Het rookt en knettert zes juni als een dolle in het Friese Rijs. De Suzuki GT-club nodigt iedereen (dus ook niet-leden) met een Suzuki tweetakt uit de zestiger en zeventiger jaren uit voor een rokend en gillend samenzijn.
Suzuki heeft een hele waslijst van klassieke tweetaktmotoren die stuk voor stuk de status van klassiekers hebben verworven. De T500, GT380, 550 en 750 zijn legendarisch. Dat geldt ook zeker voor een sportieve schoonheid als de RG500.
Zien en gezien worden Natuurlijk is het met zulke klassiekers zien en gezien worden op zes juni, maar er is meer. De organisatie heeft een toerrit van zo’n zeventig kilometer uitgezet door het wonderschone Gaasterland in Friesland. Rijs ligt overigens vlak bij de A6 en is slechts een uurtje rijden vanaf Amsterdam. De dag begint om tien uur ’s ochtends met koffie en Friese specialiteit en eindigt om zes uur ’s avonds. Wil je meer weten over de dag, kijk dan hier.
Ruim alvast een plekje in de agenda in voor de Wunderlich Anfahrt op 25 en 26 april. Het evenement van de Duitse accessoire fabrikant is een mooie start van het seizoen en het perfecte excuus om heerlijk op de motorfiets naar en door de Eifel te knallen.
Wunderlich heeft in 2020 meer dan genoeg te vieren. Het viert
dit jaar de 35ste verjaardag en opent officieel het nieuwe hoofdkantoor.
De fraaie specials van de Duitsers zijn altijd de moeite van het bekijken waard.
Hetzelfde geldt voor de fraaie – oké, tegen een flinke prijs – onderdelen die
het maakt. Het is meer dan interessant genoeg om het productieproces van
dichtbij te bekijken.
Amusement
Natuurlijk zet Wunderlich zichzelf in de schijnwerpers, maar daar staat het niet alleen. Bedrijven als: BMW Motorrad, Continental, Metzeler, Arai, Stadler en Ilmberger Carbon staan er ook. Net als Wunderlich zelf, zijn ook dit niet de minste namen. Voor het amusement zorgt de Hamburgse politie (echt waar!) met BMW oldtimers. Verder zijn de mannen van de steile wand en trialartiesten aanwezig. Om slimmer te vertrekken dan bij aankomst (niet altijd een automatisme bij een motortreffen) geeft Wunderlich lezingen en een offroadtraining.
Een half jaar na het mislukken van operatie Market Garden (1944), begint vanuit de Achterhoek de bevrijding van Nederland boven de grote rivieren. 75 jaar na dato volgen wij het spoor van de eerste verovering tot aan Westerbork.
Tekst en foto’s Jan Dirk Onrust
‘Het is een fietspaadje!’, zegt jan. We zijn in het Achterhoekse grensdorp Megchelen op zoek naar een weg die een grote rol heeft gespeeld in onze geschiedenis. En tja, meer dan een fietspad met een half gesloten hek is het niet. We stappen af en kijken of er nog een monument staat, een infobord of wat dan ook. Maar nee. Meer dan een symbooltje dat aangeeft dat het een vriendschapsroute betreft, zien we niet.
We vragen een oudere fietser of hier iets bijzonders is gebeurd. ‘Neuh, hier gebeurt niet veul.’ Ook niet bijvoorbeeld dat 75 jaar geleden bijna het hele dorp kapot werd geschoten na vier dagen strijd?, vraag ik. Dat Megchelen de eerste plaats boven de rivieren is die door de Canadezen werd bevrijd? En dat de bevrijding van noord- en Oost-Nederland hier begon? ‘Oh, dat ja’, zegt de fietser. Hij klimt snel in het zadel en kijkt nog een paar keer geschrokken om. ‘Achterhoekers…’, zegt jan. ‘Zelfs als ze vanaf Cape Aalten een bemande raket naar mars zouden sturen, zouden ze erover zwijgen. Hoe dan ook, de rol van Megchelen in de bevrijding is nauwelijks bekend. Maar bij de Primavera 2020 slaan we het heldhaftige dorp zeker niet over, want die staat geheel in het teken van 75 jaar bevrijding.
Vechten
op de Veluwe
Maar we beginnen meer centraal in Nederland:
bij het Veluwse Otterlo. In dit dorp vond zo ongeveer de laatste veldslag van Nederland
plaats. Op 15 april leek Otterlo al bevrijd te zijn. Maar in de nacht van de
zeventiende stonden er ineens negenhonderd Duitsers voor de deur. Ze waren Apeldoorn
en omgeving ontvlucht en probeerden achter de Grebbelinie te komen, het gebied
dat nog wel in Duitse handen was. De Canadezen wilden dat voorkomen, maar
helaas waren de Duitsers weer irritant moeilijk te verslaan. Dat veranderde
toen zes dolende Churchilltanks het strijdperk binnentrokken. Met de Britse
tanks erbij werd het de Duitsers al snel te heet onder de voeten, ook omdat de Canadezen
hun Wasp-vlammenwerpers in de strijd gooiden. Otterlo werd snel heroverd,
negentig Duitsers en 23 Canadezen konden het niet navertellen.
Op zaterdag 11 juli 2020 ontvangen we je bij Otterlo met koffie en gebak. Daarna gaan we door naar het Achterhoekse Megchelen, waar de bevrijding van Nederland boven de rivieren begon.
Na de mislukte operatie market garden en de
succesvolle, maar zware slag om de schelde (2 oktober – 8 november 1944)
stonden de Duitsers er veel slechter voor dan een half jaar eerder. De
bevrijding van Nederland leek nu veel beter haalbaar. Maar de hoogste
prioriteit was om vanuit het Eemsgebied door te stoten naar het noorden van Duitsland.
Anders dan bij market garden trokken de geallieerden niet over een weg Hells Highway naar het noorden, maar over wel zeven routes. Van een breed front was echter geen sprake. Het zag er meer uit als een hardloopwedstrijd, waarbij de ene loper een grote voorsprong had op de andere. Voor ons komt dat 75 jaar later goed uit. We kunnen de leukste wegen eruit pikken zonder er historisch gezien een potje van te maken.
37.000
granaten op Dinxperlo
Terug in Megchelen. Hadden we al gezegd dat de inwoners helden waren? Nog voordat de Canadezen binnenvielen, hadden ze al honderden ontsnapte dwangarbeiders uit kamp rees in een illegaal noodhospitaal (de school) opgelapt en van valse papieren voorzien.
Nadat Megchelen was bevrijd, trokken de
Canadezen verder de Achterhoek in en niet zachtzinnig. Dinxperlo namen ze in na
er eerst 37.000 granaten op te hebben gegooid. En dat ging zo nog wel even
door. Binnen een week was bijna de hele Achterhoek schoongeveegd.
Het gedrag van de vijand verschilde van plaats
tot plaats. Soms had hij de benen al genomen, soms vertrok hij in allerijl of
werd er juist hevig gevochten. De moeilijkste tegenstanders waren Nederlandse SS-ers,
die niets meer te verliezen hadden en tot het bittere einde doorvochten.
In amper anderhalf uur komen we aan in Markelo,
de eerste plaats van Overijssel die werd bevrijd. Wat hier misschien nog meer
opvalt dan in de achterhoek, is dat het bijzonder mooi is. Lange zachte heuvels
tot wel veertig meter hoog.
Een
stukje canada
Even verderop ligt de Holterberg, een deel van de Sallandse heuvelrug. Via twee onverharde wegen bereik je het Canadese oorlogskerkhof. Maar liefst 1.397 soldaten liggen hier, onder wie 1.355 Canadezen. Vaak jongens van het platteland van Manitoba, Saskatchewan of Alberta, uiterst vredige gebieden. Het kerkhof is voor altijd Canadees grondgebied.
Verderop op de heuvelrug lijkt het zelfs een
beetje op een prairie en gaan we over de Eelerberg. Tot vlak voor de komst van
de bevrijders werden hier nog v2-raketten afgevuurd richting de haven van Antwerpen
of om de brug van Remagen te vernietigen. Bij de verstopte lanceerbaan staat
sinds enkele jaren een monument.
We volgen vooral het spoor van Canadese
tankdivisies. Vanuit Zuid-Nederland verscheen ook de 1ste Poolse tankdivisie op
het toneel. In moordend tempo veegden zij het grensgebied tussen Drenthe en Groningen
schoon.
In Drenthe voegden negenhonderd Franse
parachutisten zich bij de troepen. Hun taak was bruggen en kruispunten te
beschermen om de doorgang naar Groningen te versnellen. Ze werden gedropt in
een gebied waar naar schatting nog zon 12.000 Duitsers ronddoolden. Een nogal
griezelige verhouding, vooral ook omdat ze soms dagenlang moesten wachten op de
oprukkende Canadezen. Toch slaagden ze grotendeels in hun missie, met hulp van
het plaatselijke verzet en vooruitgeschoven Canadese verkenningseenheden.
Kamp
westerbork
De opmars van de Canadezen leek vaak op een zegetocht, al stuitten ze soms op fanatieke tegenstand. Rond Westerbork werd het spannend. Hier zat het beruchte doorgangskamp, maar ook het Duitse hoofdkwartier van Drenthe. Aanvankelijk dacht de Canadese brigadegeneraal Allard dat het een groot legerkamp was. Dat had kunnen betekenen dat het onder zwaar artillerievuur was komen te liggen. Het liep anders. Net op tijd werd het de generaal duidelijk dat er onschuldige burgers zaten opgesloten.
Al dagenlang hadden de overwegend joodse
gevangenen het kanongebulder horen naderen. Ze leefden tussen hoop en vrees.
Wat gingen de Duitsers nog doen? De opdracht om treinwagons schoon te maken,
veroorzaakt grote onzekerheid. Pas als de leiding er op 11 april vandoor gaat,
komt er enige opluchting. Die slaat een dag later om in uitzinnige vreugde als
de eerste Canadezen de poort binnenrijden. Het is een van de hoogtepunten van
de bevrijding. En het is ook het einde van onze rit. We gaan wat eten, maar
raden aan om een kijkje te nemen bij het kamp.
De geallieerden denderden nog even door. Een voor een vallen de steden in hun handen. Leeuwarden op 15 april, Groningen, na zware gevechten, op 16 april, Apeldoorn op 17 april. Onvermijdelijk loopt het naar een volledige en onvoorwaardelijke capitulatie die op 4 mei 1945 in Wageningen wordt getekend. Pas daarna trekken de geallieerden het westen in. Als allerlaatste komt Schiermonnikoog aan de beurt. Het is dan al 11 juni 1945.
Harley-Davidson verlegt de laatste jaren continu grenzen. Na de dit jaar te introduceren allroad Pan America en streetfighter Bronx is het tijd om een nog gewaagder pad te bewandelen: die van de sportfiets.
De Japanse website Young Machine zette een vormgever aan het werk die deze tekening van een volgekuipte Harley-Davidson maakte. Volledig uit de duim gezogen? Ja en nee. Het kuipwerk van de motor op deze schets is vorig jaar door Harley-Davidson gepatenteerd. De bolle kuip lijkt een ode aan de VR1000, de sportieve motorfiets waarmee Harley-Davidson in de jaren negentig – weinig succesvol – meedeed aan de AMA Superbike competitie. Harley-Davidson is een merk dat zijn verleden koestert en daarom zal een schets die aan een VR1000 doet denken niet ver naast de waarheid zitten.
Nog even geduld Harley-Davidson strijdt momenteel op vele fronten. Het staat op het punt om de wondere werelden van de allroads en streetfighters te betreden. Verder investeert het flink in elektrische motoren en de Amerikanen willen ook nog flink groeien in Azië. Door alle activiteiten kan het nog wel even duren voordat een hypersportieve Harley-Davidson daadwerkelijk het daglicht ziet.
Kawasaki pakt zaterdag 29 februari uit met een landelijke introductie van de nieuwe Ninja 1000SX bij de officiële Kawasaki dealers. Tijdens het evenement presenteren die de vernieuwde sporttoermachine tot in de kleinste details en ze maken graag een afspraak voor een uitgebreide testrit.
Sportieve voordelen De eerste test van de sporttoerfiets leerde ons dat Kawasaki de motorfiets nog verder heeft gepolijst. De sportieve rijder profiteert van de nieuwe banden die de motor makkelijker laten insturen zonder dat het ten koste gaat van de geroemde stabiliteit. Bovendien is de quickshifter een heerlijke extra die het sportieve karakter van het blok kracht bijzet.
Toervoordelen De toerrijder geniet eveneens van het blok. Die kan niet anders dan de bulligheid en alertheid van de vier-in-lijn waarderen. De hogere en daardoor betere zitpositie veraangenaamt de toerkilometers en dat geldt ook voor de elektronische luxe. De Ninja 1000SX beschikt over cruise control, rijmodi en een goed afleesbaar TFT-scherm.
Prijzen De 2020 Kawasaki Ninja 1000SX staat in de showroom vanaf € 15.849,-. Het Performance Edition pakket is beschikbaar voor € 1.399,- en het Tourer Edition pakket voor € 1.199,-.
Ze heette Floor en had na honderd internetdates nog
steeds geen man. ‘Er zijn wel heel veel dingen waar ik bij voorbaat op
wegklik,’ zei ze. ‘Kleine kinderen, vissen, honden, motoren, foto’s zonder
tekst, mannen die schrijven dat ze alleen een latrelatie willen, autoselfies.’
Het artikel over vrouwelijke webdatemaniakken stond in
het Volkskrant Magazine, en pas aan het eind van de zin realiseerde ik me dat
Floor het m-woord had genoemd. Verbluft staarde ik naar het papier: iemand
meteen afwijzen omdat hij een motor heeft?! Maar… dat is toch juist een pré?!
Ik herinnerde me dat ik me als onzekere puber
vastklampte aan de absolute wetenschap dat als het over een paar jaartjes niet
erg zou lukken met de vijandelijke sekse, ik gewoon een gemotoriseerde
tweewieler moest kopen. Inderdaad had ik als student enig succes met de van
mijn vader geërfde Honda CX 500 E. Vervolgens bezat ik een Suzuki Bandit, een
Yamaha V-Max en een Honda X11. Vooral de V-Max vonden vrouwen mooi. Ik
verleidde er zelfs een rijke juriste van een multinational mee, die mij een
hopeloze armoedzaaier maar mijn boulevardblaffer buitengewoon sexy vond.
Een week na het Volkskrant-artikel vertel ik er op
kantoor over tegen collega-motorrijder Jeroen. Hij blijkt het stuk ook te
hebben gelezen. ‘Ik was niet eens zo verbaasd. Ik heb zelf ook gemerkt dat een
motor juist tegen je kan werken op de liefdesmarkt.’
‘Ik zou mijn voorlaatste vriendin in Den Haag ontmoeten,
en was bewust met de motor gekomen, helm in mijn oerlelijke topkoffer
weggestopt zodat ik haar na de date heel casual naar huis zou kunnen rijden.
Maar helaas. “Homoding”, mompelde ze toen we bij de motor stonden.
Waarbij ze vooral het kabaal van een motor en vooral van motorgroepen
ernstig onaantrekkelijk achtte. Dus droop ik af met m’n Yamaha TDM 900. Zij de
tram in en ik op de motor naar huis.’
‘Wat een nuffige muts!’ zeg ik verontwaardigd. ‘Wees
blij dat het niks geworden is!’ Jeroen schraapt zijn keel. ‘Eh, het is iets
anders gegaan. Daarna stuurde ze een berichtje dat ze dus wel mij wilde. Als ik
niet met de motor was gekomen, waren we wel bij haar thuis geëindigd.
Ze was vervolgens drie jaar lang mijn vriendin. En ze is nog wel eens mee
geweest achterop. Maar ze bleef eerder ondanks dan dankzij die motor bij me.’
Ik knik. ‘Ik snap het eigenlijk ook wel. Een TDM 900.
Zo’n forenzending voor gele hesjes. Hoe vind je zelf dat zo’n apparaat eruit
ziet?’ Jeroen, zuchtend: ‘Niet als een vrouwenmagneet. Maar dat was het
probleem niet. Ze had gewoon niks met motoren. En zo zijn er steeds meer vrouwen.
Dat er bij benzinepompen zo vaak grijze en kale koppen onder die helmen vandaan
komen, zal voor ons imago ook wel niet helpen.’
Ongerust googel ik de combinatie ‘motoren’, ‘mannen’,
‘aantrekkelijk’ en ‘vrouwen’. Eerste zoekresultaat is een site die fem-fem.nl
heet. Kop: ‘Waarom vrouwen wild worden van mannen op motoren’. Gelukkig! Ik
lees: ‘Een man die controle heeft over zo’n grote Harley tussen z’n benen.
Zwijmel. En dat je boy zegt: “Laten we een stukje gaan rijden,” en dat je
dan spontaan richting zee gaat. Perfecte date wat ons betreft.’ Er staat een
foto bij van een langharige krullenbol met bedroom eyes en een Triumph.
Gerustgesteld mail ik Jeroen het artikel. ‘Niks aan de
hand. Koop een Triumph of een Harley, transformeer jezelf in Chris Cornell en
bingo!’
Meteen krijg ik bericht terug. ‘Top! Ik ga sparen. En
groeishampoo kopen!’
Ineens bedenk je je dat de winter nog niet voorbij is. De donkerte, de waterkou, het kille licht; het is om moedeloos van te worden. Om de dreigende depressie het hoofd te bieden, rijden we in het noorden van Nederland. Daar stemt de winter pas tot treurnis en hult het lege land zich in een dikke laag naargeestigheid.
De zon staat laag aan de horizon en strijkt over de zompige klei, waarin diepe voren zijn getrokken. Waar de klei niet ligt, heeft het vlakke land de monotone kleur van oneindige weidelanden. Nergens boe of bah, nergens een teken van leven. Diep achter de kuipruit van mijn crosstourer gekromd, rijd ik over lege wegen. Het bewijs dat ik rij, levert de tripmeter, niet de onveranderlijke omgeving.
Raspende roeken
Het dorpje Gaarkeuken, onder Grijpskerk. Een plaatsnaam die tot hoop stemt in een streek gevangen door armoede en honger? Schrapende lepels in een blikken gamel. Hongerwinter? Daarvan bleef gaarkeuken verschoond, maar in november 1944 werden de sluizen, huizen en bewoners gebombardeerd door Britse bommenwerpers. En dan heb ik het nog niet gehad over het noodlottige ongeval dat in 1829 drie kinderen het leven kostte. Ondertussen dalen raspende roeken neer in een bladerloze bomenrij. Ik moet hier snel weg.
De Laatste Stuiver
Vlak na de grens Groningen-Friesland stuit ik opnieuw op een gehucht dat sombere gedachten oproept. De Laatste Stuiver. Drie woningen en een boerderij in de oksel van rijksweg N355 en een trekvaart. Wie of wat heeft hier ooit zijn laatste centen stuk geslagen? Heeft iemand zijn financiële noodlot willen vereeuwigen met een naam die druipt van bijtende spot? Zou stoer zijn. Dat je ten einde raad je uitzichtloosheid verzacht met bitter sarcasme. De waarheid is niet minder zwaar. Het gehucht ontleent zijn naam aan het laatste tolhuis aan de Stroobossertrekvaart, die uitmondt in het Prinses Margrietkanaal. De aanleg van die trekvaart leidde tot het failliet van Dokkum. Vier tolhuizen verschenen langs de vaart, waarmee schuldeisers hun verlies wilden verkleinen. De laatste stuiver was het laatste tolhuis waarin de beurs van de schipper werd leeggeschud. Als zo vaak draaide de kleine man op voor het financiële echec van de rijkaard.
Kleinegeest
Eind negentiende eeuw werd in Noord-Nederland de revolutie gepredikt. De sociaal-democratische bond vond er een vruchtbare bodem. De bevolking werd er geknecht door rijke boeren of brak de rug op bevel van turfbaronnen. Keus had je niet, behalve de jenever die je jammerlijke lot hielp verdoven. Zoals in Kleinegeest, een tiental kilometers verderop. Ooit een zandrug in een getijdengebied dat in verbinding stond met de Noordzee. Al 8.000 jaar geleden woonden hier mensen, die zich bekwaamden in landbouw en die de populatie binnen de perken hielden door seksuele onthouding. Anders dreigde de hongerdood… Hoe anders ligt Kleinegeest er tegenwoordig bij. Een welvarend eiland in een groene zee met uitzicht op Leeuwarden.
De Hel
De laatste loodjes van de tocht zijn niet minder zwaar. Aan de dijkweggetjes valt nog te zien dat het land ooit werd veroverd op het wassende water. Waar dat niet lukte, liggen de Friese meren. Water dat ooit voorspoed in de weg lag, heeft dat als bron van watersport wel gebracht. Maar ik wil de rit niet te positief beëindigen, liever kauw ik ook de laatste kilometers nog op tegenslag en wanhoop. Op naar It Heidenskip, een polder tussen het Gaastmeer en de Fluessen. Daar wacht De Hel. Dat prikkelt toch de nieuwsgierigheid? Nu wordt de soep nooit zo heet gegeten als die wordt opgediend. De hel kan van alles betekenen, een hoogte in het moeras of een plek waar turf werd gedroogd. Hoe dan ook, het leven in Het Heidenschap was niet gemakkelijk. De Hel heeft ooit diverse winkels gekend, waaronder een kruidenier. Wie tot in detail wil weten hoe het eraan toeging in It Heidenskip slaat er het boek De Oerpolder (ISBN 9789025427696) van Hylke Speerstra op na. Boeiende kost uit een tijd dat je met de motor onmogelijk een opkomende winterdepressie het hoofd kon bieden door een lekkere toer te maken.
Eén moment, één beslissing, één stap, ze kunnen een leven veranderen. De motorsport zit vol met dat soort spreekwoordelijke T-splitsingen. In de rubriek Flashback worden bekende en onbekende mijlpalen uit de racegeschiedenis belicht. Deze aflevering: voormalig motorcrosser Jan Postema (58) over zijn zege tijdens het Ahoy Motorsportgala van 1987.
Tekst: Jarno van Osch Fotografie: Guus van Goethem en NMBA
Hoe kwam het volgens jou dat het Ahoy Motorsportgala in de jaren tachtig echt een begrip was?
‘Dat had vooral
te maken met de initiator van het evenement, Bob de Jong. Hij wist de
motorsport heel goed op de kaart te zetten, onder meer door dit soort
initiatieven. Het gala kreeg veel media-aandacht en dat was natuurlijk weer
goed voor het aantrekken van sponsors. Bob wist wel hoe het moest. Zo werd de
show ook compleet gemaakt door muziekacts. Ik weet nog dat Meat Loaf kwam, die
dan een potje stond te playbacken. Nou, die was ook weer zo weg. Hij werd
gelijk bekogeld met bier en wist niet hoe snel hij weg moest zijn. Ik denk dat hij
nog geen vijf minuten heeft opgetreden. Daarnaast kwamen de rijders natuurlijk
ook graag richting het motorsportgala, want er werd goed betaald. Ik creëerde daar
bijvoorbeeld een buffer mee, zodat ik in de zomer een trainingskamp in Italië kon
doen. Plus: het was gewoon echt kicken om in zo’n enorme hal als Ahoy te
rijden. Ik keek daar toch wel naar uit. In die tijd reed ik bijvoorbeeld ook dat
soort wedstrijdjes in Zwitserland, Oostenrijk en Engeland, allemaal indoor en
op beton. Vrij simpel, maar spektakel was altijd gegarandeerd. Tegenwoordig zou
dat helemaal niet meer op die manier worden georganiseerd in verband met de veiligheid.
Wij reden gewoon de trappen op, waar enkel wat rubberen matten lagen. Als je
niet aanzette, kwam je gewoon niet boven. Naar beneden was ook een uitdaging.
Als je te ver doorschoot, zat je tegen de boarding aan. Het was echt een soort
van cowboyfeestje. En crossen was natuurlijk sowieso heel populair in die tijd,
met Nederlandse toppers in de verschillende wereldkampioenschappen.’
En daar moest jij het tegen opnemen in deze stadioncross…
‘Het was een
serieuze startlijst, inderdaad. John van den Berk, Dave Strijbos en Gert-Jan
van Doorn reden bijvoorbeeld mee. Je ging er vol voor, want er stond toch
serieus geld tegenover. Iedereen wilde winnen, absoluut. En sowieso, als een
crosser eenmaal achter een starthek staat, wil hij gewoon voor het goud gaan.
Een paar jaar eerder had ik al een felle strijd met John van den Berk gehad om
de overwinning, maar die verloor ik destijds. Ging ik onderuit in de laatste
ronde. In 1987 kon ik revanche nemen en dat leverde in de finale weer een heel
mooi gevecht op. We vlamden elkaar er niet vol gas van af, maar kwamen elkaar
toch wel af en toe tegen. John zette een ultieme poging in om alsnog te winnen,
maar die mislukte. Zijn actie was absoluut fout, maar niet fout genoeg. Ik
hield voldoende ruimte over om een vallende John te kunnen ontwijken. Ik kon
door en John bleef in de hekken hangen. Uiteraard even omkijken en een
middelvingertje opsteken, dat dan weer wel. Heel subtiel. Het was voor mij
natuurlijk lekker om John daar in Ahoy te verslaan. Hij was toch de
wereldkampioen van dat jaar.’
In het WK motorcross wist je het podium niet te halen. Wat was volgens jou daarvan de oorzaak?
‘Ik denk vooral
het feit dat ik me niet volledig kon focussen op het crossen zelf. Doordeweeks
moest ik altijd sleutelen en de motor prepareren, omdat ik niet genoeg geld had
om een monteur te kunnen betalen. Daar zat wel een groot verschil in, want ik
denk dat ik op rijtechnisch vlak niet heel veel onder deed voor de Nederlandse
toppers. Voor mij voelde een Grand Prix-weekend juist als rust. En het hielp
ook niet echt dat ik in het noorden van het land zat, waar het crossen toch wat
minder leefde. Ik moest altijd alleen trainen, terwijl de jongens in het zuiden
van Nederland met elkaar aan de slag konden gaan. Op die manier ging hun niveau
ook weer omhoog.’
Aan welke Grand Prix denk jij wel eens terug?
‘Dat is
Ettelbruck, Luxemburg. We reden daar de laatste ronde van 1984 en Corrado
Maddii hoefde alleen maar te finishen om de wereldtitel te pakken. Hij stond
volgens mij zo’n dertig punten voor op Michele Rinaldi. Alleen brak Maddii zijn
been in de tijdtraining. Rinaldi wist de eerste manche te winnen, maar je zag
duidelijk dat hij in de tweede zenuwachtig was. Ik had een goed weekend en lag
in de tweede manche op de vierde plek. Rinaldi zat achter me, maar ik reed
gemakkelijk bij hem weg. Vier ronden voor het einde heb ik uiteindelijk gewoon
het gas dichtgegooid, om hem voorbij te laten gaan. Ik was niet zo’n fan van
Maddii en Rinaldi had mij ook wel eens gematst en geholpen. Wat ik wel heel
lief vond, waren zijn woorden in het Yamaha-jaarboek: “Met dank aan Jan
Postema, om me voorbij te laten gaan.” Een mooi gebaar van hem.’
Profiel
Naam Jan Postema Woonplaats Assen Leeftijd 58 jaar Carrière
– Begint met grasbaanraces en wordt in 1973 Nederlands 50cc- kampioen – Behaalt een nationale crosstitel in de 250cc – Samen met het Nederlandse team wint hij de Coupe de Nations (125cc) in 1984 – Stopt zijn actieve racecarrière in 1989 – Was bondscoach motorcross voor de landenteams van Iran en Thailand – Is momenteel trainer voor de Youthstream Academy en heeft een eigen sportschool
Redacteur Tom test de 2020 Triumph Tiger 900 Rally Pro en Tiger 900 GT Pro in Marokko. Als je een motorfiets wilt vernieuwen die je bepaald geen windeieren heeft gelegd, is dat redelijk spannend, zeker als die motorfiets de Tiger 800 is en je als Triumph de vernieuwing vrij rigoureus hebt ingestoken. Zo wilden de Britten dat het blok van de nieuwe allroad onderin wat meer voelt als een twin, maar zonder in het midden en boven in zijn toerenbereik het triplegevoel te verliezen. Ga er maar aan staan met wereldwijd een grote klantenkring die juist zo te spreken is over het bestaande karakter. Dat die gedachte ook bij Triumph in het achterhoofd rondspookt, is duidelijk te merken. Het merk organiseert voor de Triumph Tiger 900 namelijk het grootste persevenement in zijn geschiedenis. Net als bij de Tiger 800 gebeurt dat in Marokko, waar we in Marrakesh welkom worden geheten met de aanblik op een lang lint GT- en Rally-modellen.
Op nog geen uur rijden boven Madrid ligt een, bij buitenlanders, vergeten berggebied: de Sierra de Guadarrama. Madrilenen komen er om de drukte van de stad te ontvluchten. Wij om het gebied te ontdekken en bochten te rijden. Mucho bochten!
Tekst en fotografie Hans Avontuur
Net op tijd. Over twintig minuten gaat de weg
naar de bergwereld van la pedriza dicht. Het natuurgebied is overdag gesloten
voor gemotoriseerd verkeer. Alleen wie s ochtends op tijd voorbij de slagboom
is, kan er rijden. Het wegdek is er met opzet slecht onderhouden. Dat drukt de
snelheid en verhoogt de oplettendheid.
Ik stuur de BMW RnineT Scrambler langs de scheuren en kuilen in het asfalt. Meer een allroadroute? Jawel, maar er staat toch niet voor niets scrambler op de lak van onze Duitse vriend? Langzaam gaat het naar boven. Een route voor fijnproevers met veel kort en hoekig stuurwerk.
En dan ineens, net over de top van de pas, volgt het wow-moment. En niet te zuinig ook. Weergaloos uitzicht op de spectaculaire wereld van rots en steen waar La Pedriza bekend om staat. Ik rijd de weg helemaal naar het eindpunt om er zo lang mogelijk van te genieten. Daarna parkeer ik bij het barretje van de familie Torrero voor een cafe solo op het terras. Recht voor me rijzen prachtige rotswanden naar de blauwe hemel.
TIP Probeer altijd de zondag te mijden. Dan komen de Madrilenen naar de Sierra om er hun vrije dag te vieren en de drukte van de stad te ontvluchten. Het gevolg: volle hotels, volle terrassen en volle wegen.
De door wind en water gepolijste steenklompen
lijken willekeurig in het land te zijn gestrooid, maar vormen samen een mooi
geheel. Volgens de gasten aan een ander tafeltje moet ik hier s avonds nog eens
terugkomen. Voor de zonsondergang, maar vooral voor de gebraden kip, de
specialiteit van de familie Torrero.
Het is kenmerkend voor het Spaanse dagje uit.
Met de hele familie rijden Spanjaarden naar de Sierra de Guadarrama om er een
rondje door een dorp te lopen, een beetje te shoppen en daarna heel lang en
uitgebreid te lunchen. Hoe meer zielen hoe meer vreugd. Daarbij geldt bovendien
de stelregel dat er zo veel mogelijk op tafel moet staan.
Ziekenhuis
met uitzicht
het enige nadeel van La Pedriza is dat er geen
doorgaande weg is. Je moet heen en terug over hetzelfde traject. Nou is dat
hier geen straf.
En dat geldt ook voor de route door een
verderop gelegen vallei: La Barranca. Die passeert een verlaten ziekenhuis de patiënten hadden er meesterlijk
uitzicht en eindigt bij een stuwmeer.
Ik kies de iets verderop gelegen route over de
Puerto de Navacerrada, met op de top een skigebied. Mooi breed asfalt met
snelle bochten. De bergen nemen hier serieuze vormen aan en gaan tot zon 2.000
meter hoogte. Boven staan enkele gebouwen die voor ons, gewend aan de alpen,
moeilijk met wintersport te rijmen zijn. De grote bombastische panden komen
rechtstreeks van de fascistische tekentafel van generaal Franco, de dictator
die spanje van 1939 tot 1975 onder de knoet hield.
Eenmaal over de top, volgt de BMW RnineT de
weg naar segovia. Onderweg passeer ik eerst la
7 revultas – de 7 haarspeldbochten – en daarna het koninklijk
paleizencomplex van san ildefonso. Blikvanger is een tuin waar de halve Flevopolder
in past. Ik heb het geduld niet voor een bezoek, want er moet gereden worden.
Hoewel het evenmin de bedoeling was om
helemaal naar Segovia af te dalen, bezwijk ik uiteindelijk voor het prachtige
aangezicht van de stad. Oké dan, goed dan, richtingaanwijzer de andere kant op.
Geen moment spijt. Segovia heeft een schitterend oud centrum. Zo rijd ik onder
een romeins aquaduct door en doe ik een blokje historische kern, het geluid van
de boxer lekker brommend tussen de oude gevels. Hier geen internationale hip en
hot, maar gewoon honderd procent Spanje. En dat is meer dan genoeg.
De
mooiste bergpas
zodra de smalle straten me na een puzzeltocht
door eenrichtingverkeer hebben losgelaten, volg ik de gps die me richting de
Puerto de Navafria leidt. Heerlijk traject. Aanvankelijk door dichte bossen
zonder uitzicht. Alle energie kan er in het rijden zelf worden gestoken.
Bochten aansnijden, kijken, scherp insturen, gas erop. De nineT klapt er moedig
in. En dan moet het mooiste nog komen. Maar eerst is daar het dorp Lozoya met
een fijn terras.
Vol nieuwe energie stap ik weer in het zadel.
Een blik op de kaart leert dat er een spectaculair traject volgt. Geen woord
aan gelogen. De weg slingert als een alpenpas. Het landschap wordt leger,
ruiger, steniger, knokig. Het dagtoerisme vanuit Madrid lijkt hier volkomen
verdwenen. De nineT staat in de derde versnelling en maakt een opgetogen
geluid. Zelden hoef ik te schakelen. Alles in un, dos, tres!
De Puerto de la Morcuera laat zich ondertussen
van zijn beste kant zien. Dit is misschien wel de mooiste bergpas van de Sierra
de Guadarrama. Hoger en hoger. Links in de diepte staat een klein stenen huisje
met een grote kraal er omheen voor het vee. Afgezet met een muurtje van
gestapelde rotsblokken. Een monnikenwerk uit de tijd dat de mensen geen geld
hadden maar wel tijd.
Vroeger was zon afzetting noodzakelijk om de
dieren te beschermen tegen de wolven. Die zijn er niet meer, in de jaren
tachtig van de vorige eeuw zijn de laatste exemplaren doodgeschoten. Aan het
eind van een geweldige afdaling, bij het binnenrijden van het dorp Miraflores
de la Sierra, staat een monument ter ere van ene Tio Francachela, een
negentiende-eeuwse wolvenjager.
De weg eindigt op een plateau. De zon schijnt
er uitbundig. Rechts staat een groot kasteel uit het sprookjesboek: Castillo de
Manzanares el real. De stoere buitenkant heeft torens en kantelen. Ook binnen
oogt het robuust en eenvoudig. Verderop in het dorp bevinden zich de restanten
van een andere vesting. Deze is ouder en was vooral bedoeld als
verdedigingsbolwerk. Veel meer dan de fundering is er niet meer van over.
Terug naar draai- en rustpunt Navacerrada. Ik
parkeer er bij een barretje waar ze geweldige tapas serveren. Een
gelukstreffer. Geen idee wat ik allemaal precies aan het eten ben, maar het
smaakt zoals het eruit ziet: heerlijk. Dat is het voordeel van de nabijheid van
Madrid. Er zijn tal van leuke eet- en drinkadressen, waar je meer kunt krijgen
dan alleen stevige bergkost.
Een dag later verleg ik mijn route naar het oosten. Hier gaat de Sierra del Guadarrama over in de Sierra Norte, minder hoog en minder op bezoekers berekend. De smalle wegen zijn voer voor de BMW Scrambler. Af en toe pak ik een puntje offroad mee. Niet omdat het op mijn gps-route staat maar omdat een weggetje er spannend uitziet. Hoewel er geen noppenbanden op liggen, kan de nineT er goed mee vooruit.
3x Afstappen Castillo de Manzanares el Real Zo hoort een middeleeuws kasteel er precies uit te zien. Je kunt er wandelen over de borstwering met uitzicht op de hoogste toppen van de Sierra de Guadarrama. Op een half uur rijden vanaf Navacerrada ligt ook nog El Escorial, een koninklijk complex van paleis, abdij en mausoleum.
Patones de Arriba Klein geïsoleerd dorp in de Sierra Norte. Zet de motor er niet op de eerste parkeerplaats, maar negeer als het niet druk is de verbodsborden en zet hem vlak voor de ingang van het dorp onder de bomen.
La Pedriza De weg is fantastisch, maar stap vooral af bij het terras van de familie Torrero. Aan de achterkant zit je fijn en heb je meesterlijk uitzicht op de omliggende bergen. De Torreros staan bekend om de beste kip van de streek.
Daar is Torrelaguna, een dorp met een prachtig
bejaard centrum. Ik wil naar de Plaza Mayor, de grote markt. Zoals in meer
plaatsen in Spanje is deze verboden toegang voor gemotoriseerd verkeer. Vaak
kun je niet eens in de buurt komen. Maar met de motor ligt dat anders. Waar
alle toegangswegen aan de stadskant zijn afgesloten, daar is er aan de
achterkant altijd wel een sluiproute te vinden.
Ook nu. Probeersel 1 loopt vast op een stenen
trap, probeersel 2 op een verbodsbord. Daarna lukt het toch. Aan de achterkant
van het plein vind ik een klein straatje dat steeds smaller wordt. Op het
laatst kan ik de nineT er nog precies doorheen sturen. Vijf centimeter over aan
beide kanten van het stuur. Dan opent de straat zich en kijk… Plaza mayor! Ik
parkeer in de schaduw en zoek een vrije stoel bij Bar de la Plaza. Vanaf mijn
plek onder de arcades zie ik de pompeuze façade van de basiliek en de ietwat
verfijndere gevel van het stadhuis.
Hooggelegen
enclave
tijd om een plan te maken voor de finale. Eigenlijk hoef ik er niet lang over na te denken: Patones de Arriba, een hooggelegen enclave die is ontsnapt aan de moderne tijd en het grootste toerisme. Oh jawel, er zijn winkeltjes en terrassen, maar de sfeer is altijd ingetogen. Bij een barretje hangt een foto van Arriba eind negentiende eeuw. Het dorp is aanzienlijk groter dan nu. Veel huizen aan de rand van het centrum zijn, ruim honderd jaar later, ingestort en overwoekerd. Maar het centrum is met liefde gerestaureerd. Ik wandel er doorheen en steek de rivierbedding over voor een beter uitzicht. De sfeer is zo lekker ontspannen, dat ik bijna de verleiding voel om er een lange, lome Spaanse middag van te maken. Maar dat doe ik natuurlijk niet. Er liggen nog zoveel fraaie wegen te wachten. Te beginnen met de afdaling vanuit het dorp, slingerend omlaag. Ik wandel het dorp uit, trek mijn jack aan, zet mijn helm op en start de NineT. Vamos!
Natuurlijk kun je er naartoe rijden. Zeker als
je tijd hebt, dwars door België en Frankrijk. Vanaf Utrecht is het 1.700
kilometer rijden. Een andere optie is vliegen naar Madrid en daar een motor
huren. De Sierra ligt op amper een uur rijden vanaf het centrum. Je kunt de
motortocht ook combineren met een citytrip.
Overnachten
wij sliepen in Hacienda los Robles in Navacerrada. Ongedwongen sportieve sfeer aan de rand van een sfeervol dorp. Een overnachting kost er 92 euro voor een tweepersoonskamer met ontbijt. Er is een heerlijke veranda en een zwembad. www.haciendalosrobles.com
Net als olie in je blok zorgen cookies ervoor dat alles soepel loopt. We gebruiken ze om de website goed te laten werken en je de beste ervaring te bieden. Door verder te gaan, geef je toestemming voor het gebruik van cookies.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een site of over verschillende sites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.