vrijdag 22 mei 2026
Home Blog Pagina 1159

Frankrijk: Langs de Lot

0

Alles aan de Lot lijkt in het lood te staan. Dat geldt zowel voor de kaarsrechte rotswanden aan de oevers van deze door Zuid-Frankrijk meanderende rivier als voor de bochtige wegen, waarop we met onze motorfiets zo af en bijna loodrecht naar boven en naar beneden gaan.

Klaus Daams

Disco? Nightlife? ‘Dancing with the wolves!’, lacht Agnes. Zij runt samen met haar man William ‘Truffiax’’ Rubio, een voormalige Frans kampioen Supermoto, het vakantiepark Chalets les Pépites bij Barjac. Dat park bestaat voornamelijk uit comfortabele houten hutten en een zwembad. Jawel, wolven. Die komen hier in de eenzaamheid van de Lozere inderdaad wel voor. Zoals meester Isegrim, die met ongeveer 120 wilde soortgenoten de attractie vormt van het Parc à Loups de Gévaudan, in de buurt van Saint Léger-de-Peyre. Of het nu aan de ongunstige windrichting of aan een fladderend verhemelte ligt, weet ik niet, maar in deze verder zo rustige nacht in ons chalet dringt in plaats van het huilen van de wolven alleen gesnurk vanuit de naburige kamer door. Het is onze eerste nacht aan de Lot, een 485 kilometer lange rivier in het zuidwesten van Frankrijk. Deze rivier is nogal onbekend in vergelijking met de naburige Tarn. We zullen deze bron van de Cevennen op zijn bochtige weg naar de monding in de Garonne begeleiden.

Opwarmertje

Een lichte irritatie bekruipt ons in de morgen als Agnes onze vraag naar de regionale highlights beantwoordt met de opmerking: ‘Alles is een highlight, alles is mooi!’ Tja, zoveel tijd voor een allesomvattende sightseeing-tour hebben we nu ook weer niet. En het is natuurlijk vervelend als je net enorm je best hebt gedaan op je Frans om een beetje indruk te maken.

Als opwarmertje rijden we een rondje over de berg waar Agnes en William thuis zijn, de Col de Goudard. Zo op het oog lijkt het erop dat uit de hoogvlakte Causse de Sauveterre een soort Ayers Rock is ontstaan. Ook dichterbij is er echter van alles te ontdekken, zoals kannibalisme op het windscherm en de kuip van de Kawasaki Z1000SX. Daar doen vliegen zich te goed aan wat er nog over is van hun collega’s na een snelle tocht naar ons doelgebied over de voor motorrijders verrassend interessante N88 tussen Le Puy en Mende.

In Le Bleymard komen we voor het eerst in contact met het onopgemaakte rivierbed van de jonge rivier

De weg naar de bron van de Lot wordt een stuk ingewikkelder. Die ligt namelijk verstopt in het gebergte van Boulet, een dikke 35 minuten wandelen vanaf de dichtstbijzijnde straat. Als enigszins luie motorrijders hebben we niet veel zin om ons een weg door de botanische omgeving te worstelen, dus komen we in Le Bleymard voor het eerst in contact met het onopgemaakte rivierbed van de jonge rivier. Daarin dartelt het water lekker puberaal rond. Woordgrappen als tijdverdrijf bij een koffiestop in Mende, aan de oevers bij Au Vieux Pont, waar de loterij van het weer ons een netelig lot toeschuift. Ook dat kan wel eens gebeuren hier in de Lozere, een bevolkings- maar zeker niet bewolkingsarm departement in Frankrijk. En dat hier in het zuiden, ver weg van laten we zeggen Lotharingen.

Geitenpaden

Het bord leeg en de hemel weer opengetrokken? Het is het proberen waard, dus gaan we het hoog boven de Lot gelegen dorp Saint-Germain-du-Teil in, waar het onopvallende restaurant Hotel de la Place een voltreffer blijkt. Onze complimenten aan de maker van de salade Gourmande, die zich daarop meteen in alle bescheidenheid als ‘artiest’ betitelt. En die vervolgens, als de binnengedruppelde gasten nog maar net weer buiten bij de motorfietsen staan, het rode gordijn voor de ingang dichttrekt. Siësta. Helaas wordt het boven ons nog altijd niet blauw, maar de omgeving wordt wel groener. Als slingerende geitenpaden splitsen de D152 naar St. Piere-de-Nogaret en de D509E naar Pomayrols het dichte bladerdek van de bossen van Mont d’Aubrac. Af en toe zie je hier een kapelletje als een eenzame ark van Noah, dan af en toe een door God en mensen verlaten huis. Op deze ‘witte’ hobbelpaden heeft niemand 142 pk nodig, maar wel zitvlees in het zadel om zich niet als een martelaar te voelen.

Het druppelt uit alle poriën van het wolkendek, alsof de god Dionysos snipverkouden is geworden

In het fraaie Saint-Geniez-d’Olt bereiken we de oevers van de civilisatie weer. We steken er de Lot over, die in het Occitaans ook ‘Olt’ wordt genoemd. We gaan daarbij voorbij aan vermoedelijk net zulke pittoreske, met middeleeuwse bouwwerken en schilderachtige oevers gezegende plaatsen als Sainte-Eulalie-d’Olt en Espalion. Excuses voor het voorbij suizen… De Kawasaki blaast met zijn vier machtige kachelpijpen eerst over de D6 en dan over de D920 verder naar het westen. We gooien de ankers van onze wendbare vloot uit in Estaing, bij Hotel Le Manoir de la Fabrégues, een gewichtig aandoend bouwwerk dat van alle gemakken is voorzien. Het enige wat ontbreekt, is de hartendief in de slaapkamer, ook al heet ze geen Charlotte of Clothilde.

Het geslacht van de ‘echte’ d’Estaings is al in de achttiende eeuw uitgestorven

Waaraan in dit deel van de Lot bepaald geen gebrek is, is aan mensen met geld. Hoteldirecteur Eric Petry weet te vertellen dat er maar liefst 128 miljonairs zijn, onder wie vele zogenaamde Bougnats, die ongeveer negentig procent van de Parijse cafés en restaurants bezitten. En van wie is het kasteel dat pontificaal boven het stadje Estaing uittorent? Van de voormalige Franse president Valery Giscard d’Estaing, die het slot enkele jaren geleden aankocht en liet renoveren. De adellijke toevoeging aan de familienaam dankt deze politicus overigens aan zijn vader. Die heeft deze titel in 1920 eenvoudigweg gekocht. Het geslacht van de ‘echte’ d’Estaings is al in de achttiende eeuw uitgestorven.

Pelgrimsreis

Genoeg over de plot van dit verhaal. Wie zonder neuroses of andere menselijke zwaktes is, werpe de eerste steen. En dan maar het beste meteen hier in de Lot, van de oude, vierbogige brug van Estaing, die is uitgeroepen tot werelderfgoed. Onze pelgrimsreis gaat nu verder langs de Gorges du Lot en de spectaculaire rotskloven van de Tarn naar Entraygues-sur-Truyère en dan door een overweldigend groen bos naar de abdij van Conques, een belangrijke halte op de weg naar Santiago de Compostela. Het is er een drukte van belang en we hebben weinig zin om daarin mee te draven. We werpen geen steen, maar werpen van een veilige afstand een blik op de kloosterkerk Sainte-Foy. Vervolgens maken we een omweg naar een plek waar de Lot onder de D86 doorloopt en in een wijde bocht door het open landschap buigt, helemaal zonder publiek. Dat is niet zo verbazingwekkend, want wie hier hoog boven de Saut de la Mounine op de onbeveiligde klippen staat en niet zo standvastig of heldhaftig is als ridder Lancelot zal met knikkende knieën naar deze lus in de rivier staan te kijken. De weekhartigen breekt het zweet al uit bij de ligging van Saint-Cirq-Lapopie, een kleinood op een rots honderd meter boven het dal van de Lot.

Bier

Ditmaal slaan we het kamp op in Hotel Le Saint Cirq en gaan we met een shuttlebus terug naar het romantische ensemble van kerk, burcht, kunstwinkeltjes en knusse restaurants, zoals Le Gourmet Quercynois. De eerste dorst wordt op stel en sprong gelest, uiteraard met een regionale specialiteit: bier uit brouwerij Ratz, blond of amber. De volgende dag druppelt het uit alle poriën van het wolkendek, alsof de god Dionysos snipverkouden is geworden. Het is een schrale troost dat Goethe ooit al, geïnspireerd door de wijze Heraclitus, dichtte:

Gleich mit jedem Regengusse
Ändert sich dein holdes Tal
Ach, und in dem selben Fl
usse
Schwimmst du nicht zum zweitenmal

Veiligheidshalve raadplegen we nog het digitale orakel van Buienradar en sturen onze bolides ten slotte vol vertrouwen via Cahors en Villeneuve-sur-Lot – twee stadjes met een roerige geschiedenis, prima geschikt voor een langer verblijf of een korte koffiestop – naar het eigenlijke eindpunt van deze reis bij Aiguillon, waar de Lot in de Garonne uitmondt. Een heuvel met panorama, te midden van weilanden en velden, ietwat verstopt tussen twee schitterende waterradconstructies. Welke daarvan van welke rivier is? Dat interesseert het paartje dat op een bank verderop zit ook geen zier. De hoofdzaak: samen zijn.

Cahors

Nu de laatste etappe. In Saint-Cirq-Lapopie beweerden twee Ieren van het tafeltje naast ons nog: ‘It rains a lot at the Lot.’ Nu lijkt die klaagzang nergens meer op te slaan, want we rijden onder de blauwste hemel ooit. Tussen Fumel en Cahors gaat de Lot op en neer als de pols van Ozzy Osbourne na een shot cocaïne. Tijdens onze zoektocht naar fotolocaties in het pittoreske Puy-l’Eveque vallen onze door smalle steegjes geloodste viercilinders gelukkig niet stil, met dank aan de moderne techniek; op de markt van Luzech verkoopt een Fazer 600-rijder pittige kaas vanuit een kaaskraampje. Die kaas vindt in de koffers van de Kawasaki een klimaattechnisch niet geheel optimale plek; maar dat is niet het enige malheur dat deze koffers oplopen: even later lopen ze nog lichte averij op bij Bouziès, waar een imposante rots, vol gaten als veredelde Zwitserse kaas, vlak langs de rijbaan omhoog torent. Als grote finale rijden we daarop nog over de boven een afgrond hangende D40 naar boven, waar we een landschap treffen dat er uitziet als een schilderij. Mocht ik hier nog een keer komen – maar dan met mijn wederhelft – dan schenken we daarbij nog een goeie rode wijn uit de wijngaarden en de wijnstokken uit het achterland van Cahors, wellicht nog vergezeld van een sentimentele, Franse ballade. Tot dan toe houdt Led Zeppelin de herinnering in leven, terwijl ‘Whole lotta love’ uit de luidsprekers schettert.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/PRO0619_Lot.gpx”]

Reisinformatie

Het gebied

De kronkelende Lot wordt vaak als kleine broer van de Tarn afgeschilderd; een fantastisch motorfietspretpark met bochtige wegen, met charmante provinciestadjes en af en toe lieflijke, maar wilde natuur. En natuurlijk is er ook de rivier, met als voordeel dat je hier niet zo snel in de toeristen verdrinkt. Wij reden hier in vier dagen ongeveer 850 kilometer.

De reis

Mende, de eerste grote stad (dicht bij de bron van de Lot), is het gemakkelijkst te bereiken over de Franse tolwegen. Via Metz en Nancy, Dyon, Lyon en Saint-Etienne, het laatste stuk over Le Puy-en-Velay en de goed aangelegde N88.

Accommodatie

Chalets les Pépites, la planchette 5, route de Cénaret, 48000 Barjac, Tel. +33 (0)466325531, www.chaletslespepites.fr.

Hôtel Le Manoir de La Fabrègues, La Fabrègues, 12190 Estaing, Tel. +33 (0)565663778, www.manoirattitude.com.

Hôtel Le St Cirq à Tour-de-Faure, 46330 Tour de Faure, Tel. +33 (0)565303030, www.hotel-lesaintcirq.com.

Hôtel Moulin de Madame, Route de Casseneuil, 47300 Villeneuve-sur-Lot, Tel. +33 (0)553361440, www.lemoulindemadame.fr.

Literatuur en kaarten

Een expliciete reisgids van de Lot is niet bekend. De beste landkaarten zijn Michelin 524 Aquitaine en 525 Midi-Pyrénées, beide in schaal 1:200.000, scheurbestendig en voor € 6,95 in Frankrijk verkrijgbaar (€ 8,49 bij Bol.com).

Adressen

Extra TTT: Hemels toeren in het schemerlicht – 14 september

0

Oké, oké, als het donker wordt, zie je een stuk minder. Maar je krijgt er rustige wegen voor terug. En als het meezit kun je ’s avonds en ’s nachts juist meer zien. Sterren, planeten, nachtwolken en zelfs het noorderlicht. En dat allemaal gewoon in Nederland. Als je op de juiste plek bent.

Jan Dirk Onrust

Verdorie, we hebben al geen bergen en wilde rivieren en dan moeten de meeste Nederlanders het thuis ook nog eens zonder sterrenhemel stellen. Zelfs tijdens de helderste nachten. De oorzaak is met name de lichtvervuiling van industrie, steden, kassenteelt en wegen. Als je in de Randstad ’s avonds naar boven kijkt, kun je hooguit een paar handenvol sterren zien. Maar zit je ver weg van de stedelijke drukte, dan kunnen het er op dezelfde avond duizenden zijn. Sterrenbeelden komen tevoorschijn en met wat mazzel zie je Jupiter en Venus met het blote oog. Of zelfs Mars en Saturnus. Dat geeft toch een heel ander gevoel. Je tuft niet over zomaar een boerenlandweggetje, maar door het zonnestelsel en het heelal. Grote zorgen lijken dan ineens een stuk kleiner.

Pikdonker en kraakhelder

Uiteraard moet je daarvoor op de helderste plekken zijn. En Nederland zou Nederland niet zijn als ambtenaren die niet in kaart hadden gebracht.
De grootste helderheid vind je logischerwijs op de Waddeneilanden. Maar ook de Veluwe heeft een aantal plekken waar het ’s nachts pikdonker oftewel kraakhelder kan zijn. Met een prachtige route van ruim tweehonderd kilometer hebben we die met elkaar verbonden. Zo hebben we een extra TankTasTocht (TTT) gemaakt. En ook nog eentje die meer bijzonder is dan alle voorgaande TTT’s.

Sterrenroute

De route begint in Elburg en loopt via het donkerste deel van de voormalige Zuiderzee over oude wegen langs Oldebroek, Heerde, Nunspeet, Vierhouten, Apeldoorn, Otterlo, Zutphen naar eindpunt Wesepe in Overijssel. Als je sterren wilt kijken, let je niet alleen op de weersverwachting, maar ook op de maanstand. De meeste sterren zien je bij nieuwe maan, de minste bij volle maan.

Lunatic of romanticus

Rijden bij volle maan heeft overigens wel wat, want ook die is op de Veluwe helderder dan in het westen van het land. De contouren van het landschap zijn als donkere gestalten nog vrij goed zichtbaar. Maar je loopt natuurlijk wel het risico dat je rond middernacht in een weerwolf verandert. Of krankzinnig wordt: in het woord lunatisme zit niet voor niets het Latijnse woord voor maan. Anderzijds: je moet natuurlijk wel een beetje een lunatic zijn om midden in de nacht over stille wegen te gaan rijden. Of gewoon een romanticus.

 Een flink deel van de rit gaat door de schemer

In het eerste deel van de route, tot vlak voor Apeldoorn, zitten enkele bosweggetjes die tot aan zonsondergang toegankelijk zijn. Op tijd vertrekken dus of een alternatieve weg nemen.

Schemer

Een flink deel van de rit gaat dus door de schemer. En dat biedt niet alleen kans op een prachtige zonsondergang, maar ook op een fenomeen dat deze zomer ongebruikelijk vaak te zien was: noctilucent oftewel nachtwolken. Nachtwolken zijn dunne wolken die zich op veel grotere hoogte dan gewone wolken bevinden; rond de tachtig kilometer boven het aardoppervlak. Wanneer de zon achter de horizon is verdwenen, worden deze wolken nog enige tijd vanonder belicht. Extra bijzonder is dat ze vaak een ribbelpatroon hebben en dat die ribbels elkaar zelfs kunnen kruisen. De wolken bevinden zich op een hoogte waar het kan stormen met snelheden tot wel zevenhonderd kilometer per uur. De snelle bewegingen die de wolken maken doen een klein beetje denken aan het noorderlicht, maar dat is een heel ander fenomeen.

Nachtwolken waren zeldzaam, maar komen tegenwoordig vaker voor. De meeste kans om ze te zien heb je in juni, maar aan het eind van de zomer kunnen ze ook verschijnen, maar wel korter. En je moet naar het noordwesten kijken.

Noorderlicht

In september zijn de nachten weer donker genoeg om een kansje te maken op het meest spectaculaire hemelse fenomeen: het noorderlicht. Dit verschijnsel hoort vooral thuis in het hoge noorden, maar bij extreme uitbarstingen van elektrisch geladen deeltjes van de zon, kan het zelfs tot aan de Pyreneeën reiken. Dat is bijzonder zeldzaam. In Nederland wordt het heel soms waargenomen in het noorden van ons land. Toch komt het vaker voor dan we denken. Het is dan echter zo zwak dat je het met het blote oog niet of nauwelijks ziet. Maar een camera met statief en een sluitertijd van dertig seconden of langer doet soms wonderen. Toen we twee jaar geleden in Schotland op goed geluk een foto maakten van een uiterst flauw licht, kwam het groene lichtgordijn (geel of rood kan ook) toch echt heel duidelijk tevoorschijn. Ook hier geldt weer dat je op een kraakheldere plek moet zijn zonder lichtvervuiling. Die biedt de Veluwe, dus je weet nooit. En anders kun je de route altijd nog overdag rijden. Dan is ook een prachtig en hoef je niet naar boven te kijken.

DOWNLOAD DE ROUTE (TRACK, ROUTE, ITN)

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRK-Schemerrit_2019.GPX”]

Classic & Retro: wij willen jouw project zien!

1
Classic & Retro - De Transformatie

Voor de Classic & Retro-rubriek De Transformatie zijn wij op zoek naar jouw getransformeerde motor. Heb jij een compleet verbouwde motorfiets (tot bouwjaar 1994) en heb je foto’s van voor en tijdens de verbouwing, dan kon jouw project wel eens op de pagina’s van Classic & Retro komen!

‘Duizenden uren worden geïnvesteerd om standaard productiemotoren om te vormen tot unieke technische kunstwerken. De Transformatie laat ze aan je zien.’ Zo simpel maar effectief is de rubriek De Transformatie.

Ieder nummer van Classic & Retro besteden we aandacht aan de mooiere, betere en interessantere verbouwde motoren die ons land kent. Ieder project kent zijn goede verhalen; verhalen van succes en verhalen van tegenslag. Dat zijn de verhalen die wij en de Classic & Retro-lezer willen horen!

Vereisten:

  • Foto’s van de motor van voor en tijdens het project
  • Motor niet jonger dan bouwjaar 1994
  • Dat is het…

Dus heb jij een scrambler, een caféracer, een chopper, of wat dan ook gebouwd; dan willen wij dolgraag langskomen om het verhaal van jou en jouw motor op te tekenen en een mooie fotoreportage te maken van het resultaat.

Voel jij je aangesproken, denk je dat jouw project het verdiend mooi in beeld gebracht te worden in Classic & Retro, mail dan naar redactie@www.motor.nl en dan hoor je snel van ons terug!

Foto: Classic & Retro/Maurice Volmeyer

Ducati Multistrada V4 onderweg?

0
Ducati Multistrada V4

Er is een Ducati Multistrada V4 onderweg. Tenminste, als we ze in Duitsland moeten geloven. Motorrad is over het algemeen dusdanig goed op de hoogte dat we bereid zijn ze te geloven. Na de Panigale V4, de Street Fighter V4, lijken we ons dus ook voor een V4 allroad van Ducati op te kunnen maken.

Onze concullega’s van Motorrad melden de Multistrada V4 in testtrim te hebben gezien in de omgeving van Ducati’s thuisbasis in Bologna. Helaas hebben de Duitsers geen beeld om hun verhaal kracht bij te zetten, maar een Multistrada met V4-krachtbron klinkt als een logische stap.

Niet vervangen; aanvullen

Ducati heeft altijd de intentie gehad meer te doen met de Stradale V4-krachtbron. De Street Fighter is het eerste wapenfeit die deze intentie bevestigde. Een V4-versie van de Multistrada zou prima in dat rijtje passen.

Hoe een Multistrada V4 in de line-up van Ducati past, is een volgende vraag. Momenteel voert Ducati een aantal varianten op de Multistrada 1260 en dient de Multistrada 950 als een soort instapper in het Bolognese gamma. Mogelijk zou de V4 de 1260 niet vervangen maar aanvullen. De iconische L-vormige Ducati V-twin is perfect geschikt voor machines als de 1260 Enduro, terwijl het ook uitermate goed dienst doet in de sportievere straat-versies, zoals de Multistrada 1260S en Pikes Peak. Een viercilinderkrachtbron zou hier qua segment boven kunnen komen staan.

Schone zaak

Zo zou Ducati met de tweecilinders de on- en offroad allroadliefhebbers kunnen blijven bedienen, terwijl de Multistrada V4 nu al als een geslaagde straatgerichte toer-allroad zou kunnen werken. BMW houdt er eenzelfde filosofie op na met de R1250GS – de tweecilinder-boxer – versus de S1000XR als vier-in-lijn. Beide machines bijten elkaar niet en bedienen een eigen publiek.

Naar verwachting zou een uiteindelijke V4-versie dit najaar in Milaan onthuld worden op de EICMA. Geduld is een schone zaak, maar een Ducati Multistrada met een op koppel gericht V4 Stradale-blok klinkt als iets waarvoor geduld op te brengen valt.

Wordt vervolgd.

Foto: Ducati

3 augustus: Diavel & XDiavel Riding Experience bij Ducati Zaltbommel

0
Diavel & XDiavel Riding Experience

Kom 3 augustus naar de Diavel & XDiavel Riding Experience bij Ducati Zaltbommel, maak een proefrit op één van de vele aanwezige Diavels of XDiavels en ervaar de sublieme rijeigenschappen van deze Ducati’s

Natuurlijk zal deze dag bij de enige echte officiële Ducati store van Nederland volledig in het teken staan van de Diavel / XDiavel met speciale Diavel kleding, accessoires, hippe Ducati goodies en gadgets.

Zoals je kan verwachten van Ducati Zaltbommel hebben we tijdens dit evenement een speciale Diavel-aanbieding! Als je tijdens de Diavel / XDiavel Riding Experience 2019 een Diavel aanschaft, ontvang je een voucher ter waarde van € 250,-, vrij te besteden aan kleding of accessoires! Als je de aankoop van een (X) Diavel nog (héél even) uitstelt, ga je toch niet met lege handen weg die dag. Tenminste, wanneer je geluk hebt! Want als je een proefrit maakt op een Diavel maak je kans op een heel weekend rijden op een Diavel naar keuze. Hoe gaaf is dat!

Het inschrijven voor de gebeurt op de dag zelf, het is niet mogelijk om van te voren te reserveren. Vergeet je Rijbewijs niet. Tot dan … de koffie staat klaar

Triumph Daytona 765 komt, maar in limited edition

0
Triumph Daytona 765 Moto2 Replica

Nu Triumphs 765 driecilinder het in de Moto2 erg goed blijkt te doen, durft het Britse bedrijf een volgende stap te zetten. Het wachten wordt nu beloond: de Triumph Daytona 765 staat begin volgend jaar klaar!

We moeten alleen toch meteen even een pas op de plaats maken. Het gaat namelijk om een gelimiteerde uitvoering. Zo origineel dat ze in Hinckley zijn, zullen er namelijk maar 765 stuks van deze limited edition Daytona 765 verschijnen.

Onthulling

Dat weten we dankzij het Britse MCN. Zij hadden begin dit jaar al spionagefotografie van een nieuwe supersport van Triumph. Het bedrijf bevestigde nu eindelijk dat die machine daadwerkelijk een Daytona 765 voor de straat is. De officiële naam? ‘Daytona Moto2 765 Limited Edition’. Op 23 augustus presenteert Triumph hem op het circuit van Silverstone. Hopelijk weten we dan ook meer over zijn specificaties, die nu nog geheim blijven. Het is de bedoeling dat hij in de lente van 2020 klaarstaat. Natuurlijk kan het haast niet anders dan dat de gelimiteerde serie slechts een voorbode is voor een ‘normale’ Daytona 765. De Moto2 ‘replica’ zal waarschijnlijk een vergelijkbaar Union Jack-kleurenschema krijgen zoals we dat zagen op de 765 toen hij gepresenteerd werd voor de Moto2, met het Triumph logo wat de Britse vlag behelst over de tank en kuip gedrapeerd. Die machine was in het matzwart uitgevoerd.

Street Triple RS-krachtbron

Wat we al wel weten van de Daytona 765 is natuurlijk dat zijn motorblok, dat zijn oorsprong vindt in de Street Triple RS, verder is doorontwikkeld. Een RS levert zo’n 121 pk aan het achterwiel, een Moto2 versie van datzelfde blok produceert zo’n 138 pk.

Het blok ademt beter door een aangepast in- en uitlaattraject, maakt meer toeren en heeft titanium kleppen. Deze aanpassingen zullen niet ver afwijken van het blok dat in de Moto2 toegepast wordt. Dat blok is overigens nog opvallend standaard, met zelfs standaard zuigers en ook de krukas is een OE Triumph-onderdeel.

Uiteraard wordt er wel gebruik gemaakt van blueprinting (het afwegen en balanceren van delen voor een perfecte interne motorische balans). Triumph stelt dat je met de replica het dichtst bij een daadwerkelijke Moto2-machine kan komen wat betreft de techniek. Zeer benieuwd in hoeverre de straatversie gezegend is met die luxes.

Meer nieuws

Bij Motorcycle News hadden ze de primeur, maar Triumph Benelux heeft ons verzekerd dat ook wij op korte termijn alle informatie over de Daytona Moto2 765 Limited Edition krijgen. Dan lichten wij je uiteraard ook verder in.

Foto: Triumph

De dikste motoren van de 8 Uren van Suzuka

0
Suzuka 8 Uren

De legendarische 8 Uren van Suzuka-race werd in 2016 opeens de grote finale van het Endurance World Championship. Voor velen was Suzuka sowieso al het hoogtepunt. De Japanse merken trekken namelijk alles uit de kast om net die ene race te winnen – een grotere eer bestaat bijna niet.

Sinds de organisatie per 2016 besloot om het EWC te beginnen met de Bol d’Or (F) in het najaar en te eindigen met de 8 Uren van Suzuka (JPN) in de zomer, was het kampioenschap plots wat vreemd. Teams werden – zoals bij voetbal heel normaal is – kampioen van een gebroken seizoen. Maar als je dat al vreemd vond, maakt de legendarische 8 Uren van Suzuka het allemaal nog net wat vreemder.

Momenteel staat Team SRC Kawasaki France aan de leiding in het EWC, op vijf punten van nummer 2; Suzuka Endurance Racing Team. Nog één ronde te gaan dus, waarbij het kampioenschap beslecht wordt. Nu dan het vreemde; SRC Kawasaki en SERT zullen allang uit het hoofd gezet hebben voor de overwinning te rijden op Suzuka. Ter verduidelijking; tijdens de race in 2017 (seizoen 2016/2017) was voor kampioen GMT94 Yamaha in de 8 Uren slechts  een elfde plaats voldoende. Voor 2017/2018 volstond voor F.C.C. TSR Honda France een derde plaats om Endurance Wereldkampioen te worden. De vaste EWC-deelnemers ontvangen de Japanse teams hartelijk, maar weten wel dat ze de oren gewassen worden door diezelfde Japanse teams.

Hoe dat kan?

De 8 Uren van Suzuka is een speciale race. De vier Japanse merken zien de race als het stokpaardje, waarbij het feitelijk alleen tussen hen gaat; om de eer van het thuisland. Juist omdat die drijfveer van het oer-Japanse eergevoel zo sterk is, zijn de motoren die aan de start verschijnen indrukwekkender dan waar ook.

Suzuki, Yamaha, Kawasaki en Honda trekken stuk voor stuk alles uit de kast in een poging dat illustere door Coca Cola-gesponsorde podium te betreden. Na acht uur racen in zinderende hitte, waarbij de start bij klaarlichte dag is, om in het pikkedonker te eindigen. De beste rijders uit kampioenschappen overal ter wereld worden geboden te verschijnen in een soort all-star langeafstandsrace.

Komend weekend vindt deze knotsgekke acht uur durende race weer plaats. We alvast zetten de dikste Japanse machines van de 8 Uren van Suzuka voor je op een rijtje.

Suzuka 8 Hours

Yamaha Factory Racing – YZF-R1M

Suzuka 8 Hours

Kawasaki Racing Team – ZX10RR

Suzuka 8 Hours

Honda Endurance Racing Team – CBR1000RR Fireblade SP2

Suzuka 8 Hours

Yoshimura Suzuki – GSX-R1000R

Suzuka 8 Hours

SRC Kawasaki France – ZX10RR

Suzuka 8 Hours

Moriwaki Honda – CBR1000RR Fireblade SP2

Suzuka 8 Hours

Yamaha Austria Racing Team – YZF-R1M

Suzuka 8 Hours

Red Bull Honda – CBR1000RR Fireblade SP2

Suzuka 8 Hours

Bolliger Team Switzerland Kawasaki – ZX10RR

Suzuka 8 Hours

F.C.C. TSR Honda France – CBR1000RR Fireblade SP2

Suzuka 8 Hours

Suzuki Endurance Racing Team – GSX-R1000R

De 8 Uren van Suzuka worden in Nederland in zijn geheel uitgezonden op Eurosport 2. In de nacht van zaterdag 27 op 28 juli begint de uitzending om 4.15u. Voor ons in de lage landen is het een bijzondere race geworden omdat Michael van der Mark (gedeeld met teamgenoot Nakasuga) het grootste aantal overwinningen heeft in de Japanse race. Van der Mark komt uit voor het Yamaha Factory Racing Team.

Verder komt Nigel Walraven voor het Bolliger Kawasaki-team aan de start, rijdt de Belgische Xavier Simeon bij het VRD Yamaha-team en zien we zijn landgenoot Bastian Mackels aan op de grid met een ZX10R van het Trickstart Kawasaki-team.

Foto’s: teams/FIM EWC

50 Jaar Honda CB: Het bovencarter

1
Honda CB blok bovenblok

Ik houd de boel bij elkaar. Letterlijk. Lang zijn mijn armen, taai mijn lichte metaal. Ik scheid de strijdende partijen, ben onverzettelijk. Boven mij gonst het, beuken de zuigers erop los. Onder mij worden de klappen opgevangen, magisch in beweging gebracht. En ik bewaar de rust. Ik ben de portier, die de strijdende partijen samensmelt tot een zinvol geheel. Ik breek niet, zet uit waar nodig, beweeg mee, in kleine beetjes, en trek mijn lange spieren nog eens wat strakker aan. In mijn toppen ratelt het, tintelen de nokken de kleppen op hun plaats, eronder voel ik de hitte, de wrijving langs de cilinders. Van binnen brand ik, natuurlijk. Maar ik speel met de hitte, geef het door en neem het op. Wat ik doe brengt geen vooruitgang. Ik faciliteer. Breng balans in een heksenketel en neem genoegen met een plaats aan de zijlijn.

Maar nu is het klaar. Mijn spierkracht dient geen enkel doel meer. Ik krimp niet, zet niet uit, maar ben eenvoudig koud. Een verdiende ontspanning, natuurlijk, maar toch. Soms droom ik van beweging, dan gloei ik voorzichtig weer op en trek mijn machtige spieren nog één keer aan. En ik weet dat het voorgoed voorbij is, de portier sluit af, vertrekt en is klaar voor de smeltoven.

Jaap van der Sar

In 2019 bestaat de Honda CB750 50 jaar. Deze Honda betekende de nekslag voor veel motormerken, maar luidde ook de nieuwe tijd in. De motorfiets evolueerde van functioneel vervoersmiddel naar recreatief genotsmiddel. Omdat het zonde is een ’69 blok uit elkaar te schroeven, hebben we dat gedaan met een ’79 blok. Een vierklepper in plaats van een twee.

5 tips voor rijden in de hitte – deel 2

1

Het kan je onmogelijk ontgaan zijn dat het behoorlijk warm is in Nederland. Mooi weer en motorrijden gaan hand in hand, dus de tweewielers duiken massaal weer op op ’s Lands wegen, maar op de motor stappen met dit weer kent wat haken en ogen. We hebben dan ook wat tips voor je op een rijtje gezet.

Dat jij het zwaar hebt met de temperaturen die nu het weerbericht domineren, moge voor zich spreken, maar ook je gemotoriseerde metgezel heeft meer te lijden bij extreme temperaturen. En net zoals dat je je motor afspoelt na een rit door de pekel in de winter, kun je ook wel even stilstaan bij wat de huidige zomerse omstandigheden je motor aandoen.

1. KOELING
Jij hebt het misschien heet, maar jij ontbrandt geen benzine; je motorfiets wel. Koeling is dan ook een belangrijk iets om in de gaten te houden. Misschien een overbodige opmerking, maar zorg ten eerste dat je weet of je motor lucht-, olie- of vloeistof gekoeld is. Elke vorm heeft namelijk andere criteria om rekening mee te houden. Bij olie- en vloeistofkoelers is het peil houden van de koelende substantie natuurlijk de eerste prioriteit. Daarnaast is de olie of koelvloeistof zelf ook debet aan hoe goed het koelsysteem kan werken.
Vloeistofkoeling:
In de winter raadt men specifiek koelvloeistof aan, omdat het voorkomt dat de motor interne vorstschade oploopt, maar wanneer het warmer wordt, zweren sommigen bij de koelende eigenschappen van water. Ze hebben gelijk, want uiteindelijk koelt niets beter dan water, ware het niet dat bij extreme temperaturen het kookpunt ook mee gaat spelen. Het kookpunt van water ligt onder atmosferische druk vast op honderd graden, maar onder hogere druk komt het kookpunt hoger te liggen – wat goed is. Koelvloeistof lust water wat dat betreft rauw, omdat het scheikundig ontworpen is om pas bij echt hoge temperaturen aan de kook te raken. Kokende vloeistoffen gaan uiteindelijk over in gassen en die gassen zijn niet zulke goede warmtewisselaars. Ondanks dat zij die prediken dat water beter koelt tot op bepaalde hoogte gelijk hebben, kun je nu beter zorgen voor verse en schone koelvloeistof.
Zorg ook dat de radiateur schoon en vrij van lekkages is.
Oliekoeling:
Welke olie je in je motor gooit zou je sowieso moeten interesseren, maar meer dan ooit is het met hoge temperaturen van belang niet alleen kwalitatief goede olie te gebruiken, maar ook de juiste viscositeit. Dat getalletje met die W in het midden; daar moet je op letten. ’s Winters mag dat lekker dunne olie zijn (denk aan 5W-30, waarbij de 5 de dikte aangeeft bij een koude motor en de 30 hoe dik de olie is bij een goed opgewarmde motor) maar ’s zomers helpt de buitentemperatuur een extra handje met het verdunnen en mag het gerust wat dikker zijn om te zorgen dat alle interne delen voorzien blijven van smering. Denk hierbij aan 20W-50, maar het allerslimste is om je handleiding er op na te slaan welke olie de fabrikant voor jouw specifieke motor voorschrijft. Regelmatig olie verversen is sowieso geen slecht idee, maar nu de thermometer dag in dag uit hoog uitslaat, kan verse olie al helemaal geen kwaad.
Zorg ook dat de oliekoeler schoon en vrij van lekkages is.
Luchtkoeling:
Ze zijn er nog, en zeker met dit weer hebben ze het zwaar: de lucht gekoelde motorblokken. Met name de wat oudere motorfietsen vertrouwen nog op deze manier van koeling en dan wordt het al vlug extra precair. Laat de motor dan ook niet onnodig lang stationair lopen. Sta je wat langer voor het stoplicht, zet dan de motor uit. Aangezien de koelvinnen op het blok hun warmtewisselende werk enkel optimaal doen wanneer ze schoon zijn, is een wasbeurtje een prima plan.

2. ELEKTRA
Al die bedrading en bekabeling lijkt misschien op spaghetti – en dat eet je natuurlijk bij voorkeur goed heet – maar als er één vijand van elektra en elektronica is, dan zijn dat wel extreme. Zorgen dat alles in topstaat is, want dat voorkomt een hoop ergernis. Sterker nog; als de hitte je motorfiets de kop kost, sta je daar langs de kant van de weg… in diezelfde hitte. Dat wil je echt niet.
Een zaak die aansluit op bovenstaande tips over koeling, heeft ook te maken met de elektra; je koelventilator(en). Zorg ervoor dat werken en blijven, dus maak het zaakje vrij van viezigheid en spuit stekkers in met contactspray. Kan sowieso geen kwaad om – als je toch bezig bent – andere stekkers daarmee ook even langs te lopen. Bij gecorrodeerde stekkers en aansluitingen neemt de elektrische weerstand namelijk toe, wat vervolgens weer voor extra (onnodige) hitte zorgt, met in het ergste geval kortsluiting. Als het goed is vangen je zekeringen dat op – zorg ervoor dat je die dus altijd extra bij je hebt. De huidige hitte helpt namelijk niet in het voorkomend van die opbouw van warmte en vergroot dus ook de kans op het klappen van een of meerdere zekeringen.
Ook je laadsysteem heeft het zwaar bij hogere temperaturen. Zo is het van wezenlijk belang te zorgen dat je spanningsregelaar niet te heet wordt. Je zult er een multimeter bij moeten pakken, maar met goed werkende spanningsregelaar moet je bij een stationair toerental tussen de 12 en 13 Volt kunnen meten op de accu. Draai het toerental wat op tot 4.000 à 5.000 tpm; geeft de meter zo rond de 14,5 Volt aan, dan zit je goed. Ook kunnen verkleuringen in de stekkers verraden dat het geheel te heet geworden is en het wellicht tijd is voor een nieuwe.
Dat je accu goed bijgeladen en (eventueel) op peil moet zijn is natuurlijk een gegeven.

3. BANDEN EN BANDENSPANNING
Kijk eens goed op de weg wanneer je straks op pad gaat. Het zal je opvallen dat het asfalt overal – met name bij bochten – bedekt is met een zwarte waas. Dat is rubber, neergelegd door medeweggebruikers. Normaal gesproken spoelt dit weg met de regen, maar aangezien het al tijden niet serieus geplensd heeft, blijft dit laagje liggen. Op zich prima, want het biedt wat extra grip, maar het verraadt ook dat banden het met dit soort temperaturen – asfalt gaat met gemak over de vijftig graden wanneer het zo warm is als nu – hard te halen hebben.
Logischerwijs is bandenspanning nu dus nog belangrijker dan anders. Zorgen voor de juiste – koude! – bandenspanning is dus van levensbelang, en het verlengt ook de levensduur het kostbare zwarte materiaal om je wielen. Controleer de handleiding van je motor voor de juiste bandenspanning, waarbij je ook rekening houdt met eventuele extra belasting wanneer je bepakt en bezakt op pad gaat – denk aan een motorvakantie.
Mocht je onverhoopt lek rijden – ook niet ondenkbaar, aangezien niet alleen brandstof- en olieresten niet van de weg gespoeld worden door regen, maar ook ander scherp spul nu blijft liggen – dan is het slim een reparatiesetje bij je te hebben. Je hebt kits waarmee je een prop in een ontstaan lek kunt steken en spuitbusjes met een soort schuimende lijm om de band van binnenuit te dichten. Beide zijn geen blijvende oplossing, maar kunnen er in ieder geval voor zorgen dat je van die broeierige vluchtstrook afkomt.

4. AANDRIJVING
Het is niet alleen warm, het is ook gigantisch droog. Door die droogte wordt het stoffig. Dat stof kan allerhande narigheid veroorzaken wanneer het op je motor terechtkomt. Een van de problematische gebieden is de ketting. Smeren hoort erbij, maar overdrijf niet. Zorg voor een dekkende laag die smeert en niet meer dan dat. Daarmee voorkom je dat er zich een dikke laag met stof doordrongen vet in je ketting kruipt, wat niet bevorderlijk is voor de levensduur.

5. OVERIG
De zon brandt en net zoals dat jij je in moet smeren tegen de zon, kan je motor ook wel wat extra bescherming gebruiken. Je motor goed schoon houden doet wonderen, maar ga je motor niet in de volle zon wassen, want indrogende schoonmaakmiddelen hebben een tegengestelde werking. Poets je machine daarom enkel wanneer deze koel is en zeker niet in de volle zon. Behalve wassen met water en zeep, doe je er ook goed aan het bodywork naderhand te beschermen met wax of vergelijkbare middeltjes.

Ben je ook bewust van glimmende delen zoals chroom, je (kuip)ruit en wellicht zelfs de teller. Die kunnen namelijk als een vergrootglas werken en de geconcentreerde hitte van de zon kan permanente schade aanrichten of zelfs brand veroorzaken. Als het kan, is het dan ook altijd slim de motor in de schaduw te parkeren.

Daarnaast is het verstandig je motorfiets met dit weer niet tot het randje van de brandstoftank vol te gooien. Benzine zet namelijk uit in de warmte en kan dus overlopen. Brandbare vloeistoffen onder je motor voorkom je liever, toch?

Bekijk hier 5 tips voor rijden in de hitte – deel 1 voor meer tips over hoe je deze aanhoudende warmte zélf volhoudt.

Foto: ANP

Curtiss Hades: De Vliegende Zetpil

0
Curtiss Hades

Amerikaans motorfabrikant in de marge Curtiss ontwikkelt zich in rap tempo tot kampioen prijzige proefballonentjes oplaten. Deze Hades is de volgende exoot en hij schreeuwt om een passende bijnaam.

We kennen de Vliegende Baksteen (BMW K-serie) en de Stofzuiger (Hercules W200), maar wat moeten we maken van deze Hades? De Vliegende Zetpil, de Prijzige Torpedo of toch de Supersone Citruspers? Het blok heeft – om het netjes te zeggen – een nogal eigen voorkomen. Natuurlijk kan deze blokvorm alleen bij een elektrische motorfiets, maar deze 399 Volt-motor levert wel een bizarre 217 pk en 200 Nm. Vermoedelijk is de Vliegende Zetpil altijd het eerste weg bij het verkeerslicht.

Even slikken bij de prijs

De opmerkelijke ‘cilinder’ van deze Curtiss Hades trekt zowaar de aandacht weg bij de rest van de motorfiets. Die is natuurlijk net zo bijzonder met zijn paralellogram voorvork, exclusieve carbon-wielen en titanium rijwielgedeelte. Overigens is de ‘cilinder’ de verstopplaats voor het 16,9 KWh accupakket.

Je kunt thuis beter ook over een goede verstoplaats beschikken. Voor geld in dit geval want Curtiss hangt een prijskaartje van 75.000 dollar aan de Hades. Daar komen alle importheffingen en BMW nog bij. Oef, zo’n prijskaartje van de Vliegende Zetpil doet toch even pijn.