vrijdag 10 april 2026
Home Blog Pagina 1046

Opgelet: staart van de winter goed voor miljoenen kilo’s pekel

0

Het was tijdens de MOTORbeurs in Utrecht het clichématige gesprekje over het weer: ‘Valt best mee hé, die winter?’ En daar is geen woord aan gelogen. Ook op de Motor.NL-redactie rijden we al de hele winter vrolijk door en hoeven we slechts zelden onze motor tweemaal daags af te spoelen. Maar, de staart van deze winter zorgt alsnog voor flinke hoeveelheden pekel op de wegen, zo lezen we af uit de data van Rijkswaterstaat.

Alleen al sinds gisteravond 20.00 is er op de rijkswegen 1.705.000 (!) kilo pekel gestrooid, zo meldt de strooikaart van Rijkswaterstaat. Vooral rondom Rotterdam en Arnhem waren de wegen vanochtend bedekt met een ware zoutlaag. Begin volgende week zal het niet anders zijn, als de temperaturen ’s nachts weer richting het vriespunt gaan en er her en der neerslag wordt verwacht.

De gevolgen hoeven we je vast niet te vertellen, maar voor de zekerheid doen we het toch even: pekel is uiterst corrosief en tast veel onderdelen van je motor aan. Je kunt best doorrijden in de winter, maar een pekelmotor óf een goede voorzorgsmaatregelen zijn een absolute pré.

Overigens heeft Rijkswaterstaat sinds oktober al ruim vijftien miljoen kilo zout gestrooid, verdeeld over ruim driehonderdduizend kilometer. En dan hebben we de lokale zoutstrooiers nog niet eens meegerekend…

Wat rij jij? MOTORbeurs Utrecht 2020-editie

0

Met wat voor motoren komen de bezoekers naar MOTORbeurs Utrecht? In deze aflevering hebben we een Husqvarna SM 125 S uit 2010, een Yamaha XJ 600 Diversion, Suzuki GSX-R1000 uit 2012 en een Honda Gold Wing GL 1800 GW uit 2001.

Bekijk ook: Wat rij jij? Doorrijders in de winter

Vragen over de 2020 Zero SR/S

0

Tekst: Jan Kruithof

Zero Motorcycles is volwassen geworden. Zo’n zeven jaar gereden reed ik een Zero waarop het rijden fantastisch was, sensationeel zelfs want zonder noemenswaardig geluid. Maar als motor kon de Zero me niet overtuigen. Dat was zeven jaar geleden en nu kan ik met gerust hart stellen dat Zero volwassen is geworden. Een bijzondere, 130 km-lange rit met de Zero SR/S langs de middellandse zee maakte mij wel duidelijk.

Waardoor heeft Zero zich laten inspireren?

De Zero SR/S is een heel strakke motor met een luxe uitstraling en een krachtig silhouette. De Zero doet me zelfs denken aan een Ducati of een Triumph. Zero heeft dan ook veel werk gestoken in het design van de SR/S, die de sporttour pedant is van de SR/F is, de elektrische naked die een half jaar geleden werd geïntroduceerd. Lucht- en ruimtevaart waren de inspiratiebronnen en tijdens de presentatie werd veelvuldig gebruik gemaakt van woorden als wolken, luchtledig en gewichtloos. Eenmaal werd zelfs gerept over Electric Zen. Zero zoekt nog naar woorden om het bijzondere te duiden van elektrisch motorrijden. Dat bijzondere vind ik ook in de stroomlijn. Die oogt zo aalglad, alsof de rijwind er geen vat op kan krijgen. Het is ook een soort van onzichtbaar op de motor bevestigd, zonder dat je ergens boutjes ziet.

190 Nm koppel, is dat niet bruut?

De Zero SR/S accelereert als een dolle, overigens zonder dat het koppel je al te zeer verrast. De ZF75-10 aandrijving wordt door het Cypher III OS – het operating system dat alle processen van de zero aanstuurt – zo afgeregeld dat koppel (190 Nm) en vermogen (110 pk) geleidelijk worden afgegeven. Toch is het in de Sport-modus mogelijk – de bruutste instelling – binnen drie seconden 100 km/u – op de teller- te kunnen rijden. Dat gaat moeiteloos, je hoeft immers niet te schakelen.

Wat is de actieradius van de SR/S?

Aan die Sport-modus kleeft wel een nadeel: het beperkt de actieradius van de SR/S behoorlijk. Beter kun je de Street-modus inschakelen. De zero is dan nog steeds razendsnel, maar gaat wel zuiniger om met de ZF14.4 li-ion accu’s. De andere modi zijn Rain en Eco, die vermogen en koppel nog verder intomen. En dan heb je nog tien persoonlijke instellingen… Zero geeft een topsnelheid van 200 km/u op als mogelijk en een actieradius tot 320 km. Dan moet je wel heel erg je best doen en op de snelheid letten. Of motorrijden dan nog zo leuk is… Realistischer is rond een actieradius rond de 200 km/u, afhankelijk van je rijgedrag en of je voor de powerpack of de Rapid Charger hebt gekozen. Beide kan namelijk niet.

Hoe veel tijd vergt het opladen?

De Powerpack is een extra accupakket dat bovenop de standaard accu’s ligt, onder de tank. Je hebt dan beduidend meer actieradius, maar je kunt ook langer met de Sport-modus spelen. De Rapid Charger beperkt het AC-laden van 100% lege accu’s naar 100% volle beperkt tot goed een uur, afhankelijk van het tijdstip. In de middag of s nachts laadt sneller dan in de morgen of aan het einde van de middag. Laad je de zero op met het stopcontact thuis, weet je zeker dat je zero s morgens weer over volle accu’s beschikt. Dat doe je natuurlijk ‘s nachts wanneer de Kw’s goedkoper zijn. En je steekt niet ‘s nachts pas de stekker in het stopcontact, dat doe je als je thuiskomt en laat het moment van opladen over aan de app. Die app heeft overigens nog tal van andere praktische oplossingen.

Hoe zit het met de veiligheidsvoorzieningen?

Moeiteloos rijden was een toets waaraan de SR/S moest voldoen, de andere was moeiteloze beheersing. Om die reden werd het Bosch Motorcycle Stability Control (MSC) geïnstalleerd. Dat controlesysteem heeft allerlei veiligheidsvoorzieningen als bochten ABS, ABS, tractie controle etc. Nu kun je je volledig concentreren op het rijden en 100% genieten van de rit. Doorgaans gaan beide hand in hand, zo ook bij de SR/S. Tijdens het rijden over de bochtige weg langs de middellandse zee geeft de zero veel vertrouwen. Enerzijds zijn de Pirelli Rossa III’s – sporttourbanden – een zekere factor, anderzijds de vering en de remmen. Voor de vering is gekozen voor een volledig instelbare set Showa’s, de radiale voorremmen en achterrem zijn betrokken van het Spaanse J. Juan. Dat zijn niet de meest premium remmen, maar ze voldoen zeer goed. Ze zijn goed te doseren en bijten stevig door maar niet te hard.

Wat vind jij er eigenlijk van?

Ik ben zeer onder de indruk van de Zero SR/S. Dat ie bijna geluidloos kilometers aaneen rijgt, vind ik steeds meer een voordeel. Tijdens een fotosessie reed een zestal customs langs, met luide pijpen. Eerlijk gezegd ergerde ik mij eraan. Met de Zero kun je je hobby beoefenen zonder iets of iemand tot last te zijn. En dat is in tijden waarin we elkaar steeds minder ruimte gunnen een groot goed. Ik ben het roerend met je eens dat de Zero SR/S stevig aan de prijs is (vanaf 21.900, -), maar de prijs is ook relatief. Kosten voor onderhoud en brandstof zijn ook stukken lager. En dat is ook wat waard.

MotorNL-terugblik MOTORbeurs Utrecht 2020

0
Motorshow Motorbeurs Utrecht 2020

Precies een week geleden gingen de deuren van de Jaarbeurs open voor de 2020-editie van de MOTORbeurs. En jullie, MOTOR.nl-bezoekers, kwamen massaal naar Utrecht. Niet alleen voor de koopjes maar ook naar de stand voor MotorNL in Hal 7.

Vooral tijdens de vier dagelijkse Motorshows powered by MotorNL liep het storm en was het soms dringen voor een goed plekje. En daarbij maakte het niet uit of het om nieuwe elektrische motoren ging of dikke 2020 Superbikes, waarmee nogmaals duidelijk werd dat nieuwe motoren leven op de MOTORbeurs. Iets dat werd bevestigd door de aanwezigheid van liefst zestien motor- en scooterimporteurs, die samen 24 motormerken vertegenwoordigden.

Oranje ballen

Ook de speciale MotorNL-bar, de voetbaltafel en de mogelijkheid tot even bijkomen op het terras bleken een schoot in de roos. Maar, de echte klapper was natuurlijk de Kawasaki Z650 die je kon winnen. Veel, heel veel bezoekers hebben een poging gedaan om het juiste aantal oranje ballen in de ballenbak te raden. Binnenkort maken we bekend wie de gelukkige winnaar is van de gloednieuwe Z650. Tot die tijd kun je genieten van deze foto’s van de MOTORbeurs.

De volgende editie vindt plaats van 18 tot en met 21 februari 2021, maar gelukkig hoef je zo lang niet te wachten tot het volgende motorfeest, want op zaterdag 16 en zondag 17 mei 2020 is het tijd voor het Mega MotorTreffen in het Autotron Den Bosch.

Feest

Een feest vóór en dóór motorrijders, dat is het Mega MotorTreffen in één korte maar krachtige zin samengevat. Niet voor niets is dit het grootste motorfestival van de Benelux waar je onder andere gratis kunt proefrijden op ruim tweehonderd modellen van bijna twintig motormerken en shoppen bij de MotorkledingStore in de grootste motorkledingoutlet van Nederland. Ze bezorgen je aankopen zelfs gratis thuis.

Het festivalterrein staat bol van de activiteiten: van bizarre stuntshows tot offroadrijden. Kom duizenden motoren bekijken vanuit het BIHR-reuzenrad en vergaap jezelf aan de oldtimers in de Classic & Retro Gallery. Daarnaast hebben we tal van werelden, zoals de Travel & Adventure Campsite, de EV-experience, Kawasaki Outdoor Showroom, Kids World en nog veel meer.

Binnenkort wordt het volledige programma bekend, maar nu kunnen we al vol trots melden dat de kaartverkoop via www.megamotortreffen.nl is begonnen.

MotorNL stand Motorbeurs Utrecht 2020
MotorNL stand Motorbeurs Utrecht 2020

Ambulancedienst: ‘Voor ons daalt op 16 maart ook de snelheid’

2
Ambulance
2014-09-16 10:58:04 GOES - Een ambulance is onderweg op de A58. Op de weg tussen Goes en Middelburg onstond een ravage na meerdere kettingbotsingen in dichte mist. ANP ARIE KIEVIT

Het aftellen is begonnen. Nog maar een dikke twee weken tot we nog maar 100 kilometer per uur mogen op de snelweg. Ambulancedienst Zuid-Holland Zuid spreekt zorgen uit over oplopende aanrijtijden.

Op haar Facebook-pagina heeft de Ambulancedienst in de regio Zuid-Holland Zuid zich uitgesproken over de verlaagde snelheidslimiet. De hulpdiensten zijn logischerwijs ook gebonden door de maximumsnelheid. Ze leggen vooral uit hoe en wanneer het gebruik van sirenes en zwaailichten toegestaan zijn. Harder rijden is toegestaan, maar ook voor de ambulance is er een grens. Die grens ligt volgens brancherichtlijnen van de Ambulancezorg dus op veertig kilometer per uur boven de ter plekke toegestane maximumsnelheid – op een aantal snelwegen straks dus dertig kilometer per uur minder snel.

Uiteraard heeft veiligheid – zeker voor de hulpdiensten – een topprioriteit, maar als elke seconde telt? Men geeft ook aan er alles aan te doen tijdverlies tot een minimum te beperken. Aangezien de overschrijding van de maximumsnelheid een richtlijn is, lijkt hoe hard – of juist langzaam – te rijden snelheid dus een beslissing van de ambulancechauffeur. Hij beoordeeld of veilig harder gereden kan worden, met als uitgangspunt dus die overschrijding van veertig kilometer per uur.

Als wij op ’s Lands wegen wat dat betreft ook een duit in het zakje doen, goed opletten en op tijd ruimte maken, maken we het de chauffeurs van ambulances gemakkelijker de juiste, veilige keuze te maken qua snelheid.

Weten hoe het met aanrijtijden van ambulances bij jou in de buurt gesteld is? Check deze interactieve kaart van de Geodienst van de Rijksuniversiteit Groningen!

Foto: ANPfoto/Arie Kievit

Harley-Davidson komt met Softail Standard

0
Harley-Davidson Softail Standard

Laat flauw geneuzel maar zitten over dat de nieuwe Harley-Davidson Softail Standard voor een Harley opvallend standaard is. Al is de Softail Standard inderdaad heel standaard en dat is goed.

Met de Softail Standard biedt Harley-Davidson een knappe machine voor wie niet van al te veel poespas houdt. Tegelijkertijd is het een mooie basis voor diegenen die hun motor toch niet standaard kunnen houden. En zeg nou zelf; heb jij ooit een volledig standaard Harley gezien?

“Het contrast tussen de zwarte en glanzende onderdelen geeft de Softail Standard een look die zowel klassiek als minimalistisch is. Uitsluitend leverbaar in Vivid Black gelakt plaatstaal, combineert de Softail
Standard een solozadel dat veel van het gechopte achterspatbord toont, met een stijlvolle 13 liter-brandstoftank die het frame en motorblok accentueert”, stelt HD Benelux in haar persbericht.

In alle eenvoud is de Harley-Davidson Softail Standard dus een waardevolle doch betaalbare toevoeging aan het HD-modellengamma.

Wat je ziet is wat je krijgt, en dat heeft voordelen. Alleen al de prijs, die met 15.990 euro in Nederland en 13.795 in België erg schappelijk is. Het voegt een instap toe aan het Softail-gamma – met twaalf modellen HD’s meest uitgebreide modellijn. Boven de Softail Standard vind je de Street Bob, waarmee de Standard veel lijkt te delen, die 1.510 euro duurder is. De Softail-lijn loopt vervolgens in allerlei varianten door tot de Heritage Classic 114. Behalve een prijskaartje van 28.500 euro krijgt de Heritage Classic dan ook wel het Milwaukee Eight 114-blok mee.

Dat er dus 12.510 euro verschil zit tussen deze nieuwe Standard en de Heritage Classic, bevestigt hoe vriendelijk de nieuweling geprijsd is. Desondanks krijgt deze instap-Softail natuurlijk het Softail-rijwielgedeelte en een Milwaukee Eight-krachtbron – de 145 newtonmeter sterke 107 kubieke inch-twin.

In alle eenvoud is de Harley-Davidson Standard dus een waardevolle doch betaalbare toevoeging aan het HD-modellengamma. Zeker aangezien hij duidelijk veel gemeen heeft met de opvallend wendbare Street Bob – hieronder rechts van de nieuwe Standard.

Harley-Davidson Softail Standard Street Bob

Kortom; de Harley-Davidson Softail Standard is zowel een gedegen basis voor de liefhebber van customizen als een relatief betaalbaar uitgangspunt voor een eerste Harley-Davidson.

Foto’s: Harley-Davidson

Denemarken: Eilandhoppen

0

Eilandhoppen? Dat doe je toch in Griekenland? Dat kan, maar voor ons is het in Denemarken minstens zo leuk. Met zon zeventig bewoonde eilanden hebben we keuze genoeg. Laten we de tocht beginnen op Falster om daarna via veerboten, bruggen en dijken nog eens twaalf eilanden aan te tikken.

Tekst en foto’s Hans Avontuur

De veerboot vanuit het Duitse Rostock glijdt de haven van Gedser binnen. Dit is Denemarken, waar de woorden zo lekker losjes klinken en je nog ouderwets met kronen betaalt. Ik rij eiland nummer een op, Falster, en meteen beukt de wind snoeihard op de zijkant van de BMW R1200GS Adventure. Goed vasthouden, stevig gaan zitten en sturen. De GS geeft geen krimp en houdt perfect het spoor.

Over de eilanden twee (Lolland) en drie (Bogø) gaat het binnen een uur bijna ongemerkt naar nummer vier: Møn, dat de motorrijder direct in de armen sluit met golvend terrein en bochtige wegen. Het is er heerlijk doorrijden. Braaf waar de situatie erom vraagt, agressief waar het kan. En voor dat laatste is op mn buiten de dorpen en gehuchten genoeg ruimte.

De navigatie moet me naar de spectaculaire kliffenkust Møns Klint brengen. Hoge krijtrotsen rijzen hier steil op uit zee. Als de zon schijnt, is het water azuurblauw, zoals in de Caribbean. Die mazzel heb ik vandaag niet, maar het uitzicht is er niet minder om. Je kunt er afdalen naar zwarte kiezelstranden om fossielen te zoeken.

Als je geen zin hebt in het traplopen naar zee (en terug! ) bezoek je het fraaie geocenter. Hier gaan bezoekers zeventig miljoen jaar terug in de tijd. Dat gebeurt onder meer in een 3d-bioscoop, met virtual reality en tentoonstellingen met het skelet van een dinosaurus als hoogtepunt.

Kasseien neutraliseren

rijden onder een grijze hemel zijn we in Nederland wel gewend, maar het grijs op de Deense eilanden is anders. Het is licht en helder. Geliefd bij landschapsschilders in de negentiende eeuw. De route voert naar het dorpje Møn. Door de oude stadspoort rij ik er binnen. De vering van de GS kan volle bak aan het werk om het gestuiter op de kasseien te neutraliseren. Na een rondje langs kleurrijke vakwerkhuizen leg ik aan bij Høyers Konditorei voor een grote beker koffie met Deense broodjes. Hoewel het niet warm is, zijn er meer mensen die voor een plekje op het terras kiezen. Zal wel iets met die lichte hemel te maken hebben: vitamine d tanken.

Niet veel later steek ik de brug over naar Sjælland, eiland nummer vijf. De stille westkust brengt me naar Karrebæksminde. In het haventje liggen de boten aan een kade met rokerijen en enkele visrestaurantjes. De vis gaat er van de boot rechtstreeks naar de rokerij en het bord. Een kortere voedselketen is nauwelijks mogelijk.

Aan de overkant van het haventje ligt Enø, eiland nummer zes. Ik rij de brug op en neer om de score af te tikken. De losse sfeer van de Deense eilanden doet zijn werk. Steeds vaker verruil ik de dwingende roze streep van de navigatie  de vooraf geprogrammeerde route voor zomaar een leuk weggetje of aardig dorp. Die roze lijn pik ik later wel weer ergens op. Met dank aan deze tactiek doe ik kleine, onverwachte ontdekkingen, zoals de Holsteinborg en het charmante dorp Skælskør .

Losbandige vrouwen

de kleinschaligheid eindigt ineens bij het industrieterrein van de stad Korsør. Al in de tijd van de Vikingen was dit een plaats van waar de mensen de grote belt overstaken naar het eiland Funen. Tot eind vorige eeuw speelde een veerdienst hierbij een belangrijke rol, niet alleen voor het vervoer van mensen, maar ook voor dat van goederen. Een brug heeft daar in 1998 een einde aan gemaakt. Mooi bouwwerk trouwens. Met € 19, – aan tol is hij pittig geprijsd, maar dan heb je ook wat. Het is prachtig rijden. Halverwege de achttien kilometer lange brug ligt eiland nummer zeven: Sprogø. Dit plukje land diende door de eeuwen heen onder meer als vesting, uitkijkpunt en vuurtorenlocatie. Van 1923 tot 1961 was het een ballingsoord voor losbandige vrouwen…

Terug op de brug heb ik het idee dat ik midden op zee aan het rijden ben. Overal om me heen is water en de kustlijn is niet of nauwelijks zichtbaar. De BMW R1200GS Adventure als amfibievoertuig. Eenmaal aan de overkant op Funen

– eiland nummer acht – , zak ik langs de oostkust omlaag naar mijn slaapplek in Troense. Het wordt een mooi slot van de dag door golvend terrein met vanaf de hoger gelegen plekken telkens uitzicht op zee. Het asfalt klimt, daalt, draait, wendt en keert door groene landerijen. Ideaal terrein om nog even naar de punt van het zadel te schuiven, de laarzen schrap te zetten en gas te geven.

Ik heb de ingegeven route ondertussen weer losgelaten. Zo lang de weg naar het zuiden gaat, is het oké. Op die manier kom ik door piepkleine gehuchten, langs eenzame boerderijen en rij ik uiteindelijk bij toeval pal langs het water. Het is een feest tot aan de deur van Hotel Troense. Daar wacht de hotelbaas me op om de garage aan te wijzen. Daar staat de GS vannacht veilig en droog. O, voor ik het vergeet, Troense bevindt zich op eiland nummer negen: Tåsinge.

Afluisterpost

na een stormachtige nacht is het ‘s ochtends windstil. Als ik het gordijn opzij schuif en uit mijn hotelraam kijk, ligt het water er als een spiegel bij. Stevig ontbijten, bagage in de koffers, navigatie terug in de houder en rijden. Wat een lekker begin! Langs het water naar het Valdemars slot, dat al twaalf generaties in dezelfde familie is. De doorgaande weg gaat er door twee slotpoorten. Mooi.

Na het vaak natte wegdek van gisteren is het nu lekker droog doorrijden. De banden kunnen wat meer op de kanten. Elke bocht is een nieuwe uitdaging. Via eiland nummer tien, Siø, rijd ik eiland nummer elf op: langeland. Volgens mijn routeboek zou dit niet zo bijzonder zijn, maar ik besluit om toch even naar het Koldkrigsmuseum te rijden, een museum over de koude oorlog dus. Het is gevestigd in een voormalige vesting, annex afluisterpost, annex artilleriebatterij. Langeland ligt namelijk nogal strategisch aan de doorgang vanuit de Oostzee naar de Noordzee en de Atlantische oceaan. Vanaf hier werden de russen, het rode gevaar, in de gaten gehouden.

3 x Afstappen

Geocenter Moens Klint
Ook als je dit eigentijdse museum over de geboorte van Denemarken niet vanbinnen bezoekt, doe je jezelf te kort als je er in het zadel blijft zitten. Vanaf de rand van de kliffen heb je uitzicht op een van de spectaculairste landschappen van Denemarken.
www.moensklint.dk

Koldkrigsmuseum
Vanaf deze plek werden tijdens de koude oorlog de russen in de gaten gehouden. Wandelen over het terrein voelt als een James Bond-film uit de jaren zeventig. Tot de hoogtepunten horen de afluisterpost, een onderzeeboot en een MIG 23-straaljager van de vijand!
www.langelandsfortet.dk

Faaborg Arrest
In de voormalige stadsgevangenis van Faaborg kun je jezelf laten opsluiten of gewoon luisteren naar de verhalen van ex-gevangenen. Cellen, luchtplaats, gangen; alles draagt bij aan een wat ongemakkelijke, maar ook onvergetelijke ervaring.
www.ohavsmuseet.dk

Niet alleen het museum is verrassend leuk (bunkers, kanonnen, onderzeeboot, vliegtuigen), ook de weg erheen en terug is fantastisch. Grote bezienswaardigheden zijn er niet, maar het terrein golft op en neer, ander verkeer ontbreekt en regelmatig staat er een vakwerkboerderij mooi te zijn in een leeg land.

In het stadje Rudkøbing stap ik af voor een koffiepauze. Het rondje dorp doe ik daarna op de motor. Net als verderop in Faaborg. Vanuit het zadel kijk ik naar de kleurrijke gevels, het oude hout, de leuke winkels (nauwelijks ketens) en de reclameborden van de plaatselijke bager, slagter en kaffehus.

Tempo omhoog

het is ondertussen zachtjes gaan motregenen. De fijne druppels leggen een sluier over het landschap. De wat mysterieuze sfeer past perfect bij Funen, het eiland van sprookjesschrijver Hans Christian Andersen, bedenker van onder meer Klaas Vaak, Het Lelijke Eendje en De Kleine Zeemeermin.

Ik stuur de GS over nog meer eilanden: Agernæs (nummer twaalf) en Helnæs (nummer dertien). De twee kleine eilanden worden door een lange, smalle dijk met elkaar verbonden. Ik was van plan om het tweetal aan de route toe te voegen en daarna snel weer door te rijden, maar ergens aan de verre horizon staat een vuurtoren. Ach, waarom ook niet? In de modus Road kan het tempo omhoog. Geen mens te zien. Einde van de wereld.

Via Middelfart en het Hindsgavl slot verlaat ik later op de dag het eiland Funen. Deze keer wacht aan de overkant van de brug geen eiland, maar het vasteland: Jutland. Dit stukje Denemarken gaat in het diepste zuiden over in Duitsland. Maar zover is het nog niet. Eerst doorbijten in de stadsdrukte van Kolding, daarna op zoek naar de luwte van het mooie platteland. Laag avondlicht strijkt over de landerijen, waar schapen en koeien grazen. Ik passeer een schilderachtig haventje en een leuk plaatsje waarvan ik vermoed dat het Haderslev is. Dat ik het niet weet, heeft alles te maken met de modus waarin ik zelf terecht ben gekomen. Los en vrij.

Deense hotdogs

als ik de route weer verruil voor een piepklein straatje langs boerderijen en er een foto maak van het landschap, komt er een Bonneville voorbij. Niet uit de succesvolle retrolijn van Triumph, maar uit de geschiedenis: een T120. Alleen dat geluid van het 650-blok al! Het is de eerste andere motor die ik vandaag zie en dat geeft aan dat mijn eindpunt dichterbij komt: Annies Kiosk. Deze eenvoudige kiosk aan de flensborg fjord is een legende onder motorrijders. Voor veel locals is Annies het excuus om s avonds nog even een rondje te rijden, voor anderen is annies kiosk het vertrek- of eindpunt van een lange dagtocht. Hoe dan ook, er is altijd wel iets te doen. En zo niet, dan bekroon je je eigen rit nog altijd met de beste pølser van jutland. Wat? Eh, de beste Deense hotdog. Naamgeefster Annie maakte hier sinds 1966 hotdogs, maar ze is in 2016 overleden. Het was nog even spannend of de kiosk daarna zou blijven bestaan, maar er werd een nieuwe pachter gevonden die ook meteen een nieuwe kiosk liet bouwen. Geen paniek. Het is met liefde voor de historie gedaan, in de kleuren van de laatste Annies.

Met een hotdog achter de kiezen en dertien eilanden op de teller rij ik langs het water op zoek naar een slaapplek. In mijn spiegels gaat de zon langzaam onder.

Reisinformatie

Erheen
De route begint in Gedser, maar kan natuurlijk ook andersom worden gereden. Eind- of vertrekpunt Annies Kiosk ligt op zo’n 600 kilometer vanaf Utrecht. Wie in Gedser wil beginnen, neemt vanuit Rostock de ferry van Scandlines. Deze rederij vaart ook vanuit andere steden naar Denemarken: www.scandlines.com

Overnachten
Tijdens het eilandhoppen sliepen we twee keer bij een hotel van small danish hotels: hotel Troense en Hotel Nenniksgaard; fijne persoonlijke adressen waar de motor in overleg veilig geparkeerd kan worden. De hotels worden in Nederland aangeboden door Denemarken-specialist www.dansk.nl. Grote plus: danks.nl is eigendom van echte motorliefhebbers.

Informatie
www.visitdenmark.nl

DOWNLOAD DE ROUTE ALS TRACK, GPX OF ITN

Is Triumph nog Brits of toch Thais?

0
triumph hinckley

Het merk Triumph Motorcycles levert automatisch associaties op met de Union Jack en sinds 1988 met Hinckley. Hoe lang nog? Triumph verplaatst de motorproductie namelijk bijna volledig naar Thailand, zo meldt de Leicester Mercury in dit artikel.

Omzetgroei Azië

Natuurlijk draait het altijd weer om geld, maar de productie in Thailand levert ook logistieke voordelen op. Triumph zet namelijk in op een fikse omzetgroei in Zuidoost-Azië en vooral China. Dan is het wel handig als de motoren al ter plekke zijn en het elimineert tegelijkertijd hoge importtarieven. Bovendien scheelt het dat de lonen in Thailand lager liggen dan in het Verenigd Koninkrijk.

Slechts 4500 motoren uit GB

Hinckley gaat niet dicht, maar transformeert is een fabriek voor exclusieve modellen (Triumph Factory Custom, Bobbers en Rockets) en voor de R&D, zo is te lezen in het krantenartikel. Naar schatting rollen er jaarlijks nog slechts 4500 motoren van de lopende band. In Thailand zullen dat er zo’n 52.000 zijn. En zo maakt de productiefaciliteit in Brazilië maakt er met 5500 nog flink meer dan de fabriek in Hinckley.

Ontslagen

Ook valt te lezen dat van de duizend medewerkers in Hinckley er zo’n vijftig zich serieus zorgen moeten maken over hun baan. Bij de afdeling R&D komen er juist twintig medewerkers bij. Volgens Triumph gaan de ontwikkelingen bij motoren zo snel dat ze wel moeten. Motorfietsen worden niet langer om de vier a vijf jaar vervangen door een nieuw model, maar om de twee a drie jaar. Bij de elektronica gaat dat nog sneller.

Groeimarkt

Triumph verkoopt nu nog zo’n 9.000 motoren op de thuismarkt, 33.000 in Europa, 17.000 in de Verenigde Staten en 6.000 in Azië. Dat laatste aantal moet de komende drie jaren verdubbelen. Triumph doet dat niet alleen, maar samen met de Bajaj Group uit India. Zij zijn verantwoordelijk voor de productie van toekomstige goedkope lichte modellen (200 tot en met 700cc) voor de Aziatische markt.