maandag 11 mei 2026
Home Blog Pagina 8

Historie 60 jaar Vespa: de vroege jaren

0

Het is dit jaar tachtig jaar geleden dat de eerste Vespa-scooter in productie ging. Het werd een successtory van ongekende omvang. Met name de beginperiode tussen 1946 en 1960 is erg boeiend en interessant. Reden genoeg om jullie dit artikel voor te schotelen.

Laten we teruggaan naar het einde van de Tweede Wereldoorlog. Europa was ontwricht, ontzet en lag voor een behoorlijk deel in puin. De oorlogsindustrie had jarenlang op volle toeren gedraaid, allerhande fabrieken in deze sector waren flink gegroeid om aan de enorme vraag te voldoen. Deze vraag viel medio 1945 direct weg, met name de vliegtuigindustrie werd zwaar getroffen. Veel fabrikanten die werkzaam waren in deze industrie besloten om motorfietsen te gaan bouwen. Want de mensen hadden weinig geld en slechts weinigen hadden een baan. De economie in Europa moest nog op gang komen. Er was een grote behoefte aan individueel transport. Dit had tot gevolg dat er een enorme vraag ontstond naar lichte, zuinige en goedkope motoren. Deze motorfietsen moesten wel eenvoudig zijn, want door de oorlog waren enorme hoeveelheden grondstoffen opgeslokt waardoor de prijzen na de oorlog omhooggeschoten waren.

Historie 65 jaar Triumph Trident: van idee tot 2026 Trident 800

Met name in Italië, waar Piaggio al tijdens de oorlog bezig geweest was met het idee om een goedkoop vervoermiddel te ontwikkelen. Piaggio was opgericht in 1884 en vanaf 1915 actief in de luchtvaart als vliegtuigbouwer en producent van vliegtuigmotoren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde Piaggio bijvoorbeeld de bijzonder indrukwekkende P108, een viermotorige bommenwerper. Het was de enige viermotorige bommenwerper die in gebruik was door de Italiaanse Regia Aeronautica – luchtmacht – tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was een doorontwikkeling van de P50 II, die te weinig motorvermogen had om op te stijgen als hij maximaal beladen was… Mede dankzij de P108 was Piaggio een doorn in het oog van de Geallieerden, dus werden de fabrieken aan het einde van de oorlog volledig verwoest door bombardementen. Wat er nog over was aan gereedschap en materieel werd vervolgens door de Duitsers afgevoerd.

Leger-scooter als voorbeeld

Door deze dynamiek en vanwege het feit dat de Geallieerde machthebbers huiverig waren om dergelijke industrieën toe te staan, besloot Piaggio zich na de Tweede Wereldoorlog niet langer meer op de vliegtuigmarkt te richten maar zich bezig te gaan houden met de productie van gemotoriseerde tweewielers. Piaggio’s Vittorio Casino en Renzo Spolti ontwikkelden vervolgens een tweewielerprototype dat al snel de bijnaam ‘Paperino’ (Donald Duck) kreeg. Het was de MP5, Piaggio’s eerste scooter. Hij deed log en zwaar aan, je kon er ook niet ‘doorheen stappen’ zoals bij een scooter gebruikelijk was en daarmee viel hij direct al af als vervoermiddel voor rok dragende vrouwen en tuniek dragende geestelijken.

Het Amerikaanse leger gebruikte in die periode al scooters waar je wel doorheen kon stappen, de Cushman en de Motor Glide. De Cushman werd zelfs aan het front gebruikt, waar ze met parachutes gedropt konden worden. De Amerikaanse marine en de luchtmacht maakten voornamelijk gebruik van de Moto Glide. Ze waren ideaal transport op grote luchthavens en havens. Tijdens de Geallieerde opmars door Italië werden ze ook ingezet op de vele tijdelijke start- en landingsbanen, die door de Amerikaanse Aviation Engineers op velden aangelegd werden met Marston-matten. Maar de Moto Glides werden ook gebruikt op de vaste luchthavens die veroverd werden. Zoals in Genua, de thuishaven van Piaggio. Vele Moto Glides vonden hun weg naar de stad, gebruikt door luchtmachtpersoneel op zoek naar vertier.

Enrico Piaggio wist een afgeschreven Moto Glide te bemachtigen. Hij zag een enorm potentieel in deze scooter en besloot daarop om Corradino D’Ascanio opdracht te geven de MP5 te herontwerpen. D’Ascanio was een innovatief ontwerper van vliegtuigen en helikopters en daarnaast ook uitvinder. Hij had een grote hekel aan motoren, hij vond ze oncomfortabel, smerig in het gebruik door de vette ketting en het opvliegende straatvuil en hij vond ze lastig in het onderhoud. Met name bandenwissels en het repareren van lekke banden was in zijn ogen erg onpraktisch. Een scooter bood veel voordelen en een goed ontwerp gaf mogelijkheden om de minpunten van een motorfiets te elimineren.

Om van de ketting en het vuile motorblok af te zijn, besloot hij het achterwiel rechtstreeks door het motorblok aan te laten drijven. Het blok werd naast het achterwiel geplaatst. Om toch te kunnen schakelen, gebruikte hij daarom geen schakelpedaal maar combineerde hij het koppelen met het schakelen door beide functies te combineren in het linker stuurhendel. Om eenvoudige bandenreparaties mogelijk te maken liet hij het achterwiel in het motorblok dragen en ontwierp hij een eenzijdige draagarm als voorvork. D’Ascanio gebruikte het landingsgestel van een vliegtuig als zijn belangrijkste inspiratie. Hij ontwierp een sierlijke beplating die de berijder moest beschermen tegen vuil en regen en daarnaast ook vloeiend van lijn was. Vooral de zitpositie kreeg veel aandacht. Die moest comfortabel zijn maar ook bijdragen aan een goede balans van de scooter. Het resultaat werd binnen een paar dagen op papier uitgewerkt en een eerste prototype, de MP6, werd direct goedgekeurd door de directie van Piaggio.

Sportieve records
Op sportief gebied liet Vespa ook van zich spreken. Bijvoorbeeld op 7 april 1950. Die dag braken drie rijders met een speciaal geconstrueerde record-Vespa in tien uur maar liefst zeventien wereldsnelheids- en afstandsrecords in de klasse tot 125cc. Het uurrecord werd gebroken met een gemiddelde snelheid van 134 km/u, het 1.000 km-record met een snelheid van 124,3 km/u. In de tien uur die de hele recordsessie duurde, legde de Vespa een recordafstand af van 1.049 km. Vanaf het prille begin deden Vespa’s mee aan motorsportevenementen. Daarbij werden veel successen geboekt, zelfs in de loodzware Zesdaagse enduro.

Exploderende verkopen

Begin 1946 werd Piaggio’s nieuwe scooter tijdens de lentebeurs in Milaan gepresenteerd onder de naam Vespa (wesp). Volgens sommigen is deze naam gekozen vanwege zijn uitlaatgeluid, anderen menen dat Enrico Piaggio de scooter zo noemde omdat zijn vorm hem deed denken aan een wespentaille. Hoe dan ook, korte tijd later ging de Vespa in productie.

Aanvankelijk had de Vespa een 98cc-eencilinder tweetaktblok, maar dat werd eind 1947 vervangen door een 125cc-tweetaktblok. Piaggio vond het belangrijk dat de Vespa goed op de markt gezet werd. Niet als een derivaat van een motorfiets, maar als een geheel nieuw vervoermiddel. Geen motor, geen auto, maar een Vespa. Voor iedereen een handig, betaalbaar en comfortabel vervoermiddel. Geschikt voor mannen, vrouwen en de vele geestelijken in Italië die met hun lange kazuifels geen motor konden rijden. Daarnaast ontstond al snel een driewielige versie van de Vespa, de Ape, die direct waanzinnig populair werd bij vele kleine bedrijven. Overigens waren Vespa’s vanaf het prille begin technisch ook geschikt gemaakt voor zijspangebruik.

De verkopen explodeerden. In 1947 werden er 2.500 gebouwd. Eentje kwam er naar Nederland om te zien of ons land warm zou kunnen lopen voor dit nieuwe vervoermiddel. Binnen tien jaar werden naar alle werelddelen van onze planeet, met uitzondering van Antarctica, Vespa’s geëxporteerd. Dit leidde ertoe dat andere motormerken ook hun eigen scootermodellen gingen produceren.

In 1947 kreeg de Vespa een geduchte concurrent. De Lambretta van industriegigant Innocenti werd in Parijs geïntroduceerd. Lambretta’s ‘Model A’ ging vrijwel gelijk in productie. Deze scooter was ontworpen door Giuseppe Lauro – de directeur van Innocenti – en ingenieur Pierluigi Torre. De Lambretta was heel eenvoudig van opzet maar uitstekend gemaakt. Hij werd aangedreven door een zuinig 123cc-tweetaktblok met geforceerde koeling. De Lambretta werd direct een succes en vormde de reden achter de komst van de Vespa 125. Toch werd Vespa niet heel hard geraakt door al deze ontwikkelingen, hoewel de concurrentie steeds feller zou worden in de jaren ’50.

In 1948 steeg de Vespa-productie naar 10.000 exemplaren en in 1950 was dit aantal al gegroeid naar 60.000, een fenomenaal aantal voor slechts een model.

Eind 1953 werd het motorblok weer aangepast, motorgeneratie B ging over in motorgeneratie C. De boring x slag van 49,8 mm x 56,5 mm werd aangepast naar 54 mm x 54 mm en de zuiger kreeg een vlakke bovenkant. De cilinderinhoud van 125cc en het vermogen bleef ongewijzigd.

In 1954 breidde Piaggio het Vespa-modellenprogramma verder uit. Naast de 125cc-modellen werd ook de nieuwe Vespa 150 leverbaar. Het was Piaggio’s reactie op de steeds heviger wordende concurrentie van scooters die vaak meer cilinderinhoud hadden en meer vermogen leverden. Zowel de boring als de slag werden bij de 150 vergroot naar 57 mm, het vermogen steeg naar 5,5 pk. De Vespa 150 woog 90 kg (droog) en had een topsnelheid van 75 km/u. In meerdere varianten zou de 150cc-Vespa in productie blijven tot 1979. In die periode werden er 1.187.342 exemplaren gebouwd waarmee hij uit zou groeien tot één van de meest succesvolle Vespa’s uit de historie.

De nieuwe 150 was qua uiterlijk een mix van de 125cc-modellen uit 1953, het standaardmodel en de soberdere U, maar wel met de koplamp hoog voor het stuur geplaatst. De vorm van de koplamp werd in 1957 aangepast en de vorm van het afdekscherm voor het motorblok wijzigde eind 1958. De 150 was de eerste Vespa die een snelheidsmeter met kilometerteller kreeg. In 1955 bleven de 125- en 150-modellen nagenoeg ongewijzigd, maar er kwam wel een uitbreiding toen met de 150 GS. Vergeleken met de reguliere 150 kreeg de 150 GS een tweepersoons buddyseat en de wielmaat groeide met 2” naar 10”. De drieversnellingsbak kreeg er een gangwissel bij en met de nieuwe vierbak kon de 150 GS hellingen van 35% bedwingen, het was een krachtige, sportieve scooter. In 1962 werd hij opgevolgd door de 160 GS.

Vespa scooterboot, showstopper tijdens de RAI in 1953..

Herrie rond Duitse Vespa’s

De productie zou explosief groeien toen Piaggio licenties verleende, waardoor de Vespa ook in het buitenland gebouwd kon worden. De Duitse firma Hoffmann uit Lintorf nabij Düsseldorf was de eerste. In 1949 ontvingen zij een licentie van Piaggio en in december rolden de eerste Duitse Vespa’s al van de band. Het bedrijf was opgericht door Jakob Oswald Hoffmann, zoon van een banketbakker uit Düsseldorf. Na wat mislukte zaken werd hij in 1938 aandeelhouder in de Solinger Fahrradfabrik, later nam hij het bedrijf van vierhonderd werknemers helemaal over. Hoffmanns onderneming functioneerde als een fabriek zoals de nazi’s dat als ideaal nastreefden. De komst van dwangarbeiders verdrievoudigde de productie in de oorlogsjaren en vanaf 1942 ging de fabriek ook wapens produceren. In 1943 werd Hoffmann daarvoor persoonlijk gedecoreerd door Hitler zelf. De leefomstandigheden van de dwangarbeiders waren bij Hoffmann verschrikkelijk. De vrees ontstond dat de oorlogsproductie hieronder zou lijden en om die reden werd Jakob Hoffmann een toegangsverbod tot de productielijnen opgelegd. Na de Tweede Wereldoorlog ging Hoffmann fietsen en motorfietsen produceren, maar de productie van Vespa’s zou al snel de meeste productiecapaciteit opslokken. Aanvankelijk was de Vespa-licentiebouw een enorm succes voor Hoffmann.

Ondanks dat er slechts minieme motorische wijzigingen waren, adverteerde Vespa nu met een motorvermogen van 5 pk, voorheen was dit 4,5 pk. Dat bevreemdde de Duitse licentiebouwer Hoffmann, die al langer aandrong op meer motorvermogen. Hij bestelde drie in Italië bij Piaggio gebouwde Vespa 125’s. Op zijn testbank leverden de motorblokken van deze Vespa’s niet meer dan 4,1 pk. Hoffmann besloot hierop zelf een motorblok van 5 pk te ontwikkelen en in productie te nemen. Dit leidde tot de 5 pk sterke Hoffmann-Vespa Königin 125 die op de IFMA van 1953 geïntroduceerd werd. De Königin week in kleine details af van de Piaggio-Vespa. Het belangrijkste verschil zat hem in de koplampen. Naast een koplamp op de nacelle zat er ook nog een koplamp op het voorspatbord. Daarnaast had de Königin veel chromen accenten.

Piaggio concludeerde direct dat de licentieovereenkomst geschonden was en liet Hoffmann dat per brief weten. Als belangrijkste argument werd het hogere, afwijkende motorvermogen opgevoerd. Hoffmann pareerde met het feit dat Piaggio in hun advertentiecampagne van 1953 adverteerde met een motorvermogen van 5 pk voor de Vespa. Hij drong er bij Piaggio op aan om hem daar uitleg over te geven. Het antwoord kwam in een brief van 24 november 1953, hoogstpersoonlijk ondertekend door Enrico Piaggio. In de brief stond letterlijk: ‘Als we het aantal pk’s in onze reclame naar boven afronden, dan is dat jouw zaak niet.’ Hoffmanns conclusie was dat Piaggio zich niet langer aan haar eigen licentieovereenkomst hield, want zijn ‘Königin’ leverde exact het motorvermogen waar Piaggio zelf mee adverteerde. Hij besloot daarom om vanaf medio 1954 geen licentiekosten meer te betalen aan Piaggio. Het Italiaanse bedrijf wist genoeg en trok Hoffmanns licentie in. Oorspronkelijk zou deze doorlopen tot 1960. Het was de nekslag voor Hoffmann. Een aantal andere conflicten over licenties met bijvoorbeeld BMW, gecombineerd met torenhoge schulden en banken die niet langer krediet wilden verstrekken, betekenden het einde. Op 25 november 1954 vroeg de Lintorf-fabriek faillissement aan en kwam aan de eerste Vespa-licentiebouwer een einde. Voormalig luchtvaartgigant Messerschmitt, dat in financiële problemen verkeerde, reageerde direct. Zij bemachtigden de Duitse Vespa-licentie en zouden de Duitse Vespa’s in productie gaan nemen.

Vespa-clubs
Dankzij de populariteit van Vespa’s ontstonden er in heel Europa Vespa-clubs. Dat waren vaak regionale clubs die soms overkoepeld werden door een landelijke club. Op 14 en 15 januari 1955 vergaderden deze Europese Vespa-clubs voor het eerst gezamenlijk om een toerkalender vast te stellen. In heel Europa kwamen er landelijke en regionale Vespa-treffens die enorm druk bezocht werden. In Nederland waren er in 1961 zelfs 42 clubs die samen 2.500 leden telden. Deze clubs waren verenigd in een landelijke club die in 1972 ophield te bestaan. In de jaren ’60 nam de populariteit van de Vespa-clubs in ons land langzaam maar zeker af, in 1972 waren er nog maar vijf clubs over met in totaal 150 leden. Eind jaren ’70, begin jaren ’80 bloeide het clubleven weer op door een toename van de Vespa-scooterverkopen in ons land. Dat leidde begin jaren ’80 tot de oprichting van de Vespa Scooterclub Nederland. Een actieve club die nog steeds bestaat en zes regionale scooterclubs onder zich heeft. Daarnaast bestaat er sinds 2019 de Moderne Vespa Club Nederland die de nadruk legt op de moderne Vespa-modellen.

Wereldwijd verkrijgbaar

In 1950 werd ook een licentie verleend om in Frankrijk Vespa’s te gaan bouwen. Bij Ateliers de Construction de Motocycles et d’Accessoires (ACMA) in Fourchambault bij Nevers namen zevenhonderd arbeiders de productie voor hun rekening. Het werd een groot succes. In 1951 werd in Engeland begonnen met de productie van Vespa’s door de motorfabrikant Douglas. Het Spaanse Moto Vespa S.A. kreeg haar licentie in 1952. In slechts zes maanden tijd werd een modern fabriekscomplex uit de grond gestampt waarna de productie in februari 1953 in Ciudad Lineal bij Madrid een aanvang nam. In het Belgische Jette begon Motor Industry S.A. (MISA) begin 1955 met de assemblage van Vespa’s. De onderdelen kwamen uit Italië. MISA verzorgde de Vespa-productie voor de Benelux, maar exporteerde daarnaast ook scooters naar Belgisch Congo en andere landen. In Brazilië bemachtigde Panauto S.A. een licentie om Vespa’s te gaan produceren in Santa Cruz, op zo’n 60 km van Rio de Janeiro. Ieder land had zijn eigen voertuigeisen, waardoor deze modellen iets van elkaar verschilden. Met name de positie van de koplamp varieerde van stuurhoogte tot spatbordhoogte. In ons land begon de import van Vespa-scooters in 1949, twee jaar na de komst van het eerste ‘proefmodel’. Eind jaren ’50 werden er in Nederland meer Vespa’s geïmporteerd dan motorfietsen uit Duitsland en Frankrijk gecombineerd. En daar zaten toch echt erg grote en populaire merken tussen. Ons land was een belangrijk exportland voor Vespa, maar de grootste exportmarkt voor Vespa’s was Zwitserland waar ooit 1 op de 116 inwoners een Vespa had. Italië bleef koploper, daar hadden begin jaren ’60 1 op de 74 inwoners een Vespa.

In 1951 werden de eerste wijzigingen doorgevoerd op de Vespa 125. Zo kreeg de voorvering hydraulische demping en het kleine ronde achterlicht werd rechthoekig. Een duozitje werd standaard. Nieuw waren het brandstoffilter en de benzinekraan waardoor onderhoud aan de carburateur een stuk gemakkelijker werd. Het Amerikaanse postorderbedrijf Sears, Roebuck & Co sloot een importcontract met Piaggio en importeerde dat jaar de eerste 1.000 Vespa’s naar de Verenigde Staten. Het totale aantal geproduceerde Vespa’s lag aan het einde van dat jaar al op het enorme aantal van 150.000!

Het modeljaar 1953 kende een uitbreiding van het Vespa-leveringsprogramma met de (53) U. Dit was een nieuw, soberder basismodel. Vergeleken met het standaardmodel was de voorvering eenvoudiger uitgevoerd en de koplamp zat op stuurhoogte. De beplating was aangepast, het afdekscherm van het motorblok was aan de onderkant open. Hij was goedkoper en iets minder luxe dan het al bestaande model dat nagenoeg onveranderd bleef.

Wijzigingen en verbeteringen

In het Italiaanse Pontedera liep op 26 april 1956 de een miljoenste Vespa van de band en voor die gelegenheid werden veel details van de Vespa 125cc-modellen verbeterd. Daarbij werd ook gebruikgemaakt van onderdelen en technische verbeteringen die hun oorsprong kenden in de 150 GS. Die werd op zijn beurt ook weer aangepakt met zaken zoals aluminium remtrommels, verlichting in de kilometerteller/snelheidsmeter en een kleine opbergruimte in het linker afdekscherm omdat de accu kleiner werd.

De 150 GL was nieuw voor 1957. Deze had een vergrote koplampunit die verder doorliep naar de handvaten van het stuur, de buddyseat werd nieuw en de styling werd aangepast en gemoderniseerd naar het tijdsbeeld van de Fifties. De GL had een top van 88 km/u en een drooggewicht van 95 kg. Dit model zou tot 1965 in productie blijven en daarna onder de naam Vespa Sprint nog tot 1974.

Op de motorsalon van Parijs werd in 1957 ook de Vespa 400 mini-auto geïntroduceerd. De auto kon ontwikkeld worden door het grote commerciële succes van de Vespa-scooter, maar was niet in staat om dezelfde populariteit te genereren.

De styling van de 125cc Vespa’s werd voor het modeljaar 1958 flink onder handen genomen. De koplamp verhuisde van het spatbord naar het stuur, net zoals bij de 150-modellen. De eenpersoonszit en het achterrekje bleven gehandhaafd. De 125 zag er nog heerlijk klassiek uit, ondanks dat de styling nauwer verwant was aan de 150. De 150-modellen bleven vrijwel ongewijzigd, maar zouden in 1959 ook een moderniseringskuur ondergaan qua styling, waardoor er tegelijkertijd 5 kg aan gewicht bespaard werd. Ook het motorblok werd onderhanden genomen. Voortaan was 2% mengsmering voldoende (1:50 in plaats van 1:20). De vierversnellingsbak van de GS werd voortaan in alle 150-modellen ingebouwd. Nog steeds was de Vespa 150 GS de meest sportieve Vespa in het leveringsprogramma van destijds.

In 1960 ondergingen de Vespa’s opnieuw een serie kleine wijzigingen, waarvan de toepassing van een roterende inlaat een flinke verbetering van het tweetaktmotorblok betekende. De Vespa 125-modellen kregen de vierversnellingsbak als optie.

Het jaar 1960 was een bijzonder jaar voor Piaggio en Vespa. De licentiebouw was tien jaar daarvoor begonnen en daarmee was Vespa’s enorme opmars in de wereld een feit geworden. De Vespa-scooter was in 1960 met afstand de meest verkochte gemotoriseerde tweewieler ter wereld en met nog grotere afstand de meest verkochte scooter. In 1960 bereikte de Vespa-scooter een mijlpaal van maar liefst twee miljoen geproduceerde exemplaren, slechts vier jaar nadat de één miljoen bereikt was! Daarmee was Vespa’s beginperiode een tijdperk van ongekend succes.

Sovjet-Vespa
De grote verrassing in 1957 was de Wjatka uit de Sovjet-Unie. Een Vespa 150-kopie die zonder Piaggio-licentie in productie ging. De Sovjet-scooter was voor het eerst te zien in januari 1957 tijdens een landbouwtentoonstelling in Moskou, maar zou tot ieders stomme verbazing ook in West-Duitsland op de markt komen. Wjatka wilde er 10.000 per jaar bouwen. Piaggio had er geen problemen mee, omdat ze zich realiseerden dat ze in de Sovjet-Unie niets te vertellen hadden. Vergeleken met de Vespa 150 was de Wjatka wel aangepast voor de Russische markt vanwege de slechtere wegomstandigheden.

Legendarische MV Agusta levert recordbedrag op

0
1965 MV Agusta 500cc Grand Prix

De 1965 MV Agusta 500cc Grand Prix, bereden door Mike Hailwood en Giacomo Agostini, bracht tijdens een veiling bij Bonhams bijna één miljoen pond op – zo’n 1.150.000 euro. Daarmee behoort deze machine tot de duurste motoren ooit geveild in het Verenigd Koninkrijk.

De machine met frame- en motornummer 1109 speelde een hoofdrol in het Grand Prix-seizoen van 1965. Mike Hailwood behaalde dat jaar acht overwinningen en pakte met deze motor de wereldtitel in de 500cc-klasse. Ook Giacomo Agostini, die later zeven opeenvolgende titels zou winnen, reed op hetzelfde exemplaar.

Unieke MV Agusta GP-motor van Hailwood en Agostini geveild

In 1986 werd de motor gekocht door John Surtees, zelf wereldkampioen in zowel de motor- als autosport. Surtees hield de machine in perfecte staat en gebruikte hem nog regelmatig voor demonstraties, waardoor de historische racer nooit in de vergetelheid raakte.

Wat deze MV Agusta zo bijzonder maakt, is de combinatie van factoren: een aantoonbare racepedigree op het hoogste niveau met verbinding tot twee van de grootste Grand Prix-legenden — Hailwood en Agostini — een gedocumenteerde eigendomsgeschiedenis via John Surtees. Fabrieksracers uit dit tijdperk zijn nauwelijks meer op de markt, en zeker niet met deze provenance.

Voorrijders gezocht voor RIDERS Festival op 30 & 31 mei in Rosmalen

0
Voorrijder

Help je een handje mee?

Op 30 en 31 mei is het weer zover. Het leukste motorfeest van het jaar; het RIDERS Festival in Autotron Rosmalen. Dit jaar ‘powered by MOTORbeurs Utrecht’ en met aanwezigheid van veel motorimporteurs.  

Het wordt wederom een motorfeest met duizenden motorrijders. Vorig jaar kregen we fantastisch veel hulp en we hopen dat je ons ook dit jaar wilt helpen! Uiteraard bepaal je zelf op welke dag je ons helpt. Het moet vooral ook voor jou een leuke dag worden.

In het verleden zijn er al vele hechte vriendschappen ontstaan tussen onze vrijwilligers en daar zijn we ontzettend trots op. De band die we hebben met onze vrijwilligers gaat dan ook verder dan alleen het werk dat ze voor ons doen. Jullie delen je kennis, enthousiasme en gezelligheid met ons en dat maakt het werken met jullie zo waardevol. Een dag meedraaien op RIDERS Festival is dan ook veel meer dan zomaar een dagje helpen op een schitterend motorevenement.

Functie: voorrijder

Het proefrijden met nieuwe motoren is een belangrijk onderdeel van RIDERS Festival. Alle motormerken zullen met een demovloot aanwezig zijn. De deelnemers aan deze proefritten willen we niet op eigen initiatief de weg op laten gaan. Daarom zijn we op zoek naar ervaren motorrijders, die de gehele dag als voor- of achterrijder op hun eigen motor actief willen zijn. We hebben hiervoor een route in de omgeving van het Autotron uitgezet. Deze krijg je uiteraard als GPX-bestand toegestuurd.  

Vanzelfsprekend vergoeden we de brandstofkosten die je tijdens het evenement maakt. De coördinatie van het proefrijden is in handen van Jan Kremers en Roelof Bolt, die hier al jaren ervaring mee hebben. 

Zie je het zitten om te helpen en heel veel motorrijders een mooie dag te bezorgen? Meld je dan aan via onderstaand formulier.

Motorcross in België krijgt tweede kans met elektrische motoren

0

Vanaf nu kun je elektrisch crossen op het circuit van de Breugelheide in de Belgische gemeente Lille, provincie Antwerpen. Dat is nieuws want net zoals Hondapark een paar jaar eerder verloor MC Lille in 2024 de vergunning als permanent circuit. Nu mag er weer gecrosst worden. Maar met elektrische motoren. En onder de vlag van EMX for All.

MX voor groot en klein

Het goede nieuws is dat je niet eens zelf een elektrische motor moet bezitten om te kunnen rijden in het Kempense zand. MC Lille heeft met steun van Sport Vlaanderen en MotorSport Vlaanderen een 20 elektrische motoren gekocht. Van de krachtige volwassen Starks tot veel kleinere motoren. Jong en oud, snel en minder snel kan ermee aan de slag. Via het EMX for All project zijn elektrische crossers groot en klein beschikbaar op huurbasis. Er zijn 5 verschillende types beschikbaar en huren kan vanaf 15 euro. Een uitrusting huren, kost 10 euro.

Of als je zelf een elektrische off road hebt, mag je ook komen rijden. EMX for All kadert in een project waarmee iedereen die een hart voor motorcross heeft, de sport levend en leefbaar wil houden. En de drempel is wel erg laag. Instappen is nog nooit zo eenvoudig geweest en bovendien is het circuit technisch niet erg moeilijk.

Motorverbod in Belgische Ardennen zorgt voor felle kritiek

Mag het wat positiever?

Daar kun je moeilijk iets op tegen hebben. Het recent gevormde Flanders MX Future werkt zich uit de naad om de sport te helpen, circuits open te houden of ze te heropenen en het motorcross in Vlaanderen op alle vlakken te ondersteunen. Op de voorstelling kwam niet alleen de verzamelde motorpers opdagen, maar ook VRT, Sporza, RTV, Het Nieuwsblad. Veel grote namen ook. Joël Smets, bondscoach Joël Roelants. En zelfs iemand die niet eens Joël heet: Ken De Dycker. EMX For All is nieuwswaardig én positief.

Het is bijgevolg hemeltergend vast te stellen hoeveel online haatberichten er komen over een project dat een alternatief naar voor schuift en oplossingen zoekt. Voor veel online penneridders en sofaracers lijken tweetakten en de daaraan verbonden geur, het enige alternatief te zijn op de moderne viertakt crossers. Even ter duiding: je hebt meer kans om Ruben Van Gucht tegen te komen op een LGBTQ meeting dan een tweetakt in een moderne crosscompetitie: het kan, maar mainstream is het niet. Nostalgie; zelden een oplossing voor een actuele problematiek.

Goodwill

Voor alle duidelijkheid: het ware mooi geweest mochten er nog massa’s tweetakten rondrijden op zoveel mogelijk van de 55 circuits die ons land ooit rijk was. Mocht er een after shave zijn met two stroke smell; het werd een bestseller. Maar de circuits zijn weg, de tweetakten ook. Net als het haar van de meesten die ermee reden.

Als we willen blijven crossen – en, wie weet, ooit misschien toch nog evolueren naar één circuit per provincie – moeten alternatieven op zijn minst overwogen worden. Tonen dat er geluidsarm en emissie-vrij kan gecrosst worden is alvast een krachtig signaal. Naar de overheid, de haters en het publiek. Het is een bewijs dat er in de motorsector wel degelijk goodwill is. MC Lille heeft zich uit de naad gewerkt en getuigt met dit initiatief niet alleen van goede wil, maar ook van lef. Het vroegere HondaPark is nu Adventure Park. Er worden geluidsarme adventure dagen ingericht. Voor gehomologeerde wegmotoren. Ook daar wordt een signaal gegeven.

Donkere nacht

Is dat beter dan traditioneel crossen? Verdomme neen, zelfs niet bijna. Echter: het motorcross is er nog nooit zo slecht aan toe geweest. Dit is wél een manier om de eigenaars van de circuits het hoofd boven water te helpen houden. Het blijft een feit dat er maar op twee (!) omlopen in Vlaanderen meer mag gecrosst worden. Genk en Lommel zijn lichtbakens in wat een gitzwarte MX nacht aan het worden is. Tel het elektrische Lille daar bij en het zijn er drie. Vier, met de Adventures in het Adventure Park van Olmen meegerekend. Als de goede wil van de circuits er – naast veel administratieve inspanningen – toe bijdraagt dat er misschien ooit op bepaalde dagen weer mag gecrosst worden – is het de inspanning waard. En dan priemt er misschien wat ochtendgloren na het duister.

Hoop doet leven.

Alternatief

Zoniet? Wel, dan zijn er tenminste alternatieven geboden die op geen enkel vlak het motorcross schade toebrengen. Want velen lijken kwaad te zijn op elektrische motoren. Alsof dààr de knoop zit. Het échte probleem zijn overijverige en weinig verdraagzame groene jongens en de niet aflatende lobby die ze achter zich hebben. Maar ook – en dat moeten we durven benoemen – motorcrossers die lawaaierige uitlaten nog altijd als norm én oplossing zien voor betere rondetijden of, godbetert, een straffer imago. Terwijl het bewezen is dat training voor beide euvels een veel grotere hulp biedt.

Elektrische motoren zijn nadrukkelijk niét het probleem. Ze zijn een bescheiden alternatief. Niet voor de competitierijders. Maar als je als ex-motorcrosser of vrijetijdsrijder nog eens aan de slag wil op een permanent circuit, is Lille plots een aantrekkelijk idee. Je moet geen motor meer kopen, je moet ‘m ook niet poetsen of vervoeren. En de batterij gaat wellicht langer mee dan je eigen fysieke conditie.

Kijk, je moet goed nieuws kunnen aanvaarden als het al een zeldzame keer de kop opsteekt. Dat blijkt aartsmoeilijk. Eén van de redenen voor de afkeer die steeds weer opduikt, is de wetenschap dat het ooit beter was en het bovendien ook terug beter moet worden. Dat schept bij veel mensen een te begrijpen gevoel van onvrede. Er blijft nog werk aan de MX-winkel. Zoals het er nu voor staat, zijn er na de lancering van dit elektrische verhaal in Lille alvast een paar conclusies.

Conclusies

  • Er worden van veel kanten inspanningen geleverd – die worden niet altijd op prijs gesteld.
  • De beste stuurlui staan niet aan wal, maar achter het lint van een motorcross circuit.
  • Momenteel is MC Lille gered. Het domein van de Breugelheide ook. Het Belgische motorcross nog lang niet.

Het wordt met EMX for All voor iedereen plots wel erg gemakkelijk om te gaan crossen. Dat was het vroeger ook. Omdat er veel terreinen waren. Nu zijn er veel motoren. Waarop je niet moet kunnen schakelen. Die je niet kunt doodremmen. Die je niet zelf moet poetsen of onderhouden. En voor wie te oud is om te crossen, is er een adventure alternatief in Olmen waar huurmotoren en lesgevers je helpen om een beter adventure rijder te worden. Ook dàt is motorsport.

EMX for All

De Motor Podcast #201: Zonder motorbegeleiders geen evenementen

0

Wie weleens langs de kant van de weg heeft gestaan bij een wielerkoers of toertocht, kent ze: motorrijders in opvallende hesjes die ogenschijnlijk moeiteloos het verkeer stilleggen en een evenement in goede banen leiden. Maar achter dat gecontroleerde spel schuilt een wereld van verantwoordelijkheid, training en scherpte. In aflevering #201 van De Motor Podcast duiken Peter en Dennis in de praktijk van motorbegeleiding; een onmisbare, maar vaak onderbelichte tak van het motorrijden.

In gesprek met René de Boer en Bjørn ter Doest van het motorbegeleidingsteam uit Zoetermeer wordt al snel duidelijk dat dit werk veel verder gaat dan “even een kruising afzetten”. Het vraagt om inzicht, communicatie en het vermogen om continu vooruit te denken. Je rijdt niet alleen voor jezelf, maar bent onderdeel van een rijdend systeem waarin timing alles is. Denk aan het inschatten van verkeersstromen, anticiperen op onverwachte situaties en ondertussen strak blijven communiceren met organisatie en collega’s. De adrenaline? Die is er zeker…maar altijd onder controle.

De Motor Podcast afl. 200: hoe maak en rij je makkelijk mooie motorroutes?

Wat deze aflevering extra interessant maakt, is de vraag die veel luisteraars zichzelf zullen stellen: zou dit ook iets voor mij zijn? Volgens de mannen is een goede basis als motorrijder essentieel, maar zeker niet voldoende. Opleiding, discipline en een groot verantwoordelijkheidsgevoel zijn minstens zo belangrijk. Het is een vak apart, waarin je leert rijden met een ander doel dan puur plezier of snelheid. Juist dat maakt het voor veel rijders zo verslavend: je draagt actief bij aan het succes én de veiligheid van een evenement.

Alsof dat nog niet genoeg praktijkkennis oplevert, schuift ook Remco van Combi Motors Verzekeringen aan. Hij gaat dieper in op schades en alles wat daarbij komt kijken; een onderwerp waar iedere motorrijder vroeg of laat mee te maken kan krijgen. Van kleine valpartijen tot complexe claims: het gesprek geeft inzicht in hoe het werkt achter de schermen en waar je als rijder op moet letten. Een waardevolle aanvulling die deze aflevering niet alleen boeiend, maar ook leerzaam maakt.

Kortom: een aflevering die je blik op motorrijden verbreedt. Niet alleen over hoe je rijdt, maar ook over wat er allemaal nodig is om anderen veilig te laten rijden. Nieuwsgierig geworden naar deze wereld achter de schermen? Luister dan hier naar De Motor Podcast aflevering 201.

Luisteren naar De Motor Podcast is helemaal gratis en kun je doen via elke podcast-app zoals Spotify of de andere platformen. Er verschijnt elke 2 weken een nieuwe aflevering.

Vacature: Redacteur/Eindredacteur MOTO73, Promotor, Motor.NL

0

Ben jij een gepassioneerde motorliefhebber met een vlotte pen en een scherp oog voor detail? Zoek je een uitdagende functie waarin je jouw schrijf- en vertaalvaardigheden kunt combineren met je kennis van de motorwereld? Dan zijn wij op zoek naar jou!

Functieomschrijving

Wij zoeken een flexibele en creatieve professional die in ons dynamische bedrijf uiteenlopende taken moeiteloos oppakt en meegroeit met veranderingen. Als Redacteur/Eindredacteur voor MOTO73, Promotor en Motor.NL ben jij onder andere verantwoordelijk voor het creëren van boeiende en informatieve content die onze lezers aanspreekt. Je voert het redactionele proces uit, waarbij je nauw samenwerkt met freelancers en ons vormgevingsteam om te zorgen voor visueel aantrekkelijke producties. Je maakt voor MOTO73 en Promotor gebruik van Indesign om de eindproducten op de juiste manier vorm te geven en te presenteren.

Je schrijft ook artikelen voor zowel print als online en stelt bijvoorbeeld ook de inhoudspagina’s van MOTO73 en Promotor samen, waarbij je jouw kennis van de motorwereld inzet om relevante en interessante content te bieden. Je bent communicatief vaardig en zorgt ervoor dat je met alle betrokkenen helder kunt overleggen. Daarnaast vertaal je buitenlandse teksten, voornamelijk vanuit het Duits en het Engels, naar een toegankelijke en aantrekkelijke ‘motorrijderstaal’, om zo de informatie voor onze lezers optimaal toegankelijk te maken.

Verantwoordelijkheden:

  • Schrijven van artikelen.
  • Bijdragen aan de website en het creëren van relevante content.
  • Eindredactie voor MOTO73, Promotor en Motor.NL.
  • Communiceren met freelancers en het vormgevingsteam.
  • Werken met Indesign voor opmaak en presentatie.
  • Vertalen van Duitse en Engelse teksten.

Vereisten:

  • Uitstekende beheersing van de Nederlandse, Engelse en Duitse taal, zowel in woord als geschrift.
  • Ervaring met Indesign.
  • Kennis van de motorwereld.
  • Creatief en in staat om zelfstandig teksten te schrijven.
  • Beschikbaar op donderdag, vrijdag en maandag.
  • Hoewel wij grote waarden hechten aan de kracht van de mens, werken wij ook met AI. Kennis van AI en hiermee willen werken is vereist.

Wat bieden wij?

Een uitdagende rol op freelancebasis binnen een dynamisch team van motorliefhebbers. Je krijgt de kans om je creativiteit en expertise in te zetten voor een publiek dat net zo gepassioneerd is over motoren als jij. Het gaat om een functie van 24 uur, verdeeld over drie dagen. Ben jij die gemotiveerde Redacteur/Eindredacteur die wij zoeken? Stuur dan je cv en een korte motivatie naar ons op via marien@motor.nl. We kijken uit naar jouw reactie!

Over ons
Vanaf 1 november 2022 zijn de bedrijfsactiviteiten van PiTE Media B.V. voortgezet onder de bedrijfsnaam Motor.NL Media Company. PiTE Media B.V. werd in januari 2017 opgericht. Destijds concentreerde de onderneming zich op print, internet, televisie en events. Inmiddels is het bedrijf uitgegroeid tot het grootste motormedia-bedrijf van Nederland. Tot het productportfolio van Motor.NL Media Company behoren de magazines MOTO73, Promotor en Bigtwin, diverse socialmedia-kanalen op YouTube, Instagram en Facebook met duizenden volgers en het televisieprogramma RIDERS TV op RTL7. Maar ook dé motorsite van Nederland, www.motor.nl, en de community-merken Motormaatje.nl en RIDERS behoren tot de bedrijfsactiviteiten. Daarnaast biedt Motor.NL Media Company diverse diensten waaronder de Motor.NL Verzekering. Motor.NL Media Company is onderdeel van de joint venture Motor.NL BV. Hierin hebben PiTE Holding B.V. en Roularta Media Nederland beide een belang van 50%.

RIDERS Primavera Toertocht 2026: dit vonden jullie van een dag stoom afblazen in Noord-Holland

2
RIDERS Primavera Toertocht 2026

Dat wij de RIDERS Primavera Toertocht 2026 een groot succes vonden, doet natuurlijk direct denken aan de reclameslogan ‘Wij van WC-Eend adviseren WC-Eend’. Daarom hebben we de hulp ingeschakeld van jullie, de RIDERS, de deelnemers. Want niets gaat boven ervaringsdeskundigen!

Jack en Sofie van Gestel

Het was vooral in de ochtend een hele mooie en gevarieerde route langs oude stoomgemalen en bij Medemblik was deze zelfs nog in gebruik. Mooi dat dit Nederlands erfgoed bewaard is en super om alle tulpenvelden in volle kleuren te zien. We hadden geluk met het weer en dat de tulpen er nog prachtig bij stonden. Verder was het heel bijzonder om toevallig uit te komen bij het kleinste snoepwinkeltje uit grootmoeders tijd in Graft. Roeiers op de vaarten, met molens en tulpen op de achtergrond. Het kan niet mooier met de voorjaarszon! De naam Primavera werd eer aangedaan. We hadden een prachtige dag met een supermooie route, inclusief authentieke dorpjes en na Hoorn ook prachtige vergezichten over het IJsselmeer. Mooi was ook de saamhorigheid en het familiegevoel van alle motorrijders onderweg bij de stops, terrasjes en ook op het pontje.

William Alferink

Het was een leuke tour! Goed georganiseerd, wij hebben genoten. De rij voor het pontje was met al die motoren misschien wat lang, maar dat mocht de pret niet drukken. Wij hebben het verlengd met een nachtje in Harlingen en reden zondag weer relaxt naar huis in Eibergen.

William Alferink.

Mark van Dam

Complimenten voor de organisatie! De gemalen waren mooi om te zien, de route met al die tulpenvelden was erg mooi en de horecalocaties waren verrassend, met goed eten en drinken. Dank en tot de volgende keer!

Sarah en Pim

Wij kijken terug op een geslaagde rit, met mooi weer en een zeer geslaagde organisatie. Mijn dochter Sarah van 15 jaar zit veel achterop en ze kan niet wachten tot ze zelf haar motorrijbewijs kan halen. Ze heeft haar eigen motor al uitgekozen! Voorlopig zit ze nog achterop en genieten we samen van het rijden, de omgeving en eten we graag een ijsje. Wij hebben genoten, dank!

Hanno van der Mark

Een paar foto’s van een mooie, goed georganiseerde tocht. Lekker rijden, mooie route, veel gezelligheid en het zonnetje erbij. Topdag!

Chantal Nooij en vrienden

Het was de eerste keer dat we meereden met deze tocht. Wij vonden het heel erg leuk, hebben een goede dag gehad! Dank voor de organisatie!

Roel van Willigenburg

TOPDAG gehad! Wij reden met vijf vrienden mee, nadat we jaren geleden al eens de KouwePotenTocht meereden. Nu dus voor het eerst de Primavera. En die deed zijn naam eer aan: lekker weer, mooie route, leuke locaties met goed eten en heel veel gezelligheid! Goede eerste kennismaking, ik ben net RIDERS-lid geworden en ik kijk uit naar de rest van de events die ik met RIDERS en andere motorrijders kan beleven. En Christa is top!

RIDERS-lid Oscar en Caroline Dusschooten

Soms zeggen foto’s meer dan 1.000 woorden!

Jan Rijke

Nogmaals bedankt voor de organisatie van deze geslaagde dag.

Yvonne & Joop Grutter

Wij vonden het weer een prachtige dag, met mooie kleuren en gebouwen onderweg. We gaan de route samen nog eens dunnetjes overdoen.

Volgende afspraak

Pak je agenda er maar bij, want de datum van de KouwePotenTocht 2026 is bekend. Op zaterdag 24 oktober rijden we de Energietoer door het midden van het land. Binnenkort meer daarover!

Ook op de Buitenhuizerpont hebben ze geweten dat er een RIDERS Primavera Toertocht plaatsvond en nooit was het gezelliger op een veerpont!

Test QJMotor SRK 421 RR: vier op een rij

0
QJMotor SRK 421 RR

Kawasaki bewees vorig jaar nog met z’n ZX-4RR dat een viercilinder onder de halve liter geen curiositeit hoeft te zijn, maar een volwassen concept met een eigen bestaansreden. QJMotor dacht er kennelijk net zo over en duwt met z’n SRK 421 RR een eigen kleine vierpitter uit de pitbox. Eentje met 78 pk uit 421 cc en de looks en uitrusting van een machine die gerust anderhalve keer zo duur zou mogen zijn. Klein qua cilinderinhoud, groot in ambitie. Gaan die twee ook hand in hand?

Van afstand is duidelijk dat QJMotor ook hier duchtig over de schutting heeft gekeken in de richting van Varese en Borgo Panigale. De SRK 421 RR is een visueel uitgesproken machine die haar sportieve ambities op geen enkel moment verbergt. Het kuipwerk oogt strak en goed geproportioneerd, de DRL’s zijn netjes geïntegreerd in de neus en de luchthappers onder de duozit geven de staartsectie net dat tikkeltje extra diepte. Leuk detail: het gesplitste duozadel heeft een ingewerkte ledstrip van het achterlicht die optisch doorloopt in het zadel zelf – een knipoog die je pas bij een tweede blik volledig apprecieert. Het opgeschuurde aluminium op motorblok, swingarm en spaakwiel geeft de 421 RR een premiumuitstraling die haar prijskaartje ver overstijgt.

Het ontwerp is geen toeval. De SRK 421 RR is het werk van het Italiaanse bureau C-Creative, geleid door Adrian Morton – voormalig hoofdontwerper bij MV Agusta en Benelli. De ‘mecha’-geïnspireerde stijl met scherpe lijnen, geometrische sneden en robotachtige optica is bewust gekozen als visuele handtekening voor toekomstige QJMotor-modellen. De neus herbergt bovendien een Ram Air-inlaat die tegelijk als sierlijk visueel element fungeert én voor efficiëntere verbranding op hogere snelheden moet zorgen. De winglets op de snuit zijn in deze klasse misschien wat ambitieus als aerodynamisch hulpmiddel, maar als optisch statement werken ze uitstekend.

Hoenderhok

Dan het echte nieuws: voor deze nieuwkomer tel je 7.399 euro neer. Z’n enige directe concurrent in dit segment kost ruim 3.400 euro meer. Dat is geen klein verschil, dat is een tikkeltje onwerkelijk. Zeker als je bedenkt dat de 421 RR op componentenvlak allerminst het onderspit hoeft te delven. Brembo voor- en achteraan, Marzocchi-ophanging, een TFT-scherm met alle nodige info en een 78 pk sterke vierpitter die tot voorbij de 14.000 tpm doordraait: het zijn specificaties waarvoor je bij de concurrentie een stuk dieper in de beurs moet tasten. QJMotor gooit de knuppel dus niet enkel in het hoenderhok, maar knalt ’m er dwars doorheen.

Vier cilindertjes, groots geluid

Onder het kuipwerk huist een 421 cc vier-in-lijn met een boring en slag van 57 x 41,2 mm, goed voor 78 pk bij 14.000 tpm en 39 Nm bij 13.000 tpm. Indrukwekkende waarden voor dit formaat – en in de praktijk lost het blok de verwachtingen netjes in. Het kabelbediende gashendel heeft wat vrije slag voor de gaskleppen daadwerkelijk reageren, maar eenmaal dat drempeltje gepasseerd verloopt alles heerlijk soepel. Onderin is de 421 RR niet de meest koppelrijke – dat hoef je van een hoogtoerende viercilinder in dit formaat ook niet te verwachten – maar de opbouw verloopt van onderin netjes en voorspelbaar. Bij 3.000 tpm door het verkeer tuffen? Geen enkel probleem. Vanaf 6.000 tpm begint de machine pas echt z’n ware aard te tonen: de vierpitter sleurt met verve door de toeren richting rode zone, en pas voorbij de 14.000 tpm komt de begrenzer tussenbeide. Een blok dat beloont wie de moeite doet om het hoog in de toeren te houden. En dat doet het met een heerlijke soundtrack. Van het inlaatgesnuif tot de uitlaatnoot klinkt de 421 RR opvallend potent voor z’n formaat. De uitlaatdemper zit netjes onder het blok weggewerkt en oogt bescheiden, maar is een gevalletje ‘wolf in schaapsvacht’. Heerlijk.

Test 2026 QJMotor SRK 921: naakt zonder complexen

Schakelen verloopt overigens prima. De zesbak kwijt zich zonder missers van z’n taak, al zit het aangrijpingspunt van de koppeling verborgen in de eerste centimeter wanneer je de hendel intrekt. Een tikkeltje zoeken voor je de exacte zone gevonden hebt, maar het gevoel went best snel. Als we nog één wens zouden mogen doen voor een volgende iteratie van deze kleine vierpitter, dan wel een quickshifter – die zou ’m nog zoveel beter kunnen maken.

Comfortabel ingepakt

De rijpositie zit ’m – ha! – als gegoten. Je zetelt vrij laag in het zadel en zit steevast goed verscholen achter het kuipwerk. De smalle tank en ranke bouw zorgen ervoor dat je als rijder van gemiddelde lengte makkelijk met beide voeten vlak op de grond steunt. De zadelhoogte van 795 mm is voor een sportmotor meer dan behapbaar (aan de lage kant zelfs) en de driehoek tussen stuur, zadel en voetsteunen klasseren we als ‘sportief comfortabel’. Je leunt zonder strekken over de tank, de knieën klemmen goed in de uitsparingen en het windscherm doet z’n werk naar behoren als je in de aanvalshouding zit.

De Marzocchi-ophanging – een 37 mm USD-vork met instelbare ingaande en uitgaande demping vooraan en instelbare veervoorspanning achteraan – is in z’n standaardsetting eerder op comfortabel straatgebruik afgesteld dan op snoeihard circuitwerk. Niet de meest stijve combinatie die we ooit onder de billen kregen dus, maar dat hoeft in dit segment ook niet meteen. De vork vangt oneffenheden vlot op en laat de 421 RR met de nodige fijngevoeligheid insturen. Achteraan houdt de monoshock de zaak netjes bij elkaar, zonder ooit oncomfortabel te worden.

Homogeen

In bochten laat de SRK 421 RR vooral een degelijk en geruststellend stuurgedrag zien. Het rijwielgedeelte voelt mooi in balans aan, waardoor de motor zich vlot van de ene naar de andere hellingshoek laat begeleiden zonder onrustig of nerveus te worden. Ook wanneer het asfalt minder strak is, blijft het geheel behoorlijk homogeen aanvoelen, met voldoende precisie aan de voorkant om vertrouwen te houden. Wanneer het tempo echt omhooggaat, merk je wel dat de 37 mm Marzocchi-voorvork sneller haar limieten bereikt dan je met dit blok zou hopen. Daardoor verliest de SRK 421 RR een stukje scherpte zodra je ’m harder begint aan te vallen, maar in normaal tot vlot straatgebruik blijft het stuurgedrag coherent, voorspelbaar en aangenaam. Kortom: een goed afgesteld pakket dat op straat prima werkt en bij sportievere ambities nog volop stelmogelijkheden in reserve heeft.

De SRK 421 RR staat op CST-rubber, met een 160/60-ZR17-achterband die mooi past bij het lichte, vinnige karakter van de motor. Op de droge wegen die we vandaag aandoen, bieden de banden voldoende grip en vooral een voorspelbaar gevoel. Waardoor je de QJ met vertrouwen op lijn kunt zetten en vlot van hellingshoek kunt laten wisselen. Ze missen misschien de uitgesproken scherpte en het absolute vertrouwen van premiumsportrubber wanneer het tempo echt fors omhooggaat, maar binnen het normale tot sportieve straatgebruik doen ze netjes wat ze moeten doen: geen drama, geen verrassingen, gewoon degelijk passend bij het totaalpakket.

Brembo met voorbehoud

De remmen verdienen een genuanceerd verhaal. Vooraan zijn er twee 300 mm-schijven met radiale Brembo-vierzuigerklauwen, achteraan een 240 mm-schijf met eveneens een Brembo-klauw. De namen kloppen, maar het aanvankelijke gevoel is een andere zaak. Je moet een stuk vrije slag voorbij alvorens de remmen daadwerkelijk beginnen in te grijpen. Dat vereist wat gewenning, zeker als je – zoals wij – net van de SRK 921 overstapt, waarop de Stylema’s meteen met volle overtuiging toehappen. Gelukkig, als je eenmaal die drempel gepasseerd bent, bijten de Brembo’s van de 421 RR wél met verve. Zowel voor- als achteraan is er voldoende remkracht aanwezig, en ook de doseerbaarheid is keurig. Maar de initiële respons vraagt aanpassing.

Conclusie test QJMotor SRK 421 RR

De QJMotor SRK 421 RR is een merkwaardige machine – in de allerbeste zin van het woord. Een viercilinder met echte sportieve ambities, een oerdegelijk rijwielgedeelte en een afwerking die z’n prijskaartje ver overstijgt. Het blok is de absolute ster: soepel, hoogtoerig en met een soundtrack die je na de rit nog een tijd bijblijft. De remrespons en het aangrijpingspunt van de koppeling vragen wat gewenning. En wie meteen maximale circuitprestaties verwacht, zal de ophanging wat softer vinden dan gehoopt. Maar dat zijn bijzaken voor een machine die voor 7.399 euro in de prijslijst staat. De SRK 421 RR is geen goedkoop compromis, maar het zoveelste statement van de Chinezen. Hulde!

Pluspunten QJMotor SRK 421 RR

● Viercilinder met een heerlijke soundtrack voor een verbijsterend scherpe prijs

● Looks en afwerking ver boven het prijsniveau

● Soepel, hoogtoerig blok dat beloont wie er de moeite voor doet

Minpunten QJMotor SRK 421 RR

● Remrespons vraagt gewenning – vrije slag voor de Brembo’s echt ingrijpen

● Aangrijpingspunt van de koppeling zit verborgen in de eerste centimeter van de hendel

● Ophanging eerder op comfort dan op sportiviteit afgesteld

Technische specificaties QJMotor SRK 421 RR

Categorie Details
TypeVier-in-lijn, 16 kleppen
Cilinderinhoud421 cc
Boring x slag57 x 41,2 mm
Kleppen/cilinder4
Compressieverhoudingn.b.
CarburatieEFI Bosch
KoppelingNatte multiplaat
Transmissie6 versnellingen
EindoverbrengingKetting

Prestaties

Maximaal vermogen78 pk (57 kW) @ 14.000 tpm
Maximaal koppel39 Nm @ 13.000 tpm

Elektronica

Motor
RijwielgedeelteABS

Rijwielgedeelte

FrameAluminium perimeterframe met stalen trellisconstructie
Vering voorØ 37mm Marzocchi usd-voorvork
StelmogelijkhedenInstelbaar
Vering achterHydraulisch instelbare achterschokdemper
Veerweg v/a
Rem voorTwee Ø 300mm-schijven, radiale Brembo-remklauwen
Rem achterEen Ø 240mm-schijf Brembo
Banden v/a110/70 R17 – 160/60 R17

Prijzen

Nederland€ 7.399
België€ 6.499,00

Algemeen

Wielbasis1.385 mm
Balhoofdhoekn.b.
Naloopn.b.
Zithoogte795 mm
Rijklaar gewicht185 kg
Tankinhoud16,5 l

Vooruitblik: introductie Suzuki GSX-R1000R in Spanje – wat kunnen we verwachten?

0
Suzuki GSX-R1000R

Aankomende vrijdag, 1 mei, rijdt onze redacteur Ron Huijs op het Circuit Monteblanco nabij Sevilla met de Suzuki GSX-R1000R. Volgens Suzuki zelf is dit model opnieuw de maatstaf voor wat een sportmotor moet zijn: snel, scherp en onwrikbaar betrouwbaar.

De GSX-R1000R blijft trouw aan zijn reputatie als ‘The King of Sportbikes’. Suzuki heeft de motor niet alleen krachtiger, maar ook schoner gemaakt. Met verbeterde inlaat- en uitlaatsystemen, nieuwe injectoren en een geoptimaliseerd gasklepsysteem voldoet hij aan de strenge Euro 5+ normen zonder in te leveren op prestaties.

De nieuwe Suzuki GSX-R1000R: Kracht en innovatie

Op het circuit mag Ron rekenen op Bridgestone Battlax-RS11 banden, een Brembo remsysteem en de vernieuwde Suzuki Drive Mode Selector met Smart TLR Control. Samen beloven ze maximale grip, verfijnde gasrespons en stabiel bochtgedrag. De aerodynamisch gestroomlijnde kuip, met optionele dry-carbon winglets, moet zorgen voor extra neerwaartse druk op hoge snelheid.

Suzuki viert bovendien 40 jaar GSX‑R met speciale kleuren en afwerkingen. Als de folder niet overdrijft, wacht Ron in Sevilla een dag vol pure prestatiedrang en ultiem rijplezier.

EMX 125/250 Pietramurata, Italië: Nederlanders presteren goed #wereldtoppers

0
Gyan Doensen is de beste Nederlander in de EMX250.

Op het harde circuit van Pietramurata waren geen topresultaten van de Nederlandse rijders in de EMX-klassen te verwachten. Toch werden er tijdens de GP van Trentino bij de kwartliters redelijke prestaties geleverd. Gyan Doensen eindigde als zesde in het eindklassement, één positie beter dan Dani Heitink.

Doensen moest in de eerste manche van achteren komen en finishte als dertiende. In de tweede race startte hij goed, reed in de openingsfase als derde, lag even tweede en kwam uiteindelijk als derde over de finish, wat hem de zesde plaats in het totaal opleverde. Heitink noteerde een elfde en een achtste plek, posities die hij grotendeels gedurende de manches behield.

Dean Gregoire kende in zijn eerste race een sterke start, reed twee ronden op de tweede plaats en eindigde na vijftien ronden als achtste. In de tweede manche verbeterde hij zich van de 26e naar de 17e plaats en werd twaalfde in de eindstand. Roan Tolsma finishte beide races als 31e. Guus Oomen kwam na de kwalificatie niet meer in actie.

MotoGP Spanje 2026: race feria met de gebroeders Márquez in Jerez

De winst ging naar de Australiër Jake Cannon. De Spanjaard Francisco Garcia blijft na vier van de twaalf wedstrijden duidelijk aan de leiding. Doensen staat vierde in het klassement, Gregoire zeventiende en Heitink negentiende.

In de EMX125 pakte Dex Kooiker tien punten. Timo Heuver eindigde tweemaal buiten de top twintig en bleef zonder punten, terwijl Jannes Vos de kwalificatie niet haalde. Beide manches werden gewonnen door de Oostenrijker Moritz Ernecker, die met veertig punten voorsprong op landgenoot Ricardo Bauer de ranglijst aanvoert.

IDC Assen: Velthuizen toont zijn talent in Superbike-klasse

Afgelopen zaterdag vond op het TT Circuit Assen de tweede race van het IDC-wegracekampioenschap plaats. In de Dutch Superbike-klasse pakte Colin Velthuizen de overwinning. De BMW-rijder, die door beperkte sponsoring niet aan alle races kan meedoen, liet zien nog steeds over veel snelheid te beschikken. Zijn motivatie om toch enkele wedstrijden te rijden is onveranderd groot. Na een sterke kwalificatie startte de 22-jarige coureur vanaf poleposition. Samen met merkgenoot Pepijn Bijsterbosch wist hij zich al snel los te rijden van de rest van het veld. In een spannend duel trok Velthuizen uiteindelijk aan het langste eind en behaalde hij zijn eerste zege. Eddie de Boer (Kawasaki) eindigde als derde, gevolgd door Sven Wind (Yamaha).

In de Supersport-klasse ging de strijd vooral tussen Jorel Boerboom en zijn teamgenoot Sven Doornenbal. De rijders van het Arie Molenaar Motors – Nutec-team gunden elkaar geen ruimte. In de slotfase zorgde een gele vlag, na een valpartij, voor een nieuwe wending. Tijdens het inhalen van achterblijvers moest Boerboom zijn koppositie afstaan aan Doornenbal. In de GT-bocht plaatste Doornenbal de beslissende actie, wat na afloop leidde tot discussie tussen de twee teamgenoten. Senna Middelkoop eindigde als derde en maakte het podium compleet.

Speedway Challenge Stralsund, Duitsland: Meijer uitgeschakeld in EK-voorronde

Mika Meijer wist zich niet te plaatsen voor de Speedway Challenge van het EK. In de kwalificatie, gehouden in het Duitse Stralsund, eindigde de enige Nederlandse deelnemer op de dertiende plaats. Meijer begon sterk en nam in zijn eerste heat meteen de leiding, maar na een val van de Zweed Nilsson werd de race onderbroken. Bij de herstart kwam Meijer als tweede over de streep. In de volgende heats had hij minder gunstige startposities en wist hij nog slechts twee punten toe te voegen aan zijn totaal.

Om in de toekomst meer Nederlandse rijders op internationaal niveau te brengen, start de KNMV de Specials Junior Cup. Deze nieuwe jeugdklasse is bedoeld voor coureurs van 10 tot 15 jaar en biedt intensieve begeleiding op het gebied van rijden, tactiek en techniek. De motoren blijven eigendom van één organisatie, zodat alle deelnemers met identiek materiaal rijden. Daardoor draait succes vooral om de vaardigheid van de coureur en blijven de kosten laag omdat er niet wordt gesleuteld aan de motoren. Na een proef in Veenoord wordt de klasse komende zaterdag officieel gelanceerd in Westeremden.

Red Bull Rookies Cup Jerez, Spanje: Van Crugten puntloos in Jerez

Jurrien van Crugten had zich voor zijn tweede seizoen in de Red Bull MotoGP Rookies Cup voorgenomen om richting de top tien te groeien en regelmatig WK-punten te halen. Tijdens de openingsronde van 2026, die samenviel met de Grand Prix van Spanje, lukte dat de 17-jarige nog niet.

Hij begon redelijk in de vrije trainingen en zat op ongeveer een seconde van de snelste rijders, rond de twintigste plaats. In de kwalificatie kon hij echter geen verbetering vinden en eindigde als vijfentwintigste, de voorlaatste startpositie.

De eerste race op zaterdag werd verreden op een natte baan, waarop Van Crugten zich duidelijk beter voelde. Hij schoof op naar de buurt van de punten en leek lange tijd op weg naar een topvijftienklassering. In de slotfase verloor hij echter enkele plaatsen en werd zeventiende.

Op zondag, onder zonnige omstandigheden, kon hij zijn prestatie niet herhalen. Hij reed in een groep buiten de punten en finishte als twintigste. De overwinningen gingen naar de Spanjaard Beñat Fernández en de Indonesiër Kiandra Ramadhipa.

WK Zijspan Castelnau, Frankrijk: Prunier vliegt met overmacht naar de winst

De Franse broers Prunier wonnen overtuigend hun thuis-GP in Castelnau-de-Lévis. De beste Nederlandse prestatie kwam van Leferink, die na deze openingswedstrijd derde staat in het WK-klassement. Op zaterdag gebruikten zij de trainingen om hun motor perfect af te stellen, wat resultaat opleverde: Leferink won met ruime voorsprong heat A van de kwalificatie en behaalde vijf WK-punten. In de B-groep waren de Pruniers duidelijk de sterksten en die lijn trokken ze door in beide races op zondag. Zonder moeite namen de Fransen de technische sprongen en pakten de GP-overwinning voor duizenden toeschouwers. Het Britse duo Wilkinson-Millard eindigde twee keer als tweede, met ongeveer een minuut achterstand. In de eerste manche kwam Leferink na een zwakke start sterk terug en werd derde. In de tweede manche kreeg hij bij de start een tik van een ander team en finishte als vierde, net achter de Duitser Prümmer. Voor de teams Vanluchene en Hermans verliep het weekend minder goed. Vanluchene maakte op zaterdag een harde val, maar met inzet van bakkenist De Veene reden ze zondag toch naar een zevende en vijfde plaats. Hermans en Rietman kampten met motorproblemen, onder andere aan de versnellingsbak, en verlieten Frankrijk teleurgesteld met een elfde en negende plaats in de WK-manches.

Kort door de bocht

• Lotte van Drunen won overtuigend beide manches van de EMX Women in Delfzijl. Danée Gelissen werd derde, Shana van der Vlist vierde en Lynn Valk vijfde.

• Glenn van Straalen rijdt dit seizoen voor Black Flag Motorsport – Kawasaki in het Italiaanse CIV Supersport-kampioenschap. In de openingsronde in Misano herstelde hij zich in de eerste race na een slechte start tot een vierde plaats. In de tweede race verliep de start opnieuw moeizaam, maar ook toen wist hij naar voren te rijden en finishte hij opnieuw als vierde. Een mogelijk betere klassering ging verloren door een valpartij.

• Voorafgaand aan de WorldSBK in Assen vond op donderdag de eerste ronde van de FIM MotoMini Netherlands Series (voorheen MiniGP) plaats op de TT Junior Track. In de 190cc-klasse pakten Milan Hunneman en Mick Koomen elk een overwinning. In de 160cc-klasse was Sep van der Zwart twee keer de snelste.

• Het WK Zijspan-seizoen begon teleurstellend voor Bennie Streuer en Manon Vissenberg. Door motorpech konden ze tijdens de openingsronde in Le Mans niet starten in de eerste race. Wiggert Kranenburg, samen met zijn Franse bakkenist Loris Charteau, werd met een vijftiende plaats de beste Nederlander. In de tweede race kwamen Streuer en Vissenberg wel aan de start en finishten ze als veertiende. Beide races in Frankrijk werden gewonnen door Harry Payne en Kevin Rousseau.

Tekst: Jan Boer, Asse Klein, Gert Bos, Emil Bilars, Ad de Graaf
Foto’s: Jan Boer, Randy van Maasdijk, Emil Bilars, KTM

Sportkalender

Datum Evenement
1/3 meiWK enduro Oliana (E)
2 meiMotoball Budel
2/3 meiWSBK, WorldWCR Balaton Park (H)
2/3 meiIRRC, NSC, BeNeLux Trophy Hengelo (Gld.)
3 meiGP zijspancross Kramolin (CZ)
3 meiDMoM Harfsen
3 meiBeNeLux Trophy Oschersleben (D)
3/4 meiBSB Oulton Park (GB)
9 meiIDC Assen
9 meiNK Junior Moto Racing Assen
9 meiBeNeCup SuperMoto Bilstain (B)
9/10 meiMotoGP, RBRC Le Mans (F)
9/10 meiEuro Moto, Moto4 NC Sachsenring (D)
9/10 meiKwalificatie Zwarte Cross Texel
10 meiWK zijspan Grobnik (HR)
10 meiGP zijspancross Kleinhau (D)
10 meiKwalificatie Zwarte Cross Hummelo
16 meiSidecar Masters Oldebroek
16 meiMotoball Budel
16/17 meiMotoGP Catalunya (E)
16/17 meiWSBK Most (CZ)
16/17 meiBSB Donington Park (GB)
16/17 meiWK trial Motegi (J)
17 meiWK SuperMoto Tramatza (I)
17 meiEMX Women Oborniki (PL)
17 meiDMoM Markelo