zondag 24 mei 2026
Home Blog Pagina 1086

Wordt het eind juni Valentino Rossi’s laatste TT? UPDATE

0
Valentino Rossi
Valentino Rossi op Assen. Foto: 2Snap

Tekst: Marien Cahuzak

Update 14:01

Bam! Zojuist heeft Yamaha bevestigd dat Fabio Quartararo naar het fabrieksteam gepromoveerd wordt voor het seizoen 2021 en 2022. Als je onderstaand verhaal leest, is dat op zich geen verrassing maar dat betekent direct ook einde verhaal voor Valentino Rossi binnen het fabrieksteam van Yamaha. Dat is wel een dingetje. Noem dit het einde van een tijdperk en wij snappen het helemaal.

Dat Yamaha zeer tevreden is met deze deal snappen we uiteraard ook. Het deed alleen toch wel een beetje pijn dat in het persbericht van Quartararo met geen woord werd gesproken over Rossi.… Inmiddels is duidelijk waarom, want er is een tweede bericht binnen waarin staat dat Rossi halverwege 2020 samen met Yamaha een beslissing neemt over zijn toekomst.

Het zal dus nog wel even duren voordat we zeker weten of dit de laatste Dutch TT met Rossi erbij wordt.

Origineel bericht 29-1-2020

Oef.. Wat een vraag stellen we onszelf daar. Toch zijn wij niet de enigen, want als je eerlijk bent is dit de vraag die iedereen stelt op dit moment. Zelfs de hoofdrolspeler zelf. Noem het opvallend, noem het logisch maar het is niet alleen aan Valentino Rossi om hierop een antwoord te geven. Er spelen namelijk heel veel factoren een rol in.

Bijvoorbeeld het nieuws van gisteren dat Yamaha Motor Co., Ltd en Maverick Viñales hun contract verlengd hebben tot en met 2022. Hierdoor is Viñales één van de twee Yamaha Factory Racing MotoGP-rijders is in 2020, 2021 en 2022. Een meersterzet van Yamaha want het leek erop dat de Spaanse coureur onderweg was naar een contract bij Ducati.

Je hoeft geen wiskunde gestudeerd te hebben, om uit te kunnen rekenen dat er de komende drie MotoGP-seizoenen nog één zitje beschikbaar is in het fabrieksteam van Yamaha. Voor 2020 is dit zitje gereserveerd voor Valentino Rossi, maar of dat voor 2021 ook zo is, is zeer de vraag. Yamaha heeft namelijk ook Fabio Quartararo in huis en die willen ze niet kwijt. Anders kun je niet verklaren waarom ze hem voor dit seizoen al een fabrieks-M1 geven, terwijl dat niet in zijn contract stond.

Kijkend naar 2019 is het echter een volkomen logische keuze. Yamaha moet ook wel, omdat heel veel merken Quartararo – hét MotoGP-talent – heel graag willen hebben. Met die wetenschap kan Quartararo behoorlijk wat eisen stellen en zal hij zeer waarschijnlijk niet akkoord gaan met een derde jaar bij Petronas Yamaha SRT.

Dat is, ondanks de waanzinnige prestaties van Quartararo en soms ook Franco Morbidelli, namelijk nog altijd een satellietteam. Zowel qua mankracht, als ondersteuning, uitstraling en salaris een groot verschil met een fabrieksteam. Al kan het natuurlijk wel zo zijn dat Quartararo best een jaartje wil wachten, zeker als Yamaha het Petronas-team gaat zien als een soort fabrieksachtig satellietteam. Quartararo is daarnaast uiteraard niet gek en heeft ook gezien dat Jorge Lorenzo en zeker ook Johann Zarco – min of meer zijn voorganger – grote problemen hadden met de overstap van de M1 naar een ander merk.

Of misschien moet Fabio wel een jaar moet wachten… Het enige echte vraagteken rondom Quartararo is namelijk of hij nog een seizoen zoveel indruk kan maken. Nergens ben je zo snel vergeten als in de topsport en de verwachtingen rondom hem zijn voor komend seizoen haast ongezond hoog. Hij wordt gezien als één van de weinigen die het Marc Marquez echt lastig kan gaan maken. Volgens sommigen zelfs de enige… Je zou voor minder slecht slapen.

Mocht Quartararo wel eind 2020 overstappen naar het fabrieksteam, zou Rossi uiteraard de plek van de Fransman kunnen overnemen bij Petronas Yamaha SRT. Of hij dat wil…? Niemand weet het, maar grote kampioenen houden vaak niet van zo’n Plan B. Aan de andere kant kan hij dan wel doen wat Marc Marquez komend jaar al doet: racen met je broer. In het geval van Rossi met zijn halfbroer Luca Marini. Hij kan Luca op deze manier perfect klaarstomen en zo aan hem het MotoGP-stokje over te geven. Dat zou dan wel ten koste gaan van zijn protenge Morbidelli en dat is iets wat Rossi zeer veel pijn zal doen, maar wat hij misschien wel moet gaan doen.

Bovendien gaat dit volledig in tegen de denkwijze van Yamaha, die de ontwikkeling van de jeugd graag vergelijken met de opbouw van een piramide. Breed aan de onderkant, met veel jonge talenten, en met alleen de beste talenten uiteindelijk naar de top. Valentino Rossi ‘degraderen’ naar Petronas staat haaks op deze denkwijze. 

Uiteraard zou Rossi ook buiten Yamaha om nog verder kunnen in de MotoGP, maar die kans lijkt uitgesloten. Ten eerste omdat hij veel verder denkt dan alleen zijn actieve racecarrière, maar ook omdat die overstap op zijn leeftijd niet erg aanlokkelijk is en het al een keer heel verkeerd uitpakte.

Precies hierom kan het zomaar zijn dat dit Rossi’s laatste jaar wordt in de MotoGP. Als hij die keuze zelf in de hand wil hebben, moet hij een stuk sneller zijn dan in 2019. De wintertesten en de eerste races zullen voor hem daardoor heel belangrijk zijn, want Yamaha kan niet te lang wachten om een keuze te maken… 

Waarschijnlijk weten we daardoor al voor of rondom Jerez of Valentino RossiRossi eind juni zijn laatste Dutch TT rijdt. Spannend!   

13 & 15 maart demonstreert MrGPS de nieuwe Garmin Zumo XT bij MotorNL!

0
Garmin Zümo XT

Geannuleerd vanwege coronavirus

Op vrijdagavond 13 en zondagmiddag en -avond 15 maart blijft Garage29 open voor motorrijders die alles willen weten over nieuwe navigatie. In drie sessies demonstreert MrGPS voor de liefhebber alle ins & outs van de nieuwe Garmin Zumo XT. Deelname is gratis, maar we hebben beperkt plaats voor 20 motorrijders per avond.

Flashback – Anne Kies

0
Anne Kies en Rikus Lubbers bij Yamaha XT 550
Anne Kies en Rikus Lubbers bij Yamaha XT 550 (foto: NMBA)

Eén moment, één beslissing, één stap – ze kunnen een leven veranderen. De motorsport zit vol met dat soort spreekwoordelijke T-splitsingen. In de rubriek ‘flashback’ worden bekende en onbekende mijlpalen uit de racegeschiedenis belicht. Deze aflevering: offroad-specialist Anne Kies (67) over zijn top-tien finish (8e) in de Dakar Rally van 1983.

De Dakar Rally bestond nog niet heel lang. Hoe kwam je in aanraking met deze wedstrijd?

‘Eigenlijk is dat ontstaan door de deelname van Bert Oosterhuis, die in 1981 meedeed aan de Dakar. Dat bracht het hele spul eigenlijk op gang, waarna promotor Lee van Dam ermee aan de slag ging. Op die manier kwamen ze ook bij mij uit, want ik was op dat moment Nederlands kampioen enduro. Ik had uiteraard wel belangstelling en mijn vrouw vond ook dat ik zo’n avontuur aan moest gaan. Het leek me wel interessant. Een groot avontuur, geen stoplichten en geen verkeer van rechts. Maar goed, ik wist eigenlijk niet wat ik me ervan voor moest stellen. Het was allemaal vrij nieuw en we hadden eigenlijk alleen de verhalen van Bert en wat televisiebeelden. Tijdens die eerste deelname was ik ook continu aantekeningen aan het maken. Verbeterpunten voor het jaar erop. In 1982 viel ik trouwens uit, er lag net even een kei teveel op de weg. In Bamako kwam ik over een heuveltje en klapte met mijn voorwiel vol tegen een dikke steen. Ik ging er voorover af en kreeg de motor bovenop me. De nacht die volgde was heel zwaar, had ’t enorm benauwd. Ik bleek Fries te praten tegen de jongens, want ze konden me niet verstaan. De volgende dag mocht ik van de meereizende artsen niet meer starten, waarna ze me in een SOS-vliegtuig naar Nederland brachten.’

Anne Kies links anno 2020, rechts samen met Rikus Lubbers bij Yamaha XT 550 in 1983.

Een fijne kennismaking met de Dakar, maar het weerhield je niet om in 1983 ook aan de start te staan.

‘Het is toch iets bijzonders hè. In ’83 stonden we met vier motorfietsen aan de start in Parijs, maar ik kan je wel vertellen dat het geen voordeel is dat je in de winter vanuit Europa start. Op de eerste brug ging al een zootje rijders onderuit. Het was gelijk afzien. Ook in Algerije was het ’s nachts ijskoud. We kropen direct de slaapzak in. Helm af en liggen, we hielden het leren pak gewoon aan. En niet veel later kwamen we weer in een zandstorm terecht. Je moest jezelf echt goed inpakken, anders werd het gevaarlijk. Wij hadden zwart gespoten blokken, maar die werden gewoon gezandstraald.’

Die zandstorm had ook behoorlijk veel invloed op het klassement, nietwaar?

‘Ik lag op plek vijftien toen we de Ténéré woestijn in reden, maar door die zandstorm verdwaalden heel veel rijders. Ik was ook niet gewend aan navigeren, maar het lukte me schijnbaar vrij aardig. Ik nam de stand van de zon mee, samen met de details van het routeboek. Ik wist dan welke richting we globaal reden, dus als ik dan ineens de zon aan de verkeerde kant had staan, dan ging ik de verkeerde kant op. Met mijn handkompas knoopte ik de punten aan elkaar. Dan zette ik mijn motor op de standaard en ging zoeken. Als ik in de verte dan bijvoorbeeld een hoge duin zag liggen, dan reed ik daar naar toe. Weer stoppen en dan een nieuw herkenningspunt in je opnemen. Dat bleek goed te werken, want eenmaal uit de Ténéré was ik tien posities opgeschoven en stond ik vijfde in het tussenklassement.’

Carrière

Groeit op in de enduro en rijdt in alle klassen

Wordt drie keer achter elkaar Nederlands enduro-kampioen

Rijdt in totaal drie keer de Dakar Rally op de motor

Komt later in de vrachtwagen terecht, als assistentie voor het Karsmakers-team

Doet eveneens mee aan de Dakar Rally als ze verhuizen naar Zuid-Amerika

In totaal neemt hij deel aan dertien edities

Je werd achtste. Hoe kwam het dat je nog enkele plekken zakte?

‘Ik had een lekke band gehad en wilde uiteraard snel verder. Dus nieuwe band erop, maar ik was te gehaast om mijn verloren tijd goed te maken. Ik zag een sleuf over het hoofd en klapte er vol tegenaan. Het gevolg, mijn velg was finaal kapot. Onze volgauto’s waren uitgevallen, maar gelukkig kwam de wagen van Yamaha Frankrijk voorbij, van het damesteam. Zij hadden nog een wiel, maar het gat van de as was te groot. Ik ben toch aan de slag gegaan en uiteindelijk ging het wiel rond. Zonder remmen en dat wiel ging alle kanten uit. Als ik hard genoeg reed, dan bleef het ding nog wel redelijk stabiel door de centrifugaal krachten. Met pijn en moeite haalde ik uiteindelijk de finish, maar ik dacht dat mijn klassement volledig naar de knoppen was. Maar het viel eigenlijk mee, ik was slechts drie plekjes gedaald. Uiteindelijk ben ik alsnog beste privé-rijder geworden. Eenmaal thuis liep het hele dorp uit vanwege mijn prestatie in de Dakar Rally. Dat had ik echt niet verwacht.’

De huidige Dakar Rally lijkt nauwelijks meer op de wedstrijd die jij op de motor reed, toch?

‘Klopt, het is tegenwoordig meer een sprintrace geworden. Ze rijden nu tien dagen, wij drie weken. Destijds was het echt nog één groot avontuur, dat gelijk mooie verhalen opleverde. En ook zeer zeker grappige momenten. Yamaha had een team met Franse meisjes ingezet en die waren op de boot naar Algerije op zoek naar dat Nederlandse meisje. Die ging zo hard en ze konden haar niet bijhouden. Bert Oosterhuis leidde die meisjes naar mij toe, toen snapten die meisjes hoe het zat. De organisatie zelf was trouwens ook in de war, want na de eerste dag stond ik gewoon aan de leiding in het damesklassement.’

Profiel

Naam Anne Kies
Woonplaats Appelscha
Leeftijd 67 jaar

Jarno van Osch

Maximaal genieten van je navigatie met MrGPS

2

Let op: nieuwe data!

Op de zaterdagen 18 april, 9 mei en 13 juni geeft Hans ‘MrGPS’ Vaessen van 11.00 tot 16.00 uur een intensieve GPS-training over heel praktische ‘GPS-onderwerpen’. De training wordt gegeven in MotorNL Garage29, Korte Noorderweg 29 in Hilversum.

Hoe laad je een track, welk toestel moet je hebben, hoe bewerk je een route, et cetera. Ook jouw specifieke vragen komen aan de orde.

De prijzen

Deelname kost voor MotorNL-, MOTO73-, Promotor- en Classic & Retro-abonnees € 65,- per persoon (inclusief lunch). Niet-abonnees betalen € 99,-.

Reserveren

De terugblik – Gerrit Wolsink

0
Gerrit Wolsink
Een breed lachende Gerrit Wolsink tussen Roger Decoster (tweede) en Heikki Mikkola (derde).

Zie hem stralen in het midden, de Vliegende Tandarts Gerrit Wolsink. Met een bijzonder goede reden, want hij heeft hier in 1978 zojuist de 500cc-Grand Prix in Sint Anthonis gewonnen na een seizoen vol aflopende kettingen. ‘Eindelijk gerechtigheid’, waren dan ook de eerste woorden van de Nederlander, nadat hij zijn helm afzette.

MOTO73 heeft een indrukkend archief opgebouwd in de 46 jaar dat het blad verschijnt. Een archief vol wetenswaardige, boeiende, humoristische, mooie, opmerkelijke en glorieuze foto’s. In deze rubriek halen we ze nog eens voor het voetlicht.

Toen roken nog heel gewoon was…

Wolsink wint op indrukwekkende wijze, maar het wordt nog indrukwekkender als je weet dat die zuur kijkende man aan de linkerkant vijfvoudig wereldkampioen Roger De Coster is. Inderdaad, Mister Motocross! De Coster heeft duidelijk z’n dag niet zoals ook blijkt uit het feit dat hij in de eerste manche na een foutje vast komt te zitten in een heg… Rechts staat nog zo’n kanon uit die tijd: viervoudig wereldkampioen Heikki Mikkola. Hij vindt het na het behalen van wat uiteindelijk z’n laatste titel blijkt te zijn, allemaal best en wordt op reserve derde in ‘Sint-Tunnis’.

Met deze drie mannen op het podium zijn er herinneringen genoeg, maar wij zullen deze foto vooral nooit vergeten omdat je er prachtig de veranderde tijdgeest ziet. Naast een kunstig bosje bloemen en een lauwerkrans krijgen Wolsink, De Coster en Mikkola een slof Camel. Ja, echt. Zonder filter, ook dat nog…

Foto-Info

Fotograaf Jan Heese
Publicatie MOTO73
Jaar 1978
Editie 18
Pagina 58
Onderwerp 500cc-GP Sint Anthonis
Origineel bijschriftEen breed lachende Gerrit Wolsink tussen Roger Decoster (tweede) en Heikki Mikkola (derde).

Wetenswaardigheid

White Power – tegenwoordig WP Suspension – plaatste op pagina 59 een advertentie waarin ‘WP schokdemper’ Gerrit Wolsink feliciteerde met zijn formidabele Grand Prix-overwinning. Met deze waanzinnige slogan erbij: ‘WP schokdempers, gemaakt om na de wedstrijd gezoend te worden’.

Marien Cahuzak – sportcoördinator

24 september 2020: MotorNL Redactietoer Lake District

5

Na een serie succesvolle redactietoers naar het Peak District, North York Moors, Yorkshire Dales en Schotland is de redactie klaar voor een 4-daagse trip naar het Lake District. Vertrek 24 september, terug op 27 september: blok deze data in je agenda!

Reserveren

De Redactietoer Lake District organiseren we in samenwerking met GPS Motorreizen. Klik hier om je plek te reserveren.

Net als de MotorNL Redactietoer naar Schotland is het vertrek van de machtige eerste route van zo’n 240 km vanuit Newcastle. Om niet oeverloos te pielen over kleine weggetjes op weg naar het Lake District, rijden we het eerste stuk over de autoweg A69. Bij Hexham zakken we af naar het zuiden door de North Pennines, een Area of Outstanding Natural Beauty, vergelijkbaar met de Yorkshire Moors.

Bij Barnard Castle rijden we de noordelijke Yorkshire Dales in. Verplichte stop: Tan Hill Inn, de hoogste kroeg van Engeland. Vervolgens gaat de route verder naar het zuiden richting Hawes, een aanlegplaats voor Engelse motorrijders. Dan sturen we door de Yorkshire Dales in één rechte lijn naar het westen. Bij Kendal rijden we het Lake District in. Via een deel van de Windermere Loop, langs Lake Windermere en met de Windermere Ferry steken we over naar Windermere, waar ergens het hotel ligt.

De volgende dag zitten we na het Engelse ontbijt weer vroeg op de motor. De route voert je dwars door het Lake District over de fameuze Wrynose en Hardknot Pass, met 30% stijging! Dan zakken we af naar het zuiden voor het laatste stuk van de Windermere Loop. Als de Loop erop zit, gaat het rechtstreeks door het Lake District naar het noorden.

Ben je in tijdnood omdat je te lang bent blijven hangen bij het Engelse ontbijt, pak je de M6 naar Carlisle en de A69 naar Newcastle. Heb je voldoende tijd om de ferry te halen, stuur je je motor opnieuw de North Pennines in. Bij Haydon stuit je dan op de snelle A69 naar Newcastle. De ferry is nog maar een stukkie.

Een prijs voor de MotorNL Redactietoer Lake District hebben we nog niet, maar het zal, afhankelijk van het type hut dat je kiest, rond de 400 euro liggen. Maakt het exacte bedrag je niet uit, kun je hieronder je plek al reserveren. Zo gauw de reserveringsite en het deelnamebedrag bekend is, sturen we je een factuur waarmee je de reservering definitief maakt.

Route (indicatief)

Test Kawasaki Z650 2020

0
Kawasaki Z650 2020 Test

Waarom rijden we ’m?

De lokroep van een Kawasaki Z650 met nieuwe ledkoplamp, een tft-scherm met smartphone-connectie, licht gewijzigd motorblok en een glimp van ontluikende lente in Spanje is natuurlijk niet te weerstaan.

Omstandigheden

TestlocatieBarcelona, voornamelijk tussen Lloret de Mar en Palamós
OmstandighedenKou en vochtigheid in de ochtenden, ’s middags mooi droog asfalt
TemperatuurTussen de zes en zestien graden
TestkilometersRuim tweehonderd
BijzonderhedenGeen
Kawasaki Z650 2020 Zijaanzicht

Reden tot zang

‘Aahaan de Costaaa del Solll’. Zingen kan ik niet, maar ik doe het luidkeels in m’n helm. De Kawasaki Z650 biedt voldoende vernieuwing voor 2020 om een gedegen test langs de Spaanse kust te rechtvaardigen. Tel daar zestien graden en een lenteachtig zonnetje bij op en je zult m’n aandrang om luidkeels te zingen begrijpen. Het leven is goed en een Z650 bevestigt dat voor verrassend weinig.

Gedurende het lente- en zomerseizoen zul je uit mijn mond geen positief reisadvies over de Spaanse kust bij Barcelona horen. Het is er te druk en geregeld te warm. Het krioelen van mensen gaat er bovendien hand in hand met onkundige automobilisten, die werkelijk in elke bocht met uitzicht zonder op- of omkijken parkeren voor een kiekje. Uitdaging is leuk, maar dit is meer dan dat. Nee, dan het winterseizoen. Toegegeven, je moet het wel een beetje treffen qua weersomstandigheden. Maar dat het dan ook werkelijk een schot in de roos is, bewijst vandaag. De zestien graden voelt als vierentwintig, de bij vlagen stevige bries stelt zich voor als aankondiger van de lente en het slingerende asfalt ligt er als vergeten bij.

Kawasaki Z650 2020 Test Rijshot

Zie en voel je het inmiddels voor je? Nou, in precies dat decor rij ik vandaag met de nieuwe Kawasaki Z650. Gisteren was het weliswaar iets frisser, maar ook twaalf graden en een zonnetje is een recept om nooit weer naar Nederland terug te willen. Twee dagen op de Z, twee dagen lente, twee dagen voor deze vernieuwde kennismaking met de slechts € 7.999,- kostende Kawasaki. Dat moet goed komen.

Ietwat toeren zoeken

De tweecilinder van de Z650 is er inmiddels eentje die je van verre herkent. Met z’n 180graden-ontstekingsinterval en het daarmee gepaard gaande herkenbare, in volstrekt evenwicht ploffende uitlaatgeluid. Dit blok heeft zich inmiddels in diverse modellen bewezen en krijgt zo nu en dan een update. Zo ook nu. Voor de juiste emissie- en geluidseisen heeft Kawasaki lichte aanpassingen gemaakt, die slechts een geoefend Z-rijder zal herkennen. Het topvermogen is gehandhaafd, het middengebied ietwat versterkt en het maximale koppel minimaal afgeroomd. Dat houdt het herkenbare karakter overeind. Een karakter dat zich kenmerkt door de alerte gasreactie en de motivatie om toeren te draaien. Er zit best wat pit onderin, maar vanaf zo’n 4.000 toeren per minuut is de tweecilinder echt lekker in z’n sas. Op het bochtige asfalt hou ik ’m zelfs constant boven de 5.000 toeren per minuut en ik moet eerlijk toegeven: ik voel geen verschil met het 2019-model. Dat is een compliment en geen teleurstelling. Dit motorblok kan zonder wijzigingen nog vele jaren mee, als Europa de emissie-eisen zou laten voor wat het is.

Kawasaki Z650 2020 Koplamp

Toch heeft een geoefend Z-specialist aan een half oog voldoende om het 2020-model te onderscheiden van de 2019-Z650. Met z’n nieuwe ledkoplamp oogt de zes-en-half meer eigentijds. Of moet ik zeggen, ís de Z meer eigentijds? Dat sowieso, want het nieuwe fonkelende tft-scherm tilt ’m moeiteloos het nieuwe decennium binnen. Het verbaast me dit op een motor van € 7.999,- aan te treffen. Het zegt iets over lcd’s: die mogen we anno 2020 gerust als ouderwets bestempelen.

Dat de bediening van dit dashboard niet vanaf het stuur plaatsvindt, is wellicht jammer, maar niet vreemd. En als ik de twee knoppen op het dashboard qua functie heb uitgevogeld, blijkt de bediening heel intuïtief. Vasthouden voor resetten en klikken voor scrollen. Hou je de rechterknop even in, switch je zo van een witte naar een zwarte achtergrond. De enige informatie die ik mis is de buitentemperatuur, maar verder is alles voorhanden: versnellingsindicatie, trip en verbruiksgegevens, en een overduidelijke toerenteller.

Een echte whizzkid koppelt het tft-scherm aan z’n telefoon. Met de Rideology-app lees je dan alle informatie af op je telefoon, van verbruik tot actieradius en zelfs een GPS-log.

Sturen

Nu, op de tweede rijdag, kan ik lezen en schrijven met de Z. In het begin niet, want ik moest even wennen aan de nieuwe banden. De Dunlop Roadsport 2’s zijn vrij harde banden, die bij vertrekkende ochtendkou even nodig hebben om op te warmen. Uiteindelijk concludeer ik dat ze prima bij de Z passen als je de Z ziet als woonwerkpaard of beginnersmotor. Maar, geef ik gelijk toe, daar doe je de Z uiteindelijk te kort mee. Want de vering van de Z is simpelweg beduidend beter dan die van de concurrentie en dat maakt ’m erg volwassen. Mooi in balans, voor dit budget erg goed gedempt en bovendien aan de achterzijde instelbaar qua veervoorspanning. Al valt die instelbaarheid niet mee; je moet een zijkapje van het kuipwerk verwijderen om er bij te kunnen. Dat doe je dus niet vaak, maar wanneer je voor een weekendje-weg de Z bepakt, is het absoluut een meerwaarde. En voor met duopassagier natuurlijk helemaal. Die zit er overigens wat beter bij dan voorheen, want het duozadel is dikker gepolsterd en heeft een beetje andere vorm gekregen.

Afijn, even terug naar het stuurgedrag. Prima vering, een 140-achterslof en 183 rijklare kilogrammen zijn de drie belangrijkste veroorzakers van een meer dan prettig stuurgedrag. Het klopt gewoon. Ook bijremmend in de bochten raakt de boel niet echt van slag.

Het stuur zelf is overigens vrij smal, even wennen als je een typische naked met breed stuur verwacht. De spiegels die er aan hangen krijgen een compliment, want zo trillingsvrij zie je ze niet vaak op een tweecilinder. Doordat het stuur niet zo breed is, hoef je ook niet veel moeite te doen langs je eigen ellenbogen te kijken. Overigens heeft Kawasaki het elimineren van vervelende trillingen niet aan het toeval overgelaten, getuige de ruime balansblokjes onder de voetsteunen. Nee, mooi is het niet, maar effectief zeker wel.

Remmen

Om nog eens een niet vernieuwd, maar wel uitblinkend onderdeel aan te halen: de rempartij ontstijgt dit segment. Al zou je dat op het oog niet zeggen. Twee bescheiden en axiaal gemonteerde remklauwen? Indrukwekkend oogt het niet, maar als je nagaat dat het zelfs op de Z900 meer dan voldoet, hoef je aan de effectiviteit niet te twijfelen. Dat merk je overigens vanzelf als je het anker eens uitgooit. De Z remt scherp en met redelijk goed gevoel. Het ABS heb ik zelfs tijdens té sportief gebruik niet als storend ervaren. Top. Fijn bij dit alles is het instelbare remhendel. Net zoals het koppelingshendel in vijf standen is te verstellen. Kijk, dat is wat waard.

Datzelfde geldt voor de koppeling, die zowel anti-hop als zelfbekrachtigend is. Licht te bedienen, met een goed gevoel zodat wegrijden zonder onnodige slip kinderspel is. En dat bespaart weer een hydrauliekpotje, iets dat je tegenwoordig sowieso al bijna niet meer ziet met dank aan de zelfbekrachtigende vooruitgang.

In het verlengde daarvan krijgt de versnellingsbak een compliment: net zo trefzeker en soepel als voorheen. Logisch, want ook ongewijzigd. Het bekende Kawa-trucje is daarin goud waard: als je stilstaat is de neutraal werkelijk niet te missen. Sterker nog: doorschakelen naar z’n twee is dan niet in één beweging mogelijk. Klinkt allemaal logisch, maar geen merk heeft dit zo voor elkaar als Kawasaki.

Zithouding

Met mijn 1.90 meter aan lichaamslengte zul je mij niet horen zeggen dat de zithouding op de Z650 me op het lijf is geschreven. De lage zit, ranke taille en het smalle stuur zijn er om iedereen de mogelijkheid van een Z650 te bieden, waardoor de langere Nederlander vanzelfsprekend krap zit. Daarom is het des te fijner dat Kawasaki een hoger zadel aanbiedt die m’n zitpositie duidelijk verbeterd. Sterker nog: wanneer ik tijdens deze tweede rijdag helaas afstand moet doen van het zadel krijg ik in no-time een zere kont. Tja, met de benen hoog opgetrokken staan niet alleen je knieën, maar ook je zitvlak onder spanning.

Afijn, genoeg over m’n zitvlak. In principe is er natuurlijk helemaal niets mis met het Z-zadel. Dat voelt stevig, in normale en in verhoogde uitvoering. Voor de volgende generatie Z650 zou ik graag een wat langer zadel zien, waardoor je meer naar achteren kunt zitten. Maar, als daar ruimte voor zou zijn in zo’n compacte motor, was dat ongetwijfeld al wel gedaan.

Daar aan de waterkant

Wanneer ik in een totaal verlaten haventje in Sant Felíu de Guíxols de Z eens van top tot een in me opneem, kan ik niet anders dan concluderen dat het voor z’n budget een mooi afgewerkte machine is. Op sommige punten bijna chique. Neem het groene buizenframe, de aantrekkelijk gevormde achterbrug en de dito welvingen in de benzinetank. Het is alleen het prijskaartje dat ‘budgetfiets’ schreeuwt. Natuurlijk, een niet-instelbare telescoopvork en een bescheiden cilinderinhoud en enkele andere voorbeelden zijn te noemen, maar nergens heb je het idee dat de Z niet af is. Er is niet geflanst, dit is een doorontwikkeling die zich al jaren verbetert. Voor mij wordt dat toch het beste gerepresenteerd in de vering. Die is echt niet zoals je het verwacht bij dit prijskaartje. Het maakt dat de Z onmiddellijk volwassen overkomt. Je moet behoorlijk sportief rijden om de beperkingen in levende lijve tegen te komen. Natuurlijk lukt dat, maar noemenswaardig is het niet.

Dus, wat heb ik te wensen aan het einde van de tweede rijdag? Niets, behalve dat door een Oostenrijkse journalist ingepikte verhoogde zadel. Meer elektronica? Traction control, rijmodi? Nee, onzin in dit volledig beheersbare segment. Instelbare vering? Een upsidedown voorvork? Nee, dat drijft de prijs weer onzinnig op. Elke motorfiets is te verbeteren, maar uiteindelijk is het prijskaartje ook het visitekaartje van de Z. Met ledverlichting, een tft-scherm met Bluetooth-connectie, een deels instelbare schokdemper en een keurig motorblok heeft de Z genoeg om de concurrentie af te troeven. En dat maakt deze op het oog beperkte model-update een slimme zet.

Conclusie

Met z’n prijskaartje als visitekaartje presenteert de Kawasaki Z650 zich op z’n best. Daarop prijkt de verkoopprijs van € 7.999,- en het voelt simpelweg vreemd om daar een volwaardig tft-scherm voor terug te krijgen. Toch is dat ook wel een logische stap, omdat het de Z aan goed rij- en stuurgedrag al niet ontbrak. De nieuwe Dunlop-banden zijn qua stuurgedrag de enige toevoegingen en die voldoen aan de eisen van dit segment, maar overdrijven niet. Het motorblok is opgefrist, maar ik zal eerlijk zijn: die voelt als vanouds. Dat geldt voor het merendeel van deze Z650 en wat dat betreft moet deze update een fijn klusje voor de Kawasaki-technici zijn geweest. Iets wat goed en betaalbaar is, moet je goed en betaalbaar houden. Voeg daar nét iets meer goeds aan toe, en het prijskaartje wordt alleen maar meer onbegrijpelijk. In positieve zin.

Wil je de video zien van deze test? Klik dan hier.

Boudewijn Geels – Rockheld op motor

0
Column Boudewijn Geels

‘Eigenlijk’, zegt gitarist Menno, ‘moet jij gewoon met je motor op de foto.’ Ik kijk Menno grijnzend aan. ‘Zo had ik het vroeger inderdaad in mijn hoofd: rockmuzikant Boudje op zijn Harley op de achterkant van de lp-hoes. Maar ik héb geen Harley. En is zoiets anno 2020 niet een beetje… suf?’ Menno lacht: ‘No way dude! Het is old skool!’

Drie dagen later heeft het idee me nog niet helemaal losgelaten. Doen wat je als kind al in je hoofd had, wat kan daar nou mis mee zijn? Frozen Steam heet mijn nieuwe band – ik speel basgitaar. En elke band heeft tegenwoordig een eigen website. Daar is natuurlijk ook mooi beeld voor nodig.

Ik pak ‘Denim & Leather’ erbij, de lp van mijn favoriete hardrockband Saxon uit 1981. Op de achterkant: mijn vijf helden op dikke Harley’s. Nu pas valt me op dat de loodzware bakbeesten in het gras staan. Die van Biff staat schuin; de zanger lijkt de motor met zijn linkerbeen overeind te houden. Onmogelijk, dus heeft iemand een plank onder zijn standaard gewurmd. Niet héél rock ’n’ roll. Zo ga ik het dus in elk geval níet doen.

Ik fiets naar de motorstalling, vijf minuten verderop, en trek mijn Honda X11 een stukje naar achteren, zodat ik de perfecte hoek voor de camera kan bepalen. Op ‘Denim & Leather’ zie je vijf koplampen naast elkaar. Maar dat gaat bij mijn Honda X11, een logge naked bike uit 2000, sowieso niet werken. Van voren vind ik de Honda op z’n afstotelijkst. Dat komt door de enorme luchthapper. Het lijkt alsof er een kachel uit het vroegere Oostblok op het frame is gemonteerd.

Van opzij vind ik de motor ook lelijk, dankzij de buitenproportioneel grote tank vooral. Bovendien zitten er twee deukjes in de tank. De schuld van de vorige eigenaar, die de X tijdens een ruzie met zijn vriendin uit zijn handen liet glippen, maar dat verhaal gelooft helaas niemand.

Schuin van achteren dan? Ja, dat is wél gaaf. De Honda ziet er dan retesnel en lekker agressief uit. Mede dankzij de twee enorme uitlaten die ogen als mitrailleurs (en waaraan je in korte broek lelijk je poten kunt branden).

Oké, dat zou kunnen werken. Maar hoe ga ik dan zitten? Handen aan het stuur en achterom kijken? Geen gezicht. Nonchalant tegen het ding aanhangen dan maar? Ik waag een poging. Kont tegen het zadel. Benen schuin over elkaar. Ik fantaseer er een sigaret bij die ‘seriously cool’ uit mijn linker mondhoek bungelt. En dan een hand losjes op de kop van mijn basgitaar laten rusten? Ja, zo zou ik het doen!

Maar… hullie dan? Zanger Wouter, drummer Jeroen en de gitaristen Ivar en Menno? Gaan we daar motoren voor huren? En wat voor motoren dan? Een beetje homogeniteit is wel leuk, zie je op die Saxon-hoes. Maar de Honda X11 is begin dit decennium hopeloos mislukt wegens te dorstig en te lelijk, dus vind daar maar eens vijf stuks van.

Dan toch maar allemaal op een Harley? Dat voelt dan weer als verraad naar mijn trouwe X11. En wíllen de anderen wel op een motor op de site staan? Is dat niet te gekunsteld?

Bevangen door een aanval van eerlijkheid stuur ik de mannen een whatsapp. ‘Heren, het gaat niet werken. Want dan moeten jullie met die saaie leasebakken van jullie op de kiek.’

Jeroen schrijft: ‘Misschien is één motor wel genoeg. Kom es door met een foto.’

Dat doe ik. Dertig seconden later krijg ik antwoord: ‘Koop in godsnaam een Harley!’

Test Triumph Thruxton RS 2020

0
Triumph Thruxton RS 2020

‘Een ware evolutie van een icoon.’ Zo omschrijft Triumph de Thruxton RS bij onze kennismaking in de Portugese Algarve. Met een uiterlijk dat wel heel erg veel overeenkomsten vertoont met dat van zijn voorgangers is dat van een afstandje echter moeilijk op waarde te schatten. De oplossing? Rijden met die machine!

Condities

TestlocatiePortugal
OmstandighedenDroog en Zonnig
Temperatuur’s Ochtends verrassend fris, later rond de 18 graden
TestkilometersOngeveer 270
BijzonderhedenGeen

Waarom rijden we hem?

Het verraste ons dat de Thruxton R zal worden vervangen door deze RS. Hij heeft meer luxe en een iets krachtiger motorblok, maar is dat genoeg om het een waardige opvolger voor die sportieve caféracer te maken?

We kennen de naam Thruxton van Triumph nu ongeveer zestien jaar. Het was namelijk in 2004 dat het Britse bedrijf de Thruxton 900 op de markt bracht: een café-racer voor de moderne tijd. De naam en het uiterlijk kwamen echter niet uit de hemel vallen. De Thruxton van Triumph is namelijk een bijna uit cult geboren idee, zou je misschien wel kunnen zeggen. Aan het begin van de jaren zestig is de café-racer-subcultuur in volle opkomst, maar als in 1969 het volledige podium van de ‘Thruxton 500 miles’-endurancerace met deze gekietelde Triumphs is gevuld, is het in het hele land duidelijk dat als je snel wilt gaan je een zogenaamde ‘Thruxton’ wilt hebben van Triumph. De combinatie van een café-racer-uiterlijk en een bewezen sportief motorblok maken de omstandigheden dan ook perfect om een zaadje te planten in de harten van velen.

Derde generatie

Triumph is in 2004 dus opnieuw begonnen met de Thruxton, om dat zaadje te zien opbloeien tot financieel succesvol model. In dat jaar was het Bonneville-blok dat in het frame hing nog een luchtgekoeld exemplaar met een 360-graden-krukas. Het succes van het sportievere broertje van de Bonneville is ongekend groot, waardoor de Thruxton 900 lang in productie blijft. Pas in 2016 volgt er een opvolger in de vorm van de vloeistofgekoelde 1200cc-Bonneville met een 270-graden-krukas. In dat jaar toont Triumph de Thruxton en de Thruxton R. De laatste krijgt Öhlins-achtervering, een Showa-upsidedown-voorvork en krachtige Brembo-remmerij, terwijl het basismodel wat meer basic blijft. Nu zijn we bij generatie drie aangekomen, zegt Triumph. Het is van een afstand moeilijk te zien, als je het ons vraagt. Afgezien van de zwarte wielen en andere zwartgemaakte details is het alleen de matte lak – op het two-tone-model – dat duidelijk zichtbaar maakt dat het hier om een 2020-model gaat. Deze Thruxton draagt de letters RS op het kapje onder het zadel en heeft het nieuwe driehoekige logo van het merk op de tank. Gek genoeg is er echter ook een metallic-zwarte RS beschikbaar, die nog het oude Triumph-beeldmerk op de tank heeft zitten. Enfin, op het oog zie je er dus niet heel veel van. Als je wilt weten waar de RS zich als echte derde generatie bewijst, moet je het dan ook vooral onderhuids zoeken.

Ondanks de Euro 5-emissieregels – waaraan de RS nu voldoet dankzij een extra katalysator in het vooronder en nieuwe exemplaren in de dubbele ‘upswept megaphone’-uitlaatdempers – weet hij ook meer vermogen te leveren. Sterker nog, de Thruxton RS is met zijn 105 pk de sterkste versie van de Bonneville-tweecilinder ooit! Vergeleken met de Thruxton R en de Speed Twin heeft de RS 8 pk meer. Vergeleken met de normale Thruxton 1200 – die komend jaar overigens nog gewoon wordt geleverd – heeft hij zelfs 10 pk meer. Dat is intern bereikt door een gemakkelijker draaiende en lichtere krukas te gebruiken. Ook hebben de nokkenassen meer lift gekregen, zijn de in- en uitlaatkanalen vernieuwd en zorgen de zuigers voor een hogere compressieverhouding. Daarnaast is de RS door die lichtere krukas, maar ook door een lichtere accu, dunnere blokwanden en een lichtere koppeling, ook nog eens zes kilo lichter dan de Thruxton R. Verder is er de elektronica aangescherpt. Met name de rijmodi hebben aandacht gekregen, waarvan je er drie hebt: Rain, Road en Sport. Deze zijn verfijnd, waardoor met name de gasreactie – die via het ride-by-wire-systeem naar de motor wordt geseind – vloeiender zijn geworden. In de praktijk merk je er dus vooral weinig van, precies wat Triumph voor ogen had.

Klaar voor de start

Qua koppel levert hij nog exact hetzelfde 112 Nm, al doet hij dat nu wel al eerder in zijn bereik bij 4.250 toeren. Al met al is de Thruxton RS dus krachtiger geworden dan zijn voorgangers. Sportiever is hij met name onderin, maar door een verschoven rode lijn kan hij ook langer doortrekken. De charme van een café-racer is echter vooral dat je elk verkeerslicht als nieuwe startlijn kunt gebruiken. Dat doen we dan ook in het zonnige Portugal. Klaar voor de start? Gas! In de eerste paar kilometer is het glibberen geblazen. De Metzeler Racetec RR-banden – die wel heel erg sportief zijn voor onder een straatgeoriënteerde caféracer – moeten nog even op temperatuur komen, maar als ze dat eenmaal zijn, is het vertrouwen er ook direct volledig. Wat na die aanvankelijke schrik als eerste opvalt, is met name het relatieve comfort dat de RS geeft. Hoewel het zadel hoog staat en je naar voren moet reiken om de clip-ons beet te pakken, heb je namelijk niet het idee dat het zo spartaans is als je van een café-racer zou verwachten. Het helpt ook wel dat de clip-ons boven de prachtige gepolijste kroonplaat zitten gemonteerd. Ook de vering helpt mee. Hoewel die voor en achter volledig instelbaar is, verdient de standaardafstelling waarmee wij rijden een compliment. Alleen als het heel hard gaat – waarbij het voorwiel ondanks de traction control welwillend het luchtruim verkiest – merk je dat de voorkant wat sportiever zou mogen worden afgesteld. Dat voel je doordat het voorwiel wat bokkig kan voelen, wat wij tijdens deze introductie met name wijten aan de straffe balhoofdhoek van 22,8 graden. Daarna word ik me gewaar van het rauwe geluid dat uit de megafoons langs elke flank wordt verkondigd. Dat geluid is beschaafd – want Euro 5 – maar zeker niet flauw.

Wanneer we de contreien van het dichtbevolkte Albufeira achter ons hebben gelaten, draaien we al snel de N2 op. Een aanrader, mocht je ooit met de motor naar Portugal willen. Heerlijke bochten komen we tegen. Van links naar rechts worden we gegooid, waarbij het tempo met de bocht hoger komt te liggen dankzij voorrijder Ian. De versnellingsbak loopt erg vloeiend, waardoor terugschakelen voor een bocht gemakkelijk kan zonder de koppeling aan te raken. Even met de knie richting de bocht en aan de clip-ons hangen om vervolgens het gas weer vol open te draaien. Op een gegeven moment kijk ik voor de zekerheid nog maar eens naar het stuur om zeker te weten dat ik niet in het zadel van een Street Triple ben beland. Man, wat rijdt de RS feilloos en gemakkelijk zo vlot! Ook de Brembo M50-vierzuigerklauwen presteren zoals je wilt. Minpunten? Die zijn er vrijwel niet op te merken aan de RS. Het enige echte verbeterpunt is het jiffy, die door zijn positie vanuit het zadel vrijwel onmogelijk uit te klappen is met de hiel van je stijve laars.

Conclusie

Twee jaar geleden reed ik voor het laatst met de Thruxton R. Wat ik me daarvan kan herinneren, is dat hij vooral in het wit bloedmooi was en een subtiel, maar zeer sportief motorkarakter bood. Nu, vers uit het zadel van de RS, heb ik wederom dat gevoel. Wel doet de matte lak voor mij persoonlijk ietwat af van het klassieke uiterlijk dat zo verweven is met de naam Thruxton. Met een zeer hoog tempo in de ochtend en een iets gematigder tempo in de middag waren de 270 bochtige Portugese kilometers werkelijk om van te smullen. Triumph wilde de RS naar eigen zeggen nog sportiever maken en dat is met dit krachtiger blok zeker gelukt. Het is echter voornamelijk het totaalpakket waarvan ik onder de indruk ben. Het blok loopt spatzuiver en karaktervol, de vering en remmerij zijn op zijn zachtst gezegd premium en de zithouding is boven verwachting comfortabel. Nu de R wegvalt in het gamma is het prijsverschil tussen de oude Thruxton en de nieuwe Thruxton RS € 2800 geworden. Als je kijkt wat je daarvoor extra krijgt, zou je wat mij betreft een gekke keuze maken als je niet even doorspaart voor de RS. Maar ja, € 18.800 is echt geen kattenpis.

Tom van Appeldoorn – Testredacteur

Marathonmotor: Honda XL600V Transalp

0
Marathonmotor Honda Transalp

Een motor aanschaffen omdat je vrouw een hond wil? Het klinkt misschien raar, maar in het geval van Piet van Andel is het wel zo gegaan. In 2002 kocht Piet na een tijdelijk motorloos bestaan een Honda XL600V Transalp waarmee hij nu nog steeds vrolijk over de Nederlandse wegen rijdt. De bijna dertig jaar oude Honda brengt hem nog steeds overal waar hij (voor zijn werk) wezen moet.

Oud maar vertrouwd

Dat Piet van Andel (58) in 1979 motor ging rijden, was voor hem als fervent brommerrijder een vanzelfsprekendheid. ‘Van de brommer op de motor leek me logischer dan van de brommer in de auto. Die auto kwam later wel. Ik begon veertig jaar geleden als medewerker bij de Douane. Ik verdiende gelijk een aardig salaris, waardoor ik een BMW R75-5 kon kopen. Die werd al vrij snel opgevolgd door een BMW R100RS met de iconische kuip. Had ik die motor nog maar. Normaal gesproken was er daarna weer een andere BMW gekomen, maar na een proefritje op een Honda CX500, die veel prettiger stuurde en achter niet omhoog ging als je gas gaf, viel mijn keuze op een Honda. Van 1985 tot 1996 heb ik geen motor gehad. Het bekende huisje-boompje-beestjeverhaal. Vanwege gewijzigde werkomstandigheden ben ik in 1996 toch weer op de motor geklommen, in dit geval een Yamaha Diversion 600. Op die motor heb ik het vier jaar volgehouden, totdat ik het te gevaarlijk vond worden. Dat lag niet aan de motor, maar wel aan de steeds voller rakende A1, waar je als motorrijder in de file een soort aangeschoten wild bent. Zo ervoer ik dat tenminste.

Profiel

NaamPiet van Andel
WoonplaatsGoor
Leeftijd58
BeroepDouanemedewerker
Rijdt sinds   1979
NieuwprijsCirca € 6500
DagwaardeCirca € 1000
RijstijlToer
GebruikWoon-werk
Brandstofverbruik1:19
OlieverbruikNihil
OnderhoudMotorzaak
Bouwjaar1990
Kilometerstand117.000

Maar na twee jaar openbaar vervoer – elke dag vier uur onderweg – was ik het reizen helemaal zat. Een motor leek geen optie omdat mijn vrouw motorrijden veel te gevaarlijk vindt. Met andere woorden: zij ziet het helemaal niet zitten dat ik op een tweewieler rijd. Een verhuizing van Huizen naar Goor zorgde echter voor een kentering. Toen mijn vrouw met het idee kwam om een hond aan te schaffen, wat ik weer niet zo zag zitten, zag ik mijn kans schoon: zij een hond, ik weer op de motor. En zo geschiedde.

Honda Transalp XL600V

Via een collega die bekend was met de import van motoren uit Duitsland kocht ik een twaalf jaar oude Honda XL600V Transalp met slechts 30.000 kilometer op de teller. De keuring stelde weinig voor en het te betalen bedrag aan bpm bleef vanwege de leeftijd ook binnen de perken. Voor € 2200 werd ik eigenaar van de Transalp. De zijkoffers en het topkoffer die erop zaten, heb ik verkocht voor € 250,-, waardoor het feitelijke aankoopbedrag nog lager uitviel. Dat ik voor de Transalp koos, had vooral met de zitpositie te maken. Met mijn 1,87 meter kan ik op de Transalp prettig rechtop zitten. Op mijn vorige motor, de Diversion, zat ik te veel opgevouwen.

Mijn eerste meters, voor toekijkende vrienden en buren, verliep pijnlijk. Halverwege de straat sloeg de motor af en was die niet meer te starten. Met een rood hoofd van inspanning en schaamte moest ik de motor terugduwen naar het wachtende publiek. Wat bleek: mijn collega tapte altijd de resterende brandstof uit de tank van zijn motoren voor eigen gebruik! De gierigaard! Gelukkig startte de motor weer na het vullen van de tank.’

Zonder briefje

De Transalp werd door Piet in het begin alleen recreatief gebruikt voor ritten door het mooie Twente. ‘Sinds 2005 wordt de Transalp gebruikt voor woon-werkverkeer, maar wel honderd procent zakelijk. Privé wordt er heel incidenteel mee gereden. Ik ga met de Transalp naar bedrijven die ik voor mijn werk moet controleren. Naast mijn werk bij de Douane werk ik sinds 2007 als individueel belangenbehartiger voor de NCF, een vakbond voor personeel van het ministerie van Financiën. De Douane en de Belastingdienst maken hier onderdeel van uit. Voor de NCF reed ik tussen de 5000 en 8000 kilometer per jaar door het hele land heen, maar dit is de laatste jaren aanzienlijk meer geworden, tot wel 12.000 kilometer per jaar. Voor mijn werk rij ik ongeveer 2000 kilometer per jaar. Ik rij door totdat er wordt gepekeld, maar merk de laatste jaren dat ik het rijden bij temperaturen rond het vriespunt niet meer leuk vind. De onlangs gemonteerde Oxford-handvatverwarming moet de ‘pijn’ wat verlichten.’

Een aantal jaren geleden liep de Transalp enige averij op. ‘De motor stond geparkeerd en werd van achteren omvergereden door een auto. De motor is toen over zijn zijstandaard heen geduwd, omgevallen en op een stoeprand terechtgekomen. De schade: een kromme schijfrem door het slot en valschade links op de kuip. Van het uitgekeerde schadebedrag – ik heb de dader via getuigen kunnen achterhalen – heb ik net een nieuwe remschijf kunnen kopen. De valschade, zoals krassen op de kuip en een scheurtje bij het knipperlicht, heb ik maar voor lief genomen. De kosten voor het spuitwerk voor een 25 jaar oude motor bedragen veel meer dan de dagwaarde.’

Opnemer

Een Honda Transalp, het maakt niet uit welk type, staat bekend om zijn degelijkheid, betrouwbaarheid en lage onderhoudskosten. De Transalp van Piet van Andel bevestigt dat beeld nog maar eens. ‘Buiten het regulier wisselen van banden, tandwielen, kettingen, lucht- en oliefilter en motorolie is er weinig aan de motor gebeurd. Met een achterband doe ik ongeveer 15.000 tot 18.000 kilometer. Daarna is deze vierkant door de vele snelwegkilometers. Een voorband gaat 30.000 kilometer mee. Ketting en tandwielen gaan ongeveer 25.000 kilometer mee, omdat ik een rustige rijder ben. Dat kan ook niet anders met maar 55 pk!. In het begin liet ik allroadbanden met semi-noppen monteren, zoals de banden waarmee de Transalp af-fabriek werd geleverd. Later heb ik gekozen voor Bridgestone Battlax-banden. Ik heb een keer de banden laten vervangen door een andere leverancier dan Cattier Motoren in Delden, mijn vaste adres voor onderhoud. Na ongeveer 12.000 kilometer bleken er stukken loopvlak van de band af te breken en is deze door Cattier vervangen. Toen bleek dat de band bij het andere bedrijf tegen de rijrichting in was gemonteerd. Ik heb hiervan tijdens het rijden overigens niets gemerkt.’

Heeft de Transalp in de zeventien jaar dat Piet hem in bezit heeft dan helemaal nooit voor problemen gezorgd? Nee, zo extreem is het nu ook weer niet. ‘Een aandachtspunt bij de Transalp zijn de CDI’s. Deze twee kastjes regelen onder andere de ontsteking en gaan wel eens kapot. Het zijn met name de aansluitpunten die door het trillen en dergelijke scheuren. Bij Honda kost een CDI-kastje ongeveer € 350. Dat is toch wel erg veel geld. Eerst heb ik een kastje van Marktplaats geprobeerd. Dat ging enige tijd goed en nadat ik in de omgeving van Zutphen stil kwam te staan omdat de motor nog maar op één cilinder liep, heb ik voor het eerst de Wegenwacht moeten bellen. Ik vertelde de man dat ik thuis nog een reserve-CDI had liggen. Hij maakte de afweging tussen de motor repatriëren of even op en neer naar Goor te rijden. Omdat het rustig was, hebben wij het laatste gedaan en na een kopje koffie kon ik weer met de TA op weg. Op het forum van de Transalp Club las ik dat er door Roukama Motorparts in Wormerveer nieuwe CDI-kastjes tegen de aanzienlijk lagere prijs van € 99 te koop waren. Deze CDI’s komen van dezelfde fabrikant die ook aan Honda levert. Na montage heb ik geen problemen meer gehad. Wel heb ik de kastjes nu liggend gemonteerd, zodat de aansluitpunten worden ontzien.’

Voor een ander (terugkerend) probleem zorgt de opnemer van de kilometerteller in het voorwiel. ‘Nadat ik die een paar keer had vervangen, was ik het beu. Dit onderdeel is van kunststof en kost ongeveer € 50 en vervanging kost ruim een uur werk, inclusief schoonmaken. Nadat ik dit onderdeel drie keer in 5.000 kilometer heb vervangen en ook nog een keer de snelheidskabel was ik er klaar mee. Telkens waren de kunststof wartels afgesleten. Ik heb van Sigma een soort fietscomputer gekocht die geschikt is voor motoren. Nadeel is wel dat deze in het donker geen licht geeft. Ik rij echter zelden in het donker en dan maak ik gebruik van de snelheid die de Garmin Zümo aangeeft.’

Op de brug

M73-Expert Van Sleeuwen komt lachend terug na het gebruikelijk proefritje. ‘De motor mag dan wel dertig jaar oud zijn, hij rijdt nog als nieuw. Ik denk niet dat we hier iets zulen vinden’, aldus de ervaren motormonteur. De remmen zijn simpel: achter een ouderwetse trommel en voor een (al eens vervangen) enkele schijf. Dat is voldoende voor dit type motor. Slijtage is amper meetbaar. Wel is de rempomp een keer gereviseerd. Een heikel puntje bij Honda, en dan met name bij de V-twins, zijn de spanningsregelaars, want die geven nogal eens de geest. Bij deze Transalp is dat nog niet het geval geweest. Of dat er wel aan zit te komen? Bij meting schiet de meter door tot ver boven de 15 volt, wat aan de hoge kant is.

Dat er met de Transalp weinig in de pekel is gereden, maakt dat er amper roest of verweerd aluminium is te zien. ‘En als ik een keer door de pekel heb gereden, gaat er bij thuiskomst direct koud water overheen’, aldus de eigenaar. De balhoofdlagers zijn bij een grote beurt (77.000 kilometer) vervangen. Net als bij alle overige lagers is er ook hier geen slijtage waarneembaar. Piet rijdt nooit met een droge ketting en dat is te zien. Rond het linksysteem heeft zich een hoop kettingvet opgehoopt, maar dat zorgt op zijn beurt dan weer voor extra bescherming van dat onderdeel. Niet erg dus. De lagers van het linksysteem zijn nog nooit vervangen. ‘Maar ik heb ze wel al eens nieuw in het vet gezet’, aldus de eigenaar.

Hoewel de Honda inmiddels als een oud beestje mag worden bestempeld, is de eigenaar niet van plan op korte termijn naar iets anders op zoek te gaan. Piet: ‘De motor rijdt goed, is zuinig en vooral licht. Daardoor is hij eenvoudig te manoeuvreren en te besturen. Ik kan me niets beters wensen.’

Merkenclub

Nederland kent een heuse Transalp Club Nederland (www.transalpclub.nl), naar eigen zeggen de leukste motorclub van Nederland. Ook bezitters van een Africa Twin, Varadero, Dominator, Crosstourer en XLV750R zijn welkom. Met 600 leden is de Transalp Club Nederland één van de grotere clubs in Nederland.

Reparaties en Problemen

40.000 km                accu vervangen
42.000 km                CDI vervangen
76.500 km                CDI vervangen
83.000 km                opnemer kilometerteller vervangen
88.000 km                opnemer kilometerteller vervangen
110.000 km              revisie rempomp