donderdag 28 mei 2026
Home Blog Pagina 1662

Getest: Moto Guzzi Griso 8v 1200se

0

De vormgeving van de Griso heeft in tien jaar niets aan kracht ingeboet. De SE-versie kreeg ook nog eens spaakwielen, zwart geanodiseerde onderdelen en een ander kleurenschema. Als het zonnetje de vloeiende lijnen van de tweecilinder accentueert, komt haar schoonheid volledig naar boven. De Griso stond niet alleen vooraan bij het uitdelen van fraaie lijnen, ook bij het rijwielgedeelte en motorblok drong hij voor. Laat je niet in de luren leggen door de langgerekte cruiserachtige vormen. Dit blijft een Italiaanse motorfiets en daarom stuurt hij gewoon goed. De Griso ziet er stilstaand zwaar en bedreigend uit, maar schijn bedriegt. De algemene indruk die deze machine achterlaat is veel verfijnder en soepeler dan vooraf gedacht.

Vibrator
Uitgerekend het indrukwekkende motorblok speelt een belangrijke rol in die goede manieren. Dat verwacht niemand na het aanslaan van de V-twin. Zoals alleen een Moto Guzzi dat kan kantelt het blok voelbaar bij elke dot gas. Heerlijk karakteristiek als je er op rekent, verwarrend als je het nooit eerder voelde. Voor die laatste categorie mensen moet het minstens zo bevreemdend zijn dat de trillingen onder het rijden grotendeels ontbreken. Bij het starten zit je nog op een rechtsdraaiende vibrator, een tel later snor je comfortabel over de weg. Nogmaals: deze fiets voelt verfijnder dan verwacht. Het blok is uiterst sterk en soepel. Vanaf  3000 sleurt hij er als een dolle aan. En bovenin gaat het zo mogelijk nog gezelliger door. Bij tussensprintjes moeten zelfs gevestigde supersporters zich zorgen maken. Overal is een heerlijke overdosis koppel aanwezig.

Licht sturen
Om het stuur te bereiken moet je het bovenlichaam iets naar voren buigen, de armen wijd spreiden en dat levert een aangenaam sportieve positie op. De voorovergebogen zithouding komt goed van pas om je schrap te zetten tegen de wind. De Moto Guzzi is een zegen voor de rug, maar hard voor knieën. De voetsteps staan onnatuurlijk hoog voor een naakte fiets. Vervolgens staan ze weer een beetje te onsportief ver naar voren. Het levert bakken grondspeling op, maar tegelijk een curieuze zitpositie.
Bij een wielbasis van 1554 mm en een gewicht van 250 kilo verwacht je geen licht stuurgedrag, maar dat vertoont deze stevige jongen opmerkelijk genoeg wel. De eerste meters stuurt het gevoelsmatig zelfs iets te licht. Gaat de snelheid omhoog dan laten de kilo’s zich toch voelen. De brute motorfiets maakt de wens tot ongegeneerd boenderen in je los, maar de limieten van het rijwielgedeelte komen op lichtsnelheid in beeld.

Handelbaar
Een Griso stuurt ontzettend lekker en hij combineert met succes een markant voorkomen, een fijn koppelrijk motorblok, kwaliteitsonderdelen en een rijwielgedeelte dat alle pk’s goed aankan zolang je niet ongepast de supersporter gaat uithangen. Laat het brute uiterlijk je niet op het verkeerde been zetten; een Griso verrast je niet snel in negatieve zin door zijn onhandelbaarheid. Het tegendeel is het geval: dit is een heerlijke en breed inzetbare motor.

Techniek: Hoe werkt een carburateur?

0

Afgelopen maandag las je nog hoe elektronische injectie werkt. In dit artikel beloofden we nog terug te komen op de voorlopen van elektronische injectie: de ‘ouderwetse’ carburateur. Dat doen we in dit artikel dan ook. En zo ouderwets is de carburateur nou eigenlijk ook weer niet, want op lichte motorfietsen, bromfietsen en offroads worden ze nog steeds toegepast. 

Simpel en kort door de bocht
Een carburateur is in feite niet veel meer dan een koker waar lucht doorheen stroomt. In de koker is een vernauwing aangebracht. Precies in die vernauwing zit een smal buisje, met de opening naar boven. In dit buisje -de sproeier- staat de benzine precies tot aan de rand. Wanneer er lucht door de carburateur stroomt, ontstaat er een onderdruk die de benzine uit de sproeier zuigt. Die kan dan in de langsstromende lucht verdampen.  Om het benzineniveau precies tot aan de rand van de sproeier te houden, is de sproeier verbonden met een groter reservoir, dat naast de luchtkoker is geplaatst. In dit reservoir zit een drijver – de vlotter – die is verbonden met een klepje in de benzinetoevoer. Doordat de drijver op de benzine blijft drijven, drukt deze het klepje vanzelf dicht als het benzineniveau precies hoog genoeg is gestegen.  

Hoe werd het principe bedacht?
Bij de eerste carburateurs zorgde het motorvermogen voor de onderdruk die nodig was om de benzine uit de sproeier te zuigen. Rond 1900 ontdekte de Engelsman Edward Butler dat het een stuk beter ging als je een vernauwing in de buis aanbracht, precies ter hoogte van de sproeier. Het blijkt namelijk dat er een beduidende drukverlaging optreedt wanneer de lucht door die vernauwing stroomt. Dit effect werd in 1738 ontdekt door Daniel Bernouilli. Hij bedacht dat er evenveel lucht de buis in gaat als dat er uitkomt. En dus moet er ook evenveel lucht door de vernauwing stromen. Evenveel lucht door een kleinere diameter, dat kan alleen als die lucht daar sneller stroomt. Dat klinkt heel logisch, maar toch gebeurt er iets bijzonders. Het kost immers altijd kracht om iets te versnellen. En kracht kost energie. Maar waar komt die energie vandaan? Bernouilli realiseerde zich dat een stof meerdere vormen van energie heeft: temperatuur, druk, hoogte en snelheid. Wanneer één bepaalde vorm van energie toeneemt, zonder dat er van buitenaf energie wordt toegevoegd, kan die energie alleen uit één van die andere vormen komen. Experimenten bevestigden zijn theorie: als de luchtsnelheid bij een vernauwing toeneemt, daalt de druk daar. En, zoals Giovanni Battista Venturi in 1790 ontdekte, die onderdruk in de vernauwing kun je gebruiken om een vloeistof aan te zuigen. Een aardig neveneffect is dat het kookpunt van een vloeistof bij een lagere druk ook lager ligt. Een vloeistof als benzine raakt bij die onderdruk zelfs aan de kook en verdampt daardoor razendsnel.  

Aanpassingen voor juiste uitwerking en bediening
De eerste verbrandingsmotoren draaiden met constant toerental. Verbrandingsmotoren voor voertuigen moesten echter ook kunnen optrekken en afremmen. De hoeveelheid benzine-luchtmengsel die de motor kreeg, moest daarvoor kunnen worden geregeld. Dat gebeurde eenvoudig met een vlinderklep tussen de carburateur en de motor. Ook aan inlaatkant van de carburateur kwam al gauw een vlinderklep te zitten. Deze ‘choke’ (van het Engelse woord voor wurgen) diende om de motor gemakkelijker te kunnen starten. Benzine verdampt bij een koude motor lastig, je hebt er dan meer van nodig, een rijker mengsel dus. Door de chokeklep te sluiten, kon de onderdruk in de carburateur worden vergroot, zodat er meer benzine werd aangezogen.  Naarmate motoren groter en sneller werden, moest de carburateur ook steeds meer mengsel produceren. Carburateurs werden daarom groter, maar de luchtsnelheid in de venturi werd daardoor bij stationair toerental te laag om het mengsel goed te regelen. Daarom werd er vaak een omloopleidinkje gemaakt dat de benzine vlak achter de gasklep in de carburateur liet stromen. Omdat de bijna dichte gasklep ook een venturi-effect geeft en er tussen de dichte gasklep en de motor een vacuüm is, werd de benzine daar aangezogen. Met een stelschroef in de omloopleiding kon het stationair mengsel worden afgesteld.

Een volgende stap in de evolutie werd de acceleratiepomp. Naarmate bestuurders haastiger werden en snellere gaswisselingen eisten, moest de gasreactie ook verbeteren. Als de gasklep plotseling werd geopend, duurde het vaak even voor de benzinestroom op gang kwam. Er ontstond een te arm mengsel, waardoor de motor ging hikken. Dat werd opgelost door op het gasklepmechanisme een klein pompje te zetten, dat bij het gas geven elke keer wat extra benzine in de carburateur pompte. Zo werd het tijdelijke benzinetekort aangevuld. Een andere niet onbelangrijke aanpassing was de vollastverrijking. Omdat motoren bij hoge belasting de neiging hebben te gaan pingelen en de kleppen ook extra koeling nodig hebben, kregen carburateurs ook een extra sproeier om bij hoge belasting extra benzine in te spuiten.  

Constant vacuüm
Carburateurs zijn met al hun bijregelingen ingewikkelde gasfabrieken geworden. Dat het toch eenvoudiger kan, bewijst de constant-vacuümcarburateur, die je op veel motorfietsen vindt. Dit is in feite een horizontale sproeiercarburateur, waarvan de afmeting van de venturi door een schuivende zuiger kan worden veranderd. De ruimte boven de zuiger is via een luchtboring verbonden met de ruimte tussen de gasklep en de venturi. Bij het openen van de gasklep wordt het vacuüm in het inlaatspruitstuk doorgegeven aan de ruimte boven de zuiger, waardoor deze omhoog beweegt en de venturi groter wordt. Als de luchtsnelheid door de carburateur op gang is gekomen, daalt het vacuüm iets, waardoor de zuiger ook weer iets zakt, terwijl dit weer stijgt als er heel hoge luchtsnelheden worden gevraagd, bij vol gas en hoge toerentallen. Zo wordt de grootte van de venturi steeds aangepast aan de luchtsnelheid en het motorvacuüm. Dit zorgt voor een altijd goede verneveling en verdamping, waardoor deze carburateur heel geschikt is voor motorfietsen die heel hoge toerentallen draaien, maar ook bij lage snelheden smeuïg moeten kunnen lopen. Maar dat is niet alles. Aan de zuiger is een ietwat taps toelopende naald bevestigd, die in de hoofdsproeier steekt. Gaat de zuiger omhoog, dan geeft de naald een grotere doorlaat van de sproeier vrij. Bij plotselinge acceleratie en bij hoge toerentallen en vol gas wordt het mengsel dus vanzelf rijker, zonder allerlei ingewikkelde omloopsproeiers en pompjes.  Er zijn ook motorcarburateurs waarbij de venturi niet door een zuiger, maar door een vlakke schuif wordt geregeld. Die schuif zit direct aan de gaskabel vast en wordt dus niet door het vacuüm bediend. Omdat de zuiger direct bij het gasgeven omhoog schiet en niet pas als het vacuüm zich heeft opgebouwd, reageert zo’n vlakke-schuifcarburateur directer en agressiever op het gas. Deze carburateurs vind je dan ook vaak op competitiemotoren.   

Vind je bovenstaande interessant? Veel meer techniek vind je hier.

Tekst: Peter Aansorgh

Gezien: dvd Living for the weekend

0

Je moet het maar durven… Een documentaire produceren over het WK Motorcross en die uiteindelijk via grote bioscoopzalen aan Nederland tonen. Jean-Paul Maas en Nick Janssen gingen de uitdaging aan en het duo slaagde erin om de vele crossliefhebbers te overdonderen met hun 105 minuten durende Living for the weekend. Knap, want de twee Brabanders zijn geen gelouterde vakmannen als het gaat om films maken. Na de succesvolle bioscooptour door Nederland en België is Living for the weekend nu te verkrijgen op dvd, voor de mensen die geen kans hadden om naar de bios te komen, er niets van af wisten of ‘m graag nog een keer willen zien.

Wij bekeken de film via dvd voor de eerste maal en gelijk valt op dat het camerawerk prima voor elkaar is. Mooie beelden die soms een extra dimensie mee gegeven worden door ze in slow-motion te presenteren. Hier is aandacht aan besteed en dat siert de film enorm. Daarnaast hebben Maas en Janssen het voor elkaar gekregen om hun publiek een kijkje achter de schermen te geven. Zo zie je onder meer hoe er ruzie ontstaat tussen twee Belgische toprijders en zie je hoe enkele WK-mannen de wondere wereld ontdekken die Thailand heet. Mooi om te zien, maar hier borrelt enige ondeskundigheid van de filmmakers naar boven. Er wordt soms te amicaal omgegaan met de rijders en dat met een flinke portie Brabantse tongval. Met zo’n productie behoor je toch enige afstand naar je onderwerp te bewaren, zeker als je ambieert om de documentaire op internationale schaal uit te zetten.

Een ander minpunt is dat de film hinkt op twee vlakken en dat is meestal geen goed teken. Bij Living for the weekend hebben ze getracht om het seizoen 2013 te samenvatten, plus enkele losse verhalen aan te bieden. Dat werkt soms verwarrend en is er geen duidelijke rode lijn aanwezig in de film. Gemiste kans, want in de basis is Living for the weekend een sterke documentaire. Ondanks de twee minpunten is en blijft echter overeind dat het project van Maas en Janssen een aanrader is voor motorsportliefhebbers. De verklaring ook waarom vorig jaar de bioscopen afgeladen waren met crossfans.  

Getest door: Jarno van Osch
Prijs: € 24,95
Info: www.livingfortheweekend.mx

Peter Bom: Nederlandse GP-dataman

0

Jan Boer was de afgelopen week voor ons ter plekke op het circuit van Jerez, waar o.a. Luca Grünwald aan het testen was. Boer sprak met Peter Bom.

Dataman Peter Bom draait al een jaar of veertien mee in de GP’s. In het verleden werkte hij bij het Duitse Kiefer Racing o.a. voor Stefan Bradl. Dit jaar brengt Kiefer Luca Grünwald aan de start. De 19-jarige coureur komt dit jaar voor het eerst met een vaste start in de GP’s in actie. In de voorgaande drie seizoenen reed hij zeven keer met een wildcard of als invaller een GP in de 125cc of Moto3. Hij werd in 2012 achtste in de Duitse GP. In het begin van zijn carrière won Grünwald in 2007 de ADAC Junior Cup en hij zegevierde tweemaal in het IDM, in 2010 in de 125cc en in 2012 in de Moto3.

Peter Bom over Grünwald: “Ik werk heel graag met hem. Ik verwacht dat hij in de tweede helft van het seizoen in de punten kan gaan rijden. Ik zie toekomst in hem. Van huis uit heeft hij geen cent te makken; zijn vader is schoorsteenveger. Vorig jaar is Luca twee keer als vervanger van de geblesseerde Florian Alt opgetreden. Ons seizoen met Alt, de Red Bull Rookies-kampioen van 2012, is heel teleurstellend verlopen. Luca brengt geen geld mee. Kiefer doet het helemaal van z’n eigen geld. In de veertien jaar dat ik meedraai heb ik al veel rijders meegemaakt. Niemand wist zo goed iets over de motor te zeggen als Chris Vermeulen. Ook Luca weet goed te verwoorden hoe de motor zich gedraagt. ”

 

Getest: Honda F6B

0

Je moet het maar durven om een Goldwing te scalperen en deze vervolgens te verkopen als powercruiser. Honda bewijst met de F6B dat die onmogelijk geachte transformatie goed kan uitpakken. Een verslavende klasbak is het resultaat.
De Flat Six en de Goldwing delen motorblok, cardan en rijwielgedeelte. Het is handiger om de verschillen te benoemen. Direct in het oog vallen de ontbrekende toerruit en topkoffer. Het levert een totaal van het origineel afwijkende motorfiets op. Minder in het oog valt de ontbrekende achteruitversnelling. Naar het navigatiesysteem en cruisecontrol zoek je tevergeefs en de elektronisch instelbare schokdemper aan de achterzijde heeft gewoon een verstelknop.

In balans
De F6B is de lightversie van de toermachine, maar hij weegt rijklaar toch nog 385 kilo’s. Laat je niets wijs maken door mensen die zeggen dat een F6B net als een Goldwing zo licht als een veertje is. Op lage snelheid, zoals bij het manoeuvreren op een parkeerplaats heb je gewoon je handen vol. Dat verandert totaal zodra je de tweede versnelling inschakelt en de snelheid een fractie verhoogt. Al snel speel je vol vertrouwen met de Honda. Je moet binnen de bebouwde kom ferm de touwtjes in handen nemen en de motor exact dirigeren waar je wilt, maar dan volgt hij ook trouw.
Gaat het ook maar iets harder dan hoef je niet eens veel fysieke input te geven om lekker te sturen. Een slingerend dijkweggetje zwier je eigenlijk moeiteloos over. Links, rechts, links rechts in een heerlijke en vooral neutrale cadans. Kies een vloeiende route en de F6B volgt gehoorzaam alle bevelen.

Multimotor
Volgens de letter van de wet moet je de F6B categoriseren als een bagger. What’s in a name? Noem de Honda gerust een cruiser met bagagemogelijkheden, een toermachine met minimale windbescherming of een ruige patserbak met een overdosis vermogen. De Honda is het allemaal. De zithouding en het uitmuntende zadel maken hem tot een prima toermotor, alleen de beperkte windbescherming van het miniruitje valt wat uit de toom. Je kunt eindeloos kilometers afraffelen zonder zelfs maar een spoortje van kramp in het onderstel. Het vernieuwde zadel is werkelijk van grote klasse. Hierop leg je probleemloos dagafstanden af, waarvan je voorheen alleen droomde.

Droomblok
Ook het blok maakt dromen waar. Wat een zeldzaam mooie turbine monteert Honda in het aluminium frame. Van stationair tot aan het rode gebied blijft de liggende zescilinder er genadeloos aan sleuren. Niet normaal meer hoe smeuïg en krachtig dit opereert.
Bij de aanblik van de immense hoeveelheid knoppen zie je duidelijk dat het ontwerp van stamvader Goldwing alweer uit 2001 stamt. Van handige multicontrollers, joysticks of andere handige knoppen is geen sprake.

Bruikbaar
De Honda F6B is een veelzijdiger motorfiets dan je puur op het uiterlijk verwacht. Naast een – warempel goed en neutraal sturende –  cruiser, een krachtige bagger en een opzichtige paradijsvogel is het een prima toerfiets al lever je iets in op windbescherming. Bovenal is het een vermakelijke motorfiets. Het stuurt leuk en neutraal, het blok is misdadig goed, aandacht is gegarandeerd en dat geldt ook voor de geweldige ervaringen die automatisch je deel zijn als je de Honda pakt. Deze motor maakt een mens blij.

Komen de RC’s later?

0

Volgens een welingelichte bron zouden KTM’s lichte supersports, de nieuwe RC-serie, laat dit jaar pas geleverd gaan worden. Op de website van de Oostenrijkers zijn het ook de enige modellen waar de vage tekst ‘coming soon’ bijgezet is.

Er schijnen problemen te zijn met de leveringen vanuit India (waar deze machines geproduceerd worden door Bajaj Auto, een grootaandeelhouder van KTM) en kan het nog wel een tijd gaan duren voordat de eerste RC’s Europa bereiken. De deadlines voor de productie worden niet gehaald en dat levert flinke vertraging op, aldus onze bron.

Na een belletje met KTM Nederland wordt het door ons ontvangen bericht echter ontkracht. ‘Daar is ons niet over bekend’, aldus Jeroen Punt, manager van KTM Nederland. ‘Halverwege dit jaar zouden ze binnen moeten zijn. Dat is de berichtgeving die aan ons doorgegeven is. Ik kan niets zeggen over het feit of er wel of geen problemen zijn met de levering van de RC-modellen.’

Foto: KTM

 

‘Natuurlijk is Sykes te kloppen’

0

Als iets de eerste twee vrije trainingen op Phillip Island hebben laten zien, is het wel dat het WK Superbike aan de vooravond staat van een bijzonder seizoen vol grote vraagtekens. Natuurlijk is Tom Sykes – zoals het hoort rijdend met nummer 1 – de grote favoriet, want al twee seizoenen is hij de enige constante factor in het SBK. Bovendien heeft het team rondom Sykes, onder leiding van de Nederlander Marcel Duinker, het voor elkaar gekregen om de ZX-10R nog sneller te maken. Vooral op het gebied van tractie werden serieuze stappen gemaakt. Maar gemakkelijk krijgt Sykes het absoluut niet en dat komt echt niet alleen omdat Phillip Island hem maar matig ligt. 

Het SBK-startveld is namelijk competitiever dan ooit. Sylvain Guintoli eindigde de tweede vrije training in Australië als tiende, op maar 0.659 seconde van tijdsnelste Alex Lowes. De tweelingbroer van regerend WK Supersport-kampioen Sam is daarmee hard op weg om nu al de revelatie van dit seizoen te worden. En dan te bedenken dat de Brits Superbike-kampioen van 2013 nog steeds moet wennen aan de elektronica van zijn Suzuki, voor het eerst op Phillip Island rijdt en het team en Yoshimura bovendien nog lang niet klaar zijn met de GSX-R1000.  Met Lowes en Eugene Laverty heeft Voltcom Crescent Suzuki op papier de sterkste line-up uit de historie. Laverty pakte in de laatste races van 2013 zelfs met afstand de meeste zeges en de meeste punten en was daardoor zwaar ontgoocheld dat hij bij Aprilia weg moest. Voor de twee coureurs van de Italiaanse fabrikant, Marco Melandri en Guintoli, eindigen is één van zijn belangrijkste doelstellingen. En daarmee is hij inderdaad automatisch ook titelkandidaat. Maar dat zijn er momenteel heel veel… 

Neem Melandri. De Italiaan kende echter wel een zeer onrustige winter die begon met een enkeloperatie. Vervolgens kreeg de Italiaan in eigen land veel kritiek te verwerken, zelfs vanuit zijn eigen team (!), omdat hij niet snel genoeg zou zijn met de RSV4 Factory. Het resulteerde in een regelmatig mopperende Melandri, iets dat we vorig jaar bij BMW ook veel zagen van hem. Melandri staat bekend als een uiterst kritische en gevoelige coureur. De vraag is hoe dat samen gaat met de Aprilia en met zijn team. Voorlopig goed, want Melandri eindigde de eerste trainingsdag van Phillip Island als tweede af, op maar 0.037 seconde van Lowes. Guintoli is na twee operaties zo goed als hersteld van een schouderblessure die hem sinds juli 2013 veel problemen gaf.  De Fransman zou daardoor in principe een titelkandidaat zijn, maar moet daarvoor wel veel terug zien te vinden van de Guintoli die zo sterk opende in 2013. Vooral tijdens de beslissende races op Jerez reed de Fransman erg passief. 

Pata Honda lijkt definitief afgerekend te hebben met 2013. Verbeterde elektronica, een nieuwe elektronicaspecialist en (net als vroeger) weer meer in eigen hand hebben, doen het Nederlandse team duidelijk erg goed. En dat merk je niet alleen aan de test- en trainingsresultaten, de hele sfeer is volgens Jonathan Rea beter. Leon Haslam is eindelijk fit waardoor we nu echt kunnen zien wat de Engelsman kan. Op Phillip Island zitten beide rijders er zowel tijdens de testen als de vrije trainingen goed bij en dat is iets dat we in 2013 eigenlijk niet gezien hebben. De verwachting is dat zowel Rea als Haslam voor de podiumplaatsen kunnen gaan. Iets dat ook prachtig zou zijn voor de Nederlandse wegrace. Bij Ducati lijkt eveneens alles anders, iets dat net als bij Pata Honda ook moest. Vooral Davide Giugliano is erg snel met de Ducati 1199 Panigale R. De Italiaan is echter ook zeer wild en de vraag is of dat deze combinatie een seizoen lang goed kan gaan. Giugliano is in ieder geval niet bang en dat lijkt een absolute voorwaarde te zijn om hard te kunnen gaan met de Duc. Chaz Davies heeft daarentegen heel veel problemen met de veelbesproken Panigale. Tijdens de afsluitende vrije training van vandaag ging hij bovendien hard onderuit, iets dat zijn zelfvertrouwen net als in eerdere testen niet veel goed gedaan heeft. Of Ducati echt uit de problemen is, zal overigens pas op Aragon blijken. Vorig jaar stond Checa op Phillip Island immers op pole…

Met MV Agusta, Buell en hopelijk Bimota heeft het SBK er drie nieuwe fabrikanten bij. Vuurwerk kan en mag je echter nog niet verwachten van deze merken. Pas vanaf 2015 zal duidelijk worden of de drie mee kunnen komen in het SBK. Er is in ieder geval hoop, want Claudio Corti staat momenteel met zijn MV zo’n twee seconden achter op Lowes, wat met afstand de beste klassering voor Corti tot nu toe is. En ook de R1190RX maakt grote stappen. Bimota zal waarschijnlijk pas vanaf Aragon of Assen meedoen. 

Maar niet alleen op de baan gaat van alles uitgevochten worden, ook achter de schermen wacht de teams een loodzware uitdaging. Dorna wil vanaf 2015 namelijk het EVO-reglement, dat in 2014 als een aparte klasse in het SBK-startveld opereert, invoeren voor het complete startveld. Iets dat de meeste teams in de paddock niet zien zitten. De lobby is inmiddels in alle hevigheid losgebarsten, net als op het circuit!

In MOTO73 4/5 staat een uitgebreide voorbeschouwing op het WK Superbike. In MOTOR Magazine 2 vind je een overzicht van alle regelwijzigingen in 2014, een absolute must om het seizoen enigszins te kunnen volgen. Wil je van het weekeinde live (of later) de races bekijken?. Klik dan hier om te zien wat je mogelijkheden zijn om het SBK te volgen. En hier om te ontdekken wanneer Eurosport de wedstrijden laat zien. 

Dominantie KTM in Moto3

0

Eén voorzichtige conclusie kan al wel worden getrokken na de drie testdagen in Jerez: wil je dit jaar meestrijden voor de wereldtitel in de Moto3, dan zul je in het zadel moeten zitten van een KTM (of een tot Husqvarna omgedoopte KTM). De eerste acht plaatsen op de ranglijst worden namelijk ingenomen door rijders op zo’n Oostenrijkse motor. De Australiër Jack Miller was het rapst met een 1.46,046. Hij wordt gevolgd door Jakub Kornfeil (1.46,256), Niccolò Antonelli (1.46,452), Red Bull Rookies Cup-winnaar van 2013 Karel Hanika (1.46,645), Danny Kent (1.46,646), Romano Fenati (1.46,650), Niklas Ajo (1.46,658) en Francesco Bagnaia (1.46,674). Opvallend hierbij is dat er niet één Spanjaard bij zit. De snelste Spanjaard was Alex Marquez, die op zijn Honda tevens snelste niet KTM-rijder was met zijn negende plaats. Diens teamgenoot Alex Rins was geblesseerd en werd vervangen door de 14-jarige Fransman Fabio Quartararo. Hij sloot de test op een veertiende stek af, met een snelste tijd van 1.46,965.
Zoals verwacht konden Scott Deroue en Bryan Schouten zich niet voorin manifesteren. Ze kunnen beiden terugkijken op drie geslaagde testdagen, waarin nagenoeg alles kon worden getest wat was gepland. Deroue noteerde uiteindelijk de zesentwintigste tijd (1.48,725), terwijl Schouten met 1.48,983 op positie 29 uitkwam. De laatste test voordat het seizoen daadwerkelijk begint, is wederom op Jerez. Van 11 tot en met 13 maart testen de Moto2 en Moto3-teams aldaar, voordat het materiaal ingepakt kan worden om naar Qatar te vervoeren.  

 

Hip en happening

0

Steeds meer en meer willen motorrijders zich van elkaar onderscheiden door middel van eigen, unieke machines. Een caféracer bouwen is helemaal van deze tijd en ook de MOTORbeurs Utrecht heeft die trend gespot. Gelijk na binnenkomst (entree west) heeft de organisatie in hal 10 ruimte vrijgemaakt voor verschillende projecten, die laten zien wat er allemaal mogelijk is om je motor te personaliseren. One of a kind, dat is het toverwoord bij de caféracers van de MOTORbeurs Utrecht. Hier alvast een preview van enkele motoren die op de MOTORbeurs Utrecht staan. Tot en met zondag 18.00 uur heb je nog de kans om ze ‘live’ te zien. 

Naast deze prachtige motoren hebben we op de stands van MOTOR Magazine en MOTO73 ook diverse pareltjes staan. Wat te denken van de Ducati Elite II (MM), Ten Kate Honda CBR600RR-racer (MM), Harley-Davidson Liberator (M73) en de Husqvarna Silberpfeil (M73)? Tevens scoor je nu een perfect abonnement voor beide bladen. Ontvang een jaar lang MOTOR Magazine of MOTO73 en twee TT-kaarten voor belachelijk lage prijzen. Voor de precieze mogelijkheden, informeer bij onze stands. MOTOR Magazine vind je in hal 11 (D076), terwijl MOTO73 te vinden is bij de entree oost in hal 8 (C010). Tot op de MOTORbeurs Utrecht!   

 

[justified_image_grid ids=19529,19530,19531,19532,19533,19534,19535,19536,19537,19538]

Nieuw: MX-V van Arai

0

Crosshelmen van Arai zullen nooit aan anorexia lijden, zo maakte Arai deze week duidelijk bij de presentatie van de MX-V, in hun Europese testcentrum in Hoevelaken. “Een lichte helm is geen sterke helm,” beweert de helmfabrikant stellig.

Bij de nieuwe MX-V gaat Arai daarom niet op zoek naar de laatste grammetjes, maar naar maximale veiligheid. Dat begint bij de gebruikte materialen. Gewoon fiberglas is onvoldoende, de buitenschaal van de MX-V bestaat uit zogenaamd Super Fiber. Het kost wat meer, maar heeft wel een 30% hogere treksterkte en is beter bestand tegen penetratie. De binnenschaal is dan weer zo zacht als mogelijk om zoveel mogelijk energie te absorberen bij een valpartij.

Om het zwaartepunt te verlagen heeft de buitenschaal van de valhelm een versteviging aan de onderzijde, de zogenaamde Hyper Ridge. Doordat deze naar buiten staat is het makkelijker om de helm op en af te zetten. Hulpdiensten kunnen de wangkussens – van Coolmax en vanzelfsprekend wasbaar –  met een ruk aan twee koordjes verwijderen om het afzetten van de helm na een ongeval. Typisch zo’n veiligheidsfoefje dat je hopelijk nooit gebruikt.

Rond is het toverwoord
Zelfs een valhelm van de meest exclusieve composietmaterialen hoeft nog niet veilig te zijn. De vorm van de helmschaal is daarin bepalend. Arai zweert bij een ronde vorm. Een valhelm moet volgens de Japanse fabrikant met minimale weerstand kunnen glijden na een valpartij. Uitstekende onderdelen als de klep, luchthappers en spoilers breken daarom ook af bij een valpartij. De helmschaal moet zo rond mogelijk zijn om te glijden. Daarom heeft de MX-V ook een zo compact mogelijke kinstuk. Negen ventilatieopeningen houden het hoofd koel. De binnenvoering van Coolmax helpt daarbij een handje.

De MX-V is verkrijgbaar in matte en glanzende effen kleuren voor € 549. Van de designs gaan onder meer Husqvarna en KTM eigenaren watertanden. De designhelms kosten € 649.