dinsdag 5 mei 2026
Home Blog Pagina 1343

Getest: KTM 1290 Super Duke GT

0

Mijn ogen zien nu voor de tweede maal deze 1290 Super Duke GT in het echt en hoewel het uiterlijk van een motor natuurlijk erg subjectief wordt benaderd, is het algemene oordeel tijdens deze introductie wel gegrond. De esthetische kant van de machine wordt door haast elke journalist als geslaagd ervaren en daar sluit ik me bij aan. Om de GT te kunnen onderscheiden van de motorfiets waarmee hij het genenpakket deelt, heeft Kiska Design (verantwoordelijk voor alle designs van KTM) enkele belangrijke zaken aangepast. De tank en zijpanelen kregen een andere vorm, er werden wat extra kappen geplaatst, het zadel veranderde, de snoet werd naar voren gezet en de tellerpartij werd verder van de rijder gemonteerd. Uiteraard mocht op deze GT een ruit niet ontbreken, waarbij aan de achterzijde meer ruimte werd gecreëerd voor passagier en bagage, mede door een langer subframe. In principe is dit het gehele plaatje dat over de GT te vertellen valt. We hebben hier gewoonweg te maken met een Super Duke R waar onderdelen op zijn gezet die lange trips aangenamer maken. Of is dat misschien iets te kort door de bocht? Langs de westkust van Mallorca proberen we daar een antwoord op te vinden.  

Real power
Eén ruk aan het gashendel zegt meer dan duizend woorden. Het opzwepende geluid van een dikke V-twin verraadt dat de machine die hier voor me staat geen standaard toerfiets is. Deze GT heeft duidelijk Oostenrijkse genen in zich. Fijn van de Oostenrijkse fabrikant is dat die deze snelle toerist ook zo veilig mogelijk heeft gemaakt. Met al dat vermogen en koppel is dat ook geen overbodige luxe. Ga je eens buiten het boekje, dan is het toch fijn om te weten dat een eventueel foutje kan worden opgevangen door elektronische snufjes. Op het vlak van remmen is dat gedaan door bochten-ABS, waardoor het haast niet meer mogelijk is om jezelf onderuit te remmen. Om ervoor te zorgen dat dit systeem echt enkel bij noodgevallen optreedt, heeft KTM echter getracht om je zoveel mogelijk remkracht te geven als je het rechter hendel inknijpt. De M50-monoblocks van Brembo, eenzelfde duo als op de Super Duke R, gaan nu namelijk niet alleen aan de slag om vertraging op te bouwen, maar doen dat op de GT in combinatie met de remklauw in het achterwiel. Dat resulteert in meer remkracht en bovendien blijft de motor wat stabieler, een win-winsituatie dus. Qua sturen is de vergelijking met zijn R-broer ook gauw gemaakt. Hij is iets minder vlot als je een bocht induikt, maar het is marginaal te noemen. Op deze fiets worden uitdagende slingers gewoon even gretig aangegaan als op de R.

Verkeerde betiteling
Het is eigenlijk een verkeerde betiteling om dit model als GT neer te zetten, want eigenlijk moeten we deze KTM gewoon bestempelen als een supernaked met ruit, grotere tank, comfortabeler zadel en optionele koffers. Hier en daar treden er verschillen op, die bewust door de Oostenrijkers in het Gran Turismo-pakket zijn geparkeerd. Daarin is duidelijk te merken dat dit model van twee walletjes eet. De luxe en comfort van de Super Adventure (zoals semi-actieve vering, bochtenverlichting en cruisecontrol), gecombineerd met de sterke eigenschappen van de Super Duke R. Pittig blok, scherpe remmen en de verfijnde geometrie komen de GT ook van pas. 

Toch zijn er hier en daar wel wat kritische voetnoten te plaatsen, ondanks deze op papier perfecte combinatie van twee verschillende werelden. Zo is op de snelweg te merken dat de spiegels boven de 130 kilometer per uur sterk trillen en daardoor moeilijk ‘af te lezen’ zijn. Ook in de steps waren de vibraties redelijk goed te voelen en vraag ik me af of je hier last van gaat krijgen als je langer dan veertig kilometer op de snelweg zit. Een ander moeilijk onderwerp is de stevige prijs van de GT. Hij is toch een goede tweeduizend euro duurder dan zijn kale broer. Terecht? Waarschijnlijk wel, door alle toegevoegde elektronica die het comfortniveau aardig opkrikt. Wel jammer is dat KTM ‘vergeten’ is om een kofferset als standaard onderdeel toe te voegen aan de GT. Maar goed, dat doet verder niets af aan de sensatie die deze motorfiets je kan bieden. Hij is retesnel, stuurt messcherp en is geschikt om lange afstanden aan te gaan. Je zou haast denken dat je te maken hebt met de ideale reispartner.   

Tekst: Jarno van Osch, foto’s: KTM/Marco Campelli & Sebas Romero

 

[justified_image_grid ids=20440,25591,27038,27039,27040,26598,27041,27042,27043]

Voor de echte liefhebber van klassiek

0

Sommige verhalen zijn zo mooi dat je er over kunt blijven fantaseren. Zoals die van deze gele ANWB Harley-Davidson. Ooit diende hij trouw aan de zijde van de Geallieerden in de Tweede Wereldoorlog in de strijd om vrijheid van onder andere Nederland. Om vervolgens als dank achter gelaten te worden! Simpelweg omdat terug verschepen naar het thuisland Amerika veel te duur was.  

De ANWB was er echter maar wat blij mee omdat kort na de oorlog voertuigen zeer schaars, maar juist wel hard nodig waren. In totaal werden er zeven zijspan-Harley’s omgebouwd waarvan er nu nog twee over zijn en één op dit moment geveild wordt op Catawiki (inclusief gereedschap en hulpmiddelen uit die tijd). Het gaat hier trouwens om de Harley die ooit Prins Bernhard weer op weg hielp na een pechgeval. De ondertekende werkbon door Prins Bernhard is zelfs aanwezig!

De bijzondere ANBW Harley is in 1949 op Nederlands kenteken gezet en heeft een kilometerstand van 96.631. Catawiki verwacht dat ‘ie ongeveer 50.000 euro kan opbrengen, maar het hoogste bod tot nu toe is 16.000 euro terwijl de veiling nog maar ruim vier dagen loopt. 

Meer informatie is te vinden op www.catawiki.nl/anwb

O ja, laat het ons even weten als je straks de gelukkige eigenaar bent. We komen graag op de koffie voor een goed verhaal. 

 

[justified_image_grid ids=27131,27132,27133]

Het verhaal achter de Wegenwacht Harley

0

Na de bevrijding verkeert het Nederlandse voertuigenpark in erbarmelijke conditie. Het weinige wat rijdt, staat voortdurend met lekke banden, kapotte lagers, doorgezakte veringen en stomende motoren langs de weg. De ANWB vindt het daarom hoog tijd om naar Brits voorbeeld een hulpverleningsdienst bij pechgevallen in het leven te roepen.

Maar wegenwachters moeten natuurlijk wel zelf vervoer hebben. De dump in Deelen biedt uitkomst. Daar weet de toeristenbond 25 Harley Liberators op de kop te tikken, plus eenzelfde aantal voorwielen om aan de motorfietsen zijspannen te hangen. Ook het probleem van reserve-onderdelen wordt ‘passend’ opgelost. Een Canadeze kolonel regelt effe iets en binnen een week staan bij de ANWB vijf kisten met fonkelnieuwe motorblokken te glunderen.

De 750cc WLC is van huis uit geen zijspanmotor, maar nood breekt wet: de wegenwachter moet immers over gereedschap beschikken. Dus bouwt de firma Hollandia met kunst en vliegwerk zeven combinaties, die in april 1946 triomfantelijk op het Haagse Binnenhof aan de pers worden getoond. Daarna stokt de productie wegens materiaalschaarste. Bruikbaar plaatijzer en stalen buizen zijn nergens te vinden. Zelfs carbid dat nodig is om te lassen ontbreekt. Een tijdelijke oplossing moet soelaas bieden. De resterende dump-Harleys blijven solomotoren en worden op de achtersteven voorzien van een gigantische kist; in feite een omgebouwde container die tijdens de oorlog werd gebruikt voor het droppen van voedsel en medicamenten. De rijeigenschappen zijn echter matig. Door het gewicht gaan de machines steigeren en als de wegenwachters een te scherpe bocht nemen, krijgen ze de motor bijna niet meer overeind.

Wegenwachthulp is overigens in die woelige jaren niet alleen het exclusieve recht van ANWB-leden. Iedere pechvogel wordt gratis geholpen, want het wegverkeer is voor de wederopbouw van groot belang. Pas in 1950 wordt een verplicht lidmaatschap ingevoerd. Dan rijden de ‘gele rijders’ – zo genoemd vanwege hun helgeel gekleurde machines – inmiddels ook op 1200 cc Harleys die rechtstreeks uit Milwaukee komen. Een ander merk komt eerst niet in aanmerking, omdat men in kader van de Marshallhulp alleen in dollars aankopen mag doen. Die bepaling wordt later versoepeld, zodat de wegenwacht begin jaren vijftig voorgoed overstapt op goedkopere 470 cc en 600cc eencilinders van BSA.

Triptip: Tussen heden en verleden

0

In editie 26/1 van MOTO73 rijden we een tocht van 199 kilometer. Het vertrekpunt ligt in Oosterhout, waarna we via Werkendam, Geldermalsen en Houten in Amerongen eindigen. In Dongen ligt in de Langstraat de bakermat van de schoenenindustrie. Een stuk geschiedenis over het oorlogsverleden staat aan de Bergse Maas en aan de andere kant van het water leeft de Sint-Elisabethsvloed nog steeds.

Oosterhout: een gemeente met kastelen en ridderorden. Een aantal kleine kastelen aan de Slotlaan herinnert ons nog aan de riddertijd. Van Eindhoven rijd je verder naar Dongen. Aan de Hoge en Lage Ham in Dongen zie je nog verschillende villa’s en herenhuizen waarde deftige schoenenfabrikanten hebben gewoond. Na Dongen kom je in ’s-Gravenmoer, een dorp dat een beetje geïsoleerd in de polder ligt. 

De tocht wordt vervolgd naar het dorp Hank. Met de naam Hank werd vroeger een doodlopende geul aangeduid. Na Hank rijden we door naar Gorinchem, met wallen en bastions met uitzicht over het water. Via Arkel wordt de route vervolgd langs de slingerende Linge tot in Gellicum. Daar steek je de N237 over en volgt de Molendijk. Onderweg is het mogelijk om vanaf de motor de appels en peren van de bomen te plukken. Bij Rumpt stopt de wondere wereld van de Betuwe niet, want de route gaat naar Enspijk, waar het sprookje verder gaat.

Na Enspijk komt Buren, het oude stadje wat aan het riviertje de Korne ligt en verbonden is met de Oranjes. Willem van Oranje is daar namelijk gehuwd met Anna van Buren. Na de Betuwe volgt een heel andere wereld. Je toert er als het ware de Middeleeuwen binnen. Hier liggen de plaatsen ’t Goy en Werkhoven. Na deze plaatsen toer je via de Molenhoeflaan langs het kasteel Beverweerd uit de dertiende eeuw het gebied van de Langbroekerwetering binnen. Hier woonde vanaf de twaalfde eeuw de adel in kastelen en ridderhofsteden. 

We rijden door naar het Leersumse Veld, een onderdeel van de Utrechtse Heuvelrug. De wegen worden na de kastelen wat breder en we komen een gebied binnen wat is ontstaan in de IJstijd. Op verschillende plaatsen zijn nog sporen van grafheuvels herkenbaar. Na het Leersumse Veld rijden we door naar Woudenberg en Renswoude, waar nog een kasteel staat te pronken. De Amerongse Berg is de volgende bestemming. Via een klimmetje gaat de tocht naar een hoogte van 69 meter en kom je in één van de oudste bossen van de Utrechtse Heuvelrug. Hier kun je jouw tocht afsluiten bij één van de restaurants in de buurt. 

Naast deze Triptip vind je in de MOTO73 ook altijd nog één of meerdere toerisme-verhalen. De GPS-route is voor de Garmin en TomTom op MOTOR.nl te vinden: www.motor.nl/triptip. Veel rijplezier!

Productie: Tom Boudewijns

‘Ik heb echt geluk gehad’

0

In het aankomende dubbelnummer van MOTO73 deden we ene poging om de beste manier te vinden waarop je je gestolen motorfiets kan terugkrijgen.

Dat is namelijk lang niet zo eenvoudig. Jaarlijks worden er gemiddeld zo’n 1.700 motorfietsen bij de politie gemeld als gestolen. Daarvan worden er slechts 2 op 10 teruggevonden. Helaas zitten bij die cijfers nog niet eens al die crossmotoren die de laatste jaren gewilde objecten bij het dievenvolk zijn geworden.

Politie
Uit gesprekken met een aantal van onze lezers blijkt dat je dus zeer proactief moet zijn om je tweewieler terug te krijgen. Ze werd de zaken van zowel Jeroen als StefanPaul na slechts een dag gesloten wegens een gebrek aan aanknopingspunten. De capaciteit van de politie is te laag om gedegen onderzoek te kunnen doen, vandaar dat slechts zaken in behandeling worden genomen waar daadwerkelijk getuigen bij zijn of duidelijke sporen zijn gevonden. 

Social media
In nummer 26/1 lees je hoe StefanPaul en Jeroen probeerden met de inzet van sociale media hun motorfiets wel en niet wisten terug te krijgen. Geluk blijkt helaas de grootste factor.. 

Het verhaal van een unieke Harley-Davidson

0

Je kunt Harley-Davidson aan heel veel dingen linken, maar niet aan tweetakt. Toch? Of wel? Jazeker wel! Want dit is de RR500. Deze Harley danken we aan een hecht clubje van slechts vier mannen die het Harley-Davidson-raceteam samenstelden. Dat gebeurde vanuit een door het Amerikaanse merk aangekochte fabriek – gelegen naast een meer in het Italiaanse Varese – waar voorheen Aermacchi-vliegboten werden gebouwd. Na de oorlog legde Aermacchi zich vervolgens, net als vele andere bedrijven, toe op het bouwen van motorfietsen om te voorzien in de grote vraag naar vervoermiddelen in het door de oorlog verwoeste Italië. Dat deed het bedrijf zo succesvol dat in 1960 Harley-Davidson de helft van de fabriek overnam. 

Alan Cathcart kreeg de unieke kans om te rijden met deze fabrieksracer, die – om zomaar iets te noemen – een enorme benzinetank van dertig liter had om de dorstige twin niet zonder brandstof te laten staan. Het is desondanks verrassend dat de zitpositie ondanks die tank heel compact aanvoelt en met zijn wielbasis van 1410 millimeter is het zelfs een heel wendbare en snel sturende machine. De eerste paar ronden van een race was het destijds waarschijnlijk opletten geblazen met zoveel benzine en dus een flinke massa, die de RR500 nogal topzwaar laat aanvoelen. De kortere races in het Italiaanse kampioenschap waren met een kleinere voorraad benzine vast een stuk minder uitdagend.

Geheel in overstemming met zijn wat plompe bouw is het krachtige en koppelrijke karakter van de motor. Hij trekt er vanaf 4000 toeren al stevig aan – met een soepele overgang naar zijn daadwerkelijke powerband – en dat is ook te danken aan de zorgvuldig uitgedokterde Stinger-expansie-uitlaten. Daarin speelt tuner Ezio Mascheroni een grote rol. Het hoe en wat daarover lees je in de nieuwe MOTO73… 

MOTO73 editie 26/1 iets later op je deurmat

0

Mocht je nou al op de bank zitten met een grote mok koffie of thee, klaar om ons extra dikke winternummer te lezen, dan willen we je bij dezen onze oprechte excuses aanbieden. De sneeuw is prachtig om naar te kijken, maar door het weer van de afgelopen dagen is MOTO73 editie 26/1 een beetje vertraagd voor onze abonnees. Door de sneeuw komt hij twee dagen later op je deurmat. Editie 26/1 is al wel vanaf vandaag verkrijgbaar in de winkel.

In eerste instantie zou je deze editie ontvangen op donderdag 14 december, maar nu komt hij toch echt pas zaterdag 16 december. Om het goed te maken hebben we dit nummer extra dik gemaakt. In deze editie vind je onder andere de volgende onderwerpen:

Motor van het jaar
Zoals alle motorrijders hebben ook de MOTO73-redacteuren wel een persoonlijke voorkeur als het gaat om motoren. Je leest er alles over op de pagina’s 18, 46, 52, 76 en 88. Op pagina 108 zie je welke machine ze tot Motor van het Jaar hebben verkozen.

Eerste test: Kawasaki Z900RS
De Z900RS is een eerbetoon aan de aloude Z1, de motor die Kawasaki in de jaren zeventig op de kaart zette als fabrikant van erkende pk-pakhuizen. Wij rijden met deze modern classic.

Vader & zoon
Soms valt de appel niet ver van de boom. Zo zijn de zonen van Cees Doorakkers en Jurgen van den Goorbergh ook in het zitje van een racemotor beland.

Dubbeltest
Luxe-toerders als de Harley-Davidson Road Glide en de BMW K1600GTL vragen om een weelderige bestemming. Reden om koers te zetten naar het altijd zonnige Frankrijk. Nou ja, bijna altijd…

Eerste test: Triumph Tiger 122XCA
De nieuwe Triumph Tiger 1200XCa verloor de naam ‘Explorer’. Toch leent de Brit zich nog prima voor een ontdekkingsreis op semi-verhard terrein.

TomTom versus Garmin
Welk navigatiesysteem voldoet het best, de Garmin Zümo 595LM of de TomTom Rider 450? Tom van Appeldoorn onderwerpt beide apparaten aan een praktijktest.

Superbiketest
De Honda CBR1000RR Fireblade, Suzuki GSX-R1000 en Yamaha YZF-R1 zijn pure superbikes. Hoe bruikbaar zijn ze voor dagelijks gebruik?

Memorabele momenten
Aan het eind van het jaar zet de redactie wat memorabele momenten op een rijtje. De hoogte- en dieptepunten, maar ook andere opmerkelijke zaken en hilarische voorvallen.

Dit en nog veel meer vind je in de nieuwste editie van MOTO73.

Nog geen abonnee? Je kunt de nieuwe editie hier los bestellen. Wil je een abonnement? Bekijk de verschillende abonnementen hier en mis geen enkele editie meer.

Redactie favorieten 2017

0

Het MOTO73-testteam heeft de knoop doorgehakt; we zijn eruit. De testredacteuren hebben voor het MOTO73-dubbelnummer hun favorieten uitgekozen. Welke motor, maar bovenal waarom die ene het voor hen deed dit jaar.

Eddie de Vries – Yamaha MT-10SP
‘Te dorstig? Niet mooi? Matig anker? Ja ja, dat klopt allemaal, maar al het andere maakt de MT-10SP mijn onbetwiste favoriet van 2017. Al heb ik daarbij soms zelfs moeite om me tegenover mezelf te verdedigen.’

Ad van de Wiel – Triumph Bonneville Bobber
‘Het briljantste aan de Bobber zie je niet eens. Deze Triumph is geen ode aan het weglaten, maar het ultieme eerbetoon aan verstoppertje spelen. Tot je op pad gaat. Deze custom verstopt zich niet als bochten zich aandienen, hij lust ze rauw.’

Nick Enghardt – Ducati Scrambler Desert Sled
‘Kan iemand me knijpen? Ik heb namelijk het gevoel dat ik aan het ijlen ben, want ik heb zojuist opnieuw een been over de Desert Sled geslingerd en waan me plotseling in de woestijn met niets dan de Scrambler en de horizon in de verte. O, en droog weer.’

Tom van Appeldoorn – Kawasaki Z900
Als er één fiets is die dit jaar de beste start had, is het de Kawasaki Z900 wel. Winnaar van onze middenklasse-nakedtest afgelopen zomer, maar ook vergeleken met andere motoren mijn absolute favoriet van het jaar.
Barry van Amersfoort – KTM 1290 Adventure S
‘Krachtig genoeg om de skipistes in z’n thuisland recht omhoog te jakkeren, licht en wendbaar genoeg om downhill de kleinste paadjes te nemen en genoeg duurvermogen om in een dag terug naar Nederland te rijden. De KTM 1290 Super Adventure S is mijn favoriet van 2017.’

Natuurlijk wijden de redacteuren in MOTO73 26-1 verder uit over het hoe en waarom van hun persoonlijke favoriet van 2017 – evenals waarom Barry’s favoriet een duwtje nodig had. En als klap op de vuurpijl kiest de MOTO73-redactie uiteraard ook de MOTO73 Motor van het jaar. Welke dat is, dat lees je in MOTO73. Nog geen abonnement? Kijk dan hier voor de abonnementsaanbiedingen of bestel het nummer hier los!

Foto’s: Jowin Boerboom 

Getest: Yamaha MT-10SP

0

Nondeju! Ik was kennelijk even vergeten hoe verschrikkelijk gaaf dit motorblok is. Het geluid, het vermogen en de souplesse zijn werkelijk fenomenaal. De crossplane-vier-in-lijn komt weliswaar uit de R1, maar past echt bij een naked bike. Zelfs in de vierde versnelling komt het voorwiel, geholpen door een kleine hobbel, langdurig los. 

Vanaf 7000 toeren per minuut is het blok beestachtig en het maakt van de MT een handelbare hooligan. Yamaha heeft de injectie gefinetuned, maar zuipen doet de MT nog altijd flink. 1 op 14 is zuinig, 1 op 12 geen uitzondering. Zetten we onze rechterpols, of de cruisecontrol, op standje-zuinig, dan halen we tweehonderd kilometer voordat het reservelampje opgloeit. Maar toch is het een motor om verliefd op te worden, een motor voor motorrijders die emotie en karakter belangrijk vinden. 

Back to default
Ik raak tijdens deze test niet uitgepraat over het motorblok. Dat zegt veel over de viercilinder, want het zou natuurlijk vooral over de SP-toevoeging moeten gaan. Aan het blok is echter geen SP-peper toegevoegd. Maar waaraan dan wel? Deze SP is gezegend met het lekkerste wat Öhlins anno 2017 op stal heeft; een elektronisch aangestuurd veringpakket, met NIX30-voorvork en een TTX36-schokbreker. De bediening van die elektronische vering is intuïtief vanaf de stuurhelften en het nieuwe kleurrijke tft-dashboard; eveneens SP-only. Ook is de quickshifter een SP-waardige toevoeging, al heeft de ‘gewone’MT-10 die met ingang van modeljaar 2017 ook. 

Het samenspel tussen de knoppenwinkel op het stuur en het tft-display is voorbeeldig, het scrolwieltje op de rechter stuurhelft is daarbij erg belangrijk. Traction control, motormapping en elektronische vering zijn met gemak instelbaar en voor de vering heb je keuze uit actieve vering – die zich tijdens het rijden elke milliseconde aanpast aan de omstandigheden – en ouderwetse vaste aftstelling. Enkel voor de veervoorspanning moet je nog door de knieën. Deze elektronische afstelling nodigt veel meer uit tot afstelling dan voorheen, dankzij de ‘Back to default’- functie. Voelt het niet meer lekker aan? Dan ben je in een handomdraai weer terug bij de fabrieksinstellingen.

Sturen? Sturen! 
De Yamaha heeft twee voorgeprogrammeerde modi: A1 en A2. De A2-keuze is net iets comfortabeler, de A1 is geschikt voor het vlotte stuurwerk. Opvallend is dat de MT nog steeds verschrikkelijk goed stuurt, maar dat de slijtbouten onder de voetsteps veel minder snel in het asfalt bijten. Meer grondspeling dus, en daarmee ondervangt het stuggere veerwerk een storend manco van de normale uitvoering. In langlopend bochtenwerk ligt de Yamaha als een huis, in stads stuurwerk toont hij zich een vingervlugge lichtgewicht. Ook niet onbelangrijk is de zitpositie. Voor mij, met 1,90 meter aan lichaamslengte, voelt de MT-10 als een ware sofa. De kniehoek is heel acceptabel, het zadel biedt veel ruimte om te verzitten en het stuur staat heerlijk breeduit en op ruime afstand van het zadel. Het kleine ruitje verricht kleine wonderen en zo heb ik zelfs op de snelweg weinig reden tot klagen. De cruisecontrol is ook heerlijk. Gewoon standaard, zelfs op de SP-loze MT, en dat is pure luxe. Kleine kanttekening is dat de cruisecontrol pas in het vierde verzet werkt. 

Remmerij
Hoewel de SP zich als echte klasbak etaleert, is er toch één punt waarbij ik graag nog meer SP-genen zie. En dan heb ik het over de rempartij. Het gevoel in de voorrem is bij circuitwaardig gebruik wat troebel en het ABS is niet uitschakelbaar. Dat laatste vind ik extra jammer, vooral omdat de drievoudig instelbare traction control tijdens het rijden gewoon wel uitschakelbaar is. Die traction control acteert bovendien uitmuntend; zelfs zonder IMU voelt het systeem een mooie powerwheelie aan en die kun je honderden meters doorzetten. Daarop aansluitend zou bochten-ABS of uitschakelbaar ABS een mooie aanvulling zijn. Bochten-ABS is erg duur doordat een IMU daarbij noodzakelijk is, maar de mogelijkheid om ABS gewoon uit te schakelen kan toch niet zo moeilijk zijn? 

Ik kan niet anders concluderen dan dat de MT-10SP klaar lijkt voor een nieuwe naked-vergelijkingstest, want ik zie deze Yamaha nu als topfavoriet. Toch kunnen we ook niet voorbijgaan aan de forse verkoopprijs. De SP is € 3000 duurder dan de gewone MT-10 en komt daarmee uit op € 18.999. Elektronishc geregelde Öhlins en een tft-display zijn kennelijk niet goedkoop. Dat maakt in elk geval dat je je over de verbruiksgegevens geen zorgen meer zult maken… 

Tekst: Eddie de Vries, foto’s: Guus van Goethem

 

[justified_image_grid ids=26378,26379,26380,26381,26382,26383,26384,26385,26386,26387,26388,26389,26390,26391,26392,26393]

Registratie van je motor tellerstand?

0

Op dit moment worden de tellerstanden van motoren niet bijgehouden, maar als het aan Cora van Nieuwenhuizen ligt, de minister van Infrastructuur en Waterstaat, gaan we hier zo snel mogelijk mee beginnen.

Een RDW erkend bedrijf is in Nederland wettelijk verplicht om de tellerstand van personenauto’s en lichte bedrijfsauto’s tot en met 3.500 kg te registreren. Het register met tellerstanden wordt beheert door de RDW en geeft op basis van die informatie een oordeel over de juistheid van een tellerstand. Hoe vaker een tellerstand wordt geregistreerd, hoe kleiner de ruimte wordt om met de tellerstand te frauderen. Hierdoor wordt een betrouwbaarder oordeel afgegeven over de reeks geregistreerde tellerstanden.

Cora schrijft het volgende aan de Tweede Kamer:

“Momenteel vindt er geen registratie van tellerstanden van motorfietsen plaats, terwijl volgens belangenorganisaties ook veel fraude met tellerstanden voorkomt bij deze voertuigen. Ik zal uitvoering geven aan de breed gedragen wens van belangenorganisaties om een registratie van tellerstanden van motorfietsen op te zetten. In dat kader zullen de door de RDW erkende bedrijven verplicht worden om tellerstanden van motorfietsen te registreren bij overschrijving en bij ROB-bezoeken (reparatie, onderhoud en bandenwissel, red.). De registratie van tellerstanden voor motorfietsen zal op enkele punten afwijken van de registratie van tellerstanden voor vierwielers. Door het ontbreken van de APK-plicht zijn er geen vaste momenten waarop motorfietsen verplicht een bezoek brengen aan een door de RDW erkend bedrijf en is het mogelijk dat van bepaalde motorfietsen geen enkele tellerstand zal worden geregistreerd. Het is immers mogelijk om reparaties en onderhoud te verrichten zonder betrokkenheid van een erkende garagehouder. Ondanks deze beperking zal de registratie naar verwachting niettemin een positieve bijdrage kunnen leveren aan tegengaan van fraude met tellerstanden, omdat er een mogelijkheid wordt gecreëerd voor de eigenaar van een motorvoertuig om aan te tonen dat de tellerstand van zijn of haar voertuig logisch is.”

Hoe zat het ook alweer, die tellerstand? Alle informatie kun je terugvinden op de website van de RDW.

Foto: Jesse Kraal