Wildebras Johan Middelveen is niet bang voor de duvel en zijn ouwe moer

Het zou slechts een kwestie van tijd zijn voordat de hele wereld Johan Middelveen kende. Mannen zouden zijn naam scanderen en vrouwen massaal aan de voeten van de gedroomde opvolger van Gerrit Wolsink liggen. Alleen werkten moeder Middelveen en sponsoren niet mee. Johan Middelveen maakt geen gebroken indruk. Als er al sprake is van een jeugdtrauma omdat hij de Vliegende Tandarts nooit opvolgde, dan is dat ingeruild voor een aanstekelijk enthousiasme. Zijn drie jaar oudere broer is al net zo’n blij ei. Met gepaste trots stelt Motor.NL u voor aan Johan en Jan Middelveen. Twee broers die overtuigend ...
Het zou slechts een kwestie van tijd zijn voordat de hele wereld Johan Middelveen kende. Mannen zouden zijn naam scanderen en vrouwen massaal aan de voeten van de gedroomde opvolger van Gerrit Wolsink liggen. Alleen werkten moeder Middelveen en sponsoren niet mee. Johan Middelveen maakt geen gebroken indruk. Als er al sprake is van een jeugdtrauma omdat hij de Vliegende Tandarts nooit opvolgde, dan is dat ingeruild voor een aanstekelijk enthousiasme. Zijn drie jaar oudere broer is al net zo’n blij ei. Met gepaste trots stelt Motor.NL u voor aan Johan en Jan Middelveen. Twee broers die overtuigend ambassadeurs zijn van Drenthe, Kreidler en een ontspannen levenshouding. Bovenal zijn het mannen waarin wij ons herkennen. Mannen die vroeger de wegen in het dorp onveilig maakten met hun opgevoerde brommers. Die niet konden wachten tot hun achttiende verjaardag om hun motorrijbewijs te halen. Kerels die droomden van supersnelle motoren die ze natuurlijk nooit zouden rijden, maar het zijn ook mannen die op latere leeftijd niet stopten met jong zijn. Dat Jan er uiteindelijk voor zorgt dat Johans droom toch deels uitkomt, maakt het nog mooier. Roger de Coster verslaan Wanneer begint het brommergevoel bij iemand te kriebelen? Johan Middelveen was er vroeg bij. Op zijn tiende was hij al in de weer met brommers. Vooral de Kreidlers van buurjongen Henk maakten diepe indruk. ‘Henk had ze niet alle 24 in het kratje, maar elke twee jaar reed hij wel een nieuwe prachtige Kreidler. Zijn oudere broer Jan was meer de techneut, hij kon enorm goed opvoeren.’ Bij de Middelveentjes ontvouwt zich hetzelfde patroon. Jan is de techneut, Johan de wildebras die voor de duvel en zijn ouwe moer niet bang is. In 1974 lanceert Kreidler de Mustang-crossbrommer. Het is de ultieme droom van Johan. Hij woont weliswaar naast het TT-circuit, maar uiterst pragmatisch heeft hij een voorkeur voor crossen. In het Drentse land kan hij overal terecht. ‘Op een afgesloten circuit kun je bovendien niet vluchten voor de politie, op de hei wel. Ik wist alle fietspaaltjes te vinden. Daar vloog ik langs terwijl de achtervolgende politiewagen met piepende remmen tot stilstand kwam.’ Van een wegracecarrière als Jan de Vries droomt Johan niet, wel van de cross. Hij ziet in zichzelf al de gevierde opvolger van Gerrit Wolsink. Zijn halfgare crossbrommertjes transformeren tijdens het rijden als vanzelf in giftige tweetakt fabrieksfietsen waarop hij mannen als Roger de Coster een poepie laat ruiken. Er is maar een persoon die tussen hem en het realiseren van zijn droom staat: moeder Middelveen. Johan kan zeuren tot hij een ons weegt, hij vangt bot. Moeder Middelveen doet precies wat alle moeders doen. Die zien hun kroost niet bovenop het podium staan, maar in het ziekenhuis liggen. Shell als sponsor Moeder heeft andere plannen. Als zoons van een paardenfokker moeten Jan en Johan paardrijden. De twee zitten ook daadwerkelijk in het zadel van hun Gelderse merries Connie en Liliane, maar Kreidlers blijven interessanter. ‘Je hoeft geen stal schoon te maken, voer te geven en te roskammen.’ Bijna vijftig jaar later ligt het er nog altijd dik bovenop dat Jan en Johan geen enkele lol aan paardrijden beleefden. ‘Al heb ik er later toch nog heel wat plezier van gehad’ veert Johan op. ‘Je knieën in het zadel drukken, doe je ook op een enduromotor. Staan in de stijgbeugels is net als staan op de stepjes.’ Ma blijft onverbiddelijk; als Johan zo nodig een crossbrommer wil, moet hij die zelf bij elkaar sparen. Vol goede wil begint Johan met oppotten. Een buurman heeft een timmerbedrijf en daar neemt hij een bijbaan. Als puber heeft meneer nog wensen ook en daarom eist Johan een ‘knappe baan’. ‘De buurman beloofde me opperman te maken. Dat klonk belangrijk. Een dag later had ik zúlke armen.’ Sparen gaat Johan vanzelfsprekend niet snel genoeg. Dus vraagt hij dezelfde buurman of die hem wil sponsoren met een Kreidler-crossbrommer. Ondanks het laaiend enthousiast afgestoken verkooppraatje tuint die er niet in. Johan is overtuigd van zijn promotionele waarde als toekomstig topcrosser, buurman niet. Johan stuurt vervolgens brieven naar andere potentiële sponsoren. Het grote Shell kan wel wat guldens missen en daar herkennen ze een toptalent vast wel. Als ze al niet sponsoren met een nieuwe crossbrommer, dan toch zeker met vijftig liter mengsmering. Het wordt een boekje met daarin de locaties van alle tankstations die Shellina-mengsmering verkopen. De Ariel Colts van Aad Versteeg: ‘We moeten die lichte motorfietsjes koesteren’ Lullo de behanger Als Van Veen een jeugdcrosser uitbrengt, is het hek helemaal van de dam voor Johan. De Kreidler is namelijk meer dan een blitse tweewieler, het is de start van zijn sterrendom. In samenwerking met de KNMV zette Van Veen een jeugdcompetitie met crosswedstrijden over het hele land op. De Formule Kreidler is geboren en Johan wil er met zijn hele ziel en zaligheid deel van uitmaken. Bij lokale brommerhandel Fokko Buitenkamp staat zijn droombrommer in de etalage. ‘De vrouw van de eigenaar kon elke dag de ramen lappen, want iedere pauze stond ik tegen de ruit aangeplakt.’ Johan schrijft een bedelbrief in de volle overtuiging dat hij met zijn rijcapaciteiten gegarandeerd in beeld komt voor een volledig gesponsorde Kreidler. Afzender: Johan Middelveen, geadresseerde: Henk van Veen. ‘Van Veen waren mijn vrienden, ze wisten het alleen nog niet.’ Hoe kon Johan weten dat Henk van Veen zijn hand liefst op de knip hield? Als er nachten lang in zijn toko was doorgewerkt, trakteerde Van Veen een enkele keer ‘genereus’ op patat. Zonder mayonaise, dat was te duur. Naast brieven schrijven blijft Johan trainen. Op zijn geheel eigen wijze. ‘Ik was een man met een missie. Ik moest mogelijke sponsoren overtuigen van mijn durf en lef. Daarom moest het altijd volgas op mijn brommers. Bochten knalde ik blind in en dan hoopte ik dat alles goed ging.’ Het grote hart verdwijnt nooit. ‘Ik ga richting de zestig, maar in je hoofd blijf je zestien. Tijdens een circuitdag een paar jaar geleden schraapten de slijtbouten op de voetsteppen van mijn Tiger 1050 Sport continu over het asfalt. In een pauze sleutelde ik ze er onderuit. De volgende sessie lag ik met een gebroken pols in de grindbak.’ Een droog ‘Lullo de behanger’ verraadt hoe broer Jan over die actie denkt. Happy end Een week na het versturen van zijn bedelbrief valt er een dikke envelop op de deurmat bij de familie Middelveen. Het is dezelfde vergeelde envelop die voor ons op tafel ligt. Johans hart springt op: ‘Ik dacht dat ik alleen nog maar benzine hoefde te kopen om daarna kampioen te worden. Ik had beelden in mijn hoofd, zag mijn hele loopbaan zich ontwikkelen. Ik wist zelfs al mijn startnummer, nummer veertien, als eerbewijs aan Johan Cruijff.’ De inhoud is een flinke domper op de feestvreugd. Het ene na het andere gestencilde A4’tje wakkert de crosslust eerst alleen verder aan met ronkende teksten over de schoonheid van competitie, snelheid, exotische crossers en glorie. Helaas is het laatste A4’tje een prijslijst... Die liegt er niet om. Een zesbak alleen kostte al fl.1.925,- een racekoppeling fl.802,-. Het contract dat Johan alleen maar hoeft te ondertekenen om het tot fabrieksrijder te schoppen ontbreekt. Het naïeve kind in Johan leert op de harde manier dat van Veen een zakenman in hart en nieren is. Om niets aan het toeval over te laten stuurt de Amsterdammer ook nog de folder van de befaamde 50cc-wegracer mee. Stel je eens voor dat je er bij toeval nog eentje aan een crossminnende puber slijt. De envelop illustreert het einde van het dromen. ‘Al kon ik de documentatie nooit weg doen. Dat is toch een stuk van de droom.’ Voor wie het nog niet weet: Johan Middelveen schopte het nooit tot opvolger van Gerrit Wolsink. Zijn naam ontbreekt in de lijstjes waarin hij zo graag had gestaan. Toch heeft dit verhaal nog een happy end. Meeste dromen bedrog? Broer Jan gebruikte zijn handjes de afgelopen 25 jaar vooral om flink wat Kreidlers te restaureren. ‘Ik haal ze uit Duitsland, dat is hier om de hoek.’ Je ziet hem van ver aankomen: voor Johan komt zijn droom toch nog uit als zijn broer een Van Veen Formule Kreidler koopt. Sterker nog, er komt ook nog een veel zeldzamere Van Veen GS50 naast. ‘Laten we hem even voor de journalist aantrappen’, grapte Johan vooraf tegen Jan. Die zat ondanks zijn bourgondische voorkomen direct tegen het plafond. ‘Het ding heeft nummer 0003’, verontschuldigt hij zich. ‘Mensen bieden blind tien mille en op eBay ging er al een weg voor € 14.500.-.’ Uiteindelijk kwam Johans droom toch nog uit toen hij op de Formule Kreidler reed. Zijn de meeste dromen bedrog? Het was in ieder geval een onwerkelijk gevoel. ‘Als grote kerel op je droomcrosser rijden uit je jeugd. Het was net mijn eerste verkering. Eerst kijken, verliefd zijn en daarna zacht met mijn handen over de tank, buddyseat en het stuur. Heel licht aantrappen en gelijk reactie, lichte trilling door machine en berijder. Volop durfde ik uit respect niet te gaan, maar ik weet zeker dat we samen kampioen Formule Van Veen waren geworden!’ Yamaha XT550: mispeer Unieke vent die Van Veen Als er ooit een top-tien van bekende Nederlandse motorimporteurs komt, staat Henk van Veen – samen met Henk Vink – in de top drie. Niet alleen door zijn zakelijke successen, maar ook door 50cc-wereldtitels en de eerste en enige Nederlandse superbike: de OCR1000. De Amsterdammer lijkt getrouwd met Kreidler, maar als piepkuiken van 21 jaar importeerde hij in eerste instantie Hercules. Nadat Stokvis stopte met Kreidler – ze waren volgens Stokvis te duur – nam Van Veen in 1959 het merk onder zijn hoede. In 1965 kwamen de raceactiviteiten erbij. De directie van Kreidler vond de raceactiviteiten te duur, maar Van Veen begon vol goede moed en twee twaalfversnelling racers. De rest is geschiedenis: Jan de Vries pakte twee maal de wereldtitel, Henk van Kessel en Angel Niëto ieder een keer. Aan de Van Veen OCR1000 gaan we geen woorden vuil maken. Iedereen kent het tragische verhaal van de prachtige, exotische en peperdure motorfiets. Formule van de formule Kreidler Zakenman Henk van Veen was niet gek toen hij de Formule Kreidler uit de grond stampte. Hij wist hoeveel exemplaren André Gebben van zijn Gebben – Kreidler verkocht. Op asfalt was Van Veen goed aanwezig, het zand wilde hij er bij hebben. Toch werd de Formule Kreidler geen succes. De jeugdklasse bestond slechts in 1979 en 1980 en stierf een stille dood. Op zich was de klasse logisch ingedeeld. Van Veen wilde jeugdige crossertjes eerst op een standaard Kreidler Mustang laten rijden, daarna op zijn eigen Formule Kreidler en als klapstuk van die drietrapsraket op een Formule Kreidler met kit en aangepast frame. Het plan slaagde niet omdat de andere aanbieders Gebben, Homoet, VHS en Enpo de markt te stevig in handen hadden. De Formule Kreidler bracht rijders voort als: Theo Eggens, Johnny Slomp en Jan Postma. Drietrapsraket van Van Veen In de plannen van Van Veen – stop de vergrijzing in de motorsport – begon de jeugd op de gewone Mustang, groeide daarna door naar zijn Formule Kreidler en eindigde dan op de KVV Kreidler. Kreidler Mustang De Mustang is een Florett die met minimale middelen is getransformeerd in een crossbrommer. De Mustang heeft een aangepaste achterbrug, busjes in voorvork voor meer veerweg en een hoog spatbord. Prijs in 1975 fl. 1.841,-, drooggewicht 81 kg, zithoogte 780 mm, geperst plaatstalen frame, vermogen 1,8 pk bij 5.500 tpm. Van Veen Formule Kreidler De basis voor deze exoot is duidelijk de alledaagse Mustang. Dankzij de eenpersoons buddy, voetsteunen in plaats van trappers, gehalveerde zijkappen en langere veerwegen (en destijds uiterst begeerlijke WP-vering achter) oogt de Formule veel aantrekkelijker. Prijs 1979 fl. 2.375,-, 7,25 pk bij 8.500 tpm. KVV Kreidler) De meest professionele crossbrommer is de KVV Kreidler. Hiervoor steken Van Veen, Harry van Hout en Andre Gebben de koppen bij elkaar. De KVV kreidler heeft een zesbak, Super Breitwand-cilinder, buizenframe, maximaal vermogen 8,59 pk (Gebben-specificatie) KVV Grand Prix 12 pk, drooggewicht 60 kg, prijs fl. 4.650,-. Van Veen GS50 Voor de Duitse endurorijder, Nederland heeft geen 50cc-klasse, is er nog de GS. Prijs 1980 fl. 3.995,-, drooggewicht 72 kilo, Koni-stereoschokdempers, veerweg v/a 200/200 mm, zadelhoogte 850 mm, maximum snelheid 85 km/u, cilinderinhoud 49,9 cc, vermogen 8 pk @ 10.000 tpm (met kit 14 pk bij 13.000 tpm), vijfbak (zesbak mogelijk).

Doorgaan met lezen?

Om verder te lezen heb je een abonnement nodig. Heb je die al? Dan kun je hier inloggen.

Wil je graag toegang? Kies dan één van onze abonnementen, dat kan al vanaf €2,50 per maand.

MotorNL Digitaal vanaf €2,50 per maand

Alle artikelen uit MOTO73 en Promotor lees je iedere dag vers online via onze Premium artikelen en bladerbare PDF magazines.

Of maak een keuze uit één van onze magazine abonnementen inclusief Digitaal Premium vanaf €4,-

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.






Hierbij geef ik toestemming om me via email, met de informatie die ik in dit formulier opgegeven heb, nieuwsbrieven te sturen.

Uitschrijven kan op elk moment, onder iedere nieuwsbrief staat onderaan een link om uit te schrijven. We hebben je privacy hoog in het vaandel, onze privacy policy is op de website te lezen. Als je dit formulier instuurt, dan ga je akkoord met de voorwaarden genoemd in de privacy policy.


Over de auteur

Als kind verslond ik al de motorboekjes van mijn vader. Meer dan veertig jaar later is de liefde voor de motorfiets nog net zo groot. Natuurlijk ga ik mijn hele leven al autoloos door het leven, laat mij maar 365 dagen per jaar motor rijden. Of 565, maar dat kan niet.

Misschien vind je dit ook interessant?