zondag 10 mei 2026
Home Blog Pagina 33

Elektrische motoren bij Belgische politie, wanneer volgt Nederland?

1
baxproductions.nl

In België rijden sinds enige tijd de eerste politiezones met elektrische motorfietsen. Zo beschikt de politie van Damme/Knokke-Heist over twee volledig elektrische BMW CE-04’s. Ze opereren stil, schoon en wendbaar – precies wat nodig is in drukke stedelijke omgevingen. Dit sluit aan bij de wensen van de Nederlandse politie, die zich inzet voor duurzaamheid en de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 60 procent wil verminderen. Kunnen we binnenkort ook elektrische motoren bij de politie verwachten?

Elektrische motorfietsen bieden duidelijke voordelen: ze hebben minder onderhoud nodig, produceren geen lokale uitstoot en leveren direct vermogen, wat handig is bij snelle interventies. Daarnaast verlagen ze de operationele kosten en dragen ze bij aan de CO₂-reductiedoelen van de politie.

De nieuwe dienstmotor van de politie? BMW R 1300 RT-p in landelijke testfase

Toch zijn er uitdagingen. De actieradius en laadtijden blijven kritisch, zeker voor motoragenten die lange diensten draaien. Daarom worden verschillende merken momenteel getest op prestaties, betrouwbaarheid en gebruiksgemak in de praktijk. De verwachting is dat de eerste elektrische motorfietsen geleidelijk aan worden toegevoegd aan de vloot, parallel aan de invoering van elektrische auto’s. Dit is overigens niets nieuws; al in 2019 testte de Nederlandse politie elektrische motoren. Een directe opvolging heeft, voor zover wij weten, nooit plaatsgevonden.

Met deze stap zet de politie een duidelijke koers: efficiëntie en duurzaamheid combineren zonder in te leveren op snelheid of inzetbaarheid. De elektrische motorfiets lijkt klaar om een vaste waarde te worden in het toekomstige straatbeeld. Toch blijft de hamvraag: wanneer precies zal dat moment aanbreken?

politiemotor
De BMW R 1300 RT-p, de dienstmotor van de politie in Nederland.

Test 2026 Triumph Tiger Sport 660: geslaagde operatie

0
2026 Triumph Tiger Sport 660

De Tiger Sport 660 was al een van de meest toegankelijke modellen van Triumph. Maar voor 2026 krijgt hij een upgrade die zijn positie stevig versterkt. Met extra vermogen, gerichte technische aanpassingen en nog altijd een brede inzetbaarheid mikt Triumph nadrukkelijk op rijders die sportiviteit en comfort willen combineren. In Alicante gingen we na of die vernieuwde 660 nu ook echt dichter bij zijn grotere broer komt.

Na de test van de Trident 660, die onlangs verscheen, is het nu de beurt aan de Tiger Sport 660. De Tiger Sport 660 maakt gebruik van het platform dat in 2021 werd geïntroduceerd voor de neo-retro-roadster en kwam een jaar later, in 2022, op onze markt. Daarmee werd een hoofdstuk heropend dat enkele jaren eerder voorlopig was afgesloten met het verdwijnen van de Tiger 1050 Sport. De 660 zet zo een traditie voort die diep verankerd zit in de geschiedenis van het Engelse merk. Volgens sommige kenners geldt de Tiger zelfs als het oudste model van het merk: die verscheen in 1936 als Tiger 90, aangedreven door een eencilinder van 493 cc.

Vertroeteld

Hoe dan ook, de 2026-versie van de Tiger Sport 660 heeft heel wat in huis om te verleiden. Hoewel hij sinds de komst van de Tiger Sport 800 vorig jaar als instapmodel geldt, krijgt de 660 in Hinckley bijzonder veel aandacht. Na een eerste update vorig jaar – met cruisecontrol, bochten-ABS, quickshifter, een Sport-rijmodus naast Road en Rain, en connectiviteit – zet deze ‘sportieve tijger’, net als de Trident 660, dit jaar een indrukwekkende stap vooruit, vooral op het vlak van prestaties.

Zijn levendige driecilinder van 660 cc ziet het vermogen stijgen van 81 naar 95 pk, terwijl het maximumtoerental met 1.000 tpm toeneemt, van 10.250 naar 11.250 tpm. Het koppel stijgt bescheidener, van 64 naar 68 Nm, en dat bij een hoger toerental: van 6.250 naar 8.250 tpm. Triumph stelt wel gerust met de mededeling dat 80% van het koppel al beschikbaar is vanaf 3.150 tpm. Nog een troef: met zijn 95 pk, ofwel 70 kW, blijft de Tiger Sport 660 geschikt voor het A2-rijbewijs, begrensd op 35 kW.

Test 2026 Triumph Trident 660: dubbelop?

Orgaantransplantatie

Om dat resultaat te bereiken, hoefde het recept niet ingewikkeld te zijn: deze motor was al beschikbaar op de Daytona 660, die in 2024 verscheen. Toch moest het rijwielgedeelte van de Tiger Sport, net als dat van de Trident, aangepast worden om dit krachtigere blok te kunnen huisvesten, met een geavanceerder en groter inlaatsysteem. Drie gasklephuizen van 44 mm vervangen nu één enkel exemplaar van 39 mm, samen met een vergrote airbox die meer plaats inneemt. Het hoofdframe werd daarom hertekend en tegelijk kreeg de tank er 1,4 liter bij: van 17,2 naar 18,6 liter.

De overige evoluties aan het motorblok, zoals de nokkenasprofielen, de inlaatkleppen, de uitlaat en het motormanagement, vallen minder op. Hetzelfde geldt voor de binnenkant van de versnellingsbak met nieuwe assen en verhoudingen, en voor de koppeling en de opnieuw afgestelde quickshifter. Voor het koelsysteem, met een verplaatste radiator en grotere ventilatoren, moest Triumph ook de kuipdelen herwerken en meteen wat esthetische retouches aanbrengen.

Nog steeds even toegankelijk

Wanneer je de motor voor het eerst ziet, springt vooral het volumineuzere kuipwerk in het oog. Voor de rest behoudt de Tiger Sport 660 vrijwel dezelfde lijnen als zijn voorganger. Je moet al goed opletten om de nieuw geïntegreerde DRL-dagrijlichten op te merken. Dat geldt minder voor de nieuwe kleur van deze testmotor: Interstellar Blue/Mineral Grey, een bijzonder opvallende combinatie. Die kleur is beschikbaar tegen een meerprijs van 150 euro, net als het neutralere Ice Silver/Intense Orange. Dit interstellaire blauw verandert als een echte kameleon, naargelang het licht, van tint en schommelt tussen blauw en flesgroen. De motor is zonder meerprijs ook verkrijgbaar in Pure White.

Zit je eenmaal op de nieuwe Tiger Sport, dan is het bijna onmogelijk om de verschillen met de vorige versie te onderscheiden. De cockpit bleef ongewijzigd, zowel wat de schakelaars als het dashboard betreft. Stiekem hadden we gehoopt dat Triumph het TFT-kleurenscherm, dat nog de lcd-zone van de vorige versie bevat, zou vervangen door een moderner exemplaar. Maar dat is helaas niet gebeurd. Gelukkig blijft het mechanische systeem behouden waarmee je de hoogte van het windscherm over meer dan 80 mm kunt verstellen. De grotere tankinhoud heeft geen invloed op de zithouding: het zadel bevindt zich nog altijd op 835 mm van de grond. Daardoor blijft de Tiger Sport een toegankelijke motor voor rijders van gemiddelde lengte.

Contrast

Na een morgen met de nieuwe Trident 660 (zie MOTO73 #4), stap ik na de lunch eindelijk over op de Tiger Sport. De eerste kilometers staan in het teken van het leren kennen van deze sporttourer, met op de achtergrond onvermijdelijk de vergelijking tussen beide modellen. Ze delen hetzelfde motorblok, maar toch voel ik al snel een verschil in gasreactie en acceleratie. Met zijn zestien kilo extra op de weegschaal moet de Tiger iets meer moeite doen, zelfs in Sport-modus. De vorige versies van beide 660’s hadden dezelfde eindoverbrenging van 16/51, maar dat lijkt hier mogelijk niet langer het geval. Dat moet nog bevestigd worden door Triumph.

Als ik je ook vertel dat de motor meer inertie vertoont bij het insturen van bochten, en dat ook de gewichtsverplaatsingen duidelijker voelbaar zijn, zal dat wellicht niet verbazen. De Tiger Sport heeft nu eenmaal een heel andere roeping, met onder meer langere veerwegen, die aanzwellen van 120/130 tot 150/150 mm. Een weggerichte allroad vergelijken met een roadster op hetzelfde speelterrein is niet per se zinvol, maar het kan wel nuttig zijn voor wie tussen die twee types motoren twijfelt. Zodra ik de Trident 660 even uit mijn hoofd zet en mezelf wat tijd geef om te wennen, ga ik volledig op in het rijden met deze Tiger Sport 660.

Potent genoeg

Het rijplezier is altijd volop aanwezig. Triumph heeft voor een voorrijder – op een Trident – gezorgd met een bijzonder soepele rechterpols. Dat is niet erg representatief voor de rijstijl van de gemiddelde motorrijder, maar het bewijst minstens één ding: de Tiger Sport volgt dat tempo zonder morren en laat zo mooi zien hoeveel potentieel deze motor heeft. Vergeet ook niet dat deze machine tot de Tiger SPORT-familie behoort.

Kilometervreters kunnen gerust zijn. Met een tankinhoud van 18,6 liter, net zoals de Tiger Sport 800, en een achterframe dat nog altijd voorzien is op koffers, zal de 660 zijn rijder en passagier probleemloos ver voorbij de horizon brengen. Goed beschut achter een verstelbaar windscherm, met cruisecontrol en een perfect afgestelde shifter. Verwarmde handvatten en handkappen blijven wel optioneel, wat wellicht een noodzakelijk compromis is op een motor waarvan de prijs rond de 10.000 euro ligt.

Altijd aangenaam

En hoe heeft de transplantatie van het Daytona-driecilinderblok uitgepakt? Ondanks het hogere vermogen en het hogere toerental blijft de Tiger Sport 660 soepel, zonder dat je hem voortdurend hoog in de toeren moet jagen. Natuurlijk levert hij bovenin meer pk’s, wat van pas kan komen bij snelle inhaalmanoeuvres of wanneer je met passagier en bagage rijdt. Maar in grote lijnen behoudt de motor zijn charme. Rustig rijden past hem nog altijd uitstekend, met koppel dat al van onderuit goed aanwezig is.

Conclusie test 2026 Triumph Tiger Sport 660

Met deze nieuwe Tiger Sport 660 tilt Triumph zijn instapmodel naar een hoger niveau. Zodanig zelfs dat hij de 800 wat in de schaduw zet. De prestaties komen nu dicht in de buurt van die van zijn grotere broer, terwijl het prijskaartje duidelijk lager blijft, met een verschil van 2.400 euro. Dat maakt deze motor tot een erg aantrekkelijk alternatief. Dat wordt ongetwijfeld het onderwerp van een toekomstige vergelijkingstest. Zelf heeft deze nieuwe Tiger Sport 660 mij volledig overtuigd en ik raad eigenaars van het vorige model bijna af om ermee te gaan rijden – tenzij ze achteraf spijt willen krijgen…

Pluspunten 2026 Triumph Tiger Sport 660

  • Nog steeds uitstekend in balans
  • Krachtigere motor
  • Kleurstelling Interstellar Blue is prachtig

Minpunten 2026 Triumph Tiger Sport 660

  • Ongewijzigd dashboard
  • Concurreert hij niet te veel met de 800?

Tekst: Pascal Mouton
Foto’s: Triumph

Technische gegevens Triumph Tiger Sport 660

Categorie Details
TypeVloeistofgekoelde driecilinder-in-lijn, DOHC
Cilinderinhoud660 cc
Boring x Slag70 x 51.1 mm
Kleppen per cilinder4
Compressieverhouding12.1:1
BrandstoftoevoerSequentiële multipoint elektronische injectie
TransmissieZesbak
KoppelingNatte meerplaatskoppeling, slipper- en assistkoppeling
EindoverbrengingKetting

Prestaties

Maximale Vermogen95 pk (70 kW) @ 11.250 tpm
Maximale Koppel68 Nm @ 8.250 tpm
ElektronicaMotormodi, adaptieve cruisecontrol
RijwielgedeelteTractiecontrole, quickshifter, cornering ABS

Rijwielgedeelte

FrameStalen buisframe met perimeterconstructie
Voorvering47 mm Showa upside-downvork
Verstelmogelijkheden
AchterveringShowa monoshock
Instelbare functiesVeervoorspanning met hydraulische afstandsverstelling
Wielvering (Voor/Achter)150 mm / 150 mm
VoorremTwee 310mm-schijven, zwevende Nissin-remklauwen met 2 zuigers
AchterremEen 255mm-schijf, zwevende remklauw met 1 zuiger
Banden (v/a)120/70 R17, 180/55 R17 (Michelin Road 5)

Prijzen

Nederland€ 11.395,00
België€ 10.095,00

Algemene Kenmerken

Wielbasis1.418 mm
Balhoofdhoek23,1°
Naloop97 mm
Zithoogte835 mm
Tankinhoud18,6 liter
Gewicht rijklaar211 kg

Harley-Davidson RMCR Concept zorgt voor hype, maar komt hij ook echt?

0

De onthulling van Harley-Davidsons RMCR tijdens het Mama Tried-evenement in Milwaukee veroorzaakte een golf van enthousiasme. De RMCR, kort voor Revolution Max Café Racer, koppelt moderne techniek aan een klassiek silhouet en grijpt terug op de XLCR uit 1977 – een model dat commerciële flop en culticoon tegelijk werd. Toch is het nog maar de vraag of het concept ooit in productie zal gaan.

XLCR – van flop tot icoon
De XLCR werd slechts drie jaar geproduceerd, van 1977 tot 1979, en verkocht minder dan 3.000 exemplaren. Het model had destijds een reputatie van ’traag en duur’. Toch heeft de XLCR tegenwoordig cultstatus, met veilingprijzen die vijf keer de oorspronkelijke aanschafprijs overtreffen.

De RMCR roept onvermijdelijk vragen op. Waarom presenteert Harley-Davidson een concept zonder enige hint naar serieproductie, terwijl de publieke respons zo overweldigend positief is? Het is niet de eerste keer dat het merk concepten onthult die vervolgens stilletjes verdwijnen. De Bronx naked bike, eveneens voorzien van de Revolution Max-motor, werd in november 2019 bij EICMA onthuld en kort daarna afgeblazen, ondanks lovende reacties. Dit patroon roept een cynische vraag op: is de RMCR een serieuze verkenning van een nieuwe markt, of een goedbedoelde publiciteitsstunt van een merk dat nog steeds worstelt met zijn identiteit in een snel veranderende motorwereld?

Test 2026 Harley-Davidson Limited-modellen: Limited meerwaarde?

Enthousiasme

Het Mama Tried-evenement, traditioneel een platform voor custom builders en kleine merken, was een bewuste keuze. Door de RMCR daar te onthullen, verplaatste Harley-Davidson de presentatie van steriele perscentra naar het hart van de motorfietssubcultuur. Het publiek dat daar aanwezig was – builders, enthousiastelingen, puristen – is precies de doelgroep die Harley-Davidson probeert te behouden én uit te breiden. Hun respons was niet alleen positief, maar luidruchtig: sociale media stroomden vol met foto’s, speculaties en openlijke verlangens naar een productieversie. Voor een merk dat jarenlang kritiek kreeg op gebrek aan innovatie en een vergrijzende klantenbasis, was dit een zeldzaam moment van verbinding met een jongere, hongerige doelgroep. Tegelijk vraagt Harley-Davidson nadrukkelijk om feedback van de community – een transparante zet, of een strategische manier om het risico van een dure ontwikkeling af te wegen tegen enthousiasme op sociale media?

Motul TT Dutch Grand Prix uitgeroepen tot Beste Grand Prix van 2025

0

De Motul TT Dutch Grand Prix is uitgeroepen tot Beste Grand Prix van 2025. Deze prijs wordt toegekend op basis van een uitgebreide beoordeling van alle aspecten van een MotoGP-evenement, waarbij ook teams en andere betrokkenen in de paddock hun mening geven. Voor 2025 gaat de onderscheiding naar Assen – een bekroning van een jubileumjaar waarin het TT Circuit 100 jaar racehistorie vierde.

Assen is al decennialang een vaste waarde op de MotoGP-kalender en was in 2025 het decor van een weekend dat sport en beleving samenbracht. Met meer dan 200.000 bezoekers werd bovendien een nieuw bezoekersrecord neergezet. Fans genoten van de actie op de baan én van een programma eromheen dat het evenement verder laat groeien als één van de grootste sportevents van Nederland.

De TT van Asse: hoe een motorsportjournalist verslingert is geraakt aan de TT Assen

Arjan Bos, voorzitter van het bestuur van TT Circuit Assen:
“Deze prijs is een groot compliment voor iedereen die de Dutch GP mogelijk maakt. We bouwen het evenement al jaren op rond drie pijlers: de sport centraal, met maximale dienstverlening aan teams en rijders; de fan centraal, met de best mogelijke beleving, inclusief hospitality; en entertainment dat het weekend uniek maakt – van muziek en flypasts tot vuurwerk, een spectaculaire openingsceremonie en een podium waarbij de motoren met een lift omhoog komen. In combinatie met onze rijke historie en alle grote namen op de trofee is dit precies waar we voor staan. En we blijven de lat hoger leggen.”

Ook MotoGP onderstreept de betekenis van Assen binnen de sport. Carmelo Ezpeleta, CEO van MotoGP Sports Entertainment Group, noemt Assen “een plek met een speciaal hart bij fans”, en wijst op de moderne faciliteiten, de hoge standaarden en de voortdurende groei in bezoekers en activiteiten.

De trofee wordt tijdens het evenement in 2026 op zondag uitgereikt, vlak voor de start van de race.

Foto: MotoGP

Win twee gloednieuwe KTM motoren bij MKC Moto

0

Dit artikel is een persbericht afkomstig van een van onze partners. Dit persbericht kan commerciele boodschappen bevatten.

Het motorseizoen is weer begonnen en dat betekent maar één ding: tijd om veel kilometers te maken. Bij MKC Moto wordt de start van het seizoen traditiegetrouw groots gevierd met een spectaculaire winactie. Dit jaar wordt die traditie zelfs nog verder uitgebreid. Voor het vierde jaar op rij maakt men kans op een nieuwe motor, en dit keer geven we er samen met KTM maar liefst twee weg!

En dat zijn niet de minste motoren, namelijk een KTM 790 Adventure en een KTM 125 SMC R. Twee compleet verschillende machines, maar allebei pure fun op twee wielen. Of je nu droomt van avontuurlijke tochten of van speelse ritten op het asfalt, met deze prijzen kan het motorseizoen niet beter beginnen.

De seizoensactie van MKC Moto loopt van 13 maart t/m 12 april 2026. Bij elke besteding van € 100 ontvangt de klant automatisch een kans op het winnen van zo’n fantastische KTM of een van de andere prijzen. Dus hoe groter de aankoop, hoe groter de winkans! Daarnaast profiteert men de gehele periode van scherpe kortingen op motorkleding en -accessoires.

Naast de KTM 790 Adventure en de KTM 125 SMC R zijn er nog meer gave prijzen:

  • Een Richa Infinity 3 Adventure outfit; een complete outfit voor rijders die geen compromis willen tussen comfort en bescherming on- en offroad.
  • Een Richa Force D3O jas + Jogging WP broek; een moderne combinatie van bescherming en flexibiliteit, perfect voor de echte offroad fun.
  • Een RXA M-X helm; een avontuurlijke helm met strak design. 

Hoe deelnemen?

Iedereen die tussen 13 maart en 12 april 2026 een aankoop doet in een van de 18 winkels van MKC Moto in Nederland, België of Oostenrijk, of via de online shop, maakt automatisch kans. De winnaars worden bekendgemaakt in de week van 11 mei 2026. De actievoorwaarden zijn te vinden op de website van MKC Moto.

Motorrijden begint bij MKC Moto. Naast een uitgebreid assortiment aan motorkleding, helmen en accessoires is MKC Moto dé ontmoetingsplek voor motorrijders. Met 18 winkels in 3 landen en tal van (gratis) evenementen zoals Bikers Friday, Bikers Sunday en seizoensacties brengt MKC Moto de motorcommunity samen.

Meer informatie en deelname: mkcmoto.com/nl/seizoenstart-2026

MXGP Argentinië 2026: dubbelslag Herlings

0

De vraag hoe Jeffrey Herlings na een heel leven op KTM op Honda zou presteren, werd al meteen bij de eerste GP beantwoord: hij is al helemaal gewend aan zijn nieuwe motor en liet dat zien door beide manches te winnen.

De enkele internationale crosses voorafgaand aan de start van het GP-seizoen gaven al wel enige duidelijkheid over hoe de krachtsverhoudingen liggen. Een echt beeld was dat nog niet, omdat bij elke wedstrijd slechts enkele GP-toppers aan de start kwamen. In het Argentijnse Bariloche, gelegen in de Andes, waren ze er allemaal, op Kay de Wolf na. Hij was nog niet voldoende hersteld van zijn in het Franse Sommières opgelopen duimblessure. De Wolf: ‘Het is erg teleurstellend dat ik er niet bij kon zijn, want ik zou mijn debuut maken in de MXGP. Het herstel verloopt goed en ik doe er alles aan zo snel mogelijk terug te komen.’

MXGP 2026-voorbeschouwing: veel titelkandidaten

Rode plaat Herlings

Voor Jeffrey Herlings begon het GP-debuut op Honda teleurstellend, want in de kwalificatierace op zaterdagmiddag schoof hij onderuit en wist mede door een probleempje met zijn motor niet verder op te klimmen dan de twaalfde plaats. Dat leverde geen punten op, maar zowel in de vrije training als in de tijdtraining was hij wel de snelste geweest. Dat dit een reëel beeld gaf van de krachtsverhoudingen bleek op zondag. Herlings vertrok op kop, maar werd na enkele ronden voorbijgestoken door zijn teamgenoot Tom Vialle. Herlings bleef goed in het spoor van Vialle en verloor hem geen seconde uit het oog. In de slotfase sloeg Herlings toe en nam de leiding weer over.

In de tweede manche (die een herstart kende, omdat het starthek kuren had vertoond) moest Herlings er harder voor werken. Hij was zesde bij de eerste doorkomst. Binnen een paar ronden was hij al opgeklommen naar de tweede plaats achter wereldkampioen Romain Febvre. Herlings maakte het gat met de Fransman steeds kleiner en sloeg twee ronden voor het eind toe. Febvre had geen antwoord op de aanval van Herlings, waardoor Herlings niet alleen de manche won, maar tevens de GP, zijn 113e GP-zege. Herlings: ‘Twee keer eerste in mijn eerste GP op Honda is geweldig. Een groot dankjewel aan iedereen van het team die de afgelopen maanden zo hard hebben gewerkt om dit mogelijk te maken. Gemakkelijk was het niet, want in de eerste race kreeg ik een beetje last van opgepompte armen. Ik heb de lijnen van Tom goed bekeken en kon hem tegen het eind van de race passeren. In de tweede manche kon ik opnieuw in de slotfase toeslaan. Twee keer eerste én de rode plaat, beter had vandaag niet gekund. Ik hoop dit te kunnen voortzetten.’ Naast Herlings stonden Romain Febvre (derde en tweede) en de verrassend sterk voor de dag komende MXGP-debutant Tom Vialle (tweede en vierde) op het erepodium.

Tim Gajser is nog niet volledig gewend aan zijn Yamaha.

Tim Gajser werd bij zijn debuut op Yamaha vierde. Gajser: ‘We kwamen hier om te leren en ik verbeter me in elke sessie. Natuurlijk is het doel om vooraan mee te rijden. Ik ben ervan overtuigd dat dat binnenkort wel het geval zal zijn.’

Lucas Coenen, de verrassing van 2025, kreeg op zaterdag een klont aarde in zijn rechteroog en had daar op zondag nog steeds last van. Vanwege een beperkt zicht nam hij geen risico’s en werd vierde en zesde.

Calvin Vlaanderen bleef steken op de elfde plaats. ‘Niet het resultaat dat ik wilde door een slechte start in de eerste manche en een val meteen na de start van de tweede race. Ik moet mijn starts verbeteren en dan denk ik in de top vijf te kunnen eindigen.’

Tweemaal Längenfelder

Simon Längenfelder begon uitstekend aan de verdediging van zijn wereldtitel. De met startnummer 1 rijdende Duitser scoorde door een val aan het eind van het startterrein niet in de kwalificatierace, maar won op zondag in beide manches. Hij mag met de rode plaat in Spanje aantreden bij de tweede GP.

Opvallend goed op dreef waren de beide Triumph-rijders Guillem Farres en Camden McLellan, die tweede en derde werden.

Liam Everts voelde zich op zondagmorgen niet helemaal fit, maar wist nog wel vierde te worden. Sacha Coenen won op zaterdag en was tweede in de eerste manche. In de tweede race kwam hij ten val door toedoen van andere rijders en moest opgeven.

Goed op dreef waren de Letse broers Janis Martins en Karlis Alberts Reisulis. Jens Walvoort, Cas Valk en Scott Smulders scoorden in beide manches, Kay Karssemakers bleef in de tweede race puntloos.

MXGP Argentinië 2026 uitslagen

Kwalificatie: 1. Vialle; 2. L. Coenen; 3. Adamo; 4. Renaux; 5. Febvre; 6. Fernandez; 7. Jonass; 8. Guadagnini; 9. Vlaanderen; 10. Gajser.

1e manche: 1. Herlings; 2. Vialle; 3. Febvre; 4. L. Coenen; 5. Jonass; 6. Gajser; 7. Renaux; 8. Vlaanderen; 9. Benistant; 10. Fernandez; 11. Adamo; 12. Pancar; 13. Van Doninck; 14. Oriol; 15. Guadagnini; 16. Horgmo; 17. Seewer; 18. Poli; 19. Van Berkel; 20. Forato.

2e manche: 1. Herlings; 2. Febvre; 3. Gajser; 4. Vialle; 5. Fernandez; 6. L. Coenen; 7. Adamo; 8. Renaux; 9. Benistant; 10. Horgmo; 11. Van Doninck; 12. Vlaanderen; 13. Jonass; 14. Guadagnini; 15. Forato; 16. Oliver; 17. Seewer; 18. Pancar; 19. Poli; 20. Van Berkel.

GP: 1. Herlings; 2. Febvre; 3. Vialle.

WK-stand na 1 GP

Plaats Coureurinformatie Punten
1Jeffrey Herlings, Honda50
2Tom Vialle, F, Honda50
3Romain Febvre, F, Kawasaki48
4Lucas Coenen, B, KTM42
5Tim Gajser, SLO, Yamaha36
6Maxime Renaux, F, Yamaha34
7Andrea Adamo, I, KTM32
8Ruben Fernandez, F, Honda32
9Pauls Jonass, LV, Kawasaki28
10Calvin Vlaanderen, Ducati24
20Lars van Berkel, Fantic1

MX2

Kwalificatie: 1. S. Coenen; 2. Farres; 3. Valin; 4. Everts; 5. McLellan; 6. J. Reisulis; 7. Lata; 8. Mikula; 9. Valk; 10. K. Reisulis.

1e manche: 1. Längenfelder; 2. S. Coenen; 3. Farres; 4. J. Reisulis; 5. Valin; 6. McLellan; 7. Everts; 8. Lata; 9. K. Reisulis; 10. Walvoort; 11. Karssemakers; 12. Garib; 13. Mancini; 14. Valk; 15. Smulders; 16. Zanocz; 17. Garcia; 18. Morera; 19. Padilla Duran; 20. Quirno Costa.

2e manche: 1. Längenfelder; 2. McLellan; 3. Everts; 4. Farres; 5. K. Reisulis; 6. J. Reisulis; 7. Valin; 8. Valk; 9. Mikula; 10. Smulders; 11. Walvoort; 12. Garib; 13. Padilla Duran; 14. Quirno Costa; 15. Rojas; 16. Bratschi; 17. Stuardo; 18. Garcia; 19. Torrado; 20. Mancini.

GP: 1. Längenfelder; 2. Farres; 3. McLellan.

WK-stand na 1 GP

Plaats Coureurinformatie Punten
1Simon Längenfelder, D, KTM50
2Guillem Farres, E, Triumph47
3Camden McLellan, SA, Triumph43
4Liam Everts, B, Husqvarna41
5Mathis Valin, F, Kawasaki38
6Janis Reisulis, LV, Yamaha38
7Sacha Coenen, B, KTM32
8Karlis Reisulis, LV, Yamaha29
9Cas Valk, TM22
10Jens Walvoort, KTM21
13Scott Smulders, Husqvarna17
15Kay Karssemakers, Kawasaki10
MX2-winst voor Simon Längenfelder, voor Guillem Farres (li) en Camdem McLellan.

Motorsport in de voormalige Sovjetunie: van sluipschutter tot motorcoureur

0

Motorsport beperkt zich niet alleen tot Europa of Amerika; ook in Azië en de vroegere Sovjetunie werd de motorsport bedreven. In ons archief vind je zeldzaam materiaal dat bijzondere verhalen vertelt en veel inzicht geeft in de Sovjet-motorsporthistorie – maar dat kwam alleen tot stand na uitgebreid onderzoek!

De Russische tsaar had weinig interesse in de industriële revolutie, maar dat veranderde toen Rusland betrokken raakte bij de Eerste Wereldoorlog. Er moesten wapens gefabriceerd worden, en na de Russische Revolutie van 1917, met de komst van Lenin, veranderde die behoefte niet. De leiders van de Sovjetunie gaven destijds geen prioriteit aan de productie van motorfietsen; grondstoffen werden beter besteed aan tractoren, vrachtwagens en locomotieven. Dit veranderde in 1930 met de lancering van de M21, een DKW-kopie met een 300 cc tweetakt ééncilinder motorblok. Later volgden andere westerse imitaties, zoals de 750 cc M72, een kopie van de BMW R71.

Historie: Paul Anderson, overgrootvader, fabriekscoureur en snelheidsrecordhouder

Na de Tweede Wereldoorlog begreep het Politburo dat er behoefte was aan goedkoop transport. De motorfiets kreeg prioriteit als vervoermiddel voor het volk. De voormalige Duitse DKW-fabrieken in Zschopau vielen binnen Sovjetgebied, waardoor het eenvoudig was om de DKW-fabriekshallen te gebruiken voor de productie van motoren en de ontwikkeling van nieuwe machines in de Sovjetunie. De DKW-fabriek werd volledig ontmanteld; alle DKW-prototypes, onderzoeksprojecten, racers, talloze tekeningen en documentatie werden naar Moskou verscheept, samen met het ontmantelde productiegereedschap. Daar ging de TsKEB, het centrale constructie- en technisch experimenteel ontwerpbureau van de USSR, aan de slag met de buit, met als doel een volledig productie- en raceprogramma op te zetten. Het hoofd van de TsKEB, ing. S. Ivanitsky, leidde de ontwikkeling van een serie op DKW gebaseerde productie- en racemotoren, die voornamelijk werden geproduceerd in wapen- en tractorfabrieken. In die periode ontstond ook een Sovjet-motorsportkampioenschap met GP’s in diverse Sovjetstaten, zowel op asfalt als off-road. Zowel mannen als vrouwen namen hieraan deel, zonder dat de Sovjetunie daar enig onderscheid in maakte.

Op 16 augustus 1951 reed rijdster Hslju Küünemäe op een 350cc tweecilinder 215K naar de overwinning in de Sovjet GP van Tallin.

Twee jaar scherpschutter

Bovenstaande foto legt een mooi stukje Sovjetgeschiedenis vast. Hij is genomen op het Pirita-Kose-Kloostrimetsa-circuit, vlakbij Tallinn in Estland, op 16 augustus 1951. We zien Hslju Küünemäe met haar 350 cc tweecilinder 15K, op weg naar de overwinning in de 350cc Sovjet GP van Tallinn. Hslju is een Russische die opgroeide in Kingisepp, dat voor 1922 bekendstond als Yamburg. Tijdens de laatste twee jaar van de Tweede Wereldoorlog was Küünemäe een sluipschutter in het Rode Leger. Na de oorlog begon ze met motorracen en dat deed ze met groot succes. In de Sovjetunie hadden vrouwen dezelfde rechten als mannen en mochten ze deelnemen aan motorsportevenementen, in tegenstelling tot het vrije Westen, waar talentvolle vrouwen nog decennia lang letterlijk tegengewerkt werden in hun sport.

Hslju’s 15K was een productieracer die ontwikkeld was door ing. Ivanitsky, gebaseerd op een DKW 350cc tweetakt twin-concept. De motor werd geproduceerd door V.A. Degtyarev, een groot bedrijf in Kovrov, dat in 1916 was opgericht als wapenfabrikant, terwijl de Eerste Wereldoorlog nog woedde. Bekende wapens die daar vandaan komen zijn het Degtyarev-antitankgeweer en het wereldberoemde Shpagin-machinepistool, de PPSh-41.

Op 1 januari 1956 trad de Sovjetunie toe tot de internationale FIM-motorfederatie om deel te nemen aan de internationale motorsport. Een jaar eerder begon een nieuw programma dat Russische racers op hetzelfde niveau als de fabrieksracers van het Westen moest brengen. In de zwaardere Sovjet GP-klassen werd op dat moment nog geracet met verouderde boxermotoren, vaak uitgerust met superchargers voor extra snelheid. Aangezien turbo’s en superchargers niet toegestaan waren in de racerij bij de FIM, werd besloten om een aantal volledig nieuwe racers te ontwikkelen. Hieruit kwamen enkele bijzonder geavanceerde Sovjet-racemachines voort, zoals de Vostok C-364, een viercilinder viertakt wegracer die in 1964 deelnam aan de Oost-Duitse GP. Deze racer had dubbele bovenliggende nokkenassen en vier kleppen per cilinder, goed voor 56 pk bij 13.000 tpm. De Vostok-racer was ook ontwikkeld door V.A. Degtyarev, dat inmiddels ook raketten en spionagesatellieten bouwde voor het beroemde Russische ruimtevaartprogramma. Daarnaast produceerden ze sinds 1957 onder de naam Восхо́д (Voskhod), 175 cc tweetakt motorfietsen die in de USSR populair waren, maar door het Westen vaak werden belachelijk gemaakt. V.A. Degtyarev had daar vermoedelijk niet veel om gegeven, want het bedrijf speelde een cruciale rol in het baanbrekende Sojoez-ruimteproject, dat pas op 20 mei 2020 eindigde met een laatste vlucht naar het ISS.

Foto: Archives A. Herl

Historie 100 jaar Ducati #1: van radiobuizen tot Desmo

0
Op 30 september 1957 vertrokken Leopoldo Tartarini en Giorgio Monetti voor een reis rond de wereld om Ducati te promoten. Beiden reden met het 175T toermodel.

Ducati staat vandaag de dag vooral bekend om haar supersportieve motoren die druipen van Ducati’s race-DNA, desmodromische kleppenbediening, topprestaties in de MotoGP en het WorldSBK en natuurlijk toonaangevend design. Maar het begon ooit met een hulpmotortje voor een fiets en vanuit daar begon een lange en grillige weg naar de Desmosedici- en Panigale-racers. De weg werd omgeven door schitterende techniek en was geplaveid met passie, niet alleen bij Ducati’s ontwerpers, maar ook door de berijders van dit legendarische merk.

Ducati begon in 1926 niet als motorbouwer maar als de ‘Società Scientifica Radio Brevetti Ducati’, producent van met name radiocomponenten in Bologna. Deze stad vormde destijds het hart van Italië’s industriële revolutie. Er was een universiteit die gezien werd als wereldwijd toonaangevend op het gebied van de natuurkunde en radiotelegrafie. Dat was te danken aan de Bolognees Guglielmo Marconi, een ware pionier op het gebied van draadloze telegrafie op de lange afstand. Marconi’s draadloze telegrafie met morse was lange tijd de enige manier om over grote afstanden te communiceren. Zo beschikte de Titanic ook over apparatuur die gebouwd was door het bedrijf van Marconi. Dit bedrijf bestaat overigens nog steeds.

Historie 70 jaar Yamaha: innoveren in creëren

Adriano Cavalieri Ducati was vanaf jonge leeftijd een groot bewonderaar van Marconi. Hij wilde zelf ook een radiopionier worden. Adriano trad in Marconi’s voetsporen toen hij op 15 januari 1924 met zelfgemaakte radioapparatuur voor het eerst in de historie, over en weer, direct radioverkeer tussen Amerika en Europa tot stand wist te brengen. De radio van de toen 19 jaar oude Adriano had hiervoor een vermogen nodig van slechts 90 Watt. Dankzij Adriano was internationaal radioverkeer plotsklaps heel eenvoudig geworden. Het kon in principe overal plaatsvinden waar elektriciteit aanwezig was. Al was het maar een accu. Niet heel veel later had Adriano met zijn zelfgebouwde radio met vijf continenten tegelijk radiocontact. Dat trok de aandacht van de Italiaanse regering en het leger. En, belangrijker, voor zijn vader was dat de overweging om een bedrijf op te richten voor zijn zonen. Dit werd de ‘Società Scientifica Radio Brevetti Ducati’ die in 1926 het levenslicht zag in de kelder van Antonio Cavalieri Ducati’s nieuw aangeschafte woning aan de Via Collegio di Spagna 9 in Bologna. De oprichtingsdatum van 4 juli was geen toeval. Het was de datum van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsdag, gekozen als herinnering aan het historische radiocontact tussen Amerika en Europa waarmee Adriano geschiedenis geschreven had.

Geld van Vaticaan

In de jaren ’30 was Ducati de belangrijkste werkgever in Bologna. Onder Mussolini groeide de onderneming snel en kocht Ducati een groot stuk grond in Borgo Panigale, een industriegebied dat destijds aan de rand van Bologna lag. Daar werd een hypermoderne fabriek gebouwd voor de productie van radio’s. Mussolini bemoeide zich er persoonlijk mee, want zijn propaganda kon in ieder huishouden doordringen mits er een radio was. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak produceerde Ducati ook zaken zoals camera’s, cameralenzen, elektrische scheerapparaten en kassamachines. Het merk had weinig te lijden gehad tijdens de beginjaren van de oorlog, maar dat veranderde drastisch op 9 september 1943 toen de geallieerden het zuiden van Italië binnenvielen. Dezelfde dag namen Duitse soldaten de Ducati-fabrieken in Borgo Panigale over en het duurde niet lang of de meeste machinerieën en voorraden werden naar Duitsland getransporteerd. Tot overmaat van ramp werd de fabriek op 12 oktober 1944 vrijwel geheel platgebombardeerd. Ducati kwam deze klap niet meer te boven en had geen kapitaal om de fabriek te herbouwen. Op 1 december 1947 ging Società Scientifica Radio Brevetti Ducati failliet. Maar de Italiaanse overheid wilde niet dat de radiotechnische kennis van Ducati verloren zou gaan. Daarom werd in 1948 een herstart georganiseerd met twee partijen die als financieel consortium kapitaal in Ducati pompten: de overheid in de vorm van de FIM (Fondo Industrie Meccaniche) en het IMI (l’Istituto Mobiliare Italiano) – en – het Vaticaan! Deze samenwerking tussen overheid en Vaticaan zou voor een periode van ongeveer 35 jaar uitermate grillig verlopen. Politieke wispelturigheid was aan de orde van de dag en dat maakte het vaak erg moeilijk om verdiend kapitaal opnieuw te investeren in de onderneming.

Geen Ducati-auto

Het oorspronkelijke Ducati had wel stappen gezet om het faillissement van 1947 te voorkomen. Eind 1945 was de fabriek deels herbouwd. Italië lag toen nog echt in puin, er was een enorme behoefte aan goedkoop individueel transport. Ducati besloot hierop in te spelen en wilde zowel een goedkope motorfiets als een eenvoudige auto op de markt brengen. Dat was de reden waarom in 1946 de kleine Cucciolo fiets-hulpmotor in productie genomen werd. Het 48cc-viertaktmotorblokje van de Cucciolo (= puppy) was ontworpen door de jurist Aldo Farinelli voor SIATA in Turijn. Door de naoorlogse chaos had Ducati het ontwerp in handen gekregen.

In 1946 werd ook het ontwerp van de auto op papier gezet en uitgewerkt. Het moest een simpele tweezitter worden die gemakkelijk te fabriceren zou zijn. Het eindresultaat was echt opvallend. Het chassis van de als DU4 gedoopte auto was uitgevoerd als een vakwerkframe dat gefabriceerd was door Verlicchi. Dit bedrijf zou later furore maken als toeleverancier van prachtige standaard- en raceframes voor Ducati. Maar de opdracht om het eenvoudig te houden was niet echt goed aangekomen. Het was een geavanceerde auto, met onafhankelijke wielophanging, hydraulische remmen en een vierversnellingsbak die gekoppeld was aan een opvallend motorblok: een 254 cc V4 met kopkleppen! Het was Ducati’s eerste V4. De twee voorste cilinders lagen horizontaal, de twee achterste stonden verticaal – dezelfde configuratie als de latere V-twins. Er werd één prototype gebouwd waarna besloten werd om het project niet door te zetten.

De verkoop van de Cucciolo-motorblokken werd als meer levensvatbaar gezien dan de DU4. Die werd als een te groot risico gezien voor wat betreft de productiemogelijkheden binnen de Ducati-fabriek, die nog steeds deels in opbouw was. Het prototype werd verkocht aan FIAT en daarmee kwam een einde aan Ducati’s eerste autoproject.

Eerste lichte motoren

Het geld dat Ducati verdiende met de Cucciolo was niet genoeg om het bedrijf van de ondergang te redden. Het blokje had te lijden van de moordende concurrentie van vergelijkbare producten uit die tijd die vaak veel goedkoper waren. Na de herstart van 1948 werd besloten dat Ducati zich naast elektronica ook moest ontwikkelen als tweewielerfabrikant. Uiteindelijk werd Ducati gesplitst in Ducati Meccanica SpA en Ducati Elettronica, dat in de jaren ’80 een nieuwe naam kreeg: Ducati Energia SpA. De Cucciolo bleef in productie bij Ducati Meccanica.

Om de verkopen van de Cucciolo te stimuleren besloot Ducati om een aantal wereldrecordpogingen te ondernemen. Voor het eerst in de nog zo prille geschiedenis van Ducati werd een poging ondernomen om met sportief succes de motorverkopen een impuls te geven. Tussen maart 1951 en januari 1952 werden maar liefst 61 snelheids- en langeafstandrecords gebroken. De strategie werkte, de laatste records sneuvelden pas vijf jaar later en de verkopen kregen een stimulans. De Cucciolo ontwikkelde zich tot een complete bromfiets, die tot 1956 in productie zou blijven.

Na een korte samenwerking met Caproni besloot Ducati eind jaren ’40 om zelf een lichte motorfiets te gaan ontwikkelen. Giovanni Fiorio bouwde een 2,5 pk sterk 65 cc 4-taktmotorblok dat gebruikt werd in de 60 Sport. Het was Ducati’s eerste motorfiets. Het mooi ontworpen tweekleps stoterstangenmotorblok functioneerde erg goed en zou de basis vormen voor de lichtere Ducati-motoren tot en met de 125 Cadet uit 1967. De 175 cc Cruiser-scooter uit 1952 bewees voor het eerst dat het ook mis kon gaan. Het model was ontworpen om in te spelen op de scootertrend die was ingezet door Vespa. Ondanks zijn geavanceerde ontwerp met elektrische starter en koppelomvormer werd de Cruiser nauwelijks verkocht. De scooter was veel te zwaar en te complex. Een bittere tegenvaller voor Ducati.

Historie Honda CB: iconische letters

Dr. T

In 1951 werd namens de Italiaanse overheid Dottore Giuseppe Montano aangesteld als directeur van Ducati. Een keus die zeer goed zou uitvallen voor Ducati, want Montano was een groot motorliefhebber met een grote passie voor de racerij. Montano vond dat succes in de racerij een ideale manier was om Ducati te promoten. Hij was ook van mening dat Ducati een talentvolle ontwerper nodig had om dat te bereiken. Die vond hij in 1952.

De 32-jarige Fabio Taglioni werd weggelokt van F.B. Mondial. ‘Dr. T’ zou ruim dertig jaar lang zijn technische stempel drukken op Ducati en het merk erg veel succes brengen. Taglioni was afgestudeerd aan de universiteit van Bologna. Als technicus had hij het vak niet alleen geleerd bij de raceafdeling van F.B. Mondial, maar ook in een revisiewerkplaats voor vliegtuigmotoren tijdens de Tweede Wereldoorlog. Aangezien Mondial destijds drie aaneengesloten wereldkampioenschappen had gewonnen in de 125cc-klasse, met machines die ontworpen waren door Alfonso Drusiani, vormde Taglioni in de ogen van Montano de perfecte kandidaat.

In 1952 trad Taglioni in dienst bij Ducati, waar hij direct duidelijke orders kreeg. Ducati wilde een succesvolle racemotor ontwikkelen die tevens als basis kon dienen voor latere productie- en racemodellen. De motor moest geschikt zijn om met succes deel te nemen aan de populaire grote langeafstandsraces uit die tijd, zoals de Giro d’Italia en Milaan – Taranto. Bovendien moest hij mee kunnen doen in de in die tijd zeer populaire Italiaanse 100cc Sport-raceklasse. Het ontwerpen van een nieuwe racer was een opgave die Taglioni prima aankon. Dat werd duidelijk in februari 1955 toen de 100 Gran Sport voor het eerst getest werd op het circuit van Modena. Taglioni’s nieuwe creatie had een aantal kenmerken die veelvuldig zouden terugkeren op Ducati’s latere ééncilinder- en V-twinmodellen. Het motorblok had een enkele bovenliggende nokkenas die door een koningsas werd aangedreven. De tweekleps Gran Sport kreeg al snel de bijnaam ‘Marianna’ vanwege het Rooms-Katholieke Mariajaar 1955. Na de tests op Modena bleek de machine rijp om aan het publiek getoond te worden. Dat gebeurde in maart 1955. Een paar weken na zijn introductie maakte de 100 Gran Sport zijn racedebuut in de Giro d’Italia. Het werd een groot succes. Gianni Degli Antoni zou de 100cc-klasse winnend afsluiten met een gemiddelde snelheid van 98,90 km/u en dat was zelfs sneller dan de winnaar in de 125cc-klasse.

In 1955 zag niet alleen de 100 Gran Sport het levenslicht. Taglioni was ervan uitgegaan dat zijn ontwerp ook voor grotere cilinderinhouden geschikt moest zijn. En tijdens Milaan – Taranto van dat jaar schreef Ducati zich dan ook in met een 125cc Gran Sport-prototype.

Net zoals zijn 100cc-broer werd de 125 Gran Sport met succes ingezet in de grote races van die tijd. Zo domineerde Giuliano Maoggi in 1956 met zijn 125 Gran Sport de Giro d’Italia volledig door van start tot finish de race te leiden. In 1956 groeide de cilinderinhoud van de Gran Sport naar 175 cc. De nieuwe 175 was het prototype van de 175cc-productiemodellen uit 1957, de 175 Bialbero en de latere Formula 3-modellen. Zowel de 100 Gran Sport als de 125 Gran Sport gingen in 1956 uit productie. De laatste uitvoering van de 100 Gran Sport leverde een vermogen van 12 pk.

Hoezeer de Marianna’s in die jaren de racerij domineerden, lieten Mario Carini en Sandro Ciceri in november 1956 zien. Met hun volledig door een stroomlijn omhulde 100 Gran Sport braken ze op het circuit van Monza maar liefst 44 wereldrecords! Er werd een topsnelheid gemeten van maar liefst 171,910 km/u. En dat de Gran Sport betrouwbaar was, bewees het nieuwe 1.000 km-wereldrecord die de 100cc-motor brak met een zeer hoge gemiddelde snelheid van 154,566 km/u.

De Marianna was een ideale wegracer voor de grote straatraces. Maar Ducati’s aspiraties lagen inmiddels hoger en daarom moest een nieuwe racer ontwikkeld worden. Deze racer moest op Grand Prix-niveau goed kunnen presteren. Met dit in het achterhoofd ging Taglioni in 1955 aan het werk. Het resultaat werd zichtbaar op 25 februari 1956 toen de nieuwe racer DOHC 125 Bialbero geïntroduceerd werd. Het was met een vermogen van 15,5 pk bij 10.500 tpm behoorlijk krachtiger dan de 125 Gran Sport. Maar een aantal Grand Prix-races in het begin van 1956 bewezen dat dit niet genoeg was om de MV Agusta’s en de Mondials op een succesvolle wijze van repliek te dienen. Dus werd de Bialbero nog verder opgevoerd. Het vermogen steeg nu naar 16 pk bij 11.500 tpm. Dit was nog steeds verre van voldoende, bovendien zorgde dit hogere toerental voor meer mechanische problemen. Zwevende kleppen waren geen zeldzaamheid en de minimale ruimte tussen klep en zuiger gaf de coureur ook geen kans om een keer zonder schade mis te schakelen. Voor Taglioni was het een uitgemaakte zaak dat hier een oplossing voor moest komen en hij greep zijn kans om zijn desmodromische ideeën, waar hij sinds 1948 al mee bezig was, tot uitvoer te brengen.

De Ducati-fabriek in 1939 waar radio’s, camera’s, elektrische apparaten, kassa’s et cet werden gemaakt.

Racesuccessen

Door middel van een desmodromisch kleppenbedieningssysteem worden de kleppen gedwongen gesloten. Niet zoals gebruikelijk door een klepveer, maar door een eigen tuimelaar. Taglioni had nog andere redenen om de desmodromische kleppenbediening toe te passen. Door de scherpere kleptiming was een grotere overlap mogelijk tussen de in- en uitlaattiming. Hierdoor kon een hogere brandstofkamervulling bereikt worden, wat weer meer motorvermogen opleverde. Bovendien konden er bij het rijden op toptoerental geen zwevende kleppen meer optreden als het achterwiel bijvoorbeeld doorsloeg als de motor over hobbels reed. Omdat Taglioni het 125 Bialbero-motorblok als basis gebruikte, kon hij zijn desmodromische ontwerp in een zeer korte tijd verwezenlijken doordat hij zich hoofdzakelijk op de cilinderkop hoefde te concentreren.

Slechts vijf maanden na de introductie van de Bialbero in februari 1956 werd de nieuwe 125 Desmo geïntroduceerd tijdens de Zweedse Grand Prix van Hedemora. Fabrieksrijder Degli Antoni sloot de race winnend af, gevolgd door de Zweedse kampioen Olle Nygren op de tweede 125 Desmo. Het was een fantastisch debuut. De nieuwe desmoracer was met z’n 17 pk bij 12.500 tpm niet heel veel krachtiger dan zijn voorganger, maar kon door de desmodromische kleppenbediening wel veilig toerentallen tot 14.500 tpm draaien. Een nadeel van deze hoge toerentallen was de korte levensduur van de zuigers en dat het big end een vrij korte levensduur had.

De 125 Desmo kende veel successen in de wegracerij. In 1958 eindigde de 19 pk sterke Desmo op de tweede en derde plaats in het wereldkampioenschap. Het was een waardig opvolger van de Marianna. En juist zijn gelijkenissen geven aan hoe briljant het oorspronkelijke ontwerp van de Marianna destijds al was!

Eind 1956 kon je op de Motorshow van Milaan een 175cc-paralleltwinracer zien. Ducati claimde een vermogen van 22 pk en dat was aanzienlijk meer dan de 175 Gran Sport leverde. Maar zijn powerband was erg smal waardoor hij lastiger te berijden was. Bovendien was hij zwaarder. De 175 twin vormde de basis voor de 125cc-paralleltwin waarmee Franco Villa een aantal mooie resultaten boekte in 1958, waaronder een derde plaats in de Italiaanse GP op Monza. Ducati boekte een opzienbarende prestatie: de eerste vijf die finishten waren allen Ducati’s. In 1960 volgden 250cc- en 350cc-desmo twins, die respectievelijk op verzoek van de vader van Mike Hailwood en Ken Kavanagh gebouwd werden. Deze twins waren niet echt succesvol. Een bijzondere machine uit die tijd was de geavanceerde 125cc-viercilinder uit 1958, maar die leverde nauwelijks meer vermogen dan de ééncilinder-racer.

Het GP-seizoen van 1959 was niet goed verlopen, ondanks dat een nog jonge Mike Hailwood met de 125 Desmo de 125cc Ulster GP wist te winnen. De tegenvallende motorverkopen door de komst van de FIAT 500 deden Ducati besluiten om te stoppen met de GP-racerij en de 125-4. In Spanje bleef Mototrans nog wel actief in de racerij. Zij bouwden in licentie Ducati’s voor de Spaanse markt en hielden hun raceafdeling in stand. Tussen 1964 en 1966 ontwikkelden ze verder aan het 125-4-project, maar zonder veel succes.

Zoeken naar importeurs

De Marianna stond ook model voor de eerste klassieke Ducati koningsas-ééncilinders enkelnokkers die het met klepveren moesten doen. Op de show van Milaan van 1956 deed de eerste zijn intrede: de 175 Sport leverde een vermogen van 14 pk bij 8.000 tpm. Het motorblok volgde grotendeels de lijnen van de Gran Sport, maar had de klepveren netjes omsloten in de cilinderkop. Ducati claimde een topsnelheid van 130 km/u. Opvallend was de gewelfde brandstoftank. Al snel volgde het wat tammere en soberder ogende 175 T-toermodel.

In 1957 en 1958 bewezen Giorgio Monetti en Leopoldo Tartarini de betrouwbaarheid van Ducati’s nieuweling toen ze een tocht rond de wereld succesvol af wisten te ronden. Deze eerste ééncilinder OHC-koningsasser werd als basis gebruikt voor andere kleinere en grotere uitvoeringen. In 1958 gingen bijvoorbeeld de 100 en 125 Sport en Turismo in productie, gevolgd door de beroemde 200 Elite in 1959. Terreinversies, zoals de succesvolle 200 Motocross, zouden leiden tot de populaire en succesvolle SCR Scrambler-modellen die veel technische verbeteringen introduceerden. Licht gecustomde ‘Americano’-versies zouden snel volgen.

In die periode ging Ducati actief op zoek naar importeurs in het buitenland. De importeurs in de VS (Berliner) en Engeland (Kings of Oxford) waren de belangrijkste, daarnaast kwamen er importeurs voor Iran (Soosan Trading Corporation), Turkije (Radyo-Mekanik) en Argentinië (Enrique Blasco). Meer landen volgden. In Nederland waren Gé van Bockel en later MOTIM bekende Ducati-importeurs. Importeurs konden kiezen uit een uitgebreid modellenprogramma met motorfietsen van 85 cc, 98 cc (beiden met stoterstangen) en de koningsas 125cc-, 175cc- en 200cc-OHC-modellen. Daarnaast was er ook een driewielig utilitair voertuig leverbaar, de 200cc Muletto. Het zou niet de enige driewieler zijn die Ducati zou produceren.

De Gran Sport werd in 1958 opgevolgd door de 125cc- en 175cc-F3-productieracers die in heel kleine aantallen geproduceerd zijn. En met deze modellen duiken we in deel 2 van de Ducati-geschiedenis dieper de jaren ’60 en verder in.

Foto’s: Archives A. Herl, Ducati, Fabio Taglioni (RIP), Enzo Masciotti

Customized Harley-Davidson Softail Fat Boy door Thunderbike

0

Hoe jong of oud je ook bent; een mooi cadeautje krijgen voor je verjaardag is en blijft altijd leuk. Een Duitse Harleyfan besloot niet af te wachten waarmee zijn familie hem op zijn verjaardag zou gaan verrassen, maar het zekere voor het onzekere te nemen en zèlf zijn perfecte verjaardagscadeau te organiseren. Hij meldt zich met zijn 114 Fat Boy bij zijn favoriete custombouwers in Hamminkeln…

Zonder echt tot in detail te treden, gaf de (bijna…) Jarige Job aan dat hij een ingetogen, maar toch aanwezige en krachtige stijl voor ogen had voor zijn Harley. Dus geen schreeuwerige, woeste details en kleuren, geen onevenwichtige, onpraktische dimensies, maar een design met balans en klasse.

Voor de perfecte balans werd een set custom ‘big Speed’ wielen opgebouwd om de standaard wielen te vervangen. De standaard swingarm werd vervangen door een enkelzijdige swingarm waarmee de naaf, de rem en de velgbouten volledig in het zicht blijven als integraal onderdeel van het totaaldesign. Aan de voorzijde wordt de lijn mede bepaald door de 23 inch maat van het voorwiel, de 340 mm remschijf en de Thunderbike GRP frontspoiler. Het Hollywood Light stuur heeft precies de juiste look èn de ergonomie voor controle en een relaxte zitpositie. Daarbij speelt natuurlijk ook het zadel een voorname rol; een mooi stukje vakwerk door Jimmy van Spirit Leather; geperforeerd leer, gestikt in honingraatpatroon, met subtiele champagne kleuraccenten.

Swedish style Twin Cam van Ronny: Bought, not built

De paintjob werd, zoals altijd bij customs van Thunderbike, overgelaten aan de vaardige handen van Thunderbike’s ‘huisspuiter’ Ingo Kruse. De champagne tint van de wielen en pulley komt overeen met die van de blokdetails en past fraai bij het diepe blauw van het overige spuitwerk. Het spreekt bijna vanzelf dat de Fat Boy uitgerust werd met Thunderbike’s eigen airride systeem; Met een druk op de knop zakt de bike tot bijna op de grond voor een magistrale uitstraling als hij geparkeerd staat.

Leuk detail is de naam van de motor, in logo-letters op de luchtfiltercover. Waar die naam naar verwijst? Nou, raad eens hoe oud de gelukkige eigenaar deze verjaardag is geworden…

Tekst en fotografie: Thunderbike

Specificaties Harley-Davidson Half Hundred

Thunderbike parts
Big Speed wielen
Single-Side Swingarm Kit 21′′ Alu
Kentekenplaathouder met reflector plaat
Pulley Big Speed Single Side
Big Speed 340 mm zwevende remschijf
Remklauw adapter 300 => 340 mm (links, zwart)
Belt 1′′ heavy duty
Voorvork lowering kit
23′′ ‘Stahl’ voorspatbord
260 mm achterspatbord
Zadelplaat en vulling
Tank to seat cover, zwart
Ontsteking relocatie kit, zwart
Air Ride suspension kit
GP Style frontspoiler
Riser kit ‘Old Style’
Hollywood Light stuur
Stripe richtingaanwijzers LED
Handvatten ‘Base Satin black cut’
Vooras covers
Achteras covers
Duovoetsteuntjes, satin design
Airbox cover, Oval Torque
Timer cover New Custom
Remklauw cover
Overige leveranciers
Motogadget mo.view Club spiegel
Metzeler ME888F voorband 130/60B23 M/C TL 65H
Metzeler Cruisetec achterband 260/35VR21 83V

Is Diavel-kloon Benda LFC 700 Pro serieuze concurrent of goedkope copy-paste?

0

Het power cruiser-segment is traditioneel het speelterrein van gerenommeerde merken met stevige prijskaartjes: Ducati met zijn iconische Diavel, Harley-Davidson met de Breakout, en andere gevestigde namen die gezag en prestige uitstralen. Maar wat als een Chinese nieuwkomer plotseling opduikt met een futuristisch design, een inline-viercilinder motor, en een prijs die minder dan de helft bedraagt van wat je normaal gesproken zou betalen? De Benda LFC 700 Pro, aangekondigd voor lancering in Europa met een startprijs van €12.499, doet precies dat. Dit is geen budget-imitatie die hoopt op een paar verkopen aan koopjesjagers: het is een machine die in 2024 een Red Dot Design Award won, uitgerust met Brembo-remmen, KYB-vering, en een elektronisch verstelbare luchtvering die je normaal op veel duurdere machines aantreft. De vraag dringt zich op: is dit een serieus alternatief voor wie droomt van Diavel-allure maar niet het bijbehorende prijskaartje kan of wil betalen? Of is het toch een te mooi om waar te zijn verhaal?

Benda introduceert boxer-motor in Europa: meer dan een BMW-kloon?

Benda Motorcycles is geen totaal onbekende meer. Het merk, opgericht in 2016 als Hangzhou Saturn Power Technology Co. Ltd., heeft zich de afgelopen jaren snel ontwikkeld en is inmiddels volgens eigen zeggen actief in bijna tachtig landen, inclusief een recente uitbreiding naar de Verenigde Staten en nu Europa. De strategie is helder: eerst aandacht trekken met sci-fi-achtig design dat doet denken aan conceptmotoren uit Japanse animatieseries, en vervolgens verrassen met specificaties en componenten die je niet verwacht in deze prijsklasse. De LFC 700 Pro is de directe opvolger van de LFC 700, waarvan de productieversie in 2021 op de markt kwam. Met de Pro-versie gooit Benda de inzet hoger: meer vermogen, geavanceerdere technologie, en een nog nadrukkelijkere blik richting de gevestigde orde. Of dat voldoende is om de doorgewinterde Europese motorrijders te overwinnen, blijft de grote vraag.

Van sci-fi concept naar verrassend volwassen product

De route die Benda heeft afgelegd sinds de ontwikkeling van het LFC-concept is opmerkelijk consequent. Waar veel Chinese fabrikanten in het verleden de neiging hadden om snel op de markt te komen met producten die visueel indrukwekkend waren maar technisch ondermaats bleken, lijkt Benda een andere aanpak te kiezen. Het winnen van de Red Dot Design Award 2024 is meer dan een marketingstunt; het is een internationale erkenning voor vakmanschap en ontwerp die niet zomaar wordt uitgedeeld. Dit getuigt van een bewuste strategie om niet enkel te concurreren op prijs, maar ook op visuele impact en designkwaliteit. De LFC 700 Pro oogt niet als een haastig in elkaar geflanste kopie van een Westerse succesformule. De futuristische lijnen, de scherpe carrosserie, en de secundaire verlichting verborgen in de zijkanten van de tank geven de motor een eigenstandig karakter, ook al zijn de parallellen met de Ducati Diavel onmiskenbaar.

Toch blijft de vraag: hoeveel van dit design is werkelijk origineel, en hoeveel is slimme interpretatie van wat al bestaat? De Diavel heeft sinds zijn introductie in 2011 het power cruiser-landschap gedomineerd met zijn combinatie van brute kracht en Italiaans design. Dat Benda inspiratie heeft gehaald uit diezelfde formule is geen schande op zich – ook Japanse merken hebben decennialang geleerd van Europese voorbeelden. Het verschil zit hem in de uitvoering. Waar eerdere Chinese pogingen vaak neigden naar plompe kopieën met goedkope materialen en wankele afwerking, lijkt Benda te investeren in een product dat als standalone ontwerp kan functioneren. De agressieve stance, de minimalistische kuip, en het gebruik van LED-verlichting geïntegreerd in carrosserie-elementen tonen een ontwerpfilosofie die verder reikt dan simpelweg kopiëren.

Benda’s snelle internationale expansie onderstreept die ambitie. De aanwezigheid in naar verluidt bijna tachtig landen binnen minder dan een decennium vereist een logistiek netwerk, dealerondersteuning, en een productaanbod dat breed genoeg is om verschillende markten aan te spreken. Het huidige modelgamma omvat alles van retro-cruisers tot adventure-toerders en naked bikes, wat aantoont dat het bedrijf meer ambities heeft dan alleen een nichemodel op de markt zetten. Dat neemt niet weg dat het merk nog altijd jong is en zijn lange-termijn betrouwbaarheid in Westerse markten nog moet bewijzen. Waar merken als Honda, Yamaha, of BMW decennia van bewezen kwaliteit en servicenetwerken achter de rug hebben, bevindt Benda zich nog in de fase van het opbouwen van vertrouwen. De garantie van twee jaar is een eerste stap, maar rijders die overwegen om een Benda aan te schaffen moeten zich realiseren dat ze een zekere mate van risico nemen. Het is de vraag of reserveonderdelen snel leverbaar zijn, of dealers voldoende kennis hebben om complexe problemen op te lossen, en of de wederverkoopwaarde na een paar jaar overeind blijft.

De Benda LFC 700 Pro is beschikbaar in vier kleuren, waaronder deze Stellar Red.

Premium componenten in ongebruikelijk jasje

De specificaties van de Benda LFC 700 Pro zijn op papier indrukwekkend genoeg om de wenkbrauwen van zelfs de meest kritische motorjournalist te doen fronsen. De 676cc inline-viercilinder motor levert 84,4 pk bij 10.300 toeren per minuut en 60 Nm koppel bij 8.000 toeren. Dat is een stijging ten opzichte van de 79 pk van de standaard LFC 700, en hoewel het ver verwijderd is van de 168 pk die een Ducati Diavel V4 produceert, is het voldoende om een behoorlijke punch te leveren in een segment dat toch vooral draait om attitude en uiterlijk vertoon. De keuze voor een inline-vier is op zichzelf al ongebruikelijk in het power cruiser-segment, dat traditioneel gedomineerd wordt door V-twins en V4-motoren. Een inline-vier biedt een ander karakter: soepeler in het toerental, lineair in de powerbuild-up, en minder van die grommelende low-end grunt die cruiser-rijders vaak zoeken. Het is een bewuste keuze die de Benda LFC 700 Pro dichter bij een sportieve naked bike plaatst dan bij een traditionele cruiser, wat niet per se een nadeel hoeft te zijn voor rijders die waarde hechten aan verfijning boven ruw geweld.