Getest: Kymco K-Pipe 125

Voor € 1799 wisselt de K-Pipe van eigenaar en dat is voorwaar een prachtig bedrag voor een echte motor. Iemand die de Taiwanees eerder ziet als ‘iets geinigs voor erbij’ hoeft waarschijnlijk niet eens te sparen voor de aanschaf.

Van een budgetuitstraling is geen sprake, wel van een hippe look. Het kost weinig fantasie om vlotte reclamejongens van K-Pipes te zien stappen, hun Macs te zien openklappen, waarna ze cafe macchiato drinkend prangende zaken bespreken. Wij zijn niet zo van de suède molières en designerjeans en daarom kijken we door de vormgeving heen. Zelfs met een kritische bril op duurt het even voordat we tegen echt goedkope onderdelen aanlopen. Het gaat mis bij de lompe voetsteunen, de remtrommel achter, het eenvoudige chromen stuurtje en de kettingspanners, die rechtstreeks van een fiets komen. Daar staan weer ontzettende originele details tegenover als de driekleurige lak en het ‘zwevende’ achterframe dat achter het motorblok ophoudt. Conclusie na een grondige inspectie van de K-Pipe: zoeken naar prutonderdelen is hetzelfde als spijkers op laag water zoeken. 

De eerste minuten staan vooral in het teken van wennen. Vijf keer wennen aan vijf opmerkelijke zaken. Het eerste wat bij een 125’tje eigenlijk niet mag opvallen, maar het wel doet, is de piepkleine ruimte die je als bestuurder ter beschikking staat. Het lage stuurtje priemt voor je gevoel ergens uit je navel. Je weet dat er ergens tussen je benen een benzinetankje zit, maar het had ook een forse plooi in je motorbroek kunnen zijn. Het zadeltje is niet breder dan je bilspleet en snoeihard. Wat wel direct goed aanvoelt, is de redelijk grote kniehoek die je maakt door de lage plaatsing van de stepjes. 

Spektakel
De zithouding went snel, maar hoe zit het met de rest? Een benzinekraan aan boord vormt verrassing twee. Ondertussen gewend aan injectiemotoren vergeet je die hoogstens één keer te openen voordat je het voor eens en altijd weet. Dat geldt ook voor verrassing drie: de choke. Lang hoef je er geen gebruik te maken, het blok is bijna direct op bedrijfstemperatuur. Een schakelaar voor de verlichting is verrassinkje vier, maar pas bij nummer vijf wordt het echt vreemd. Aan de linkerkant van het stuur ontbreekt namelijk het koppelingshendel. De vierbak is een halfautomaat. Net als bij de oude Honda Cub staat het aanraken van het versnellingspookje gelijk aan ontkoppelen. Hier begint het echte wennen. In eerste instantie behandel je de versnellingspook als versnellingspook en niet als een koppelingshendel. Je laat de ‘koppeling’ dus veel te snel opkomen en dat zorgt vooral bij terugschakelen voor spektakel. Omdat de remmende werking van het eencilindertje er plotseling volledig inkomt, ga je er bijna voorover af of kom je volledig dwars op een rotonde afzetten. Met zo’n harde leerschool leer je het pookje al snel met beleid te lossen. 

Het schakelpatroon werkt niet mee, want je trapt vier keer naar beneden om op te schakelen en vier keer omhoog (met het hak-teenpedaal) om terug te schakelen. Dat gaat dus geheid een keer mis. Bij een verkeerslicht trap ik vol accelererend van twee naar één. 

Bewonderen
Proefondervindelijk blijkt de K-Pipe dus over meer dan voldoende motorrem te beschikken. De remkracht die schijf en trommel genereren, haalt ook een voldoende. Meestal hoeven ze niet hard aan de slag. Het 8,2 pk sterke motortje is geen toonbeeld van brute kracht en het halen van de kaap van 100 km/h is een echte opgave. 

Op de provinciale weg en in de stad valt alles beter op zijn plek. Sneller dan je schaduw wissel je van richting en door de lage snelheden verg je niet te veel van de vering. Die is wat uit balans: aan de voorzijde nogal zacht en achter een stuk harder. Ach, daar kraait geen haan naar als je blits door een stadscentrum knort. Bewonderende blikken vanaf terrassen zullen je deel zijn. Dat de jeugd daarvoor gevoelig is, weten we allemaal, maar stiekem zijn we allemaal een beetje jong gebleven. Enkele opmerkelijke zaken van de K-Pipe vragen om een korte gewenperiode, maar het rondrijden als blikvanger hoort daar niet bij. Kortom: een spotgoedkope, maar leuke motorfiets die logischerwijs zijn beperkingen heeft. Respecteer je die, dan krijg je wel erg veel motor en aandacht voor je euro.

 

[justified_image_grid ids=19080,19081,19082,19083,19084,19085,19086,19087]

MotorNL Nieuwsbrief

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief of aanbiedingen en blijf iedere week op de hoogte van al het nieuws, motortests, leuke routes of aanbiedingen.






Hierbij geef ik toestemming om me via email, met de informatie die ik in dit formulier opgegeven heb, nieuwsbrieven te sturen.

Uitschrijven kan op elk moment, onder iedere nieuwsbrief staat onderaan een link om uit te schrijven. We hebben je privacy hoog in het vaandel, onze privacy policy is op de website te lezen. Als je dit formulier instuurt, dan ga je akkoord met de voorwaarden genoemd in de privacy policy.


Over de auteur

De redactie van Motor.nl bestaat uit alle redactieleden van MOTO73, Promotor en Classic & Retro. Redacteuren Ad van de Wiel, Jan Kruithof, Eddie de Vries, Nick Enghardt, Maikel Sneek en diverse freelancers zijn dagelijks actief voor Motor.nl.