zaterdag 2 mei 2026
Home Blog Pagina 1280

Café Pack om SV650 te pimpen

0

Dit is een persbericht. De redactie van MOTOR.nl is dus niet verantwoordelijk voor de inhoud. Heb je zelf een persbericht dat je graag op MOTOR.nl ziet? Dan mail je deze naar redactie@www.motor.nl.

Suzuki Motoren introduceert het Café Pack voor de SV650A en SV650XA. Hiermee wordt de sportieve uitstraling van de compacte en lichte V-twin extra versterkt.

De Suzuki SV650A is een populaire allrounder met een levendige Dual Spark V-twin, een laag gewicht en een wendbaar rijgedrag. De SV650XA voegt daar nog unieke designdetails en clip-ons aan toe die een sportievere rijpositie en een nog directer stuurgedrag mogelijk maken. Beide modellen zijn per direct leverbaar met het Café Pack, waarmee de uitstraling van een stoere caféracer extra wordt versterkt. Het pakket bestaat uit een verstralerset, een uitlaatwrap en een korte kentekenplaathouder inclusief verlichting.

Pakketprijs
De onderdelen van het pakket vertegenwoordigen samen een waarde van € 545,-, maar Suzuki Motoren levert het Café Pack voor de Suzuki SV650(X)A voor de gunstige prijs van € 439,-. Daarmee profiteren klanten van € 106,- voordeel.

Krachtigste en zuinigste in zijn klasse
De Suzuki SV650A en SV650XA zijn voorzien van de 645 cc Dual Spark V-twin-motor die op zestig punten is verbeterd. Het benzineverbruik van 1 op 26 is lager dan dat van de concurrenten, terwijl het vermogen is toegenomen tot 56 kW (76 pk). Daarmee behoren de SV650A en SV650XA tot de krachtigste én zuinigste V-twins in deze klasse. Bovendien zorgen slimme systemen zoals Easy Start en Low RPM Assist voor optimaal rijplezier.

De Suzuki SV650A is leverbaar voor de rijklaarprijs van € 7.699,-. De SV650XA kost € 8.299,- rijklaar.

Test: Mash Family Side

0

De Mash Family Side is een tijdmachine en zijspan tegelijk. Dit is eindelijk weer een solomotor waaraan simpelweg een bakkie is gehangen. Van dure technieken als fuseebesturing, drie vette autobanden, schommelarmen of variabele naloopverstelling is geen sprake. Die technieken zijn niet voor niets ontwikkeld en de eenvoudige opbouw van de Mash kan niet zonder gevolgen blijven voor de rijeigenschappen. Hoe strak is dit span nog als de pees erop gaat?

Veel pluspunten
Eerste conclusie is dat een beginner onmogelijk veel kan zeggen over de rijeigenschappen van een zijspan. Tegelijk durf ik te stellen dat juist testrijders zonder zijspanervaring recht van spreken hebben om een oordeel te vellen over de Family Side. Wij en niemand anders zijn de doelgroep. En wij, maagdelijke zijspanrijders, hebben genoten van de ontmaagding. De Family Side boezemt weinig angst in en dat vereenvoudigt zo’n kennismaking. Een rondgang langs ervaren zijspanrijders levert vanzelfsprekend enkele kritiekpunten (te soepele vering) op, maar ook verrassend veel pluspunten. Hard gaat het niet, het waggelt gezellig van bocht naar bocht, maar het is zo anders dat het extreem leuk is.

Niet te hard svp
De basis voor dit span is de Mash Five Hundred. Een klassiek ogende naked die ondanks zijn naam 397 cc meet. Als solofiets is het al geen krachtpatser, overbodig om te zeggen dat het als zijspan de stoeptegels helemaal niet uit de straat trekt. Met 27.6 pk schiet de Family Side niet uit de startblokken, maar vertrekt hij met een gemoedelijk vaartje. Het uitwringen van het gashendel levert snelheden boven de 100 km/h op (zelfs een amper ingereden span met een kamerolifant in het zadel en uit de kluiten gewassen duo haalde tijdens de introductie nog 110 km/h), maar het is niet het werkgebied van deze Franse driewieler. Dat voelt zich lekkerder bij een ontspannen 80 à 90 km/h op kronkelwegen.

Kleine passagier
Een passagier kan beter niet al te lang zijn. Het zijspan is geknipt voor kinderen en mensen tot 1.70 mtr. Daarboven vinden de benen geen plek meer voorin in het bakkie en zit je noodgedwongen met gebogen knieën. Bovendien zitten die tegen het polyester van de bak geklemd. De fikse stroomlijnruit zet de duopassagier uit de wind, de bestuurder zit er vol in. Met de gematigde snelheden die je al snel automatisch aanhoudt, is dat allemaal niet zo’n ramp. Iets rampzaliger is de te soepele veringinstelling. Zowel motorfiets als span kunnen wel wat extra demping gebruiken want het geheel is – ook al door het eenvoudige stalen frame – nogal beweeglijk.

Achteruitversnelling
Mash is gelukkig niet volledig blind voor geldbesparing gegaan. Zo beschikt de Family Side over een achteruitversnelling. Het uittrekken van een hendel op het stuur deblokkeert een extra tandwiel in de versnellingsbak waardoor de zijspancombinatie achteruit kan rijden. Alles bij elkaar weegt de driewieler met 230 droge kilo’s niet al te veel, maar als je die omhoog moet duwen piep je wel anders.

Spierpijn
De lichte Family Side wisselt makkelijker van richting dan een duur span als je het verfijnde spel van sturen op het gas nog niet tot in de puntjes beheerst. Het scheelt een hoop spierpijn in de armen. Al doet het remhendel qua spierpijn wel weer een duit in het zakje. Afremmen vraagt om de nodige spierkracht, maar gelukkig is ook het derde wiel afgeremd. Wat kun je verder nog over het sturen zeggen? Elk zijspan is een asymmetrisch voertuig en daarop spelen zoveel natuurkrachten dat het ding alles wil behalve rechtdoor. Je dient hem echt jouw wil op te leggen en dat lukt met de Family Side vrij makkelijk door zijn lage gewicht, beperkte vermogen en natuurlijke zithouding. Tegelijk is de driewieler zo soepel geveerd dat hij ondanks alle goede intenties van een beginnend zijspanrijder nog steeds met liefde van zijn lijn wijkt. Nogmaals: dat is zijspan eigen en niet een makke van de Mash. En stiekem is het eigen willetje van een zijspan zijn grootste charme. Dankzij dit instapmodel kun je dat zelf betaalbaar uitvinden.

Promotor Mega MotorTreffen 2018 door de ogen van vloggers

0

Tijdens het Promotor Mega MotorTreffen 2018 hebben we diverse vloggers gevraagd ter plekke gave vlogs te maken. De resultaten zijn erg tof! Hieronder de resultaten:

Jur_020

SideCap

Motor Test TV

Ivan & Sacha

‘Wat reed ie ijzersterk, zeg!’

0

Het blijven geschiedenisschrijvers, daar bij de familie Van der Mark. Pa Henk wist als eerste Nederlander, samen met Dirk Brand, de 24 uur van Le Mans te winnen, terwijl zoon Michael in 2014 de eerste wereldkampioen Supersport 600 van ons land werd.

Nu is daar weer een mooi wapenfeit aan toegevoegd, met de eerste Nederlandse zege in het WK Superbike. We spraken alvast met vader Henk, om later in MOTO73 met Michael terug te blikken op zijn unieke prestatie.   

‘Het grappige is dat ik twee weken voor de zeges van Michael ook op Donington Park een classic endurance-race reed met het Roadrunner Team. Bij ons ging juist heel veel fout, hoewel we in het begin zicht hadden op het podium. Mijn teammaat Dirk Brand viel, maar op Donington mag je dan niet doorrijden. Dan moet je met een busje teruggebracht worden, dus dat kost heel veel tijd. We waren kansloos daardoor. Wij hadden dus enorme pech, maar gelukkig had Michael daar geen last van. Misschien juist wel omdat wij ons portie al hadden gehad.’

Doordat Henk van der Mark volgend weekend weer een volgende race op het programma heeft staan, is hij niet bij de UK-ronde van het WK Superbike van zijn zoon. Zijn kleinkinderen logeren bij hem en hij moet nog flink sleutelen aan de licht gehavende Suzuki GS1000. ‘Achteraf baal je daar natuurlijk van, dat je er niet bij bent. Maar ja, ik kon het niet maken om de jongens van het team hier zo achter te laten, met nog veel werk voor de boeg.’
Michael van der Mark wint op Donington
Alles moet kloppen
Ondanks zijn afwezigheid genoot Henk vanuit de huiskamer volop van zijn zoon op Donington Park. ‘Wat reed ie ijzersterk, zeg! Ik wist wel dat hij in dit veld in staat was om te winnen, maar dan moet alles kloppen. En dat was nu het geval. De sleutel is toch wel geweest dat er extra mankracht is toegevoegd aan het team. De elektronica is nu beter voor elkaar en dat zorgt er tevens voor dat de banden goed blijven.’ 

Uiteraard zat vader Henk op het puntje van zijn stoel tijdens beide races. ‘Ik ben niet bang geweest voor een eventuele valpartij’, legt Henk van der Mark uit. ‘Alleen in de eerste race dacht ik dat Jonathan Rea nog wel weer bij Michael zou komen. Daar is ie normaal heel sterk in, maar ditmaal versnelde juist Michael nog een keertje. Hij reed echt foutloos.’

Genoeg belangstelling
Na deze dubbelzege verwacht Henk dat er nog wel wat meer overwinningen richting Michael gaan. ‘Daar ben ik wel van overtuigd, ja. De druk is er nu af, voor het gehele team. Ze zijn beloond voor het harde werken en dat geeft natuurlijk vertrouwen.’ Ondanks deze prestatie zit de Yamaha-coureur nog altijd zonder contract voor volgend seizoen. Vader Henk maakt zich er niet zo druk om. ‘Er zijn gesprekken gaande en er is genoeg belangstelling voor hem. De kenners zien de potentie die Michael in zich heeft zitten. Daarnaast stelt hij zich heel professioneel op, dat is ook een meerwaarde. En uiteraard helpt deze dubbelzege ook. Het is een ideaal moment voor onderhandelingen.’

Een uitgebreid verhaal met Michael van der Mark over zijn eerste zege in het WK Superbike komt in MOTO73 editie 13 te staan. Nog even geduld dus, maar we zorgen dat het het wachten waard is. 

Foto’s: 2snap

 

[justified_image_grid ids=27413,8973,8960,8975,27414,27415,27416,27417]

Ga jij als testrijder met Aprilia mee naar de TT?

0

Van 28 juni tot en met 1 juli vindt op het TT Circuit de 88ste editie van de MotoGP plaats. En jij kunt er bij zijn, als testrijder op een Aprilia.

Aprilia heeft een drietal modellen die ze dit jaar wat meer in het zonnetje willen zetten. En dat zijn niet de eerste de beste. Op een Tuono V4 1100 RR wil iedereen wel bochten aanvallen, maar dan doe je de mogelijkheden van de Dorsoduro 900 en de Shiver 900 wel tekort. En dat is dan meteen ook de uitdaging: wat is jouw mening over deze drie Aprilia’s nadat je er een dag lang op hebt gereden?

Testdag 30 juni

De testdag begint vroeg in de morgen van zaterdag 30 juni. We beginnen op het HQ Promotor in Hilversum met een kop koffie of twee en broodjes. Dan gaan we op weg naar Assen, maar niet linea recta. We rijden een gevarieerde route waar alles in zit om de motoren gedegen te kunnen beoordelen.

Uiterlijk 13.30 willen we in Assen zijn, want van 14.10 – 14.50 worden de kwalificatierondes van de MotoGP gereden. Da’s een wedstrijd op zich en die volgen we als gast vanuit de Aprilia hospitality unit.

Ja, je leest het goed: je bent gast van het Aprilia raceteam! 30 Juni wordt een fantastische dag.

Schrijf je in als Aprilia testrijder!

Indiase startup bouwt elektrische sportmotor met een bereik van 500 km

0

De meeste elektrische motorfietsen halen amper 250 km op een volle lading. Zeggen de bouwers, want in de praktijk valt de actieradius best tegen. Het Indiase Mankame Automotive suggereert dat ze een sportmotor aan het bouwen zijn die een top heeft van +250 km/u en een actieradius van 500 km. En dat alles tegen een zeer mooi prijskaartje.

Mankame Automotive, gevestigd in Hubli in de Indiase provincie Karnataka, is een nieuw bedrijf dat aansluiting zoekt bij de bloeiende motorindustrie in India. De nieuweling laat ook luid van zich horen. Ze kondigen hun EP-1 aan als een elektrische sportmotor die een groter bereik kan hebben dan elke andere tweewieler met accuvoeding.

Op papier lijken de specificaties – een beetje niet – van deze wereld; 40 kW (54 pk) 8.000 tpm elektromotor, 18.4 kWh batterij, 250 km/u topsnelheid, 500 km bereik. Geen enkele motorfiets op de markt kan in de buurt komen van de laatste cijfers: het bereik per lading. Ook de topsnelheid van de EP-1 wordt nog maar door bar weinig motoren gehaald.

Hoe kan dat? Het is de accu. Er is een vloeistofgekoeld pakket gemaakt van Samsung-accu’s, die een hoge dichtheid hebben. Een en ander wordt bestuurd door een geavanceerd intern managementsysteem. Het rijklare gewicht van de EP-1 bedraagt zo’n 80 kilo. Interessant is dat Mankame eigen software voor de ABS- en tractiecontrolesystemen wil gaan gebruiken.

De EP-1 wordt gebouwd rond een stalen trellisframe, uitgerust met radiaal opgehangen Brembo-remmen en volledig instelbare Öhlins USD-vorken. Aan de achterzijde kun je kiezen uit een Showa of een Öhlins TTX-demper, de laatste met een toeslag van €725,-

Wat vooral opvalt aan de EP-1 zijn de specificaties. Da’s het gevolg van testen in het laboratorium, door realistische omstandigheden in computermodellen te simuleren. Mankame voerde de simulaties uit, uitgaande van een totaalgewicht van motorrijder en motorfiets van 250 kg, wat het vermogen beperkte tot 27,6 kW, het koppel tot 120 Nm en de stroomleverantie tot 120A. De luchtweerstandscoëfficiënt van de motor werd berekend op 0,41.

De theoretische tests toonden aan dat de EP-1 een bereik zou kunnen hebben van 500 km bij een gemiddelde snelheid van 82,5 km/u. Het bereik groeit natuurlijk naarmate de snelheid daalt. In de stad bijvoorbeeld kom je nog verder dan 500 km. Nog indrukwekkender is de gedachte dat de accu’s van de EP-1 gedurende 140 km een snelheid kunnen voeden van 210 km/u. Swapnil Mankame, de oprichter van het bedrijf, beweert dat deze tests voor 95 procent nauwkeurig zijn.

Om wat perspectief te krijgen, de Zero SR heeft een vergelijkbare vermogenskarakteristieken. Met het grootst beschikbare batterijpakket (ZF14.4) en de extra energietank heeft die een bereik van 241 km. Maar dan hebben we het wel over een prijskaartje van dik €16.000,-, terwijl Mankame van plan is de prijs te houden op €11.500,-. Voor de duurste EP-1-variant.

Ga je voor mindere specs, ligt de instapprijs van de EP-1 op zo’n €7.250,-. Dan heb je een motor met 16 kW AC-inductiemotor, een 12,16 kWh-accu en een bereik van 320 km. Tenminste als je gemiddeld 70 km/u rijdt. De topsnelheid van de goedkoopste EP-1 ligt op 120 km/u.

Voor net geen €9.000,- kun je een EP-1 kopen met met een borstelloze gelijkstroommotor van 20 kW en een batterij van 14,97 kWh. Die heeft een bereik van zo’n 400 km en een topsnelheid van 180 km/u.

De topversie is voorzien van de nog grotere 18,4 kWh-accu met een 40 kW permanent gesynchroniseerde magneetmotor. Dit accupakket is verantwoordelijk voor al die opwindende specs, prestaties ook die je zoekt in een motor. Maar het zal nog wel even duren voor het zover is.

Eerst moet er geld op tafel komen. Daarom staat er een crowdfundingcampagne op stapel die op 1 juli van start gaat. Als de benodigde gelden binnen zijn, kan er een prototype worden gebouwd. Mankame voorspelt dat de levering ergens in 2022 op gang komt.

BMW C1 gaat motorrijders beschermen tegen zelfrijdende auto’s

0

De voordelen van autonome technologie voor auto’s en vrachtwagens liggen voor de hand, maar de toepassingen van deze technologie maakt het er voor liefhebbers van de motor niet beter op.

Je moet er niet aan denken. Straks rijden we wel in weer en wind mee met de meute, zonder het rijtje te mogen verlaten. Het einde van de lol van motorrijden? Maar er schijnt een oplossing te zijn, een goede zelfs. Het gaat erom dat de zelfrijdende auto weet dat er ook zoiets bestaat als een ook motorrijder…

Nu is een motor in het verkeer ook wel een onvoorspelbare machine en daardoor ook een echte uitdaging voor de bouwers van autonoom rijdende auto’s. Motorfietsen versnellen sneller, veranderen makkelijker van rijbaan, rijden langs de file. Kortom: in het verkeer gedragen ze zich op een manier waar autorijders soms geen raad mee weten, laat staan een algoritme.

In een poging om autonome voertuigen onder realistische omstandigheden te laten ‘wennen’ aan motorfietsen, heeft het Britse AB Dynamics een motor zonder berijder ontwikkeld. Nou ja, een ‘echte’ motorfiets kun je de BMW C1 nauwelijks noemen. Laten we het erop houden dat het een tweewieler is, wat overigens meer dan genoeg is om de test mee uit te voeren.

AB Dynamics koos voor de C1 vanwege z’n automatische transmissie, ABS, het pittige 200cc blok en de dakconstructie, dat de beste plek bleek te zijn om allerlei sensoren in onder te brengen. De C1 werd verder uitgerust met een ‘stuur’robot, radiografische bedieningssoftware, GPS en andere sensoren waarmee bewegingen van de C1 van te voren worden gepland met autonome besturingssoftware van AB Dynamics. Het team gebruikt de C1 om de tests nauwkeurig, herhaalbaar en zonder risico’s te kunnen uitvoeren.

AB Dynamics ziet een groeiende rol voor autonome besturingssoftware. Autonoom opererende auto’s worden een alledaagse verschijning, is hun verwachting. ‘Toekomstige wetgeving en veiligheidstests voor voertuigen kunnen eisen dat ADAS-systemen (elektronische hulpmiddelen) en autonome voertuigen pas worden gevalideerd wanneer ze in steeds complexer wordende scenario’s kunnen opereren. Onze zelfrijdende motor is onder zulke omstandigheden een nuttig hulpmiddel,’ zegt dr. Richard Simpson van AB Dynamics. ‘De C1 kunnen we ook inzetten tijdens duurtest op moeilijke wegdekken als gravel en zand. Dan hoeven we geen rekening te houden met de vermoeidheid en/of veiligheid van de berijder. In de autowereld worden de ervaringen van zware rijtests ook al door robots vergaard’.

In principe juichen we de activiteiten van AB Dynamics toe, zolang we de sleutels van onze Aprilia, Honda of Moto Guzzi niet in hoeven te leveren. Autonoom rijdende auto’s komen straks steeds vaker voor. Het is goed dat er bedrijven zijn die ervaringen vergaren waarmee algoritmes verrijkt kunnen worden. Zodat we straks niet over het hoofd worden gezien door een robot…

Kawasaki best verkochte merk en Z900 best verkochte model van NL

0

Het is een dingetje dat sterk leeft onder importeurs. Wie is de grootste, welk model verkoopt het best, wie stijgt in marktaandeel. Allemaal brandstof om in de eerste helft van het jaar geestelijk en fysiek tot de bodem te gaan.

Voor de meeste motorrijders loopt het motorseizoen van maart tot november. Importeurs van motorfietsen werken met een ander seizoen. De voorbereidingen op hun motorjaar 2019 begint in oktober, ten tijde van de grote Europese beurzen. In de maanden daarna worden media en motorrijders bewerkt met introducties van nieuwe modellen. En dat alles culmineert in een climax die duurt van maart tot ergens halverwege juni. Dan moet het gebeuren: verkopen. De laatste in de lijn is de officiële dealer. Die moet proberen om z’n zaak leeg te verkopen voor het nieuwe seizoen. Daarin zit iets dubbels: het kan dus zijn dat een importeur volledig is uitverkocht, maar dat de showroom van een dealer nog lang niet leeg is.

Maar goed: verkoopcijfers zijn een dingetje in de markt. Sales managers zijn gek op cijfers. Hoe doen wij het, hoe doet de concurrent het, welke modellen verkopen wel en welke niet? Het is brandstof om het beste uit jezelf te halen. En doet Kawasaki dat beter dan welk ander motormerk.

Jarenlang heeft BMW op de eerste plaats gestaan. Die stek moeten ze afstaan aan Kawasaki. Kawasaki? Het merk was de afgelopen jaren al de runner-up, maar als je weet waar Kawasaki begin dit decennium stond. Het leidde een meelijwekkend bestaan in de kantlijn. Dat kwam natuurlijk ergens door: modellen en marketing. Kawasaki had niet altijd de juiste modellen en de marketing liet te veel steken vallen. En dat is de laatste jaren wel anders.

Vanaf 2012-2013 zijn de modellen goed, evenals de marketing. Met als gevolg dat de Z900 dit jaar een einde maakte aan de jarenlange dominantie van de BMW R1200 GS. Wat op zich ook een onwaarschijnlijk verhaal is. Immers zou je verwachten dat een goedkope motor beter verkoopt dan een dure als de GS. Dat de GS het lange tijd zo goed heeft gedaan, heeft natuurlijk ook alles te maken met een helder modellenbeleid en op maat gesneden marketing. Kortom: dezelfde succesfactoren die Kawasaki dit jaar naar grote hebben gestuwd.

Test Indian Scout Bobber

0

Het fenomeen ‘Bobber’ doet het tegenwoordig goed in de wereld van de customs. Bij Moto Guzzi, Harley-Davidson en Triumph kun je prima terecht voor zo’n af-fabriek-dikke-cruiser en nu mengt ook Indian zich in de strijd met de Scout Bobber. Er is zon, asfalt; wij gaan lekker bobberen!

Jaap van der Sar

Komend vanaf een middenklasse naked lijkt het alsof je direct plaatsneemt op het wegdek. Wat is die Indian allemachtig laag! Nog geen 650mm ruimte bevindt zich tussen asfalt en achterste. Stuur ver naar voren, voor een wat agressievere zithouding en natuurlijk de voeten ook naar de voorzijde, niet ongemakkelijk en net iets voor de knieën. Da’s overigens een paar centimeter meer richting kont dan de Scout Sixty, teneinde wat steviger stuurwerk toe te laten. Maar dat gaan we nog uitzoeken, want we stappen eerst nog even af. Gewoon om nog eens even goed te kijken. Want als ze toch één ding goed voor elkaar hebben bij de Native Americans, dan is het wel de afdeling design en afwerking. Ik ken maar weinig motorfietsen die er zó tot in detail geslaagd bij staan als deze Indiaanse Bobber. De machtig mooie diepbronzen matte lak, die subtiel wijzigt in tint als de zon er vol op schijnt, in combinatie met glanzend- en matzwarte delen en hier en daar subtiel wat chroom. Zoals bijvoorbeeld aan de binnenkant van die fraai uitgefreesde cilinderkoppen, waardoor dat toch al bloedmooie blok nóg beter geaccentueerd wordt.

Subliem afgewerkt

En dan glijdt het oog verder naar het logo op de tank, dat speciaal voor de Bobber is uitgevoerd in stoere blokletters. Logo’s in verschillende stijlen vind je trouwens zo ongeveer op ieder onderdeel terug, zelfs de rubbers van de achterdempers zijn voorzien van een fraaie gravure. De kwaliteit straalt er vanaf, geen kabeltje of rommel te bespeuren en nee, deze test is nog steeds volkomen onafhankelijk tot stand gekomen. Het lederen zadel is daarbij uitgevoerd in two-tone leer van hoge kwaliteit en zelfs het contactslot, traditiegetrouw aan de linkerzijde van het blok, is voorzien van twee fraaie beugeltjes om te voorkomen dat je de sleutel ontwricht door een onbesuisde kniebewegingen.

Combineer dit alles met een heel lange wielbasis, kort afgezaagde spatborden, dikke en hoge banden, LED-knippers en -achterlicht, laag tracker style stuur, twee uitlaatbuizen als een dubbelloops jachtgeweer en er staat een motor voor je neus waar je lang, heel lang naar kunt staren. Behalve als de zon schijnt en het asfalt lokt uiteraard. Dan is het tijd om de pui open te schuiven en de bobber de sporen te geven. En dat is bepaald geen straf, in de eerste plaats omdat de 1.133cc metende V-twin één van de soepelste exemplaren uit zijn segment is. Hij levert 100pk, 98Nm koppel en via een zesversnellingsbak en een tandriem wordt dit alles naar de achterslof gedirigeerd. Wie typisch Amerikaanse gestamp verwacht, staat al gauw voor een verrassing. In tegenstelling tot ‘die andere Amerikaan’ biedt Indian geen potato-potato, maar een zijdezachte loopcultuur. Al vanaf 2000 toeren doet deze dikke twin zonder morren of koken zijn werk, wat er in de praktijk op neer komt dat je al vanaf 60 km/u prima kunt doorschakelen naar de laatste versnelling.

Strak frame

Voor die bak dien je wel wat overtuigingskracht toe te voegen trouwens, want dit exemplaar liet zich wat stroef bedienen, hoewel gezegd moet worden dat de testmotor zo goed als gloednieuw aan de Promotortest werd onderworpen. Waarschijnlijk dat de bak over een 1000 kilometer een stuk soepeler schakelt. Mocht je overigens wél willen sporten: het blok draait net zo probleemloos in de hogere toerentallen. In versnelling één ram je de Scout Bobber zonder morren naar ver over de 80 km/u. Dan is het erg prettig dat het fraaie zadel beschikt over een randje om je tegen te houden trouwens. Eén kanttekening: precies rond de 120 km/u beginnen de buitenspiegels hinderlijk te trillen, zodat de boel achter je er wat wazig uitziet. Even de spiegel vasthouden blijkt een prima oplossing, maar dat lijkt me toch niet helemaal de bedoeling.

Die trillingen voel je trouwens niet in het zadel, daarop houd je het namelijk uren uit. Je zult eerder moe worden van gare armen als je lang boven de 120 km/u blijft hangen, want de windbescherming is helemaal nul. Combineer dit met een breed stuur en een beetje voorover gebogen zithouding en je zult begrijpen dat je meer wind vangt als een catamaran op volle zee. Gas een tandje terug is het devies, geen haast maken en liever de binnenwegen opzoeken. Daar kun je meteen genieten van dat snaarstrakke aluminium/stalen frame en meteen de volgende belangrijke pretmaker: deze bobber heeft bepaald geen hekel aan bochten. Alleen bij heel krap werk gooit de combinatie dikke banden – forse wielbasis wat roet in het eten, hij neemt het krappe werk altijd wat ruimer dan je denkt. En een beetje meer hellingshoek resulteert dan in no-time in schrapende stepjes, dat kost geen enkele moeite. Best grappig een keer op een rotonde in de nacht, zo’n vonkenregen, maar niet iedere keer. Zodra de slingers echter wat langer en wijder worden, trek je juist profijt van dat heel lage zwaartepunt en die lange wielbasis. Precies daar komt de Scout helemaal tot zijn recht als onvervalste, rappe en ruige toermachine. Hij laat zich fraai, strak en vol vertrouwen bedienen en is zeker in snelle bochten heel vasthoudend in zijn lijn. Hij nodigt daarmee uit tot sportief sturen, waarbij het eigenlijk alleen de schrapende stepjes zijn die een einde maken aan de feestvreugde. Bij zo’n lage fiets is er natuurlijk een grens aan de grondspeling en beter de stepjes dan andere delen. Opvallend is trouwens dat je van die imponerende uitlaat geen extra bijdrage hoeft te verwachten. Die dempt als een malle, iets te professioneel naar mijn smaak, de dikke twinklappen tot geroezemoes in het windgeruis. Wel zo prettig voor je omgeving natuurlijk, maar niet helemaal wat je verwacht van een ruige fiets.

Gestuiter

Onderdeel van de genderverandering van Scout naar Scout Bobber was ook het inkorten van de veerweg aan de achterkant. Daar bleef officieel nog 50 mm van over, de voorzijde behield zijn oorspronkelijke 120mm. Het resultaat laat zich raden: je bent aan de achterkant vrij rap uitgeveerd. Op glad asfalt valt daar weinig van te merken, maar als de boel wat pokdalig wordt dan stuiter je regelmatig met je stuit van het asfalt. De aloude truc om even op te stepjes te staan bij drempels en deksels gaat dan niet op, daarvoor staan de stepjes te ver naar voren. Het is de prijs die je betaalt voor een laag silhouet; wie mooi wil zijn moet pijn leiden. Je went er echter gauw aan: een kwestie van het wegdek wat beter in de gaten houden en niet zomaar over alles heen denderen. Je rijdt tenslotte toch een bobber en geen allroad. Het veerwerk aan de voorzijde is trouwens prima in orde, de voorkant reageert adequaat en houdt het voorwiel keurig in contact met de weg.

Zowel aan de voor- als achterkant is de bobber voorzien van een enkele, 298 mm grote remschijf. Vóór voorzien van een tweepotsknijper, de achterzijde doet het met één exemplaar. Met dit setje remt de Scout afdoende, maar daarmee is het ook wel een beetje gedaan. Hoewel de keuze voor een enkele schijf aan de voorkant een fraai uitzicht op dat schitterende wiel oplevert, mis ik de extra stevige bite van een extra schijf. Je dient tenslotte toch een stevige 250 kilo motor-ex-berijder tot stilstand te brengen en hoe fraai ook, ik had liever een extra stalen pannenkoek gezien op de plek van het open uitzicht. En als we het toch over missen hebben, rem- en koppelingshendel zijn niet in te stellen. Met mijn XL-handen niet zo’n probleem, maar voor kleinere exemplaren is het best ver grijpen. Die koppeling laat zich verder heel aangenaam bedienen dankzij een mooi, duidelijk aangrijpingspunt. Ook een brandstofmeter is niet van de partij; na zo’n 170 kilometer stevig rijden gaat er wel een lampje branden, waarna we 10 liter bij kunnen tanken. Dat betekent dat er nog zo’n 2,5 liter reserve in de tank zit, meestal ruimschoots voldoende om bijtijds een tankstation te traceren.

Kijken en rijden

Verder biedt de kleine, alweer uiterst fraaie ronde klok voor je neus alle basics die je nodig hebt om je rit door te komen. Er zit ook een versnellingsindicator in verscholen, die echter meteen de weg kwijt is zodra je de koppelingshendel naar je toe beweegt. Da’s geen ramp, omdat je dankzij de feedback van de motor na luttele uurtjes rijden al prima kunt aanvoelen in welke gang je je voortbeweegt. En dat doen we dan ook met liefde. Want ondanks wat onhebbelijkheden, die in grote mate te maken hebben met het feit dat we nu eenmaal aan het bobberen zijn en niet aan het reismotorfietsen, is de Indian Scout Bobber een heerlijk eigenwijs én geloofwaardig alternatief voor die andere Amerikaan. Ik wil er naar kijken en als ik er naar kijk, wil ik erop rijden. Veel, langdurig en met een vette grijns op mijn gezicht. En ik ben niet de enige, getuige de hoeveelheid opgestoken duimen onderweg en de vele praatjesmakerij zodra ik Bobber op zijn zijstandaard parkeer. De Bobber trekt de aandacht zoals maar weinig andere motoren doen. En als je daar geen zin in hebt, parkeer je hem thuis gewoon in de woonkamer. Kun je er lekker helemaal in je eentje van genieten.

Dit vindt Jaap

Eerlijk is eerlijk, de Indian Scout Bobber maakt me enorm hebberig en ik voel een lichte verliefdheid mijn systeem inkruipen. Zoals bij dat fraaie buurmeisje in de straat, vroeger. Een onuitstaanbaar kreng, dat mij geen blik waardig keurde, maar ik was niet meer te redden. En da’s lastig, want zoals we allemaal weten vertroebelt de liefde een heldere blik op de zaken. Beetje karige remmerij? Gebrek aan veerweg achter? Overdosis demping van de uitlaat? Het zal me eerlijk gezegd een worst wezen. Ik bekijk de Indian Scout Boober liever door mijn roze bril en geniet met volle teugen van die waanzinnige looks en prachtige afwerking. Een motor, daar moet je toch een beetje verliefd op worden en daar is de Bobber zeker in geslaagd. En als ik die bril dan weer afzet; tja. Deze indiaan is niet perfect. Ik vergoeilijk dat onder de noemer karakter. Voor wie dat onzin vind: ga zelf even rijden. Maar kijk niet te lang, want je bent verkocht voor je het weet.

BMW 9Cento: meer dan een concept?

0

Opnieuw grijpt BMW het Concorso d’Eleganza Villa d’Este aan om een concept te presenteren.

In de tuinen en de steegjes rond een van de charmantste hotels ter wereld, Ville d’Este in Cernobbio, kon je afgelopen week genieten van klassiekers en concepts. In deze haast idyllische plek op de westelijke oever van het Como meer onthulde BMW een concept, die zo rationeel en realistisch lijkt dat ie over niet al te lange tijd op de weg komt. Edgar Heinrich, hoofd van de designafdeling, laat weten dat de tijd dat het opvallender, groter en slimmer moet, achter ons ligt. De aandacht gaat nu uit naar zinvolheid en balans.

De 9Cento ziet er niet eens zo futuristisch uit. Integendeel: het concept lijkt heel realistisch en te bouwen. BMW ziet de 9Cento als een sporttour, een felle motor met dito acceleratie en een gematigd sportieve zithouding. Rijplezier en vloeiende stuureigenschappen zijn de kernwaarden van de 9Cento.

Natuurlijk zijn er opvallende innovatie aan boord van de 9Cento, het is en blijft wel een concept. De voorpartij bijvoorbeeld combineert kuip, tank en zijpanelen in een enkele structuur die de aerodynamica verbeterd en de bescherming tegen de rijwind vergroot. Het zadel stimuleert rijplezier voor de berijder, maar kan binnen seconden worden verlengd tot een tweepersoonszadel.

Aan een kofferset is ook gedacht. Die klik en klem je niet vast aan een subframe, maar worden aan de motor bevestigd met behulp van elektromagneten.

Het frame bestaat uit een mix van aluminium en carbon, dat het gewicht van de motor drastisch verlaagd. De 9Cento heeft een smal silhouet, dat uitdaagt tot stevig sturen. Ondanks dat de motor vooral een sporttour is, zijn de veerwegen van de voorvork toch lang. Dat maakt comfortabele en lange ritten mogelijk. De verlichting rondom is volldifg LED. De koplamp heeft het typische BMW profiel, het achterlicht toont twee gespiegelde C’s. Over het blok zijn geen specs vrijgegeven, maar het lijkt een tweecilinder uit de F-serie.

De 9Cento kent twee uitvoering: Sport en Tour