, want niet jezelf zijn kost zoveel energie dat het eigenlijk onmogelijk lang vol te houden is. Casey Stoner en Ben Spies spraken er ooit al eerlijk over, maar zo helder als Stefan Bradl hoor je zelden. Het is daarom niet meer niet dan logisch dat alleen coureurs als Valentino Rossi en Andrea Dovizioso het zo lang volhouden. Die konden namelijk wel zichzelf zijn in de MotoGP en dat is haast nog belangrijker dan talent.

‘Ik ben tevreden als ik zie dat mijn opmerkingen overeenkomen met de data.’

Een uitspraak van Bradl die perfect laat zien waarom een coureur als Marc Márquez of Fabio Quartararo niet gauw testcoureur zal worden. Dat soort coureurs zijn niet bezig met data, die zijn bezig met winnen en daarbij speelt data een rol, maar ook niet meer dan dat. Rijden zonder dat je kunt winnen, kunnen ze dan ook niet.

De mini-documentaire ‘Behind the Dream: Stefan’ zien?

Het is meer dan de moeite waard, want ook over zijn compleet mislukte overstap naar het WorldSBK praat Stefan Bradl zonder filter!

European Bike Week: Europa’s grootste, gratis motorfestival weer als vanouds

0
EUROPEAN BIKE WEEK 2022, FAAKER SEE, AUSTRIA

Voor de 23e keer keerde Europa’s grootste motorfeest, de European Bike Week, begin september terug naar de zonnige zuidkant van de Alpen in de Oostenrijkse deelstaat Karinthië. Ongeveer 80.000 mensen en meer dan 50.000 motoren stroomden naar het Oostenrijkse dorp Faak am See om Harley-Davidson en de lifestyle van motorrijders te vieren in een prachtige alpine omgeving tijdens een evenement dat gratis toegankelijk was voor alle motorrijders. De eregast van dit jaar was Bill Davidson, directeur van het Harley-Davidson Museum en vicepresident van Harley-Davidson Motor Company. Bill is de achterkleinzoon van een van de oprichters van het bedrijf, William A. Davidson.

Mash X-Ride 650 Trail 2023: voor meer plezier in het terrein

Het hart van het event lag in Harley Village – een terrein van ongeveer 40.000 m2 waar het langs de weg dag en nacht gonsde van de motorfietsen, zover het oog reikte. Veertien erkende Harley-Davidson dealers uit heel Europa en tal van andere handelaren presenteerden motorfietsen, accessoires en kleding. En meer dan 30 bands verzorgden het gratis entertainment op twee podia.

De H-D EXPO toonde de nieuwste motorfietsen, waaronder de onthulling van het nieuwste Icons Collection-model, de Low Rider El Diablo, waarvan de productie wereldwijd beperkt is tot slechts 1.500 exemplaren. Tegenover de EXPO stond de autopartner van European Bike Week, Ford, met onder meer de nieuwe Ford Bronco en een Ford Mustang in politiekleuren. De H-D Demo Zone was het grootste deel van de week volgeboekt en er waren twee nieuwe deelevents: de Revolution Max Experience en de Adventure Riding Experience. Beide events namen rijders mee op tochten op maat, waarbij de Adventure Riding Experience een offroadtraining was op de Pan America 1250, gegeven door Bosnië Rally-deelnemer Ralf ‘Ralle’ Wiesenfaller en Dakar-legende Mick Extance.

Ook nieuw voor 2022 was de EV Zone, waar testritten op de LiveWire One en Serial 1 e-bikes plaatsvonden naast een display van Ford, die de Mustang Mach-E en de volledig elektrische Transit toonde. De laatste kon zelfs een LiveWire motorfiets opladen!

Op vrijdagavond vond de Custom Bike Show plaats in de Customizer Area, gesponsord door Metzeler. Ongeveer 40 customs waren ingeschreven in zes categorieën, met trofeeën voor Best in Category, Best in Show en People’s Choice. Best in Show werd gewonnen door Mirko Perugini uit Italië, die een geschilderde Harley-Davidson-tanktrofee en een set Metzeler-banden mee naar huis nam. Tijdens de parade op zaterdag reden 10.000 rijders rond Villach en de Ossiacher See, toegejuicht door de plaatselijke bevolking. En op zaterdagavond won de gelukkige deelneemster Karin Serraino een gloednieuwe Pan America 1250 Special. Er werden ook twee tickets gewonnen voor deelname aan het Harley-Davidson 120th Anniversary Festival in Boedapest, Hongarije, van 22 tot 25 juni 2023. De European Bike Week keert terug naar Faak am See van 5 tot 10 september 2023.

De S72 Gin Devil van Stefan Everts

0
Stefan Everts Gin Devil

Vraag aan honderd mensen waaraan ze denken bij de naam ‘Stefan Everts’ en niet eentje zal antwoorden: café racers. Toch is de Honda CB750 een project waaraan de 10-voudige wereldkampioen motorcross de voorbije twee jaar naarstig werkte. Motor.nl kon een exclusief kijkje nemen in Everts’ kelder, waar naast elke motorfiets waarmee hij een titel won, nu ook een plaatsje is voor iets wat we als een kruising tussen een caféracer en een scrambler zouden bestempelen: de Gin Devil.

Freek De Jonge zong het al: Er is leven na de dood. Maar ook na de sport. Na 10 wereldtitels en het runnen van MXGP-teams is Stefan Everts het motorcross nog lang niet moe. Zal ook nooit gebeuren, want elk mannelijk lid van de Everts-familie wordt geboren met noppen onder de voetzolen, benzine in de aders en een rechterhand die verder dan die van een doorsnee sterveling rugwaarts kan kantelen.

Honda CB750 Gin Devil

Desondanks sloeg The Legend een aantal jaar geleden ook een andere weg in: hij begon zijn eigen gin-merk. S72 Premium Gin doet het ondertussen lang niet onaardig. Maar Everts is er de man niet naar om vrede te nemen met ‘lang niet onaardig’. In zijn zoektocht naar een originele manier om S72 ging te promoten, vond hij in zijn liefde voor motoren een passende kruisbestuiving. Het project ‘Gin Devil’ was geboren. Maar de zwangerschap bleek een olifantsdracht. En daar waren een aantal redenen voor.

Hobbels in het parcours

Wie het nieuws volgde, weet dat Everts een deel van de voorbije jaren doorbracht om een zware malariabesmetting te verslaan. Het kostte hem bijna zijn leven, veel tijd, afzien en het merendeel van zijn tenen. Toch wacht de meest succesvolle motorcrosser aller tijden ons op in short en met sportschoenen. ‘Ik ga sinds kort weer wat joggen. Half uurtje of zo, soms veertig minuten en aan een rustig tempo. In het begin was dat erg pijnlijk, maar als je ergens wilt komen, moet je je grenzen verleggen’, legt Everts uit. Pijn en grenzen verleggen… Het kampioenenhart klopt nog steeds. Terwijl de meeste mensen na het amputeren van het merendeel van hun tenen met krukken zouden lopen, gaat Everts joggen. Door de pijn heen bijten. En hij doet veel meer dan dat, want ondanks zijn 50 lentes oogt Stefun fris en vooral scherp. Wedden dat-ie nog vlot een half uur crosst in een tempo waarvan 99 procent van de jonge crossers alleen maar kan dromen?

En dan was er Covid

Terug naar de Gin Devil, die niet alleen geconcipieerd werd in tijden van herstel van een zware ziekte, maar ook nog eens in volle Covid-periode ondergedompeld werd. ‘We begonnen aan de Honda CB750 even voor de pandemie, maar toen viel het leven letterlijk helemaal stil. Ook het werken aan de CB. Uiteindelijk heb ik de motor voor een deel laten bouwen in Duitsland. René Oberkersch, Marko Roggensack en Matthias Kiel hebben bergen werk verzet op uiteenlopende vlakken. Natuurlijk heb ik ook zelf input gehad, er is uitstekend werk geleverd door Werner Speeckaert van Piranha Painting en ik heb nog wat contacten in de motorbranche, waardoor we hier en daar speciale onderdelen op de motor konden plaatsen.’

Factory

Everts poseert graag met de Gin Devil. Hij wil er niet al te veel mee rijden en ziet de motor vooral als een mooie manier om zijn S72 Gin te promoten. Als we er hem op wijzen dat het vanaf 1 januari 2023 moeilijker wordt om tweedehandsmotoren in te schrijven voor de Belgische keuring, wil de 10-voudige wereldkampioen er toch wat meer haast achter zetten om een kentekenplaat voor de CB750 aan te vragen. ‘Vaak zal ik er niet mee rijden, maar je weet maar nooit. Het is in elk geval beter dat de motor ingeschreven is’, stelt Everts. De motor wekt terecht trotst op. De kleurstelling past bij het scrambler/caféracer-design en de motor is tot in de puntjes afgewerkt. Dit is geen inderhaast uitgevoerd ombouwproject, maar een goed doordacht ontwerp dat bij nadere inspectie in elk detail opvalt door zijn kwaliteit. In de technische fiche zie je ook af en toe de verwijzing ‘factory’. Wel, als het van Everts komt, mag je er zeker van zijn dat dit ook echte fabrieksspullen zijn. Zaken waar jij en ik nooit aan kunnen komen. Het spuitwerk en design van Werner Speeckaert en zijn Piranha-design valt onder dezelfde noemer.

10 kroontjes

Speeckaert verzorgde niet alleen tal van helmdesigns waarmee Everts titels won, maar werkt ondertussen ook al sinds 2013 voor grote namen als Honda Racing en Bell Helmets. Andere opvallende onderdelen: de vork die van een Suzuki Hayabusa komt. Je kunt je moeilijk motorfietsen voorstellen die verder uit elkaar staan dan een klassieke Honda CB750 en de supersonische Suzuki, maar in een project als dit blijkt er toch een raakvlak te vinden te zijn.

De met de hand gesneden en op maat gemaakte uitlaatdempers in edelstaal, zorgt niet alleen voor een zeer mooie, optische meerwaarde, maar ook voor een hemels mooi geluid dat uit de vier-in-twee stroomt. In dat opzicht is het inderdaad een goed idee om de motor in te schrijven voor er een keuring aan te pas komt, het zou wel eens kunnen dat de geluidslimiet nipt overschreden wordt… De foto’s en de technische details in het kader hieronder, vertellen meer over de specifieke eigenschappen van Everts’ Gin Devil. Het kan niet anders of er zullen naast fans van customs ook sportliefhebbers naar deze motor kijken. Die zullen dan wellicht ook oog hebben voor de tien kroontjes, met telkens een relevant jaartal erin, die op de tank afgebeeld staan. Er is letterlijk maar één man ter wereld die zich kan veroorloven om dat te doen…

Walhalla

En dus: hoe hard we ook proberen al onze aandacht op de Gin Devil te focussen, in een huis waar een mancave staat met een paar WK-winnende fabrieksmotoren, een niet te evenaren schat aan MX-geschiedenis aan de muren hangt én zelfs een fabrieksmotor van René Baeten staat te pronken, is het onmogelijk om niet af te dwalen naar nog veel grotere verwezenlijkingen dan deze Gin Devil. Alsof dat niet volstaat, is er ook nog een garage met de overige WK-winnende fabrieksmotoren, een verzameling trofeeën waarvan je letterlijk gaat duizelen en een ruimte waar de fabrieks-motoren staan van zoon Liam. Nog nooit zoveel MX0geschiedenis op één plek verzameld gezien. En het Everts-verhaal is duidelijk nog niet af. Dat de Gin Devil er deel van uitmaakt, onderstreept de waarde en impact van dit originele concept. En ook al is het de enige motor in huize Everts is waar de spotlights op staan, er zitten wel nog noppenbanden op. Zo past hij toch een beetje bij de overige trofeeën.

De Twijfeltest: Ducati Multistrada V2 S vs Multistrada V4 S

0
Ducati Multistrada V2 en V4

In het terugkerende item ‘De Twijfeltest’ helpen we potentiële kopers die niet kunnen kiezen tussen twee motoren van hetzelfde merk die dicht tegen elkaar aanleunen. Een situatie die we allemaal weleens hebben meegemaakt. Bespaar je geld en ga je voor het goedkopere model, of heb je toch liever wat meer pk’s en uitrusting? Een lastige keuze, waar wij je graag bij helpen. Want duurder is niet altijd beter. Dus zeg het maar: toeren op z’n Italiaans, met veel drama en scherpte. Wordt het de Multistrada V2 S of de Multistrada V4 S?

Duel 1: Rij-eigenschappen

Ze hebben maar één cijfertje verschil in hun naamgeving, maar de Ducati Multistrada V2 en V4 verschillen behoorlijk veel van elkaar. Toch vallen beide machines onder dezelfde noemer van sportieve allroads. Niet dat je ook daadwerkelijk zwaar gaat offroaden met de Multi’s, maar met de juiste banden – zoals de uitstekende standaard Pirelli’s Scorpion Trail 2 – verorber je gravelpaden alsof het stukken pizza zijn. Met zo’n dunne korst, die veel te makkelijk en snel opgegeten worden. Maar voor deze test concentreren we ons op het asfalt, want daar zal de absolute meerderheid van de Multistrada’s te vinden zijn.

Het eerste duel is al meteen het belangrijkste, want over het verschil in rijeigenschappen is makkelijk een epistel te schrijven. Door zowel het gebruik van een ander type motorblok als een ander soort frame is de rijervaring heel verschillend. De L-twin van de V2 is niet Ducati’s beste werk. Het blok levert een erg bruikbaar vermogen van 113 pk, waardoor er dus steeds meer dan voldoende power is, zowel bij lage als hoge toeren. De versnellingsbak is ook prima te pruimen, met een voor een tweecilinder soepel schakelende quickshifter. Maar de loop van het blok voelt zo… onzuiver. Je krijgt te weinig constante feedback van de gashendel, waarmee we bedoelen dat de motorfiets soms anders reageert op ‘dezelfde’ gasinput. Ook lijkt de tweecilinder zich af en toe te verslikken bij het snel dichtdraaien van het gashendel. Het is ook niet dat het voelt alsof er iets mis is met het blok, maar het is gewoon het karakter. Nu moeten we ook niet overdrijven, want je zit wel met een lekker rauw geluid, een overtuigende trekkracht en voldoende sensaties om er een feest van te maken.

Maar wil je echt een feest, dan moet je op de afterparty van de V4 zijn. Wat een blok! De V4 is een waar kunstwerk. Zó soepel, zó krachtig en zó vol van karakter. Geniet van zijn elasticiteit bij traag cruisen in lage toeren, maar hou je verdomd goed vast als je sportief begint te rijden en hogere toeren opzoekt. Hoe het motorblok naadloos de overgang maakt van ‘gezapig’ naar ‘intens’ is fascinerend om keer op keer weer mee te maken. En dan die quickshifter. Mijn hemel, wat schakelt de V4 soepel. En snel. En perfect. Het lijkt wel een reclametekst, maar zo sterk – in alle mogelijke betekenissen van het woord – is het V4-blok.

Voldoende marge voor fouten

Over naar het frame dan, en dus daaraan gelinkt de stuureigenschappen. De Multistrada V2 gebruikt een stalen trellisframe, de V4 een aluminium monocoque. Beide machines zijn uitgerust met elektronisch instelbare vering, want beide zijn S-versies, en hebben dezelfde banden en bandenmaten. De V2 is bijna 20 kg lichter en dat voel je. Daarbij is de lichtere Multistrada ook een stuk smaller dan de V4 en voelt hij kwieker aan. Bochten aansnijden is een waar plezier. Het is daar dat de V2 echt tot zijn recht komt. Hij laat zich makkelijk omgooien en blijft altijd stabiel en trefzeker. Je kunt ook serieus diep door leunen in een bocht alvorens je de grond raakt. De V2 kan het en geeft je ook dat vertrouwen.

Stap je over op de V4, dan heb je plots veel meer ‘motor’ voor je en om je heen. Hij voelt zwaarder aan, maar zonder dat het té zwaar wordt. Je merkt nog steeds dat je een vinnig apparaat onder je hebt hangen. Een machine die niet vies is om ook stevig van het ene op het andere oor gegooid te worden. Hij voelt daarbij nóg stabieler dan de V2. En die is al zo stabiel… De Multistrada V4 is trefzeker, precies te plaatsen en met steeds voldoende marge om fouten te maken. Je voelt dat de machine tot veel meer in staat is dan jij in je mars hebt. En da’s een geruststellende gedachte. En een eerste punt voor de V4.

Duel 2: Comfort

Een toermotor zonder comfort is als een Italiaans restaurant zonder pasta. Maar hoe verhouden de twee Multistrada’s zich tot elkaar als het over het zoveel mogelijke gebrek aan lichamelijke kwaaltjes gaat? Om te beginnen, scoren ze beide zeer goede punten. Qua zitpositie zijn ze redelijk gelijkaardig, met een licht sportieve kniehoek en een mooie rechte rug. Wel valt op dat je duidelijk meer ín de V2 zit, en óp de V4. Dat komt door de combinatie van de vorm van het zadel en de zadelhoogte (830 mm voor de V2, 840-860 mm voor de V4). De V2 heeft een eerder kuipvormig zadel, terwijl de V4 een plattere, bredere en ook dikkere variant onder je bips schuift. Puur qua billencomfort zit je net wat beter op de V4.

Kijken we… correctie… voelen we de windbescherming, dan heb je op de smallere V2 een smallere ruit en dus ook een smallere strook op je lichaam die uit de wind zit. Door de bredere bouw van de V4 zit je lichaam meer uit de wind, maar vangt je hoofd meer op. Maar storend wordt het nooit.

Mooi arsenaal aan comfortspullen

De elektronisch afgeveerde testmotoren zijn een genot om over (slechte) wegen te rijden. Het op beide machines geïnstalleerde Ducati Skyhook laat je moeiteloos door diepe putten en over te ver uitstekende putdeksels rijden, zonder dat je er veel last van ondervindt. Toch werkt het systeem op zo’n manier dat je nog wel voldoende feedback krijgt van wat er allemaal onder je wielen gebeurt. Door het hogere gewicht van de Multistrada V4, voelt die wat relaxter en koersvaster aan. Maar de verschillen zijn klein.

Ook in het dagelijkse gebruik van knopjes en schermverstellingen is de V4 de makkelijker te hanteren motor. Zijn enorme aanbod aan allerlei knopjes links en rechts wijst zichzelf na enkele keren uit, maar het is ook de uitrusting die meespeelt. Zo is het tft-scherm van de V4 mooier dan het anders prima afleesbare exemplaar van de V2, kan de Multi V4 uitgerust worden met adaptieve cruisecontrol, terwijl de V2 normale cruicecontrol heeft, en is het windscherm eenvoudiger te verstellen op het lichter te bedienen systeem van de V4, dan de ‘ouderwetse’ maar nog steeds heel handige drukknop van de V2. De verschillen zijn klein, maar ze zijn er wel. Standaard beschikken beide machines in S-versie over een mooi arsenaal aan comfortspullen, zoals bochtverlichting en verlichte stuurknoppen– handig tijdens de donkere dagen -, vehicle hold control en zelf uitschakelende richtingaanwijzers. Niet per se de systemen die iedere motorrijder wil, maar ze verhogen wel het comfort.

Duel 3: Prijs per pk

Ducati’s zijn duur. Dat weten we. Maar hoeveel centen betaal je nu per pk? Voor de V2S mag je 179,6 euro neerleggen per pk. Niet mals. Van de duurdere V4S verwacht je dat die het nog slechter doet, maar niets is minder waar. Met 158,2 euro per pk vernedert hij zelfs de V2. Denk echter niet dat je een koopje doet met de V4S, want je telt maar liefst 26.890 euro neer voor de dikke Multi. Da’s stevig aan de prijs. En 6.600 euro duurder dan de V2S. Laat dat even bezinken, terwijl je nadenkt welke motorfietsen je allemaal kunt kopen voor dat bedrag. Hoe goed de Multistrada V4S ook voelt en hoe fantastisch hij ook rijdt, je merkt geen verschil van dik meer dan 6.000 euro tussen de twee. De aandacht voor detail, en dus de rechtvaardiging van de fikse meerprijs, is wel merkbaar op de V4. Zo vonden we het leuk dat er op het stuur van de V4 ‘Multistrada V4’ te lezen valt, terwijl de V2 het moet doen met ‘Ducati’. Niks om je voor te schamen, integendeel, maar het toont wel aan waar er bezuinigd is.

Toch vinden we het uiterlijk van de V2 mooier dan dat van de V4. Dat is uiteraard erg smaakgebonden, maar het lijnenspel van de V2 is wulpser en hij komt origineler voor de dag. Al helemaal in de erg geslaagde, grijze kleurstelling met rode wielen en rood frame. De witte Multistrada V4 wordt er meteen een stuk saaier door, ondanks knappe spaakvelgen. Ook een detail als het achterlicht ziet er op de V2 veel mooier en origineler uit. De V4 is nog steeds een knappe motor, maar lijkt een stuk functioneler gebouwd. En daar heeft het design voor moeten wijken. Desalniettemin schrijft de Multistrada V4S ook dit duel op zijn naam.

Conclusie

Een duidelijke conclusie dus; de Multistrada V4S is de motor die je hebben moet. Hij is op alle punten net wat beter dan de V2, maar het grote verschil zit in het motorblok. Daar kan de V2 echt niet tegenop. En nee, dan hebben we het niet alleen over het aantal pk’s en Nm’s. Het allergrootste struikelblok van de V4 is echter zijn meerprijs ten opzichte van de V2. Heb je het geld te besteden, twijfel dan geen seconde. Heb je geen 6.600 euro om mee te spelen, lees deze test dan nog eens opnieuw. Of bedenk dat je met de Multistrada V4S een van de beste en fijnste motoren van dit moment koopt. Dat mag al eens iets kosten, toch?

Duotest: Yamaha R7 & R7 GYTR

0

Weinig merken die zo actief zijn in de motorsport als Yamaha – het verdient z’n strepen van de MotoGP tot de R125 bLU cRU Cup en alles daartussenin. Bijgevolg hoeft het geen wonder te heten dat het atletische merk in elke tussentrap van z’n gamma een sportief gekuipte variant in de aanbieding heeft. De R7 vult het gat tussen de puur op het circuit gerichte R6 Race en de beestachtige R1. Wij mochten ‘m zowel in standaardplunje, als in de volledig uitgedoste, full-option Yamaha R7 GYTR-uitvoering testen.

We krijgen eerst de volledig standaard R7 onder de billen. Kwestie van eerst te wennen aan het origineel en dan pas te voelen welk verschil de upgrades maken. Een machine die op het eerste zicht behoorlijk gespierd voor de dag komt, met scherpe lijnen, en agressief turende kijkers achter de volle kuip. Voetsteuntjes omhoog en naar achter, solozadeltje. We mogen daarbij niet uit het oog verliezen dat dit eigenlijk geen pure racemotor is, wel eentje die zowel op de openbare weg als op het circuit uit de voeten moet kunnen. Maar is die nieuwe R7 het perfecte compromis, of neigt hij toch eerder naar één van z’n twee persoonlijkheden? Als we de technische specs er even bijnemen, zou de leek vermoeden dat straatgebruik voorop stond. Onder het knappe zwart/blauwe kuipwerk schuilt immers ‘gewoon’ het alom gelauwerde CP2-blok. Die tweecilinder maakt intussen het verschil op elke 700 in Yamaha’s catalogus: van de MT-07 waarin hij debuteerde, tot de Tracer7, XSR700, Ténéré 700 en zelfs de T7 World Raid. Steeds licht aangepast om mooi aan te sluiten bij de insteek van elke motor. Het geeft goed aan dat de mogelijkheden van dit blok érg wijd verspreid liggen.

Adelbrieven bij de vleet dus, maar om er ook een racer op te enten? Met een vermogenspiek van ‘amper’ 73,4 pk bij 8.750 tpm en een maximaal koppel 67 Nm bij 6.500 tpm? Dat zijn tot achter de komma identieke waarden als die van de MT-07 naked bike, en beslist geen waarden die je uit het zadel zullen blazen. Noch letterlijk, noch figuurlijk. En toch… Wie Yamaha’s MT-07 al eens helemaal tot z’n limiet heeft gepusht, weet dat er gevoelsmatig veel meer in zit dan de cijfers doen vermoeden. Een heerlijk ding om volledig uit te wringen, met een toerenteller die amper uit de rode zone weg te slaan valt, als je het goed doet. Ruim voldoende om bij ons een enorme grijns op het gelaat te toveren. Bij voorbaat, want het ding staat opgebokt onder een Yamaha-tentje voor onze neus, met bandenwarmers om de straatbandjes gesjord. Hoog tijd om ‘m uit z’n dubbele, warme dwangbuis te verlossen.

Yamaha R7

Thuisgevoel

Het idee is even eenvoudig als geniaal: voorzie een MT-07 van clip-ons, een volle kuip, verplaats de voetsteuntjes en pas de ophanging aan naar gebruik bij hogere snelheden en snelle lastwissels. Een beetje kort door de bocht misschien, maar zo heel ver ligt de R7 niet af van dat idee. Ondanks de aangepaste zithouding voel je je meteen thuis op deze machine – zeker korteren van stuk zoals ondergetekende, die best veel ruimte overhoudt om te bewegen – ook strijkplankgewijs achter het windschermpje gedoken. Van geprojecteerde informatie tot de knoppenwinkel: alles zit gewoon waar je het al een eeuwigheid zou verwachten, waardoor het ‘thuisgevoel’ zelden hoger was. Dat geruststellende gevoel en bijbehorend vertrouwen zijn beslist geen nadelen als je meteen daarna over een legendarische omloop mag rijden, en je de zenuwen bijgevolg door je aderen voelt gieren. Maar al bij de eerste bocht merk je dat die nervositeit nergens voor nodig was. De R7 is zelf immers geen motorische zenuwpees, maar laat zich in alle sereniteit toch heel direct sturen. Bij de eerste exit merk ik bovendien al dat er misschien net iets meer snee op zit – qua gasrespons dan – dan op de MT, wat ‘m perfect staat. Levendig accelererend maar niet te intimiderend, scherp sturend maar vooral vertrouwenwekkend. Een perfect uitgevlooid recept, zo lijkt het. Het compleet ontbreken van rijmodi, connectiviteit en tractiecontrole zouden sommigen als een manco kunnen zien, maar het vijlt net nog wat spanning weg op een moment dat je het wel even kan missen. Sleutel om, por op de knop, in z’n één en gassen maar.

Succesrecept

Over dat gassen gesproken: een supersport met amper meer dan 70 pk, is die die naam wel waardig? Op papier is zo’n rapport maar magertjes, gezien de omlopen die we hier voor de kiezen krijgen. De Raidillon opknallen in z’n vijf? Of voluit over de Mistral in z’n zes? We zouden liegen als we zeggen dat we niet op z’n minst een beetje top-end missen, zeker op de langere stroken waar de R7 onvermijdelijk in de begrenzer draait. Onderin verloopt alles erg gemoedelijk, tot de pin vanaf 4.500 omwentelingen uit de granaat komt en de boel ontploft richting de rode zone. Dankzij een tandje minder achteraan loopt de R7 iets harder dan z’n naakte broertje, maar voorbij de 210 km/u is het helemaal over. Op zich ruim voldoende, al hadden we tussen de 145 en 190 km/u gehoopt op nét dat tikkeltje extra vuur in de buik. Maar je kan het niet allemaal hebben. De R7 blinkt immers vooral uit bij het gemak waarmee hij zich laat insturen, het vertrouwen waarmee je ‘m na de eerste meters al door de bocht pleurt en de ontegensprekelijke funfactor. Het succes van racereeksen als de CB500 Trophy stoelen op een gelijkaardig succesrecept: het hoeft geen fortuin te kosten, het hoeft niet je-van-het te zijn op vlak van technologische hoogstandjes – meer dan een uitstekend blok en een uitgekiend rijwielgedeelte is er niet nodig om hard te gaan. De trefzekere bak is op zich al een plezier om in te roeren, maar op alle testmotoren zit voor ons ook de (op de standaard-R7 optionele) quickshifter gemonteerd. Die laat zich enkel zonder ontkoppelen opschakelen, maar de slipperassistkoppeling (A&S) zorgt ervoor dat je ook bij het terugschakelen in hogere snelheden nooit in de problemen komt. Geen stuiterende achterwielen op deze jongen bij het aanremmen, en moeiteloos door de versnellingen als je plat achter de kuip ligt. Vertrouwen bij de vleet, zoals het hoort. Mooi zo!

Onrust

De KYB-ophanging laat zich zowel voor- als achteraan instellen (vooraan zowel veervoorspanning als in- en uitgaande demping, achter idem behalve de compressie) en is zeker voldoende voor wie zo nu en dan een dagje circuit ambieert en voor het overige graag op de weg vertoeft. Alleen bij heel hoge snelheden en onder zware remdruk valt er wat onrust te bespeuren in de ophanging. Qua interne keuken is het immers een compromis tussen veren en demping die niet extreem sportief zijn gekalibreerd, maar de klus wel goed geklaard krijgen. Van het soort ‘zet je zonder problemen op de rijlijn, maar herschikt je ruggengraat niet bij oneffenheden’. Het voordeel van een gedeelde weg/circuit-insteek, maar tegelijk z’n achilleshiel in standaardplunje. Ook de standaard Advics-remmen (met Brembo-master) op de R7 zweten bij dergelijke extremen best wat peentjes. De aanvankelijke bite is beperkt – straatgebruik indachtig – maar ze knijpen uiteindelijk wel hard door. Een kwestie van de nodige overtuiging aan de dag te brengen. Begrijp me alles opgeteld niet verkeerd: onder de meeste omstandigheden gaat het prima, maar als je aan dik 190 km/u de Eau Rouge induikt, afschakelt en instuurt, zit er best wat beweging in je motor. Ook bij het aanremmen net voor Les Combes na het lange rechte stuk, bijvoorbeeld. Wat na een eerste passage een straaltje angstzweet langs je ruggengraat jaagt, maar ronde na ronde bijdraagt aan het spelplezier aan boord. Maar er rest dus nog wat verbeteringsmarge, als je ook scherpere rondetijden wil klokken. Enter GYTR.

Gaan met die gieter

GYT-wat? Wel, de PR-jongens van Yamaha kunnen het zelf amper beter verwoorden: ‘vier letters die synoniem staan voor elk opwindend gevoel dat je al racend kan ervaren’. De letters zelf – die trots op de bast staan gestempeld, verwijzen naar de GYTR-catalogus – kort voor Genuine Yamaha Technology Racing. Zeg trouwens niet ‘gieter’ maar ‘gee-waai-tie-aar’, op z’n engels. Maar dat terzijde. Belangrijker is dat je in die catalogus ook voor deze telg van de familie een waslijst aan opties aantreft om je R7 om te turnen tot een échte circuitmotor. Van een volledige (alleen op circuit toegelaten) en vederlichte Akrapovic-uitlaatlijn, Öhlins-raceophanging, een sportiever geprogrammeerde ECU, kuipdelen in lichtgewicht carbon, gefreesde aluminium onderdelen, tot zelfs smeringen en coatings die je enkel in de hogere echelons van de racerij aantreft. Alles wat je je als (amateur)racer kan wensen en meer, op jacht naar scherpere rondetijden. Belangrijker is misschien nog dat je je fabrieksgarantie behoudt als je je R7 ombouwt of laat ombouwen met GYTR-onderdelen – wat voor de goede orde allerminst het geval is als je zelf allerlei aanpassingen gaat maken met aftermarket-stukken. Wij krijgen vandaag twee exemplaren voorgeschoteld die copieus zijn uitgedost. Eén full-option-versie (met echt elk mogelijk race-onderdeel gemonteerd), én eentje die een selectie GYTR-onderdelen aan boord heeft, en voorzien is om de R7 Cup mee te racen.

Fikse bite

We testen vooral de Yamaha R7 GYTR – waarbij we al hulp moeten vragen voor we goed en wel van de plaats zijn: de standaard knoppenwinkel heeft op deze versie immers plaats gemaakt voor een knoppenwinkel die je ook op WorldSBK- en MotoGP-machines aantreft. Acht knopjes in verschillende kleurtjes – vijf links, drie rechts – waar voor de rest geen aanwijzingen bij te bespeuren vallen. Geen sleutel om om te draaien, gewoon op de juiste knop porren en wegwezen, leren we van de aanwezige ingenieurs. De GYTR-schakelpook wordt voor deze simpele boerenjongen middels één schroefje van z’n racepatroon omgezet naar een straatpatroon (één omlaag, de rest omhoog), en we kunnen. Ondergetekende is de pitlane nog niet uit als hij al bijna op z’n smoel gaat: iets te enthousiast in de remmen geknepen net voor de pitstraat meekrult met La Source, een haarscherpe rechter. De combinatie van de Brembo-remblokken en de stalen GYTR-remleidingen zorgt voor een instant opvallend fiksere bite dan op de standaardversie. Logisch ook, want op zo’n GYTR hoef je uiteindelijk zelden ‘zacht’ in de ankers. Maar zelfs zonder opwarm- of inrijtijd is het verschil opmerkelijk. Even schrikken, maar mooi zo!

Ook op de invloed van de rest van de GYTR-catalogus hoeven we niet lang te wachten. Met de voeten iets hoger en verder naar achter, zit je met je neus nog dichter op het voorwiel. Het opwarmrondje gaat zoals steeds gemoedelijk, maar als het tempo omhoog gaat, merk je allereerst dat ook de aangepaste racekuip een opmerkelijk verschil maakt. Het hogere windschermpje tilt echt een stuk meer wind over je helm en schouders. Met m’n 1m73 lig ik met m’n snufferd op de racetankdop en sluit het bolle ruitje perfect aan bij de bovenkant van m’n racehelm. Een stroomlijn zoals je het zou dromen. Al kan ik me vanuit deze houding inbeelden dat iets langere rijders flink opgevouwen op deze Yamaha R7 GYTR zetelen.

Het grote verschil zit ‘m echter in de Öhlins NIX-achterveer, waarvoor je vier aangepaste veren kan kiezen tussen 85 en 100 Nm, en de Öhlins-cartridges die in de voorvork passen – een impact die je onmogelijk kan overschatten. Van het levendige insturen, over de rechtuitstabiliteit en de betere controle onder remdruk. Wat. Een. Verschil. Met een grote grijns achter het vizier en zo strak als je zou wensen over het circuit banjeren – als dit niet voelt als een supersport, vreet ik m’n laarzen op.

We hadden het eerder al over à la carte kiezen uit de GYTR-catalogus: ook met de tandwielverhouding kan je spelen dat het een lieve lust is. Met de mogelijkheid om een tandwiel met 14, 15 of 16 tanden vooraan te monteren, een keuze aan achtertandwielen gaande van 41 tot en met 52 tanden is er héél veel mogelijk qua versnellingsratio. Korter optrekken of een hogere top? Ergens tussenin? The sky is the limit. Gewéldig.

Plussen en minnen

Plus:

De mogelijkheden van dat CP2-blok zijn onwaarschijnlijk
Erg vertrouwenwekkend pakket, onder elke configuratie
Behoud van garantie bij opbouw van GYTR-onderdelen

Min:

Mist logischerwijs wat punch op langere omlopen
Voor iets meer heb je een circuitrijpe R6
Kostenplaatje van de GYTR-onderdelen loopt snel op

Conclusie

We hadden het eerder al over compromissen. Wel, als je in dezen twijfelt over welke machine onze voorkeur genoot op beide omlopen, dan grijpen we na enig getreuzel richting toch richting de volledig uitgedoste Yamaha R7 GYTR. Simpelweg omdat het enige compromis dat je dient te maken in dezen het gevecht met je bankrekening is. Je bepaalt zelf hoeveel GYTR-onderdelen je monteert op je standaard R7, en hoeveel verschil het aantal extra bespaarde grammen of extra tanden op het tandwiel maken op jouw rondetijden. Let wel: deze optie geldt enkel als je geen meter op de openbare weg wilt rijden – want zomaar even snel terug ombouwen naar een straatmotor is niet aan de orde. Wordt een dag plezier voor jou niet uitgedrukt in zo weinig mogelijk minuten en seconden, dan is de standaard R7 gewoon een prima ding om je een hele dag op uit te leven, en ‘s avonds met een grijns op je tronie op naar huis te rijden. Komt er nadien onverwacht wat budget vrij, kan je àltijd nog GYTR-onderdelen bijkopen.

Ducati Monster SP voegt high-spec onderdelen toe en vermindert gewicht

0

Ducati rolt nu zijn nieuwe modellen voor 2023 uit en doet dat slim vóór het motorbeursseizoen. Dit geeft ze een beetje meer gerichte hype en bespaart ook op dure onthullingskosten tijdens beurzen. We mochten onze eerste blik werpen op de nieuwe Ducati Monster SP, die een remix is van de laatste versie van de naked bike, met nieuwe high-spec onderdelen en een lager gewicht.

De veranderingen bestaan voornamelijk uit onderdelen die zijn vervangen door meer krachtige onderdelen. Het meest opvallende is de volledig instelbare Ohlins-vering voor en achter. Aan de voorkant betekent de verandering naar de NIX30-vork dat de voorkant nu 0,6 kg lichter is dan de Monster of Monster + modellen. Er is ook een nieuwe set Brembo Stylema remklauwen, die nog eens een halve kg van de standaard Monster-uitrusting afhalen, waardoor de remprestaties verbeteren en nog meer gewicht wordt bespaard.

Maar wacht, is er meer? Ducati voegde een windscherm en stuurdemper toe, waardoor de motorfiets weer wat meer kilo’s zou wegen, maar compenseert dit door een li-ion batterij toe te voegen. Dus als alles in aanmerking wordt genomen, zelfs met de nieuwe onderdelen, is de Monster SP ongeveer 2 kg lichter dan zijn tegenhangers in de Monster-line-up.

Hoewel de elektronische onderdelen hetzelfde zijn als de andere Monster-modellen (wheelie control, traction control, launch control, quickshifter, enz.), zegt Ducati dat deze ook zijn aangepast aan de nieuwe configuratie van de motorfiets. Andere accenten zijn een nieuwe Termignoni-uitlaat en Pirelli Diablo Rosso IV-plakkers.

De motor is dezelfde 937cc-vloeistofgekoelde V-twin die de standaard Monster heeft, wat betekent dat hij iets meer dan 110 pk aan de krukas zou moeten hebben.

De Ducati Monster SP wordt vanaf januari 2023 bij de dealers verwacht in de Benelux en heeft een prijs van € 15.190,- in België en € 17.990,- in Nederland, steeds ook in een 35kW versie voor het rijden met een A2 rijbewijs verkrijgbaar.

Mega Motor Markt bij Goedhart Motoren, do 22 t/m zo 25 september 

0

Goedhart Motoren sluit het prachtige zomerseizoen af met een knallend festijn voor al zijn klanten. Tijdens de vier dagen durende Mega Motor Markt van donderdag 22 t/m zondag 25 september genieten bezoekers van mega kortingen, een spectaculaire loterij, horeca, muziek en leuke activiteiten.

“Een in heel veel opzichten bijzonder motorjaar loopt langzaam ten einde. En om maar met de deur in huis te vallen: dat zetten we op grootse wijze luister bij. Tijdens onze inmiddels traditionele Mega Motormarkt kunt u zowel grote kortingen scoren op kleding, onderdelen en accessoires, maar er is ook een ongekend gevarieerd aanbod aan entertainment en vermaak. Zet daarom donderdag 22 tot en met zondag 25 september vast in uw agenda, want dit wil je echt niet missen.” Aldus Berry Goedhart

Wat is er te verwachten?

Goedhart Motoren verwacht voor de Mega Motor Markt 15.000 bezoekers te verwelkomen met één gedeelde passie: motoren. Iedereen kan profiteren van prachtige deals, maar ook genieten van motorplezier, eten, drinken (non-alcoholisch) en live muziek. Een uitgebreide collectie motorkleding, helmen en accessoires voor aantrekkelijke prijzen is te vinden in de kledingshop en de Outlet Store. Deze editie is extra sensationeel door middel van een heus mini circuit van ‘Race kids’ en een schiettent vol met leuke motorprijzen. 

Mega Motor Markt Loterij met o.a. 2 nieuwe motoren: Kawasaki Ninja 650 en een KTM 390 Duke

Bij de Goedhart Motoren Mega Motor Markt maken bezoekers kans op mooie prijzen. Tijdens het festijn geeft Goedhart Motoren één gratis lot bij bestedingen boven de 100 euro. De loten zijn ook los te koop voor 5 euro. Er is kans op maar liefst zes prijzen, waaronder als 1e prijs een Kawasaki Ninja 650 t.w.v. €9.199,- en een KTM 390 Duke t.w.v. €7.100,- als 2e prijs. Loten zijn in te leveren tussen donderdag 22 september 2022 en zondag 25 september (tot 16:30). De Notaris zal de trekking op 25 september aan het einde van de middag live verrichten. 

Diverse extra services

Tijdens de Grande Opening zijn er diverse speciale services, er zijn professionals aanwezig van HyperPro voor een gratis veringcheck, ook zijn er meerdere fabrikanten van motorbanden aanwezig voor advies. Je kunt met korting nieuwe banden kopen en gratis laten monteren. Verder kun je gratis Noizzes gehoorbescherming aanmeten, direct inbouwen van SENA communicatiesystemen, Shoei helm Personal Fitting en zijn er mensen van Goedhart verzekeringen aanwezig voor advies. Zie onderstaand tabel voor de beschikbaarheid van deze services gedurende het evenement. 

Openingstijden Goedhart Motoren Mega Motor Markt

De Mega Motor Markt in Bodegraven is van donderdag 22 tot en met zondag 25 september. Goedhart Motoren regelt het parkeren in de nabije omgeving aan de Europaweg in Bodegraven. De openingstijden zijn: 

Donderdag: 08:30 tot 20:00 uur 
Vrijdag: 08:30 tot 18:00 uur 
Zaterdag: 08:30 tot 17:00 uur 
Zondag: 12:00 tot 17:00 uur 

 22 september23 september24 september25 september
Shoei personal fitting motorhelmen9:30 tot 17:009:30 tot 17:009:00 tot 17:00 
Noizzez oordoppen aanmeten9:30 tot 17:009:30 tot 17:009:30 tot 17:0012:00 tot 17:00
Sena inbouwen Bluetooth communicatie9:30 tot 17:009:30 tot 17:009:30 tot 17:0012:00 tot 17:00
Goedhart verzekeringen  9:00 tot 17:0012:00 tot 17:00
Arai personal fitting en service  9:00 tot 17:0012:00 tot 17:00
Bandenactie & direct gratis montage9:30 tot 17:009:30 tot 17:009:30 tot 17:0012:00 tot 17:00
Race kids circuit  9:30 tot 17:0012:00 tot 17:00
Schiettent  9:30 tot 17:0012:00 tot 17:00
HyperPro veringcheck9:30 tot 17:009:30 tot 17:009:30 tot 17:0012:00 tot 17:00
Horeca9:30 tot 17:009:30 tot 17:0011:00 tot 17:0012:00 tot 17:00
Live muziek  11:00 tot 17:0012:00 tot 17:00

Meer info: Goedhart Motoren

Nieuwe 100% brillen collectie 2023 nu uit voorraad leverbaar

0


100% onthult nu zijn nieuwe brillen collectie voor 2023. De nieuwe collectie biedt opvallende nieuwe ontwerpen in de ARMEGA-, Racecraft2- en Accuri2-modellen.

De ARMEGA biedt eersteklas technologie door middel van een gegoten, onbreekbare lens met een verbeterd gezichtsveld en bescherming tegen stoten. De bril is voorzien van een snel wisselsysteem waarmee je met een paar simpele klikken de lenzen kunt wisselen.”

De Racecraft2- biedt een superieur zichtsysteem met een groot gezichtsveld en ongeëvenaard comfort voor blijvende dominantie op het circuit.

De volgende generatie Accuri staat voor de deur! De Accuri2- biedt de grootst mogelijke bescherming, zichtbaarheid en comfort. Met een 17,5% groter verticaal gezichtsveld dan de Gen- 1 (FMF) levert de Accuri2- een ongeëvenaard gezichtsveld op.

Mash X-Ride 650 Trail 2023: voor meer plezier in het terrein.

0
Mash X-Ride Trail 2023

Veel motorrijders houden van de charme van vintage motoren. Maar de meesten zijn niet technisch genoeg om de onvermijdelijke ouderdomsproblemen op te lossen. Voor die mensen heeft het Franse Mash Motors de essentie van Yamaha’s legendarische XT 500 dual-sport vastgelegd in zijn moderne X-Ride 650 Classic.

Terwijl de X-Ride zonder enige terughoudendheid iconische elementen van Team Blue’s gevierde off-roader overnam, trokken veel critici ook parallellen met Ducati’s populaire Scrambler-platform vanwege de 17-inch wielset van de X-Ride Classic. Nu brengt Mash de retro-stijl thumper nog dichter bij het bronmateriaal met de X-Ride 650 Trail.

Met een 21-inch voorwiel en 18-inch achterwiel rolt de nieuwe X-Ride op een 90/90 voorband en een 130/80 achterband. Gewapend met een echte off-road wielset kunnen eigenaren ook kiezen voor nog agressievere banden dan de standaard semi-noppen. Een kleinere 280 mm wave-schijf gekoppeld aan een remklauw met twee zuigers voldoet aan de eisen van het parcours, terwijl de 240 mm schijf achter en de single-pot binder hetzelfde blijven.

Passend daarbij rust Mash de 650 Trail uit met schakelbare ABS voor ongehinderd glijden in het zand. De nieuwe wielset verhoogt het natte gewicht van de Trail naar 180 kilo en de zithoogte naar 88,9 cm. Afgezien van deze kleine aanpassingen blijft de offroad variant dicht bij zijn klassieke neef.

Beide modellen hebben Mash’s luchtgekoelde, SOHC, 644cc eencilinder, die goed is voor 39,3 pk. Een vijfversnellingsbak en kettingaandrijving brengen al dat vermogen over op het achterwiel. Het blok rust in een retro-geschikt single split cradle frame, opgehangen aan een in compressie en rebound verstelbare Fast Ace 43mm voorvork en een Fast Ace single schokdemper aan de achterkant.

Gelukkig houdt Mash vast aan de XT 500-achtige witte en rode kleurstelling voor de 2023 X-Ride 650 Trail. De Nederlandse prijs is € 6.999,- euro (met twee jaar garantie op onderdelen) en de motor is bij de dealer te zien vanaf oktober.