maandag 25 mei 2026
Home Blog Pagina 1253

Carlo Mascini’s klassiek Japanse passie

0

Op de Central Classics-beurs in Houten wist een jonge bink de gemiddelde Henk Krol-gerechtigde leeftijd drastisch naar beneden bij te stellen. Carlo Mascini, 24 jaar en verreweg het jongste lid van de Klassieke Japanse Motorfietsen Vereniging (KJMV), pronkte er met zijn prachtige Suzuki GT380. Moet zo’n jongen niet gewoon caféracers bouwen, zoals de mode voorschrijft?

Tekst Joost Overzee, foto’s Andrew Walkinshaw

‘Hij stond op internet voor duizend euro. Nu had ik met de Z1000 al een viercilinder viertakt met vier uitlaten, dus een driecilinder tweetakt met vier pijpen leek me wel een aardige aanvulling. Dus ik met mijn vader en een aanhanger ernaar toe met een veel te roze bril op mijn neus. Zag er helemaal niet verkeerd uit, leek me zat mogelijkheden te hebben om wat van te maken. Maar ja, eenmaal op de aanhanger geparkeerd kreeg ik toch wat twijfels. En eenmaal thuis kwam bij nadere beschouwing het besef: “Jee, wat is dat lelijk allemaal. Echt lelijk”. Het begon al met mijn moeder die me vroeg of het nu een GT380 of GT550 was. Had ik helemaal niet gezien dat ‘ie aan de ene kant een zijdeksel van de vijf-en-een-half en aan de andere kant van een drie-tachtig had, hahaha.’

Verkeerd gekeken

‘Maar de motor had nog zoveel andere dingen waar ik totaal omheen gekeken had. Ja, hij was geel met een blauw frame, maar waar die vorige eigenaar met zijn kwast niet bij had kunnen komen, zat natuurlijk het originele zwart. Verschoof ik een kabeltje, zwart. De veren van de schokdempers waren blauw, alle bouten, zelfs de ontluchtingsnippel van de remklauw. Het cilinderblok zag er helemaal niet verkeerd uit zonder bril op. Nee, was ook helemaal met een spuitbus zilverlak gespoten. Of die gele tank, die bleek natuurlijk benzine te lekken. Bleek de hele onderzijde met plamuur te zijn dicht gekit. Plamuur! Eronder natuurlijk een grote gatenkaas. Toen we nog meer van dat soort ellende tegenkwamen, stond mijn besluit vast: hij zou helemaal uit mekaar moeten. Waarschijnlijk had de vorige eigenaar voor hetzelfde dilemma als ik. Alleen ging ik ‘m restaureren en hij had hij daar geen zin in gehad.’

‘Laat’bloeier

‘Buiten, tussen die verzameling motorhoezen, staan er acht, waaronder de CB650 waar mijn vader en moeder dertig jaar geleden mee naar Italië gingen om te trouwen. Verder staat er onder andere de XV250 van mijn moeder en de EL250 van mijn zus. We kregen van mijn ouders op ons achttiende dezelfde keuze: of een laptop cadeau, of het rijbewijs. Ik ging voor de laptop omdat ik ICT ging studeren. Bovendien: motoren interesseerden me tot m’n achttiende totaal niet. Ik had meer op met klassieke auto’s. En een bromfietscultuur heeft in ons gezin nooit bestaan. Bij ons geldt: “Als je er met de brommer naar toe kunt, ga je met de fiets en als het te ver is, pak je de auto”. Maar toen het stappenrijbewijs eraan kwam, adviseerde mijn vader me nog snel m’n motor te halen. Uiteindelijk mocht ik niet achterblijven met motorrijden en kleding hadden we al op de Motorbeurs Utrecht gescoord. Toen ik het rijbewijs gehaald had, kocht hij een CB250 voor me, je weet wel, de T-versie uit 1977. Voor 220 euro. Zei hij: “Koop jij een fiets, maak ik je motor rijdend”. Dat heeft ‘ie geweten: banden driehonderd euro, accu, uitlaatbocht, carburateurs reinigen… goeie deal gemaakt dus, haha. De CB staat ook nog onder een van zeilen buiten. Ook die gaat nooit meer weg.’

‘Pas toen kreeg ik interesse voor motoren; daarvoor kende ik alleen maar computers. En toen zag ik een Kawasaki Z1 staan en was terstond verliefd. Zo’n mooie had ik nog nooit gezien, dus ik wist: “Wauw, die moet ik hebben”. Twee jaar later kocht ik dus mijn Z1000 voor € 2.600,-. Hebben mijn vader en ik samen opgeknapt. Nee joh, daar zaten mijn ouders niet mee, met zo’n zware. Ik liet mijn vader een rondje rijden en als hij zag dat het goed was. Toen had ik er dus twee, mijn CB en de Z1000, die ik overigens voor vakantie gebruik.’

Niet te origineel

‘Zo langzamerhand begin ik motoren uit de jaren tachtig toch ook leuk te vinden. Zo’n Suzuki Katana; spuuglelijk, maar het heeft wel degelijk wat. Sommige fietsen uit de jaren negentig vind ik wel oké, maar bij de jaren 2000 tot 2009 zet ik wel grote vraagtekens. Die hebben uitlaten als kachels en een rare mix van ronde en strakke vormen. En de sixties, nee, da’s mij te oud, te oubollig. Maar wel ben ik altijd Japanners trouw gebleven, want die zijn gewoon puur op vormgeving het mooist, zeker in de jaren zeventig.’

‘Maar ik ben wel van het origineel, zonder dat originele te fanatiek door te voeren. Je hebt van die gasten die alle boutjes of de spaken gaan verzinken, maar dat heb ik gewoon roestvrijstaal gedaan. Die fanatiekelingen zweren ook bij contactpunten, wat wel zijn charme heeft, maar doe mij maar elektronische ontsteking. Heb ik totaal geen moeite mee. Of dat het dashboard op mijn GT niet origineel is uit 1972, maar een 74’er met ‘gear position’. De trommelrem is weer uit 1972; vond ik mooier dan de schijfrem. Dat dashboard heb ik nog ergens nieuw weten te scoren, er staat nu dik tweehonderd kilometer op, maar de machine is pas rijdbaar sinds eind oktober.’

‘Ik struin echt alles af, vooral via Ebay en er zijn wereldwijd nog volop onderdelen voor de GT380 verkrijgbaar. O ja, kwam er op Central Classic een taxateur naar me toe. Die begon te roepen “Da’s nep!”, wijzend naar de striping op mijn tank. Ja, toen waren dat stickers, maar ik heb het onder een blanke laklaag laten spuiten. Vind ik gewoon mooier. Maar ik wist weer dat de stickers op de Kawa Mach IV die ernaast stond te dik waren. In die tijd hanteerde Kawasaki juist dunne stickers. Verder wel een aardige vent, hoor’.

Tranen vloeien

‘De KJMV is wel enthousiast dat ze zo’n jong lid hebben. Er zijn sowieso niet zoveel jongeren die klassiekers juist origineel houden of maken. Meestal bouwen ze caféracers, bouwen ze CB’tjes om. Ik vind: als iemand een professionele benadering en een goede visie heeft tegenover een ombouw, dan kunnen het aardige motorfietsen worden. Maar meestal zie je die gasten een nog best origineel ding kopen en dan beginnen mijn tranen al te lopen. Die zetten dan de zaag in alles. Dan denk ik: dat komt dus nooit meer terug… Zo zonde. En dan zie je zo’n ombouw op Marktplaats want dan zijn ze ‘m weer zat. Natuurlijk onverkoopbaar. Hebben ze een eigen zadeltje gefabriceerd, knipperlichten van een tientje van MotoZoom erop geschroefd, andere uitlaat erop geknald… En waar de originele onderdelen dan zijn? Weggeflikkerd! Ik snap dat gewoon niet.’

‘Ja hoor, ik kijk best wel om naar moderne motoren. Mijn vader heeft nog wat abonnementen op bladen, koopt alles wat hij ziet. Tuurlijk vind ook ik zo’n moderne Kawa H2 erg gaaf, terwijl de moderne Z1000 er naar mijn mening uitziet alsof ze die de kop hebben ingeslagen. Vroeger oogden motorfietsen allemaal vriendelijker; alleen al het feit dat je ‘the nicest people on a Honda’ tegenkwam, zegt wel hoe anders het nu is. Een moderne zou ik daarom alleen kopen voor woonwerk, voor mijn plezier zal ik altijd op klassiekers blijven rijden. Ik moet wel toegeven dat van alle retro’s ik de blauwe XJR1300 heel erg gaaf vind, net als de W800 in die speciale groene editie of de Yamaha’s in het geel met die ‘speed block’. Maar die grijpen dan ook precies terug naar het tijdperk dat mij zo aanspreekt, haha’.

’s Nachts studeren

‘De restauratie van de GT380 heeft me een jaar gekost en pakweg vierduizend euro. Maar de meeste tijd kost wachten. Zegt de verchromer dat hij zes weken werk heeft aan jouw spatbord, kost het negen maanden. Maar alles gewoon hier onder het afdakje gedaan. En omdat ik bij daglicht aan mijn motoren moet werken, studeer ik maar ’s nachts. Ja, als het goed is, studeer ik dit jaar af in fiscaal recht. Dat wordt wat omdat ik vier weken geleden een Kawa Samurai heb gekocht. Die kan wel wat hulp gebruiken, haha. Het kenteken is van 1971, maar hij komt uit 1970. Nee-nee, niet uit 1969; die hadden een bollere tank en zo’n enkele teller voor toeren en snelheid, net als de Black Bomber. Gewoon via Speurders gevonden in Tilburg, opgedoken uit een garagebox. Mijn vader heeft hem afgedongen tot achthonderd euro. Zit zelfs een sticker op van het Stimorol Racing Team van Willem Zoet; laat ik mooi zitten. Kijk, het is wel zo dat je motoren met veel werk of ontbrekende onderdelen nog kunt omvormen naar wat jij mooi vindt. Maar als hij origineel is en nog fraai, moet je hem eigenlijk zo laten. Deze blijft zoals hij is, maar ik laat wel het frame poedercoaten, dingen verchromen en ga zelf aan het polijsten. Als de uitlaten niet door zijn, poets ik ze gewoon op. Zijn ze wel reddeloos verloren, weet ik nog wel ergens expansiepijpen. Hij heeft de tank van de H1, maar de tankdop was stuk. Vragen ze gewoon honderd euro voor. Dus heb ik uit de VS een tank laten sturen voor vijftig euro, met goede tankdop, haha.’

Carlo Mascini, 24, uit Nieuwegein. IT’er, afstuderend fiscaal recht.

Zijn moeder Francis: ‘Maandenlang hebben hier allemaal dozen onderdelen op het terras gestaan. En langzaam maar zeker wordt het hele terras door motoren in beslag genomen. Als Carlo thuiskomt, dan heeft hij zijn laptoptas nog niet neergezet of hij staat al buiten bij zijn motore, met mijn man. Hij heeft ook speciaal een camera en statief gekocht om alles te filmen wat hij uit elkaar haalt, echt alles. Kan hij het altijd weer perfect in mekaar zetten. Natuurlijk zeur ik weleens over vette handen op de deuren. Maar ik kan alleen maar blij zijn dat hij een goede hobby heeft en zulke mooie machines maakt. Daarom vind ik het best dat hij weer eens een nieuwe koopt. Hij zal toch niet tot zijn vijftigste thuis wonen, toch?’

Nog zo’n mooi verhaal? Klik hier voor ‘De Plek, de IJstijd voorbij’.

KTM: 450 Rally Replica

0
KTM 450 Rally Replica

De KTM 450cc Rally Replica is de ultieme go-anyware motorfiets. Hij is gebaseerd op de machines waarmee Matthias Walkner en het Red Bull KTM Rally Factory Racing Team de Dakar wonnen.  Hij wordt aangedreven door een 450cc SOHC injectiemotor, die de laatste technische ontwikkelingen heeft meegekregen, waaronder een verbeterde koppeling. Ook heeft hij een gloednieuw rijwielgedeelte met WP XACT PRO 48 cartridge voorvering. Hij heeft een carbonfiber carterplaat, nieuw ontworpen brandstoftanks, een zachter zadel en een Akrapovič uitlaat. Er worden er 75 gebouwd voor een prijs van 26.000 euro. Maar ze zijn allemaal al verkocht…

Hepco Xtravel: Licht en terreinvaardig

0
Hepco

Bij offroad rijden telt elke kilo en kan het handig zijn als je bagage meegeeft bij een val. Hepco Becker introduceert daarom de Xtravel zijtassen. Het zijn geen zadeltassen, maar textieltassen die je net als een koffer aan kofferdragers vastmaakt. Daarom hebben ze een harde achterwand. Het buitenmateriaal is waterafstotend, voor extra protectie heeft de voorzijde een thermo-gevormd paneel, dat als extra bagagevak dient. Extra bagage kan ook aan de “daisy chain” zijriemen bevestigd. Met behulp van twee compressieriemen kunnen de tassen zo plat gemaakt als je bagage dat toelaat. Die bagage zit waterdicht verpakt in een binnentas met rolsluiting. De tassen wegen 2,8 kg en hebben elk 35 liter inhoud. Ze kosten €598,- per set. Meer weten? Kijk op www.hepco-becker.de

Waar loert gevaar?

0

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat onderzoekt of gevaarherkenning onderdeel moet uitmaken van het motorrijexamen. De achterliggende gedachte ligt voor de hand: het moet de verkeersveiligheid voor motorrijders  verbeteren. Onderzoek bewijst dat vervolgopleidingen zoals de VRO Risico-cursus een postitief effect op de veiligheid van het rijgedrag en gevaarherkenning hebben. Het ministerie vraagt zich af of het daarom onderdeel moet worden van het rijexamen.

De Plek: De ijstijd voorbij

0

Ze worden wel beschouwd als de ijstijd van het motorfietsenontwerp: de jaren van pakweg 1990 tot 2010. Nu kun je alle stijldiscussies wegzetten met het argument dat het louter gaat om persoonlijke voorkeur, maar de lui die nog een laffe nasmaak in de mond hebben van al die Diversions, Fazers, Virago’s, Shadows en Intruders uit deze tijd, hebben een punt.

Tekst Olivier Visser, foto’s Chris Pennarts

De laatste liefhebber in Klazienaveen daargelaten, zullen ze snel vergaan op de mestvaalt van het motorfietsontwerp. Vergelijk het maar met muziek: Madonna is best leuk als je het bij een glaasje Ranja gezellig wil houden met je meissie. Maar zit je met je maten aan een hoekige trappist, dan moet je Amy Whinehouse hebben.

Alsof hij die barre jaren geleden voelde aankomen dekte Wilco Vonk zich tijdig in, met een Kawasaki Z1300. Bijna kakkineus van uiterlijk, deze zescilinder, maar met zijn vermogen van 120 pk in staat tot heel onaangepast gedrag.

 Yuppen van de Zuidas

Het verging deze Amsterdammer als hele volksstammen motormannen: pas jaren na dato realiseren ze zich welk moment beslissend was voor hun motorleven. Toen de yuppen van de Zuidas hun territorium nog niet markeerden met hun Tesla’s in de Pijp, maakte Wilco deel uit van een levendige brommerscene in deze voormalige volkswijk.

Zijn buurman was de beroerdste niet en nam hem achterop voor een rit met zijn nieuwe Kawasaki Z1300. Wilco: ‘Diep onder de indruk was ik.’ Maar geld had deze brommerjongen uit de Pijp niet. Dus kwam er een Triumph Bonneville. Een buitenbeetje tussen de Harleys van zijn maten. Maar Wilco’s motorinstinct was te goed ontwikkeld om daar gebukt onder te gaan. ‘Harley, ik had er helemaal niks mee en dat gaat ook niet meer gebeuren.’ Dat hij een paar jaar later zijn spaargeld zou stukslaan op een Z1300 kon niet uitblijven. En nu, 150.000 km verder, staat hij erbij alsof hij meer uren onder de poetsdoek heeft doorgebracht dan op het asfalt.

Dat Kawasaki ten opzichte van de grote Japanse broers altijd een underdogpositie heeft gehad, hielp een handje mee bij Wilco’s sympathie voor het merk. Kawa was de luis in de pels van Honda. Flikte Honda de motorwereld een kunstje om met sensationeel nieuws te komen, dan ging Kawa daar nog eens dunnetjes overheen. Met nét iets heftigers. Zo legden de CB750 het af tegen de Kawa Z900 en de CBX1000 tegen de Z1300. Wilco: ‘De underdog die de grote reus een beetje tergt’ , dat mag ik wel’

Ouwelullenromantiek

Wilco telt graag in drietallen, omdat ze van die smeuïg uitgebalanceerde motorfietsen opleveren. Vandaar de Kawa zes- en Triumph driecilinders in zijn garage. Maar terug naar af is voor hem als een louterend bad voor een afgebeuld lijf. Dan komt de eenpitter offroad Kawa KLR 650 van stal. Staat gestald bij een maat in Spanje, in een streek waar de asfaltwals geen kans krijgt. Dan herleven de jaren dat hij met zijn maten losging in het zand bij Sloterdijk. Ploegen door het terreim, op een stukkie niemandsland, waar de laatste zakcenten werden stukgeslagen aan een halve tank benzine. Ouwelullenromantiek, het zal best. Maar kom daar nog eens om bij de twintigers van nu, die hun vrije tijd zien verdampen met gamen.

Dikke vinger

Lennart, Wilco’s zoon, heeft net als pa destijds met zijn Z1300, maatregelen genomen. Net terug van een paar weken wildkamperen in Frankrijk met een 125 cc Hondaatje – tentje achterop – keerde hij de spaarpot voor het A2-rijbewijs. Iets zwaarders moest er komen.  Het werden twee Kawa KLE’s 500 offroads: een om te rijden en een als sleutelfiets voor onderdelen.

Lennart zat geramd. Dacht hij. Toen zag pa op marktplaats de fiets voorbijkomen waar een beetje vent met het motorhart op de juist plek helemaal week van wordt: een Yamaha XT600 Téneré. Offroad puristen reden de XT500. Beurse scheenbenen van de onwillige kick golden in die kringen als een bewijs van goed gedrag. Maar reisavonturiers met een goede neus voor motorfietsontwerp hadden meteen in de smiezen dat Yamaha met de Téneré geschiedenis zou schrijven. Dus Lennarts spaarpot ging op  zijn kop voor de Téneré. Een dikke vinger voor de horrorjaren van het motorfietsontwerp.

Doe mee

Heb je ook een pracht van een porrelschuurtje waar geen huiskamer tegenop kan en dat een motorleven vol verhalen herbergt? Zet het op de foto met je motor(en) en mail de foto naar jkruithof@gmail.com. Zet in de onderwerpregel ‘De Plek’ en vermeld in de mail je naam en adres. Mogelijk dat we eerdaags bij je op de stoep staan met een Promotor team. Niet zonder afspraak natuurlijk.

MOTO73: Geweldige Honda special

0
MOTO73-honda_special

Honda fans hebben de MOTO73 special allang gelezen. Motorrijders die wel eens willen weten hoe Honda zich vanaf de jaren ’60 op de kaart zette, zouden deze special ook in huis moeten halen.

De MOTO73 Honda special is geen doorwrocht standaardwerk dat alles verklapt wat Honda tot een wereldmerk heeft gemaakt. De special geeft je wel een vlot geschreven , onderhoudend overzicht van wat Honda vooral voor motorrijders betekent. Aan hoogtepunten uit de Honda geschiedenis ontkom je in een special niet. Een prachtige reportage over een van de beroemdste Honda blokken (V4 750) legt uit dat Honda nooit angstig was om de grenzen van het technisch mogelijke op te zoeken.

Vermakelijk is verslag van een race op een Honda grasmaaier (+200 km/u). Maar het zijn toch vooral de motorrijders die de MOTO73 special zo aangenaam om te lezen maken.

De MOTO73 Honda special kun je bestellen op Tijdschrift.nl

Video: GP-rijders als kotertjes

0

Er staat komend weekend heel wat op het spel in de MotoGP van Japan, maar dat zou je op basis van deze beelden van spelende GP-coureurs niet zeggen. Het echte werk staat voor zondag op de agenda, maar het speelkwartier vond gister plaats op het mini-baantje van de Twin Ring Motegi Circuit. De heren combineren het fanatisme van GP-rijders met de speelsheid van kleuters. Het levert hilarische beelden op. Oud-gediende Alvaro Bautisto toont zich van zijn meest atletische kant door staand op een mini-fietsje de finishlijn te passeren.

De motorreis van Paul van Hooff – Van hier tot Tokio

2

We gaan langs bij schrijver, motorrijder en avonturier Paul van Hooff. Op zijn oude Moto Guzzi ‘Guus’ motor reed hij van hier tot Tokio en beleefde uitzinnige avonturen. Daarover schreef hij een boek. Over reizen, afzien, ontmoeten en overleven. Bekijk hier zijn reisverhaal.

Promotor Update #5 – Ducati Multistrada 1260, avonturier Paul van Hooff, motornieuws

0

Veel motornieuws deze week in Promotor Update #5. Verder was Jaap deze week in Italië om daar te rijden met de nieuwe Ducati Multistrada 1260 Enduro 2019. Wat is zijn eerste indruk? Ook testen we de Royal Enfield Himalayan in het Hollandse landschap. Als laatste gaan we langs bij motor-avonturier Paul van Hooff. Hij reed met zijn motor naar Tokio en schreef over dit avontuur het boek ‘Van Hier Tot Tokio’. Een bijzonder reisverhaal van een bijzondere man.

Kawasaki Vulcan S(E) Sport & Light Tourer: Test

0
2019 Kawasaki Vulcan Sport & Light Tourer

Sinds mensenheugenis heeft de aarde haar vulkanen. En Kawasaki ook. Tenminste: als je net zo vergeetachtig bent als ik. Kawasaki’s eerste vulkaanuitbarsting dateert al van 1985, vele volgden en de laatste eruptie was in 2015 met de Vulcan S. Daarna rommelde het in dezelfde krater met nog een paar kleine bevinkjes in de vorm van de SE en de Café. En toen bleef het stil… Hoewel? De Vulcan rookt en rommelt weer.

Mink Bijlsma

De cruiser-scene lijkt op sterven na dood en ook de Vulcan leek slapende. De chopperstroming die halverwege de jaren ’80 (vdve) in Japan op gang kwam, in een poging wat marktaandeel van Harley-Davidson af te snoepen, leek gestopt. De grote, dikke en vette cruiser is exit, slechts het Amerikaanse origineel bestaat nog, Zo lang ze daar tenminste nog gemaakt worden. In het lichte segment heb je nog slechts de keus uit de Honda CMX 500 Rebel en de Vulcan S(E). En… Harleys uit India. Van alle drie schommelt het vermogen ergens tussen de 48 en 61 pk en de prijzen variëren van €7.300,- en €9.500,-. Waarbij de Vulcan SE de sterkste is… en de duurste.

Verschil in uitvoering

Ondanks (of juist dankzij?) de sluimerende staat waarin de lichte cruiser verkeert, rook Kawasaki de kans om naast de Vulcan S, SE en Café nóg twee nevenmodellen uit te brengen: de Sport en de Light Tourer. Geen wereldschokkende erupties, want het zijn niet meer dan twee standaard Essen en Es-Es’ die opgetuigd zijn met een aantal accessoires uit de toebehorenlijst van Kawasaki. Daarvoor betaal je minder dan wanneer je ze er nadien op laat schroeven. De Light Tourer heeft een doorzichtig windscherm, een sissybar en twee lederen zijkoffers. Meerprijs €999,-. De Sport hebben ze in Kobe met een stuurkuip en Full System Arrow uitlaat uitgerust, om het sportieve gevoel akoestisch kracht bij te zetten, maar zeker ook om het optisch te onderstrepen. Meerprijs €899,-. De Sport is een eenzitter, het duozitje is helaas in Japan achter gebleven.

Wat je krijgt

Maar wat krijg je nou voor de overige €9.049,- die je voor een S en €9.249,- die je voor een SE (tweekleuren lak en sierstrepen op de velg) betalen moet? Om met het uiterlijk te beginnen: een netjes afgewerkte motor die qua uitvoering weliswaar vrij basaal is en waarvan toch wel veel delen van plastic zijn, maar die er in het matzwart stoer en er in het two-tone chique uit ziet. Oké, de prijs is er ook naar, maar het basisbeginselen van een cruiser zijn dat het een lust voor het oog moet zijn en dat hij er best duur uit mag zien. Dat hebben ze bij Kawasaki goed begrepen. Een aantal zaken die in het oog springen zijn de vorm van de gegoten wielen, de weggewerkte kabeltjes en slangetjes en een keurig strak blok. Dat blok wordt dan wel door vloeistof gekoeld, maar de cilinders hebben optische koeling van de koelribben en de radiator zit mooi opgesloten in een designtechnisch verantwoord omhulsel.

De krachtbron is overigens een oude bekende, want die doet ook dienst in de Z650, Ninja 650 en de Versys 650. Het is de staande tweecilinder waarvan de zuigers trillingsarm tegenovergesteld op – en neer gaan, wat borg staat voor een soepele loop. Om dat nóg soepeler te maken is het wat teruggetuned, waardoor het topvermogen van 68 naar 61pk zakte. Daarvoor krijg je onderin meer koppel terug en dus meer trekkracht.

Het voorwiel moet het doen met een enkele schijf, het achterwiel met een enkel veerelement dat dan wel weer mooi lateraal gemonteerd zit. Uit de toon vallen de spiegels die (zover mijn korte termijngeheugen weet te herinneren) ook al op de allereerste Vulcan zat en de matzwarte uitlaat, ook qua geluid. Tenminste: voor diehard light cruiser rijder, zover die bestaat.

Zoals ieder ander

Voordat we ingaan op de opzienbarend verschillende rijeigenschappen van de Sport en Light Tourer, eerst de basis rijeigenschappen van de Vulcan S(E). Ondanks een rijklaar gewicht van maar liefst 229 kilo, is de Vulcan S toch een uiterst makkelijk hanteerbare motor die het tijdens het korte en langzame werk goed doet. Hij stuurt licht, neutraal en vanzelfsprekend en dat is voor een cruiser juist níet vanzelfsprekend. Het blok ontbeert natuurlijk echte bottom power en vette mokerslagen, maar draait gecultiveerd en nagenoeg trillingsvrij en soepel. Ondanks de meer dan maagdelijke kilometerstand van 5, schakelt de bak licht en vloeiend. Dat kan alleen nog maar beter worden met het verstrijken van de gereden kilometers. De Vulcan blinkt uit in gebruikersvriendelijkheid, op één dingetje na en dat is de wat abrupte gasaanname. Verder loopt het blok als een zonnetje. De remmen doen hun werk voldoendfe goed, wat ook geldt voor de info die het dashoard levert. Zonder op de borst te trommelen heeft Kawasaki een goede Urban Cruiser op de wielen gezet.

De Light Tourer

De eerste etappe van de Ronde van Vlaanderen breng ik door in het zadel van de Light Tourer. Geblinddoekt zou je niet weten dat je juist dáár op stapt of je bent zó stijf en stram dat je tegen de koffers of sissybar aan zou schoppen bij het opstappen. De opstap is dus laag, het zadel ook, niks anders dan anders. Maar zodra de blinddoek af gaat, overvalt je een heel ander gevoel en dat komt alleen door die ruit. Een reisgevoel. Straks niet afbuigen en afzien naar het Noorden en richting kasseien, niet getergd te worden door de korte en harde achtervering die de cruiser weinig comfort biedt. Nee, je krijgt direct lust om door te gaan richting oosten. Ardennen, Eifel, Sauerland en ach waarom niet: Thüringerwald. Wat een scherm al op voorhand teweeg kan brengen.

Wat losse spullen in de (niet afsluitbare) leren koffers en gáán. Rijdend verdwijnt dat gevoel niet. De zithouding in standaard trim lijkt comfortabel genoeg om de snode plannen uit te voeren. Er is ruimte genoeg, geen enkele moment heb je het idee opgevouwen te zitten in een foetus houding of dat het zadel in je gat priemt zoals zo vaak op cruisers. En het scherm neemt genoeg winddruk weg, zodat de zonnebril alleen op hoeft omdat de zon zo uitbundig schijnt. Het produceert ook weinig turbulenties en herrie rond je helm zodat het niet erg is als je je oordopen vergeten bent.

Plus & min

+ Afwerking

+ Stuurgedrag

+ Geluid

– Comfort zadel

– Harde achtervering

– Felle gasreactie

De Sport

Tijdens de tweede etappe volg ik op de Sport braaf de voorrijder in de gele trui… gele hesje en mak me op voor toch een kasseienrit. De zithouding is identiek aan dat van de Light Tourer, maar geeft een totaal ander gevoel. De kleine kuip doet qua bescherming nauwelijks iets. De zonnebril moet ook op wanneer de zon niet schijnt, maar de Sport daagt op voorhand uit om die koploper in z’n gele trui er straks professioneel uit te remmen. Dat gevoel wordt duizend maal sterker wanneer je de Sport elektrisch ‘aantrapt´. Jeminee: wat een Arrow-uitlaat niet kan doen. Naast het iets hoger geclaimde vermogen, produceert de Arrow zeker ‘iets’ meer geluid, wat het ontspannen, zelfs wat luie karakter van de Light Tourer volledig op de schop gooit.

De Sport, praat, nee blaft tegen je en zet je aan om ‘m flink de sporen te geven. Wat geluid niet kan betekenen. En… volledig legaal, want in Italië heeft de Arrow een E6 keur gekregen. En wat in Italië mag, mag ook in de rest van Europa. Vraag niet hoe het kan, maar profiteer er van. En mocht je je oordoppen vergeten zijn, dan is dat wederom helemaal niet erg. In tegendeel. Net als bij de Light Tourer is het moeilijk voorstelbaar dat zulke kleine ingrepen van de Sport niet zozeer een hele andere motor maken, maar van jou een andere rijder. De voetsteunen schrapen in nagenoeg elke bocht vrolijk over het asfalt, de motor draait veel meer toeren dan nodig, de bak wisselt veel vaker van verhouding dan zinnig is, de enkele schijf in het voorwiel zou voor het gemak er graag een broertje bij willen. En het benzineverbruik zal best wel wat hoger liggen, maar de rij-dynamiek is dat ook.

En dan de pain-in-the-ass… Want wat op de Light Tourer nog zo´n comfortabel zadel leek, is dat op de Sport niet. Komt dat omdat we vandaag al úren op de Vulcan rondgecrosst hebben of zit die zadelpijn ook tussen je oren?

Plus en min

+ Afwerking

+ Stuurgedrag

+ Zet aan tot reislust

– Comfort zadel

– Harde achtervering

– Felle gasreactie

Dit vindt Mink

Het is echt bizar te ervaren wat een paar accessoires met je kunnen doen. Ik zou niet gauw voor een cruiser kiezen, maar als… dan voor de Sport. En dat komt allemaal door die uitlaat. Ik weet: het is heel persoonlijk en het begint een aardig ouderwets statement te worden, maar een tikkie meer geluid maakt voor mij alles uit. Of wácht: ik kan natuurlijk ook een Arrow-uitlaat onder de Light Tourer laten zetten. Past imago technisch misschien niet bij Tour idee, maar geluidstechnisch natuurlijk wel. Of nog beter: ik ga voor de Sport Tourer en zet het scherm en de koffers op de chiquere Sport. Nee, wacht, wacht, wacht: ik pak de catalogus er nog even bij…

Specs

Blok dwars geplaatste staande twin met 180° krukas, twee bovenliggende nokkenassen en vier kleppen per cilinder.

Cilinderinhoud 649 cc

Vermogen 61 pk/7.000 tpm 63 Nm/6.600 tpm

Gewicht rijklaar 229 kg

Tankinhoud 14 liter

Zithoogte 705 mm

Prijs: S(E) Sport: € 9.948,- (€ 10.148,-), S(E) Light Tourer € 10.048,- (€ 10.248,-)