Toevallig stuitte redacteur Asse Klein in Valencia op een foto van Ricardo Tormo waarop groot MOTO73 op de kuip van zijn Bultaco stond, en dat nog wel in het jaar waarin hij wereldkampioen werd. Verder onderzoek wees uit dat MOTO73 veel vaker aanwezig was bij prominente gebeurtenissen in de motorsport. Zo stond het magazine niet alleen op de kuip van Wil Hartog tijdens zijn legendarische 500cc-overwinning in de TT Assen van 1977, maar ook bij meerdere fabrieksrijders in de koningsklasse. Ondenkbaar in deze tijd natuurlijk. Maar hoe kwamen die MOTO73-stickers daar terecht en wat stond daar tegenover? Asse zocht het uit.
Ik denk dat ik in 2025 zo ongeveer voor de tiende keer aanwezig was bij de Grand Prix van Valencia. Maar op zaterdagmiddag, net voor de start van de Moto3-kwalificatie, zag ik iets wat mij nog niet eerder was opgevallen. In de paddock zijn op verschillende plekken foto’s en informatie te vinden over Ricardo Tormo, de naamgever van het Spaanse circuit. Zo ook bij de ingang van het perscentrum. Wanneer ik wil doorlopen, zie ik het ineens: er staat gewoon een grote MOTO73-sticker op de kuip van de machine van Ricardo Tormo. Het bleek een foto te zijn van de TT Assen in 1978, waar Tormo reed met een Bultaco in de 50cc-klasse. En waar hij later dat jaar zijn eerste wereldtitel mee behaalde. Bizar! Ik begon meteen te denken: hoe is dat mogelijk? Want tegenwoordig is het toch nauwelijks meer voor te stellen dat een Nederlands magazine zo prominent op de kuip van een Spaanse wereldkampioen staat. Voor dit soort plekken op een kuip worden tegenwoordig tienduizenden euro’s betaald.
Icoon Luca Cadalora: de complete racer met de mooiste rijstijl
Op onderzoek uit
Voordat ik het mediacentrum inloop, maak ik een foto van de foto van Tormo met MOTO73 op de kuip en stuur die naar hoofdredacteur Marien Cahuzak. Hij wordt direct enthousiast, want hij ziet er net als ik een verhaal in. “Ik ben benieuwd of dit vaker gebeurde,” appt hij. “Een leuk onderwerp voor een verhaal, ga maar op onderzoek uit,” sluit hij af. In het mediacentrum kom ik fotograaf Randy van Maasdijk tegen en leg hem uit wat ik zojuist heb ontdekt. Ik vraag hem of hij een aantal foto’s wil maken voor mijn verhaal. Randy gaat meteen aan de slag en zo hebben we een kwartier na mijn vondst de kopfoto van dit verhaal al binnen. Ik stuur een foto van Randy door naar mijn goede MOTO73-collega en leermeester Henk Keulemans. Toen ik zijn eerste reactie op mijn mail zag, schoot ik hardop in de lach, want Henk schreef: “Deze foto van Tormo heb ik gemaakt!” Hoe is het mogelijk, dacht ik. Maar als ik verder lees in Henks mail, kom ik erachter dat de MOTO73-sticker op de kuip van Ricardo Tormo geen unicum was. Volgens Henk stond MOTO73 bijvoorbeeld ook op de kuip van Wil Hartog toen hij in 1977 de TT won en eveneens bij fabrieksrijders wanneer zij in actie kwamen tijdens de Raalte Races. Het verhaal wordt steeds interessanter. Maar hoe werd dit geregeld en wat stond daar tegenover? Henk vertelt mij dat het zeker niet alleen maar om geld ging. “Soms waren de Grand Prix-teams al bereid om een sticker op de kuip te plakken wanneer ze wisten dat daarvoor een poster in MOTO73 kwam te staan. Vergeet niet: MOTO73 was zeker eind jaren ’70 en in de jaren ’80 heel groot en werd ontzettend goed verkocht. En dat wisten de teams en coureurs ook.” Henk adviseert mij verder om mijn onderzoek te starten bij Coen Verburg, de eerste hoofdredacteur van MOTO73, een functie die hij bekleedde van 1973 tot en met 2002.
Slimme truc
Inmiddels is Coen Verburg 85 jaar, maar ondanks zijn respectabele leeftijd weet hij in het telefoongesprek met mij nog haarscherp te vertellen hoe het destijds met de MOTO73-stickers allemaal is gegaan. “Toen ik in 1973 als hoofdredacteur bij MOTO73 begon en het bedrijf een jaar later naar Raalte verhuisde, omdat de drukkerij daar stond, ben ik er ook gaan wonen,” begint Verburg. “Vanaf dat moment raakte ik betrokken bij de Raalte Races, wat uitgroeide tot een mini-Grand Prix. Ik deed voor de organisatie samen met Henk Aa de rijderscontracten. Omdat ik in die tijd ook nog zelf de Grand Prix-verslagen schreef en om de paar weken iedereen in de paddock wel zag, had ik nauwe contacten met de coureurs en teams. En vergis je niet: in de hoogtijdagen sloten we voor zo’n 500.000 gulden aan rijderscontracten af voor de Raalte Races.”
Maar uiteindelijk zat toch bijna op iedere motor tijdens de Raalte Races een MOTO73-sticker, zelfs bij de fabrieksrijders. Hoe kreeg u dat voor elkaar?
“Daar hadden we een handig trucje voor bedacht. Naast het standaard prijzengeld van de organisatie RAM (Raalter Automobiel- en Motorclub) hadden we als MOTO73 ook een eigen prijsschema. Maar om mee te kunnen dingen naar dit prijzengeld, was er één voorwaarde: een sticker van MOTO73 op de kuip tijdens de Raalte Races. Aangezien veel coureurs destijds nog moesten leven van start- en prijzengelden, plakte iedereen die er maar wat graag op. En velen lieten de sticker daarna ook nog zitten tijdens de TT Assen, die een paar weken later was.”
Maar waarom deden ze dat?
“Nou, teams en rijders kregen natuurlijk al snel door dat ik de contactpersoon voor hen was die startgeld kon verzorgen voor de Raalte Races en zo hadden we veel goede contacten. Ze wilden daarom uit gunning en ook om het contact met mij goed te onderhouden maar wat graag de stickers laten zitten tijdens de TT Assen. Maar in die tijd ging alles veel makkelijker. Coureurs waren benaderbaar en het was veel minder professioneel. We regelden bijvoorbeeld ook jaarlijks een aantal campinghuisjes voor het Suzuki-fabrieksteam van Roberto Gallina. Die vonden het geweldig daar op de camping en natuurlijk werden ze ook goed betaald om te komen racen in Raalte. Maar hierdoor zijn wel toprijders als Graziano Rossi, Marco Lucchinelli en Franco Uncini op de Luttenbergring geweest. En allemaal met een MOTO73-sticker op de kuip. We kregen zo enorm veel promotie met de Raalte Races en ook met de TT Assen. Maar wij deden ook veel terug voor de organisatie van de Raalte Races; zo maakten wij jaarlijks gratis de programmaboekjes, wat de organisatie na de verkoop een aardig centje opleverde.”
De zege van Hartog
Had Wil Hartog bij zijn 500cc TT Assen-zege in 1977 ook de MOTO73-sticker op de kuip laten zitten na de Raalte Races?
“Nee, dat zat anders,” vertelt Verburg. “Dit was iets wat voortkwam uit het Dutch Daytona Racing Team. MOTO73 en De Telegraaf regelden vanaf 1974 tien jaar lang supportersvluchten naar Daytona. Rijders als Wil Hartog, Jack Middelburg, Boet van Dulmen en Marcel Ankoné reden in die beroemde gouden pakken in Daytona. Wij sponsorden deze rijders flink, dat kon nog uit in die tijd. Maar het was ook een gouden zet. Want na de start van MOTO73 groeiden we binnen anderhalf jaar uit tot het grootste motortijdschrift van Nederland. En dat kwam mede door de Daytona-reizen en de Raalte Races. Ook werd het motorrijden zelf en de sport destijds ontzettend populair door de Nederlandse successen. Door de sponsoring rondom deze Daytona-trip bleven de stickers van MOTO73 en De Telegraaf wel op de kuip van Hartog staan gedurende het seizoen. Ik geloof niet eens dat we daar keiharde contractuele afspraken over hebben gemaakt, maar ik denk dat het meer een gentleman’s agreement was. Hartog begreep dat hij dan ook onze stickers tijdens het seizoen moest laten zitten en moest meewerken aan onze mediamomenten.”
Lichtere klassen
Maar het bleef niet alleen bij rijders in de koningsklasse, want uiteindelijk stond de MOTO73-sticker ook groot op de kuip van de Bultaco van Ricardo Tormo in het jaar dat hij zijn eerste 50cc-wereldtitel behaalde. “Dit kwam door onze goede contacten met Jan Thiel en Martin Mijwaart, die destijds bij Bultaco zaten. En natuurlijk door Henk Keulemans, want die was daar ook nauw bij betrokken en hij kent overigens ook iedereen. Mijn connectie met Jan en Martin was ontstaan toen ik nog werkte bij het blad Motor en voor hen de actie ‘Een tank benzine voor Jamathi’ had opgezet. Ze werkten keihard vanuit een klein schuurtje in Nederhorst den Berg om Jamathi in leven te houden, het merk dat natuurlijk bekend is van de TT-zege van Paul Lodewijkx in 1968. Maar ze hadden nauwelijks geld om te kunnen bestaan. De actie in 1972 leverde iets meer dan 30.000 gulden op. Hierdoor had ik een uitstekende relatie met hen, ook toen ze later gingen werken bij onder anderen Piovaticci, Bultaco en Garelli. En daarin speelde Henk Keulemans, die al zijn hele leven voor MOTO73 werkt, een belangrijke rol door ervoor te zorgen dat de stickers op de kuipen van die motoren terechtkwamen.” En dat brengt ons weer terug bij Henk.
“Wat ik al aangaf: het ging niet alleen om geld,” vertelt Henk. “Wat Coen Verburg voor Jan en Martin heeft betekend met de actie voor Jamathi, zijn ze nooit vergeten. En ik zat ertussen en stimuleerde dat natuurlijk, zodat rijders als Ricardo Tormo, Eugenio Lazzarini en Ángel Nieto tijdens de TT Assen met een sticker van MOTO73 op de kuip reden. En daar werd geen geld voor betaald; het was bijvoorbeeld in ruil voor een grote poster in MOTO73. Maar eigenlijk was de gunfactor nog het allerbelangrijkste. Toen Jan en Martin in 1974 stopten met Jamathi en naar Piovaticci in Italië gingen, ben ik met ze meegegaan. Ik had toen nog maar net mijn studie afgemaakt. Zo kwam ik daar ook weer in contact met de Morbidelli-fabriek, die daar vlakbij stond. Ze konden elkaars proefbanken zelfs horen. Er was concurrentie tussen beide fabrikanten, maar ze gingen ook vriendschappelijk met elkaar om. Toen ik begin 1976 de teambus van Piovaticci vanuit Nederland terugbracht naar Pesaro, ben ik bij Giancarlo Morbidelli, met wie ik een heel goede relatie had, langsgegaan. Hij vond het heel leuk om mee te werken aan een foto waarop zijn race- en klassieke motoren een MOTO73-sticker op de kuip hadden. Hij plakte ze er zelfs zelf op. En in Raalte kan ik mij ook nog goed herinneren dat Frits Overmars – destijds werkzaam bij MOTO73 – en ik bij allerlei Grand Prix-coureurs een MOTO73-sticker op de kuip hebben geplakt. Het meest bijzondere was denk ik wel bij het Yamaha-fabrieksteam, waarvoor Teuvo Länsivuori, Steve Baker en Johnny Cecotto op de Luttenbergring hebben gereden.”

Zelfs Rossi maakte sluikreclame
Het blijft toch ongelofelijk dat allerlei Grand Prix-sterren met een MOTO73-sticker op de kuip hebben gereden, grotendeels veroorzaakt door een gunfactor en een slimme truc tijdens de Raalte Races voor een beetje prijzengeld. Daar zou je nu eens mee moeten aankomen bij de huidige MotoGP-teams. Om daar met een sticker op de kuip te kunnen rijden, komt sowieso wel een bedrag met minimaal vijf nullen kijken. Maar het wordt nog gekker. In 2003 kreeg Henk het zelfs voor elkaar om Valentino Rossi met een MOTO73-muts te fotograferen. Op dat moment was VR46 al tweevoudig wereldkampioen in de koningsklasse. En ook dat gebeurde uit gunning. “In 1980 had ik een foto gemaakt van Graziano Rossi met zijn eenjarige zoon Valentino op de arm. Die foto wilde ik 23 jaar later nadoen en beide mannen wilden daaraan meewerken, want ze vonden het een leuk idee. Wel wilden ze natuurlijk een print van de foto’s. Dat was natuurlijk een probleem,” legt Henk uit. “Op de foto uit 1980 droeg Valentino een muts. Daarom had ik voor de fotosessie in 2003 een MOTO73-muts meegenomen. Maar Valentino kon het vanwege sponsorverplichtingen (Nastro Azzurro-bier) niet maken dat MOTO73 groot aan de voorkant stond. Daarom schoof hij de muts een kwartslag opzij, maar zo kon je de ‘M’ van MOTO73 nog wel goed zien. Valentino was wel creatief en slim in dat soort dingen.” De conclusie van het verhaal is, dat de MOTO73-stickers soms door een financiële tegenprestatie of door de mogelijkheid van prijzengeld tijdens de Raalte Races op de kuip werden geplakt. Maar de aanwezigheid van MOTO73-stickers op de kuipen van Grand Prix-sterren is vooral te danken aan het uitstekende netwerk van Coen Verburg en Henk Keulemans. Zij zorgden door hun werkzaamheden voor een grote gunfactor en daarmee kon je in de jaren ’70 nog ver komen. Henk zei het zeer treffend tegen mij aan de telefoon: “Het is eigenlijk waanzinnig en ongelofelijk dat het allemaal zo kon.” En dat was het ook.
Foto’s: Henk Keulemans, Randy van Maasdijk, Jan Heese



