Twee British Superbike-titels op rij, een derde binnen handbereik, en toch verliep de weg naar de top allesbehalve vanzelfsprekend. Van financiële tegenslagen in het WK tot een succesvolle comeback in eigen land: de carrière van Kyle Ryde kende de nodige hobbels. Tijd om kennis te maken met de 29-jarige Brit.
Kwam het door je familie dat je bent gaan racen?
“Mijn vader was zijspanracer, samen met zijn broer. Zij reden in het Britse kampioenschap. We zijn een hechte familie en wonen allemaal in een klein dorp. Mijn vader kocht voor mij een motor toen ik zes was, maar het werd pas serieus toen ik negen of tien jaar was. Toen stopte hij zelf met racen en ging hij zich op mij focussen.”
Icoon Jacky Martens: de frontman(nen)
Had jij niet de ambitie om zijspanracer te worden?
“Ik zal niet zeggen dat het in mijn bloed zit, maar het zijspanracen zit absoluut in onze familie. Ik zou het heel graag ooit eens doen, zoals Chris Walker dat in het verleden al eens heeft gedaan. Ik ben al eens passagier geweest bij Ben Birchall (voormalig wereldkampioen). Racen met een zijspan is totaal iets anders, maar ik denk dat ik het wel kan.”
Je was 13 jaar toen je in 2011 begon in de Red Bull Rookies. Later was je ook nog erg jong toen je tussen 2015 en 2017 in de World Supersport reed. Waarom ben je daar niet doorgebroken?
“In de Red Bull Rookies was ik niet snel genoeg om naar de Grand Prix te gaan. In 2015 reed ik met een WorldSSP wildcard op Donington Park. Ik was nog maar 17 jaar en werd toen derde. Dat gaf mij de kans om vast te racen in het WK. In 2016 werd het een rommeltje met een niet-competitieve motor. In 2017 reed ik voor Kawasaki Puccetti Racing, maar dat kostte ontzettend veel geld. Dit zorgde ervoor dat we in 2018 nog steeds aan het betalen waren voor het jaar ervoor. Ik reed op dat moment al in de British Superbike, maar moest daar halverwege het jaar stoppen om de rekeningen van het jaar ervoor te kunnen betalen. Achteraf was het een slechte beslissing om voor zoveel geld te tekenen in de WorldSSP, want ik had het ook niet naar mijn zin op deze motor. Vanaf dat moment hebben we besloten om nooit meer zo’n enorm tekengeld te betalen om ergens te kunnen racen.”

Maar dat is in de motorsport lastig. Dacht je halverwege het seizoen 2018 dat je carrière voorbij kon zijn?
“In 2018 ben ik een maand volledig gestopt en toen zijn we vanaf nul begonnen. Ik ben toen gaan racen in de British Supersport en won mijn eerste race. Vanaf dat moment geniet ik van het motorracen. Iedere keer dat we een voet in het WK hebben gezet, ging er iets verkeerd. Ik geloof erin dat ik het kan, maar het voelde niet goed. En nu ik het goed doe in de BSB, zie ik ook geen reden om dat te veranderen, ook omdat ik al 29 jaar ben. Er zijn in het WK rijders van 21 jaar met dezelfde snelheid.”
Maar Tommy Bridewell is 38 jaar en maakte pas dit jaar de overstap van de BSB naar de WorldSBK.
“We hebben jaren samen geracet in de BSB. Hij is dit jaar een aantal keer vijfde en zesde geworden. Ook al doe ik het niet, het voelt voor mij goed, want daardoor weet ik dat ik het ook zou kunnen. Ik ben niet jaloers, maar ik ben blij dat hij het gedaan heeft en laat zien welk niveau de BSB heeft.”
Als je een goede kans zou krijgen in de WorldSBK, zou je het dan doen?
“Misschien, maar op dit moment wil iedereen alleen maar een Ducati. Dat is jammer. De Ducati is ook in de BSB een hele goede motor, maar zonder de elektronica zijn de verschillen tussen de fabrikanten veel kleiner. Alle WorldSBK-teams zonder Ducati hebben een probleem, want die hebben een rijder als Toprak (Razgatlıoğlu) nodig om te kunnen winnen. Ik denk dat ik in de WorldSBK goed mee kan, maar ik geloof niet dat ik zo goed ben als Toprak. Dus heb ik een Ducati nodig in de WorldSBK en dat is niet makkelijk. Dat was ook te zien in de tijd dat Bradley (Ray) met een Yamaha in de WorldSBK reed. Hij is hier kampioen, maar kreeg geen goede kans in de WorldSBK. Want Bradley zou hetzelfde moeten kunnen als Tommy. Eigenlijk zouden de regels moeten veranderen, maar dat is ook oneerlijk, want Ducati heeft gewoon een geweldige Superbike gebouwd.”
Welke titel was beter: 2024 of 2025?
“Ze waren heel verschillend. In 2025 was de druk enorm en stonden Tommy en ik lange tijd slechts een paar punten van elkaar. En natuurlijk was die laatste ronde op Brands Hatch legendarisch, waarin Tommy en ik elkaar meerdere keren passeerden voor de titel. We vergaten beiden waar we moesten remmen en keken alleen nog naar elkaar. Die ronde heeft iedereen denk ik wel gezien. Zoiets zal niet snel weer gebeuren. Vorig jaar was compleet anders. Ik stond op een gegeven moment 50 punten achter Bradley en had geen druk. Ik kon jagen. Mijn beste eigenschap is om op de motor te blijven en dat maakte uiteindelijk het verschil om weer kampioen te worden. Deze voelde ook geweldig, omdat Bradley en ik al van kinds af aan tegen elkaar racen en ik hem dan met dezelfde motor wist te verslaan.”
Dit jaar ben je geswitcht van Yamaha naar Ducati. Waarom?
“Het was niet mijn beslissing. Het team wilde switchen naar Ducati en dat was voor mij oké. Ik had veel moeilijke vrijdagen verwacht, omdat ik vier jaar met Yamaha had gereden. We hebben wel wat lastige momenten gehad, maar over het algemeen is de overstap veel beter en makkelijker gegaan dan ik voor het seizoen had verwacht. Het beste wat ik heb gedaan, is deze winter zelf een Ducati V4 kopen en ermee in Spanje testen. Het kostte veel geld, maar dat was het waard, want ik won meteen de eerste races van het seizoen op Oulton Park.”

Voor Assen heb je 71 punten voorsprong op nummer twee Scott Redding. Voelt het alsof je de titel niet meer mag verliezen?
“Omdat we met de showdown vanaf Assen meer punten krijgen voor een zege en tijdens de slotronde op Brands Hatch zelfs 35 punten voor een overwinning, zegt deze voorsprong nog niet zo veel. Natuurlijk wil ik kampioen worden, maar ik kan niet achteroverleunen. Ik moet gewoon blijven scoren en Scott verslaan om kampioen te worden. Vooraan rijden is de veiligste plek om te zijn en dan ben je in controle. Als iemand dan sneller is, gaat hij mij vooraan voorbij. Maar ik probeer niet berekenend te rijden.”
Wellicht pak je dit jaar de derde titel op rij. Is je ultieme doel om de beste BSB-rijder aller tijden te worden?
“De eerste titel was speciaal voor mij en iedereen om mij heen. Daardoor werd alles wat we hadden geïnvesteerd het waard. Alles vanaf dat moment voelt voor mij als een bonus. De focus voor de komende tijd ligt op het behalen van de titel en voor volgend jaar heb ik nog een contract bij het team. Shane Byrne won zes BSB-titels en dat is een megaprestatie. Dat is niet direct het doel, want dat is nog heel erg ver weg. Maar in de statistieken van meeste zeges en podiums sta ik al wel rond de top tien. Hopelijk kunnen we daar de komende jaren nog wat aan toevoegen, zodat mensen later over mij kunnen zeggen dat ik een goede BSB-rijder was.”

Foto’s: Damon Teerink









