vrijdag 1 mei 2026
Home Blog Pagina 1262

Honda: wordt 2019 het jaar van de nieuwe Hornet?

0

Een nieuwe model en nog wat aanwijzingen zouden duiden dat in 2019 een nieuwe Honda Hornet op stapel staat.

Honda-fans hebben grote kans dat ze ergens in 2019 een Honda Hornet in de showroom van de dealer aantreffen. Zoveel kun je opmaken uit het interview dat het Franse Moto Revue had met Fabrice Recoque, directeur van Honda Frankrijk. ‘Ergens in de komende maanden introduceren we een nieuwe motor, dat kort daarop wordt gevolgd door een nieuw model waaraan we inmiddels ook werken.’ Recoque zegt daarbij dat het niet gaat om een concurrent van de MT-07. ‘De Yamaha MT-07 zullen we niet pareren met eenzelfde stijl of vergelijkbare prijs. De nieuwe Honda zal een heel andere motor zijn, met een unieke stijl en een andere marktpositionering.’

Alleen al het idee om een nieuwe Honda Streetfighter te bouwen onder de naam Hornet zal zowel bij jonge als oudere motorrijders de nieuwsgierigheid opwekken. Het was de Hornet die zich onderscheidde van alle andere nakeds uit Japan door z’n rijeigenschappen, stijl en prestaties. De Hornet was ook een verkoopsucces. Dat had de motor te danken aan de succesvolle combinatie van sportief blok, uiterlijk en een prijs voor elk budget. Bestseller was de 600-versie, dat met de vier-in-lijn afgeleide van de CBR600 goed was voor 96pk en 12.000 tpm.

Over dik een maand (3-7 oktober) is het Intermot in Keulen. Dan zal veel duidelijk worden.

Icoon: Honda ST1100 Pan-European

0

De ontstaansgeschiedenis van de Japanse ST1100 is bijzonder. Honda ontwikkelde deze Pan-European namelijk vrijwel geheel in Europa, omdat de machine echt toegesneden moest zijn op de Europese toerrijder. Veel lange afstanden, hoge kruissnelheden: dat soort zaken. Eigenlijk, heel stiekem, was het een regelrechte aanval op BMW. Sterker nog, veel testkilometers werden op de Duitse Autobahn gemaakt, terwijl het stuurgedrag in de Eiffel, het Schwarzwald en in de Alpen op de proef werd gesteld. Het R&D-centrum van Honda Europe lag (en ligt, trouwens) in Offenbach, vlakbij Frankfurt. Kunnen we de Pan-European dan eigenlijk een Duitse Honda noemen? Tja, eigenlijk wel.

Dat Honda Europe het nodige in de melk te brokkelen had blijkt uit de keuze voor een V4-motorblok. Japan wilde een vier-in-lijn, maar in Offenbach pleitte men voor een karakterblok met gunstige motorkarakteristiek. Japan gaf groen licht en het werd de V4. Maar, de ST1100 kreeg wel een heel andere V4 dan alle voorgaande V4-modellen. Het blok kwam met de krukas in lengterichting in het frame te hangen. Hierdoor had Honda een gunstig uitgangspunt voor de cardanaandrijving en doordat de krukas in lengterichting draait werden de stuureigenschappen verbeterd. Want het beperkt de gyroscopische krachten in het motorblok. Nadelen? Die waren er ook. Want de motor vertoont, met deze plaatsing, een kanteleffect zoals we dat bijvoorbeeld goed kennen van boxermotoren. Om dat grotendeels op te heffen liet Honda de koppeling tegengesteld aan de krukas draaien.

Het nieuwerwetse motorblok was niet de enige noviteit van deze baanbrekende Honda die in 1990 op de markt kwam. Ook opvallend was de slanke gestroomlijnde vormgeving, die veel sportiever was dan in die tijd gebruikelijk bij ‘dikke’ toerbuffels. Nieuw was ook de plaatsing van de spiegels. Even wennen om onder je handen door te kijken, maar het zicht was bijzonder goed en trillingsvrij. Heel vooruitstrevend was ook de plaatsing van de knipperlichten ín die spiegels. Net zoals de plaatsing van de benzinetank, laag onder het zadel.

De Pan-European werd een inslaand succes. Vooral in Europa was de ST niet aan te slepen. De jaren hierna werd dit nog versterkt doordat het motorblok onverwoestbaar bleek. Dat zien we nu nog: bijna alle occassions die te koop staan hebben ruim een ton op de teller, en vaak zelfs anderhalve ton. 

Door de jaren heen voerde Honda slechts kleine wijzigingen door. In 1992 kreeg ‘de Pan’ een iets hoger stuur en werd ‘ie verkrijgbaar met ABS en tractiecontrole. Jawel: toen al tractiecontrole! Ook werd het voorwiel in 1992 iets breder.

In 1996 kwam de Pan met een gecombineerd remsysteem, het gekoppelde remsysteem met driezuiger remklauwen. Ook werd de voorvork dikker en kleine sleuven in de ruit verminderden de turbulentie áchter de ruit, goed te zien op de foto helemaal boven.

In 2002 viel het doek voor de ST1100, de ST1300 werd geïntroduceerd. Een compleet nieuwe machine, met nieuw motorblok en een nieuw aluminium frame. De last van de grote roem van de ST1100 werd de ST1300 te veel. Een echte legende zoals de ST1100 is de ‘laatste’ Pan nooit geworden. 

Meer iconen vind je hier. Volgende week brengen we weer een nieuw icoon.

Fotocredits: archief MOTO73

 

Wil je weten hoe de 2019 Triumph Scrambler 1200 eruit ziet?

0

Is de nieuwe Triumph Scrambler 1200 een wat opgedikte 900cc of een heel nieuwe machine? 24 oktober krijgen we het antwoord.

Met een plaagvideo probeert Triumph Motorcycles de massa klaar te stomen voor de nieuwe 2019 Scrambler 1200. Triumph claimt dat met de 2019 Scrambler 1200 ‘de nieuwe rijrevolutie begint.’ Dat is voor het normaal zo ingetogen Triumph nogal een onbescheiden uitspraak. 24 oktober zal blijken of of het geen grootspraak is.

Op de website ronkt Triumph verder door te zeggen dat het model een ‘moderne Triumph-klassieker is … die een rij-revolutie creëert met een geheel nieuwe maatstaf voor wat een scrambler geweldig maakt’. Ook vermeldenswaard is dat de Scrambler en nog niet eerder vertoond niveau van inzetgebied heeft. Dus even geweldig op de weg als in het terrein. In Triumph -taal: ‘geweldig off-road als op de weg, doet alles wat een adventure bike kan. En dat allemaal met de authentieke scrambler stijl en houding.’

Maar behalve noppenbanden, een keienvanger en een robuuste vork, kunnen we uit de plaagvideo niet echt zien hoe de Triumph eruit gaat zien. Wat natuurlijk ook de bedoeling is van zo’n video. Maar laten we het erop houden dat onze interesse is gewekt.

Honda Forza 2018 (125 & 300 cc) – test Promotor

0

In het mondaine Monaco aan de Middellandse Zee test Jaap motorscooters van Honda, de Forza 125 & 300 cc.

Feiten: 2019 BMW R1250GS

0

We zullen er nog even op moeten wachten, maar op de Intermot in Keulen zou ons wachten beloond moeten worden; BMW komt met de opvolger van de R1200GS, die we in de huidige vorm sinds 2013 kennen. De Britse motorsite van BikeSocial hebben hun hand op een lijst specificaties weten te leggen. Wij nemen ze even met je door.

Om te beginnen de cilinderinhoud, want die neemt – logischerwijs – toe, van de 1170cc R1200GS tot 1254cc bij de R1250GS. Het vermogen en koppel was bij de R1200GS perfect in balans met 125 pk en 125 Nm, maar of diezelfde vlieger voor de 1250 opgaat is nog even onduidelijk, aangezien er enkel topvermogen genoemd wordt. Dat neemt met een kleine 10 pk toe tot 134.1 pk bij 7.750 tpm – hetzelfde toerental als bij de 1200 dus. Je mag er min of meer vanuitgaan dat de 1250 een vergelijkbare interne balans kent en het koppel door de toegenomen motorinhoud een vergelijkbare aantal newtonmeters toeneemt als het motorvermogen. Overigens wordt er weinig meer duidelijk over het gerucht of de 1250GS variabele kleptiming krijgt, maar een dergelijke tussenkomst zal misschien niet veel extra toevoegen aan de absolute cijfers, maar de beschikbaarheid en bruikbaarheid van koppel en vermogen des te meer.

Verder lijken de specificaties weinig gekkigheid te bevatten. Zo neemt de wielbasis van de reguliere GS met 7 millimeter af tot 1.500 mm precies. De 1250GS Adventure behoudt dezelfde wat langere 1.520 mm wielbasis die de 1200GS nu ook al heeft. 

Wat zijn rijklaargewicht betreft, wordt de GS er in zijn nieuwe vorm niet lichter op, maar ook niet veel zwaarder. Waar de 1200GS en 1200GS Adventure respectievelijk 244 en 263 kilogram – de Adventure heeft een 30 liter-tank; 10 liter meer dan de gewone – op lieten tekenen, leggen de beide 1250s precies 5 kilo meer in de schaal. Een mogelijke verklaring kan gevonden worden in het toepassen van de geruchtmakende variabele kleptiming, maar aangezien de geluidsproductie geregistreerd terugkomt van 92 dB tot 88 dB is het ook goed mogelijk dat het uitlaatsysteem fiks zwaarder wordt.

Alles op een rijtje
Hieronder nog even alles voor je op een rijtje, met als kanttekening dat specificaties nooit het hele verhaal vertellen. Zwart op wit kun je uit de specificatielijsten vaak veel halen, maar sommige motoren worden er juist door opgehemeld, terwijl andere enorm tekort gedaan worden door enkel zwart-wit de cijfertjes te bekijken. 

Het wachten is dan ook op de Intermot, welke tussen 3 en 7 oktober plaatsvindt. BMW vinden we te zijner tijd in Hal 6 en al het nieuws komt uiteraard ook terug op Motor.nl. 
Motor.nl: BMW R1200GS vs R1250GS

Foto’s: BMW Motorrad/Motor.nl

Honda Special van MOTO73

0

Vanaf vandaag ligt MOTO73’s Honda Special in de winkel. Een unieke uitgave waarin volop ruimte wordt gegeven aan de geschiedenis van het Japanse motormerk, de nieuwste modellen, technische ontwikkelingen en betrokkenen, zoals Ronald ten Kate en Kervin Bos.

Een tijdlijn van Honda-iconen verhaalt over de Super Cub, Gold Wing en de RC213V-S, terwijl verderop in het magazine het motorblok van de RC30 letterlijk binnenstebuiten wordt gekeerd. De nieuwe Gold Wing, Africa Twin Adventure Sports en CB1000R zijn getest, net als diverse A1- en A2-modellen, zoals de CMX500 Rebel en CRF250 Rally. Zelfs de Mean Mower ontkwam niet aan een test; de grasmaaier met VTR-blok die dik 200 kilometer per uur haalt. Verder vertellen vier Honda-liefhebbers over hun motorleven, terwijl twee Honda-rijders in de rubriek Marathonmotor hun motor beschikbaar stellen aan de MOTO73-keurmeester. 

Hoofdredacteur van MOTO73, Eddie de Vries: ‘Deze Honda Special is een combinatie van het DNA van onze beide tijdschriften, MOTO73 en Classic & Retro. We hebben de mooiste verhalen uit de afgelopen jaren gebundeld en bovendien veel nieuwe verhalen geschreven. Het is echt een bewaarexemplaar voor de liefhebber.’

De Honda Special is online verkrijgbaar bij Tijdschriftnu en bij de betere tijdschriftenzaken, zoals Bruna, Primera en AKO. In België arriveert de special iets later in de winkels.

Kawasaki Vulcan S 2018 (Tourer + Sport edition) – test Promotor

0

In België test Mink de Kawasaki Vulcan S Sport en de Tourer edition.

Ago niet te spreken over MV in Moto2

0

Giacomo Agostini, of Ago voor de liefhebber; een man met een CV – en wat voor een! De vijftienvoudig wereldkampioen won tussen 1963 en 1977 liefst 122 races, waarvan het gros met MV Agusta. En juist dat Italiaanse merk krijgt nu de wind van voren van hun coryfee.

Tegenover Speedweek heeft Ago verklaard dat hij niets ziet in de deelname van zijn oude werkgever in het Moto2-wereldkampioenschap volgend jaar. Ago: “Het frame is niet van MV, de motoren zijn niet van MV, de vering is niet van MV, de wielen zijn niet van MV; niets is van MV. Het is een marketingstunt!”

De 72-jarige Italiaan spreekt van heiligschennis en vreest dat het project de naam van het merk door het slijk zal halen. MV Agusta dacht daar bij de presentatie van hun Moto2-prototype duidelijk anders over. Zij zijn namelijk bovenal razendenthousiast na 42 jaar terug te keren op Grand Prix-niveau, waar het merk in het verleden liefst 37 constructeurtitels wist te veroveren, waarvan bijna een derde mede gewonnen werd dankzij Agostini.

Onzekerheid
De kritiek van de gepensioneerde motorcoureur – die her en der nog altijd als MV-ambassadeur opduikt – is ergens te begrijpen. Hij heeft MV Agusta zoals het een beetje Italiaan betaamt logischerwijs hoog zitten en zou eerverlies zonde vinden, maar wellicht zijn zijn vrezen onnodig, want MV Agusta’s deelname in het Moto2-kampioenschap staat vooralsnog op losse schroeven.

De Zwitserse framemakers van Suter zijn betrokken bij het project evenals Forward Racing, en laten beide partijen het de laatste tijd nou bepaald niet gemakkelijk hebben. Forward Racing vertoont momenteel een fikse dip in resultaten en Suter zit in de GP’s ook in zwaar weer sinds de Kalex’en, KTM’s en zelfs Speed Up’s de Zwitserse fabrikant voorbijgestreefd zijn in de middelste GP-klasse.

Daarnaast heeft de MV-fabriek het huishoudboekje net weer een beetje op orde en lijkt het onvermijdelijk dat het geld voor een GP-team zal leiden tot een terugtrekking elders. Het World Supersport 600-team doet het niet onverdienstelijk, maar met name de WK Superbike-ploeg kan sinds het vertrek van Leon Camier weinig inbrengen in de productie-gebaseerde topklasse. Of een GP-deelname valt of staat bij het terugtrekken van zowel de F3 675 in WSS en de F4 1000 in het WSBK zullen de boekhouders in Varese vooral bepalen, maar hoe je het ook wendt of keert; Ago lijkt er niet rouwig om als het geheel voorlopig bij dat Moto2-prototype blijft.

Neemt niet weg het prototype in kwestie er verdraaid veelbelovend uitziet en MV Agusta als ‘fabrieks’-deelnemer een prima toevoeging aan de Moto2 zou kunnen zijn.

Foto: MV Agusta/Motor.nl

[justified_image_grid ids=27505,27506,27507,27508,27509,27510,27511,27512]

DIY Toerkit: Weserbergland

0

Teutogangers stappen nét te vroeg af, Harzrijders letten niet goed op. Want er tussenin ligt de vallei van de Weser. Puik land, waar de rondingen wulps zijn, de taartpunten van formaat laat-de-lunch-maar-zitten en het Weizenbier in de glazen kolkt. Met een paar uur sturen ben je er al. Wij hebben er twee routes voor je uitgezet.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/TRACK-Weser1.GPX”]

Olivier Visser

Meiden van dertien: te groot voor de poppen, te klein voor de liefde. Het is met het Weserbergland nét zo: gelegen in een uithoek van drie deelstaten. En ingeklemd tussen geweldenaars als het Teutoburgerwoud en de Harz, waar motorrijders van buiten op afkomen als vliegen op de stroop. Maar het Duitse motorvolk koestert déze groene, golvende oase tussen Teutoburgerwald en Harz. Beetje eigenwijze streek, voor individualisten.

De levensader is de Weser, die het land diep insnijdt en wordt gevoed door zijriviertjes die soms scherpe dalen hebben uitgesleten. En dat is het geheim achter het rijgenot in dit zo wulps golvende land, waar zwierig bochtenwerk abrupt wordt onderbroken door scherp daal- en klimwerk.

Er ligt een top vijf van prachtplekken, verbonden door pakweg vijfhonderd bochten. We ronden ze allemaal, in twee dagen.

DOWNLOAD ROUTES

Triumph Scrambler 1200 aanstaande

0

Het zat al even in de lucht, maar nu is de bevestiging daar; Triumph komt met een 1200cc-versie van de Scrambler. Het Britse merk sluit daarmee aan bij concurrenten als BMW en Ducati die beide al actief zijn in het grotere retro-offroader-gedeelte van de motormarkt.

Met de komst van het T120-platform, was een scrambler-variant altijd een logische stap in de uitbreiding. Behalve een Bonneville, de Bobber en de Thruxton, zat er natuurlijk een Scrambler 1200 in de pijplijn. Heel kort door de bocht neemt men een T120-blok, zet een Bonneville-frame wat hoger op de poten en monteer je spaakwielen met een noppenprofiel. Zo simpel ligt het natuurlijk ook weer niet, maar afgaande op de de 1198cc-paralleltwin die we in de Bonneville en de Bobber aantreffen, kunnen we wel vast wat conclusies trekken en vergelijkingen maken.

Om een reden focussen we de aandacht liever op het blok van de Bobber en Bonneville dan de Thruxton. Zeker wanneer een eventueel onverhard uitstapje tot de mogelijkheden behoort – het is een scrambler of het is het niet – is het pittigere vermogen van de Thruxton waarschijnlijk wat te veel van het goede. De 80 pk en zeker 105 newtonmeter koppel die het licht teruggetunede blok uitbraakt, zijn meer dan voldoende en bovenal heel bruikbaar. Hoe de Triumph Street Scrambler 1200 er precies uit gaat zien is wel koffiedik kijken, maar men kan in Hinckley feitelijk twee kanten op; men kan zich focussen op een Street Scrambler zoals ze al met de 900cc-versie deden of zich meer richten op een Ducati Scrambler Desert Sled-concurrent, die daadwerkelijk lange veerwegen en een waarlijk offroadgericht rijwielgedeelte heeft. Sterker nog, goede kans dat er meer dan één versie van Triumphs grote scrambler komt.

Concurrentieslag
Als je naar het huidig bestek grote scramblers kijkt, zie je voornamelijk straatgerichte machines. Denk aan de BMW R nineT Scrambler – die standaard zelfs op gietwielen staat – en de vorig jaar gepresenteerde Ducati Scrambler 1100-reeks, die duidelijk bedoeld zijn voor straatgebruik. Al moet daar ook wel de kanttekening bij dat de geluiden steeds sterker worden dat een Ducati Scrambler Desert Sled 1100 onderweg is.
2019 Triumph Scrambler 1200 - Concurrenten
Zoals je ziet loopt het drietal qua specificaties nu al behoorlijk uiteen. Waar Ducati niet het onderste uit de kan haalt wat prestatieopgaves betreft, heeft de BMW een flinke bak vermogen en koppel meer, mede omdat de Duitsers een grotere cilinderinhoud toepassen dan de Italianen. De Triumph is qua cilinderinhoud beide de baas, maar heeft de nadruk op breed aan te spreken koppel liggen – zie het maximale koppel van het Hinckley-blok dat al bij 3.100 tpm beschikbaar is. Hoe het gewicht van de Triumph uitpakt, is heel erg de vraag, maar aangezien de Bonneville T120 droog al 224 kilo weegt – bovengetoonde gewichten zijn rijklaargewichten – is het aannamelijk dat de Triumph niet snel als lichtste machine in het segment gezet zal worden. 

Wie, wat, waar, wanneer?
Opvallend is de datum die Triumph in de aankondiging laat vallen, want 24 oktober plaatst de onthulling ná de Intermot-beurs in Keulen (3 tot 7 oktober) en vóór de EICMA-beurs in Milaan (6 tot 11 november). Reken er dan ook op dat we meer dan genoeg van de Triumph Scrambler 1200 – of meervoud… – weten voordat de beurs in Milaan losbarst, waar we hem naar alle waarschijnlijkheid voor het eerst in levende lijve kunnen bekijken.

Foto’s: Fabrikanten/Motor.nl
Video: Triumph