woensdag 6 mei 2026
Home Blog Pagina 1365

Can-Am Spyder – motortest MotoMe

0

Bekijk meer van MotoMe op http://www.motome.nl
Volg MotoMe ook op Facebook: http://www.facebook.com/motometv
Volg MotoMe ook op Instagram: http://www.instagram.com/motometv

Volgend jaar viert de Can-Am Spyder alweer zijn tiende verjaardag, al zijn het concept en de modellenlijn uiteraard constant verfijnd. Inmiddels draaien alle modellen op een vette 1.3 liter driecilinder en hebben elektronische vangnetten hun intrede gemaakt. Om niet beperkt te zijn tot het eentonige vaderlandse wegennet, stuurde Overzee zich drie dagen lang wezenloos in Portugal met de vraag in gedachten: zou ik m’n motorfiets voor deze driewieler inruilen?

BMW R NineT Racer 2017 – motortest MotoMe

0

Bekijk meer van MotoMe op http://www.motome.nl
Volg MotoMe ook op Facebook: http://www.facebook.com/motometv
Volg MotoMe ook op Instagram: http://www.instagram.com/motometv

BMW blijft ‘The Good Times’ laten rollen. De R nineT-serie geniet inmiddels zoveel populariteit dat de Duitse grootmacht deze retrolijn blijft uitbreiden. De meest recente aanwinst is de machine met de – bepaald niet bescheiden – toevoeging ‘Racer’. In tegenstelling tot de HP4 Race mag deze boxer wél de openbare weg op, reden genoeg om Bart met dit gave strijkijzer naar bochtige oorden te sturen.

De Hanzestedenrit

0

Lengte: 223 km
Start: Doesburg, Café de Waag
Finish: Vollenhove, St. Nicolaaskerk

Normaal gesproken doen we niet aan stedentrips. We zijn de Libelle niet, zeg. Maar voor Hanzesteden maken we een uitzondering. Ze zijn gezellig, compact en ertussen liggen prachtige wegen.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/Hanzestedenrit.gpx”]

Vijftien jaar voordat Columbus Amerika ontdekte, liepen ze in de nederzetting Doesburg nog in schapenvellen rond. Maar toen het Achterhoekse stadje in 1477 werd opgenomen in het Hanzeverbond ging het licht aan. De handel kwam tot bloei en al snel liepen de Doesburgers rond in een kwaliteitsberenhuid uit Rusland of Scandinavië. En er kwamen ‘vreemde’ bieren waarover geen accijns hoefde te worden betaald. Deze werden getapt in Stadsbierhuys De Waag dat een jaar na aansluiting bij de Hanze werd gebouwd. Dit schitterende café staat er nog altijd. Het mag zich het oudste café van Nederland noemen, maar veel beter nog: het is het startpunt van onze Hanzestedentrip.

Verdeeldheid
Waar je ook komt in noordelijk Europa, bijna overal zijn Hanzesteden bijzonder mooi en vaak vrij compact. De verklaring daarvoor is dat de Hanze (70 steden met als middelpunt het Duitse Lübeck) een vrij korte tijd van bloei kende: vooral in de vijftiende eeuw. Daarna raakte het stedenverbond in de versukkeling, door verdeeldheid, concurrentie en gebrek aan politieke en militaire macht. Het betekende dat de Hanzesteden zich razendsnel ontwikkelden, met alle bijbehorende imponerende stadsmuren en -poorten, sierlijke koopmanshuizen en goede wegen van dien. Toen het verbond uiteen viel, was de groei er meteen uit. Dus wat hebben nu? Een hele reeks kleine, aangenaam suffige stadjes met een schitterende oud centrum en een rustig achterland.

Achterland
Nadat we in Doesburg de stervormige gracht om het centrum zijn overgestoken, slingeren we langs de IJssel naar Bronkhorst. Dit is een mooi voorbeeld van hoe het met de IJsselsteden zou zijn gelopen zonder Hanze. Bronkhorst – geen lid – heeft in 500 jaar nauwelijks een ontwikkeling doorgemaakt. Maar het mag zich nu wel het kleinste stadje (160 inwoners) van Nederland noemen. Zutphen (46.000 inw.) deed het als principaalstad (voorname Hanzestad) een stuk beter, maar daar gaan we met een boogje omheen, om zoveel mogelijk van het mooie achterland mee te pikken. Het stokoude Deventer, ook een principaalstad, slaan we niet over. De buitenkant is weliswaar een beetje troosteloos, maar het heeft een hart van goud: de Brink hoort tot de mooiste pleinen van Nederland. Met de motor mag je er niet op, maar je komt er wel vlakbij.

30 km nostalgie
We steken de IJssel over en zetten koers richting Hattem. De Bandijk en de IJsseldijk zorgen hier voor 30 km nostalgie. Op een enkele bouwkundige vergissing na, lijkt het door de oude boerderijen en dijkhuizen alsof je door de negentiende eeuw rijdt. Nog meer sfeer vind je in het oude centrum van Hattem. De veertiendeeeuwse Dijkpoort, waar we doorheen gaan, is bekend van de tekeningen van Anton Pieck. Zijn museum vind je hier ook. Vijftien prachtige kilometers verder zie je aan de IJsselkade van Kampen de volgende poort. De kade wordt wel het mooiste rivierfront van Nederland genoemd en het is de thuishaven van de Bruine Vloot. Met wat geluk ligt de Kamper Kogge ertussen, een replica van het type schip waarmee in de Hanzetijd de handelswaar werd vervoerd.

Venijnig dijkje
Over de Kamperzeedijk gaan we naar Genemuiden, waar na een bedrijventerrein het venijnigste dijkje van de dag loopt. Als je een bocht mist, vlieg je niet in de IJssel, maar in het Zwarte Water. Aan de overkant komen we door het fraaie Hanzestadje Hasselt. De drukke Hanzestad Zwolle slaan we over en kiezen voor de rust van moerasgebied De Wieden. Aan de rand hiervan ligt Giethoorn, dat slootjes heeft in plaats van straatjes. Jaarlijks vergapen duizenden buitenlandse toeristen zich aan dit wondertje. Maar weinigen weten dat het verstopte Belt-schutsloot, hier vlakbij, minstens zo mooi is. Jij straks wel, want de route loopt erlangs. Langs de Weerribben – de Mooiste Plek van Neder- land, volgens de NCRV – en een paar prettige dijkjes eindigen we in het laatste Hanzestadje van de dag: Vollenhove. Vergeleken andere Hanzestadjes en het naburige Blokzijl, spat de weelde er niet vanaf. Maar dat gemis compenseren we met een rondje vooraf door het licht heuvelendende achterland.

De Nederlandse Patatkust

0

Onze twee grote passies – motorrijden en patat eten – zijn nergens beter te combineren dan aan de Noordzee- kust. Dat is dik 200 km genieten van asfalt en frieten.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/Patatkust.gpx”]

We beginnen
in Hoek van
Holland op
een stormachtige, koele
dag. Je kunt natuurlijk
ook mooi weer afwach
ten, maar dan word je
overal langs de kust gek
van de drukte.
Op het uiterste hoekje
van Hoek, vind je een
van de grootste pleister-
plaatsen voor motorrijders. Wel vaak van het type dat zijn nieuwe tatoeages, vriendin en spierballen komt tonen, maar ook een patser heeft recht op een ritje naar de kust. En als je er toch bent: Hoek heeft een mooi fort, waarin het Kustverdedigingsmuseum is gevestigd. Langs de rand van de glazen stad – het Westland – rij je naar Den Haag. Hier vind je aan de drukke Scheveningse boulevard de winnaar van een ANWB patattest – Jesse’s Place. Veel rustiger is het strand van Wassenaar. Om daar te komen, rijd je over een van de leukste slinger- weggetjes van de hele kust

Het Noorden
Bij Katwijk steek je over een bijzondere grens, want tot hier strekte het Romeinse Rijk zich uit. Om precies te zijn tot aan de Rijn, die hier is gekort- wiekt tot een slootje. Met een beetje gevoel voor overdrijving zou je kunnen zeggen dat hier het Noorden van Europa begint.

Als je maar dicht tegen de duinen blijft, kom je op de fraaie en bochtige weg naar Noordwijk. Ook de doodlopende weg naar de Langevelderslag, even verderop, mag je niet overslaan. Dat doen we wel met Zandvoort, om in plaats daarvan een paar kronkelende Quote 500-straatjes te pakken, zoals het Kopje van Bloemendaal. Iets minder rijk en pittoresk zijn IJmuiden en Velsen, maar door de afschrikwekkende werking van de Hoogovens hebben de plaatsen wel relatief rustige stranden. Helemaal verstopt achter de Hoogovens ligt het breedste strand met de hoogste golven van de kust. Hier vind je een van de, naar het schijnt, hipste strandtenten: Timboektoe. Niet lang na de Hoogovens komen de brede duinenrijen, bossen en zo nu en dan behoorlijk bochtige wegen. Dat blijft een kilometer of dertig zo.

Vooral de kustweg naar Bergen aan Zee is aardig. De climax vormt Bergen zelf. Aangetrokken door rust, ruimte en vooral lage huren, streken hier lange tijd allerlei kunstenaars neer, waardoor het nog altijd net wat kleurrijker en aparter aanvoelt dan de andere plaatsjes. Via Schoorl en Groet kom je bij Camperduin weer aan de kust. De duinen en bossen van het Noord-Hollands Duinreservaat laat je hier achter je. Net als het toeristische gekrioel. Voor je ontvouwt zich een weids polderlandschap. De weg is lang, recht en leeg. Naast je liggen de Hondsbossche Zeewering en de Noordzee. Een prachtige overgang. Maar qua patat zat de kust van Castricum tot hier in een dipje.

Pas bij Callantsoog boekten de ANWB-testers weer goede resultaten. Met name bij de snack- barretjes Hoek en Wip In. In Callantsoog met zijn kleine witte huisjes en kerkje, proef je voor het eerst de specifieke sfeer van een Waddeneiland. In vroeger tijden was het dat ook: het eiland ‘t Oghe. Vermoedelijk hebben Deense Vikingen zich hier ooit gevestigd en misschien hebben ze zelfs de naam ‘Callinge’ aan het dorp gegeven. Het strand van Callantsoog heeft het witste zand van Neder land.

Net als je het troosteloze Den Helder in dreigt te rijden, kun je links afslaan naar Huisduinen. Ooit was dit een welvarend walvisjagersdorp, nu is het opgeslokt door de marinestad. Maar er zijn twee redenen om er toch even te kijken. De ene is Lange Jaap, die met zijn 55 meter ooit de grootste vuurtoren van Nederland was. De andere heet Fort Kijk- duin. Dit indrukwekkende fort werd in opdracht van Napoleon gebouwd en herbergt nu onder meer een groot zeeaquarium. Over de grootste attractie van Den Helder zelf bestaat geen enkele twijfel: dat is de boot naar Texel.

Op Texel kom je los van de Hollandse kust en van nog veel meer. Je voelt het al als je de boot afrijdt. Of anders als je in het haventje van Oudeschild de meeuwen hoort. Als je uitkijkt over de Sluftervallei en het stro van een strandopgang ruikt, of naar het zachtaardige Tesselse accent luistert. En helemaal als je Maarten Boon in de Cocksdorp bezoekt – een strandjutter, ritselaar en scharrelaar van de vriendelijkste soort – die op zijn eencilinder de branding afschuimt, op zoek naar zeesouvenirs met een ver- haal, dat hij je met liefde vertelt. Al het dagelijkse gedoe van de vaste wal lijkt ver weg en onbelangrijk. Je bent eindelijk thuis en je wilt nooit meer weg. Dat gevoel. En dan smaakt de patat hier natuurlijk ook nog eens beter. Vooral de raspatat van het tentje in de Dennen.

Op het Randje

0

Waar is toch dat vriendelijke Nederland van vroeger gebleven? Je vindt het nog altijd in het oosten, helemaal tegen de Duitse grens.

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/Op-het-randje.gpx”]

Ach ja, het Nederland van vroeger, toen roken nog gezond was, toen het milieu nog niet bestond, toen scholieren nog zonder tussenkomst van de reclassering een diploma haalden, toen de duistere middeleeuwen nog ver achter ons lagen… Dat land lijkt verdwenen. Maar we hebben iets gevonden dat er verdacht veel op lijkt. Helemaal tegen de Duitse grens ligt een Nederland waar het landschap en de dorpen er nog uitzien als op een oude ansichtkaart. En waar de bewoners vreemdelingen vriendelijk begroeten en kinderen van acht je niet met de dood bedreigen als ze hun zin niet krijgen. Een verademing. Minstens zo mooi is dat er langs de hele grens zeven bewegwijzerde ANWB-routes lopen, die bijna of helemaal op elkaar aansluiten. Het startpunt is achterlijk ver weg van de Randstad, in Sinderen, onderin de Achterhoek. Hier begint de Slingeroute. Het enige wat je nu hoeft te doen is de ANWB-routebordjes volgen.

Dromerig
Bij Borculo ga je van de Slingeroute af en maak je een oversteek naar de Zuid-Twenteroute. Deze route gaat al gauw slingeren en zelfs een beetje klimmen. Hoogtepunt is de omgeving tussen Diepenheim en Rijssen. Hier ligt een dromerig heuvellandschap met bossen en 19de-eeuwse boerderijen van onder meer landgoed Weldam.

Daarna komt Twente, waar witte wieven, elfenpa den en hellehonden nog gewoon bestaan. Het glooiende gebied van de Sagenlandroute met zijn dichte bossen, zandpaden en afgelegen huizen heeft een soort geheimzinnigheid die het westen van Nederland allang is kwijtgeraakt. Neem bijvoorbeeld de mysterieuze Kroezeboom, die je even voor Tubbergen aantreft. Nog altijd geloven Twentenaren dat deze over bijzondere krachten beschikt. Geregeld komen ze langs om een kruis te slaan of een kaars te branden. En het werkt. Tubbergen heeft een van de hoogste geboortecijfers van Nederland. Maar helaas, ook Tubbergen gaat hard achteruit. Daarom zijn onlangs twee dorpswachten aangesteld die toezicht houden op het straatmeubilair en het stoplicht.

Oliewingebied
De Dr. Picardtroute brengt je eventjes in Duitsland. Ineens zijn de wegen kaarsrecht en verlaten, na een kilometer of twintig ben je alweer in Nederland, in Hardenberg. Hier zakt de route even af naar het zuiden om bij een weids deel van het Vechtdal uit te komen. Daarna lopen slingerwegen in noordelijke richting langs Saksische boerderijen en rivierduinen. Bij Coevorden stap je over op de Zuidenveldroute, die hier even samenvalt met de Dr. Picardtroute. De meanderende rivierwegen maken plaats voor kaarsrechte kanaalwegen, die via voormalig oliewingebied Schoonebeek en Klazienaveen naar de vlakke zuidoosthoek van Drenthe leiden. Dit was vroeger Veenkolonie. Aan de wegen staan enkelwandige arbeiderswoninkjes, langs de kanalen sta- ren werklozen naar hun dobbertje. Bedrijvigheid zie je nauwelijks. Dat de band Skik juist over dit gebied zijn leukste liedje (Op etse) wist te maken, mag een prestatie heten. Net voordat de rechtlijnigheid begint te vervelen, brengt de Westerwolde-Emsroute redding.

Heidevelden
Vanaf Ter Apel rijd je over stille, licht bochtige wegen langs akkers, bloemrijk grasland en heidevelden. Een slingerend beekje (Ruiten Aa) vergezelt je kilometers lang. Borden die waarschuwen voor overstekend wild, moet je hier nog serieus nemen. In tien minuten kwamen we vier wilde reeën tegen en een groepje heideschapen.

Langs de weg koop je groente, eieren of zelfs een schilderij door je geld in een doosje achter te laten. Niemand die op het idee komt iets te jatten. De Randstad- bewoner, die thuis zijn motor al kwijt is als hij een keer met zijn ogen knippert, ziet het met ontroering aan.

De Eems-Oldambteroute voert je dwars door het rode Oost- Groningen. In dit gebied heeft men een hekel aan geld en succes. Met name als een ander het heeft. Geen wonder dat aanhangers van Fidel Castro en Hugo Chavez in Reiderland nog altijd bijna twintig procent van de stemmen halen. Bij Termunterzijl zie je voor het eerst open water: de Eems. Het was ooit de bedoeling hier de Europoort van het noorden te maken. Nu kun je er genieten van rust en leegheid. Bij Appingedam maak je de sprong naar de Wad- en Marenroute. Over smalle, maar erg lekkere weggetjes kom je langs op wierden gebouwde dorpen met de ouderwetse Groningse Waddensfeer. In Lauwersoog zie je eindelijk de Waddenzee. Op het havenhoofd eet je een visje. Uitbuiken doe je met uitzicht op Schiermonnikoog.

Pal langs de Zuiderzee

0

Wat is nou saaier dan een rondje om het IJsselmeer? Op een mooie dag bijna alles!

[sgpx gpx=”/wp-content/uploads/gpx/Zuiderzee.gpx”]

Ja, voor het IJsselmeer moet je echt een zonnige, warme dag afwachten, want dan pas komt het tot leven. Dan is het water niet grauw, maar blauw, hangt er een roomachtig licht, zie je alleen maar mensen die vastbesloten zijn er per motor, fiets of zeilboot een mooie dag van te maken, zonder elkaar tot last te zijn, want er is ruimte genoeg.

We beginnen in Durgerdam, waar alles oud en van hout is. De Oude Taveerne is het eerste café dat je vandaag tegenkomt en nog een van de leukste ook. Na Durgerdam ga je langs de dijk het Water land in. Omdat vroeger de dijken nogal eens doorbraken, is hier een prachtige polder ontstaan. Geen rechttoe rechtaan landschap, maar een slingerdijk met meertjes erachter – de littekens van dijkdoorbraken.

Streng en vriendelijk
Je moet er een klein stukje voor omrijden, maar Marken mag je natuurlijk niet missen bij een rondje IJsselmeer – dat hier kabbelt onder de pseudoniemen Gouwzee en Markermeer. Het voelt alsof hier, ergens in de groene huisjes, tuintjes of nauwe straatjes de kern ligt van wat Holland zo Hollands maakt. Net zo beklemmend als gezellig, even streng als vriendelijk. Opvallend: Italiaans is hier op de menukaarten soms de tweede taal. Marken heeft namelijk een grote reputatie bij Italianen. Geen wonder, want die weten wat mooi is.

Als op Marken de sobere zondagsrust heerst, zijn in het katholieke Volendam de winkels open en de cafés afgeladen vol. Eigenlijk is het alle dagen feest, daar in het vissersdorp. En daarom mag je de Haven het gezelligste dijkje van het hele IJsselmeer noemen.

Edam, dat aan Volendam vastzit, was een van de stadjes die in de 17de eeuw gonsde van de activiteit. Het leefde van internationale scheepvaart, werven, haringvisserij, walvisvaart en kaashandel. Maar toen Amsterdam bijna alles naar zich toe trok, raakte Edam in de versukkeling. Net als bijna alle andere Zuiderzeestadjes. En juist dat maakt ze zo leuk. Omdat de ontwikkeling soms eeuwen heeft stilgestaan, bleef veel in originele staat.

Communistisch regime
We brengen wat schot in de zaak. Eerst knar ren we achter de dijk langs naar Hoorn (leuk) en daarna nemen we de Westfriese Omringdijk. Hier zit je op de mooiste dijk van het hele IJsselmeer, want je rijdt er bovenop in plaats van dat je er tegenaan kijkt. We passeren Enkhuizen (schitterend) en Medemblik (wel aardig) en dan opeens houdt het leven op. Welkom in de Wieringermeer. Kaarsrechte wegen, identieke boerderijen, dooie dorpen. Als je niet beter zou weten, zou je denken dat Nederland in de vorige eeuw gebukt is gegaan onder een communistisch regime.

Door middel van de Afsluitdijk werd de wilde Zuiderzee in 1932 gesteriliseerd. Zout water werd zoet. Het getijdenverschil en hoge golven verdwenen. En de inpoldering kon beginnen. Na de Afsluitdijk duikt de Zuiderzeeroute achter een hoge dijk en zul je kilometers lang geen water meer zien. De eerste twee grotere plaatsjes die je tegenkomt zijn Makkum en Workum. Allebei zijn ze wereldberoemd om hun aardewerk en dat heeft ook weer alles met de Zuiderzee te maken. De benodigde klei lag hier voor het opscheppen. En de handelsschepen die vanaf Amsterdam de wereld overgingen, hadden ballast nodig voor de stabiliteit. Bij Hindeloopen zie je de ex-Zuiderzee weer.

Zeeschuimers
Dankzij avonturiers, walvisvaarders en andere zeeschuimers kende het ooit grote rijkdom, die je aan de fraaie oude huizen kunt aflezen. Even voorbij Stavoren gaat de route de Roode Klif op, een tien meter hoge keileembult, die bij helder weer van de overkant is te zien. Erbovenop staat het Friese vrijheidsmonument, met de spreuk ‘Leaver dea as slaef’. (Liever dood dan slaaf.)

Serengeti in de polder
De bochtige weggetjes naar Lemmer rijden heer lijk en het sfeervolle centrum van deze waterstad verleidt je tot een langdurig verblijf op een terras aan de Langestreek – een gracht vol plezierjachten. De tijd die je ermee verliest kun je daarna weer inhalen, want direct na Lemmer ga je Flevoland in. En daar hoef je slechts drie keer van het zadel af. Eerst in het levendige en bijzonder vriendelijke Urk, twaalf kilometer daarna bij de andere bult uit de ijstijd: Schokland. Nu is dat een openluchtmuseum met acht bewoners, maar in 1849 leefden er 641 mensen op het Zuiderzee-eiland. De rest van Flevoland is natuurlijk de boze droom van iedere motorrijder. Behalve dan het stukje dat niet van de ambtelijke tekentafel kwam: de Oostvaarders- plassen. Hier kun je soms bijna vanaf de weg wilde dierenkuddes zien rennen alsof je naar de Serengeti kijkt.

Dat is al net zo ongelooflijk als het klinkt. Aan het eind van de route wordt het voor de laatste keer toch nog even echt Zuiderzee als het sfeer volle stadje Muiden verschijnt. Op het terras van Ome Ko geniet je na van een heerlijke dag.

Langs de Stelling van Amsterdam

0

De forten van de Stelling van Amsterdam zijn niet alleen UNESCO-wereld- erfgoed. Ze hebben ook nog voor een onverwacht mooie route gezorgd.

De Egyptische piramides en de Chinese Muur kennen we allemaal. Maar de Stelling van Amsterdam? Nou, nee. Iedereen in de omgeving van Amsterdam kende wel een paar oude forten, maar dat het er meer dan veertig waren en dat ze bij elkaar hoorden, wist bijna niemand. Laat staan dat het besef bestond dat het een groots en bijzonder bouwwerk was. Maar de UNESCO zag het wel en zette de Stelling in 1996 op de lijst van Werelderfgoed. Niet alleen omdat de forten een groots historisch bouwwerk vormen, maar vanwege de unieke omgeving waarin ze staan.

Vrij zicht

Het begon allemaal met de Frans-Duitse Oorlog van 1870. Nederland was daarin geen partij, maar besloot uit voorzorg tot mobilisatie over te gaan. Toen bleek pas hoe zwak de militaire verdediging van met name Amsterdam was. Door een stelsel van forten, dammen en sluizen te bouwen – het grootste ooit – moest de hoofdstad een onneembare vesting worden. Er werden speciale wegen voor aangelegd en vrijwel altijd situeerde men de forten aan dijken en waterwegen. Hierdoor konden polders snel onder water worden gezet. Omdat een fort vrij zicht op een naburig fort moest hebben, mocht er niets tussen worden gebouwd.

Nutteloos

De bouw begon in 1880 en eindigde grotendeels in 1914. Toen werd duidelijk dat de Stelling door de komst van het vliegtuig en ander modern wapentuig er eigenlijk voor spek en bonen bij lag. Al in 1922 werd het opgeheven als zelfstandig verdedigingswerk. Na de Tweede Wereldoorlog verloren ze een voor een hun functie. Toen de Koude Oorlog voorbij was, droeg Defensie de forten uiteindelijk over aan gemeenten, de provincie en natuurorganisaties.

Militair gezien was de Stelling waarschijnlijk nutteloos, maar de invloed op de infrastructuur was groot. De ruimte eromheen is vaak nog altijd leeg, een beetje ouderwets zelfs. In die leegheid van vredige weilanden met veel water en dorpjes liggen mooie polderweggetjes en slingerende dij- ken. Het ziet er soms zo idyllisch uit dat het bijna onwaarschijnlijk lijkt, zo dicht bij Amsterdam. Een aangenaam gevolg van een lang vergeten oorlogs- dreiging.

Tegen de klok in

We beginnen de tocht bij Fort De Kwakel, in de Uithoornse polder. Dit is een van de weinige for- ten met een horecagelegenheid: Bar ‘t Fort. Daarna beginnen we de fortenronde tegen de klok in, met veel bochtenwerk vlak langs de Vinkeveense Plassen richting ‘t Gooi, langs de forten van Nigtevegt, Weesp en Muiden. Na een klein stukje snelweg pakken we direct na de Zeeburgertunnel de draad op bij Durgerdam. Hier zie je in de verte het vuurtoreneilandje liggen, dat ook bij de Stelling hoorde. Daarachter bevindt zich Pampus (met fort), dat even later vanaf de Waterlandse Zeedijk goed is te zien. Het volgende fort vind je pas bij Edam, vlak achter het IJsselmeer. Via rechte en soms kronkelende wegen gaan we door de Beemster naar het westen. Vier forten verder kom je bij het Fort bij Spijkerboor, waarin zoveel bijzondere vogel- en plantensoorten huizen, dat het in beheer is bij Natuurmonumenten. Even verder ga je de Zaanstreek in. Dit gebied staat niet bepaald bekend om zijn schoonheid, maar juist het deel langs de forten is werkelijk schilderachtig – Krommeniedijk en Assendelft.

Vooral een waterlinie

Via geweldig lekkere weggetjes komen we bij het Noordzeekanaal aan. Door het iets minder pittoreske Velsen-Noord met bijbehorende Hoogovens gaan we over het sluizencomplex naar het havenhoofd van IJmuiden. Hiervandaan heb je een prachtig zicht op Forteiland IJmuiden.

Dat de Stelling van Amsterdam vooral een water- linie was, kun je bij de forten van Spaarndam, Penningsveer, Lieburg en Vijfhuizen goed zien. Allemaal liggen ze aan open water met een pol- der erachter. Het fort van Hoofddorp, daarna, ligt nu echter midden in het centrum. Die kunnen we rustig overslaan. Dat moeten we niet doen met de forten van Aalsmeer en Kudelstaart, die – alweer – prachtig bij het water zijn gelegen, aan de Westeinderplassen. Hier komt de ronde na ruim 230 km ten einde. In de fortenmaand september is het mogelijk om bij een aantal forten naar binnen te gaan, daarbuiten zijn de openingen zeer beperkt.

Dit is de nieuwe Goldwing!

0

Kijk toch eens aan! Gelekt vanuit de persmap die journalisten binnenkort gaan krijgen op de Tokyo Motorshow. Het is de nieuwe Goldwing, een radicale update na jaren van stilstand. En dat is goed nieuws!

De nieuwigheden? Nou, de soortgelijke telelever-constructie van BMW is absoluut interessant. Dit is gekoppeld aan semi-actieve demping, onderdeel van het omvangrijke elektronicapakket. Bochten-ABS, tractiecontrole en naar verluid zelfs instelbare motorrem behoren tot de standaarduitrusting.

Het is overduidelijk dat de ouderwetse bolle vormgeving is ingeruild voor strakkere en meer sportieve lijnen. De snuit, met LED-verlichting, is spitser net zoals de spiegels, koffers en het kuipwerk. Dat kuipwerk lijkt net een stukje hoger opgetrokken te zijn boven het motorblok, waardoor er meer zicht is op de smakelijke zescilinder. Die zescilinder komt naar verluid standaard met DCT

Qua comfort aan boord gaat de Goldwing eindelijk met de tijd mee. Uitgebreide mobiele connectiviteit en multimedia-mogelijkheden zijn standaard, net zoals een elektronisch verstelbare ruit. Het is opvallend dat Honda wel blijft kiezen voor een rijkdom aan knopjes, terwijl concurrent BMW die ietwat probeert in te perken met een multifunctioneel stuurwiel.

Aan z’n zijde brengt Honda ook een nieuwe Goldwing Bagger. Meer foto’s vind je hier

Wanneer we meer weten, hoor je het!

 

Jodelahiti in Bergenland

0

Nederland heeft geen bergen? Nou, echt wel. Al moet je er wel 325 km lang voor overdrijven.

Trek aan die lederhosen, we gaan bergraggen! We beginnen midden in het land, bij de top van de Utrechtse heuvelrug: de Amerongse Berg van 6900 cm. Jodelahiti. Aan de voet van deze puist vind je De Bergschuur, een prachtig vertrekpunt met een toffe bazin, – een motorrijdster, dat spreekt vanzelf. Na de apfelstru deldinges beginnen met de 1400 meter lange klim van de Amerongse Berg (6500 cm). Een verkeers- bord waarschuwt voor een helling van 5 %. Als de motoren met carburateur dat maar halen!

Bochtenspaghetti

Snel binnendoor naar het oosten, waarna het echte werk begint: de Posbank. In Italië noemen ze de Stelvio ook wel De Posbank van Het Zuiden. Maar voor The Real Thing moet je dus gewoon bij Arnhem zijn. Wat een bochtenspaghetti hier! En maar liefst 8500 cm hoog. Er vlak achter loop je helemaal naar adem te happen, want daar ligt het Rozendaalse Veld. Met 11.021 centimeter is dit het hoogste punt van Nederland. Op Zuid-Limburg na natuurlijk.

Over de begane grond gaan we de Achterhoek in. Bedenk echter wel dat het sediment waarover je rijdt, hier is neergelegd door de Rijn. Dus eigenlijk ga je over fijngemalen Alpen. De Hettenheuvel bij Montferland vormt met 9160 cm het hoogste punt van de Achterhoek.

Tienduizenders

Via het Duitse Kleve beginnen we aan de beklim- ming van het Nijmeegse Rijk. Na een kort onver- hard rondje Duivelsberg, pakken we de fraaie Zevenheuvelenweg naar Groesbeek. Ten zuiden ervan eindigt het laatste stukje van de stuwwal en rijden we Limburg in. We komen in de Maasvallei, waar we bijna weer op zeeniveau (9 m NAP) zitten. Langs de rustig slingerende Maas hebben we een kilometer of 90 om te recupereren, te hergroeperen en de remmen te laten afkoelen. Voorbij het grens- plaatsje Posterholt stijgen we ongemerkt naar een centimeter of 5000 en pakken we voor de tweede keer een stukje Duitsland. Terug in Nederland doemen bij Doenrade de eerste tienduizenders op. Daarna wordt het eigenlijk alleen nog maar hoger.

Stukje Frankrijk

Snel zijn we nu bij het mijndorpje Schinnen. Door zwaar heuvelend land razen we op Maastricht af, maar keren daar in de buitenwijken om naar Beme- len. Daar gaan we over de Bemelerberg (12.500 cm). Aan de linkerhand zien we kale, lichtrode rotsen, die door een instorting aan de oppervlakte zijn gekomen. Alsof er een stukje Frankrijk uit de hemel is gevallen. Dat gevoel blijven we de rest van de dag houden. Even verder zien we bijvoor- beeld de Galibier van Limburg: de Cauberg. Maar van onze kant af is het eerder een kuil, want de weg duikt vlak voor Valkenburg de diepte in. Hier staat een waarschuwingsbord met een opschrift dat je veel te weinig ziet in Nederland: 12%.

Met een lengte van ruim een kilometer en een ver- val van een meter of zestig, mag het een colletje van de derde categorie worden genoemd. Limburg telt 41 hellingen die zwaarder zijn, maar die rol- len niet zo koninklijk het centrum van Valkenburg aan de Geul binnen. Bij Schoonbron slaan we af naar Ubachsberg. Zo komen we over de Colmont (18.100 cm) vanwaar je een weids uitzicht over de heuvels en de dalen hebt. Bij het gehucht De Huls (Simpelveld) kunnen we de zuurstofmaskers tevoorschijn halen. Hier begint de weg naar Vrou- wenheide. De top ging lang door voor het hoogste punt van Nederland. Totdat men ging meten, want

toen bleek de Vaalserberg ruim 100 meter hoger te zijn. Nu staat de heuvel met 21.600 cm op de tweede plaats.

Hoogtevrees

We komen op de beroemde Eyserweg. Als je de zacht slingerende afdaling langs oude bomen en zanderige weilanden inglijdt, besef je dat Zuid- Limburg echt veel onderdoet voor de Eifel of de Ardennen. Vervuld van trots beginnen we tien kilometer verder aan de klim onze eigen Mont Blanc: de Vaalserberg. Via enkele echte haarspeld- bochten bereiken we het Drielandenpunt en de top van 323 meter. De Boudewijntoren doet daar nog eens 50 meter bovenop, waardoor we eindelijk een momentje van hoogtevrees kunnen beleven.

We dalen af aan de Belgische kant, waar weer een paar scherpe haarspeldbochten liggen. Enkele minuten later rijden we de Epenerbaan op. Breed slingerend asfalt van de Mergellandroute ligt voor ons. En ineens zien we overal motoren, vaak met Duitse en Belgische kentekens. Die zijn naar Zuid- Limburg om eens lekker te rijden. Kun je nagaan.

Het E10-dossier

1

Technisch redacteur Peter Aansorgh publiceerde in MOTO73 nr. 18 een artikel over E10-brandstof. Dit naar aanleiding van het feit dat de E10 bij Nederlandse tankstations verplichte kost wordt en Euro95 langzaamaan verdwijnt. Is dat nou goed of slecht, zo stelde hij zichzelf de vraag. In het artikel werden de voors- en tegens van de nieuwe regelgeving bekeken.

Op dat artikel kwamen veel reacties van lezers die graag meer wilden weten, terwijl sommigen de oorzaak van klimaatverandering probeerden te weerleggen. De opwarming van de aarde zou een natuurlijke oorzaak hebben! Hoewel Peter daar in het opvolgartikel (dat vandaag in de winkels ligt) heel uitgebreid op reageert, is er eigenlijk maar één allesomvattend antwoord mogelijk: de overheid gelooft in global warming, en daarom krijgen we E10. Of het nou een complot of bittere waarheid is, doet er voor onze kwestie -die van E10 in onze brandstoftanks- eigenlijk niet toe. Wel zetten we onderaan dit artikel nog een paar linkjes, die verwijzen naar artikelen waarin Peter op de pagina’s 78 en 79 van de nieuwste MOTO73 verwijst.

De overheid ziet bijmenging van bio-ethanol bij benzine als een methode om de Co2-uitstoot te beperken. In Euro95 zit al vijf procent bio-ethanol en in het binnenkort verplichte E10 zit tien procent. Wil je meer lezen over Co2, de zin van bio-ethanol, de geclaimde effecten hiervan, stijgende waterspiegels en de beoogde uitstoot van Co2 in 2030, dan moet je toch echt even de MOTO73 er bij pakken. De enige vraag die er voor ons nu eigenlijk toe doet, is deze:

Kan je motor er tegen, en ga je er iets van merken? 

Bio-ethanol heeft voor- en nadelen. Een voordeel? Het pingelt minder snel. Het octaangetal van ethanol is namelijk 108, terwijl dat van Euro95 -jawel- 95 is. In principe zou je met ethanol dus een veel hogere compressie kunnen bereiken, zonder dat het mengsel uit zichzelf ontbrandt.

Maar, in ethanol zit minder energie dan in benzine. De rekensommen in MOTO73 leren dat je van pure ethanol anderhalf keer zoveel moet inspuiten om dezelfde energiewaarde en de juiste mengverhouding te krijgen. Met tien procent bijmenging is het probleem weliswaar niet zo groot, maar je merkt het wel! Motoren met carburateurs gaan te arm lopen en dat is slecht voor de motor. Praktijkmetingen leerden Peter dat hij per 100 kilometer op een XT660 Ténéré, met carburateurs, 5,9 liter Super98 verbruikte op 100 kilometer. Met E10, in Frankrijk getankt, verbruikte hij onder dezelfde omstandigheden 6,9 liter! Daarbij de opmerking dat de motor duidelijk rauwer liep.

Bij een injectie-motor is het probleem minder groot, omdat deze de mengverhouding enigszins zelf bij kan regelen. Dat zal in de toekomst alleen maar beter worden.

Een ander probleem? Dat is dat ethanol sommige rubbersoorten aantast, polyester aanvreet en zelfs sommige aluminium-soorten aantast. Omdat ethanol al jarenlang in Euro95 zit, in een mengverhouding van vijf procent, zijn motoren er wel op ontworpen. Maar oudere motoren kunnen er meer last van hebben. Wil je weten hoe jouw motor hiermee om gaat? Kijk dan hier. Blijkt je motor niet zo goed tegen E10 te kunnen? Geen reden tot paniek, want hoewel het vanaf 2020 voor elk tankstation verplicht is om E10 aan te bieden, mógen ze wel Euro95 en Euro98 aanbieden. Euro95 gaat weliswaar waarschijnlijk vervallen, maar de 98-variant blijft beschikbaar.

Het laatste probleem dat we hier noemen is hygroscopie, de mate waarin ethanol water aantrekt. Dat lijkt niet zo erg, maar water trekt bacteriën aan. Dode bacteriën zakken uit en kan vervuiling veroorzaken in sproeiers, injectoren en carburateurs. Ook gaat ethanol zich op termijn onder invloed van benzine scheiden van water, en verzamelt het zich onderin de tank. De motor rijdt dan eerst de ethanol puur op, en daar kan de motor niet goed tegen. E10 en Euro95 gaan zo’n 60 dagen mee, maar daarna heb je iets aan toevoegingen zoals Forté MotoPower I en II, of vergelijkbare producten van Wynns, Tunap, Wepp, Putoline, Startron, Liquid Moly, Miller Oils en Eurol. Tank daarbij voor de winterstalling Super98 en je lijkt redelijk uit de problemen. Let wel; de meeste ‘premium’ brandstoffen van tegenwoordig zijn geen 98. 

Tot slot een verwijzing naar de klimaat-artikelen waarin in de laatste MOTO73 wordt verwezen:

Smeltend of aangroeiend ijs op Groenland?

Meetwaarden in De Bilt

Nadert een nieuwe ijstijd?

Nadert een nieuwe ijstijd, nr.2?

Nogmaals, of de opwarming van de aarde nou een complot is of niet, de overheid gelooft er in en dus moeten we er mee dealen. Daarom zijn dit onze twee belangrijkste linkjes:

Waar tank je Competition 102, benzine met octaangetal 102 en daarom ideaal voor de winterstalling?

Kan mijn motor tegen ethanol?

Heb je nog meer vragen na het lezen van beide artikelen in MOTO73? Schroom niet, en mail naar redactie@moto73.nl. Zoek je meer tips voor de winterstalling? Kijk dan even hier