vrijdag 22 mei 2026
Home Blog Pagina 1158

Classic Travel: Naar de Verlokkende Verte

0

Max Reisch uit Kufstein gaat als 18-jarige aan de Weense universiteit economische geografie studeren. Als bijbaantje brengt hij filmrollen van bioscoop naar bioscoop. Al snel koopt de Tiroler zijn eerste motorfiets – een tweedehands 175 cc Puch. In 1931 verkent Max op deze tweetakt ukkepuk het alpenland. Maar de verre verten lonken. Geïnspireerd door de avonturenromans van onder meer Karl May droomt Max van een motorreis naar Bombay. Een 13.000 km lange tocht via de Balkan, dwars door Anatolië en Voor-Azië naar Brits-Indië.

Herbert Tichy

Zijn professor ondersteunt het plan. Wel geeft hij Max de raad eerst een proefrit door de Sahara te ondernemen. Dat gebeurt in 1932, nadat de jeugdige Kradfahrer zijn 175 cc Puch heeft vervangen door een 250 cc tweedehandsje. De route van 9.600 km gaat via Spanje door Marokko, Tunesië, Libië en Italië terug naar Oostenrijk. Meteen na thuiskomst begint Max zijn grote reis naar India voor te bereiden. Hij krijgt van de Puchfabriek een gloednieuwe T250 cc. Verder wordt binnen diplomatieke kringen een hele reeks visa en recommandaties voor Turkse pasja’s, Arabische sjeiks, Perzische khans en Indische maharadja’s verzameld. Kort daarna loopt Max in Wenen leeftijdgenoot Herbert Tichy tegen het lijf. Ook deze student geologie wil graag naar India, maar heeft noch motorfiets noch rijbewijs. Max besluit Herbert als kompaan en duopassagier mee te nemen. Tichy zou later zelf een enthousiaste motorrijder worden. Zo chauffeerde hij tussen 1935 en 1937 solo naar Kashmir om vandaar verder te tuffen naar Afghanistan, Nepal, Tibet en Birma. In 1955 werd Tichy wereldberoemd toen hij in de Himalaya voor het eerst de 8.200 meter hoge Cho Oyu besteeg.

Blamage

27 juli 1933 is de grote dag: Max en Herbert vertrekken uit Wenen. Tot aan de Hongaarse grens vergezellen vrienden en familieleden de jonge helden. Het uitwuiven duurt er erg lang, omdat de douanecontrole twee uur duurt. En daarna En daarna gebeurt iets onaangenaams. Nog geen twintig meter in Hongarije stuurt Max de Puch in een greppel en maken hij en zijn metgezel een ferme buiteling. Wat een blamage… zo onder het toeziende oog van hun uitgeleide. Tot overmaat van ramp blijkt de voorvork krom. Maar een pijnlijker afgang blijft ze bespaard. De Puch zetten ze met brede grijns weer vlug op zijn wielen en behoedzaam reizen ze voort, richting Boedapest.

Nadat de voorvork is rechtgetrokken, spoort de Puch weer als vanouds, zodat ze de uitgestrekte poesta’s in sneltreinvaart doorkruisen. Vervolgens zijn de bergen van Servië en Macedonië aan de beurt en drie dagen later rijden ze het Bulgaarse Sofia binnen. Deze stad biedt een voorproefje van de oriëntaalse wereld, die hen weldra te wachten staat. Bulgarije was namelijk tot 1878 in Turkse handen en Sofia bezit anno 1933 nog vele hammams, moskeeën en soeks. Gelukkig vind je er ook cafés. Max en Herbert laven zich dankbaar aan ‘Bier und Schnaps’, geneugten die ze spoedig moeten ontberen.

Ménage à Trois

De eerste ontmoeting met de Oriënt blijkt weinig verheffend. De Turkse kommies die in de avondschemering eenzaam de grens bewaakt, weigert hen binnen te laten, met de woorden ‘Het is zes uur’. Hierna declameert hij geeuwend dat ‘geen mens dag en nacht kan werken’. De grensformaliteiten zullen moeten wachten tot zonsopgang. Die ochtend doemt een andere hindernis op. Oost-Thracië, het Europese deel van Turkije, blijkt grotendeels verboden terrein te zijn. De militaire zone kan slechts bereisd worden in gezelschap van een soldaat. Maar hoe doe je zoiets met een zwaar beladen solomachine die al twee personen vervoert? De soldaat wordt op de duozit gezet, terwijl Herbert daarachter plaats neemt op de tentzak.

Zo tuffen ze ‘knusjes’ in slowmotion naar Istanbul. Meerdere keren dreigt de karrevracht om te vallen. Zo lang de stoffige piste vlak is, kan de Puch ’t wel trekken. Maar bij hellingen moet iemand afstappen. Max rijdt eerst met de soldaat vooruit, waarna Herbert te voet volgt. De argwanende militair tikt Max op de schouder zodra Herbert uit zicht verdwijnt. Wordt het echt te steil, dan rijdt Max terug om Herbert op te pikken, terwijl de soldaat beiden in het vizier houdt.

Vuurtje maken

In Istanbul maakt het duo op de motorfiets excursies naar de belangrijkste monumenten, zoals de Aya Sofia, Grote Bazar en de Blauwe Moskee. De straten van Istanbul – met duizenden kuilen en gaten – bezorgen Max bijna een zenuwinzinking. Daarom wijkt hij al snel uit naar de ijzeren tramrails. Dat vereist concentratie en durf. Heb je echter de eerste angst overwonnen, dan ‘geht die Sache wunderbar‘, aldus Max.

Acrobatiek is enkele dagen later ook vereist op de hoogvlakten van Anatolië. Het wegdek is er vaak zo slecht, dat urenlang alleen in de eerste versnelling gereden kan worden. Gevaarlijk zijn ook de vele ezelkarren en ossenwagens die zich zonder waarschuwing voor je wielen gooien. Een andere ergernis vormen de pesterijen van de Turkse bureaucratie: dagelijks zeker zes controles. In elk dorp onderzoekt een overijverige diender minutieus de reispapieren. De plaatselijke bevolking daarentegen is de vriendelijkheid zelve. Overal krijgen onze hoofdrolspelers meloenen, brood en eieren. Wil je een lekkere omelet bakken, dan is wel vuur nodig. Lastig als je kampeert op een dorre steppe, waar bomen noch struiken groeien. Daarom verzamelen Max en Herbert verdroogde drek van kamelen en runderen. En als je de ‘Streichhölzer’, de lucifers, bent vergeten? De twee weten raad. Schroef een bougie los, leg die op een met benzine doordrenkte lap, trap op de kickstarter en je hebt een mooi vuurtje.

Zonnesteek

Na het Taurusgebergte schrammen onze vrienden bij Iskenderun de Middellandse Zee. Deze havenstad is ooit door Alexander de Grote gesticht en werd in 1920 bij het Franse mandaatgebied van Syrië gevoegd; het zou nog tot 1939 duren voordat Iskenderun weer Turks werd.

Max en Herbert zijn verrukt over de wegen in Noord-Syrië. Vanwege hun strategisch belang worden deze door het Franse vreemdelingenlegioen keurig onderhouden. De rit naar Aleppo – bekend om zijn citadel, gebouwd door de kruisvaarders – is dan ook een genot. Aangekomen slaat het noodlot echter toe. Barstende hoofdpijn veroordeelt beide heren tot een verblijf van vijf dagen in een hotelkamer. Een te hulp geroepen arts stelt een zonnesteek vast. Na genezing kopen ze meteen twee tropenhelmen voor de komende monsteretappe, door de Syrische Woestijn naar Bagdad. Het wordt een martelgang. Overdag is het zo heet dat de metalen delen van de Puch bij aanraking brandwonden veroorzaken. Daarom rijdt het tweetal tot ver in de nacht door. Wel neemt door slecht zicht het aantal valpartijen toe. Gelukkig vinden ze na drie dagen de bovenloop van de Eufraat. Deze rivier volgen Max en Herbert daarna stroomafwaarts richting Irak. Vanzelfsprekend nemen ze onderweg zo nu en dan een frisse duik in het water. Met kletsnatte kleren stappen ze dan op, waarna de zwoele rijwind hun kloffie in mum van tijd droog blaast: verkwikkendem momenten.

Vanille-ijs

Minder aangenaam is het gevaar van roofovervallen. Daarom escorteert een pantserwagen van het Légion Étrangère het duo vanaf de oase Abu Kamal naar de Iraakse grens. Een grenssteen vermeldt in Arabisch schrift dat de reizigers hier Mesopotamië, het huidige Irak, binnenrijden. Die avond bereiken Max en Herbert een stadje dat nog op geen enkele landkaart staat: Al-Hadithah omvat een honderdtal bungalows en loodsen van gegolfd plaatijzer. Een mobiele stad die in 1933 door Shell als uitvalsbasis wordt gebruikt voor het aanleggen van de oliepijpleiding Kirkuk-Haifa. Een zandstorm verhindert verder reizen. Vervelend is dit allerminst, want twee dagen lang geniet het duo van Engels ontbijt, plumpudding, Scotch-on-the-rocks en vanille-ijs. Na dit verzetje is de hernieuwde kennismaking met hitte, stof en zand natuurlijk zwaar.

Bij Fallujah steken ze per pont de Eufraat over, en rijden Max en Herbert het tweestromenland tussen Eufraat en Tigris binnen. Bagdad stelt teleur. Tevergeefs zoeken beiden de sprookjesachtige wereld uit de verhalen van Karl May en Duizend-en-één-Nacht. In plaats daarvan brede boulevards, moderne tankstations, autoshowrooms en scouts in Engelse padvindersuniformen.

Zagrosgebergte

Beter in de smaak valt Kerbela, de heilige stad van de sjiieten. Dit door palmbossen omgeven pelgrimsoord rond de grafmoskee van imam Hoessein ademt nog de geest van het oude morgenland. Slaapplaats vormt een probleem, omdat niemand ongelovigen herbergt. Gelukkig heeft Max in Bagdad een aanbevelingsbrief gekregen, zodat ze in het huis van de burgemeester mogen overnachten. Zelfstandig door de soeks flaneren kan echter niet. Ze worden tijdens een stadswandeling door soldaten begeleid, die hen – overal vijandige blikken – moeten beschermen tegen fanatieke stenengooiers. Als ze in een koffiehuis een glas limonade bestellen, let de uitbater er nauwkeurig op dat hij niet de hand van Max, een christenhond, aanraakt. Even later horen ze gerinkel: de waard heeft hun glazen kapot geslagen omdat ze onrein zijn geworden.

De globetrotters hebben nu 4.000 km achter de kiezen en er resten nog 9.000 zware kilometers. In Perzië verandert het landschap vlug. Max en Herbert doorkruisen op weg naar Teheran het Zagrosgebergte. Over gevaarlijke haarspeldbochten stijgen ze naar 3.000 meter. De Puch heeft ademnood en de steile bergpassen liggen bezaaid met stenen en gaten. Herbert moet vaker duwen dan achterop zitten. Ook gaan motorfiets en bemanning geregeld onderuit. Dat doet vooral de gezondheid van Herbert geen goed. Zijn benen raken bedekt met wonden, waarvan sommige lelijk ontsteken. Op een gegeven moment kan hij van koorts en pijn niet meer op de Puch blijven zitten.

Zandvliegen

Redder in nood is een vrachtwagenchauffeur, die de doodzieke Herbert in de laadbak meeneemt, voor de zekerheid met riemen vastgesjord. Dan volgt een dagenlange, helse rit naar Teheran. Max heeft moeite het tempo bij te benen. In de Iraanse hoofdstad constateren artsen een zware bloedvergiftiging en ze willen meteen een been amputeren. Gelukkig besluit en ze één dag te wachten. En jawel, de zwellingen nemen af en binnen een week staat Herbert weer stevig ‘auf die Beinen’. Daarop zetten ze de bloemetjes buiten in Teheran, toen nog vergeven van bars, danspaleizen en nachtclubs.

Eind september – na een grote beurt en een nieuwe achterband voor de Puch – gaat de reis verder over de noordflank van de Dasht-e-Kavir, een onheilspellende woestijn, naar de Noord-Iraanse bedevaartplaats Mashhad. Helaas kunnen onze avonturiers door de oroyakoorts daar niet genieten van de prachtige grafmoskee van imam Risa. Deze infectieziekte wordt door zandvliegen overgebracht en kon in 1933 dodelijk zijn. Uitgeput door hoge koorts blijven Max en Herbert na een valpartij soms urenlang naast hun gestrande motorfiets liggen. Met meer geluk dan wijsheid bereiken ze bij Mashhad een Amerikaanse zendingspost. Die verpleegt de pechvogels – weliswaar tegen betaling van ‘greenbacks’ – wekenlang liefdevol.

Hel van Baluchistan

Ook daarna blijven de tegenslagen zich opstapelen. Aanvankelijk wilden Max en Herbert Afghanistan binnenrijden, om over de Kaiberpas verder te knorren naar Brits-Indië. Maar sinds een motorongeval, waarbij een stamhoofd van zijn paard viel en overleed, zijn motorfietsen in dat land ‘machina non grata’. Dat betekent een zuidelijke omweg van 2.000 km door de woestenij van Baluchistan. In deze ‘Hölle aus Sand und Sonne’ groeit niets en woont niemand. Om niet te verdwalen gebruiken ze een opgeheven spoorlijn als wegwijzer.

Meestal hobbelen ze voort over de spoorbielzen, maar af en toe zijn de werkloze rails door immense zandduinen versperd en moeten ze behoedzaam zigzaggen over verraderlijke zoutmoerassen. De Puch begint kuren te vertonen. Hij start moeilijk, omdat de stroomkabels broos worden, waardoor er overal ‘Saft’ komt behalve in de bougies. Ernstiger is dat door het constante gebonk de ene na de andere spaak in het achterwiel breekt. Elke morgen verdeelt Max de overgebleven spaken gelijkmatig over de velg, maar tevergeefs. Het wiel is niet meer rond te krijgen. Ten einde raad zet hij negen spaken uit het voorwiel over. Om de wieldruk te verlagen, besluiten ze dertig kilo aan reserveonderdelen – van lagers, tandraderen, veren, zuigers tot en met een complete carburateur – overboord te zetten.

Sahib, sahib

Max baalt. Hebben ze zo veel dure dingen meegezeuld, hangt het welslagen af van enkele ordinaire ijzeren staafjes. Maar met een gangetje van maximaal 40 km/h lukt het de bewoonde wereld te bereiken. Wat doe je intussen als de zonnebrandcrème op is? Dan smeer je motorolie op je tere huid; een probaat middel. Maar gebruik het goedje niet om eieren mee te bakken. Het duo doet dat één keer. Hoewel de smaak meevalt, blijkt het een funeste uitwerking op de darmen te hebben. Max moest om de paar kilometer stilhouden voor een sanitaire stop. In Quetta, nu Pakistaans maar toen nog onderdeel van Brits-Indië, volgt een week rust. Ze vinden spaken en nemen een heet bad tegen de luizen en vlooien. Fris en monter gaat het dan over prachtig geasfalteerde wegen – van militair belang voor de Britten – richting Lahore. De enige spelbrekers zijn de apen, die stoïcijns op het asfalt blijven zitten. Vervolgens gaat over de bewegwijzerde ‘Great Trunk Road’ naar Amritsar. Deze Indiase stad vormt het religieuze en politieke centrum van de Sikhs, een hindoesekte die het kastensysteem en de weduweverbranding afwijst, net als tabak en alcohol. Even later onthaalt de maharadja van Patiala de Oostenrijkers. Ze mogen in zijn zomerpaleis overnachten met de steun van vijf bedienden. Het ‘Sahib, sahib!’ is dan ook niet van de lucht.

Tai Mahal

In de Indiase hoofdstad New Delhi vormen de globetrotters voorpaginanieuws. Een schare journalisten wil alle ins en outs over hun motorreis en de Puch weten. Hoewel er al wat Britse motorfietsen door de straten van Delhi sjezen, is ’the two-stroke toddler from Austria’, natuurlijk ‘a horse of another colour.’ Na drie dagen beginnen ze aan hun laatste etappe, naar de havenstad Bombay. De wegen in het zuiden zijn bar en boos. Bovendien vergen fakirs, sadhoes en yogi’s het uiterste van Max, omdat deze rondtrekkende asceten, evenals de vele heilige koeien, onder geen beding de weg willen vrijmaken. In Agra bezoeken ze het beroemde praalgraf Tai Mahal, dat een sjah in de 17de eeuw liet bouwen voor zijn overleden echtgenote. Max en Herbert zijn zo verrukt dat ze een hele nacht doorbrengen in het omliggende park. De route naar Bombay gaat vervolgens door de vorstendommen van Gwalior, Bhopal en Indore. In de eerste en de laatste resideren de kompanen wederom in het paleis van de maharadja. Tenslotte arriveren ze na vijf maanden in Bombay. Hier schepen Max en Herbert zich eind december op een vrachtboot naar het Italiaanse Triëst in. Daarvandaan ronkt het tweetal door een winters landschap terug naar Wenen. Onder luid gejuich haalt de stad de twee avonturiers binnen. Onder de toeschouwers is ook de hele directie van de Puchfabriek. Het waagstuk is volbracht!

Cape Fun Tour 2019: Met Michiel van Dam naar Zuid-Afrika

0

Reisreporter van Promotor en MOTO73 én Zuid-Afrika-kenner organiseert van 20 t/m 30 november een pilot reis langs de zuidkust van Zuid-Afrika. De prijs bedraagt per deelnemer €3.500,-, exclusief vliegticket. De maximale groepsgrootte voor de pilot is vier motorrijders.

De pilot vertrekt vanuit Kaapstad. Daar staan de – makkelijk te berijden – motoren klaar. Alle hoogtepunten van de zuidkust van Zuid-Afrika zitten in de reis. We noemen er een paar: Cape Town Waterfront, Karoo woestijn, Big Five Game Drive en struisvogels en walvissen. Tijdens de reis kun je je laven aan exclusieve wijnen en zeer smakelijke maaltijden.

De dagtochten hebben een ontspannen karakter en worden begeleid door een gecertificeerde Zuid-Afrikaanse touroperator.

Meer info over deze trip en de daginvulling per reisdag kun je lezen op www.zatrax.com

Harley-Davidson LiveWire

0

Een elektrische Harley-Davidson. De grote vraag blijft: hoe rijdt de Harley-Davidson LiveWire? Jaap test exclusief de Harley-Davidson LiveWire in Portland, Amerika!

Specs:

Met de Livewire maakt Harley-Davidson de gewaagde stap om als eerste ‘mainstream’ merk de markt te betreden met een volwassen elektrische motorfiets. Met een vanafprijs van is hij € 34.000 is hij stevig aan de prijs, Harley verwacht dan ook niet dat het een verkooptopper wordt. Meer wordt de LiveWire gezien als een eerste stap naar een volwaardig elektrisch assortiment, waarbij de benzinemodellen ook nog alle aandacht krijgen. De accucapaciteit bedraag 15,5 kWh, wat voldoende zou moeten zijn voor een gecombineerde stad/buitenweg/snelweg actieradius van ongeveer 240 kilometer. Bij uitsluitend snelweg is hij na 120 km leeg. De LiveWire is voorzien van een DC snellader, waarmee je de accu in 40 minuten van 0 tot 80 procent kunt vol laden. Aan de thuislader duurt helemaal volladen zo’n 12 uur.

Inhoud, routes & video’s Promotor 06/19

0

Toeren

Frankrijk: Langs de Lot

Alles aan de Lot lijkt in het lood te staan. Dat geldt zowel voor de kaarsrechte rotswanden aan de oevers van deze door Zuid-Frankrijk meanderende rivier als voor de bochtige wegen, waarop we met onze motorfiets zo af en bijna loodrecht naar boven en naar beneden gaan.

Lees verder

Italië: Alpi Lepontini

Rondom het lieflijke Domodossola en de Val d’Ossala, tussen de Simplon-pas, de Gotthard en het Lago Maggiore, vind je de mooiste bochtige weggetjes juist in de zijdalen. In dit noordelijkste puntje van Piemonte vind je verder kleine bergmeertjes en fantastische vergezichten op de Alpen.

Lees verder

TTT5: Grenzenloos Toeren (5-6 september)

Nee, niet elke motorrijder houdt van bloemschikken. Dat mogen wij met z’n allen gerust vaststellen. Wij leven echter in een tijd van hoog oplopende diversiteit. Iedereen zijn zegje, dat idee. Omdat Promotor met zijn tijd meegaat, besteden wij in deze TankTasTocht daarom aandacht aan … bloemschikken. Je kunt bijvoorbeeld een paar heerlijke uurtjes doorbrengen in de kasteeltuinen van Arcen. Tussen de bloemen!

Lees verder

Extra TTT: Hemels toeren in het schemerlicht (14 september)

Oké, oké, als het donker wordt, zie je een stuk minder. Maar je krijgt er rustige wegen voor terug. En als het meezit kun je ’s avonds en ’s nachts juist meer zien. Sterren, planeten, nachtwolken en zelfs het noorderlicht. En dat allemaal gewoon in Nederland. Als je op de juiste plek bent.

Lees verder

Promotor Reizen

Motoren getest

Spullen

Softbags

Bandentest: Continental Trail Attack 3

0
Continental Trail Attack 3, Trail Attack 3 allroadband, allroads, bandentest, Continental, BMW R1250GS, Conti tyres

Vertrouwen in je schoeisel. Dat is het voornaamste wat een motorrijder van een motorband verwacht. Bij Continental hebben ze dat begrepen en De Continental Trail Attack III is – zoals zijn naam doet vermoeden – de derde generatie van de band die ontwikkeld wordt voor zware, krachtige allroadmachines. Denk aan een Ducati Multistrada 1260S, Honda Africa Twin of de BMW R1250GS. Machines vol elektronica maar vooral met een enorme bult koppel en pk’s aan boord. Daarbij zijn het machines die door de berijder vaak worden beladen met flink wat bagage. Van laatstgenoemde BMW staan overigens veruit de meeste machines voor ons klaar in Spilia, op het westen van het eiland. Of het een hint is waar de Duitsers de beste verkoopresultaten hopen te boeken? Misschien.

Inrijtijd

Tijdens een rit van bij elkaar zo’n 230 kilometer wordt hopelijk duidelijk hoeveel vertrouwen de nieuwe generatie weet te genereren. Want dat is toch één van de dingen waar de Duitse fabrikant hoog op inzet. Laten we beginnen bij het begin. De TA3 heeft een veel kortere inrijtijd dan je misschien van andere banden gewend bent. Dat heeft te maken met een nieuwe coating in de mal. TractionSkin noemen ze dat. Daardoor is het vettige laagje – waarmee de band makkelijker loskomt – niet meer nodig. Dat zorgt er dus voor dat je met je nieuwe band veel minder lang rustig aan moet doen om glijpartijen te voorkomen.

Compound

Hetzelfde gaat op voor de opwarmtijd. Door de compound van de band is het mogelijk gemaakt om in relatief korte tijd de band al op zo’n temperatuur te krijgen dat je het gevoel hebt dat je zoekt. Conti claimt dat de optimale temperatuur al na 1500 meter van het vertrekpunt bereikt kan worden. Bij normaal rijden zou de voorband eerder warm moeten worden dan de achterband. Dat komt de wendbaarheid en het gevoel in het korte werk ten goede. Bij sportief gebruik zou het andersom moeten zijn waardoor je ook op snelheid veel grip hebt.

Iets zacht

Het is nog wat fris als we rond negen uur eindelijk eens wegrijden. De buitentemperatuur is zo’n 13 graden. De voorgeschreven bandenspanning is 2.5 bar voor en 2.9 achter. In de ochtend staat de voorband op 2.4, de achterband staat wel netjes op 2.9. Met normale snelheden rijden we weg. Echt veel kans om op de opwarmtijd te letten is er aanvankelijk niet omdat de wegen verbazingwekkend slecht zijn. Slib, zand, water en soms gewoon hele stukken waar het asfalt op één baan is weggespoeld. Op z’n zachtst gezegd is het redelijk acclimatiseren. Gelukkig is het droog waardoor het vuil de weg niet al te glibberig maakt.

Vuil

Eenmaal gewend aan de wat vreemde lijnen die je moet maken om in een bocht niet finaal in een kuil te rijden gaat het beter. Natuurlijk beweegt de band soms wat vreemd doordat er nog net iets van vuil in een bocht ligt, maar dat je dan wat minder grip hebt ligt in mijn ogen niet zozeer aan de band. Die geeft echt wel vertrouwen. Als we na de koffie wegrijden en we vrijwel direct een onaangetast stuk asfalt voor de kiezen krijgen, valt het op dat de band eigenlijk al voldoende op temperatuur is om er eens lekker voor te gaan zitten. Het tempo stijgt namelijk rap in de groep. Met negentig een bocht induiken zonder zeker te weten dat er geen vuil ligt doe je namelijk niet met een band die je niet vertrouwd.

90-10

Ik denk dat daar wel een flinke les uit getrokken kan worden. Qua verhouding straat/offroad geeft Continental een verhouding van 90-10 % op. Daarom is het dan ook dat we onderweg een tweetal gravelpaden voor de kiezen krijgen. Met de GS gaat dat prima, maar als ik even later de overstap heb gemaakt naar een S1000XR is het toch best wel ploeteren in het mulle zand dat zelfs voor de gids als een verrassing komt. Overduidelijk wordt het dat de Trail Attack III zeer straat georiënteerd is. Je plekje zoeken op het campingveld of een goed aangereden gravelpad zijn te doen, meer dan dat moet je eigenlijk niet verlangen.

Levensduur

De 230 kilometer door olijfboomgaarden, valleien en bergen – waar we zelfs nog sneeuw tegenkomen om het pallet van verschillende omstandigheden compleet te maken – is sneller voorbij dan ik dacht. De bandenspanning is zowel voor als achter met 0.1 bar gestegen. Het enige dat we niet konden testen is de toegenomen levensduur waar Conti mee te koop loopt. Doordat tijdens de fabricage met de temperatuur wordt gespeeld kan de band opgebouwd worden uit één compound die toch verschillende eigenschappen heeft. Daarmee zou je veel meer kilometers kunnen maken zonder dat het gevoel degradeert. Maar goed, dat valt op zo’n minitripje onmogelijk aan te voelen. De banden waarmee we op pad gingen waren ook niet hagelnieuw – er stond ongeveer 300 kilometer op – waardoor we de ‘inrijkarakteristiek’ ook niet konden ondervinden.

maatvoering Continental Trail Attack 3

Mini MV Agusta’s

0
MV Agusta samenwerking Loncin

Door veel grote fabrikanten wordt er de laatste jaren aandachtig naar de Aziatische markt gekeken. Want ja, als je een afzetmarkt van een paar miljard mensen kunt bedienen met een goed verkopend model is dat natuurlijk reuze interessant. Naast Honda, Suzuki, Yamaha en Kawasaki is ook KTM in Azië te vinden. Dat merk heeft bijvoorbeeld al fabrieken in India en China. Ducati en BMW zitten in Thailand net als Triumph, dat ook al een fabriek in India heeft. Nu komt er nog een speler bij. In China worden er binnenkort namelijk Mini MV Agusta’s gebouwd.

Hulp

Dat doet het merk echter niet geheel op eigen kracht. De Italianen zijn namelijk een samenwerking aangegaan met Loncin Motor Company. Dat bedrijf – gevestigd in Chongqing, een stad in het binnenland van China – is gespecialiseerd in het produceren van 350 tot 500 cc motorfietsen. En met gespecialiseerd bedoelen we dan dus dat het bedrijf een jaarlijkse productiecapaciteit heeft tussen de 2,5 en 3 miljoen motorfietsen. Goede dagschotel! Over hulp gesproken.

Wat te verwachten is dat de Chinezen het blok leveren en de Italianen het ontwerp. Zoals dat bij andere Italiaanse fabrikanten momenteel ook gebeurd. Neem bijvoorbeeld Benelli of SWM. Toch gaat dit partnerschap iets verder. De twee bedrijven gaan namelijk ook motorfietsen bouwen met een 800cc blok van Loncin. Een simpele optelsom zou dan betekenen dat een machine als de Brutale 800 een Chinees neefje krijgt. Dat MV Agusta’s Russische CEO Timur Sardarov het heeft over een verdere versteviging van een premium merk als MV Agusta op de Aziatische markt doet vermoeden dat dit best eens het geval zou kunnen zijn.

Geen onbekende

Andersom is het goed mogelijk dat we Mini MV Agusta’s in Europa zouden kunnen gaan zien. Die kunnen ingezet worden om jongeren voor een relatief laag bedrag te introduceren in de MV-familie. Ook Harley-Davidson is bezig met een dergelijke ontwikkeling. Een beetje zoals BMW dat met hun G310-lijn doet. Leuk detail overigens: Loncin bouwt ook het motorblok van BMW’s F850 GS. Loncin is voor ons Europeanen dus absoluut geen onbekende speler.

De beste motorevenementen in Europa – volgens TomTom

0
Glemseck 101, Bol d'Or, Malle Mille, X Games, Colombres Rally, TomTom, roadtrip

De zomerperiode is voor veel motorrijders hét moment om hun scheurijzers van stal te halen. Want wat is er nu een mooier dan met een groep motorfanaten over het asfalt te racen. Met de zon in de rug tijdens een onvergetelijke roadtrip? Geen enkele ervaring overtreft de spanning van één worden met je motor terwijl je opgaat in de omgeving. Maar ja, een roadtrip verdient wel een passende bestemming. TomTom heeft, speciaal daarvoor, een selectie gemaakt van de gaafste bestemmingen voor motorrijders. Zeker voor zij die niet alleen willen genieten van mooie wegen en uitzichten, maar ook op zoek zijn naar een klapper van een hoogtepunt op hun reis.

Malle Mille

Het eerste event dat er aan zit te komen is de Malle Mile, dat plaatsvindt van 26 tot 28 juli. Het prachtige Kevington Hall in Londen is de thuisbasis. Duizenden motorfanaten zullen aanwezig zijn en blijven kamperen, terwijl ze genieten van feestjes, heerlijk eten en het beste op het gebied van custom motorfietsen. Het hoogtepunt? Té gekke motorraces. Meer dan 450 motoren nemen gedurende het weekend deel aan een race; iedereen op twee wielen is uitgenodigd om hieraan mee te doen.
Glemseck 101, Bol d'Or, Malle Mille, X Games, Colombres Rally, TomTom, roadtrip

Duitsland of Noorwegen

Eind augustus staat je een lastige keuze te wachten: of je gaat naar Duitsland voor het Glemseck 101 weekend van 30 augustus tot 1 september, of je pakt je motor richting het noorden en stelt Oslo in als bestemming voor de X Games Noorwegen op 31 augustus.

Het Glemseck 101 vindt nu voor het 14de jaar plaats. Meer dan honderdduizend bezoekers verzamelen zich op de 1,5 kilometerlange paddock van het voormalige circuit de Solitudering in Leonberg. Hier zullen twee- en vierwielvoertuigen tot en met de jaren 1960 tegen elkaar strijden. Het is de droom van elke motorrijder: een evenement vol custom motorbouwers evenals motorclubs, live muziek en natuurlijk lekker eten. De 1/8 mijl dragrace vormt het jaarlijkse hoogtepunt. Iedereen van plaatselijke custom motorbouwers tot racelegendes zoals Freddie Spencer en Kevin Schwantz begeven zich naar de startlijn om de strijd aan te gaan.

Glemseck 101, Bol d'Or, Malle Mille, X Games, Colombres Rally, TomTom, roadtrip

Als je hart meer verlangt naar Scandinavisch avontuur, dan kies je voor de pelgrimstocht naar Oslo voor de X Games Noorwegen 2019. Voor de avonturier op twee wielen wordt het niet veel spannender dan dit. Met een voorstelling met freestylelegendes die het stadiumpubliek versteld doen staan met onmogelijke trucs die de zwaartekracht tarten. Tel daar de snowboard-, ski- en zelfs skateboardtricks van grote hoogten bij op en je hebt een geweldig ééndaags spektakel.

Voor de klassieke motorfan

Als je een motorfiets rijdt van vóór 1988 en op zoek bent naar iets meer avontuur, kies er dan voor om naar Zuid-Spanje af te reizen voor de Colombres Rally. Deze rally wordt elk jaar van 6 tot 13 oktober gehouden en is voor de klassieke motorfan echt een beleving om van je bucketlist af te strepen. Tijdens de Rally heb je de mogelijkheid om een week lang dagelijks routes van 125-250 km af te leggen door de mooiste omgevingen van Spanje. Tussen de bergen van Picos de Europa en de Cantabrische Zee is ieder stukje asfalt natuurlijk prachtig. Een mooie bijkomstigheid: de organisatie biedt pechhulp voor grillige motoren, zo ga je met een gerust hart de weg op. Je kunt je nu al aanmelden mits je een motorfiets hebt die voldoet aan de voorwaarden.

Iconische Paul Richard

Het laatste event op de lijst is de legendarische Bol d’Or 24-uurs Endurancerace die van 20 tot 22 september plaatsvindt op het iconische Paul Ricard circuit in Frankrijk. Reis met duizenden motorrijders af naar het kamp, feest samen en vang een glimp op van het ongelofelijke spektakel, waarbij racemotoren van 1000cc op centimeters afstand op een donkere racebaan strijden om het kampioenschap.

Kortom: of je zelf in actie wilt komen of liever achterover leunt in het gezelschap van andere motorrijders, er zijn genoeg mogelijkheden om de weg op te gaan de komende maanden.

Meer informatie, onze routes ontdekken of je favoriete reizen delen met TomTom Road Trips? Ga dan naar de website: roadtrips.tomtom.com of volg @TomTomDrivers en #TomTomRoadTrips.

TTT5: Grenzeloos Toeren – 7-8 september

9

De laatste tijd horen we vaak dat Explorer problemen geeft bij het downloaden. Je krijgt alleen maar letters en cijfers te zien. Chrome is een betere browser voor wat betreft downloaden. Die heeft niet de problemen die Explorer wel heeft.

Hang je enorm aan Explorer? Doe dan het volgende: zet je cursor op de downloadknop. Doe rechtermuisknop/klik en vervolgens kies je Bewaar als. Voor je bewaart verander je .xml in .gpx. Als dat niet kan, sla het bestand dan op en ga naar de map waarin je downloads binnen komen. Selecteer het bestand zodat je de naam kunt wijzigen. Verander dan .xml in .gpx. Is een work around die vaak werkt. De route is afgelopen week al gereden en goed bevonden door Bert Borger.

Nee, niet elke motorrijder houdt van bloemschikken. Dat mogen wij met z’n allen gerust vaststellen. Wij leven echter in een tijd van hoog oplopende diversiteit. Iedereen zijn zegje, dat idee. Omdat Promotor met zijn tijd meegaat, besteden wij in deze TankTasTocht daarom aandacht aan … bloemschikken. Je kunt bijvoorbeeld een paar heerlijke uurtjes doorbrengen in de kasteeltuinen van Arcen. Tussen de bloemen!

Paul Vreuls

TankTasTocht #5 heeft nog veel meer verrassingen in petto. We rijden van De Maasduinen naar de Rijn en dan weer omhoog, de stuwwal op bij Groesbeek, om te eindigen in het coulisselandschap bij Dinxperlo in de Achterhoek. De feestelijkheden nemen een aanvang in Venlo. Ik was er een jaartje of dertig niet meer geweest en ja, dan raak je snel de weg kwijt. Tjonge, wat is de boel daar op de schop gegaan. De kern blijft echter recht overeind: een fijne verzameling straatjes, met als hoogtepunt de Markt en het oude stadhuis. Ik loop ook nog even het Limburgs Museum binnen, waar net een overzichtstentoonstelling wordt gehouden van de plaatselijke held Evert Thielen, een man met een goed oog voor de vrouwelijke borst. Goeiedag, wat een memmen!

Van een heel andere aard is het Missiemuseum in Steyl, net onder Venlo. Het is echt zo’n museum waar je rode oortjes krijgt van opwinding. ‘Moet je dit zien… En dit… En dit!’ Ik doel vooral op het insectenkabinet van broeder Berchmans, met zijn uilenkopvlinders, herculeskevers en stoksprinkhanen. Dat het bestaat! En dan zijn we nog niet in de grote zaal geweest, met opgezette dieren van over de hele wereld. De collectie is te danken aan de missionarissen van de Congregatie van het Goddelijk Woord, die zich vanuit Steyl in alle windrichtingen begaven.

Vanuit het kloosterdorp – Steyl telt er drie! – steken we met de veerpont de Maas over en daar begint het vrije rijden. Over de Brangk gaat het, hup de Legioendijk op en maar sturen, tot achter Venlo, waar zich onverwacht een eerste heuvel aandient, de Herungerberg. Boven blijken we zo’n beetje in Duitsland te zitten. ‘Frische Eier’ staat er en zo zeggen wij dat niet. Het is er ook meteen ruimer en rustiger, met minder auto’s en minder huizen. Vriendelijk platteland.

Wenkbrauw omhoog

De volgende stop is bij de kasteeltuinen van Arcen. Zelf ben ik niet zo van dit soort over-geregisseerde parken, waar bij wijze van spreken over elke boom is nagedacht. Na een uur of wat ronddwalen geef ik me echter gewonnen. Neem die in bonsai-vorm gesnoeide bomen in de Oosterse Watertuin. Ja, dan gaat er toch wel een wenkbrauw omhoog. En als zich de rotsvallei vol droge dennen aandient, is Spanje niet ver weg, of de Verenigde Staten. Zo worden deze jongen de ogen echt geopend. Uiteindelijke conclusie: een rondje door de kasteeltuinen van Arcen is als een reis langs verre oorden, compleet met een kolonie roze flamingo’s en een schreeuwende pauw in de boom.

Kasteel Arcen ligt in nationaal park De Maasduinen, met rivierduinen die zich door de overheersende westenwinden op de oostelijke oevers van de Maas konden ontwikkelen. In motortermen betekent dat het betere rijden, over een golvend landschap, nu eens naar links, dan weer naar rechts. De Arcenerstraße herinner ik me, de Lingsforterweg, de Dorperheideweg, de Heerenvenweg: goed sturen en zo zeilen we Duitsland weer binnen, deze keer te herkennen aan de jagershutten en de vele rolluiken.

Uiteindelijk belanden we in Kevelaer, een pelgrimsoord en kenners weten wat dat betekent: wapperende banieren in de straten, beierende klokken en kaarsen, véél kaarsen. De muren van de Kerzenkapelle zijn zelfs helemaal zwartgeblakerd van de rook. Ook is er – dat gaat hand in hand in pelgrimsoorden – veel horeca, want al die pelgrims moeten worden gevoed en gehuisvest en ze willen natuurlijk een aandenken voor thuis kopen, al is het maar een boxershort of een leuk hoedje. Het overheersende beeld in de binnenstad: oudere echtparen die tevreden achter een kop koffie zitten. Er komt een moment dat je niet meer nodig hebt.

Moderne kunst

By far het mooiste stuk van de route dient zich aan als we via de Zwarteweg, Holleweg en Neutrale Weg de stuwwal bij Groesbeek op sturen. Niemand kan het horen, maar ik zit gewoon in mijn helm te schreeuwen van opwinding: wat een uitzicht! En het wordt er niet minder op als we even later op de Grafwegener Straβe rijden, met rechts oplopend de bossen van het Reichswald en links een brede vallei, kilometers lang. Het enige waarvoor je hier moet opletten, is dat je van de weeromstuit niet te hard van stapel loopt; 120 kilometer op de teller is misschien wat overdreven.

De laatste stop in Duitsland voordat we definitief in Nederland terugkeren is in Kleef. Ook hier reageert Promotor op de alom gehoorde roep om meer diversiteit. Ook al weten we dat er motorrijders zijn die niet van moderne kunst houden, bezoeken we toch het Museum Kurhaus Kleve. De omgeving is fantastisch, maar binnen vrees ik het ergste, want van Joseph Beuys heb ik nooit iets begrepen. Kijken of het nu lukt.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-TTT5-2019.GPX”]

50 Jaar Honda CB: Nokken & kleppen

0
Honda CB blok nokkenas en kleppen

Adem in. Adem uit. En adem weer in. Liters verse lucht verplaatsen wij, altijd klaar voor het juiste mengsel. Want een vlam zonder lucht slaat dood, doet niets. Zuurstof is waar alles om draait. Wij zijn de poortwachters. Laten in, sluiten af, wachten op de klap, en voeren af wat klaar is, opgebrand, om plaats te maken voor hetzelfde ritueel. Geen team als de onze. Zestien stuks sterk, gegeseld door meedogenloze stalen zwepen, gedwongen door nokken, glad als de warme olie die ons omhult. Het neusje van de zalm, precisie-instrumenten, klein van stuk, kwetsbaar soms, maar perfect op elkaar ingespeeld. Wij staan bloot aan enorme hitte, krijgen klap na klap van ijskoude lucht en laten niets ontsnappen. Doeners, scherprechters, klaar om het spel van energie te spelen tot onze stelen verworden tot stompjes.

Maar het team is uitgespeeld, uitgerangeerd en hulpeloos klitten we bij elkaar. Onze functie maakt ons tot wat we zijn, en zonder functie vallen we weg bij de grootsheid van de rest. Wie maalt er nog om een hoopje staal, miezerig, plakkerig en zwartomrand? De smeltoven dus, waar we opgaan in iets moois, groots om wellicht ooit weer opnieuw te beginnen.

Jaap van der Sar

In 2019 bestaat de Honda CB750 50 jaar. Deze Honda betekende de nekslag voor veel motormerken, maar luidde ook de nieuwe tijd in. De motorfiets evolueerde van functioneel vervoersmiddel naar recreatief genotsmiddel. Omdat het zonde is een ’69 blok uit elkaar te schroeven, hebben we dat gedaan met een ’79 blok. Een vierklepper in plaats van een twee.

Italië: Alpi Lepontine

2

Rondom het lieflijke Domodossola en de Val d’Ossala, tussen de Simplon-pas, de Gotthard en het Lago Maggiore, vind je de mooiste bochtige weggetjes juist in de zijdalen. In dit noordelijkste puntje van Piemonte vind je verder kleine bergmeertjes en fantastische vergezichten op de Alpen.

Klaus H. Daams

Op het Formule 1-circuit van Monza was er onlangs een poging om een wereldrecord te vestigen. Aan het eind daarvan bleef de klok staan op een sensationele 2:00.25. Wie een beetje verstand heeft van motorsport is daarvan niet onder de indruk. Het officiële ronderecord op de 5,8 kilometer lange piste van Monza is immers in handen van Rubens Barichello, die zijn Ferrari daar in een tijd van 1.20,089 rondstuurde. Bij de motorfietsen is het record in handen van WK Superbike-coureur Tom Sykes met 1.41,223. Het gaat hier echter om prestaties van een heel andere orde. Dit is de tijd die de Keniaan Eliud Kipchoge bij een recordpoging neerzette. Hij miste de twee-uurbarrière op een haar na, met slechts 25 seconden. Toch is hij daarmee de snelste mens die ooit de marathonafstand van 42,195 kilometer heeft afgelegd. Helaas wordt deze recordpoging niet officieel erkend, aangezien dit door Nike georganiseerde spektakel “onder laboratoriumomstandigheden” plaatsvond.

“Metingen onder laboratoriumomstandigheden” mogen dan een actueel thema zijn, toch heeft dat heel weinig met onze reis te maken. Wij zijn in Agriturismo La Tensa aanbeland, lichtjaren verwijderd van het marketingkabaal en het circus op het circuit. We zitten in een zorgvuldig gerestaureerd dorp, dat heel originele overnachtingsmogelijkheden biedt en dat met zijn uit natuurstenen opgebouwde huizen het decor lijkt voor nieuwe verhalen met Fred Flintstone en Barney Rubble. Van daaruit vertrekken we – zonder onze eigen voeten als motor te moeten inzetten, zoals de familie Flintstone dat met zijn prehistorische voertuigen moest – naar het zes kilometer verderop gelegen Domodossola. Daar vindt op een vroege zondagmorgen in mei het traditionele Bikersontbijt plaats, om precies te zijn op het Piazza Mercato, de door renaissancehuizen en paleizen met balkonnetjes, erkers en arcades gelardeerde ‘woonkamer’ van dit pittoreske stadje.

Zegening

Dat geeft dan weer aanleiding voor een heel ander soort recordpoging, namelijk de vraag: hoeveel motorfietsen passen er dit jaar weer op het middeleeuwse marktplein? Afhankelijk van het weer zijn dat er meer dan 200, van afgeragde Africa Twins tot hoogglans gepolijste scooters en racers en zelfs bonkige V-Rods. Daarbij de vraag: hoeveel decibel kan het stucwerk van de historische façades aan? En met welke snelheid de snelste van dit bonte gezelschap na de afspraak in Domodossola doorrijdt naar het Moto Benedizione, een motorfietszegening die om elf uur op de Simplonpas in het naburige Zwitserland wordt gehouden. Daarbij zijn doorgaans tot 4.000 machines aanwezig. Tja, dat weet alleen de ‘racedirectie’. Daarbij voor de volledigheid: het wereldrecord voor motorfietsen op een circuit is in handen van Andrea Iannone, wiens Ducati in Mugello 349,6 km/u haalde.

Doorgaans wordt de fotogenieke watermassa omgeleid voor het opwekken van elektrische energie

We besluiten echter om de karavaan niet helemaal naar Simplon te volgen. In plaats daarvan sturen we de Multistrada 950 naar het noordelijkste puntje van de Piemonte, die zich als een omgekeerde V in het rijk van de drieduizenders om de Passo di San Giacomo vleit. Die ligt alweer een flinke steenworp van de Nufen-pas. De geplande verbindingsroute met Tessin is nooit gebouwd, zodat de SS659 door Valle Antigorio en Val Formazza uiteindelijk als een cul de sac doodloopt achter het oeroude valleidorp Riale en kort voor San Giacomo aan het Lago di Toggia. Op het meer ligt nog een dun laagje ijs, maar dankzij verkeersluwe, bochtige weggetjes en een vriendelijk voorjaarszonnetje wordt het ons onderweg toch nog warm rond het hart. Terwijl een heftige slingercocktail bij Foppiano de Brembo’s kersrood laat kleuren en de botanische coulissen al in volle bloei staan, brengt de Cascate de Toce, met 143 meter één van de hoogste en voor de vele bewonderaars ook één van de mooiste watervallen in de Alpen, landschapsliefhebbers in vervoering. Dat doet hij echter alleen op bepaalde, voor toeristen relevante tijden, aangezien de fotogenieke watermassa doorgaans wordt omgeleid voor het opwekken van elektrische energie.

Hoge hakken

Verzamelpunt voor het zondagse namiddaggenot is Bar Fattorini in Baceno. Daarbinnen zitten de mannen dicht op elkaar voor de televisie, gefascineerd kijkend en gedreven discussiëren over hoe Dovizioso, Marquez en Rossi de natuurkundige wetten trotseren tijdens de MotoGP van Spanje: buiten paradeert het lieftallige deel van de bevolking voorbij op hemels hoge hakken. Ook dat is een adembenemende en artistieke topprestatie. Ondertussen geeft een display op de kiosk er tegenover aan dat het 23 graden is.

Wie niet verzadigd is van het fraaie beeld kan zich verzadigen met een heerlijke maaltijd in Ristorante Bistrot.

We snijden een stukje af door de soms met grove rotsen en soms met schilderachtige kapelletjes geflankeerde Valle Devero en geven dan gehoor aan de lokroep van de Simplon-pas. Tot nu toe werd vanwege het door vorst geteisterde wegdek nogal wat van de veerwegen van de Multistrada gevergd, maar op de brede en belangrijke noord-zuidverbinding tussen Zwitserland en Italië wordt meer gevraagd van onze zelfbeheersing met betrekking tot de openingshoeken van de gaskleppen, zeker omdat de E62 door Val Divedro en de smalle Gondo-kloof ons diverse malen in bekoring leidt. Het is immers minder prettig voor deze reisklasse wanneer je ondanks de hemelse zegen bij de Moto Benedizone toch nog wordt getroffen door een duivelse straal uit een radarpistool. Je krijg zelfs een bekeuring als je de contactsleutel in het slot laat zitten wanneer je je niet in de onmiddellijke nabijheid van je motor bevindt. Dat ondervindt een collega op de parkeerplaats van Hotel Monte Leone, als hij na een kort oponthoud bij zijn Honda Hornet terugkeert. Daarna heeft hij bijna geen oog meer voor het fantastische Alpen-panorama tussen Hübschhorn en de met gletsjers bedekte Fletschhorn. In plaats daarvan droomt hij van een machine met keyless contact en transponders.

360-graden-kunstwerk

Voor het laatste breedbeeldspektakel van vandaag dalen we weer 1.700 meter af naar het nu verkeersvrije Piazzo Mercato. Het is een kring van grillige façades van winkeltjes, bars en cafés, ondergedompeld in een romantisch, geeloranje schijnsel van de lantaarns: een zeer geslaagd 360-graden-kunstwerk, dat scherp contrasteert met het hoogtechnologische tft-display van de Ducati. Wie niet verzadigd is van het fraaie beeld kan zich verzadigen met een heerlijke maaltijd in Ristorante Bistrot. Daarna moeten we in het donker terug naar ons huttendorp La Tensa, waarbij we op het laatste deel van de route worden getrakteerd op een offroadpassage, zodat de veerwegen van de vorkpoten nogmaals op de proef worden gesteld.

De cirkelvormige, stekelige rotswand ziet eruit als een kettingwiel, bedekt met sneeuw als een laagje witte kettingspray

Naar de zijdalen in het noorden lopen twee verdere landweggetjes, die ten zuidwesten van Domodossola diep in de bergketen doordringen; tot onder een cirkelvormige, stekelige rotswand die er uitziet als een kettingwiel, bedekt met sneeuw als een laagje witte kettingspray. Bijzonder fraai is – afgezien natuurlijk van het landschap – dat je hier geen doorgaand verkeer aantreft! Zo halen we in Valle Anzasca alleen een keer een arbeider in die zijn Fiat Ducato de sporen geeft alsof deze zelfontbrander partij zou zijn voor de rode diva uit Bologna. De bergwand van de 4.634 meter hoge Monta Rosa aan het einde van het dal bij het skiresort Macugnaga kan wel concurreren, maar dan met de zich niet ver hier vandaan bevindende Matterhorn, die hij met 156 meter overtreft. Aan de andere kant: wat kunnen zulke getallen jou schelen als je lekker relaxed op het terras van herberg Mondo d’Oro in Ceppo Morelli zit, achtte een heftige broodmaaltijd, met daarnaast grappige figuurtjes op de suikerzakjes voor je cappuccino. Voor de afwisseling is het ditmaal niet de twin die het trommelvlies in de tunnel masseert met zijn prachtige timbre, maar de slagen van de klokken van de Chiesa di Croppoe. Ook in het volgende dal, de Val di Antrona, zijn de motorfietsen bijna alleen op een met louter chlorofyl doordrenkte bodem. Rijgenot in voorjaarsdecor. “Alles is zo mooi groen hier”, zou Nina Hagen misschien kwelen, om vervolgens niet te kunnen beslissen of ze aan het einde van het dal links naar het Lago d’Antrona en het Lago di Campliccioli of rechts naar het Lago Alpe del Cavalli zou gaan. Of dat ze de wandelschoenen onder zou binden en over de Antronapas naar het Zwitserse Saastal zou hiken.

Onder wit geschminkte bergtoppen schittert het licht gerimpelde meer, alsof dat een avondgarderobe van blauwe chiffon draagt

Wij zoeken daarentegen een ander meer op, het Lago Maggiore, dus eerst door de Valle Vigezzo tot aan Malesco, daar rechtsaf en over de SP75 door Valle Cannobina. Ik heb geen idee wat de schepper van deze prachtige, zich door een smalle canyon slingerende asfaltworm precies heeft gerookt, maar zijn werk is bijzonder geslaagd. Je mag hierover niet klagen of meer verwachten, zoals in het sprookje van de vissersvrouw Ilsebill, en nog meer bochten en nog meer serpentines eisen: hij zal het uit de Valle Cannobina afbuigende slingerweggetje naar Gurro ook zeker waarderen, maar kort voor het bergnest als extraatje ook een klaphelm wensen, om en passant Marilyn te knuffelen, wiens beeltenis door een onbekende kunstenaar op een bergwand is geschilderd.

Italiaans karakter

Schoonheid in overvloed bij het Lago Maggiore: Onder wit geschminkte bergtoppen schittert het licht gerimpelde meer, alsof dat een avondgarderobe van blauwe chiffon draagt; over uitgebouwde promenades met sjieke restaurants lopen kelders in kostuum trots op en neer, als pinguïns. Dat zouden wij vanuit onze gemotoriseerde logeplaatsen prima en relaxed kunnen bekijken, terwijl we in een lekkere cadans over de langs de oevers van het meer lopende wegen swingen. Ware het niet dat we nog op zoek moeten naar een kamer, wat in een drukbezochte bestemming als deze zonder reservering nog wel eens een probleem kan worden. Maar we hebben geluk, in Cannero Riviera aan het einde van een doolhof van steegjes ontdekken wij Hotel Cortile, een knus verblijf in de nabijheid van de promenades. Waar palmen, zonneschermen en een adembenemende zee aan lichtreflecties uit het meer het afscheid de volgende ochtend moeilijk maken, terwijl al die mooie boten, Lambo’s, Alfa’s en Piaggio Apes wel mogen blijven. Bella chiao, bella chiao? Bella Multi!, die overal een flinke portie Italiaans karakter mee naar toe neemt, en dat niet alleen voor twee uren of dagen.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/PRO0619_Alpi_Lepontine.gpx”]

Reisinformatie

Algemeen

Vanaf Val d’Osta buigen vier zijdalen af als takken van een boom. Ze voeren als bochtige vertakkingen ver in en op het gebergte van de noordelijke Piemonte. Wie het daar te rustig vindt, kan afdalen naar de pulserende oevers van het Lago Maggiore. De route die wij in twee dagen reden, is goed voor ongeveer 450 kilometer.

Heenreis

Vanuit Venlo is het over de Autobahn via Basel, Martighny, Brig en de Simplon-pas ongeveer 860 kilometer tot Domodossola. Een alternatieve route is door Zwitserland, over de Gotthard tot Bellinzona en Locarno en van daaruit over de SS337 door Centovall naar het doel. Je hebt voor Zwitserland wel een tolvignet nodig. Een andere mogelijkheid is een traject over de Furka- of Grimselpas, mits die niet vanwege de winter gesloten is.

Accommodatie

Agriturismo La Tensa, Loc. Tensa, I-28845 Domodossola VB, tel 0039-3459566496, www.agriturismotensa.it, € 100,- per nacht in een stijlvol appartement in een gerestaureerd huttendorp met restaurant, zes kilometer buiten Domodossola richting Domobianca, 46°06’00”N, 008°16’31”E.

Hotel Il Cortile, Via Massimo D’Azeglio 73, I-28821 Cannero Riviera VB, tel. 0039-0323787213, eenpersoonskamer vanaf € 78,-, tweepersoonskamer vanaf € 110,-, traditioneel huis met binnenhof, ongeveer 100 meter van de promenade van het Lago Maggiore.

Rifugio Bimse, SS659, I-28863 Formazza VB, tel 0039-3395953393, www.bimse.altervista.org, logies/ontbijt € 40,-, halfpension € 50,-, eenvoudig hotel voor een grandioze bergwand tussen Passo di San Giacomo en Lago di Toggia.

Albergo Rotenthal, Frazione Ponte 91, I-28863 Formazza VB, tel.0039-032463060, www.rotenthal.it, logies/ontbijt € 40,-, halfpension € 59,-, een tip van het Tourist Office Domodossola.

Hotel Mondo d’Oro, Via Martino Trabucati 9, I-28875 Ceppo Morelli VB, tel. 0039-0324890118, www.hotelmondodoro.com, eenpersoonskamer vanaf € 40,-, tweepersoonskamer vanaf € 70,-, familiehuis in Valle Anzasca, aan de voet van het Monte-Rosa-massief. Kampeerders vinden bij het Lago Maggiore bijvoorbeeld iets ten noorden van Cannobio meerdere campings direct aan het meer.

Toeristische informatie