zondag 12 april 2026
Home Blog Pagina 116

Interview Moto2-teammanager Jarno Janssen: ‘Op een bepaald punt moet je van structuur veranderen’

0

Het begin van de tweede seizoenhelft op de Red Bull Ring in Oostenrijk was het uitgelezen moment om de balans op te maken met RW-Idrofoglia Racing GP-teammanager Jarno Janssen. We spraken over de eerste seizoenshelft, de plannen voor 2026 en de opvallende transformatie van Barry Baltus. Maar de hamvraag blijft natuurlijk: blijft Zonta van den Goorbergh bij het Nederlandse Moto2-team in 2026?

Jarno, ben je tevreden over de eerste seizoenshelft?

‘Laat ik beginnen met dit: de Moto2 is ontzettend onvoorspelbaar, juist omdat de klasse zo enorm competitief is. Het is moeilijk te zeggen of een toprijder van nu dat volgend jaar nog steeds zal zijn. Fysiek hoef je daar niet aan te twijfelen – dit zijn allemaal topsporters. De motoren zijn in feite identiek, op de kleur na. En ook de technische mensen binnen de teams opereren grotendeels op een vergelijkbaar niveau. Waar zit dan het verschil? Alles hangt af van hoe een rijder er mentaal voor staat. Een goed voorbeeld is Barry Baltus. Die vraag krijg ik regelmatig: waarom lukte het vorig jaar niet en nu ineens wel? Dat heeft puur te maken met hoe sterk hij in zijn hoofd is. Dat was hij vorig jaar niet en nu wel – en dat maakt het grootste verschil. Dán kun je als team samen groeien. Als je voortdurend moet vechten tegen kleine dingen, wordt het ontzettend lastig in deze klasse. Maar om terug te komen op je vraag: ben ik op dit moment tevreden? Nee. Ik denk dat we betere papieren hebben dan we tot nu toe laten zien.’

Je noemt het mentale aspect. Zit daar het verbeterpunt voor je coureurs?

‘Bij Ayumu (Sasaki) speelt mee dat hij jarenlang in de Moto3 heeft gereden. De overstap naar de Moto2 is dan erg lastig. Door al die jaren in de Moto3 neem je een bepaalde rijstijl en automatismen mee, en dan merk je pas hoe groot de stap naar Moto2 eigenlijk is – ook al is dit al zijn tweede seizoen. Hij heeft wel het voordeel van zijn lage gewicht; daarmee zit hij praktisch op het minimale. Maar zijn lengte is een nadeel. Hij is vrij klein, en in de Moto2 moet je veel met de positie van je lichaam op de motor doen om het verschil te kunnen maken. Daar hebben we het lastig mee. We zijn nog altijd zoekende naar een setup die hem daarin ondersteunt, zodat hij het maximale eruit kan halen.’

En bij Zonta van den Goorbergh?

‘Daar hebben we het op dit moment best lastig mee. Soms staan we er heel goed bij en laten we pure snelheid zien, maar we missen gewoon die laatste paar procent om echt volledig aansluiting te vinden bij de top-tien. We blijven zoeken: wat kun je hem extra bieden om net dat laatste stapje te zetten? En precies dát is op dit moment het moeilijke bij Zonta.’

Zonta van den Goorbergh (84) is bezig aan zijn vierde seizoen bij het Nederlandse team RW-Idrofoglia Racing GP in het Moto2-wereldkampioenschap.

Snap je dat Nederlandse volgers van de sport het soms lastig vinden om te begrijpen waar die wisselvalligheid vandaan komt?

‘Dat snap ik heel goed, maar het is heel moeilijk om te begrijpen hoe competitief de Moto2 is. Het is echt niet te vergelijken met welke andere raceklasse dan ook. Ik begrijp dan ook dat mensen zich afvragen: waarom lukt het Baltus nu ineens wél? Maar we praten hier over verschillen van slechts een paar tienden per ronde. Vorig jaar pakten we met Barry ook al een podium in Qatar, maar dit seizoen lukt het hem om dat meerdere keren achter elkaar te halen. Daar groeit je zelfvertrouwen enorm van. Aan het begin van het jaar keek hij nog een beetje op tegen zijn nieuwe teamgenoot Aron Canet. Maar nu zie je aan zijn hele houding dat hij het gevoel heeft dat hij hem aankan.’

Het is de periode van het seizoen waarin het ook veel gaat over de rijders line-up voor 2026. Hoe ziet het eruit voor RW-Idrofoglia Racing GP?

‘We zijn daar continu mee bezig: we verkennen mogelijkheden en bepalen onze strategie voor de toekomst. We hebben een redelijke lijn en weten welke richting we op willen. In ieder geval gaan we door met Kalex. De samenwerking met hen, in combinatie met het materiaal, zorgt er wat mij betreft voor dat zij momenteel het beste pakket in de Moto2 hebben.’

In de komende periode zal er ongetwijfeld meer duidelijkheid komen over de rijderssamenstelling van RW-Idrofoglia Racing GP in 2026.

Verwacht je dat Van den Goorbergh en Sasaki volgend jaar nog op jullie motor zitten?

‘Buiten de baan is dat altijd een grote strijd. Want welke coureur past het beste binnen jouw project en kan jou de gewenste resultaten brengen? Het is ontzettend lastig om daar een sluitend antwoord op te geven. Je concurreert met rijders die beschikken over enorm veel ervaring. Elk jaar stromen er één of twee door naar de MotoGP. Dan is er een groep coureurs die nét niet dat laatste stapje maken – denk aan jongens als Aron Canet, Jake Dixon en Joe Roberts. Maar probeer die maar eens te verslaan. Dat zijn absolute topcoureurs. Als je als team succes wilt boeken, heb je een rijder nodig die de strijd aankan met dit soort toppers. Dus wat moet je hebben? Een toprijder. En daar draait het gevecht om: in een veld met 28 plekken die toprijder zien te contracteren.’

Maar dan kijk je wel verder dan de rijders die je op dit moment hebt?

‘Dat moet je altijd doen.’

Zijn er met Van den Goorbergh gesprekken gaande over een verlenging van het contract?

‘Dan kom ik weer terug op het verhaal van Barry Baltus. Met hem zijn we een project aangegaan dat vier jaar duurde. We wisten allemaal dat dat vierde jaar het laatste zou zijn. Wanneer je een rijder binnenhaalt – zeker als hij pas 16 jaar is, zoals Barry en ook Zonta waren – dan moet je op een bepaald punt van structuur veranderen. Een rijder heeft op een gegeven moment nieuwe input nodig. Een jongen van zestien denkt anders dan iemand van twintig. Als een rijder binnen hetzelfde team voortdurend dezelfde input krijgt, zonder echte stappen te maken, dan gaat hij misschien aan zichzelf twijfelen. Of hij gelooft zijn crew niet meer. Dan wordt het: “Ze zeggen altijd hetzelfde tegen mij.” Maar als zo’n jonge coureur van structuur verandert en in een nieuw team uiteindelijk exact dezelfde dingen hoort, dan realiseert hij zich: ook daar zeggen ze dit. En dat kan een enorm positief effect hebben. Dat zie je nu bij Barry.’

Als ik je goed begrijp: zou je Zonta adviseren om naar een ander team te gaan?

‘Ja, zeker. En ik denk dat het ook voor ons als team goed zou zijn. Anders blijf je in dezelfde cirkel ronddraaien. Die jongens zijn nog heel jong, moeten nog onwijs veel leren, maar de snelheid hebben ze wel.’

De kans is dus klein dat Zonta volgend jaar nog voor RW-Idrofoglia Racing GP rijdt?

‘Dat hangt een beetje van de situatie af, en daarbij kan ik opnieuw teruggrijpen op het verhaal van Barry. Vorig jaar begonnen we het seizoen met hem geweldig, maar daarna viel alles als een kaartenhuis in elkaar. Dat lag niet aan ons als team of dat de motor technisch niet in orde was, maar de mentale gesteldheid van Barry stortte volledig in. Dat had alles te maken met zeer zware familieomstandigheden (zijn moeder overleed). Je kunt je nauwelijks voorstellen wat dat betekent voor een jongen van twintig. Op een gegeven moment leek het erop dat hij misschien geen plek zou kunnen vinden voor het volgende seizoen. Toen hebben wij toch de deur opengezet, met het idee: als Barry geen ander team vindt, dan moeten we met z’n allen om de tafel en een plan maken zodat hij in dit kampioenschap kan blijven en nog een jaar bij ons rijdt. Want dat gun je hem. En de verstandhouding met zijn management was en is zó goed, dat je daar samen voor wilt vechten. Gelukkig vonden zij uiteindelijk toch nog een andere plek. Wat ik hiermee wil zeggen: je moet álle opties openhouden. Dat geldt voor het team en ook voor de rijder.’

Foto’s: Randy van Maasdijk

Moto2 Oostenrijk: Veijer komt ijzersterk uit de zomerstop – P8!

0

Collin Veijer liet op de Red Bull Ring zien waarom meerdere Moto2-teams vorig jaar stonden te springen om zijn handtekening. De 20-jarige coureur kende een ijzersterk weekend, dat hij afsloot met een achtste plaats op slechts twee seconden van de laatste podiumpositie. Zonta van den Goorbergh kende een moeizaam weekend, terwijl Diogo Moreira een overtuigende Grand Prix-zege behaalde.

Na zijn eerste Moto2-zege in Assen behaalde Diogo Moreira na twee nulscores zijn tweede overwinning op de Red Bull Ring in Oostenrijk.

Collin Veijer kon volledig hersteld van zijn blessure beginnen aan de tweede seizoenshelft. De Staphorster oogde vanaf het eerste moment scherp op de Red Bull Ring. In de training op vrijdag was hij minder dan een halve seconde langzamer dan de snelste coureur Manuel Gonzalez. Toch leverde dat op een enkele duizendste na nét geen rechtstreekse plaatsing voor Q2 op. Via Q1 lukte het alsnog. Veijer wist zich knap als negende te kwalificeren voor de race – zijn beste startplek in zijn Moto2-carrière tot nu toe. Het is niet verrassend dat dit juist in Oostenrijk gebeurde, want twee jaar geleden behaalde de Nederlander op de Red Bull Ring een verrassende poleposition in zijn eerste Moto3-seizoen. In de eerste seizoenshelft liet Veijer zien dat hij over een sterk tempo beschikte in het laatste deel van de race. Zijn verbeterpunt lag in de openingsronden. Ook deze keer verloor hij in de sprint naar de eerste bocht enkele posities. In de eerste sectoren vonden er meerdere incidenten plaats voor zijn neus, waar de Red Bull KTM Ajo-coureur van kon profiteren en weer op de negende plaats terechtkwam.

Ook tijdens de trainingen maakte Collin Veijer al indruk, wat hem een negende startplek opleverde.

Zicht op podiumplaats

Even later schoof de Nederlander op naar de achtste positie doordat kampioenschapsleider Gonzalez met een kapotte radiator was uitgevallen. Aanvankelijk moest Veijer de top-zeven iets laten gaan, maar zijn tempo was zo hoog dat hij kampioenskandidaten Aron Canet en Barry Baltus achter zich wist te houden. Veijer bleef een hoog tempo rijden, waardoor hij langzaamaan naar de strijd om de vijfde plaats toereed. Met nog vijf ronden te gaan, was er zelfs uitzicht op de laatste podiumplaats. Celestino Vietti viel terug naar de tweede groep vanwege een long lap penalty, terwijl David Alonso vanuit de kopgroep crashte. De strijd om de overwinning ging tussen Diogo Moreira en Daniel Holgado, die net als Veijer bezig is aan zijn debuutjaar in de Moto2. Moreira was in de slotfase het sterkst en toonde daarmee waarom MotoGP-teams veel interesse in hem hebben. Door de nulscore van Gonzalez en de tiende plaats van Canet leefden ook Moreira’s titelaspiraties weer op. Holgado werd knap tweede. Daarachter werd Veijer in de slotfase nog gepasseerd door Baltus, maar hij wist op iets meer dan twee seconden van de derde plaats – behaald door Vietti – een uitstekende achtste positie te scoren. Zo’n topresultaat na zo’n sterke race was precies wat Veijer nodig had. Een veelbelovend begin van de tweede seizoenshelft voor de Nederlander. Kort na de race sprak MOTO73 met Veijer: ‘Het was een superrace en eigenlijk een heel goed weekend. Als negende gekwalificeerd en als achtste gefinisht — dat is gewoon goed.’ Wat is de volgende stap? ‘Vanaf ronde zes was ons tempo gelijk aan dat van de koplopers, maar dat duurt eigenlijk nog te lang. Ik moet in de eerste ronden nog agressiever zijn, om de verse band beter te benutten.’

Moeizaam weekend voor Van den Goorbergh

Voor Zonta van den Goorbergh werd het een teleurstellende Grand Prix. De RW-Idrofoglia Racing GP-coureur stond tijdens de trainingen telkens buiten de top twintig. In de kwalificatie kende hij een kleine opleving. Van den Goorbergh leek zich te gaan plaatsen voor Q2, totdat hij door zijn landgenoot Veijer naar de vijfde plaats werd verwezen. Daardoor ging de 19-jarige coureur niet door naar Q2 en moest hij als negentiende starten. Na een halve ronde lag Van den Goorbergh op de zeventiende plaats, maar hij kon deze positie niet vasthouden. De Brabander zakte terug en kreeg later ook nog een long lap penalty wegens het herhaaldelijk overschrijden van de track limits. Van den Goorbergh finishte op een halve minuut van de winnaar als eenentwintigste. Na afloop bleek dat de techniek mede had bijgedragen aan het teleurstellende optreden. ‘Het leek erop dat de snelheid in het blok niet aanwezig was zoals dat wel had moeten zijn,’ verklaarde RW-Idrofoglia Racing GP teammanager Jarno Janssen.

Uitslagen en tussenstand

23 ronden = 73,420 km

1. Diogo Moreira (BR), Kalex, 36.05,205; 2. Daniel Holgado (E), Kalex, +2,375; 3. Celestino Vietti (I), Boscoscuro, +5,351; 4. Albert Arenas (E), Kalex, +5,817; 5. Tony Arbolino (I), Boscoscuro, +6,448; 6. Ivan Ortolá (E), Boscoscuro, +7,449; 7. Barry Baltus (BE), Kalex, +7,625; 8. Collin Veijer (NL), Kalex, +7,729; 9. Izan Guevara (E), Boscoscuro, +8,056; 10. Aron Canet (E), Kalex, +11,813; 11. Filip Salac (CZ), Boscoscuro, +13,463; 12. Marcos Ramirez (E), Kalex, +13,669; 13. Ayumu Sasaki (JP), Kalex, +15,987; 14. Daniel Muñoz (E), Kalex, +19,661; 15. Darryn Binder (ZAF), Kalex, +20,513; 21. Zonta van den Goorbergh (NL), Kalex, +31,080.

Racegemiddelde winnaar: 166,2 km/h

Snelste ronde (7e): David Alonso (CO), Kalex, 1.33,549 = 167,3 km/u (record)

WK-stand (na 13 van 22 races)

1. Manuel Gonzalez (E), Kalex, 188 punten; 2. Canet, 169; 3. Moreira, 153; 4. Baltus, 143; 5. Jake Dixon (GB), Boscoscuro, 119; 6. Vietti, 106; 7. Deniz Öncü (TR), Kalex, 100; 8. Arenas, 94; 9. Senna Agius (AU), Kalex, 93; 10. Ramirez, 84; 19. Veijer, 21; 20. Van den Goorbergh, 14.

Moto3 Oostenrijk: Piqueras pakt tweede zege in 2025

0

Ángel Piqueras heeft tijdens de Grand Prix van Oostenrijk zijn tweede overwinning van het seizoen behaald en liep daardoor veertien punten in op kampioenschapsleider José Antonio Rueda. In de beginfase van de race wisten vier rijders zich los te rijden: Piqueras, Ryusei Yamanaka, Máximo Quiles en de verrassende polesitter Valentin Perrone. In de slotfase wisten nog enkele rijders het leidende kwartet te achterhalen, waardoor de strijd om de zege nog intenser werd. Piqueras hield in de laatste ronde stand en kwam als eerste over de streep. Zijn MT Helmets – MSI-teamgenoot Yamanaka pakte de tweede plaats, terwijl David Muñoz dankzij een indrukwekkende eindsprint als derde eindigde.

Rueda – die voor de zomerstop zes van de twaalf races had gewonnen – kwam op de Red Bull Ring minder overtuigend voor de dag. Vanaf de achtste startplaats miste hij aanvankelijk de aansluiting met de kopgroep, maar in de slotfase wist de Spanjaard alsnog aan te haken. Met een vijfde plaats behoudt Rueda een voorsprong van 71 punten in het Moto3-wereldkampioenschap.

Uitslagen en tussenstand

20 ronden =  86,960 km

1. Ángel Piqueras (E), KTM, 33.36,516; 2. Ryusei Yamanaka (JP), KTM, +0,096; 3. David Muñoz (E), KTM, +0,171; 4. Máximo Quiles (E), KTM, +0,250; 5. José Antonio Rueda (E), KTM, +0,541; 6. Taiyo Furusato (JP), Honda, +0,625; 7. Valentin Perrone (AR), KTM, +1,851; 8. Adrián Fernández (E), Honda, +2,141; 9. Guido Pini (I), KTM, +2,194; 10. Álvaro Carpe (E), KTM, +4,181; 11. Joel Kelso (AU), KTM, +4,204; 12. David Almansa (E), Honda, +4,256; 13. Dennis Foggia (I), KTM, +4,691; 14. Jacob Roulstone (AU), KTM, +5,331; 15. Scott Ogden (GB), KTM, +9,374. 

Racegemiddelde winnaar: 155,2 km/u

Snelste ronde (13e): Taiyo Furusato (JP), Honda, 1.40,048 = 156,4 km/u (record)

WK-stand (na 13 van 22 races)

1. Rueda, 239 punten; 2. Piqueras, 168; 3. Muñoz, 139; 4. Quiles, 139; 5. Carpe, 139; 6. Kelso, 115; 7. Yamanaka, 88; 8. Furusato, 87; 9. Fernández, 79; 10. Almansa, 79.

Toertocht Vietnam: oerwoud, bergen en gastvrije mensen

0

In Noord-Vietnam slingeren deels onverharde wegen door oerwoud, langs bergen en tussen markten als filmdecors. Het landschap is er spectaculair, de mensen vriendelijk en gastvrij. Met de juiste mentaliteit wordt een motorreis hier een onvergetelijk mooie belevenis.

Het verkeer in Hanoi is een chaotische zee van scooters, brommers en motorfietsen. Maar er is geen weg terug, dus: gas erop, koppeling los en gaan. Hier worden de mannen van de jongens gescheiden. O wonder! In plaats botsingen plooit de verkeersstroom om ons heen, als water rond een steen. Op drukke pleinen en kruispunten stroomt alles dwars door elkaar heen zonder aanrijdingen. Het verkeer is minder chaotisch dan we dachten, elke bestuurder maakt voortdurend intuïtieve berekeningen en past de koers subtiel aan om op luttele centimeters langs een ander te stromen. Onze eerste inburgeringsproef in Vietnam is geslaagd.

Toertocht Magistrale Adria, Kroatië: slingeren over bergen en langs zee over de Kroatische kustweg

Buiten Hanoi neemt de verkeersdrukte langzaam maar zeker af. Uit het landschap rijzen grillig gevormde bergen op. In de rijstvelden daartussen zorgen mensen met Vietnamese punthoeden en waterbuffels voor een extra fotogeniek tintje. Na de zoveelste bergpas dalen we af in een vallei naar een suikerzoet dorp dat het Vietnamese equivalent van Volendam moet zijn. Mai Chau trakteert ons op een decor van rijstvelden, houten huizen en mensen in kleurige klederdracht. En op Vietnamese gastvrijheid.

Een groep Vietnamese Harley-Davidson-rijders uit Hanoi laat ons niet zomaar verder rijden. Ze scheppen lekkernijen in onze kommen en leggen uit wat we eten, zoals gebakken rijst met kokos-pindastrooisel, verse groenten en kruiden en vleesspiezen van de houtskoolgrill. Ze zijn met name geïnteresseerd in de reactie van onze smaakpapillen op het gerecht mam tom, een walmende en op de slijmvliezen slaande saus van gefermenteerde garnalen en god mag weten wat nog meer. En daar moet op geklonken worden met blikjes Holandbier met een rode ster erop. Leve Vietnam!

Leve ook de rijwind. Een kruidige geur vermengt zich met die van houtvuurtjes, vee, benzine, fruit en tropische vegetatie. We rijden verder door schilderachtige dorpjes met huizen van hout, riet en bamboe. Alles is versierd met vlaggetjes, rode banieren en propagandaborden attenderen passanten erop dat Vietnam in theorie een socialistisch land is. Mensen langs de weg lachen en wuiven naar ons. Het lijkt de intocht van Sinterklaas wel.

Mister Hoa

Hoeveel bergpassen hebben we al gedaan? Elke bocht brengt ons verder naar het bergdorp Sa Pa, een nederzetting gesticht door Franse kolonisten om aan de zomerse hitte van Hanoi te ontsnappen. Ook nu is Sa Pa een trekpleister waar toeristen zich op de markt vergapen aan het Zwarte Hmong-volk in hun kleurrijke klederdracht. Tussen mistflarden door vangen we glimpen op van de Rode Rivier op weg naar Lao Cai. We warmen ons met een glas thee met uitzicht op de Chinese karakters op het douanekantoor van Hekou aan de andere kant van de grensrivier.

Vietnam telt officieel vierenvijftig verschillende etnische minderheden, waarvan het grootste deel in het noorden woont, in de bergen tegen de Chinese grens aan. De ‘minderhedenmarkt’ van Sa Pa had nog toeristische trekjes, maar de markt van Coc Ly is zo oorspronkelijk als we ons maar kunnen voorstellen. Allerlei soorten dieren wachten in kooien op nieuwe eigenaren. Zelfgestookte sterke drank en benzine worden verkocht uit plastic jerrycans. Vlees, groenten en kruiden zijn gegarandeerd dagvers. Ook hier zijn wij hartelijk welkom en krijgen we allerlei lekkers toegestopt om te proeven.

Als het asfalt eindigt is het plaatje van een motorexpeditie in een exotisch werelddeel compleet. Het gebied rond de Vietnamees-Chinese grens was lange tijd verboden gebied voor toeristen. Nu mogen we in de ‘frontier area’ alleen in met een speciale vergunning die het motorverhuurbedrijf in Hanoi voor ons heeft geregeld. Ze hebben ook Mister Hoa met ons op stap gestuurd, gids, tolk en mecanicien gecombineerd in een goedlachse motormaat. Die zouden we voor geen goud willen missen! Hij vormt ook een onmisbare schakel tussen de Vietnamese werkelijkheid en onze overvoerde westerse zintuigen.

Happiness Road

Zo’n veertig kilometer na de provinciestad Ha Giang bereiken we de Quan Ba-pas. ‘De poort naar de hemel,’ vertaalt Mr. Hoa nonchalant, maar wat heeft die man gelijk. Onder ons liggen rijstvelden op terrassen. Vanaf de valleivloer torenen ronde kegels van kalksteenbergen omhoog tot aan de horizon. De tweelingtoppen van Quan Ba hebben iets te maken met een plaatselijke legende, vertelt Mr. Hoa. Iets met een jongedame en een engel uit de hemel, maar dat verhaal dringt vanwege het adembenemende uitzicht even niet tot ons door.

Na deze prachtige binnenkomer rijden we verder over de Ha Giang Loop, officieel Highway 4C geheten, maar bij Jan en alleman beter bekend als Hanh Puc, wat Mr. Hoa vertaalt als Happiness Road. Uit de ruige bergflanken steken zwarte stenen als grafstenen, maar met zo veel schoonheid om ons heen is die associatie niet macaber. De weg golft met magistrale bochten tussen fabelachtige bergbulten door, die ieder voor zich op de valleivloer staan maar met elkaar een ensemble van jewelste vormen. Eendracht geeft kracht.

Aan de tenen van zulke iconische voeten kietelt het stadje Dong Van. Daar worden we luidkeels verwelkomd door een groep jonge Vietnamese jongeren op Ducati’s. De bergwegen zijn ook favoriet bij motorrijders, die in Vietnam voornamelijk tot de jonge generatie behoren. Samen rijden we een eindje op naar Lung Cu, het noordelijkste puntje op de ‘i’ van Vietnam. De smalle, bochtige bergweg daarheen is letterlijk een hoogtepunt voor iedere motorrijder in Vietnam. Een mythische motormagneet in het noorden, zoals de Noordkaap dat is voor Europese motorrijders.

Vanuit een bergrivier zwaait weer een groep jongeren naar ons. Hun motoren staan boven langs de weg geparkeerd. Oude tweetakten van het Wit-Russische merk Minsk hebben in Vietnam een ware cultstatus. De economische banden met Belarus zijn weggevallen en de markt in Vietnam wordt overspoeld door motormerken met fabrieken in Zuidoost-Azië, buiten de Grote Japanse Vier ook Ducati en Triumph. Onderdelen voor de Wit-Russische pruttelaars worden schaars, maar dat dondert die jongeren niet. Zij komen uit Hanoi of steden nog verder in het zuiden naar het ultieme noorden gereden. Het lijkt wel een pelgrimstocht en dat is het ook voor die jongens en meisjes. Zwemmen in de rivier, bloemen op hun motoren tussen rode vlaggetjes met gele sterren gestoken. If you’re riding to Lung Cu, be sure to wear some flowers on your bike.

Het kettingzaagensemble

Lung Cu is niet meer dan een verzameling traditionele houten huizen. De vlaggen lijken er nog groter en roder dan in de rest van Vietnam. Boven op de hoogste heuveltop staat een toren met een gigantische Vietnamese vlag erop, zodat die Chinezen over de grens wel even weten dat dit Vietnam is, ja? Nog een paar kilometer verderop kunnen we zelfs op onze motorfietsen niet verder over het pad dat in de berghelling is gekerfd. Maar dan nog steeds komen ons buffels en kinderen beladen met planten ons tegemoet. Aan de overkant van de diepe, diepe vallei liggen de afgetobde bergen van China. Hoe lang we onderweg in Vietnam ook pauzeren, het is altijd te kort om de indrukken adequaat in ons op te nemen of op de beeldsensor vast te leggen.

Terug op de Happinessweg. We zweven voort over het karstplateau van Dong Van over wat de rand van de wereld lijkt te zijn. De Happiness Road werd vanaf 1959 door lokale etnische minderheden en jonge pioniers uit de rest van Vietnam in de bergen gekerfd ten koste van bloed, zweet, tranen en mensenlevens. Het is ongelofelijk maar waar: het uitzicht wordt nog steeds uitzinniger naarmate we over de koningin van de bergpassen rijden. Geniet van de gigantische bergen, steile kliffen en de zigzagweg die van de ene bocht naar de andere slingert. De oerkracht van de natuur staat in schril contrast met de lieflijke accenten van rijstvelden en akkertjes die mensenhanden daartussen hebben gezet.

De Ma Pi Leng-pas heeft volgens Mr. Hoa het beste en meest indrukwekkende uitzicht van Vietnam. Waarom zouden we de goede man niet geloven? Gelukkig is er een uitzichtpunt, anders zouden ontelbare motorrijders, waaronder een stel Europeanen, vanwege het betoverende uitzicht de macht over het stuur verliezen en in de gapende afgrond verdwijnen.

Hier stoppen alle motorrijders voor een praatje en een plaatje. We worden weer omstuwd door een groep junioren, meestal getweeën op een overbeladen brommer of Minsk-tweetakt. Ook hier ontbreken de ‘Nam-looks’ niet: rode t-shirts met gele sterren, stickers en vlaggetjes, ‘typisch Vietnamese’ tropenhelmen als in stripverhalen, vliegeniersbrillen en camouflage-uniformen met US ARMY erop… wat dondert de geschiedenis deze jongeren? Ze zijn met een grijns van oor tot oor zo hard als hun motoren dat toelaten op weg naar de toekomst. Ruim baan voor het kettingzaagensemble! En daartussen schuiven even breed grijnzende buitenlanders op huurmotoren, goedkope Chinese machines of iets duurdere maar betrouwbaardere Japanse Yamaha’s. De Honda Winds van twee Tsjechische jongens zijn ook lekker in Ho Chi Minh-stijl gespoten: matzwart met rode sterren erop en ze blijven nog lopen ook. De Tsjechen zijn net als wij met gebarentaal in de Vietnamese gelederen verwelkomd, ze spreken nauwelijks een woord Engels.

De Vietnamezen roepen ons iets toe. Mr. Hoa schrijft het voor ons op en vertaalt: To quoc ghi cong, grofweg Voor volk en vaderland. ‘Viva Vietnam!’ roept iemand meer verstaanbaar en alle handen gaan omhoog op het uitzichtpunt boven de rivier. Er is een gebouwtje, maar daarin geen overgeprijsde toeristenmenu’s. Alleen gepofte knollen en geroosterde knakworstjes voor als je écht trek hebt.

Tropische plantenkas

Het is moeilijk om de spectaculaire Ha Giang Loop te overtreffen. Maar het Nationale Park Ba Bé doet een geslaagde poging. Het bestaat uit drie met elkaar verbonden meren van zo’n acht kilometer lang en zo’n vierhonderd meter breed. Uit het water rijzen eilandjes op met kalkstenen rotsformaties en hier en daar een pagode. Alsof we in een tropische plantenkas rijden. Langs de oevers staan prehistorische varens en torenhoge bomen naast de onverharde paden door het regenwoud. Ook hier bewijzen de lichte en hoge Yamaha’s dat ze de ideale motoren zijn voor een Vietnamsafari.

De motoren worden aan boord gehesen van een platbodemschuit voor een ultieme Indiana Jones-ervaring. Aan de overkant gaan mannen en motoren weer van boord bij een houten huis op palen in het water. Hier blijven we slapen op comfortabele matten onder muskietengaas. Maar eerst nog eten, in kleermakerszit op de vloer. Familieleden dragen een rits lekkernijen aan, de vader des huizes zit met ons aan en we klinken met glaasjes zelfstookspul op internationale verbroedering. En op Vietnam natuurlijk.

Toertocht Slovenië: rond Škofja Loka, Bled en de Kamnik-Savinjska Alpen

There is no substitute for cubic inches? Dat vinden die Hanoi-Harlistas natuurlijk zeker en ook wij hadden aan het begin van onze roadtrip onze bedenkingen over de Yamaha’s XTZ 125cc’s waarmee we door ons Vietnamavontuur zouden klieven. De lichtgewicht motoren met lange veerwegen blijken echter ideaal te zijn om niet alleen het stadsverkeer, maar ook de bochtige bergwegen van wisselende kwaliteit mee te bedwingen. En we kunnen er ook nog wat bagage op meenemen ook, zonder dat het negatieve gevolgen heeft voor de rijeigenschappen. Een extra paar sokken en een wolletje mee kan nooit kwaad, ook in Vietnam kan het in de bergen frips zijn.

In de avondspits van Hanoi wacht ons nog de laatste beproeving, dwars door de stad. Het is een heel aparte ervaring om op de zesbaans express lane stil te rijden terwijl ontelbare motoren plus de nodige trucks als nijdige wespen en grommende waterbuffels achteropkomen aansjezen.

Maar ook dat overwinnen we. Zonder bloed, zweet of tranen. Als we eenmaal bij de garage en de Jammies overhandigen, geeft Mr. Hoa ons lachend een high five en in koor brullen we: ‘Viva Vietnam!’

Georganiseerd door Vietnam
Al 25 jaar organiseert het Nederlandse Motortrails motorreizen in Vietnam. Eigenaar Marco Brand was als kind al gefascineerd door het Aziatische land. Hij leerde de taal en was er reisleider voor Nederlandse reisbureaus totdat hij zijn kennis en zijn passie in Motortrails kon bundelen. De reis door Noord-Vietnam is populair bij Nederlandse motorrijders.

Meer informatie vind je hier.

Download de route

Aaron Perera’s 1972 Harley-Davidson XLH: Short ‘n’ Sweet

0

Zijn kennis van oude V twins mag dan beperkt zijn geweest toen de Brit Aaron Perera met dit project begon, maar toch wist hij al precies hoe het er uit moest gaan zien: “Sixties stijl, kort, compact en laag! Je moet het doen met wat je hebt en Sportsters zijn wat kleiner, dus als je daar een lange chopper van maakt, ziet het vaak net niet goed uit”, stelt hij.

Aaron moet toegeven dat het voor hem eigenlijk begonnen is met auto’s. Thuis in London sleutelde hij met zijn vader aan Volkswagens. Zijn tweewielerleven begon met een brommer en een 125 cc motortje. Hij ontdekte de cruiser met een Kawasaki VN 800, kocht vervolgens een Evo chopper project en realiseerde zich toen dat hij toch veel meer voelde voor een Shovel.

GRATIS FRAME

Als hij ziet dat Heron Cycles in Stowmarket een 1972 XLH te koop heeft staan, kan Aaron zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen. “Een Iron heeft een zweem van negativiteit om zich hangen, vanwege de vermeende onbetrouwbaarheid. Het is een beetje de underdog binnen de Harley wereld en dan vind ik het juist een uitdaging om toch voor een bike met dat blok te kiezen.” Aaron vond de tijd (hij is tatoeëerder met een drukke eigen tattoo shop in Clacton on Sea) om een kilometer of 70 verderop naar Heron te gaan om de XLH te bekijken. Ondanks het schakelpedaal rechts, de koppeling links en een Chinese Super E carburateur zag hij potentieel in de motor en de koop werd gesloten. Aaron reed een jaar met de Harley zonder er iets aan te veranderen, maar de behoefte om de motor te verbouwen werd sterker en sterker. “Op een gegeven moment ben ik gewoon begonnen met hem helemaal uit elkaar te halen. Ik wilde niets definitiefs, dus zette ik het standaard frame en de schokbrekers apart. Ik vond een ander frame in Ierland en de verkoper wilde er zo graag vanaf, dat hij het me gratis aanbood als ik het transport voor mijn rekening zou nemen. Het ietwat scharrige frame werd bij Jay van Heron Cycles afgeleverd. Die ging ermee aan de slag nadat Aaron een aantal foto’s en instructies had gestuurd, die aangaven welke stance hij wilde voor zijn hardtail.

EERBETOON

Omdat Aaron het moest doen met een ietwat beperkt budget probeerde hij alle nodige parts zo goedkoop mogelijk bij elkaar te scharrelen. Hij zocht en vond een 20 inch Springer, een Stay Wild Monterey stuur, een Lowbrow Stingray spatbord, een retro Peanut tankje, Paugho shotgun uitlaatpijpen, een Gasbox accubak en een Prism achterlicht, ‘voor weinig’. Het Cobra zitje werd gemaakt door YaSeat Customs in Thailand en zo’n beetje alle andere parts vond hij op Ebay. Jay maakte de olietank en de sissy bar naar het eigen ontwerp van Aaron. Aaron nam het spuitwerk zelf voor zijn rekening, gewoon in zijn schuurtje met een knikkerbus. Precies zoals hij dat jaren eerder van zijn inmiddels overleden vader Michael Perera had geleerd. Aaron ziet dit project dan ook als een eerbetoon aan zijn vader.

Thanos: customized Harley-Davidson Softail Fat Boy 114

HISTORISCH WEEFGETOUW

Nadat hij eindelijk met zijn XLH de weg op kon, begon Aaron meteen wat langere trips in te plannen. De Chinese Super E voldeed niet en werd vervangen door een 38 Mikuni met een open kelk. Wat later volgde ook nog een update in de Elektra. De standard dynamo werd vervangen door een Cycle Electric en de hele bedrading werd vernieuwd met een kit van Gremlin Wiring. De puntjes werden vervangen door elektronische ontsteking. Alles bij elkaar betekende dat een enorme verbetering; De Ironhead start nu na slechts een of twee trappen en loopt mooier dan ooit! Met die laatste verbeteringen was de Iron klaar voor serieus langere trips vanuit de UK naar Nederland, België en Frankrijk. Aaron reed ook de NC500 door Schotland met zijn hardtail, die natuurlijk nog steeds een beetje olie lekt en mechanische geluiden produceert als van een historisch weefgetouw. Maar dat is dan ook precies zoals hij het wil. “Als alles perfect is rijdt hij gewoon heerlijk. Toch is het dan ook weer leuk om te weten dat er ook wel weer iets fout zal gaan waardoor je gedwongen zal worden om aan de kant van de weg te gaan zitten sleutelen.” Aaron heeft al een paar keer overwogen om de iron te verkopen en te ‘upgraden’ naar een Shovel. Maar hij besluit dan elke keer weer om het niet te doen. “Ik ben zo gek op dit ding en als ik iets nieuws zou bouwen, zou het toch weer hetzelfde zijn, maar dan met een Shovel blok, dus dat heeft geen zin.” Deze zomer hebben Aaron en zijn maten een trip naar Zweden gepland. Dat wordt genieten, maar er gaat dan ook wel genoeg gereedschap mee…

Tekst: Guy Bolton
Fotografie: Del Hickey

SPECIFICATIES HARLEY-DAVIDSON XLH SHORT ‘N’ SWEET

Algemeen

Eigenaar Aaron Perera
Bouwer Heron Cycles en Aaron Perera
Basis 1972 Harley-Davidson XLH Ironhead

Motorblok

Merk Harley-Davidson
Model XLH Ironhead 1000
Motorblok Standaard Harley-Davidson
Transmissie Standaard Harley-Davidson
Nokkenassen P Cams
Carburatie Mikuni 38 mm carburateur
Luchtinlaat Kelken
Ontsteking Dyna S
Uitlaatsysteem Paughco Shotguns

Rijwielgedeelte

Frame Hardtail, modificatie door Heron Cycles
Wielen Voor: 21 inch, Achter: 18 inch
Voorvork 20 inch Springer

Diversen

Sissybar Custom door Heron Cycles
Olietank Custom door Heron Cycles
Stuur Stay Wild Monterey
Achterspatbord Lowbrow Stingray
Brandstoftank Peanut
Zadel Ya Seat Customs Cobra
Accubak Gasbox
Bedrading Gremlin kit
Koplamp 4 inch eBay special
Achterlicht Prisma

Spuitwerk

Kleur Knikkerbus zwart
Spuiter Aaron

Dank Aan

Mijn vrouw en kinderen voor hun Geduld
Jay en zijn vader bij Heron Cycles
De mannen bij de Lostarts Social Club

Harley-Davidson en MotoGP introduceren ‘Harley-Davidson Bagger World Cup’

0

Vandaag hebben Harley-Davidson en MotoGP de ‘Harley-Davidson Bagger World Cup’ gepresenteerd, inclusief de racekalender voor 2026. Dit markeert het begin van het eerste wereldwijde kampioenschap dat volledig gericht is op high-performance Harley-Davidson baggers. De aankondiging vond plaats tijdens een persconferentie op het Red Bull Ring-circuit in Oostenrijk. De serie van zes races debuteert in 2026 en brengt de krachtige Amerikaanse V-twin naar circuits in de VS en Europa.

De racemotoren, gebaseerd op Harley-Davidsons Grand American Touring-platform, zullen drastisch worden aangepast voor snelheid en wendbaarheid, wat zorgt voor een unieke race-ervaring binnen het MotoGP™-programma. De competitie begint in de VS en reist vervolgens door Europa, met races op legendarische locaties zoals Mugello en Silverstone.

Harley-Davidson baggers krijgen in 2026 wereldwijd podium bij MotoGP

Racekalender 2026

  • Circuit of the Americas (VS): 27–29 maart
  • Mugello (Italië): 29–31 mei
  • Assen (Nederland): 26–28 juni
  • Silverstone (VK): 7–9 augustus
  • Aragon (Spanje): 28–30 augustus
  • Red Bull Ring (Oostenrijk): 18–20 september – Finale

De Red Bull Ring zal de finale hosten, wat de motorsporttraditie van Oostenrijk viert. De Bagger World Cup werd eerder dit jaar aangekondigd tijdens de Grand Prix van Frankrijk op Le Mans, waar de gezamenlijke visie van Harley-Davidson en MotoGP werd gedeeld. De reacties waren positief en vormden de basis voor deze aankondiging. Teams, rijders en sponsoren worden uitgenodigd om deel te nemen aan het kampioenschap ter voorbereiding op het debuut in 2026.

Rieko Dalhuisen van JetConsult regelt vluchten voor MotoGP-coureurs

0
Rieko Dalhuisen – JetConsult

Dat sommige MotoGP-coureurs per privéjet naar de Grand Prix reizen is algemeen bekend. Veel minder bekend is dat een groot deel van die vluchten geregeld wordt door een van oorsprong Nederlands bedrijf. Rieko Dalhuisen (50), eigenaar van JetConsult, vertelt hoe deze bijzondere business werkt en waarom zoveel MotoGP-rijders blind vertrouwen op de service van zijn bedrijf.

Rieko, hoeveel MotoGP-rijders vliegen er met JetConsult?

‘Zo’n 60 tot 65 procent van het startveld vliegt altijd of af en toe met JetConsult naar de Grand Prix. Het gaat vooral om de beter betaalde rijders, die daar het budget voor hebben. Sommigen zijn daar niet zo open over, wat ik uiteraard volledig respecteer. Anderen posten wel op social media zoals Fabio Quartararo en ook Aleix Espargaró en Jorge Martín, die vaak samen reizen. Een leuk feitje waar ik best trots op ben: de afgelopen jaren hadden we telkens de MotoGP-kampioen aan boord.’

Hoe begin je een bedrijf in de privéjet business?

‘Ik ben ooit begonnen bij de Luchtmacht. Toen dat ophield, ben ik overgestapt naar de grote burgerluchtvaart en later gaan werken bij een Engels bedrijf als adviseur/consultant dat privéjetvluchten regelde. Daarna werkte ik bij een bedrijf op Schiphol dat zelf privéjets in bezit had. In die periode heb ik door mijn salesfunctie een flink netwerk opgebouwd. Toen dat bedrijf werd overgenomen, besloot ik in 2015 voor mezelf te beginnen met JetConsult. Veel klanten zijn toen met mij meegegaan.’

Wat doet JetConsult en hoe ging het in het begin?

‘Simpel: wij regelen privéjetvluchten. Een klant wil ergens naartoe en wij zoeken daar een passend toestel bij. We fungeren als tussenpersoon die alles regelt. Inmiddels hebben we zelfs één eigen jet, gestationeerd in Andorra – waar ik tegenwoordig woon. Maar het begon allemaal op mijn zolderkamer in Veenendaal. Kort na de start van JetConsult regelde ik al vluchten voor grote dj’s als Armin van Buuren, Tiesto en Martin Garrix. Ik wilde eigenlijk rustig beginnen, maar dit ging anders dan verwacht. Ik zei altijd ‘we’, terwijl ik op dat moment nog in m’n eentje werkte. Het is snel – en gelukkig positief – uit de hand gelopen. Inmiddels hebben we vier kantoren wereldwijd en vliegen we naast dj’s ook MotoGP-rijders, wielrenners en bijvoorbeeld ook honkballers in Noord-Amerika. Ook hebben we zakelijke klanten en mensen die gewoon gebruik willen maken van een jet.’

Door Michael van der Mark (links) te sponsoren, kreeg Rieko Dalhuisen (rechts) met JetConsult al snel veel bekendheid in het MotoGP-paddock.

Hoe ben je bij de MotoGP-rijders terechtgekomen?

‘Allereerst ben ik een groot fan van de sport. Ik ging altijd al met mijn vader naar de TT in Assen en naar de races in Raalte, waar ik tussen de tenten in het rennerskwartier liep. Ik kan me nog herinneren dat ik ooit bij Carlos Lavado stond. Tijdens mijn tijd in de verkoop bij een privéjetbedrijf heb ik al diverse vluchten voor de motorsport geregeld. De eerste was een vlucht voor Ben Spies en Wilco Zeelenberg van Schiphol naar Groningen, voor de TT van Assen. Later heb ik ook de vluchten geregeld toen Jorge Lorenzo in Assen (2013) geblesseerd raakte in Assen en tijdens het raceweekend geopereerd moest worden. Een week later crashte hij opnieuw op de Sachsenring en had hij weer een vlucht nodig. Met JetConsult is het qua motorsport grotendeels begonnen door een geintje van Michael van der Mark.’

Vertel!

‘Michael volgde mij op social media en stuurde voor de grap een bewerkte foto van zichzelf in een privéjet. Zo raakte ik in contact met hem en zijn manager, en al snel maakten we een sponsordeal. Toen we die samenwerking openbaar maakten, had ik een uur later Cal Crutchlow al in mijn mailbox met de vraag of we ook iets voor hem konden betekenen. We hebben toen een mooie deal gesloten met Cal. Hij was zo tevreden over de service dat hij mijn nummer doorgaf aan iedereen in de paddock die hem maar nodig had. En toen Michael in 2017 mogelijk Valentino Rossi zou vervangen in Aragón, was ik er ook bij. Daarbij leerde ik bijvoorbeeld de manager van Maverick Viñales – de toenmalige teamgenoot van Rossi – kennen en sindsdien regelen we ook voor hem de vluchten.’

Exclusief interview Fabio Quartararo: ‘Ik heb een winnend project nodig’

Hoe is dat verder gegroeid?

‘Persoonlijk contact en vertrouwen zijn in deze business ontzettend belangrijk. Toen ik begon met MotoGP-rijders kreeg ik de kans om een kantoor te regelen bij Clinica Mobile. Daar heb ik twee jaar gezeten, vlak naast de massagekamers. Veel coureurs kende ik al van Instagram, maar daar kwam ik echt met ze in contact. Naast dat ik er veel werk uit heb gehaald, heb ik ook een vriendschappelijke band met veel rijders opgebouwd. Het is een belangrijke plek geweest om mijn netwerk op te bouwen.’

Hoe gaat een privéjetboeking van een MotoGP-rijder in zijn werk?

‘De meeste MotoGP-rijders wonen in Andorra – net als veel wielrenners trouwens – en mede daarom woon ik er nu ook. Vaak nodigen de rijders me thuis uit om de vluchten door te nemen. Ze appen me rechtstreeks. De coureur geeft aan naar welke Grand Prix hij wil reizen en hoe groot het vliegtuig moet zijn. Vervolgens zoeken we daar een passend toestel bij en maken we een offerte. Je boekt bij ons eigenlijk een compleet pakket, inclusief piloten, catering en alles wat erbij hoort.’

Waarom kiezen ze voor jou?

‘Ik denk door mijn opvoeding en mijn achtergrond uit het oosten: doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg. Voor mij maakt het niet uit wie je bent – iedereen heeft recht op een goede vlucht, of je nu één keer of heel vaak bij ons boekt. We zijn open en eerlijk. Op de offerte staat precies wat wij eraan verdienen en daarin zijn we één van de weinigen. Klanten waarderen die transparantie. Doen wat je zegt en zeggen wat je doet. En je moet altijd bereikbaar zijn, want het gebeurt regelmatig dat je last minute iets moet regelen of wijzigingen – bijvoorbeeld bij blessures, of als iemand ineens naar een test of training moet.’

Is het enkel luxe waarom MotoGP-rijders met privéjets vliegen?

‘Nee, ze doen het niet voor de uitstraling. Het is vooral praktisch: je bepaalt zelf wanneer je vliegt en hebt nauwelijks wachttijd. Aleix (Espargaró) wil op zondagavond bijvoorbeeld gewoon thuis zijn bij zijn gezin en maandagochtend om 8:00 uur alweer op de wielrenfiets zitten. Tegenwoordig vliegen de meeste rijders op woensdagavond naar het circuit, zodat ze daar op donderdag nog kunnen hardlopen of fietsen rond het circuit. Zondag rond 18:00 uur is iedereen alweer vertrokken. Zodra de rijders hun verplichtingen op het circuit hebben afgerond, stappen ze in de auto en beginnen ze me te appen – dan zetten we de crew klaar. We zorgen er altijd voor dat de toestellen al geland zijn vóór de start van de MotoGP. Mocht er iets gebeuren of willen ze eerder vertrekken, dan kan dat meteen. De rijders hoeven me dat niet eens te vertellen – ik ken hun schema’s en weet wat ze prettig vinden. Dat is, denk ik, ook een reden waarom ze voor ons kiezen.’

Heb je voorbeelden van momenten waarop je snel moest schakelen of last minute iets moest regelen?

‘Zeker. In 2020 bijvoorbeeld, toen Marc Márquez geblesseerd raakte in Jerez. Een dag eerder had Cal Crutchlow ook al een blessure opgelopen. We hebben toen een vliegtuig heen en weer laten vliegen naar het ziekenhuis in Barcelona. Tijdens een Grand Prix proberen we eigenlijk altijd wel een toestel in de buurt te hebben, voor het geval dat. Maar soms komt het ook voor dat een MotoGP-rijder op het laatste moment ineens naar een windtunnel moet.’

En je bent ook sponsor van het Nederlandse RW Racing GP.

‘Voor mij is het belangrijk om toegang te hebben tot de paddock, en als ik dat kan combineren met het steunen van een Nederlands team, is dat natuurlijk geweldig. Ik vind het mooi dat ik op die manier iets kan terugdoen voor de Nederlandse motorsport. Ik heb er ook bewust voor gekozen om een Moto2-team te sponsoren. Je wilt tenslotte niet een MotoGP-rijder sponsoren met geld dat je van een andere MotoGP-rijder hebt verdiend. Ik vertel mijn MotoGP-klanten ook openlijk dat ik RW Racing GP sponsor – en dat vinden ze allemaal hartstikke tof!’

Voor 99% van de mensen is het een ongrijpbare business. Privacy speelt daarin ook een grote rol.

‘Absoluut. Zeker nu alles onder een vergrootglas ligt, willen we onze klanten zo goed mogelijk beschermen. Wielrenners posten bijvoorbeeld bijna nooit iets online. Wat wel grappig is: MotoGP-rijders vliegen vaak alleen of met z’n tweeën. Wielrenners daarentegen reizen meestal met een hele groep in één toestel, ook al zijn het de grootste concurrenten van elkaar. Zij huren een privéjet vooral om zo laat mogelijk uit de bergen te kunnen vertrekken en zo veel mogelijk rode bloedcellen bij zich te houden. We denken ook mee over duurzaamheid, bijvoorbeeld door gebruik te maken van duurzame brandstof. Voor wielrenners huren we regelmatig een propellervliegtuig. Dat heeft een ruime cabine, maar stoot slechts de helft uit van een standaard jet.’

Aleix Espargaró (links), Jorge Martin en Pol Espargaró samen aan boord van de Pilatus PC24, onderweg naar de Grand Prix.

Kun je vertellen wat een vlucht kost?

‘Dat is heel verschillend. Mensen kunnen tegenwoordig ook zelf opzoeken wat het kost om een privéjet te huren. Maar om een voorbeeld te geven: een enkele vlucht van Amsterdam naar Ibiza met een zespersoons toestel kost ongeveer 15.000 tot 20.000 euro.’

JetConsult bestaat 10 jaar. Wat maakt je het meest trots?

‘Dat we zoveel loyale, tevreden en leuke klanten hebben. En natuurlijk ook de groei van het bedrijf, met inmiddels kantoren in Nederland, Andorra, Italië en Noord-Amerika. Vijf jaar geleden heb ik de helft van het bedrijf verkocht aan mijn zakenpartner. Naast het regelen van vluchten beschikt onze groep (Andorra Aviation Group) tegenwoordig ook over een eigen hangar in Andorra en een eigen jet, een Pilatus PC24. Het is een speciaal toestel dat kan landen op korte landingsbanen – en dat is ook echt nodig, want de baan in Andorra is erg kort en hoog gelegen in de bergen.’

Hoe is het om in Andorra te wonen?

‘Geweldig. Het is een prachtige plek, omsloten door bergen, mooi weer het gehele jaar door en het is er heel veilig. Het is eigenlijk gewoon een dorp, net als Hardenberg waar ik vandaan kom. Een soort Hardenberg in de bergen. In eerste instantie heb ik een jaar lang een appartement gehuurd van Joan Mir om hier de business uit te bouwen, omdat er veel MotoGP-rijders en zo’n 180 wielrenners in Andorra wonen. Ruim drie jaar geleden hebben we als gezin bewust gekozen om hier te gaan wonen. Het is een heerlijke plek.’

Foto’s: Archief JetConsult, ANP, Aleix Espargaró

Michael Dunlop rijdt de Classic TT op de Norton RCW588 Rotary van zijn vader Robert

0

Michael Dunlop, een van de meest succesvolle Isle of Man TT-racers, maakt dit jaar een opmerkelijke terugkeer naar het Classic TT-evenement. Na een afwezigheid van vijf jaar zal de Noord-Ierse coureur deelnemen aan het prestigieuze evenement op een bijzonder historisch beladen motorfiets: de Norton RCW588 met rotatiemotor. Het evenement, dat plaatsvindt van 20 tot 27 augustus, markeert niet alleen Dunlops terugkeer naar de Classic TT, maar ook een diepgaande verbinding met zijn familie-erfgoed.

Dunlop zal rijden voor het Wiz Norton Racing team op dezelfde legendarische machine waarmee zijn vader, Robert Dunlop, in de jaren ’90 indrukwekkende resultaten behaalde, waaronder podiumplaatsen in 1990 en 1992. Deze terugkeer brengt een emotionele lading met zich mee die verder reikt dan alleen de sportieve uitdaging.

De Norton RCW588: een technisch wonder

De Norton RCW588 vertegenwoordigt een fascinerende afwijking van conventionele motorontwerpen. Uitgerust met een 588cc Wankel rotatiemotor, onderscheidde deze racemachine zich in een tijdperk waarin viertaktmotoren met zuigers domineerden. De rotatiemotor, ontwikkeld en geperfectioneerd door ingenieur Brian Crighton, leverde ongeveer 135 pk bij 9.800 tpm en een koppel van 104 Nm bij 8.000 tpm – indrukwekkende cijfers voor die tijd.

Het frame bestond uit een Spondon dubbele aluminium buis, gecombineerd met White Power upside-down telescopische voorvorken en een White Power mono-schokdemper achter. De remmen waren even indrukwekkend: dubbele 320 mm schijven met vierzuiger Lockheed remklauwen voor, en een enkele 220 mm schijf met tweezuiger Brembo-klauw achter. De racer werd compleet gemaakt met lichtgewicht Dymag magnesium driespaaks wielen en Dunlop radiaalbanden.

Met een drooggewicht van minder dan 145 kg had de RCW588 een uitzonderlijke vermogen-gewichtsverhouding, wat bijdroeg aan zijn competitieve voordeel op technische circuits. De motorfiets was bijzonder wendbaar en bood een unieke rijervaring dankzij de soepele vermogensafgifte van de rotatiemotor.

Isle of Man TT-legende Michael Dunlop geëerd met koninklijke onderscheiding

Een roemrijke racegeschiedenis

De Norton RCW588 heeft een indrukwekkende racegeschiedenis opgebouwd sinds zijn debuut eind jaren ’80. Steve Spray domineerde in 1988 de Britse races en won in 1989 het Britse Supercup TT F1-kampioenschap. Robert Dunlop, Michaels vader, behaalde podiumplaatsen in de Formula 1 TT in 1990 en 1992.

Het hoogtepunt van de racecarrière van de RCW588 kwam wellicht in 1992, toen Steve Hislop de Senior TT won met een snelste rondetijd van 196,26 km/u (121.95 mph). Deze overwinning was bijzonder significant, aangezien het een einde maakte aan een wachttijd van meer dan 30 jaar voor Norton in deze prestigieuze race. De wedstrijd werd gekenmerkt door een bloedstollend duel met Carl Fogarty op een Yamaha, waarbij Hislop de overhand kreeg dankzij de wendbaarheid van de Norton in de meer technische delen van het circuit.

Later, in 1994, zette Ian Simpson de indrukwekkende reeks voort door het Britse Superbike-kampioenschap te winnen met de RCW588. Deze successen bevestigden de competitiviteit van de Norton, ondanks de technologische uitdagingen die inherent waren aan de rotatiemotor.

Brian Crighton (l) en Guy Martin. De laatste deed in juli 2022 een poging om met een wankelmotor (CR700W) een snelheid van meer dan 321 km/h (200 mph) te halen.

Brian Crighton: de geniale geest achter de Norton Rotary

Brian Crighton was de sleutelfiguur in de ontwikkeling van de Norton RCW588. Zijn technische expertise was van fundamenteel belang voor het overwinnen van de technische uitdagingen van de rotatiemotor en het creëren van een competitieve motorfiets. Crighton introduceerde verschillende innovaties, waaronder een verbeterd vloeistofkoelsysteem en een nieuw ontwerp voor de apex-afdichtingen van de rotor.

Crighton’s toewijding aan rotatiemotortechnologie ging verder dan het Norton-project. Hij bleef rotatiemotoren ontwikkelen na het einde van het Norton-project, wat uiteindelijk leidde tot de creatie van de Crighton CR700W (download pdf) – een modern eerbetoon aan het concept van de high-performance rotatiemotor voor racetoepassingen.

Uitdagingen van de rotatiemotortechnologie

Hoewel de rotatiemotor van de Norton RCW588 een hoge vermogen-gewichtsverhouding en een soepele werking bood, bracht deze ook aanzienlijke uitdagingen met zich mee. Het brandstofverbruik was een constante zorg, aangezien de motor aanzienlijk meer brandstof verbruikte dan zuigermotoren met vergelijkbare cilinderinhoud – een bijzonder kritiek probleem bij langeafstandsraces.

Een andere belangrijke uitdaging was de slijtage van de apex-afdichtingen van de rotor. Deze onderdelen waren onderhevig aan aanzienlijke slijtage en vereisten frequente en kostbare onderhoudsbeurten, vooral onder de extreme omstandigheden van races waarbij temperaturen en belastingen hoog waren.

Warmtebeheer was een derde cruciale uitdaging. De concentratie van verbrandingsgebeurtenissen in een compacte ruimte leidde tot warmteophoping die moeilijk te beheersen was, wat resulteerde in vermogensverlies en versnelde slijtage van componenten. Het Norton-team ontwikkelde een geavanceerd vloeistofkoelsysteem om dit probleem te verlichten, maar warmtebeheer bleef een constante uitdaging.

Tijdens de hoogtijdagen (eind jaren ’80/begin jaren ’90) concurreerde de Norton RCW588 met andere high-performance motorfietsen, de zogenaamde “homologation specials”. Deze motorfietsen, geproduceerd in beperkte oplage om deel te kunnen nemen aan Superbike-kampioenschappen, belichaamden het beste van de techniek en technologie van die tijd.

Onder de belangrijkste concurrenten waren de Yamaha OW01, bekend om zijn hoogwaardige viercilinder lijnmotor en Deltabox aluminium frame; de Honda RC30, iconisch voor zijn V4-motor en uitzonderlijke rijdbaarheid; en de Kawasaki ZXR750, een dominante kracht in het wereldkampioenschap Superbike.

Red Bull Drone 1: 350 km/u camera-drone volgt MotoGP van Oostenrijk

0

Komend weekeinde wordt de beeldregistratie deels verzorgd door de recent ontwikkelde ‘Red Bull Drone 1’. Dat is een gezamenlijk project van Dutch Drone Gods en Red Bull Advanced Technologies en dat belooft de manier waarop we naar motorsport kijken fundamenteel te veranderen. Deze uitzonderlijke drone, die in staat is om snelheden tot 350 km/u te bereiken, is specifiek ontworpen om MotoGP-motorfietsen tijdens races te volgen en unieke beelden vast te leggen die voorheen simpelweg onmogelijk waren. En dat gebeurt dus komend weekeinde tijdens de MotoGP op de Red Bull Ring in Oostenrijk.

Specs die grenzen verleggen

De Red Bull Drone 1 is een technisch hoogstandje dat indrukwekkende specificaties combineert met uitzonderlijke vliegeigenschappen. Met een gewicht van slechts 985 gram kan deze drone accelereren van 0 tot 300 km/u in minder dan 4 seconden, wat neerkomt op een acceleratie van ongeveer 6G. Ter vergelijking: deze acceleratie is vergelijkbaar met die van een Formule 1-wagen. De rotoren van de drone kunnen snelheden bereiken tot 42.000 omwentelingen per minuut, wat essentieel is voor de benodigde wendbaarheid en reactiesnelheid.

De Red Bull Drone 1 werd al gebruikt voor de Red Bull Rookies Cup tijdens de MotoGP in Jerez.

De drone is uitgerust met twee 4K-camera’s die gezamenlijk zorgen voor hoogwaardige beeldregistratie, zelfs bij extreme snelheden. Het frame bestaat uit een combinatie van koolstofvezel, glasvezel en 3D-geprinte polymeren, materialen die zowel licht als sterk zijn – een cruciale balans voor een drone die zulke extreme prestaties moet leveren. Hoewel de exacte motorspecificaties niet publiekelijk zijn vrijgegeven, wordt aangenomen dat de drone gebruik maakt van high-KV borstelloze motoren, waarschijnlijk in de 2207 tot 2507 formaat range, aangedreven door hoogwaardige LiPo-batterijen (6S of hoger).

Marc Márquez op jacht naar historische records in MotoGP 2025

Hoe bestuur je zo’n drone?

Een drone besturen die zulke extreme snelheden bereikt, vereist buitengewone vaardigheid. Ralph Hogenbirk, beter bekend als ‘Shaggy FPV’, is de piloot die deze formidabele taak op zich neemt. Hij bestuurt de drone handmatig met twee joysticks en een voetpedaal voor het aanpassen van de camerahoek. Deze vorm van besturing vereist intense concentratie en jarenlange ervaring in het besturen van FPV (First Person View) drones.

De uitdaging wordt nog complexer door de aard van de motorsport. MotoGP-motoren zoals de KTM RC16, waarmee de drone is getest, kunnen eveneens snelheden van meer dan 350 km/u bereiken en beschikken over acceleratievermogen van 0-100 km/u in ongeveer 2,6 seconden. De drone moet dus niet alleen deze snelheid bijhouden, maar ook de abrupte richtingsveranderingen en rem-acties volgen, terwijl tegelijkertijd stabiele en bruikbare beelden worden vastgelegd.

Wordt de super-drone vaker ingezet?

De Red Bull Drone 1 is oorspronkelijk ontwikkeld voor gebruik tijdens de MotoGP van 2025 op de Red Bull Ring in Oostenrijk. De drone heeft echter al eerdere succesvolle toepassingen gekend in de Formule 1 en bij rallysporten. Deze veelzijdigheid toont het potentieel van deze technologie voor diverse motorsportdisciplines.

De drone heeft het potentieel om de sportbeeldregistratie te transformeren op een manier die vergelijkbaar is met de introductie van de “Skycam” in American football, die volledig nieuwe perspectieven bood aan kijkers thuis. De mogelijkheid om races vanuit het perspectief van een razendsnel bewegende camera te volgen, geeft kijkers een ongekend immersieve ervaring die conventionele vaste camera’s niet kunnen evenaren.

Uitdagingen en Beperkingen

Ondanks de baanbrekende mogelijkheden van de Red Bull Drone 1, zijn er significante uitdagingen en beperkingen voor het wijdverspreide gebruik ervan in live motorsport. Weersomstandigheden vormen een belangrijke beperking; sterke wind, regen en andere ongunstige weersomstandigheden kunnen de stabiliteit en veiligheid van de drone aanzienlijk beïnvloeden. Veiligheidsoverwegingen zijn eveneens van cruciaal belang, aangezien een drone die met zulke hoge snelheden vliegt potentieel gevaarlijk kan zijn bij een storing of botsing.

Regulatorische hindernissen vormen een andere significante uitdaging. Drone-operaties zijn onderworpen aan regelgeving die per locatie kan verschillen, en het verkrijgen van de benodigde vergunningen en goedkeuringen kan een complex proces zijn. Bovendien kunnen signaalstoringen het besturingssignaal tussen de piloot en de drone onderbreken, wat potentieel kan leiden tot controleverlies.

Zijn er soortgelijke drones?

Directe alternatieven met exact dezelfde specificaties als de Red Bull Drone 1 zijn moeilijk te identificeren vanwege de op maat gemaakte aard van deze drone. Er zijn echter andere high-speed FPV-drones die in vergelijkbare toepassingen worden gebruikt. Speciaal gebouwde racedrones worden bijvoorbeeld vaak gebruikt voor het filmen van high-speed achtervolgingen in films en commercials, waarbij ze doorgaans topsnelheden in het bereik van 150-250 km/u bereiken.

Bedrijven zoals XM2 en Aerigon Labs zijn gespecialiseerd in het bouwen van drones voor professionele cinematografie, en hoewel hun drones mogelijk niet de extreme snelheden van de Red Bull Drone 1 halen, bieden ze geavanceerde stabilisatie- en camerabedieningsfuncties. Een voorbeeld van een alternatieve high-speed drone is de Peregreen 2, die een nieuw wereldrecord heeft gevestigd voor de snelste quadcopter met snelheden van meer dan 450 km/u

De denkbeeldige Suzuki GSX-4TT: Van DR-Z4 naar moderne café racer

0

In de wereld van motorfietsen is er altijd ruimte voor speculatie en creativiteit. Terwijl fabrikanten hun productielijnen zorgvuldig plannen, fantaseren liefhebbers over wat zou kunnen zijn. Een van deze fascinerende concepten is de hypothetische Suzuki GSX-4TT café racer – een idee dat tot nu toe niet verder is gekomen dan de tekentafel.

De oorsprong van het concept

Het idee van een Suzuki GSX-4TT café racer is ontstaan als een gedachte-experiment onder motorenthousiastelingen. Het combineert de betrouwbare mechanische basis van Suzuki’s DR-Z4- platform met designelementen die doorgaans worden geassocieerd met een café racer. De denkbeeldige GSX-4TT vertegenwoordigt een interessante kruising tussen het robuuste karakter van Suzuki’s offroad en de strakke, minimalistische esthetiek van moderne café racers.

Hoewel er geen officiële plannen zijn van Suzuki om een dergelijk model te ontwikkelen, is het concept interessant omdat het een niche zou kunnen vullen in het huidige motorlandschap: een middelzware café racer met de betrouwbaarheid van Japanse techniek, maar met het karaktervolle uiterlijk dat doorgaans wordt geassocieerd met Europese merken.

Test 2025 Suzuki DR-Z4S(M): frisse start voor een oude bekende

Technische mogelijkheden

Als een GSX-4TT werkelijkheid zou worden, zou deze waarschijnlijk worden aangedreven door een aangepaste versie van Suzuki’s beproefde 398cc-eencilinder uit de DR-Z4 serie. Deze krachtbron heeft zijn betrouwbaarheid bewezen en levert in standaardvorm ongeveer 39 pk bij 7.500 tpm en 39 Nm koppel bij 6.600 tpm. Voor een café racer-toepassing zou de motor mogelijk worden afgestemd voor meer middenrange koppel en een responsievere gasrespons in het straatgebruik.

Het bestaande buizenframe van de DR-Z zou waarschijnlijk worden aangepast met een lagere zitpositie, gewijzigde geometrie en meer straatgerichte ophangingscomponenten. Waar DR-Z4’s zijn ontworpen voor veelzijdigheid tussen on- en offroad gebruik, zou een GSX-4TT café racer zich exclusief richten op de weg met scherpere stuurrespons en stabielere wegligging bij hogere snelheden.

Andere technische aanpassingen zouden kunnen omvatten:

  • Overgang van carburatie naar elektronische brandstofinjectie voor betere emissiecontrole
  • Moderne remsystemen met standaard ABS
  • Weggeoriënteerde banden in plaats van de dual-purpose banden van de DR-Z
  • Een digitaal dashboard met mogelijk connectiviteitsfuncties
  • LED-verlichting rondom voor een moderne uitstraling

Styling en Design

Het meest onderscheidende aspect van een hypothetische GSX-4TT café racer zou ongetwijfeld de styling zijn. Waar de DR-Z4 een spartaanse, functionele enduro-motorfiets is, zou een café racer-variant een drastische heroverweging van de visuele elementen vereisen. We zouden waarschijnlijk design-elementen zien zoals:

  • Een compacte, agressief gevormde brandstoftank
  • Een minimalistisch zadel met café racer-kenmerkende achterkap –
  • Lager geplaatste clip-on sturen of stuur-gemonteerde clip-ons voor een sportievere rijpositie
  • Minimale, elegante bodywork met misschien subtiele kleuraccenten die verwijzen naar Suzuki’s raceverleden
  • Een kort, oplopend uitlaatsysteem met een karakteristiek geluid
  • Spaakwielen of lichtgewicht gietwielen voor een authentieke of moderne uitstraling

Het ontwerp zou waarschijnlijk een balans zoeken tussen retro-café racer-esthetiek en moderne Suzuki-designtaal, zoals we zien in de nieuwe GSX-8S en GSX-8R modellen.

Interessant marktsegment

Als de GSX-4TT ooit in productie zou gaan, zou deze zich in een interessant marktsegment bevinden. De café racer-markt wordt momenteel gedomineerd door merken als Royal Enfield, Triumph en verschillende Japanse fabrikanten (Kawasaki W800, Meguro S1 en W230, Honda GB350S). Nog een Japanse inzending in deze categorie, vooral een met een monocilinder motor in plaats van een paralleltwin of boxer, zou een onderscheidend product zijn.

In Nederland zou een GSX-4TT café racer mogelijk een geïnteresseerd publiek vinden. De Nederlandse motormarkt heeft de afgelopen jaren een groeiende interesse getoond in karaktervolle middelzware motoren, en café racers in het bijzonder genieten populariteit in stedelijke gebieden zoals Amsterdam, Rotterdam en Utrecht.

De combinatie van wendbaarheid in druk stadsverkeer, genoeg vermogen voor snelweggebruik en een onderscheidend uiterlijk zou de GSX-4TT aantrekkelijk maken voor Nederlandse motorrijders. Bovendien zou het relatief lage vermogen (vermoedelijk onder de 40 pk) het een geschikte optie maken voor A2-rijbewijshouders, een belangrijk segment in de Nederlandse motormarkt.